Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2630(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0168/2018

Debatten :

PV 15/03/2018 - 8.1
CRE 15/03/2018 - 8.1

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.1
CRE 15/03/2018 - 10.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0079

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 54k
Donderdag 15 maart 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
De situatie op de Maldiven
P8_TA(2018)0079RC-B8-0168/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2018 over de situatie op de Maldiven (2018/2630(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie op de Maldiven, met name die van 16 september 2004(1), 30 april 2015(2), 17 december 2015(3) en 5 oktober 2017(4),

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder van de EDEO van 2 februari 2018 over het besluit van 1 februari 2018 van het Hooggerechtshof van de Maldiven(5), en van 6 februari 2018 over de situatie op de Maldiven(6),

–  gezien de gezamenlijke plaatselijke verklaring van 30 januari 2018 van de Delegatie van de Europese Unie in overeenkomst met de hoofden van EU-missies in Colombo die bij de Maldiven zijn geaccrediteerd over de hernieuwde aanhouding van parlementslid Faris Maumoon(7),

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), waarbij de Maldiven partij zijn,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en politieke rechten (IVBPR), waarbij de Maldiven partij zijn,

–  gezien de richtsnoeren van de EU inzake de doodstraf,

–  gezien het officiële werkbezoek aan de Maldiven van 29 tot 31 oktober 2017 van de Delegatie voor de betrekkingen met de landen van Zuid-Azië van het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van 7 februari 2018 van de hoge commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein,

–  gezien de verklaring van 6 februari 2018 van het bureau van de Delegatie voor Zuid-Azië van het Europees Parlement over de situatie op de Maldiven,

–  gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over de Maldiven, als aangenomen door de Raad bij zijn 3598e bijeenkomst op 26 februari 2018,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–  gezien de ontmoeting van de secretaris-generaal van de VN met Mohamed Asim, minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek der Maldiven, op 28 september 2017, waarbij bezorgdheid werd geuit over de politieke situatie in het land,

–  gezien de verklaring van de International Association of Lawyers (UIA) op 7 maart 2018, waarin ernstige bezorgdheid werd uitgedrukt over de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechtspraak op de Maldiven,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de eerste democratische verkiezingen in 2008 en de aanneming van een nieuwe grondwet hadden geleid tot de hoge verwachting dat de Maldiven een eind zouden maken aan decennia van autoritair bestuur, en zouden overgaan tot een democratisch stelsel; overwegende dat de recente ontwikkelingen de verwezenlijking van dit vooruitzicht ernstig bedreigen;

B.  overwegende dat leden van oppositiepartijen, onafhankelijke journalisten en mensenrechtenactivisten melding maken van toegenomen bedreigingen en aanvallen van de kant van de autoriteiten, de politie en extremistische groeperingen; overwegende dat er bezorgdheid is geuit over de sterk gepolitiseerde rechterlijke macht van de Maldiven, die in de loop der jaren misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheden en de heersende partij heeft bevoordeeld en politici van de oppositie heeft tegengewerkt; overwegende dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat de aanklachten tegen politieke tegenstanders van president Abdulla Yameen Abdul Gayoom (hierna: president Yameen) wellicht politiek gemotiveerd waren; overwegende dat voormalig president Maumoon Abdul Gayoom in februari 2018 gearresteerd werd;

C.  overwegende dat de eerste ronde voor de presidentsverkiezingen in september 2018 zal plaatsvinden; overwegende dat de president de internationale gemeenschap heeft uitgenodigd om de verkiezingen waar te nemen;

D.  overwegende dat het Hooggerechtshof van de Maldiven op 1 februari 2018 besloten heeft de strafrechtelijke procedures tegen vooraanstaande politici te annuleren en toegegeven heeft dat de processen tegen hen oneerlijk waren verlopen; overwegende dat in dit besluit de onmiddellijke vrijlating van negen personen geëist werd, waaronder acht leiders van de politieke oppositie, onder wie de verbannen Mohamed Nasheen, en opgeroepen werd om 12 geschorste parlementsleden in hun ambt te herstellen; overwegende dat de regering een meerderheid in het parlement behoudt zolang deze 12 parlementsleden niet terugkeren;

E.  overwegende dat president Yameen na het besluit van het Hooggerechtshof op 5 februari 2018 voor een periode van vijftien dagen de noodtoestand heeft uitgeroepen; overwegende dat als gevolg van de uitroeping van de noodtoestand een groot aantal in de grondwet vervatte mensenrechten en fundamentele vrijheden werd opgeschort, met inbegrip van het recht op vreedzame vergadering en de vrijheid van onwettige arrestatie of gevangenhouding;

F.  overwegende dat twee voorzittende rechters van het Hooggerechtshof, met inbegrip van de opperrechter, werden gearresteerd, met als gevolg dat de resterende voorzittende rechters het oorspronkelijke besluit hebben geannuleerd; overwegende dat leden van het justitieel apparaat en politieke tegenstanders willekeurig gearresteerd werden, wat een duidelijke schending van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vormt;

G.  overwegende dat het parlement op 20 februari 2018, ondanks het vreedzame protest van honderden burgers, de noodtoestand toch nog met 30 dagen heeft verlengd, wat door de procureur-generaal van de Maldiven ongrondwettelijk werd bevonden, maar door het Hooggerechtshof in stand werd gehouden; overwegende dat de verlenging van de noodtoestand in het Parlement zonder het vereiste quorum werd goedgekeurd;

H.  overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken de recente verslechtering van de situatie op de Maldiven met bezorgdheid gevolgd heeft, en er bij iedereen in het land, met name de rechtshandhavingsinstanties, op heeft aangedrongen met terughoudendheid op te treden; overwegende dat tijdens de 37e zitting van de Mensenrechtenraad, op 8 maart 2018, namens 40 landen, waaronder alle EU-lidstaten, een gezamenlijke verklaring werd afgelegd, waarin de regering van de Maldiven werd opgeroepen om de grondwettelijke rechten en de onafhankelijkheid van de rechtbanken te herstellen, waarbij de Mensenrechtenraad zijn steun uitdrukte voor een behoorlijke werking van het parlement in het land en er bij de regering op aandrong de politieke gevangenen en hun families vrij te laten;

I.  overwegende dat maatschappelijke activisten en verdedigers van de mensenrechten op de Maldiven nog steeds geconfronteerd worden met bedreigingen en intimidatie door extremisten en gerechtelijke intimidatie door de autoriteiten, zoals in het geval van Shahindha Ismail, uitvoerend directeur van het Maldivian Democracy Network, die te maken kreeg met tegen haar gerichte nieuwsartikelen, doodsbedreigingen en een politieonderzoek, wegens haar verzet tegen religieus fundamentalisme en radicalisering;

J.  overwegende dat president Yameen herhaaldelijk heeft verklaard voornemens te zijn om de uitvoering van door de staat goedgekeurde executies te hervatten en daarmee een einde te maken aan een moratorium van 60 jaar; overwegende dat het Maldivische recht, in strijd met het internationale recht, toestaat dat minderjarigen worden veroordeeld tot een uitgestelde doodstraf die wordt uitgevoerd wanneer zij 18 worden; overwegende dat het Hooggerechtshof van de Maldiven minstens in drie zaken, met name die van Hussein Humaam Ahmed, Ahmed Murrath en Mohamed Nabeel, de doodstraf heeft bevestigd voor personen die veroordeeld waren na een proces dat niet aan de internationaal erkende normen voor een eerlijk proces voldeed, waardoor nu voor hen executie dreigt;

K.  overwegende dat de Maldiven de laatste jaren meer met radicale versies van de islam te maken krijgen; overwegende dat er ook bezorgdheid bestaat over de toenemende radicale islamistische strijdbaarheid en over het aantal geradicaliseerde jonge mannen en vrouwen die zich zouden hebben aangesloten bij ISIS;

L.  overwegende dat de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), Verslaggevers zonder Grenzen (VZG) en het comité ter bescherming van journalisten een gezamenlijke verklaring hebben gedaan op 15 februari 2018, waarin zij hun diepe bezorgdheid hebben geuit over de beperkingen van en bedreigingen tegen de media en de persvrijheid op de Maldiven; overwegende dat de vicevoorzitter van de Progressieve Partij van de Maldiven (PPM), Abdul Raheem Abdullah, op 4 februari 2018 de veiligheidstroepen heeft opgeroepen om Raajje TV onmiddellijk stil te leggen, omdat hij de zender beschuldigde van het geven van zendtijd aan de leiders van de oppositie;

M.  overwegende dat de EU reeds lang betrekkingen onderhoudt met de Maldiven, bijvoorbeeld over de strijd tegen de klimaatverandering, en dat honderdduizenden Europese toeristen per jaar naar de Maldiven reizen;

1.  uit zijn grote bezorgdheid over de zwaar verslechterende politieke en mensenrechtensituatie op de Maldiven en het steeds autoritairdere bewind van president Yameen en zijn regering; neemt met instemming kennis van de conclusies van de Raad van 26 februari 2018 met betrekking tot de Maldiven;

2.  roept de regering van de Maldiven op om de noodtoestand onmiddellijk op te heffen, de instellingen en hun bevoegdheden te respecteren zoals bepaald is in de grondwet, en de grondrechten van de bevolking te respecteren, met inbegrip van het recht op vrije meningsuiting en op vergadering, en van de rechtsstaat; drukt zijn steeds grotere bezorgdheid uit over de recente maatregelen van de regering, die de democratie zwaar beschadigen en ondermijnen, en die de grondwet van de Maldiven en de internationale mensenrechtenverplichtingen van het land schenden; veroordeelt de aanhoudende intimidatie van en bedreigingen tegen journalisten, bloggers en mensenrechtenactivisten op de Maldiven; spoort de autoriteiten op de Maldiven aan om de veiligheid van alle maatschappelijke activisten, mensenrechtenverdedigers en werknemers in de media in het land te verzekeren, alsook om het mogelijk te maken dat zij hun werk veilig en ongehinderd uitvoeren, om bedreigingen tegen hen te onderzoeken en daders te vervolgen; betreurt de aanval op politieke tegenstanders op de Maldiven, en roept de regering op om alle aanklachten tegen personen die om politieke redenen vastgehouden worden te laten vallen en hen vrij te laten, onmiddellijk en onvoorwaardelijk;

3.  verneemt met instemming dat het Hooggerechtshof van de Maldiven op 1 februari 2018 besloten heeft de strafrechtelijke procedures tegen vooraanstaande politici te annuleren en 12 parlementsleden in hun ambt te herstellen; roept de Maldivische autoriteiten op om deze uitspraak na te leven;

4.  betreurt ten zeerste elke vorm van inmenging in het werk van het Hooggerechtshof van de Maldiven en de arrestaties van de voorzittende rechters; vraagt hun onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating; is bezorgd over de toenemende vervaging van de scheiding van de uitvoerende, rechterlijke en andere machten op de Maldiven; verzoekt de verantwoordelijke autoriteiten om onmiddellijk maatregelen te nemen om de beginselen uit de grondwet weer in te voeren en te eerbiedigen;

5.  herhaalt zijn oproep aan de regering om de volledige onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht te garanderen en alle burgers het recht op eerlijke en transparante rechtspraak zonder politieke beïnvloeding te waarborgen; betreurt ten zeerste elke vorm van inmenging in het werk van het Hooggerechtshof en het optreden tegen het justitieel apparaat en de rechters; vraagt de regering te verzekeren dat advocaten al hun beroepstaken vrij van intimidatie, belemmeringen, pesterijen of ongepaste inmenging kunnen verrichten;

6.  herhaalt zijn oproep aan de regering van de Maldiven om een inclusieve dialoog aan te gaan met de leiders van alle politieke partijen; herhaalt dat een dergelijke dialoog de weg vrijmaakt voor geloofwaardige, transparante en inclusieve verkiezingen; is van oordeel dat de EU er actief voor moet blijven ijveren dat de VN een dergelijke dialoog faciliteert;

7.  roept de regionale actoren op om samen te werken met de EU-lidstaten om politieke en democratische stabiliteit op de Maldiven te helpen verwezenlijken;

8.  is van mening dat de achteruitgang van de democratie, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in de Maldiven alleen kan worden verholpen door een echte dialoog met alle politieke partijen en andere leiders van burgerbewegingen; is daarnaast van oordeel dat de regering als een eerste stap in de richting van verzoening alle momenteel opgesloten politici van de oppositie moet vrijlaten;

9.  herhaalt dat de EU sterk gekant is tegen de doodstraf, in alle gevallen en zonder uitzondering; veroordeelt met klem de aankondiging van de herinvoering van de doodstraf op de Maldiven, en dringt er bij de regering en het parlement van de Maldiven op aan om het moratorium op de doodstraf, dat al meer dan 60 jaar van kracht is, te eerbiedigen; roept op tot de universele afschaffing van de doodstraf, en vraagt de regering om alle vonnissen van doodstraf voor jongeren in te trekken en de executie van jeugdige daders te verbieden;

10.  uit scherpe kritiek op het feit dat het belijden van een andere godsdienst dan de islam zwaar bestraft wordt op de Maldiven; is bezorgd over het feit dat de wet over religieuze eenheid gebruikt wordt om de vrijheid van meningsuiting op de Maldiven te beperken;

11.  uit bezorgdheid over de gevolgen die de huidige situatie ook kan hebben op de veiligheid van buitenlandse bewoners en bezoekers; roept de VV/HV, de EU-delegatie op de Maldiven en de delegaties van de lidstaten op om hun reisadvies in dit verband nauw te coördineren;

12.  roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die willekeurig opgesloten zijn, waaronder vele journalisten en vreedzame demonstranten; veroordeelt alle geweld door de autoriteiten; roept de Maldivische autoriteiten op, in het bijzonder de rechtshandhavingsautoriteiten, om met terughoudendheid op te treden; roept de autoriteiten op een onderzoek te voeren naar iedereen die ervan verdacht wordt verantwoordelijk te zijn voor de misdrijven die gepleegd zijn, en om hen aansprakelijk te stellen;

13.  roept de EU op ten volle gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten om de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen op de Maldiven te bevorderen, mogelijk met inbegrip van de opschorting van financiële bijstand van de EU aan het land in afwachting van het herstel van de rechtsstaat en de naleving van de democratische beginselen; verzoekt de Raad om gerichte maatregelen en sancties in te voeren tegen degenen die de mensenrechten in het land ondermijnen, en om de buitenlandse tegoeden van leden van de Maldivische regering en hun grootste medestanders in de Maldivische zakenwereld te bevriezen en hun reisverboden op te leggen;

14.  roept de regering van de Maldiven op om een grondige hervorming van de rechterlijke macht uit te voeren, de onafhankelijkheid van de hoge raad van de magistratuur vast te stellen, de onafhankelijkheid van de procureur-generaal opnieuw vast te leggen, en een eerlijke rechtsgang en het recht op een eerlijk, onpartijdig en onafhankelijk proces te verzekeren;

15.  erkent dat, volgens de grondwet, in 2018 verkiezingen moeten worden gehouden; benadrukt dat onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen en dat moet worden verzekerd dat deze verkiezingen transparant en geloofwaardig zijn, dat de kiezers een daadwerkelijke keuze krijgen en dat de partijen ongehinderd campagne kunnen voeren;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de regering van de Maldiven.

(1) PB C 140 E van 9.6.2005, blz. 165.
(2) PB C 346 van 21.9.2016, blz. 60.
(3) PB C 399 van 24.11.2017, blz. 134.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0383.
(5) https://eeas.europa.eu/headquarters/headquarters-homepage/39275/statement-spokesperson-decision-supreme-court-maldives_nl
(6) https://eeas.europa.eu/headquarters/headquarters-homepage/39413/statement-spokesperson-situation-maldives_nl
(7) https://eeas.europa.eu/delegations/sri-lanka/39021/joint-local-statement-renewed-arrest-mp-faris-maumoon_nl

Laatst bijgewerkt op: 31 oktober 2018Juridische mededeling