Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2566(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0137/2018

Debatten :

PV 14/03/2018 - 16
CRE 14/03/2018 - 16

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.13

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0091

Aangenomen teksten
PDF 166kWORD 49k
Donderdag 15 maart 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Aanval van de VS op de landbouwsteun van de EU in het kader van het GLB (in de context van Spaanse olijven)
P8_TA(2018)0091RC-B8-0137/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2018 over de aanval van de VS op de landbouwsteun van de EU in het kader van het GLB (in de context van Spaanse olijven) (2018/2566(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het besluit van het Ministerie van Handel van de Verenigde Staten, dat besloten heeft invoerrechten op Spaanse olijven te heffen na tot de conclusie te zijn gekomen dat die onder de marktprijs kunnen worden ingevoerd omdat de EU subsidie verleent aan de olijvenindustrie,

–  gezien de vraag aan de Commissie getiteld "Aanval van de VS op de landbouwsteun van de EU in het kader van het GLB (in de context van Spaanse olijven)" (O‑000006/2018 – B8‑0007/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad(1),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het besluit om invoerrechten met een variabel percentage op olijven van Spaanse bedrijven te heffen, is gebaseerd op de overweging dat de steun die de sector in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) krijgt, oneerlijke concurrentie ten aanzien van Amerikaanse producenten zou kunnen vormen;

B.  overwegende dat dit besluit op onrechtvaardige en arbitraire wijze vraagtekens zet bij alle EU-steunprogramma's voor de landbouw, en dus gevolgen kan hebben voor alle begunstigden van betalingen uit hoofde van het GLB;

C.  overwegende dat er ernstig wordt betwijfeld of de formule die de Amerikaanse onderzoekers gebruiken om de voorlopige antidumpingmarge te berekenen, verenigbaar is met de WTO-regels;

D.  overwegende dat de Commissie herhaaldelijk heeft bevestigd dat de steunmaatregelen waarop het onderzoek met het oog op een compenserend recht betrekking heeft (waaronder de basisbetalingsregeling, afzetbevorderingsmaatregelen en steun voor jonge landbouwers), de handel niet verstoren;

E.  overwegende dat de GLB-subsidies die aan primaire producenten van tafelolijven in Spanje worden verleend, overeenkomstig bijlage II bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw in aanmerking komen als steun uit de "groene doos", aangezien ze losgekoppeld zijn van de productie en de handel niet verstoren;

F.  overwegende dat de gewraakte GLB-maatregelen niet productspecifiek zijn en dus geen aanleiding vormen tot het nemen van compenserende maatregelen krachtens artikel 2 van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen;

G.  overwegende dat het onderzoek naar Spaanse olijven een van de vele handelsbeschermingsonderzoeken is die de VS reeds zijn gestart;

H.  overwegende dat het GLB via diverse hervormingen is bijgesteld om de meeste steunmaatregelen aan te passen aan de WTO-criteria voor de "groene doos" en thans, na de overschakeling van gekoppelde naar ontkoppelde steun, zo is opgezet dat het volledig in overeenstemming is met de WTO-overeenkomsten;

I.  overwegende dat ook de VS in de landbouw ruimschoots gebruikmaken van subsidies uit de "groene doos";

J.  overwegende dat de VS voorlopige antidumpingrechten van gemiddeld 17,13 % hebben opgelegd aan de drie Spaanse bedrijven waarop het onderzoek betrekking heeft, en compenserende rechten van gemiddeld 4,47 % hebben geheven over alle uitgevoerde Spaanse producten;

K.  overwegende dat de voorlopige maatregelen tot een spiraal van handelsbeschermingsonderzoeken door de VS en andere landen naar subsidies uit de "groene doos" voor landbouwproducten dreigen te leiden; overwegende dat dit uiteindelijk de producenten in zowel de EU als de VS zou schaden; overwegende dat deze escalatie WTO-overeenkomsten die al geruime tijd van kracht zijn en die na zorgvuldig onderhandelen tot stand zijn gekomen, in gevaar brengt;

L.  overwegende dat de Spaanse producenten de Amerikaanse markt kunnen verliezen, terwijl concurrenten uit derde landen zouden profiteren van het gat in de uitvoermarkt dat door het Amerikaanse besluit ontstaat;

M.  overwegende dat indien deze tarieven permanent worden, de economische impact op de Spaanse olijfproducenten over de komende vijf tot tien jaar volgens de olijfsector tussen 350 miljoen EUR en 700 miljoen EUR zal liggen, en mogelijk kan leiden tot het einde van de Spaanse uitvoer van rijpe olijven;

N.  overwegende dat het concurrentievermogen van de Spaanse uitvoer, waarvan het marktaandeel in de VS de afgelopen jaren geleidelijk is toegenomen, het resultaat is van inspanningen van deze bedrijven om de kosten te drukken door investeringen in geavanceerde technologie en kwaliteitsverbeteringen, en niet het gevolg is van Europese subsidies;

O.  overwegende dat de toename van de Spaanse uitvoer naar de VS (+20 % sinds 2013) het mogelijk heeft gemaakt duizenden banen te scheppen en economisch soelaas heeft geboden aan een aantal van de gebieden in Andalusië die het zwaarst door de economische crisis zijn getroffen;

1.  verzoekt de autoriteiten van de VS hun tijdelijke besluit in te trekken en weer een van beide zijden constructieve aanpak te gaan volgen op dit gebied, in het wederzijds belang van producenten en consumenten op beide continenten;

2.  is zeer bezorgd over de negatieve gevolgen die de compenserende maatregelen van de VS kunnen hebben voor het hele Europese landbouwmodel;

3.  vraagt de Commissie om alle nodige diplomatieke stappen te nemen, zowel op bilateraal niveau als in de WTO, om ons systeem van GLB-steun te verdedigen dat door de WTO als niet‑handelsverstorend wordt beschouwd en door de "groene doos" van de WTO wordt gelegitimeerd;

4.  vraagt de Commissie na te gaan of het mogelijk is definitieve Amerikaanse besluiten aan te vechten bij de WTO;

5.  verzoekt de Commissie de Spaanse landbouwsector en de Spaanse regering te blijven bijstaan opdat de WTO-voorschriften ten volle worden nageleefd door de Amerikaanse autoriteiten tijdens deze onderzoeken;

6.  vraagt de Commissie de Spaanse bedrijven die door de Amerikaanse onderzoeken worden getroffen, duidelijk advies te geven en sterk te steunen;

7.  verzoekt de Commissie haar krachten te bundelen met de Spaanse autoriteiten en de Spaanse olijvensector en alle relevante informatie te blijven uitwisselen met de Amerikaanse autoriteiten om te voorkomen dat er ongerechtvaardigde maatregelen worden opgelegd;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de autoriteiten van de Verenigde Staten.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 608.

Laatst bijgewerkt op: 31 oktober 2018Juridische mededeling