Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2143(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0100/2018

Ingediende teksten :

A8-0100/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.26

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0131

Aangenomen teksten
PDF 266kWORD 52k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Algemene begroting EU - Europese Ombudsman
P8_TA(2018)0131A8-0100/2018
Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2017/2143(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 (COM(2017)0365 – C8-0254/2017)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0100/2018),

1.  verleent de Europese Ombudsman kwijting voor de uitvoering van zijn begroting voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Ombudsman, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB L 48 van 24.2.2016.
(2) PB C 323 van 28.9.2017, blz. 1.
(3) PB C 322 van 28.9.2017, blz. 1.
(4) PB C 322 van 28.9.2017, blz. 10.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VIII – Europese Ombudsman (2017/2143(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling VIII – Europese Ombudsman,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0100/2018),

1.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag van 2016 opmerkt dat er geen significante tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten inzake personele middelen en aanbesteding door de Europese Ombudsman (de "Ombudsman");

2.  merkt op dat de Rekenkamer op basis van haar controlewerkzaamheden heeft geconcludeerd dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2016 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve uitgaven van de instellingen en organen geen materiële fouten vertonen;

3.  acht het verheugend dat de Ombudsman zijn jaarlijks activiteitenverslag al in maart aan de Rekenkamer heeft toegestuurd; merkt op dat de Rekenkamer haar verslag in oktober heeft toegestuurd aan het Parlement en dat de stemming over de kwijting door het Parlement uiterlijk in de plenaire vergadering van mei zal plaatsvinden; wijst erop dat er, wanneer de kwijting wordt afgesloten (als die niet wordt uitgesteld), minstens 17 maanden zijn verstreken sinds het afsluiten van de jaarrekeningen; wijst erop dat er in de particuliere sector veel kortere termijnen gelden voor audits; benadrukt dat de kwijtingsprocedure moet worden gestroomlijnd en versneld; verzoekt de Ombudsman het goede voorbeeld van de particuliere sector te volgen en stelt voor de termijn voor de indiening van de jaarlijkse activiteitenverslagen vast te stellen op 31 maart van het volgende jaar, de termijn voor de verslagen van de Rekenkamer op 1 juli en die voor de stemming over de kwijting door het Parlement in de plenaire vergadering van november, zodat de kwijtingsprocedure wordt afgerond binnen het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft;

4.  is ingenomen met het in het algemeen prudente en gezonde financieel beheer van de Ombudsman in het begrotingsjaar 2016; spreekt zijn steun uit voor de geslaagde paradigmaverschuiving naar prestatiegericht begroten in de begrotingsplanning van de Commissie, zoals die in september 2015 door vicevoorzitter Kristalina Georgieva werd geïntroduceerd als onderdeel van het initiatief voor een resultaatgerichte EU-begroting; spoort de Ombudsman aan om die methode toe te passen op zijn eigen procedure voor begrotingsplanning;

5.  benadrukt dat de begroting van de Ombudsman louter administratief is en in 2016 in totaal 10 658 951 EUR bedroeg (in 2015 was dat 10 346 105 EUR);

6.  merkt op dat 95,40 % van alle kredieten is vastgelegd (in 2015 was dat 92,32 %) en 85,89 % is betaald (in 2015 was dat 86,19 %), met een benuttingspercentage van 95,40 % (vergeleken met 92,32 % in 2015); acht het verheugend dat het benuttingspercentage is gestegen;

7.  benadrukt de sleutelrol die de Ombudsman speelt bij het bevorderen van goed bestuur en het zorgen voor participatie van het maatschappelijk middenveld in de Unie; merkt op dat de Ombudsman in 2016 vijf strategische onderzoeken heeft afgesloten en vier nieuwe heeft geopend over kwesties die onder meer betrekking hadden op transparantie en belangenconflicten; moedigt de Ombudsman aan zijn strategische werk voort te zetten om goed bestuur van de instellingen van de Unie te bevorderen;

8.  is ingenomen met het besluit om de communicatie- en vertaalkosten in verband met de productie van publicaties te verlagen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit ervan; merkt op dat de documenten minder lang zijn geworden en zou daarom graag weten of de informatie die nu uit de publicaties is weggelaten, toch nog op verzoek toegankelijk is;

9.  acht het verheugend dat het organisatieschema van de Ombudsman is verduidelijkt en beschikbaar is op zijn website; verzoekt de Ombudsman ervoor te zorgen dat er steeds een bijgewerkte versie van zijn organisatieschema beschikbaar is op zijn website;

10.  neemt nota van de resultaten die geboekt zijn bij de afhandeling van klachten in 2016 en merkt op dat de EU-instellingen in 84 % van de gevallen (83 % in 2015) gevolg hebben gegeven aan de besluiten van de Ombudsman; merkt op dat dit het op een na hoogste nalevingspercentage tot nu toe was voor de besluiten en aanbevelingen van de Ombudsman; beveelt de Ombudsman aan door te gaan met het werken aan en analyseren van mogelijke oplossingen om ten minste het percentage van 2014 (88 %) te bereiken; merkt op dat er in 2016 in 63 % van de gevallen gevolg is gegeven aan kritische opmerkingen (41 % in 2015); is ingenomen met het verslag van de Ombudsman getiteld "Putting it Right", waarin geanalyseerd wordt hoe de instellingen gevolg hebben gegeven aan de aanbevelingen van de Ombudsman, met een uitsplitsing per instelling;

11.  is ingenomen met de invoering van de nieuwe versnelde procedure voor gevallen in verband met toegang tot documenten, waarmee duidelijk wordt aangegeven dat de Ombudsman al het mogelijke doet om een hoog niveau van transparantie van documenten van de Unie te bereiken; is van mening dat er voor vrijwel alle instellingen van de Unie nog ruimte voor verbetering is;

12.  onderstreept hoe belangrijk het is de burgers van de Unie bewust te maken van de mogelijkheid om zich in geval van wanbeheer tot de Ombudsman te wenden; is ingenomen met de inspanningen van de Ombudsman om zijn communicatie-activiteiten op te voeren en nauwer samen te werken met andere ombudsmannen om het publiek meer bewust te maken van zijn werk; merkt op dat de Ombudsman de Commissie begrotingscontrole van het Parlement meerdere malen heeft toegesproken en moedigt aan tot verdere samenwerking bij zijn strategische werkzaamheden met betrekking tot zijn onderzoeken en initiatieven;

13.  geeft nogmaals uiting aan zijn bezorgdheid over de "interne draaideur" tussen de Ombudsman en andere instellingen, met name de directoraten van de Commissie die wellicht door de Ombudsman onderzocht worden;

14.  merkt op dat een aantal van de doelstellingen die de Ombudsman had vastgesteld om zijn prestaties aan de hand van kernprestatie-indicatoren te beoordelen, niet zijn gehaald(1); verzoekt de Ombudsman aan te geven welke maatregelen zijn genomen om betere resultaten te behalen;

15.  is verheugd over het genderevenwicht op managementniveau en onder de administrateurs; moedigt de Ombudsman aan deze trend voort te zetten;

16.  constateert dat er nog steeds gebrek is aan geografisch evenwicht op managementniveau; merkt op dat twee van de drie managers uit de lidstaat van de Ombudsman al jarenlang leidinggevende functies bekleedden in het bureau van de Ombudsman voordat de huidige Ombudsman benoemd werd en dat zij ambtenaar zijn, terwijl een derde kabinetschef werd aan het begin van de ambtstermijn van de huidige Ombudsman; beseft dat het daarom moeilijk is de situatie op korte termijn te veranderen, maar moedigt de Ombudsman aan te streven naar geografisch evenwicht in de leidinggevende functies op de langere termijn;

17.  neemt kennis van het voornemen van de Ombudsman om zich te houden aan de interinstitutionele overeenkomst om het personeelsbestand over een periode van vijf jaar met 5 % te verminderen; verneemt uit het verslag over de follow-up van de kwijting voor 2015 dat de oorspronkelijke raming voor 2016, waarin vijf nieuwe posten waren voorzien, gewijzigd werd en dat de uiteindelijke versie in een nettovermindering met één personeelslid resulteerde;

18.  beseft dat de Ombudsman steeds meer klachten te verwerken krijgt en is ervan op de hoogte dat de Ombudsman in zijn jaarlijkse activiteitenverslag 2016 het Parlement om een bescheiden verhoging van de begroting heeft verzocht om extra meertalig personeel aan te kunnen trekken; vreest dat de personele middelen die elke dienst overhoudt na de personeelsinkrimping niet zullen volstaan om de toegenomen werklast te verwerken; verzoekt de begrotingsautoriteiten bij de planning van de toekomstige toewijzing van financiële middelen voor personeel rekening te houden met de gevolgen van personeelsinkrimping op de lange termijn, in het bijzonder met betrekking tot het vermogen van de Ombudsman om het gender- en geografische evenwicht te verbeteren, alsook de behoefte aan capaciteitsopbouw, zodat ervaren ambtenaren managementfuncties kunnen overnemen;

19.  constateert dat de Ombudsman zich inzet voor de verbetering van de transparantie van de besluitvorming in de Unie; merkt op dat het grootste deel van de zaken ook in 2016 weer onderzoeken in verband met transparantie betrof;

20.  merkt op dat er nog steeds één klacht over de Ombudsman loopt die in 2016 bij de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) is ingediend; merkt op dat het Bureau van de Ombudsman in nauwe samenwerking met de EDPS werkt aan de herziening van zijn procedure voor de behandeling van persoonsgegevens van derden bij klachten en onderzoeken; verzoekt de Ombudsman de Commissie begrotingscontrole van het Parlement op de hoogte te houden van de resultaten van die herziening;

21.  is verheugd dat er grafieken over human resources en beroepsopleiding in het jaarlijkse activiteitenverslag 2016 van de Ombudsman zijn opgenomen;

22.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

23.  merkt op dat de Ombudsman overeenkomstig artikel 166 van het Financieel Reglement vóór 30 juni 2018 in haar verslag aan de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement heeft meegedeeld welke follow-upmaatregelen zijn genomen naar aanleiding van de kwijting 2015; betreurt echter dat in verschillende delen van het jaarlijkse activiteitenverslag 2016 van de Ombudsman gegevens over 2016 ontbreken;

24.  betreurt het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de Europese Unie; merkt op dat het op dit moment niet te voorspellen valt welke financiële, administratieve, menselijke en andere gevolgen die terugtrekking zal hebben; verzoekt de Ombudsman en de Rekenkamer effectbeoordelingen uit te voeren en het Parlement uiterlijk eind 2018 op de hoogte te stellen van de resultaten;

(1) Wat betreft de impact van naleving, de zichtbaarheid door bezoeken aan de website en het gebruik van de interactieve gids om contact op te nemen met een lid van het Europees Netwerk van Ombudsmannen (ENO), en het percentage gevallen waarin het ontvankelijkheidsbesluit binnen een maand wordt genomen, is de door de Ombudsman vastgestelde doelstelling niet gehaald.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling