Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2144(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0099/2018

Ingediende teksten :

A8-0099/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.27

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0132

Aangenomen teksten
PDF 269kWORD 54k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Algemene begroting EU - Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming
P8_TA(2018)0132A8-0099/2018
Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling IX - Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (2017/2144(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016(1),

–  gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016 (COM(2017)0365 – C8-0255/2017)(2),

–  gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016, tezamen met de antwoorden van de instellingen(3),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(4) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Raadsverordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5), en met name de artikelen 55, 99, 164, 165 en 166,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0099/2018),

1.  verleent de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming, de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Dienst voor extern optreden, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB L 48 van 24.2.2016.
(2) PB C 323 van 28.9.2017, blz. 1.
(3) PB C 322 van 28.9.2017, blz. 1.
(4) PB C 322 van 28.9.2017, blz. 10.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.


2. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling IX – Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (2017/2144(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2016, afdeling IX - Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0099/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk wil leggen op het bijzondere belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en door het toepassen van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

1.  neemt kennis van de conclusie van de Rekenkamer dat de betalingen als geheel over het per 31 december 2016 afgesloten jaar met betrekking tot de administratieve en andere uitgaven van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming ("de Toezichthouder") geen materiële fouten vertonen en dat de onderzochte toezicht- en controlesystemen voor de administratieve en andere uitgaven doeltreffend waren;

2.  stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag van 2016 opmerkt dat er geen ernstige tekortkomingen zijn vastgesteld met betrekking tot de gecontroleerde aspecten inzake personele middelen en aanbesteding door de Toezichthouder;

3.  merkt op dat volgens de huidige kwijtingsprocedure de jaarlijkse activiteitenverslagen door de Toezichthouder in juni aan de Rekenkamer worden toegestuurd, in oktober door de Rekenkamer aan het Europees Parlement worden doorgezonden en in stemming worden gebracht in de plenaire vergadering van mei; wijst erop dat er, wanneer de kwijting wordt afgesloten (als die niet wordt uitgesteld), minstens 17 maanden zijn verstreken sinds het afsluiten van de jaarrekeningen; wijst erop dat er in de particuliere sector veel kortere termijnen gelden voor audits; benadrukt dat de kwijtingsprocedure moet worden gestroomlijnd en versneld; verzoekt de Toezichthouder en de Rekenkamer de beste praktijken in de particuliere sector te volgen; stelt in dit verband voor de deadline voor de indiening van de jaarlijkse activiteitenverslagen vast te stellen op 31 maart van het jaar volgende op het boekjaar en de deadline voor de indiening van de verslagen van de Rekenkamer vast te stellen op 1 juli; stelt ook voor het tijdschema voor de kwijtingsprocedure als vastgesteld in bijlage IV, punt 5, van het Reglement van het Parlement te herzien, zodat de stemming over de kwijting kan worden gehouden in de plenaire vergadering van november, waarmee de kwijtingsprocedure wordt afgesloten binnen het jaar volgende op het boekjaar waarop zij betrekking heeft;

4.  is ingenomen met het in het algemeen verstandige en gezonde financieel beheer van de Toezichthouder in de begrotingsperiode 2016; spreekt zijn steun uit voor de geslaagde paradigmaverschuiving in de richting van prestatiegericht begroten in de begrotingsplanning van de Commissie, die in september 2015 door vicevoorzitter Kristalina Georgieva werd geïntroduceerd als onderdeel van het initiatief voor een resultaatgerichte EU-begroting; spoort de Toezichthouder aan om die methode toe te passen op zijn eigen procedure voor begrotingsplanning;

5.  stelt vast dat de Toezichthouder in 2016 over een totaalbedrag van 9 288 043 EUR aan toegekend budget beschikte (tegenover 8 760 417 EUR in 2015) en dat de uitvoeringsgraad ervan 91,93 % bedroeg (tegenover 94,66 % in 2015); neemt kennis van de daling van de uitvoeringsgraad en het feit dat de Toezichthouder verwacht dat deze trend de komende jaren zal aanhouden; verzoekt de Toezichthouder zijn begrotingsramingen zorgvuldig vast te stellen, rekening houdend met de te verwachten toename van activiteiten de komende jaren;

6.  merkt op dat de Toezichthouder nog steeds werkt aan de oprichting van het Europees Comité voor gegevensbescherming; is van mening dat de begrotingsramingen moeten zorgen voor efficiënte begrotingsprestaties in de komende jaren;

7.  wijst erop dat de algemene verordening gegevensbescherming(1) en de richtlijn gegevensbescherming bij politie en justitie(2) in mei 2018 van toepassing worden en onverkort moeten worden geëerbiedigd en uitgevoerd; stelt vast dat de Toezichthouder voornemens is de algemene verordening gegevensbescherming als referentiepunt voor zijn werkzaamheden te blijven gebruiken;

8.  is verheugd over de lopende werkzaamheden van het Internet Privacy Engineering Network, een groep IT-experts uit alle sectoren die een platform biedt voor samenwerking en informatie-uitwisseling met betrekking tot engineeringmethodes en -instrumenten, die de vereisten voor gegevensbescherming en privacy integreren in nieuwe technologieën, wat essentieel is voor de tenuitvoerlegging van de algemene verordening gegevensbescherming;

9.  verzoekt de Toezichthouder een gedetailleerde lijst te verstrekken van de dienstreizen van zijn leden in 2016, met vermelding van de prijs, de plaats en de kosten van elke dienstreis; pleit ervoor dat de Toezichthouder de dienstreizen in 2017 opneemt in zijn volgende jaarlijkse activiteitenverslag;

10.  is ervan op de hoogte dat er uitvoeringsmaatregelen zijn vastgesteld om doeltreffende interne controle uit te oefenen op de processen om een zuinige, efficiënte en doeltreffende verwezenlijking van de doelstellingen van de Toezichthouder te waarborgen; verzoekt de Toezichthouder informatie over die maatregelen op te nemen in zijn jaarverslag;

11.  verneemt met instemming dat de Toezichthouder in 2016 een initiatief heeft gelanceerd inzake verantwoordingsplicht ("Accountability Initiative"), met als doel de EU-instellingen, te beginnen met de Toezichthouder zelf, in staat te stellen het goede voorbeeld te geven bij de naleving van de regels inzake gegevensbescherming en bij de wijze waarop zij dit aan de buitenwacht laten zien;

12.  wijst erop dat de dienst Interne Audit (IAS) in zijn eind maart 2017 gepubliceerde jaarverslag 2016 over de interne audit aangeeft dat vijf belangrijke aanbevelingen over de interne controlesystemen uit eerdere jaren nog steeds niet waren aangepakt; betreurt dat een aantal van deze aanbevelingen betrekking heeft op het beleid inzake informatiebeveiliging en bedrijfscontinuïteit; merkt op dat het ontbreken van een informatiebeveiligingsbeleid het risico vergroot dat informatie onvoldoende beschermd wordt, wat tot het uitlekken van informatie en reputatieschade voor de Toezichthouder zou kunnen leiden; stelt met instemming vast dat de Toezichthouder op 19 juni 2017 het informatiebeveiligingsbeleid heeft goedgekeurd, zij het met een vertraging van meer dan 14 maanden; dringt er bij de Toezichthouder op aan om, vooral gelet op de aard van zijn opdracht en taken, het goede voorbeeld te geven en in de toekomst aanbevelingen zonder onnodige vertraging uit te voeren;

13.  verzoekt de Toezichthouder de Commissie begrotingscontrole van het Parlement in kennis te stellen van de bedragen die in 2016 zijn uitbetaald in het kader van dienstenniveauovereenkomsten in het kader waarvan vergoedingen afhankelijk zijn van het gebruik;

14.  is ingenomen met het feit dat er in 2016 een strategie voor gelijke kansen is vastgesteld en dat er maatregelen worden overwogen ter verbetering van het welzijn op het werk;

15.  verneemt met instemming dat de Toezichthouder in zijn jaarlijks activiteitenverslag uitputtende informatie over het volledige personeelsbestand heeft opgenomen;

16.  wenst dat er in het jaarlijks activiteitenverslag van de Toezichthouder een overzicht wordt opgenomen van de hoofdstukken in verband met het beheer van aanbestedingen en dienstreizen, met een vergelijkende tabel over de afgelopen vier jaar;

17.  neemt kennis van het feit dat er in 2016 een Ethisch Kader is vastgesteld met gedragsregels die alle leden en personeelsleden van de Toezichthouder moeten volgen bij hun interne en externe betrekkingen; merkt op dat dit kader de bestaande gedragscodes, besluiten inzake klokkenluiden en intimidatie, tuchtprocedures en administratieve onderzoeken omvat; verlangt dat de informatie over de verschillende thema’s van het kader steeds apart worden gepresenteerd in het jaarlijks activiteitenverslag van de Toezichthouder;

18.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

19.  moedigt de Toezichthouder aan in toenemende mate bij te dragen aan oplossingen die de innovatie bevorderen en de naleving van de regels inzake privacy en gegevensbescherming verzekeren, met name door meer transparantie, een grotere gebruikerscontrole en een sterkere verantwoordingsplicht bij de verwerking van big data; dringt aan op effectieve maatregelen waarmee de voordelen van nieuwe technologie worden gemaximaliseerd terwijl de grondrechten volledig worden gerespecteerd;

20.  stelt vast dat de Toezichthouder in zijn jaarlijks activiteitenverslag een hoofdstuk heeft opgenomen over interinstitutionele samenwerking met andere instellingen, zoals gevraagd door het Parlement in zijn kwijtingsresolutie van 27 april 2017(3); merkt op dat de Toezichthouder in 2016 twee nieuwe individuele samenwerkingsovereenkomsten heeft ondertekend; verzoekt de Toezichthouder de interinstitutionele samenwerking te blijven versterken en de geactualiseerde resultaten daarvan op te nemen in zijn volgende jaarlijks activiteitenverslag;

21.  merkt op dat de Toezichthouder in zijn jaarlijks activiteitenverslag informatie heeft verstrekt over de vorderingen die hij had geboekt met betrekking tot zijn strategie 2015-2019; merkt op dat de Toezichthouder in maart 2015 zijn kernprestatie-indicatoren opnieuw heeft beoordeeld, om de impact van zijn werk en het gebruik van middelen te controleren en aan te passen; stelt met tevredenheid vast dat alle kernprestatie-indicatoren uit de strategie 2015-2019 van de Toezichthouder gehaald werden, en in 2016 soms zelfs hun respectievelijke doelstellingen overschreden, wat aantoont dat de uitvoering van de strategie op schema ligt; spoort de Toezichthouder ertoe aan om zo door te gaan;

22.  is verheugd over de doelstelling die de Toezichthouder in de strategie voor de uitvoering van zijn mandaat heeft geformuleerd, namelijk gegevensbescherming voor alle betrokkenen zo eenvoudig en doeltreffend mogelijk te maken;

23.  betreurt het besluit van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de Europese Unie; merkt op dat op dit punt geen voorspellingen kunnen worden gedaan over de financiële, bestuurlijke, menselijke en overige gevolgen die verband houden met de terugtrekking, en vraagt de Toezichthouder en de Rekenkamer om effectbeoordelingen uit te voeren en het Parlement tegen het einde van 2018 op de hoogte te stellen van de resultaten.

(1) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(2) Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).
(3) PB L 252 van 29.9.2017, blz. 140.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling