Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2175(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0069/2018

Ingediende teksten :

A8-0069/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.30

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0135

Aangenomen teksten
PDF 184kWORD 54k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Bureau van het orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)
P8_TA(2018)0135A8-0069/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2175(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8‑0085/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau(4), en met name artikel 13,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0069/2018),

1.  verleent het comité van beheer van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Orgaan voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het comité van beheer van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 31.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 31.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2175(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Bureau(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8‑0085/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau(4), en met name artikel 13,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0069/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan het comité van beheer van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 31.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 31.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 337 van 18.12.2009, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2175(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het op 21 december 2017 gepubliceerde verslag van de Rekenkamer over de snelle evaluatie (rapid case review) van de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de vermindering van het aantal ambten in de personeelsformatie met 5 %,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0069/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk wil leggen op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat, zoals blijkt uit zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1), de definitieve begroting van het Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (het "Bureau") voor het begrotingsjaar 2016 4 246 000 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 5,69 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de begroting van het Bureau volledig was gefinancierd met middelen uit de begroting van de Unie voor 2016;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

1.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Bureau in maart 2016 een aanbestedingsprocedure heeft uitgeschreven met het oog op de ondertekening van één kaderovereenkomst met de twee in Riga bestaande internationale scholen voor de kinderen van zijn personeelsleden; merkt op dat enerzijds in de technische specificaties in het aanbestedingsdocument stond dat het Bureau één meervoudige kaderovereenkomst (cascadecontract) met twee marktdeelnemers zou sluiten, maar dat anderzijds in de gunningscriteria stond dat de ouders de school mogen kiezen; stelt vast dat de in juli 2016 ondertekende kaderovereenkomst ter waarde van 400 000 EUR dus op tegenstrijdige concepten was gebaseerd, waardoor rechtsonzekerheid is ontstaan voor het Bureau en de scholen; merkt bovendien vast dat een kaderovereenkomst in dit specifieke geval niet nodig was; is verheugd over het antwoord van het Bureau dat het voortaan zonder aanbesteding rechtstreeks met de scholen dienstenovereenkomsten zal afsluiten;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,20 %, een stijging van 0,55 % ten opzichte van 2015; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten 77,19 % bedroeg, een daling met 3,12 % ten opzichte van 2015;

3.  maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Bureau in maart 2016 een overeenkomst ter waarde van 60 000 EUR heeft gesloten voor de verlening van professionele ondersteuning en adviesdiensten op het gebied van personeelszaken; vindt het zorgwekkend dat het in de aanbestedingsprocedure uitsluitend om de prijs ging; benadrukt dat wanneer bij het inhuren van een consultant bekwaamheid en deskundigheid niet in aanmerking worden genomen als gunningscriteria, niet gegarandeerd is dat de best mogelijke prijs-kwaliteitsverhouding wordt verkregen; vindt het verheugend dat het Bureau heeft gereageerd met de beëindiging van de kaderovereenkomst en een nieuwe strategie voor het inhuren van de nodige diensten;

4.  leest in het verslag van de Rekenkamer dat de in de begroting 2014 voorziene bijdragen van de nationale regelgevende instanties van de landen van de EVA (Europese Vrijhandelsassociatie) met de status van waarnemer bij het Bureau zijn uitgebleven omdat er geen overeenkomsten zijn gesloten met de EVA-landen;

Vastleggingen en overdrachten

5.  stelt vast dat volgens het Bureau in totaal 615 957,25 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten naar 2016 is overgedragen; wijst erop dat 44 896,19 EUR (7,29 %) van de overgedragen kredieten is geannuleerd;

6.  merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd met het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten wijzen in de planning en tenuitvoerlegging van de begroting, en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren zijn gepland door het Bureau en zijn meegedeeld aan de Rekenkamer;

Personeelsbeleid

7.  stelt vast dat het Bureau eind 2016 27 personen in dienst had (inclusief tijdelijke functionarissen, arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen); merkt op dat het Bureau na de inkrimping in 2015, toen het één baan moest inleveren, nogmaals in het personeelsbestand moest snijden, omdat het verzocht is één post bij te dragen aan de herindelingspool voor de agentschappen;

8.  merkt met bezorgdheid op dat, volgens het op 21 december 2017 gepubliceerde verslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de personeelsinkrimping met 5 %, het Bureau te lijden had onder de meest verregaande personeelsvermindering, en wel met 12,5 %, ongeacht het feit dat bij Verordening (EU) 2015/2120 aanvullende taken zijn toegewezen aan het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie, zonder dat de middelen van het Bureau dienovereenkomstig zijn aangepast; benadrukt de noodzaak van voldoende personele middelen om het Bureau in staat te stellen zijn taken te vervullen en een soepele dagelijkse werking te blijven waarborgen;

9.  maakt uit de personeelsformatie op dat op 31 december 2016 14 van de in totaal 15 in het kader van de begroting van de Unie toegestane posten bezet waren, zoals in 2015;

10.  constateert dat op 30 mei 2017 de genderverhouding 42,31 % vrouwen tegen 57,69 % mannen bedroeg; wijst echter met bezorgdheid op het gebrek aan genderevenwicht in de raad van bestuur, die voor 28 % uit vrouwen en 72 % uit mannen bestaat;

11.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het personeel in 2016 gemiddeld 2,58 jaar bij het Bureau in dienst was en dat het personeelsverloop met 25 % hoog was; merkt op dat deze situatie van invloed is op de efficiëntie van het Bureau en een risico vormt voor de uitvoering van zijn werkprogramma’s; ziet als mogelijke reden voor het grote personeelsverloop de op de salarissen toegepaste correctiecoëfficiënt in het gastland (73 % per 1 juli 2016); merkt op dat het Bureau beseft dat het grote personeelsverloop een risicofactor is, die in het risicoregister als aanzienlijk risico vermeld staat, en dat de leiding voortdurend op zoek is naar risicoverlagende maatregelen; verzoekt het Bureau aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die worden genomen of gepland zijn om het risico terug te dringen en een behoorlijke regeling te vinden zodat personeel kan worden behouden;

12.  benadrukt dat het streven naar evenwicht tussen werk en privéleven deel moet uitmaken van het personeelsbeleid van het Bureau; benadrukt dat het budget voor welzijnsactiviteiten ongeveer 827,60 EUR bedraagt, wat overeenkomt met twee dagen; stelt vast dat het gemiddelde aantal ziektedagen voor personeelsleden van de eenheid Administratie en Financiën bij 2,82 ligt en bij 6,23 voor personeelsleden van de eenheid Programmabeheer; verzoekt het Bureau om uitleg over de redenen voor een dergelijk verschil;

13.  stelt het op prijs dat het Bureau nieuwe uitvoeringsbepalingen heeft goedgekeurd voor het beleid ter bescherming van de persoonlijke waardigheid en ter voorkoming van intimidatie; steunt de cursus die is georganiseerd om het personeel sterker bewust te maken van de problematiek en stelt voor dat er regelmatig cursussen en informatiebijeenkomsten over dit onderwerp worden gehouden;

14.  stelt met voldoening vast dat het Bureau in 2016 niet betrokken is geweest bij klachten, rechtszaken of meldingen in verband met het aanwerven of ontslaan van personeel;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

15.  neemt er kennis van dat er een ontwerp van intern klokkenluidersbeleid is opgesteld en toegezonden aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 45/2001(2); stelt met waardering vast dat het Bureau een interne opleiding heeft georganiseerd over ethische waarden, belangenconflicten, fraudepreventie en klokkenluiden;

16.  juicht het toe dat het Bureau in zijn geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag over 2016 een hoofdstuk heeft opgenomen over transparantie en verantwoordingsplicht;

Belangrijkste resultaten

17.  spreekt zijn voldoening uit over de door het Bureau vermelde drie belangrijkste resultaten van 2016 op het gebied van de ondersteuning van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec), namelijk:

   het heeft het Berec ondersteund bij de goedkeuring van de richtsnoeren inzake netneutraliteit, o.a. na de verwerking van het ongekend grote aantal bijdragen (bijna 500 000) dat tijdens de openbare raadpleging van 6 juni tot 18 juli 2016 is binnengekomen, en op het gebied van roaming, waardoor de eindgebruiker van elektronische communicatiediensten nog meer voordelen geniet;
   het heeft opdracht gegeven tot twee studies over netneutraliteit en fusies en overnames;
   het heeft zijn transparantiebeleid verder uitgebreid, o.a. met de uitvoering van een geactualiseerde communicatiestrategie en een communicatieplan van het Berec;

Interne controles

18.  stelt vast dat het Bureau ook in 2015 heeft gestreefd naar volledige naleving van de normen voor de interne controle (ICS) en dat de dienst Interne Controle (IAS) begin 2016 alle aanbevelingen inzake de uitvoering van de ICS heeft afgesloten; stelt het op prijs dat het Bureau in 2016 een onafhankelijke consultant opdracht heeft gegeven tot een ICS-evaluatie, die in november en december 2016 heeft plaatsgevonden; vindt het verheugend dat de onafhankelijke consultant tot de conclusie is gekomen dat de ICS over het algemeen goed worden toegepast;

Interne audit

19.  merkt op dat de IAS een volledige risicobeoordeling heeft uitgevoerd van de belangrijkste processen bij het Bureau, zowel op operationeel vlak - overeenkomstig de taakstelling van het Bureau - als in de administratie - ter ondersteuning van de operationele taken; neemt er kennis van dat de IAS, uitgaande van de resultaten van de risicobeoordeling en gezien het huidige risicoprofiel van het Bureau, het aantal audits voor de toekomst heeft verlaagd en in de periode van drie jaar een of twee betrouwbaarheidscontroles wil uitvoeren;

20.  stelt met tevredenheid vast dat het Bureau eind 2016 alle nodige stappen had ondernomen en antwoorden had verstrekt op alle openstaande aanbevelingen naar aanleiding van de audit in 2015, zodat de IAS-controleurs hebben aanbevolen de nog openstaande punten af te sluiten;

Overige opmerkingen

21.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Bureau samen met de Commissie zou moeten overwegen om minstens om de vijf jaar opdracht te geven tot een periodieke externe prestatie-evaluatie, zoals bij de meeste andere agentschappen gebeurt; stelt met tevredenheid vast dat het Bureau met het oog op toekomstige evaluaties bereid is tot samenwerking met de Commissie;

o
o   o

22.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 113 van 30.3.2016, blz. 159.
(2) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling