Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2147(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0068/2018

Ingediende teksten :

A8-0068/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.32

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0137

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 53k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)
P8_TA(2018)0137A8-0068/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2147(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van dinsdag 20 februari 2018 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8‑0057/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding(4), en met name artikel 12 bis,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0068/2018),

1.  verleent de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 42.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 42.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2147(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Centrum(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van dinsdag 20 februari 2018 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8‑0057/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding(4), en met name artikel 12 bis,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0068/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 42.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 42.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2147(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0068/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat volgens de staat van ontvangsten en uitgaven(1) de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding ("Centrum") voor het begrotingsjaar 2016 18 019 949 EUR bedroeg, hetgeen een afname van 1,83 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de begroting van het Centrum voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer (de "Rekenkamer") in haar verslag over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting voor 2015

1.  stelt met tevredenheid vast dat de opmerking van de Rekenkamer over het gebouw, reparatiewerkzaamheden, structurele versterking en diverse veiligheidskwesties nu als "voltooid" aangemerkt is;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,99 %, wat neerkomt op een stijging van 1,43 % ten opzichte van het voorgaande jaar; neemt er verder met instemming kennis van dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 94,55 % bedroeg, d.w.z. een significante stijging van 11,55 % ten opzichte van het voorgaande jaar;

Vastleggingen en overdrachten

3.  merkt op dat het Centrum gebruik kon maken van aanvullende besparingen als gevolg van het feit dat de aanpassingscoëfficiënt voor de salarissen naar beneden werd bijgesteld (van 79,9 % naar 79,3 %); stelt met voldoening vast dat het Centrum de hiermee gerealiseerde besparingen bij de personeelskosten naar operationele activiteiten heeft overgeheveld en met succes vóór het eind van het jaar heeft kunnen vastleggen;

4.  merkt op dat overdrachten vaak geheel of gedeeltelijk gerechtvaardigd kunnen worden door het meerjarige karakter van de operationele programma's van het Centrum, niet noodzakelijk op zwakke punten in de planning en uitvoering van de begroting wijzen en niet altijd haaks staan op het jaarperiodiciteitsbeginsel van de begroting, met name als ze vooraf door het Centrum zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn meegedeeld;

Overschrijvingen

5.  stelt vast dat het Centrum in 2016 overschrijvingen heeft gedaan van Titel I (personeelskosten) en Titel II (administratieve uitgaven) naar Titel III (beleidsuitgaven) ten belope van 309 187 EUR; stelt met tevredenheid vast dat het niveau en de aard van de overschrijvingen in 2016 binnen de grenzen van de financiële regels zijn gebleven;

Aanbestedingsprocedures

6.  stelt vast dat het Centrum in 2016 46 aanbestedingsprocedures heeft georganiseerd, waarvan 46 % open aanbestedingen, 48 % onderhandelingsprocedures en 6 % niet-openbare procedures;

Personeelsbeleid

7.  stelt vast dat de bezettingsgraad in de lijst van het aantal ambten op 31 december 2016 98 % was, te weten 92 vervulde posten van het totaal van 94;

8.  stelt met tevredenheid vast dat het Centrum zich op het gebied van aanwerving en werkgelegenheid voor gelijke kansen is blijven inzetten; stelt vast dat het genderevenwicht 60 % vrouwen en 40 % mannen was, hetgeen voor verbetering vatbaar is; is evenwel ingenomen met het feit dat vrouwen goed vertegenwoordigd zijn in alle rangen, ook - wat zeker niet altijd het geval is - op managementniveau;

9.  benadrukt dat het streven naar evenwicht tussen werk en privéleven deel moet uitmaken van het personeelsbeleid van het Centrum; stelt vast dat het budget voor welzijnsactiviteiten ongeveer 46 000 EUR bedraagt, wat overeenkomt met 0,5 dagen per personeelslid; verzoekt het Centrum de kwijtingsautoriteit een gedetailleerder overzicht van deze uitgaven voor te leggen; stelt vast dat het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid 7,9 dagen bedraagt;

10.  herinnert eraan dat het Centrum in november 2011 een besluit heeft genomen over psychisch geweld en seksuele intimidatie; roept het Centrum op steun te geven aan het organiseren van opleiding en voorlichting ter vergroting van het bewustzijn van het personeel;

11.  stelt met tevredenheid vast dat het Centrum in 2016 geen klachten, rechtszaken of meldingen heeft ontvangen in verband met het aanwerven of ontslaan van personeel;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

12.  stelt met tevredenheid vast dat het Centrum alle ontbrekende verklaring in verband met belangenconflicten van nieuw-benoemde leden van de raad van bestuur heeft ontvangen, en dat deze openbaar zijn gemaakt op de website van het Centrum;

13.  herinnert eraan dat het Centrum op 22 oktober 2014 een fraudebestrijdingsstrategie heeft goedgekeurd, samen met zijn beleid inzake preventie van en omgang met belangenconflicten; stelt met tevredenheid vast dat het Centrum geregelde trainingssessies heeft georganiseerd om het bewustzijn van het personeel met betrekking tot de uitvoering van de strategie en het beleid te vergroten;

14.  stelt vast dat het Centrum op 9 februari 2017 richtsnoeren inzake klokkenluiders heeft goedgekeurd, die stoelen op de richtsnoeren van de Commissie, en die voldoen aan de vereisten zoals bedoeld in artikel 22 quater van het personeelsstatuut; stelt vast dat er in 2016 in het Centrum geen enkel 'klokkenluiders'-geval is geweest;

15.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

16.  betreurt het feit dat het Centrum de notulen van de vergaderingen van zijn raad van bestuur niet openbaar maakt; roept het Centrum op zijn beleid dienaangaand te veranderen;

Belangrijkste verwezenlijkingen

17.  spreekt zijn voldoening uit over de door het Centrum genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

   openbaarmaking van de resultaten van zijn driejarig project over de rol die beroepsonderwijs en -opleiding kan spelen bij het aanpakken van vroegtijdig schoolverlaten;
   design van een 'toolkit' met praktisch advies, tips, goede praktijken en instrumenten uit beroepsonderwijs en -opleiding als input voor activiteiten en beleid gericht op jongeren bij wie het risico bestaat van vroegtijdig schoolverlaten, teneinde ze te helpen onderwijs c.q. een opleiding te blijven volgen en een diploma te halen, en teneinde vroegtijdige schoolverlaters te helpen in onderwijs en opleiding, en in de arbeidsmarkt te reïntegreren;
   publicatie van een geactualiseerde raming van vaardigheden en vraag, met de trends op de arbeidsmarkt tot 2025;

18.  betreurt het evenwel dat het Centrum geen gebruik heeft gemaakt van de impactindicatoren voor het meten van het succes van deze resultaten;

Interne audit

19.  stelt vast dat alle aanbevelingen die in het actieplan geformuleerd waren naar aanleiding van de audit van de dienst Interne Audit (DIA) met betrekking tot aanbestedingen, waaronder fraudepreventie en juridische advisering, bij het Centrum – uitgevoerd in 2015 – zijn opgevolgd en vóór eind 2016 voor controle zijn voorgelegd; stelt vast dat vier van de vijf aanbevelingen zijn afgehandeld en dat één door de DIA was aanbevolen om te worden afgehandeld; stelt verder vast dat de DIA in maart 2016 een risicobeoordeling bij het Centrum heeft doorgevoerd, teneinde het strategische auditplan voor 2017 tot 2019 voor te bereiden;

Prestaties

20.  stelt vast dat het Centrum nauw samenwerkt met de Europese Stichting voor opleiding en met de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, en dat deze samenwerking in samenwerkingsovereenkomsten geformaliseerd is;

21.  onderkent dat het Centrum actief heeft bijgedragen aan een aantal activiteiten van het netwerk voor de ontwikkeling van de prestaties van de agentschappen van de Unie, zoals de herziening van de routekaart van de Commissie, en ervaring heeft uitgewisseld met andere agentschappen van de Unie over het ontwikkelen van 'key performance indicators' voor directeuren van agentschappen van de Unie; merkt op dat het prestatiemeetsysteem van het Centrum een integrerend onderdeel is van zijn plannings- en rapporteringsprocessen;

22.  neemt kennis van de in april 2017 gestarte lopende externe beoordeling van het Centrum, zoals vereist op grond van het Financieel Reglement;

o
o   o

23.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 113 van 30.3.2016, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling