Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2163(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0098/2018

Ingediende teksten :

A8-0098/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.33

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0138

Aangenomen teksten
PDF 192kWORD 55k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)
P8_TA(2018)0138A8-0098/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (vóór 1 juli 2016: Europese Politieacademie) (Cepol) voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2163(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8‑0073/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2005/681/JBZ van de Raad van 20 september 2005 tot oprichting van de Europese Politieacademie (EPA) en tot intrekking van Besluit 2000/820/JBZ(4), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ(5)van de Raad, en met name artikel 20,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0098/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Academie voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 47.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 47.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 256 van 1.10.2005, blz. 63.
(5) PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (vóór 1 juli 2016: Europese Politieacademie) (Cepol) voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2163(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8‑0073/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2005/681/JBZ van de Raad van 20 september 2005 tot oprichting van de Europese Politieacademie (EPA) en tot intrekking van Besluit 2000/820/JBZ(4), en met name artikel 16,

–  gezien Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ(5)van de Raad, en met name artikel 20,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(6), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0098/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 47.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 47.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 256 van 1.10.2005, blz. 63.
(5) PB L 319 van 4.12.2015, blz. 1.
(6) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (vóór 1 juli 2016: Europese Politieacademie) (Cepol) voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2163(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0098/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzondere belang van de verdere versterking van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en de uitvoering van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Politieacademie ("de Academie") voor het begrotingsjaar 2016 volgens de financiële staten(1) 10 291 700 EUR bedroeg, een toename van 17,34 % ten opzichte van 2015 als gevolg van de subsidieovereenkomst met de Commissie over het partnerschap tussen de EU en het Midden-Oosten en Noord-Afrika voor opleidingen terrorismebestrijding; overwegende dat de begroting van de Academie volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Academie voor het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Academie betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 95,95 %, een stijging van 0,44 % ten opzichte van 2015; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 78,85 % bedroeg, een lichte daling van 0,15 % ten opzichte van 2015;

2.  merkt op dat na de ondertekening van de subsidieovereenkomst met de Commissie over het partnerschap tussen de EU en het Midden-Oosten en Noord-Afrika voor opleidingen terrorismebestrijding een begroting van 2 490 504 EUR is goedgekeurd, waarvan een tweede tranche van 1 243 891 EUR beschikbaar is gesteld voor vastleggingen en betalingen; stelt verder vast dat 89 % van de beschikbare kredieten is vastgelegd en 48 % van de beschikbare kredieten is betaald; verzoekt de Academie de kwijtingsautoriteit in haar jaarlijks activiteitenverslag 2017 verslag uit te brengen over de externe evaluatie van dat partnerschap;

3.  neemt er nota van dat de Academie aan het eind van het jaar 91 % van al haar financiële vastleggingen op tijd had betaald, waardoor de doelstelling van 85 % binnen de wettelijk vastgestelde termijn gedane betalingen werd overtroffen; stelt vast dat de leveranciers geen rente wegens te late betalingen in rekening hebben gebracht;

4.  merkt op dat een aantal personeelsleden een rechtsvordering tegen de Academie hebben ingeleid wegens de omstandigheden waarin de verhuizing heeft plaatsgevonden en de financiële gevolgen daarvan voor hun inkomen; neemt er nota van dat met een aantal personeelsleden een minnelijke schikking is getroffen en dat de betalingen daartoe in 2015 en 2016 zijn verricht; neemt er voorts nota van dat een aantal personeelsleden beroep hebben aangetekend tegen het arrest, dat in 2018 wordt verwacht; verzoekt de Academie de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de uitkomst van de beroepsprocedure;

Vastleggingen en overdrachten

5.  stelt vast dat in totaal 1 477 288 EUR naar 2017 is overgedragen, hetgeen overeenstemt met 17 % van de begroting voor 2016; maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat de overdrachten van vastgelegde kredieten voor titel II (uitgaven voor ondersteunende activiteiten) met 140 055 EUR, ofwel 30 %, hoog waren (in vergelijking met 212 456 EUR, ofwel 49 %, in 2015); stelt vast dat deze overdrachten voornamelijk IT-advisering en laat in het jaar bestelde IT-gerelateerde goederen en diensten betreffen;

6.  merkt op dat de overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd omdat de operationele programma's van agentschappen over meerdere jaren lopen, niet noodzakelijk op een tekortkoming in de begrotingsplanning en ‑tenuitvoerlegging wijzen en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name indien zij vooraf zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn gemeld;

7.  stelt vast dat eind december 2016 in totaal 93 % van de begroting 2015, met inbegrip van de overgedragen middelen van 2015-2016, was uitgevoerd;

Overschrijvingen

8.  merkt op dat de Academie negen begrotingsoverschrijvingen heeft verricht voor de normale operationele en administratieve begroting en twee overschrijvingen op gezag van de uitvoerend directeur, met gebruikmaking van de flexibiliteitsclausule van artikel 27, lid 1, onder a), van het financieel reglement van de Academie;

Personeelsbeleid

9.  maakt uit de personeelsformatie op dat op 31 december 2016 25 van de 28 in het kader van de begroting van de Unie toegestane posten bezet waren, tegen 26 in 2015;

10.  stelt met voldoening vast er met de in 2016 bezette posten een genderevenwicht is bereikt, namelijk 50 % vrouwen en 50 % mannen; merkt echter op dat de genderverhouding in de raad van bestuur 69 % tegen 31 % bedroeg;

11.  stelt vast dat het aantal personeelsleden dat ontslag heeft genomen, is gestegen als gevolg van de verhuizing van de Academie van het Verenigd Koninkrijk naar Hongarije en de aanzienlijk lagere correctiecoëfficiënt die op de nieuwe locatie op de salarissen van toepassing is; merkt op dat er een aantal maatregelen is genomen om dit te ondervangen; merkt echter op dat het door de lage inschaling, in combinatie met de lage correctiecoëfficiënt, voor buitenlanders (vooral uit West- en Noord-Europa) niet interessant om naar Hongarije te verhuizen, waardoor het geografische evenwicht van het personeelsbestand niet verzekerd is; merkt in dit verband op dat in 2016, 30 % van de personeelsleden van de Academie Hongeren waren, wat onevenredig veel is; maakt uit het verslag van de Rekenkamer met bezorgdheid op dat er een hoog personeelsverloop is, dat invloed kan hebben op de bedrijfscontinuïteit en het vermogen van de Academie om de in haar werkprogramma geplande activiteiten uit te voeren, en wijst erop dat dit probleem moet worden aangepakt; stelt voorts vast dat het geografische evenwicht van het personeelsbestand gevolgen heeft voor de personeelskosten en dat daarom is besloten om ongebruikte middelen over te hevelen van titel 1 naar titel 3, waardoor aanvullende operationele activiteiten kunnen worden uitgevoerd;

12.  stelt vast dat het ziekteverzuim per personeelslid van de Academie in 2016 gemiddeld 4,3 dagen bedroeg; stelt met enige bezorgdheid vast dat het personeel in 2016 niet één dag aan welzijnsactiviteiten heeft besteed en dat de enige welzijnsactiviteit na werktijd werd georganiseerd; merkt echter op dat de Academie in haar antwoorden aan de kwijtingsautoriteit laat weten dat zij 3 900 EUR aan welzijnsactiviteiten heeft uitgegeven; verzoekt de Academie nader toe te lichten hoe dit bedrag is besteed;

13.  stelt met voldoening vast dat de Academie een netwerk van vertrouwenspersonen heeft opgezet, opleiding voor hen heeft georganiseerd en het personeel ook opleiding over het voorkomen van pesten heeft aangeboden; stelt met tevredenheid vast dat er in 2016 geen gevallen van pesten zijn gemeld;

14.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

15.  stelt vast dat de Academie geen gebruik maakt van dienstvoertuigen;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

16.  stelt vast dat de belangenverklaringen van het hoger management en de leden van de raad van bestuur op de website van de Academie zijn gepubliceerd; verneemt van de Academie dat haar personeelsleden en andere personen die rechtstreeks met de Academie samenwerken, is gevraagd een belangenverklaring in te vullen;

17.  stelt vast dat de Academie wat externe bezoldigde deskundigen betreft, op haar website de contracten die zij aan deskundigen gunt, publiceert als onderdeel van de jaarlijkse lijst van contractanten; merkt echter op dat de verklaringen inzake belangenconflicten en vertrouwelijkheid van de bezoldigde deskundigen niet op de website worden gepubliceerd; neemt er nota van dat de Academie haar regelingen voor de publicatie van deze verklaringen zal herzien; verzoekt de Academie aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de genomen maatregelen;

18.  stelt vast dat de Academie geen notulen van managementvergaderingen publiceert; verzoekt de Academie deze notulen op haar website beschikbaar te stellen;

19.  merkt op dat de Academie in 2016 één verzoek om toegang tot documenten heeft ontvangen, naar aanleiding waarvan de Academie volledige toegang tot de gevraagde documenten heeft verleend;

Belangrijkste verwezenlijkingen

20.  spreekt zijn voldoening uit over de door de Academie genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

   zij heeft de ISO 9001-certificering gekregen voor twee kernactiviteiten: de activiteiten ter plaatse en het uitwisselingsprogramma van Cepol;
   zij heeft de nodige voorbereidingen afgerond voor de uitvoering van haar nieuwe mandaat, dat op 1 juli 2016 in werking is getreden;
   zij heeft het project "partnerschapsproject tussen de EU en het Midden-Oosten en Noord-Afrika voor opleidingen op het gebied van terrorismebestrijding" met succes uitgevoerd;

Fraudebestrijdingsstrategie

21.  stelt met voldoening vast dat er regels voor de melding van fraude en de bescherming van klokkenluiders in de fraudebestrijdingsstrategie van de Academie zijn opgenomen;

22.  neemt er nota van dat de raad van bestuur naar verwachting in november 2017 een herziene fraudebestrijdingsstrategie zal goedkeuren; verzoekt de Academie aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de herziening van deze strategie;

Interne audit

23.  neemt er nota van dat de dienst Interne Audit in november en december 2016 de Academie heeft gecontroleerd op "Beoordeling van opleidingsbehoeften, planning en budgettering", met bijzondere aandacht voor haar kernactiviteiten; merkt bovendien op dat de dienst Interne Audit in zijn ontwerpauditverslag van maart 2017 concludeert dat bij de audit geen kritieke of zeer belangrijke kwesties zijn vastgesteld, maar wel van oordeel is dat het gebruik van de opleidingsmatrix voor justitie en binnenlandse zaken nog voor verbetering vatbaar is om overlappingen te voorkomen met opleidingen die door andere agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken worden georganiseerd; is van mening dat deze kwestie zo snel mogelijk moet worden aangepakt;

Prestaties

24.  stelt vast dat de opleidingsportfolio van de Academie 174 opleidingsactiviteiten bevatte, waarvan 87 activiteiten ter plaatse en 87 webinars, 492 uitwisselingen in het kader van het Europees uitwisselingsprogramma voor politie, 27 onlinemodules en 1 onlinecursus; stelt met voldoening vast dat het bereik van de Academie voor het zesde jaar op rij is toegenomen, waardoor de Academie in 2016 aan 18 009 rechtshandhavers een opleiding heeft gegeven (in vergelijking met 12 992 in 2015, d.w.z. een stijging met ruim 38 %);

25.  stelt vast dat de Academie een alomvattend beoordelingssysteem heeft om de kwaliteit van haar opleidingsportfolio te garanderen; wijst er bovendien op dat bij de evaluatie van de cursussen niet alleen de doeltreffendheid van de opleiding wordt beoordeeld, maar ook de tevredenheid van de deelnemers wordt gemeten; merkt op dat de algemene tevredenheid opnieuw hoog was, aangezien 95 % van de deelnemers verklaarde zeer tevreden of tevreden te zijn over de activiteiten van de Academie;

26.  wijst erop dat de Academie effectief de verwachte producten en diensten heeft geleverd overeenkomstig haar werkprogramma voor 2016;

Overige opmerkingen

27.  merkt op dat de vijfjaarlijkse externe evaluatie van de Academie (2011-2015) in januari 2016 door de externe beoordelaar is afgerond; stelt met voldoening vast dat de externe beoordelaar de Academie als efficiënt heeft beoordeeld en dat zijn conclusie wordt gestaafd door bewijzen dat de Academie tijdens de evaluatieperiode een groter aantal activiteiten heeft uitgevoerd hoewel de middelen waarover zij voor die periode kon beschikken, relatief stabiel zijn gebleven; merkt wel op dat het vijfjaarlijkse evaluatieverslag over de Academie 17 aanbevelingen bevat; merkt op dat het actieplan is opgesteld om gevolg te geven aan deze aanbevelingen en 31 acties omvat die tussen medio 2016 en eind 2018 moeten worden uitgevoerd; maakt zich zorgen over het feit dat uit de vijfjaarlijkse evaluatie van de Academie duidelijk blijkt dat de Academie aanzienlijk meer financiële en personele middelen nodig heeft;

28.  stelt met tevredenheid vast dat de Academie in de gangen over verlichting met bewegingssensoren beschikt om enige energie te besparen; is het niet met de Academie eens dat zij toen de Hongaarse autoriteiten haar in 2016 kantoren ter beschikking stelde, geen inspraak heeft gekregen bij het beheer van het gebouw en niet direct de mogelijkheid had om kosteneffectieve of milieuvriendelijke maatregelen te nemen;

29.  merkt met bezorgdheid – aangezien er steeds minder tijd rest – op dat de Academie vooralsnog niet over voldoende informatie beschikt om zich grondig voor te bereiden op het uitvoeren van toekomstige activiteiten na de brexit; merkt op dat de brexit het voor de Academie moeilijker zal maken om een beroep te doen op de deskundigheid van het VK op het gebied van rechtshandhaving en om opleidingen met Britse ambtenaren te organiseren; wijst erop dat deze aspecten negatieve gevolgen kunnen hebben voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke werkwijzen, de uitwisseling van informatie en uiteindelijk de grensoverschrijdende samenwerking bij de bestrijding en preventie van criminaliteit; beveelt aan dat er maatregelen worden genomen om – ten minste – de huidige mate van samenwerking te handhaven; verzoekt de Commissie en de Academie de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van het beheer van risico's die verband houden met de brexit;

30.  merkt op dat 2016 het eerste volledige uitvoeringsjaar was van het partnerschapsproject tussen de EU en het Midden-Oosten en Noord-Afrika voor opleidingen op het gebied van terrorismebestrijding; is verheugd dat dit project wordt erkend als een vlaggenschipproject in de samenwerking van de Unie met landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika op het gebied van terrorismebestrijding;

31.  vraagt de Academie onverwijld uitvoering te geven aan haar streven om haar onlinezichtbaarheid te vergroten en haar website verder te verbeteren zodat deze nog relevanter wordt voor de belanghebbenden en nog beter ondersteuning biedt aan de werkzaamheden van de Academie; beveelt de Academie aan beter verslag uit te brengen over de impact van haar activiteiten op de veiligheid van de Unie; erkent dat de Academie zich daartoe inspant;

o
o   o

32.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 113 van 30.3.2016, blz. 107.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling