Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2159(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0091/2018

Ingediende teksten :

A8-0091/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.41

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0146

Aangenomen teksten
PDF 201kWORD 58k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)
P8_TA(2018)0146A8-0091/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2159(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0069/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(4), en met name artikel 44,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0091/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 115.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 115.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2159(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Autoriteit(1),

–  gezien de verklaring(2) van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Autoriteit te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0069/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(4), en met name artikel 44,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0091/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 115.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 115.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2159(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0091/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat volgens de staat van ontvangsten en uitgaven(1) de begroting van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid ("de Autoriteit") voor het begrotingsjaar 2016 in totaal 79 492 944 EUR bedroeg, hetgeen een afname van 1,10 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de begroting van de Autoriteit volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid voor het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Autoriteit betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, hetgeen neerkomt op een stijging van 0,19 % ten opzichte van het jaar 2015; merkt daarnaast op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,66 % bedroeg, een daling van 0,45 % ten opzichte van 2015;

Vastleggingen en overdrachten

2.  stelt vast dat de overdrachten van 2016 naar 2017 8 200 000 EUR bedroegen en vooral betrekking hadden op infrastructuur en operaties;

3.  merkt op dat de overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel gerechtvaardigd kunnen zijn omdat de operationele programma's van het agentschap over meerdere jaren lopen, en dus niet noodzakelijk op een tekortkoming in de begrotingsplanning en -tenuitvoerlegging wijzen of haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name indien zij vooraf zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn gemeld;

Personeelsbeleid

4.  stelt vast dat het aantal posten in het organigram van de Autoriteit met 2 % (d.w.z. 7 posten) is teruggebracht, ten gevolge waarvan de Autoriteit haar inspanningen gericht op het tot stand brengen van doeltreffender en doelmatiger procedures kon opvoeren; stelt vast dat op 31 december 2016 450 van de 470 beschikbare posten bezet waren en dat het hierbij ging om ambtenaren, tijdelijk functionarissen, arbeidscontractanten en gedetacheerd nationaal deskundigen;

5.  maakt uit het organigram op dat op 31 december 2016 320 van de 330 in het kader van de begroting van de Unie toegestane posten voor ambtenaren en tijdelijk functionarissen bezet waren, tegen 327 in 2015;

6.  merkt op dat in 2016 74 % van het personeel was toegewezen aan de operationele activiteiten, en dat dit cijfer, hoewel het iets beneden het streefcijfer voor dat jaar lag (75 %), een verbetering inhoudt ten opzichte van 2015;

7.  stelt met bezorgdheid vast dat, uitgaande van het totale aantal op 31 december 2017 bezette posten, de genderverhouding 60 % vrouwen tegen 40 % mannen bedroeg; stelt eveneens met bezorgdheid vast dat de genderverhouding in het hoger kader (hoger en middel management) in de andere richting overhelt, en zelfs in nog grotere mate – 68 % mannen tegen 32 % vrouwen; spoort de Autoriteit aan naar een beter genderevenwicht onder het personeel te streven, met name in het hoger kader;

8.  stelt met voldoening vast dat de Autoriteit activiteiten heeft ontplooid die tot doel hebben de arbeidsprocessen te optimaliseren zodat er minder middelen worden gebruikt; erkent evenwel dat het geraamde personeelstekort de komende drie jaar wellicht tot 20 voltijdsequivalenten per jaar zal toenemen, als gevolg van enerzijds een verdere inkrimping van de personeelsformatie (-2 % in 2017 en -1 % in 2018), en anderzijds de verwachte toename van de werkdruk door nieuwe taken op bepaalde kerngebieden zoals nieuwe voedingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen en categorisatie van en toezicht op plantenplagen;

9.  stelt vast dat het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid van de Autoriteit in 2016 gemiddeld 7,4 dagen bedroeg; acht het een goede zaak dat de Autoriteit een personeelsexcursie, voorlichtingsdagen over veiligheids- en gezondheidskwesties alsmede welzijnsactiviteiten heeft georganiseerd; spoort de Autoriteit aan het personeel aan te zetten tot nog grotere deelname;

10.  neemt met voldoening kennis van het feit dat de Autoriteit in juni 2016 een beleid heeft vastgesteld ter bescherming van de waardigheid van personen en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en heeft voorzien in verplichte scholing voor het personeel en in een jaarlijkse infosessie met het personeel waar vragen kunnen worden gesteld en waar concrete case-studies en scenario's worden behandeld;

11.  stelt met voldoening vast dat er in 2016 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld, onderzocht of aan de rechter voorgelegd;

12.  stelt vast dat de Autoriteit geen dienstvoertuigen heeft;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

13.  merkt op dat de raad van bestuur van de Autoriteit op 21 juni 2017 een nieuw beleid inzake onafhankelijkheid heeft vastgesteld om de onafhankelijkheid van alle personen die beroepshalve bij haar wetenschappelijke activiteiten zijn betrokken, te waarborgen; stelt vast dat het nieuwe beleid een nieuwe definitie bevat van wat een belangenconflict is, alsmede een uitgebreide reeks "afkoelings"-regels, met inbegrip van een verbod op adviescontracten, en de verplichting voor deskundigen om op te geven welk percentage van hun jaarlijkse inkomsten zij hebben ontvangen van een organisatie, orgaan of bedrijf waarvan de activiteiten zich op het werkterrein van de Autoriteit bevinden; stelt verder vast dat de Autoriteit onvoorwaardelijke beperkingen heeft vastgesteld voor financiële investeringen in bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de werkzaamheden van de Autoriteit; stelt vast dat dergelijke belangen als onverenigbaar beschouwd worden met elke vorm van betrokkenheid als lid van het wetenschappelijk comité van de Autoriteit, wetenschappelijke panels, werkgroepen of peer review-vergaderingen; stelt vast dat door de lidstaten gestuurde deskundigen nu het formulier voor belangenverklaring zullen moeten invullen;

14.  stelt met bezorgdheid vast dat het nieuwe onafhankelijkheidsbeleid van de Autoriteit te beperkt is in reikwijdte, aangezien daarin uitsluitend rekening wordt gehouden met belangen met betrekking tot aangelegenheden die onder het mandaat van de relevante wetenschappelijke groep van de EFSA vallen, en niet met "alle wezenlijke belangen met betrekking tot ondernemingen waarvan de producten door de Autoriteit worden beoordeeld, alsook tot de organisaties die door deze ondernemingen worden gefinancierd", zoals het Parlement had gevraagd, en dat de belangrijkste beperking van het vroegere onafhankelijkheidsbeleid van de Autoriteit met dit nieuwe beleid dus in stand wordt gehouden;

15.  stelt met bezorgdheid vast dat de Autoriteit de herhaalde oproepen van het Parlement om onderzoeksfinanciering op te nemen in de lijst van belangen waarvoor een afkoelingsperiode van twee jaar moet gelden, heeft genegeerd, terwijl onderzoeksfinanciering toch de belangrijkste bron van financiële belangenconflicten bij externe deskundigen van de Autoriteit is;

16.  stelt met bezorgdheid vast dat de Autoriteit geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de Europese Ombudsman van januari 2015 waarin wordt opgemerkt dat de Autoriteit in haar regels inzake belangenconflicten en haar formulieren voor belangenverklaringen niet voldoende rekening heeft gehouden met de veranderende aard van universiteiten, en waarin de Autoriteit wordt verzocht haar regels inzake belangenconflicten en de daaraan verbonden instructies en formulieren voor belangenverklaringen te herzien om te waarborgen dat deskundigen die op universitair niveau actief zijn, de bijzonderheden bekendmaken van de financiële banden tussen de universiteit die hen tewerkstelt en de partners uit het bedrijfsleven van die universiteit;

17.  benadrukt dat de uitvoeringsbepalingen van het onafhankelijkheidsbeleid van de Autoriteit, die eind 2017 werden vastgesteld, geen oplossing boden voor bovenvermelde problemen, en dat de Autoriteit bij de herziening van haar onafhankelijkheidsbeleid geen gebruik heeft gemaakt van deze gelegenheid om beter te voorkomen dat zich in de toekomst schandalen in verband met belangenconflicten voordoen;

18.  verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van haar nieuwe onafhankelijkheidsbeleid;

19.  stelt met voldoening vast dat de functie ter waarborging van een gecentraliseerde behandeling van het beheer van belangenconflicten binnen de afdeling wet- en regelgeving van de Autoriteit in 2016 volledig operationeel is geworden; stelt voorts vast dat de goedkeuring van nieuwe uitvoeringsregels inzake het beheer van belangenconflicten voor eind 2017 was gepland; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de toepassing van deze regels;

20.  stelt vast dat er aan twee van de 17 vaste personeelsleden die de Autoriteit in 2016 verlieten restricties werden opgelegd om te voorkomen dat deze personen contactpunten tussen de Autoriteit en hun nieuwe werkgever zouden worden, lobbyactiviteiten zouden ontplooien of activiteiten zouden uitoefenen die verband houden met lopende dossiers van de Autoriteit; onderkent dat interne procedures niet volstaan om de onafhankelijkheid van de Autoriteit ten aanzien van de bedrijfswereld te waarborgen; stelt vast dat vertrekkende personeelsleden verplicht zijn om de Autoriteit op de hoogte te stellen van hun toekomstige dienstverband en van alle mogelijke belangenconflicten;

21.  stelt vast dat de Autoriteit haar in 2014 aangenomen regels inzake belangenverklaringen blijft toepassen en net zoals de vorige jaren 7 000 à 8 000 belangenverklaringen heeft verwerkt; stelt met voldoening vast dat de Autoriteit de resultaten van haar nalevings- en echtheidscontroles bekendmaakt als onderdeel van haar jaarlijkse activiteitenverslag;

22.  stelt vast dat de Autoriteit in januari 2016 de operationele standaardprocedures heeft ingevoerd voor de behandeling van klachten van klokkenluiders en beveelt aan consistente scholing over de rechten van klokkenluiders en de desbetreffende regels van de Autoriteit te verstrekken; roept de Autoriteit op zich ertoe te verbinden de identiteit van klokkenluiders strikt te beschermen en intimidatie van klokkenluiders te bestrijden; vraagt de Autoriteit details te verschaffen over eventuele klokkenluiderszaken in 2016 en hoe daarmee is omgegaan;

23.  stelt vast dat er modelregels voor de agentschappen inzake richtsnoeren voor klokkenluiders in voorbereiding zijn, en dat de Autoriteit deze regels officieel zal aannemen zodra de Commissie hiermee formeel heeft ingestemd voor alle agentschappen; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de goedkeuring en uitvoering van deze richtsnoeren;

24.  stelt vast dat de Autoriteit in 2016 99 nieuwe verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen en 118 verzoeken heeft behandeld, en dat de Autoriteit in 23 van deze gevallen volledige toegang heeft verleend, terwijl zij in 76 gevallen heeft besloten slechts gedeeltelijke toegang tot de documenten te verlenen en in 19 gevallen geen toegang heeft verleend; roept de Autoriteit op dergelijke verzoeken in een geest van openheid en transparantie in behandeling te nemen;

25.  stelt vast dat de 118 verzoeken die in 2016 werden behandeld, in 26 gevallen toegang tot documenten werd geweigerd of slechts gedeeltelijk toegestaan in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, in 40 gevallen in verband met de bescherming van commerciële belangen, in 18 gevallen in verband met het feit dat er nog geen beslissing was getroffen en in 1 geval in verband met de bescherming van de gerechtelijke procedure en het juridisch advies; verwacht dat de Autoriteit bij het beslissen over beperking van de toegang tot documenten in verband met de bescherming van commerciële belangen ook terdege rekening houdt met het belang dat de consument heeft bij de handhaving van de strenge normen inzake voedselveiligheid en gezondheid, met inachtneming van alle relevante regels en voorschriften;

26.  merkt op dat een groep leden van het Europees Parlement een klacht heeft ingediend tegen de Autoriteit wegens beperking van de toegang tot documenten in de glyfosaat-kwestie; verwacht dat de Autoriteit de uitspraak van het Hof volledig toepast zodra deze bekend is; is verheugd dat naar aanleiding van de bezorgdheid over het risico dat aan de onkruidverdelger glyfosaat is verbonden, onlangs de speciale commissie Toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden van het Parlement is opgericht(2);

27.  is van mening dat de Autoriteit bijzondere aandacht moet blijven besteden aan de publieke opinie en zich moet blijven inzetten voor openheid en transparantie; is in dit verband ingenomen met het feit dat het wetenschappelijk datawarehouse van de Autoriteit in 2016 toegang heeft verleend tot meer bewijsmateriaal dat ten grondslag ligt aan haar wetenschappelijke beoordelingen: zo werden bijvoorbeeld meerdere datacollecties gepubliceerd over bestrijdingsmiddelen, verontreinigende stoffen, chemische risico's, de samenstelling van voedsel, moleculaire typering en plantaardige stoffen; stelt vast dat het magazine van de Autoriteit werd omgevormd tot een internationale wetenschappelijke uitgave om de kwaliteit en het bereik van de publicaties te vergroten; stelt vast dat de auteursrechtelijke richtsnoeren voor wetenschappelijke resultaten van de Autoriteit werden herzien om de transparantie en de openheid te vergroten; en dat de Autoriteit "Knowledge Junction" heeft gelanceerd, een open databank voor de uitwisseling van bewijsmateriaal en ondersteunend materiaal bij de beoordeling van veiligheidsrisico's voor levensmiddelen en diervoeders; spoort de Autoriteit aan op deze weg verder te gaan;

Belangrijkste resultaten

28.  spreekt zijn voldoening uit over de door de Autoriteit genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

   de tenuitvoerlegging van de Strategie 2020, waaronder een meerjarig uitvoeringsplan, met bijzondere aandacht voor essentiële resultaten en geschraagd door een uitvoerig prestatiekader, tezamen met de gedetailleerde plannings- en programmadocumenten;
   de tenuitvoerlegging van de maatregelen inzake transparantie en engagement waaronder het project "transparantie en betrokkenheid bij risicobeoordeling" (TERA), het op gang brengen van een nieuw engagement ten aanzien van belanghebbenden alsmede de publicatie van het EFSA-magazine, dat zorgt voor doeltreffende verspreiding van wetenschappelijke bevindingen en toegang biedt tot de risicobeoordelingen die de Autoriteit heeft opgesteld;
   het lanceren van open data- en informatie-instrumenten die beschikbaar zijn voor de bredere gemeenschap op het gebied van risicobeoordeling;

Interne controles

29.  stelt vast dat de dienst Interne audit van de Autoriteit (IAC) betrouwbaarheidscontroles en andere bijzondere taken heeft uitgevoerd als bedoeld in het jaarlijks auditplan dat is goedgekeurd door het auditcomité van de Autoriteit; stelt vast dat de controles betrekking hadden op de corporate governance-audit naar de rol van deskundigen in het wetenschappelijke-besluitvormingsproces, de validering van in het kader van het ABAC-systeem verleende toegangsrechten voor gebruikers, alsmede twee verslagen over de follow-up van nog niet opgevolgde aanbevelingen van de IAC, de dienst Interne audit van de Commissie (DIA) en de Rekenkamer;

30.  stelt vast dat het huidige interne-controlesysteem van de Autoriteit volgens de IAC redelijke zekerheid verschaft wat betreft het bereiken van de zakelijke doelstellingen van de processen waarop de controle betrekking heeft; stelt vast dat er één "zeer belangrijke" aanbeveling is afgegeven ten aanzien van de bekendmaking en transparantie van de wetenschappelijke-besluitvormingsprocessen; roept de Autoriteit op te waarborgen dat gevolg wordt gegeven aan deze aanbeveling en dat de kwijtingsautoriteit daarvan in kennis wordt gesteld;

31.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de Autoriteit nog niet beschikt over een duidelijke en omvattende strategie voor financiële controle achteraf die alle operationele gebieden bestrijkt en waarin de frequentie en omvang van deze controles worden gespecificeerd; stelt vast dat de Autoriteit bezig is een verbeterd controlebeheer te ontwikkelen en haar interne-controlekader verder te verfijnen; verzoekt de Autoriteit om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de maatregelen die genomen worden om de tekortkomingen van het interne-controlesysteem te verhelpen;

Interne audit

32.  verneemt uit het verslag van de Rekenkamer dat de DIA in zijn auditverslag van november 2016 concludeerde dat de bestaande controles voor IT-projectbeheer toereikend zijn, maar op aanzienlijke tekortkomingen op het gebied van IT-governance wees; stelt vast dat de DIA aanbeval om het beleid inzake IT-governance van de Autoriteit te actualiseren, een organisatiebreed IT-risicobeheerskader en -risicoregister in te voeren en de informatiebeveiligingsfunctie los te koppelen van de IT-eenheid; stelt met voldoening vast dat de Autoriteit en de DIA een plan zijn overeengekomen om corrigerende maatregelen te treffen; verneemt uit het antwoord van de Autoriteit dat de meeste acties inzake IT-governance zijn doorgevoerd en dat de resterende acties volgens de planning eind 2017 zullen plaatsvinden; verzoekt de Autoriteit aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de uitvoering van het actieplan;

Prestaties

33.  stelt vast dat de Autoriteit met een aantal partnerorganisaties op het niveau van de Unie, waaronder het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA), het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), nieuwe wetenschappelijke activiteiten en samenwerkingsverbanden heeft opgezet en bestaande activiteiten en samenwerkingsverbanden nieuw leven heeft ingeblazen; stelt vast dat de Autoriteit daarnaast samenwerkt en uitwisselingen realiseert met een aantal internationale partneragentschappen; stelt met tevredenheid vast dat deze samenwerking ten doel heeft methodes en procedures ter verbetering van de voedselveiligheid uit te wisselen, waaronder methodes voor een betere risicobeoordeling, snelle opsporing van nieuwe risico's en uitwisseling van gegevens over onderwerpen van gemeenschappelijk belang;

34.  merkt op dat de Autoriteit een prestatiekader heeft ontwikkeld dat: 1) de strategische doelstellingen linkt aan de portefeuille voor projecten en procedures alsmede aan de middelen; en 2) een reeks kernprestatie-indicatoren omvat waarmee de vooruitgang en de prestaties worden gemeten aan input, output, resultaten en gevolgen;

35.  stelt vast dat de Autoriteit een reeks initiatieven heeft ontplooid om de reistijd voor deskundigen te beperken, waaronder meer gebruik van IT-tools, teneinde de efficiëntie te verbeteren;

Overige opmerkingen

36.  stelt met voldoening vast dat de Autoriteit een milieubeheersysteem heeft ingevoerd waarmee haar procedures ter verbetering van de efficiëntie van middelen en ter vermindering van afval en kosten in kaart worden gebracht en dat zij de ISO 14001:2004-certificering heeft verkregen; stelt vast dat de Autoriteit in februari 2017 ook de registratie voor het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) heeft verkregen;

37.  stelt met voldoening vast dat de Autoriteit is toegetreden tot de interinstitutionele groep voor milieubeheer (GIME) met het doel een gemeenschappelijk plan uit te werken inzake maatregelen om CO2-emissies doeltreffend te verlagen en gemeenschappelijke gegevens te verzamelen die het mogelijk maken de CO2-emissies van de verschillende organen van de Unie te vergelijken;

38.  stelt vast dat er een nauwe samenwerking met DG SANTE van de Commissie op gang is gebracht met het oog op de voorbereidende werkzaamheden in verband met het besluit van het Verenigd Koninkrijk om uit de Unie te treden; merkt evenwel op dat er grote onzekerheid heerst wat betreft de toekomstige beschikbaarheid van middelen, hetgeen een grondige voorbereiding door de Autoriteit van haar programmering na 2020 bemoeilijkt; roept de Autoriteit op zich voor deze kwestie proactief te blijven inzetten en te anticiperen op eventuele te verwachten problemen en deze te voorzien, en niet af te wachten en pas dan te reageren;

39.  stelt vast dat de Autoriteit zich terdege bewust is van de financiële gevolgen van het besluit van het Verenigd Koninkrijk om uit de Unie te treden, zoals een beperkter budget, contractuele problemen met lopende en nieuwe contracten en daaraan verbonden betalingen, werkloosheidsuitkeringen, alsmede van de operationele risico's zoals de beschikbaarheid van Britse onderdanen als personeelsleden of deskundigen, toegang tot Britse instellingen voor diensten en informatie/gegevens, wijzigingen in de omvang van het werk en toegangsrechten voor documenten;

40.  stelt met bezorgdheid vast dat de regelgevende agentschappen van de Unie die belast zijn met de risicobeoordeling van gereguleerde producten, met name het ECHA, niet beschikken over voldoende middelen om deze taken doeltreffend te vervullen; is daarom van mening dat aan de Autoriteit en het ECHA voldoende middelen moeten worden toegewezen zodat zij hun specifieke taken kunnen verrichten;

41.  is ingenomen met de bijdrage die de Autoriteit levert aan de veiligheid van de voedsel- en voederketen van de Unie, alsook met haar aanzienlijke inspanningen om risicomanagers in de Unie te voorzien van uitgebreid, onafhankelijk en geactualiseerd wetenschappelijk advies over vragen die verband houden met de voedselketen, om het publiek duidelijk voor te lichten over haar werkzaamheden en de informatie waarop deze gebaseerd zijn, en om samen te werken met belanghebbende partijen en institutionele partners bij de bevordering van coherentie en het vertrouwen in het voedselveiligheidssysteem van de Unie;

42.  wijst erop dat de Autoriteit 481 wetenschappelijke resultaten, technische verslagen en andere publicaties heeft opgesteld en 382 wetenschappelijke vragen heeft afgesloten; merkt op dat het aantal resultaten en vragen die binnen de termijn werden voorgelegd onder het streefcijfer voor 2016 lag, en dat de tijdige verstrekking van wetenschappelijk advies nog moet worden verbeterd;

43.  merkt op dat de Autoriteit in 2016 de "EFSA-strategie 2020: vertrouwen op de wetenschap voor veilig voedsel" heeft vastgesteld, die gebaseerd is op vijf strategische doelstellingen: prioriteit verlenen aan de betrokkenheid van het publiek en belanghebbenden bij het proces van wetenschappelijke beoordeling, het bewijsmateriaalbestand van de Autoriteit uitbreiden en de toegang tot haar gegevens optimaliseren, het wetenschappelijk beoordelingsvermogen en de kennisgemeenschap van de Unie opbouwen, zich voorbereiden op toekomstige uitdagingen inzake risicobeoordeling en een klimaat en cultuur tot stand brengen die aansluiten bij de waarden van de Autoriteit;

44.  verzoekt de Commissie een beleidsdebat met de belanghebbenden te lanceren om de wetgeving van de Unie inzake risicobeoordeling voor levensmiddelen en chemische en aanverwante producten en de doeltreffendheid van deze wetgeving te beoordelen;

45.  benadrukt dat de Autoriteit in 2016 haar overlegplatform met belanghebbenden heeft ontbonden en dit heeft vervangen door een nieuw engagement ten aanzien van belanghebbenden, en dat tegen eind 2016 meer dan 80 organisaties belangstelling hadden getoond om toe te treden tot dit nieuwe kader;

o
o   o

46.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 443 van 29.11.2016, blz. 15.
(2) Zie Besluit van het Europees Parlement van 6 februari 2018 over de instelling, bevoegdheden, aantal leden en ambtstermijn van de speciale commissie Toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0022).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling