Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2161(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0114/2018

Ingediende teksten :

A8-0114/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.48
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0153

Aangenomen teksten
PDF 184kWORD 54k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa)
P8_TA(2018)0153A8-0114/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2161(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0071/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004(4), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0114/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 160.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 160.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2161(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van het Agentschap(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0071/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EU) nr. 526/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 inzake het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 460/2004(4), en met name artikel 21,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0114/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 160.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 160.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 165 van 18.6.2013, blz. 41.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2161(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0114/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging (het "Agentschap") voor het begrotingsjaar 2016 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 11 033 974,16 EUR bedroeg, hetgeen een verhoging van 9,64 % ten opzichte van 2015 betekent;

C.  overwegende dat de bijdrage van de Unie aan de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2016 in totaal 10 120 000 EUR bedroeg, hetgeen een verhoging van 10,53 % ten opzichte van 2015 betekent;

D.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap betreffende het begrotingsjaar 2016 (hierna: "het verslag van de Rekenkamer") heeft verklaard redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting van 2013, 2014 en 2015

1.  stelt met bezorgdheid vast dat:

   het Agentschap geen hoofdstuk over transparantie, verantwoordingsplicht en integriteit in het jaarverslag van 2016 heeft opgenomen en verzoekt het Agentschap zo'n hoofdstuk in het jaarlijks activiteitenverslag van 2017 op te nemen;
   betalingen van de Griekse regering nog steeds met aanzienlijke vertragingen worden uitgevoerd, waardoor de betalingen aan verhuurders in Athene en Heraklion eveneens vertraging oplopen en hoewel erkend wordt dat het Agentschap grote inspanningen levert wat betreft het samenwerken met de Griekse regering om de situatie te veranderen, verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de ontwikkeling van de situatie;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een hoog uitvoeringspercentage van de begroting van 98,47 %, oftewel een daling van 1,53 % ten opzichte van 2015, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 89,18 % bedroeg, oftewel een daling van 3,71 % ten opzichte van 2015;

Vastleggingen en overdrachten

3.  leidt uit het verslag van de Rekenkamer af dat de overdrachten van vastgelegde kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) 300 000 EUR (25 %) bedroegen vergeleken met 150 000 EUR (22 %) in 2015, dat wil zeggen 150 000 EUR meer; merkt op dat die overdrachten in hoofdzaak betrekking hadden op investeringen in IT en een bedrijfswagen tegen het jaareinde, uitsluitend voor officiële doeleinden;

4.  merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd met het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten wijzen in de planning en tenuitvoerlegging van de begroting, en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, vooral niet als ze van tevoren zijn gepland door het Agentschap en zijn meegedeeld aan de Rekenkamer;

Personeelsbeleid

5.  maakt uit de personeelsformatie op dat 43 ambten (van de uit hoofde van de Uniebegroting toegestane 48 ambten) op 31 december 2016 waren vervuld ten opzichte van 45 in 2015;

6.  merkt op dat op 31 december 2016, de genderverhouding neerkwam op 42,1 % vrouwen en 57,9 % mannen; merkt op dat de drie leidinggevende functies door mannen werden vervuld; stelt echter vast dat er eind 2017 veranderingen hebben plaatsgevonden in het genderevenwicht bij het hoger management en twee van de drie ambten van eenheidshoofd door vrouwen werden bezet;

7.  leidt uit het verslag van de Rekenkamer af dat het Agentschap in 2016 nog eens acht personeelsleden naar Athene heeft overgeplaatst, waardoor het aantal personeelsleden in Heraklion werd teruggebracht tot 14; maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat de totale personeelsbezetting in Heraklion aan het einde van 2017 naar verwachting uit acht medewerkers bestaat; benadrukt dat volgens het verslag van de Rekenkamer van 2013 de kosten waarschijnlijk verder zouden kunnen worden teruggedrongen als alle personeelsleden zich op één locatie bevonden; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de mogelijke maatregelen om de situatie te verbeteren;

8.  merkt op dat het Agentschap problemen ondervindt om voldoende gekwalificeerd personeel aan te werven, aan te trekken en te behouden, met name vanwege het type banen dat wordt aangeboden (arbeidscontractanten) en de lage coëfficiënt die van toepassing is op het salaris van de werknemers van het Agentschap in Griekenland; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over eventuele maatregelen die zijn genomen om die problemen te verhelpen;

9.  merkt op dat het personeel van het Agentschap in 2016 gemiddeld zes werkdagen met ziekteverlof was; stelt vast dat in 2016 het aantal aan welzijnsactiviteiten bestede dagen per personeelslid twee bedroeg;

10.  merkt met tevredenheid op dat het Agentschap een netwerk van vertrouwenspersonen voor de preventie van en bemiddeling bij arbeidsconflicten heeft opgezet; merkt op dat het Agentschap heeft gezorgd voor interne opleiding en bewustmakingsacties;

11.  merkt op dat het Agentschap een beleid heeft ingevoerd ter bescherming van de waardigheid van het individu en ter voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie alsook regelmatig trainingen over de preventie van intimidatie verzorgt;

12.  merkt op dat het Agentschap officiële voertuigen gebruikt, maar deze niet voor privégebruik toestaat;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie en democratie

13.  merkt bezorgd op alleen de cv's van de voorzitter van de raad van bestuur en de uitvoerend directeur op de webpagina van het Agentschap zijn geplaatst; merkt tevreden op dat de belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur en de permanente groep van belanghebbenden zijn gepubliceerd;

14.  merkt op dat tussen de gedecentraliseerde organen van de Unie besprekingen gaande zijn over een klokkenluidersbeleid en dat in 2018 een gemeenschappelijk beleid en richtsnoeren worden vastgesteld; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van dat beleid;

15.  wijst erop dat het Agentschap nog geen melding heeft gemaakt van een specifiek initiatief ter verbetering van de transparantie in zijn contacten met lobbyisten en belanghebbenden; verzoekt het Agentschap onverwijld een proactief beleid voor transparantie op lobbygebied op te zetten en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over maatregelen die zijn genomen om deze kwestie aan te pakken; verneemt uit het antwoord van het Agentschap dat het bezig is een beleid te ontwikkelen om deze kwestie het hoofd te bieden;

16.  merkt op dat het Agentschap de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur openbaar maakt zodra ze zijn goedgekeurd;

17.  merkt op dat het Agentschap in 2016 geen verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen;

Belangrijkste verwezenlijkingen

18.  is verheugd over de drie door het Agentschap in 2016 vastgestelde belangrijkste verwezenlijkingen, namelijk:

   de succesvolle uitvoering van de pan-Europese oefening;
   zijn bijdrage aan de samenwerkingsgroep en het proactieve secretariaat van de richtlijn inzake netwerk- en informatiebeveiliging;
   het gebruik van de instrumenten voor bewustmaking van het publiek omtrent cyberbeveiliging, zoals de Europese maand van de cyberbeveiliging en de Cybersecurity Challenge;

Interne audit

19.  merkt op dat het Agentschap in 2016 geen openstaande aanbeveling had van de dienst Interne Audit (DIA) van de Commissie; merkt op dat de DIA in september 2016 een risicobeoordeling van het Agentschap heeft uitgevoerd waarin de volgende drie elementen voor audit naar voren komen: de betrokkenheid van belanghebbenden bij de resultaten, personele middelen en IT; merkt op dat het Agentschap onmiddellijk actie zal ondernemen ten aanzien van de opzet van een kwaliteitsbewakingssysteem alsook de uitvoering van zijn risicobeheerbeleid; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van die acties;

Interne controle

20.  maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat de uitgebreide controle achteraf van boekjaar 2015, overeenkomstig interne controlenorm nr. 8 "Processen en Procedures", tot een aantal aanbevelingen heeft geleid, die alle gedurende 2016 zijn behandeld; stelt vast dat 267 financiële verrichtingen, die 76,43 % van de begroting van het Agentschap van 2015 uitmaakten, zijn gecontroleerd, met één aanbeveling over de vertraging van betalingen als resultaat; neemt er kennis van dat de vertraging niet tot verschuldigde rente heeft geleid; merkt tevreden op dat het Agentschap zich sterk heeft gericht op de controle van resultaten voordat verrichtingen plaatsvinden (controle vooraf), teneinde de best mogelijke controle te bewerkstelligen;

Overige opmerkingen

21.  merkt op dat de in mei 2016 uitgebrachte externe evaluatie van 2015 volgens het verslag van de Rekenkamer de conclusie bevatte dat het werk en de prestaties van het Agentschap tegemoetkomen aan een behoefte aan netwerk- en informatiebeveiliging in de gehele Unie en binnen de lidstaten en dat het Agentschap effectief voldoet aan de verwachtingen van zijn belanghebbenden; merkt echter op dat de communicatie tussen het Agentschap en zijn belanghebbenden, die het mandaat en het bereik van het Agentschap te beperkt achten, moet worden verbeterd; maakt uit het antwoord van het Agentschap op dat de raad van bestuur zich bezint over de toekomst van het Agentschap en de beste manier om de belanghebbenden van het Agentschap te bereiken alsook over de vraag hoe het bereik van het Agentschap binnen de perken van de beschikbare personele en financiële middelen kan worden vergroot; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om de situatie te verbeteren;

22.  is verheugd over het feit dat het Agentschap gedurende 2016 is gestart met de invoering van een kwaliteitsbewakingssysteem; merkt op dat de kwaliteitsbewakingshandleiding alsook de standaardwerkingsprocedures en -werkvoorschriften op basis van ISO 9001-normen zijn opgesteld; merkt tevreden op dat al die documenten momenteel door het management worden herzien en in 2017 worden ingevoerd; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vorderingen;

23.  is ingenomen met het feit dat het Agentschap, met het oog op het waarborgen van een kosteneffectieve en milieuvriendelijke werkplek, papier, glas en plastic recyclet, het personeel aanspoort het afdrukken van documenten te vermijden en een elektronisch systeem voor de organisatie van de interne werkstromen heeft ingevoerd, waardoor het gebruik van papieren dossiers aanzienlijk is verminderd;

24.  is verheugd over het feit dat het Agentschap, met het oog op het verminderen of compenseren van de CO2-uitstoot, het gebruik van elektronische communicatiemiddelen als alternatief voor fysieke verplaatsing heeft gestimuleerd en in 2017 het "instrument voor vervoer overeenkomstig het protocol inzake broeikasgassen" voor het eerst heeft ingevoerd om de statistische gegevens van de door personeel van het Agentschap gemaakte dienstreizen te vergaren;

o
o   o

25.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 84 van 17.3.2017, blz. 7.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling