Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2148(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0092/2018

Ingediende teksten :

A8-0092/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.55

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0160

Aangenomen teksten
PDF 190kWORD 56k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)
P8_TA(2018)0160A8-0092/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2148(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0058/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0092/2018),

1.  verleent de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 212.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 212.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2148(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Stichting(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0058/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden(4), en met name artikel 16,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0092/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 212.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 212.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2148(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A8-0092/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, de nadruk wil leggen op het bijzondere belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, het concept van resultaatgericht begroten ten uitvoer te leggen, en een goed personeelsbeheer te verzekeren;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden ("de Stichting") voor het begrotingsjaar 2016 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven(1) 20 789 500 EUR bedroeg, een daling van 1,72 % ten opzichte van 2015; overwegende dat de begroting van de Stichting hoofdzakelijk wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in zijn verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2016 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Opmerkingen over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen

1.  stelt vast dat, volgens het verslag van de Rekenkamer de Rekenkamer in haar verslag over 2014 melding maakte van te lage betalingen voor personeel voor de periode 2005-2014 in verband met de overgang naar het nieuwe Statuut in 2005; merkt op dat, hoewel de redenen voor de te lage betalingen (2014: niet-naleving van de minimale gegarandeerde salarissen; 2015: verkeerde vermenigvuldigingsfactor op salarissen) verschillen, de Rekenkamer opnieuw te lage betalingen heeft vastgesteld (43 350 EUR) en een aantal te hoge betalingen (168 930 EUR), die betrekking hebben op 30 huidige en voormalige personeelsleden; stelt vast dat de Stichting alle te lage betalingen heeft gecorrigeerd, maar de te hoge betalingen niet zal terugvorderen (overeenkomstig artikel 85 van het huidige Statuut); verzoekt de Stichting eventuele fouten in verband met de overgang naar het Statuut van 2005 opnieuw te analyseren en een volledige evaluatie te maken van haar salarisadministratie, en de kwijtingsautoriteit van haar bevindingen op de hoogte te stellen; erkent dat volgens de Stichting in april 2017 een alomvattende interne controle van de salarisadministratie heeft plaatsgevonden; merkt op dat de Stichting momenteel wacht op het eindverslag en dat er terdege rekening zal worden gehouden met eventuele aanbevelingen; verzoekt de Stichting de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de corrigerende maatregelen die worden genomen;

Financieel en begrotingsbeheer

2.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,99 % en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 84,80 % bedroeg, een daling van 2,55 % ten opzichte van 2015;

3.  maakt zich zorgen over de negatieve impact op de begroting van de oplopende coëfficiënt voor Ierland, die het vermogen van de Stichting om zijn mandaat uit te voeren, meer en meer onder druk zet; verwacht dat de instellingen van de Unie maatregelen nemen om deze impact ongedaan te maken;

Vastleggingen en overdrachten

4.  stelt op grond van het verslag van de Rekenkamer vast dat het niveau van de naar 2017 overgedragen vastgelegde kredieten voor titel III (operationele uitgaven) hoog was – 2 800 000 EUR (43 %), vergeleken met 2 100 000 EUR (31 %) in 2015, voornamelijk in verband met projecten (studies en proefregelingen) die zich tot het volgende jaar uitstrekken; neemt er nota van dat de Stichting overweegt gesplitste begrotingskredieten in te voeren om het meerjarige karakter van de activiteiten en onvermijdelijke vertragingen tussen de ondertekening van contracten, betalingen en leveringen beter weer te geven;

5.  erkent dat de Stichting, met instemming van de Rekenkamer, onderscheid maakt tussen geplande en niet-geplande overdrachten; merkt op dat de Stichting in 2016 geplande overdrachten had voor een bedrag van 3 000 000 EUR, terwijl de werkelijke overdrachten 2 800 000 EUR bedroegen;

6.  merkt op dat overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel gerechtvaardigd kunnen zijn als gevolg van het meerjarige karakter van de operationele programma's van de agentschappen, niet noodzakelijkerwijs op zwakke punten wijzen in de begrotingsplanning en implementatie en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name wanneer ze vooraf door de Stichting worden gepland en aan de Rekenkamer worden meegedeeld;

Aanbesteding

7.  merkt op dat de raadgevende commissie voor aankopen en overeenkomsten van de Stichting, die adviezen verleent over voorstellen voor overeenkomsten met een waarde van meer dan 250 000 EUR, in 2016 niet bijeen is gekomen omdat er geen dossiers waren die aan de criteria voldeden; wijst er bovendien op dat de raadgevende commissie een jaarlijkse ex-postverificatie heeft uitgevoerd van drie van de elf in 2016 gegunde opdrachten; stelt vast dat de raadgevende commissie in het algemeen tevreden was over de naleving van de aankoopprocedures door de Stichting;

Personeelsbeleid

8.  neemt er kennis van dat er in december 2016 een functieonderzoek heeft plaatsgevonden dat een tamelijk stabiele situatie laat zien in de drie jaar waarin het onderzoek plaatsvond;

9.  merkt op dat in de personeelsformatie en verdeling van het personeel vanaf december 2016 107 posten zijn voorzien (ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten), vergeleken met 108 in 2015; stelt tot zijn tevredenheid vast dat uit de posten die werden vervuld op 31 december 2016 blijkt dat er bijna gendergelijkheid is bereikt, omdat de verhouding 55,14 % vrouwelijk en 44,86 % mannelijk personeel is;

10.  wijst erop dat de balans tussen werk en privéleven in het personeelsbeleid van de Stichting moet worden opgenomen; wijst erop dat de begroting voor welzijnsactiviteiten per personeelslid 80,21 EUR bedraagt; stelt vast dat personeelsleden gemiddeld 6,5 dagen ziekteverlof opnemen, wat minder is dan in veel andere Unie-agentschappen maar nog steeds zorgwekkend en de moeite waard om na te gaan of stress op de werkplek een factor is, en dat niemand van het personeel een heel jaar met ziekteverlof ging;

11.  is verheugd dat er in 2016 geen formeel of informeel geval van pesterij is gemeld; steunt de trainingen en informatiebijeenkomsten om het bewustzijn van het personeel te vergroten;

12.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat de Stichting in 2016 geen enkele klacht heeft ontvangen en dat er geen rechtszaken of andere zaken zijn gemeld in verband met het aannemen of ontslaan van personeel;

13.  neemt met tevredenheid kennis van de maatregelen die de Stichting heeft genomen op het gebied van salariscorrecties naar aanleiding van de verslagen van de Rekenkamer; stelt vast dat in april 2017 een uitgebreide interne audit van de salarissituatie heeft plaatsgevonden, teneinde meer zekerheid te krijgen dat de passende processen en controles zijn geïntroduceerd en goed werken;

14.  merkt op dat het personeelsbestand is verkleind, zij het met grote moeite, en herhaalt dat het zich zorgen maakt over verdere inkrimpingen die de mogelijkheden van de agentschappen om hun mandaat uit te oefenen zouden beperken;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie en democratie

15.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat er in november en december 2016 workshops op het gebied van beroepsethiek, integriteit en fraudebestrijding zijn georganiseerd; stelt bovendien vast dat deelname aan deze workshops voor alle personeelsleden verplicht was en dat degenen die hieraan niet konden deelnemen een onlineprogramma over dezelfde onderwerpen moesten volgen;

16.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat de Stichting regels voor klokkenluiden heeft ingevoerd en dat er in 2016 geen melding is gemaakt van gevallen van klokkenluiden;

17.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

18.  is verheugd dat de Stichting in 2016 niet te maken heeft gehad met gevallen van belangenconflicten;

19.  verzoekt de Stichting een ethische code aan te nemen en de kwijtingsautoriteit te informeren over beweerde en bewezen belangenconflicten, hoe zij hiermee is omgegaan en hoe zij deze in de toekomst zal voorkomen;

Belangrijkste verwezenlijkingen

20.  is ingenomen met de drie belangrijkste resultaten van de Stichting in 2016, namelijk dat:

   zij het zesde Europees onderzoek naar de arbeidsomstandigheden heeft afgerond en haar bevindingen op 17 november 2016 aan het Parlement heeft voorgelegd;
   zij in het laatste jaar van haar vierjarig werkprogramma de begroting voor 100 % en de programma's voor 98 % heeft uitgevoerd en gedurende de vierjarige periode het hoogste niveau van tevredenheid van gebruikers heeft kunnen registreren;
   het pakket over de Europese pijler van sociale rechten naar recente bevindingen van Eurofound verwijst: met betrekking tot beloning, sociale voorzieningen, slechte woonomstandigheden in Europa, nieuwe vormen van werkgelegenheid en het laatste onderzoek naar de arbeidsomstandigheden;

21.  is verheugd over de succesvolle tenuitvoerlegging van het vierjarig werkprogramma van de Stichting met een hoog niveau van organisatorische doeltreffendheid, zoals blijkt uit de algehele verbetering van de "key performance indicators" van de Stichting;

22.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat het succespercentage van de voor 2016 geplande werkprogramma's 97 % bedroeg, waarmee het streefcijfer van 80 % ruimschoots is overtroffen en de slechte prestaties in de voorgaande twee jaar aanzienlijk zijn verbeterd, en staat ervoor in dat aan het einde van de vierjarige programmeerperiode bijna alle voor het laatste jaar van het programma geplande resultaten op tijd werden bereikt;

Interne controles

23.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat de coördinator interne controle van de Stichting, overeenkomstig de in januari 2016 aan het bureau van het bestuursorgaan voorgestelde prioriteitstelling, zich heeft gericht op vijf interne controlenormen met betrekking tot haar missie en visie, ethiek en organisatiewaarden, toewijzing en mobiliteit van het personeel, risicobeheer en evaluatie van interne controlenormen;

Interne audit

24.  stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer de Dienst Interne Audit (DIA) in zijn auditverslag van december 2016 benadrukte dat de Stichting het beheer van zijn projecten moet verbeteren, met name wat bestuursaspecten, monitoring en verslaglegging betreft; stelt echter met tevredenheid vast dat de Stichting en de DIA een plan voor corrigerende maatregelen zijn overeengekomen;

25.  wijst erop dat de DIA een audit naar het beheer van projecten heeft uitgevoerd om de doelmatigheid van de opzet en de doeltreffendheid van de beheer- en controlesystemen die de Stichting toepast op haar projectbeheeractiviteiten te beoordelen; wijst er bovendien op dat het verslag van de DIA vier aanbevelingen bevat met betrekking tot de volgende onderwerpen: governance van het projectbeheer, projectmonitoring en -rapportage, projectplanning, en informatiesysteem voor projectbeheer; stelt vast dat de DIA het actieplan van de Stichting met voltooiing tegen het einde van 2017 heeft geaccepteerd; verzoekt de Stichting de kwijtingsautoriteit op de hoogte te stellen van de vorderingen die zijn geboekt;

26.  stelt tot zijn tevredenheid vast dat alle aanbevelingen van de DIA uit audits voorafgaand aan het verslagjaar zijn afgesloten;

Overige opmerkingen

27.  betreurt dat in Verordening (EEG) nr. 1365/75(2) geen expliciete eis tot uitvoering van externe evaluaties van de activiteiten van de Stichting is opgenomen; stelt echter vast dat volgens het voorstel van de Commissie voor een nieuwe oprichtingsverordening elke vijf jaar een evaluatie moet worden uitgevoerd; is tevens ingenomen met het feit dat elk van de vierjarige werkprogramma's momenteel aan een externe evaluatie wordt onderworpen;

28.  wijst erop dat de Stichting wederom in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de beleidsontwikkeling en dat uitgebreid gebruik is gemaakt van de expertise van de Stichting bij de opstelling van belangrijke beleidsdocumenten van de Unie;

29.  neemt nota van de werkzaamheden van de Stichting gedurende het vierjarig werkprogramma 2013-2016 "From crisis to recovery: Better informed policies for a competitive and fair Europe"; is ingenomen over de hoogwaardige inbreng van de Stichting wat betreft de analyse en het beleid met betrekking tot de levens- en arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en de ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid en de arbeidsmarkt, met name het overzichtsverslag van het zesde Europees onderzoek naar de arbeidsomstandigheden en het verslag over nieuwe vormen van werkgelegenheid; onderstreept het belang van het tripartiete beheer van de Stichting wat het geven van een omvattend overzicht van de economische en sociale realiteit mogelijk maakt;

30.  beklemtoont het belang van het handhaven van de nauwe samenwerking tussen de Stichting en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, teneinde te profiteren van de expertise van de Stichting en een constructieve en op feiten gebaseerde discussie te kunnen aangaan;

31.  juicht het toe dat het Parlement, de Commissie en andere belanghebbenden de belangrijkste afnemers van de door de Stichting aangeboden kennis zijn, en stelt vast dat zij zich bewust zijn van de kwaliteit en het belang van het werk van de Stichting;

32.  neemt er kennis van dat Verordening (EEG) nr. 1365/75, waarbij de Stichting is opgericht, herzien wordt en juicht het toe dat daarin op aandringen van het Parlement en de Commissie een uitdrukkelijke verwijzing naar het gebruik van externe auditverslagen en -beoordelingen is opgenomen;

33.  is verheugd over de goede samenwerking tussen de Stichting en andere EU-agentschappen, in het bijzonder Cedefop, EU-OSHA, ETF, FRA en het EIGE, bij de planning en uitvoering van zijn werkzaamheden om te zorgen voor een goede coördinatie en synergie van zijn activiteiten.

34.  wijst erop hoe groot de bijdrage van de Stichting aan het bestrijden van armoede en frauduleuze aanbesteding van werk middels meerdere acties in de hele Unie is geweest;

o
o   o

35.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 84 van 17.3.2017, blz. 11.
(2) Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1-4).
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling