Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2155(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0113/2018

Ingediende teksten :

A8-0113/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.56

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0161

Aangenomen teksten
PDF 391kWORD 55k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Europese Eenheid voor justitiële samenwerking (Eurojust)
P8_TA(2018)0161A8-0113/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Eenheid voor justitiële samenwerking van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van Eurojust(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan Eurojust te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0065/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(4), en met name artikel 36,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0113/2018),

1.  verleent de administratief directeur van Eurojust kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de administratief directeur van Eurojust, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 218.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 218.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Eenheid voor justitiële samenwerking van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van Eurojust(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan Eurojust te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05941/2018 – C8-0065/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 208,

–  gezien Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken(4), en met name artikel 36,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5), en met name artikel 108,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0113/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de administratief directeur van Eurojust, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 218.
(2) PB C 417 van 6.12.2017, blz. 218.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1.
(5) PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2155(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A8-0113/2018),

A.  overwegende dat de kwijtingsautoriteit, in het kader van de kwijtingsprocedure, sterk de nadruk legt op het bijzonder belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door de transparantie en de verantwoordingsplicht te vergroten, en het uitvoeren van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;

B.  overwegende dat de definitieve begroting van Eurojust voor het begrotingsjaar 2016 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven(1) 43 539 737 EUR bedroeg, hetgeen een toename van 28,75 % ten opzichte van 2015 betekent; overwegende dat de toename van de begroting hoofdzakelijk verband houdt met de verhuizing van Eurojust naar het nieuwe gebouw; overwegende dat de begroting van Eurojust volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;

C.  overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Eenheid voor justitiële samenwerking van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2016 ("het verslag van de Rekenkamer") verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van Eurojust betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;

Follow-up van de kwijting van 2011 en 2015

1.  constateert dat volgens het verslag van de Rekenkamer met betrekking tot de follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren corrigerende maatregelen zijn getroffen maar dat een opmerking, die verband houdt met de omschrijving van de respectieve rollen en verantwoordelijkheden van de directeur en het college van Eurojust, nog als "loopt nog" is aangemerkt;

2.  stelt vast dat Eurojust een permanente dialoog voert met het directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken en het directoraat-generaal Begroting van de Commissie om voor een goed niveau van financiering van Eurojust voor de komende jaren te zorgen;

Financieel en begrotingsbeheer

3.  stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2016 hebben geleid tot een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,89 %, met inbegrip van een voor het nieuwe gebouw gereserveerd bedrag van 6 980 000 EUR; stelt voorts vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 80,42 % bedroeg, een daling van 8,55 % ten opzichte van 2015;

4.  betreurt dat Eurojust problemen ondervond met de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen als gevolg van bekende problemen in verband met zijn financiering en dat het voor het tweede opeenvolgende jaar een beroep moest doen op compenserende maatregelen in het kader van een gewijzigde begroting, wat heeft geleid tot vertraging bij een aantal lopende activiteiten en tot het uitstel van belangrijke technologische ontwikkelingen;

Vastleggingen en overdrachten

5.  merkt op dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de overgedragen vastgelegde kredieten voor titel II (administratieve uitgaven) hoog waren, met 6 446 530 EUR (40 %) vergeleken met 1 600 000 EUR (22 %) in 2015; onderkent dat deze overdrachten voornamelijk werken betreffen die tot het volgende jaar doorlopen en bestellingen die zijn geplaatst met het oog op de verhuizing van Eurojust naar een nieuw kantoorgebouw in 2017 (4 867 482 EUR);

6.  is verheugd dat Eurojust een aanzienlijke verbetering van de overdrachten laat zien ten opzichte van 2015, met een veel lager annuleringspercentage (5,6 %) dan in voorgaande jaren;

7.  merkt op dat de overdrachten vaak gedeeltelijk of geheel kunnen worden gerechtvaardigd omdat de operationele programma's van agentschappen over meerdere jaren lopen, niet noodzakelijk op een tekortkoming in de begrotingsplanning en ‑tenuitvoerlegging wijzen en niet altijd haaks staan op het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit, met name indien zij vooraf zijn gepland en aan de Rekenkamer zijn gemeld;

8.  vraagt Eurojust het naar het volgende jaar over te dragen volume zo laag mogelijk te houden;

Aanbestedingen en personeelsbeleid

9.  merkt op dat Eurojust 30 contracten heeft ondertekend met een waarde van meer dan 15 000 EUR, wat neerkomt op een stijging met 30 % vergeleken met 2015; wijst erop dat openbare aanbestedingsprocedures werden toegepast voor 80 % van de contracten, samen goed voor 92,50 % van de gegunde hoeveelheid;

10.  wijst erop dat Eurojust in 2016 de derde golf van vermindering van de posten heeft doorgevoerd (1 % - drie posten), in het streven naar een vermindering met 5 %, waartoe de het Parlement en de Raad hebben besloten; stelt vast dat de posten werden geschrapt op het gebied van administratieve ondersteuning;

11.  wijst erop dat het vacaturepercentage van Eurojust op 31 december 2016 op 3,4 % stond, tegenover 2,4 % op 31 december 2015; stelt met voldoening vast dat 96,6 % van de personeelsformatie voor 2016 was uitgevoerd; merkt op dat, volgens de personeelsformatie, op 31 december 2016 196 van de 203 in het kader van de algemene begroting van de Unie toegestane posten bezet waren, tegenover 200 posten in 2015;

12.  stelt vast dat Eurojust in 2016 op een totaal van 255,5 (voltijdse) personeelsleden 68,1 (voltijdse) gedetacheerde nationale deskundigen, arbeidscontractanten, tijdelijke personeelsleden en consultants in dienst had;

13.  betreurt dat de genderverhouding in het totale aantal bezette posten op 31 december 2016 69 % vrouwen tegen 31 % mannen was; constateert ook met bezorgdheid dat er geen genderevenwicht is bij de leidinggevende functies en in de raad van bestuur;

14.  stelt vast dat het ziekteverzuim bij Eurojust gemiddeld zeven dagen per personeelslid bedroeg in 2016; merkt op dat het aantal dagen dat elk personeelslid in 2016 aan activiteiten rond welzijn heeft besteed, laag was (0,13); betreurt dat Eurojust geen melding heeft gemaakt van verschillende activiteiten rond welzijn die in 2016 werden opgezet, hoewel het Parlement dit had gevraagd;

15.  stelt met voldoening vast dat Eurojust een netwerk van vertrouwenspersonen heeft opgericht in het kader van het beleid inzake de bescherming van de waardigheid van personen en de voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en preventie- en bewustmakingsprogramma's van het hr-team ten uitvoer heeft gebracht;

16.  stelt met bezorgdheid vast dat het netwerk van vertrouwenspersonen van 13 april 2015 tot en met 13 april 2017 door 26 personeelsleden is benaderd; stelt vast dat bij 16 van de 26 contacten de zaak na slechts één sessie werd gesloten; stelt evenwel ook hier met bezorgdheid vast dat de vertrouwenspersonen 9 zaken als intimidatiezaken hebben aangemerkt en dat 2 informele procedures zijn ingeleid; merkt op dat andere zaken betrekking hadden op conflicten, stress op het werk of informatiegaring;

17.  stelt vast dat Eurojust gebruikmaakt van dienstvoertuigen, maar persoonlijk gebruik daarvan niet toestaat;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, transparantie en democratie

18.  stelt vast dat Eurojust in 2016 een ontwerp van interne regels betreffende de bescherming van klokkenluiders heeft voorbereid en dat een eerste bespreking in het college plaatsvond op 4 oktober 2016; merkt evenwel met bezorgdheid op dat de vaststelling van de interne regels werd uitgesteld toen de Commissie de agentschappen begin 2016 liet weten dat een modelbesluit voor de agentschappen in voorbereiding was;

19.  verzoekt de Commissie om zorg te dragen voor de snelle goedkeuring van haar richtsnoeren inzake klokkenluiders die vervolgens onmiddellijk moeten worden vastgesteld en doeltreffend ten uitvoer worden gelegd door de agentschappen, met inbegrip van Eurojust; merkt op dat Eurojust moest wachten op dergelijke richtsnoeren of input van de Commissie alvorens het zijn desbetreffende regels definitief kon vaststellen; verzoekt Eurojust met klem zijn inspanningen verder op te voeren om duidelijke interne regels vast te stellen over de bescherming van klokkenluiders, voor wie het vermoeden van goede trouw moet gelden totdat de informatie geverifieerd is;

20.  merkt op dat er een onafhankelijk onthullings-, advies- en verwijzingsorgaan met voldoende begrotingsmiddelen nodig is om klokkenluiders te helpen de juiste kanalen te gebruiken om hun informatie over mogelijke onregelmatigheden met betrekking tot de financiële belangen van de Unie te onthullen en tegelijkertijd hun geheimhouding te beschermen en de nodige ondersteuning en advies te bieden;

21.  stelt vast dat Eurojust een register bijhoudt van door de leden van de raad van bestuur ondertekende verklaringen inzake de afwezigheid van belangenconflicten, dat regelmatig wordt bijgewerkt, maar wijst erop dat deze verklaringen en de cv's van de leden van de raad van bestuur niet openbaar zijn; wijst erop dat dit de transparantie niet ten goede komt en verlangt daarom dat de verklaringen inzake belangenconflicten worden gecontroleerd en geactualiseerd; verzoekt Eurojust de kwijtingsautoriteit te berichten over de voortgang met dit onderwerp en te overwegen de verklaringen en cv's op zijn website bekend te maken;

22.  stelt met bezorgdheid vast dat de directie, de leden van het college en de leden van het onafhankelijk gemeenschappelijk controleorgaan hun belangenverklaringen niet op de website van Eurojust hebben gepubliceerd;

23.  is verheugd dat Eurojust in 2017 de Eurojust-gids met betrekking tot ethiek en gedrag heeft opgesteld, die ook een Code van goed administratief gedrag omvat;

24.  stelt vast dat Eurojust in 2016 15 verzoeken om toegang tot documenten heeft ontvangen en dat Eurojust in vijf gevallen volledige toegang heeft verleend, terwijl Eurojust in vier gevallen heeft besloten slechts gedeeltelijke toegang tot de documenten te verlenen en in zes gevallen geen toegang heeft verleend;

Belangrijkste resultaten

25.  spreekt zijn voldoening uit over de door Eurojust genoemde drie belangrijkste resultaten van 2016, namelijk:

   het uitvoeren van een ongekende reorganisatie van zijn bestuur, die synergieën en efficiëntiewinst opleverde;
   het ontwikkelen van een herziene modelovereenkomst ter instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam (GOT) en een praktische gids, en het bieden van financiële steun aan 90 GOT's; het toekennen van 1 000 000 EUR na acht oproepen tot het indienen van voorstellen voor subsidies voor GOT's;
   het opstellen van relevante strategische documenten en juridische adhoc-analyses met betrekking tot prioritaire criminaliteitsgebieden, zoals het vierde verslag over buitenlandse terroristische strijders, de samenvatting van het derde verslag over buitenlandse terroristische strijders, het handboek over chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen en explosieven (CBRN-E) en de justitiële monitors inzake cybercriminaliteit;

Interne controles

26.  stelt vast dat Eurojust op basis van het kader van de Commissie en internationale goede praktijken een reeks normen voor interne controles heeft vastgesteld om te garanderen dat de beleids- en operationele doelstellingen gehaald worden; stelt bovendien vast dat Eurojust tijdens het verslagjaar de effectiviteit van zijn belangrijkste internecontrolesystemen heeft beoordeeld en heeft geconcludeerd dat de normen voor interne controles effectief in acht worden genomen; merkt op dat Eurojust maatregelen heeft genomen om de efficiëntie van zijn internecontrolesystemen op het gebied van het "risicobeheerproces" (Eurojust ICS 6) te verbeteren; ziet uit naar het volgende jaarverslag van Eurojust en naar nadere informatie over de getroffen maatregelen ter verdere verbetering van de efficiëntie;

Interne audit

27.  stelt vast dat volgens het jaarverslag van Eurojust de interne auditdienst van de Commissie (IAS) in januari 2016 een auditonderzoek heeft verricht naar "monitoring en verslaglegging/bouwstenen voor de betrouwbaarheid"; stelt vast dat de IAS twee als "zeer belangrijk" en vier als "belangrijk" aangemerkte aanbevelingen heeft gedaan; stelt met tevredenheid vast dat Eurojust corrigerende maatregelen heeft getroffen met betrekking tot deze aanbevelingen, wat de waarde van zo'n dienst aantoont;

Prestaties

28.  merkt op dat Eurojust een externe evaluatie liet uitvoeren van zijn activiteiten in 2014-2015, wat geleid heeft tot een intern actieplan voor de uitvoering van de aanbevelingen; stelt vast dat het college een werkgroep prioritering heeft opgericht in maart 2016, die ermee belast is de uitvoering van de overige aanbevelingen aan te sturen; stelt vast dat verdere ontwikkelingen en resultaten worden verwacht in 2017;

Overige opmerkingen

29.  stelt vast dat Eurojust de verhuizing naar het nieuwe kantoor in juni en juli 2017 met succes heeft afgerond; merkt op dat het vorige gebouw op 31 augustus 2017 opnieuw aan het ontvangende land werd overgedragen en dat het ontvangende land de met de overdracht verband houdende kosten ten laste van Eurojust zal vaststellen; stelt vast dat Eurojust de kwijtingsautoriteit een overzicht moet geven van de totale voor de verhuizing gemaakte kosten, zodra de kosten ten laste van Eurojust bekend zijn;

30.  stelt met tevredenheid vast dat Eurojust in samenwerking met Europol een gecombineerde aanpak voor de ISO 14001/EMS-certificering heeft geformaliseerd; constateert dat Eurojust van mening is dat het, aangezien het in 2016 slechts een tijdelijk kantoor huurde van het Koninkrijk der Nederlanden, als huurder de CO2-uitstoot niet kon verminderen;

31.  maakt uit de antwoorden van Eurojust op dat Eurojust en de Commissie momenteel geen informatie uitwisselen om de uitvoering van de activiteiten van Eurojust in de toekomst na de brexit voor te bereiden, en vindt dat zorgwekkend, aangezien de tijd dringt; verzoekt zowel Eurojust als de Commissie voor een efficiënte stroom van de nodige informatie te zorgen, aangezien een samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk tot stand moet komen;

32.  is ingenomen met de versterking van de positie van Eurojust als centrum voor justitiële samenwerking en coördinatie inzake bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en als centrum voor juridische deskundigheid binnen de Unie; vestigt de aandacht op de oprichting van het Europees justitieel netwerk cybercriminaliteit; merkt op dat Eurojust in 2 306 zaken een verzoek om bijstand heeft ontvangen (een stijging van  4 %), dat het voor 288 zaken 249 coördinatievergaderingen heeft georganiseerd en aan 148 gemeenschappelijke onderzoeksteams steun heeft verleend, waaronder financiële steun aan 90 teams (een stijging van  32 %); neemt kennis van de publicatie van het vierde Eurojust-verslag "Foreign Terrorist Fighters: Eurojust's Views on the Phenomenon and the Criminal Justice Response" in december 2016;

o
o   o

33.  verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 18 april 2018(2) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1) PB C 113 van 30.3.2016, blz. 83.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0133.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling