Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2185(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0073/2018

Ingediende teksten :

A8-0073/2018

Debatten :

PV 18/04/2018 - 10
CRE 18/04/2018 - 10

Stemmingen :

PV 18/04/2018 - 12.64

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0169

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 54k
Woensdag 18 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Kwijting 2016: Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (FCH2)
P8_TA(2018)0169A8-0073/2018
Besluit
 Besluit
 Resolutie

1. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2185(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0094/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2(4), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0073/2018),

1.  verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor het begrotingsjaar 2016;

2.  formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 426 van 12.12.2017, blz. 42.
(2) PB C 426 van 12.12.2017, blz. 44.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108.
(5) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


2. Besluit van het Europees Parlement van 18 april 2018 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2185(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016, vergezeld van het antwoord van de Gemeenschappelijke Onderneming(1),

–  gezien de verklaring van de Rekenkamer(2) voor het begrotingsjaar 2016 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de aanbeveling van de Raad van 20 februari 2018 betreffende de aan de Gemeenschappelijke Onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2016 (05943/2018 – C8-0094/2018),

–  gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(3), en met name artikel 209,

–  gezien Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2(4), en met name artikel 12,

–  gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 110/2014 van de Commissie van 30 september 2013 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 209 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad(5),

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0073/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (L-serie).

(1) PB C 426 van 12.12.2017, blz. 42.
(2) PB C 426 van 12.12.2017, blz. 44.
(3) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(4) PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108.
(5) PB L 38 van 7.2.2014, blz. 2.


3. Resolutie van het Europees Parlement van 18 april 2018 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016 (2017/2185(DEC))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 voor het begrotingsjaar 2016,

–  gezien artikel 94 en bijlage IV van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0073/2018),

A.  overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof ("FCH") in mei 2008 bij Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad(1) als publiek-privaat partnerschap werd opgericht voor de periode tot 31 december 2017 met het oog op de ontwikkeling van markttoepassingen, teneinde aldus extra inspanningen van de industrie voor een snelle toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën te vergemakkelijken; overwegende dat Verordening (EG) nr. 521/2008 werd ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad(2);

B.  overwegende dat krachtens Verordening (EU) nr. 559/2014 in mei 2014 de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 ("FCH2") werd opgericht als vervanger en opvolger van de FCH voor de periode tot 31 december 2024;

C.  overwegende dat de leden van de FCH waren: de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de Europese Industriegroepering gezamenlijk technologie-initiatief brandstofcellen en waterstof en de Onderzoeksgroepering N.ERGHY;

D.  overwegende dat de leden van de FCH2 zijn: de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de ivzw New Energy World Industry Grouping (hierna de "industriegroepering"), die in 2016 werd omgedoopt tot Hydrogen Europe, en de ivzw New European Research Grouping on Fuel Cells and Hydrogen (hierna de "onderzoeksgroepering");

E.  overwegende dat de maximale EU-bijdrage aan de eerste fase van de activiteiten van de FCH2 470 miljoen EUR uit het zevende kaderprogramma bedraagt en dat de bijdragen van de andere leden ten minste gelijk moeten zijn aan de EU-bijdrage;

F.  overwegende dat de maximale bijdrage van de Unie aan de FCH2 665 miljoen EUR uit het Horizon 2020-programma bedraagt en dat van de FCH2-leden uit de industriegroepering en de onderzoeksgroepering wordt verwacht dat zij minstens 380 miljoen EUR, inclusief bijdragen in natura, bijdragen aan de Horizon 2020-projecten die door de FCH2 worden gefinancierd, alsook bijdragen in natura voor aanvullende activiteiten (ter waarde van ten minste 285 miljoen EUR) en geldelijke bijdragen aan administratieve kosten;

Financieel en begrotingsbeheer

1.  merkt op dat in het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de FCH2 (hierna "het verslag van de Rekenkamer") wordt vastgesteld dat de jaarrekening 2016 op alle materiële punten een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de FCH2 per 31 december 2016, van de resultaten van haar verrichtingen, de kasstromen en de veranderingen van de nettoactiva in het op die datum afgesloten jaar, overeenkomstig haar financieel reglement en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; merkt verder op dat de door de FCH2 gehanteerde boekhoudregels gebaseerd zijn op internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector;

2.  stelt vast dat in de definitieve begroting van de FCH2 voor het begrotingsjaar 2016 vastleggingskredieten ter hoogte van 127 762 297 EUR en betalingskredieten ter hoogte van 115 535 426 EUR waren opgenomen; merkt op dat de vastleggingskredieten ten opzichte van 2015 met 5 % zijn gestegen doordat aan de aanvankelijke begroting niet bestede kredieten uit eerdere jaren zijn toegevoegd, die in 2016 voornamelijk zijn gebruikt voor de oproep tot het indienen van voorstellen, en dat de betalingskredieten met 17 % zijn gestegen door de grotere prefinancieringsbehoefte voor die oproep;

3.  merkt op dat er in het jaarlijkse activiteitenverslag op wordt gewezen dat het werk op het gebied van ex post uitgevoerde controles is voortgezet met de instelling van 18 nieuwe audits, waarbij voor het eerst gebruik is gemaakt van het kadercontract onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie voor de audits in het zevende kaderprogramma en specifieke contracten zijn getekend met vier externe auditkantoren; stelt vast dat het restfoutenpercentage minder dan 2 % bedroeg;

4.  stelt met spijt vast dat de globale begrotingsuitvoering 2016 voor vastleggings- en betalingskredieten uitkwam op 77,7 % respectievelijk 83,9 %, waarmee het uitvoeringspercentage bij de vastleggingen lager lag dan in voorgaande jaren vanwege het resultaat van de evaluatie van de oproep uit 2016; constateert dat het uitvoeringspercentage voor betalingen het beste uitvoeringspercentage voor de FCH2 tot nu toe was;

5.  merkt op dat de FCH2 eind 2016, op een bedrag van 470 000 000 EUR dat uit het zevende kaderprogramma (KP7) aan de FCH2 was toegewezen, 464 400 000 EUR aan vastleggingen en 372 000 000 EUR aan betalingen had gedaan; wijst erop dat volgens het betalingsplan van de FCH voor lopende KP7-projecten de niet-afgewikkelde operationele betalingen van 75 300 000 EUR (17 %) vóór het einde van 2019 zullen worden gebruikt;

6.  merkt op dat van de 470 miljoen EUR aan bijdragen in natura en in contanten die de deelnemers uit de industriegroepering en de onderzoeksgroepering aan de operationele activiteiten van de FCH moesten bijdragen, de raad van bestuur eind 2016 299 miljoen EUR aan bijdragen had gevalideerd; wijst erop dat eind 2016 nog eens 40 600 000 EUR aan bijdragen in natura aan de operationele activiteiten bij de FCH2 was gemeld en dat daarmee de totale bijdrage van de FCH2-deelnemers uit de industrie- en de onderzoeksgroepering eind 2016 uitkwam op 339 600 000 EUR, vergeleken met een bijdrage van de Unie van 383 700 000 EUR;

7.  merkt op dat de FCH2 van de 665 000 000 EUR aan toegewezen Horizon 2020-middelen vastleggingen ten bedrage van 288 100 000 EUR (43 %) en betalingen ten bedrage van 77 400 000 EUR heeft gedaan voor de uitvoering van de eerste reeks projecten;

8.  merkt op dat de leden van de industriegroepering en de onderzoeksgroepering eind 2016 bijdragen in natura ter hoogte van 4 900 000 EUR voor operationele activiteiten hadden gerapporteerd, en dat de raad van bestuur 1 200 000 EUR aan bijdragen in contanten aan de administratieve kosten van de FCH2 had gevalideerd; merkt verder op dat van de minimaal 285 miljoen EUR die de andere leden in natura zouden bijdragen voor aanvullende activiteiten, er eind 2016 al 188 600 000 EUR (66 %) was gemeld en officieel geboekt; merkt op dat de bijdragen van de leden van de industriegroepering en de onderzoeksgroepering eind 2016 in totaal 194 700 000 EUR bedroegen, vergeleken met een EU-bijdrage in contanten van 79 500 000 EUR; wijst erop dat het verschil te verklaren valt uit de hoge bijdrage van andere FCH2-leden aan de aanvullende activiteiten van de FCH2;

9.  merkt met betrekking tot het zevende kaderprogramma op dat er blijkens periodieke tussentijdse en eindverslagen eind 2016 69 operationele betalingen voor een totaalbedrag van 44 900 000 EUR waren gedaan; merkt op dat de begrotingsuitvoering (wat de betalingskredieten betreft) bij 73,7 % lag (tegenover 75,7 % in 2015);

10.  merkt met betrekking tot Horizon 2020 op dat uit de betalingskredieten 15 prefinancieringsbetalingen zijn verricht voor de projecten die na de oproep tot het indienen van voorstellen in 2015 waren geselecteerd; merkt verder op dat de begrotingsuitvoering (wat de betalingen betreft) bij 98 % lag (tegenover 99 % in 2015); wijst erop dat de begrotingsuitvoering bij de vastleggingskredieten is uitgekomen op 78,6 %; merkt op dat het uitvoeringspercentage lager was dan in 2015 (88,7 %) als gevolg van het resultaat van de oproep en dat de niet gebruikte vastleggingskredieten ten bedrage van 25 900 000 EUR zijn overgeheveld naar de begroting voor 2017 en gebruikt zouden worden voor de oproep in dat jaar;

11.  merkt op dat per 31 december 2016 de geraamde bijdragen in natura aan operationele activiteiten ten behoeve van de 30 projecten die in het kader van Horizon 2020 waren goedgekeurd (na de oproepen in 2014 en 2015) 16 802 191 EUR bedroegen; merkt voorts op dat de waarde van de bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten voor de periode 2014-2017 geraamd wordt op in totaal 565 200 000 EUR;

Overschrijvingen

12.  constateert dat er vier overschrijvingen hebben plaatsgevonden tussen verschillende begrotingsonderdelen, zonder dat er wijzigingen in de begroting nodig waren;

Oproepen tot het indienen van voorstellen

13.  merkt op dat de oproep tot het indienen van voorstellen voor het jaar 2016 is gepubliceerd op 19 januari 2016, met daarin - overeenkomstig het werkprogramma van de FCH2 voor 2016 - 24 thema's met een indicatieve begroting van 117 500 000 EUR; wijst er voorts op dat de indieningstermijn op 3 mei 2016 afliep en er 81 voorstellen zijn ontvangen; wijst erop dat in 2016 16 van de 19 subsidieovereenkomsten zijn ondertekend;

Interne audit

14.  merkt op dat de FCH2 in 2016 de uitvoering van alle actieplannen heeft afgerond waarin het ging om de aanbevelingen die de dienst Interne Audit (IAS) in 2015 had uitgesproken na zijn audits inzake het evaluatie- en selectieproces van Horizon 2020-subsidieaanvragen bij de FCH2; merkt op dat de IAS in 2016 opnieuw een audit heeft uitgevoerd naar de prestaties van de FCH2-leiding; merkt verder op dat de FCH2 op 29 november 2016 een eindverslag van de IAS over deze audit heeft ontvangen, waarin vier aanbevelingen vermeld waren; vindt het verheugend dat de FCH2 het met alle aanbevelingen eens was en de IAS op 22 december 2016 een actieplan heeft toegezonden, dat vervolgens in januari 2017 door de IAS is goedgekeurd;

Interne controles

15.  juicht het toe dat de FCH2 procedures voor controles vooraf heeft opgezet die zijn gebaseerd op controles van financiële en operationele stukken, en dat zij achteraf controles verricht op kostendeclaraties voor subsidies in het kader van KP7; is verheugd over het feit dat de FCH2 in het jaarlijks activiteitenverslag 2016 kon rapporteren dat het restfoutenpercentage bij controles achteraf 1,24 % bedroeg;

Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie

16.  merkt op dat het FCH2-team zich tijdens de op 17 oktober 2016 gehouden workshop over risicobeoordeling heeft gebogen over de stand van zaken rond de het jaar daarvoor vastgestelde significante risico's en heeft bekeken of de actieplannen nog adequaat en relevant waren voor 2017; juicht het toe dat de opmerkingen van alle medewerkers van het programmabureau zijn verzameld om een lijst met nieuwe significante risico's voor 2017 op te stellen, en dat de diverse actieplannen zijn vastgesteld;

Communicatie

17.  ziet in dat de FCH2 - via de instellingen van de Unie - moet communiceren met de burgers van de Unie over het belangrijke onderzoek dat zij doet en de samenwerkingsverbanden waarbij zij betrokken is; benadrukt dat het van belang is om te wijzen op de werkelijke vooruitgang die er dankzij het werk van de FCH2 geboekt is en die een belangrijk deel uitmaakt van haar mandaat, alsmede op het feit dat zij samenwerkt met andere gemeenschappelijke ondernemingen om het publiek bewuster te maken van de voordelen van hun werk;

o
o   o

18.  verzoekt de Commissie te zorgen voor de rechtstreekse betrokkenheid van de FCH2 bij de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 met het oog op verdere vereenvoudiging en harmonisatie van gemeenschappelijke ondernemingen.

(1) Verordening (EG) nr. 521/2008 van de Raad van 30 mei 2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (PB L 153 van 12.6.2008, blz.1).
(2) Verordening (EU) nr. 559/2014 van de Raad van 6 mei 2014 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof 2 (PB L 169 van 7.6.2014, blz. 108).

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling