Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2663(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0191/2018

Debatten :

PV 19/04/2018 - 8.1
CRE 19/04/2018 - 8.1

Stemmingen :

PV 19/04/2018 - 10.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0176

Aangenomen teksten
PDF 171kWORD 51k
Donderdag 19 april 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Situatie in de Gazastrook
P8_TA(2018)0176RC-B8-0191/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 19 april 2018 over de situatie in de Gazastrook (2018/2663(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over het Israëlisch-Palestijns conflict en het vredesproces in het Midden-Oosten,

–  gezien de verklaring van hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie (VV/HV) Federica Mogherini van 31 maart 2018 en de verklaringen van haar woordvoerder van 5 en 7 april en 19 februari 2018,

–  gezien de verklaring van secretaris-generaal van de VN António Guterres van 5 april 2018 en de verklaring van zijn woordvoerder van 30 maart 2018,

–  gezien de verklaring van aanklager van het Internationaal Strafhof Fatou Bensouda van 8 april 2018,

–  gezien de relevante resoluties van de Algemene Vergadering van de VN en de VN‑Veiligheidsraad,

–  gezien de vierde Conventie van Genève van 1949 betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd,

–  gezien de Basisbeginselen van de VN van 1990 inzake het gebruik van geweld en vuurwapens door politiefunctionarissen,

–  gezien het VN-verslag "Gaza Ten Years Later" van juli 2017,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de grote terugkeermars, een wekelijks massaprotest dat gedurende zes weken wordt herhaald, is begonnen in de Gazastrook op 30 maart 2018, georganiseerd door groepen van het maatschappelijk middenveld; overwegende dat Hamas en andere Palestijnse groeperingen de bevolking hebben opgeroepen om aan de mars deel te nemen; overwegende dat de Israëlische autoriteiten gemeld hebben dat stenen en brandbommen tegen hun verdedigingstroepen zijn geworpen en dat sommige betogers geprobeerd hebben de omheining te beschadigen en het Israëlisch grondgebied te betreden;

B.  overwegende dat de Israëlische verdedigingstroepen het vuur hebben geopend op de betogers, waarbij zij met scherp hebben geschoten, op 30 maart, 6 april en 13 april 2018; overwegende dat bijna 30 Palestijnen gedood zijn en meer dan 2 000 gewond zijn geraakt, waaronder vele kinderen en vrouwen;

C.  overwegende dat secretaris-generaal van de VN António Guterres, VV/HV Federica Mogherini en een aantal andere internationale actoren hebben opgeroepen tot een onafhankelijk en transparant onderzoek naar deze gewelddadige gebeurtenissen, met bijzondere aandacht voor het gebruik van scherpe munitie;

D.  overwegende dat op grond van de Basisbeginselen van de VN inzake het gebruik van geweld en vuurwapens door politiefunctionarissen het opzettelijke dodelijke gebruik van vuurwapens uitsluitend toegestaan is in de gevallen waarin is voorzien in beginsel 9;

E.  overwegende dat Hamas op de EU-lijst van terroristische organisaties staat en oproept tot de vernietiging van Israël; overwegende dat het afvuren van raketten vanuit de Gazastrook op Israëlisch grondgebied voortduurt; overwegende dat er de afgelopen weken een stijging was van de terroristische aanslagen tegen Israël met de escalatie van militaire incidenten in en rond Gaza;

F.  overwegende dat volgens gegevens van de VN, 1,3 miljoen mensen in Gaza humanitaire hulp nodig hebben, 47 % van de huishoudens te kampen heeft met ernstige of matige voedselonzekerheid, 97 % van het leidingwater ongeschikt is voor menselijke consumptie, 80 % van de energiebehoeften niet gedekt zijn en meer dan 40 % van de bevolking in het gebied werkloos is;

G.  overwegende dat Hamas de bevolking in de Gazastrook, die een hub blijft voor internationaal erkende terroristische organisaties, onder controle en onder druk blijft houden; overwegende dat de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van vereniging en de vrijheid van meningsuiting, door de door Hamas geleide instanties sterk beperkt worden; overwegende dat, naast de blokkade, de interne Palestijnse verdeeldheid de capaciteit van de lokale instellingen in Gaza om basisdiensten te leveren nog vermindert; overwegende dat de recente poging tot moord op Palestijns premier Rami Hamdallah tijdens diens bezoek aan het gebied, de impasse in het proces van verzoening tussen de Palestijnen nog heeft vergroot;

H.  overwegende dat Avera Mengistu, die naar Israël is geëmigreerd vanuit Ethiopië, en Hisham al-Sayed, een Palestijnse Bedoeïen uit Israël, beide met een psychosociale handicap, vermoedelijk in de Gazastrook in onwettige eenzame opsluiting worden gehouden; overwegende dat de stoffelijke overschotten van Israëlische soldaten Hadar Goldin en Oron Shaul nog altijd in handen zijn van Hamas in Gaza;

1.  dringt aan op uiterste terughoudendheid en onderstreept het feit dat in de eerste plaats moet worden voorkomen dat het geweld verder escaleert en dat nog meer mensenlevens worden verloren;

2.  betreurt het verlies van levens; veroordeelt het doden en verwonden van onschuldige Palestijnse demonstranten in de Gazastrook gedurende de afgelopen drie weken en dringt er bij de Israëlische verdedigingstroepen op aan af te zien van het gebruik van dodelijk geweld tegen ongewapende demonstranten; betuigt zijn medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers; herhaalt dat de snelle levering mogelijk moet worden gemaakt van medische uitrusting aan degenen die deze nodig hebben en dat slachtoffers moeten kunnen worden overgebracht naar ziekenhuizen buiten Gaza om humanitaire redenen;

3.  onderkent Israëls uitdagingen op het gebied van veiligheid en het feit dat het zijn grondgebied en grenzen moet beschermen, met de inzet van evenredige middelen; veroordeelt de terroristische aanslagen van Hamas en andere militante groepen tegen Israël vanuit de Gazastrook, inclusief het afvuren van raketten, het binnendringen van het Israëlisch grondgebied en het graven van tunnels; is bezorgd dat Hamas erop gericht lijkt te zijn de spanningen op te drijven; veroordeelt ten stelligste de voortdurende tactiek van Hamas om burgers te gebruiken voor het afscherming van terroristische activiteiten;

4.  benadrukt het recht van de Palestijnen op vreedzaam protest, als legitieme uitoefening van hun fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging; roept de leiders van de protesten in de Gazastrook op elk aanzetten tot geweld te verlijden en ervoor te zorgen dat alle protesten, demonstraties en bijeenkomsten strikt niet‑gewelddadig blijven en niet kunnen worden gebruikt voor andere doeleinden; roept Israël op dit fundamentele recht op vreedzaam protest te eerbiedigen;

5.  steunt de oproep tot een onafhankelijk en transparant onderzoek naar deze gewelddadige gebeurtenissen; neemt kennis van het informatie- en evaluatiemechanisme dat is ingesteld door de Israëlische verdedigingstroepen om een evaluatie uit te voeren van hun acties en de specifieke incidenten die zich hebben voorgedaan aan de grens tussen Israël en Gaza sinds 30 maart 2018; wijst opnieuw op het belang van het afleggen van rekenschap en herinnert eraan dat het opzettelijk gebruik van dodelijk geweld tegen betogers die geen dreigend gevaar vormen voor het leven of ernstig letsel, in strijd is met het internationaal recht inzake de mensenrechten en in de context van een bezetting een ernstige schending is van het vierde Verdrag van Genève;

6.  neemt met grote bezorgdheid kennis van de waarschuwing in diverse VN-rapporten dat de Gazastrook onleefbaar kan worden tegen 2020; betreurt met name het feit dat de gezondheidssector op instorten staat, met ziekenhuizen die geconfronteerd worden met ernstige tekorten aan geneesmiddelen, uitrusting en elektriciteit; dringt aan op onmiddellijke en doeltreffende internationale inspanningen voor de wederopbouw en het herstel van de Gazastrook, om de humanitaire crisis te verlichten; prijst het werk van de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA), die voedselhulp, toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, alsmede andere essentiële diensten biedt aan de bevolking van 1,3 miljoen Palestijnse vluchtelingen in het gebied;

7.  roept op tot een onmiddellijke en onvoorwaardelijke beëindiging van de blokkade en afsluiting van de Gazastrook, die leidt tot een ongeziene, steeds erger wordende humanitaire crisis in het gebied;

8.  dringt opnieuw aan op de terugkeer van de Palestijnse Autoriteit naar de Gazastrook, zodat zij haar bestuursfuncties kan vervullen, die een prioriteit moeten zijn; verzoekt alle Palestijnse facties de inspanningen te hervatten voor verzoening, die ook cruciaal is voor het verbeteren van de situatie van de mensen in Gaza; benadrukt dat Palestijnse verzoening, met inbegrip van de presidents- en parlementsverkiezingen, die al lang moesten hebben plaatsgehad, belangrijk is voor het verwezenlijken van de tweestatenoplossing en verder door de EU moet worden ondersteund door middel van innoverende actie; dringt aan op ontwapening van alle militante groepen in de Gazastrook;

9.  vraagt dat Avera Mengistu en Hisham al-Sayed worden vrijgelaten en teruggestuurd naar Israël; vraagt dat de stoffelijke overschotten van Hadar Goldin en Oron Shaul worden teruggegeven en betuigt zijn medeleven met hun families; vraagt dat de stoffelijke overschotten van Palestijnen die gedood zijn, worden teruggezonden;

10.  verzoekt alle partijen in het conflict opnieuw om de rechten van gedetineerden en gevangenen volledig te eerbiedigen;

11.  herinnert eraan dat de toestand in de Gazastrook gezien moet worden in de ruimere context van het vredesproces in het Midden-Oosten; herhaalt eens te meer dat de overkoepelende doelstelling van de EU erin bestaat tot een tweestatenoplossing te komen voor het Israëlisch-Palestijnse conflict op basis van de grenzen van 1967, met Jeruzalem als de hoofdstad van beide staten, waarbij een veilige staat Israël en een onafhankelijke, democratische, aaneengesloten en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid op basis van het recht op zelfbeschikking en met volledige inachtneming van het internationaal recht;

12.  onderstreept dat geweldloosheid en eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht, zowel door overheids- als door niet-overheidsactoren, de enige manier zijn om tot een duurzame oplossing en een rechtvaardige en blijvende vrede tussen Israëli's en Palestijnen te komen; is ook van mening dat de aanhoudende gewelddaden, terroristische aanvallen en oproepen tot geweld fundamenteel onverenigbaar zijn met het bevorderen van een vreedzame oplossing van het conflict; wijst erop dat het nakomen van de verbintenis om doeltreffend te reageren tegen geweld, terreur, haatzaaiende uitlatingen en oproepen tot geweld cruciaal is om het vertrouwen opnieuw op te bouwen en een escalatie die de vredesvooruitzichten verder zal ondermijnen, te voorkomen;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/vicevoorzitter van de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Knesset, de president en de regering van Israël, de Palestijnse Wetgevende Raad en de president van de Palestijnse Autoriteit.

Laatst bijgewerkt op: 4 december 2018Juridische mededeling