Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2666(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0218/2018

Ingediende teksten :

B8-0218/2018

Debatten :

PV 02/05/2018 - 28
CRE 02/05/2018 - 28

Stemmingen :

PV 03/05/2018 - 7.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0201

Aangenomen teksten
PDF 185kWORD 55k
Donderdag 3 mei 2018 - Brussel Definitieve uitgave
De bescherming van migrerende kinderen
P8_TA(2018)0201B8-0218/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 3 mei 2018 over de bescherming van migrerende kinderen (2018/2666(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 12 april 2017 over de bescherming van migrerende kinderen (COM(2017)0211),

–  gezien de conclusies van de Raad van donderdag 8 juni 2017 over de bescherming van migrerende kinderen,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 19 september 2016, namelijk de "Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten"(1),

–  gezien alinea 44 van algemene opmerking nr. 21 (2017) van 21 juni 2017 van het VN‑Comité voor de Rechten van het Kind over straatkinderen(2),

–  gezien de EU-richtsnoeren van 6 maart 2017 ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind, getiteld “Geen kind aan zijn lot overlaten”,

–  gezien zijn resolutie van 27 november 2014 over het 25-jarig bestaan van het VN‑Verdrag inzake de rechten van het kind(3),

–  gezien zijn resolutie van 12 april 2016 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(4),

–  gezien zijn resolutie van 12 september 2017 over het voorstel voor een besluit van de Raad over de sluiting, door de Europese Unie, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld(5),

–  gezien het arrest van 12 april 2018 van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-550/16, A en S / Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie(6),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de bescherming van migrerende kinderen (O‑000031/2018 – B8‑0016/2018),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er volgens Unicef in Europa ongeveer 5,4 miljoen migrerende kinderen leven(7); overwegende dat er volgens de recentste cijfers van het bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de Vluchtelingen (UNHCR) in 2017 32 039 kinderen zijn aangekomen in Griekenland, Italië, Spanje en Bulgarije; overwegende dat het in 46 % van deze gevallen om niet-begeleide of van hun familie gescheiden kinderen ging, en dat de kinderen in de overige 54 % vergezeld waren van hun ouders of andere verzorgers; overwegende dat er volgens rapporten per 1 september 2016 in negen lidstaten 821 kinderen werden vastgehouden; overwegende dat de meerderheid van de lidstaten niet systematisch gegevens verstrekt noch verzamelt over kinderen in detentiecentra voor migranten(8);

B.  overwegende dat de Commissiemededeling over de bescherming van migrerende kinderen is gepubliceerd op 12 april 2017 en dat de lidstaat één jaar later nog altijd moeilijkheden ondervinden bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen in deze mededeling;

C.  overwegende dat een gebrek aan betrouwbare informatie, lang aanslepende procedures voor gezinshereniging en de benoeming van voogden, en de angst om in detentie te worden geplaatst of te worden teruggestuurd of overgeplaatst, ertoe leiden dat een aantal kinderen onderduikt, waardoor zij worden blootgesteld aan mensenhandel, geweld en uitbuiting;

D.  overwegende dat het gebrek aan diensten voor kinderbescherming en aan activiteiten voor kinderen op opvanglocaties een ongunstige impact heeft op de geestelijke gezondheid van kinderen;

E.  overwegende dat volgens het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind bij alle maatregelen ten aanzien van kinderen het belang van het kind de voornaamste overweging moet vormen;

F.  overwegende dat uit recent vergelijkend onderzoek(9) blijkt dat minderjarige asielzoekers niet in alle lidstaten even snel naar school kunnen gaan, in sommige gevallen pas na meer dan drie maanden vanaf de indiening van hun asielaanvraag, wat bijzondere problemen oplevert voor oudere kinderen;

G.  overwegende dat de toegang tot asielprocedures volgens een verslag uit 2016 van de Asylum Information Database (AIDA) vaak problematisch is en tot aanzienlijke bijkomende vertraging kan leiden(10);

H.  overwegende dat sommige lidstaten nog altijd moeilijkheden ondervinden op het vlak van leeftijdsbepaling en voor wat de bescherming betreft van kinderen die geen asiel aanvragen;

I.  overwegende dat volgens een recent verslag van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) over de aankomst van seksueel uitgebuite migranten naar schatting 80 % van alle meisjes die via de route door het centrale Middellandse Zeegebied vanuit Nigeria naar Europa komen - en wier aantal exponentieel is toegenomen, van 1454 in 2014 tot 11 009 in 2016 - potentieel slachtoffer zijn van mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting; overwegende dat de lidstaten moeilijkheden ondervinden bij het identificeren en ondersteunen van vrouwelijke slachtoffers van mensenhandel en seksuele uitbuiting;

J.  overwegende dat de staatloosheid van kinderen ernstige problemen stelt met betrekking tot de mensenrechten en de procedures voor het bepalen van de status van kinderen in de Europese Unie vertraagt, met als gevolg dat deze kinderen geen toegang hebben tot basisvoorzieningen en basisrechten;

1.  benadrukt dat alle kinderen, ongeacht hun migratie- of vluchtelingenstatus, eerst en vooral kinderen zijn en aanspraak kunnen maken op alle in het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind vastgelegde rechten;

2.  is ervan overtuigd dat de Commissie de lidstaten moet bijstaan bij de vastlegging en correcte toepassing van een holistische, op rechten gebaseerde benadering in alle beleidsdomeinen die betrekking hebben op kinderen;

3.  benadrukt het belang van de opstelling van een individueel plan voor elk kind, op basis van zijn behoeften en specifieke kwetsbaarheid, en hierbij rekening te houden met het feit dat de levenskwaliteit en het welzijn van kinderen onder meer afhangen van een snelle integratie, een maatschappelijk ondersteuningsstelsel en mogelijkheden om hun talenten ten volle te ontplooien; is van mening dat een dergelijke aanpak ook doeltreffend is gebleken om te verhinderen dat kinderen vermist raken;

4.  vraagt de lidstaten om bij alle beslissingen over kinderen, ongeacht hun status, het beginsel van het belang van het kind toe te passen;

5.  benadrukt dat alle nodige informatie over de rechten van kinderen en over de procedures en mogelijkheden inzake bescherming beschikbaar moet worden gemaakt voor kinderen, op een kindvriendelijke en genderbewuste manier en in bewoordingen die zij begrijpen; doet een beroep op het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken om de lidstaten te helpen met de opstelling van aangepast materiaal voor de voorlichting van kinderen bij opvang;

6.  dringt er bij de lidstaten op aan de procedures voor de benoeming van voogden of tijdelijke voogden voor niet-begeleide kinderen bij aankomst van deze kinderen te versnellen;

7.  vraagt de lidstaten met klem ervoor te zorgen dat alle kinderen bij hun aankomst contact kunnen hebben met ambtenaren van de kinderbescherming, ook in zogenaamde hotspots, speciale opvangcentra voor kinderen en bij grensovergangsposten;

8.  vraagt de lidstaten erop toe te zien dat alle kinderen en in het bijzonder niet-begeleide kinderen toegang hebben tot waardig onderdak en gezondheidszorg, en volledige toegang tot officieel, inclusief onderwijs in dezelfde omstandigheden als die die gelden voor kinderen uit het EU-gastland in kwestie, wat ook voorbereidende maatregelen zoals taalcursussen inhoudt, om ervoor te zorgen dat de kinderen gedurende hun volledige verblijf op het grondgebied van de lidstaat in het maatschappelijk leven in het gastland worden geïntegreerd;

9.  brengt in herinnering dat niet-begeleide kinderen en volwassenen op afzonderlijke plekken moeten worden ondergebracht, met als doel het risico op geweld en seksuele uitbuiting te vermijden;

10.  pleit ervoor om de herplaatsing van de resterende niet-begeleide kinderen uit Griekenland en Italië die uit hoofde van de relevante EU-besluiten voor herplaatsing in aanmerking komen, als prioritair te beschouwen; vraagt om de oprichting van structuren voor de continue herplaatsing van kinderen vanuit de lidstaten waar zij de EU binnenkomen, wanneer dit in hun belang is;

11.  erkent de cruciale rol van plaatselijke en regionale autoriteiten, die het voortouw nemen bij de opvang en integratie van migrerende kinderen, ondanks de beperkte middelen waarover zij beschikken; verzoekt de lidstaten om capaciteit op te bouwen en voldoende middelen uit te trekken voor de opvang van migrerende kinderen, en met name niet‑begeleide kinderen;

12.  vraagt de lidstaten om voor voldoende en permanente financiering en ondersteuning te zorgen voor plaatselijke en regionale autoriteiten, en de toegang tot Europese financiële middelen, bijvoorbeeld uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), te waarborgen;

13.  vraagt de lidstaten met klem om alle lopende procedures voor gezinshereniging zonder verder uitstel voort te zetten;

14.  onderstreept dat kinderen niet om immigratieredenen mogen worden vastgehouden en vraagt de lidstaten om alle kinderen en gezinnen met kinderen tijdens de evaluatie van hun immigratiestatus onder te brengen in niet-vrijheidsberovende en gemeenschapsgerichte woonruimten;

15.  is van mening dat de Commissie in gevallen van langdurige en stelselmatige vasthouding van migrerende kinderen en hun gezinsleden inbreukprocedures tegen de lidstaten moet inleiden, met als doel de eerbiediging van de grondrechten van kinderen te waarborgen;

16.  benadrukt dat de lidstaten dringend moeten investeren in psychologische en psychiatrische ondersteuning en rehabilitatie, met als doel de problemen van migrerende kinderen op het vlak van geestelijke gezondheid aan te pakken;

17.  onderstreept het belang van de invoering van een degelijk identificatie- en registratiesysteem waarbij wordt uitgegaan van het belang van het kind, om ervoor te zorgen dat kinderen in de nationale beschermingsstelsels worden opgenomen en er blijven, en beklemtoont dat het belangrijk is om gedurende deze hele procedure een op het kind gerichte benadering te hanteren, met volledige inachtneming van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind; benadrukt dat de lidstaten geen dwang mogen gebruiken voor de afname van biometrische gegevens van kinderen;

18.  vraagt de lidstaten goede praktijken uit te wisselen met betrekking tot procedures voor leeftijdsbepaling, met als doel hiervoor hoge normen vast te leggen die in de hele EU van toepassing zijn; benadrukt dat medische onderzoeken van kinderen moeten gebeuren op een niet-opdringerige manier en met respect voor de waardigheid van de kinderen;

19.  vraagt de lidstaten bovendien om meer inspanningen en meer grensoverschrijdende samenwerking tussen wetshandhavings- en kinderbeschermingsinstanties om vermiste kinderen op te sporen en te beschermen, en erop toe te zien dat het belang van het kind hierbij altijd centraal staat;

20.  betreurt het aanhoudende en wijdverspreide verschijnsel van de staatloosheid van kinderen; verzoekt de EU en haar lidstaten om ervoor te zorgen dat de staatloosheid van kinderen afdoende wordt aangepakt met behulp van nationale wetten, met volledige inachtneming van artikel 7 van het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind;

21.  erkent dat de lidstaten en de Commissie vorderingen hebben gemaakt voor wat het Europees voogdijnetwerk betreft, en vraagt de lidstaten om dit netwerk te ondersteunen;

22.  beklemtoont dat mensen die met kinderen werken, absoluut geen aantoonbaar strafblad mogen hebben, in het bijzonder met betrekking tot strafbare feiten in verband met kinderen; vraagt de lidstaten om continue en aangepaste opleiding te verstrekken over de rechten en noden van niet-begeleide minderjarigen en over alle mogelijke toepasselijke normen voor de bescherming van kinderen;

23.  verzoekt de lidstaten om meer inspanningen, onder meer in de vorm van grensoverschrijdende samenwerking, om minderjarige slachtoffers van mensenhandel, misbruik en andere vormen van uitbuiting te identificeren en alle minderjarige slachtoffers dezelfde toegang tot slachtofferhulp te garanderen; erkent het bestaan van een bijzondere problematiek in verband met de uitbuiting van meisjes voor prostitutie;

24.  benadrukt dat de uitwerking van nieuwe veilige en legale routes de Unie en de lidstaten in staat zou stellen een beter antwoord te bieden op de behoeften aan bescherming, in het bijzonder voor wat kinderen betreft, en het bedrijfsmodel van smokkelaars te ondergraven;

25.  erkent de humanitaire bijdrage van een aantal nationale en Europese ngo's, met inbegrip van ngo's die opsporings- en reddingsoperaties uitvoeren, ten behoeve van het belang van het kind;

26.  vraagt dat de lidstaten hun inspanningen voor een gemeenschappelijke aanpak van diverse vormen van georganiseerde misdaad - zoals kinderhandel - onverwijld opdrijven, met als doel straffeloosheid te bestrijden en te zorgen voor een snelle berechting van de plegers van dergelijke misdrijven, ongeacht of het om EU‑burgers gaat of niet;

27.  is van mening dat de rechten van migrerende kinderen in de begrotingsperiode na 2020 als een prioriteit moeten worden beschouwd, in de geest van de mededeling van de Commissie van 2017 over de bescherming van migrerende kinderen, de duurzameontwikkelingsdoelstellingen en de toolkit van de Commissie inzake het gebruik van EU-middelen voor de integratie van mensen met een migratieachtergrond;

28.  doet een beroep op de lidstaten voor meer grensoverschrijdende samenwerking, informatie-uitwisseling en coördinatie tussen diverse diensten binnen de lidstaten, met als doel leemten te vullen en ervoor te zorgen dat de systemen voor de bescherming van kinderen adequaat en niet versnipperd zijn;

29.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

(1) VN-resolutie /RES/71/1, http://www.un.org/en/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/71/1
(2) https://www.streetchildrenresources.org/resources/general-comment-no-21-2017-on-children-in-street-situations/
(3) PB C 289 van 9.8.2016, blz. 57.
(4) PB C 58 van 15.2.2018, blz. 9.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0329.
(6) ECLI:EU:C:2018:248.
(7) https://www.unicef.org/publications/files/Uprooted_growing_crisis_for_refugee_and_migrant_children.pdf
(8) http://fra.europa.eu/en/publication/2017/child-migrant-detention
(9) '#Backtoschool' van het Global Progressive Forum, de Migration Policy Group en het Europees Beleidsnetwerk SIRIUS: www.globalprogressiveforum.org/backtoschool
(10) Verslagen van AIDA uit 2016 (blz. 3).

Laatst bijgewerkt op: 7 november 2018Juridische mededeling