Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2714(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0239/2018

Ingediende teksten :

B8-0239/2018

Debatten :

PV 29/05/2018 - 2
CRE 29/05/2018 - 2

Stemmingen :

PV 30/05/2018 - 13.10
CRE 30/05/2018 - 13.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0226

Aangenomen teksten
PDF 124kWORD 51k
Woensdag 30 mei 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Meerjarig financieel kader 2021-2027 en eigen middelen
P8_TA(2018)0226B8-0239/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 en eigen middelen (2018/2714(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 311, 312 en 323 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 mei 2018 met als titel "Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt, en verdedigt – Het meerjarig financieel kader 2021-2027" (COM(2018)0321),

–  gezien de voorstellen van de Commissie van 2 mei 2018 over het meerjarig financieel kader (MFK) voor de jaren 2021 tot 2027 en het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie,

–  gezien het voorstel van de Commissie van 2 mei 2018 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten (COM(2018)0324),

–  gezien zijn resoluties van 14 maart 2018 over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020(1), en over de hervorming van het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie(2),

–  gezien de verklaringen van de Commissie en de Raad van 29 mei 2018 over het meerjarig financieel kader 2021-2027 en eigen middelen,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

1.  neemt kennis van de voorstellen van de Commissie van 2 mei 2018 over het MFK 2021-2027 en het stelsel van eigen middelen van de EU, die de basis vormen voor de komende onderhandelingen; herinnert eraan dat het standpunt van het Parlement duidelijk uiteengezet is in twee resoluties die zijn aangenomen met een zeer grote meerderheid op 14 maart 2018, die het mandaat voor de onderhandelingen vormen van het Parlement;

2.  dringt er bij de Raad op aan ervoor te zorgen dat in het volgende financiële kader een duidelijke en positieve visie naar voren komt op de toekomst van de Unie en dat hierin wordt tegemoetgekomen aan de behoeften, bezorgdheden en verwachtingen van de EU‑burgers; benadrukt dat het besluit over het MFK de Unie moet voorzien van de nodige financiële middelen om het hoofd te bieden aan belangrijke uitdagingen en haar politieke prioriteiten en doelstellingen voor de komende periode van 7 jaar te realiseren; verwacht dan ook dat de Raad zal handelen op een manier die consistent is met de politieke verbintenissen die hij reeds is aangegaan en dat hij de kwestie tegemoet zal treden met de vereiste moed; is bezorgd over het feit dat het voorstel van de Commissie de belangrijkste beleidsmaatregelen van de EU op het gebied van solidariteit verzwakt en is voornemens met de Raad te onderhandelen met het oog op de opbouw van een ambitieuzer MFK ten behoeve van de burgers;

3.  spreekt zijn verrassing en bezorgdheid uit over het feit dat de vergelijkende gegevens die de Commissie, op sterk aandringen van het Parlement, op 18 mei 2018 heeft vrijgegeven, wijzen op bepaalde verschillen in de wijze waarop deze cijfers zijn gepresenteerd en gecommuniceerd met de voorstellen voor het MFK; merkt in het bijzonder op dat de verhogingen voor diverse EU-programma's in werkelijkheid aanzienlijk lager zijn, terwijl de bezuinigingen op andere programma's aanzienlijk groter zijn dan de wijze waarop zij oorspronkelijk door de Commissie zijn gepresenteerd; onderstreept het feit dat het Parlement en de Raad het van meet af aan eens moete zijn over een duidelijke methodologie met betrekking tot de cijfers; verklaart voor het redigeren van deze resolutie gebruik te zullen maken van zijn eigen berekeningen, op basis van constante prijzen en rekening houdend met de terugtrekking van het VK;

4.  spreekt zijn teleurstelling uit over het voorgestelde algemene niveau van het komende MFK, dat is vastgesteld op 1,1 biljoen EUR, hetgeen neerkomt op 1,08 % van het bni van de EU-27 na aftrek van het Europees Ontwikkelingsfonds (momenteel 0,03 % van het bni van de EU buiten de EU-begroting); onderstreept dat dit algemeen niveau, wat percentage van het bni betreft, in reële termen lager is dan het niveau van het huidige MFK, ondanks de extra financiering die nodig is voor nieuwe politieke prioriteiten en nieuwe uitdagingen voor de Unie; herinnert eraan dat het huidige MFK kleiner is dan zijn voorganger (het MFK 2007-2013) en ontoereikend is gebleken om de dringende behoeften van de Unie te financieren;

5.  betreurt het feit dat dit voorstel rechtstreeks leidt tot een verlaging zowel van het niveau van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) als van dat van het cohesiebeleid, respectievelijk met 15 % en 10 %; is met name gekant tegen elke ingrijpende bezuiniging die een negatieve impact zal hebben op de aard en doelstellingen zelf van deze beleidsterreinen, bijvoorbeeld de voorgestelde bezuinigingen voor het Cohesiefonds (45 %) of voor het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (meer dan 25 %); heeft in verband hiermee vragen bij het voorstel het Europees Sociaal Fonds te verlagen met 6 %, ondanks het verruimde toepassingsgebied ervan en de opname van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief;

6.  herhaalt zijn krachtige standpunt met betrekking tot het vereiste niveau van financiering voor essentiële beleidsmaatregelen van de EU in het MFK 2021-2027, om ervoor te zorgen dat de taak hiervan kan worden uitgevoerd en de doelstellingen ervan kunnen worden gerealiseerd; benadrukt in het bijzonder het verzoek om de financiering van het GLB en het cohesiebeleid voor de EU-27 ten minste te handhaven op het niveau van de begroting 2014-2020 in reële termen, met inachtneming van de algemene architectuur van deze beleidsterreinen, om de huidige begroting voor het Erasmus+-programma te verdrievoudigen, om de specifieke financiering voor kmo's en de aanpak van de jeugdwerkloosheid te verdubbelen, om het huidige budget voor onderzoek en innovatie met minstens 50 % te verhogen tot 120 miljard EUR, om het Life+-programma te verdubbelen, om de investering via de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen aanzienlijk te verhogen en om te voorzien in aanvullende financiering voor veiligheid, migratie en externe betrekkingen; onderstreept bijgevolg zijn standpunt om het MFK 2021-2027 vast te stellen op het niveau van 1,3 % van het bni van de EU-27;

7.  benadrukt het feit dat de horizontale beginselen belangrijk zijn, die ten grondslag moeten liggen aan het MFK en al het daarmee verband houdende beleid van de EU; herhaalt in verband hiermee zijn standpunt dat de EU haar engagement moet nakomen om een voortrekkersrol te vervullen met betrekking tot de uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG's) en betreurt het ontbreken van een duidelijk en zichtbaar engagement in deze zin in de voorstellen over het MFK; dringt daarom aan op de integratie van de SDG's in alle EU-beleid en -initiatieven van het volgende MFK; benadrukt voorts dat de uitbanning van discriminatie essentieel is voor het nakomen van de verbintenissen van de EU ten aanzien van een inclusief Europa en betreurt het ontbreken van verbintenissen op het gebied van gendermainstreaming en gendergelijkheid in het EU-beleid dat met de voorstellen voor het MFK gepresenteerd is; onderstreept ook zijn standpunt dat op grond van de Overeenkomst van Parijs de klimaatgerelateerde uitgaven aanzienlijk moeten worden opgetrokken ten opzichte van het huidige MFK en zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2017 bij 30 % moeten liggen;

8.  steunt de voorstellen van de Commissie inzake de hervorming van het EU-stelsel van eigen middelen, dat een zeer positieve inkomstencomponent vormt van het MFK 2021-2027-pakket; is daarom ingenomen met de voorgestelde invoering van drie nieuwe eigen middelen van de EU en de vereenvoudiging van de huidige eigenmiddelenbron op basis van de btw; onderstreept het feit dat deze voorstellen, die rechtstreeks gebaseerd zijn op de werkzaamheden van de interinstitutionele groep op hoog niveau inzake eigen middelen, ook deel uitmaakten van het pakket dat het Parlement als voorstel naar voren heeft geschoven in zijn resolutie van 14 maart 2018; neemt met voldoening kennis van het feit dat deze nieuwe middelen overeenkomen met twee strategische doelstellingen van de Unie, namelijk een goede werking van de interne markt en de bescherming van het milieu en de strijd tegen de klimaatverandering; verwacht de steun van de Raad en de Commissie om de rol van het Parlement in de procedure voor de vaststelling van de eigen middelen te versterken; herhaalt nogmaals zijn standpunt dat de ontvangsten- en de uitgavenzijde van het volgende MFK tijdens de komende onderhandelingen moeten worden behandeld als één pakket en dat geen akkoord met het Parlement over het MFK kan worden bereikt, als niet tegelijk vooruitgang wordt geboekt met betrekking tot de eigen middelen;

9.  is bovendien ingenomen met het principe dat toekomstige ontvangsten die rechtstreeks voortvloeien uit EU-beleid, moeten terugvloeien naar de EU-begroting en staat volledig achter de afschaffing van alle kortingen en correcties; vraagt zich af in welk tempo deze nieuwe eigen middelen zullen worden ingevoerd om de nationale bijdragen te verlagen; heeft evenwel vragen bij het ontbreken van voorstellen van de Commissie voor het aanleggen van een bijzondere reserve in de EU-begroting, te vullen met alle soorten onvoorziene ontvangsten, onder andere geldboeten die zijn opgelegd aan bedrijven in mededingingszaken, alsmede voor een belasting op de grote bedrijven in de digitale sector en de belasting op financiële transacties als nieuwe eigen middelen van de EU;

10.  herhaalt zijn standpunt vóór de invoering van een mechanisme waarbij lidstaten die de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verankerde waarden niet eerbiedigen, hiervan financiële gevolgen kunnen ondervinden; neemt kennis van het voorstel van de Commissie over de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, dat is gepresenteerd als onderdeel van het totale MFK-pakket; is voornemens alle elementen van dit voorstel grondig te onderzoeken en de nodige bepalingen in te voeren om te garanderen dat de uiteindelijke begunstigden van de begroting van de Unie op geen enkele manier geschaad kunnen worden door schendingen van voorschriften waarvoor zij niet verantwoordelijk zijn;

11.  is ervan overtuigd dat een wettelijk bindende en verplichte tussentijdse herziening van het MFK nodig is, die voldoende vroeg moet worden voorgesteld en vastgesteld om het volgende Parlement en de volgende Commissie in staat te stellen een betekenisvolle aanpassing van het kader 2021-2027 te realiseren; is voornemens de formulering van het voorgestelde artikel in de MFK-verordening te verbeteren;

12.  beschouwt de voorstellen van de Commissie inzake flexibiliteit als een goede basis voor de onderhandelingen; is met name ingenomen met diverse voorstellen ter verbetering van de huidige bepalingen, met name het hergebruik van vrijgemaakte kredieten voor de reserve van de Unie, de verhoogde toewijzingen voor speciale instrumenten en de verwijdering van alle beperkingen voor de overkoepelende marge voor de betalingen, overeenkomstig de verzoeken van het Europees Parlement op dit gebied; is voornemens te onderhandelen over aanvullende verbeteringen, indien nodig;

13.  neemt kennis van het voorstel van de Commissie voor de oprichting van een Europees stabilisatiemechanisme voor investeringen, als aanvulling van de stabilisatiefunctie van de nationale begrotingen in geval van grote asymmetrische schokken; is voornemens dit voorstel nauwkeurig te onderzoeken, met name wat de doelstellingen en het volume ervan betreft;

14.  benadrukt het feit dat de voorstellen van de Commissie de officiële start zijn van een periode van intensieve onderhandelingen binnen de Raad, maar ook tussen de Raad en het Parlement, met het oog op de goedkeuring door het Parlement van de MFK-verordening; onderstreept dat alle elementen van het MFK/eigen middelen-pakket, inclusief de MFK-cijfers, op de onderhandelingstafel moeten blijven tot een definitieve overeenkomst is bereikt; spreekt zijn bereidheid uit om onmiddellijk een gestructureerde dialoog met de Raad te starten, teneinde te zorgen voor een beter begrip van de verwachtingen van het Parlement en een tijdig akkoord te faciliteren; beschouwt daarom de recente start van regelmatige vergaderingen tussen de opeenvolgende voorzitterschappen van de Raad en het onderhandelingsteam van het Parlement als een essentieel uitgangspunt in de procedure voor de vaststelling van het volgende MFK;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige betrokken instellingen en organen, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0075.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0076.

Laatst bijgewerkt op: 16 juli 2019Juridische mededeling