Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0309(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0180/2018

Ingediende teksten :

A8-0180/2018

Debatten :

PV 30/05/2018 - 22
CRE 30/05/2018 - 22
PV 12/02/2019 - 4
CRE 12/02/2019 - 4

Stemmingen :

PV 31/05/2018 - 7.6
CRE 31/05/2018 - 7.6
Stemverklaringen
PV 12/02/2019 - 9.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0236
P8_TA(2019)0070

Aangenomen teksten
PDF 215kWORD 75k
Donderdag 31 mei 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Uniemechanisme voor civiele bescherming ***I
P8_TA(2018)0236A8-0180/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 31 mei 2018 op het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (COM(2017)0772/2 – C8-0409/2017 – 2017/0309(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een besluit
Overweging 1
(1)  Het EU-mechanisme voor civiele bescherming (hierna "het mechanisme" genoemd), ingesteld bij Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad12 is gericht op het versterken van de samenwerking tussen de Unie en de lidstaten en het faciliteren van de coördinatie op het terrein van civiele bescherming, om zodoende te komen tot een betere respons van de Unie ten aanzien van door de mens of de natuur veroorzaakte rampen.
(1)  Het EU-mechanisme voor civiele bescherming (hierna "het mechanisme" genoemd), ingesteld bij Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad12 is gericht op het versterken van de samenwerking tussen de Unie, de lidstaten en hun regio's en het faciliteren van de coördinatie op het terrein van civiele bescherming, om zodoende te komen tot een betere respons van de Unie ten aanzien van door de mens of de natuur veroorzaakte rampen.
_________________
_________________
12 Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).
12 Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).
Amendement 2
Voorstel voor een besluit
Overweging 3
(3)  Door de mens of de natuur veroorzaakte rampen kunnen overal ter wereld plaatsvinden, vaak zonder waarschuwing. Of het nu door de mens of door de natuur veroorzaakte rampen betreft, zij komen steeds vaker voor, in steeds extremere en complexere vorm, nog versterkt door de gevolgen van de klimaatverandering, en zonder rekening te houden met nationale grenzen. De gevolgen van rampen voor de mens, het milieu en de economie kunnen aanzienlijk zijn.
(3)  Door de mens of de natuur veroorzaakte rampen kunnen overal ter wereld plaatsvinden, vaak zonder waarschuwing. Of het nu door de mens of door de natuur veroorzaakte rampen betreft, zij komen steeds vaker voor, in steeds extremere en complexere vorm, nog versterkt door de gevolgen van de klimaatverandering, en zonder rekening te houden met nationale grenzen. De gevolgen van rampen voor de mens, het milieu, de samenleving en de economie kunnen van onvoorzienbare omvang zijn. Helaas kan bij dergelijke rampen opzet in het spel zijn, bijvoorbeeld in het geval van terroristische aanslagen.
Amendement 3
Voorstel voor een besluit
Overweging 4
(4)  Uit recente ervaring is gebleken dat door een beroep te doen op een louter vrijwillig aanbod van wederzijdse bijstand, gecoördineerd en gefaciliteerd door het Uniemechanisme, niet altijd kan worden gegarandeerd dat voldoende capaciteit beschikbaar wordt gesteld om in toereikende mate tegemoet te komen aan de fundamentele behoeften van bevolkingsgroepen die door een ramp worden getroffen, noch dat het milieu en de eigendom in voldoende mate veilig worden gesteld. Dit is speciaal het geval wanneer lidstaten tegelijk worden getroffen door herhaaldelijke rampen en collectieve capaciteit ontoereikend is.
(4)  Uit recente ervaring is gebleken dat door een beroep te doen op een louter vrijwillig aanbod van wederzijdse bijstand, gecoördineerd en gefaciliteerd door het Uniemechanisme, niet altijd kan worden gegarandeerd dat voldoende capaciteit beschikbaar wordt gesteld om in toereikende mate tegemoet te komen aan de fundamentele behoeften van bevolkingsgroepen die door een ramp worden getroffen, noch dat het milieu en de eigendom in voldoende mate veilig worden gesteld. Dit is speciaal het geval wanneer lidstaten tegelijk worden getroffen door herhaaldelijke en onverwachte rampen, of deze nu door de natuur of door de mens veroorzaakt worden, en collectieve capaciteit ontoereikend is. Om dergelijke tekortkomingen te verhelpen en nieuwe gevaren het hoofd te kunnen bieden, dienen alle Unie-instrumenten op geheel flexibele wijze te worden ingezet, onder meer door een actieve participatie van de civiele samenleving te bevorderen. Niettemin moeten de lidstaten passende preventieve maatregelen treffen om in nationale capaciteit te voorzien die volstaat om adequaat te kunnen optreden bij rampen.
Amendement 4
Voorstel voor een besluit
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Het voorkomen van bosbranden is van wezenlijk belang in het kader van de wereldwijde inspanningen ter vermindering van de CO2-uitstoot. De verbranding van bomen en van bodems met een hoog turfgehalte bij bosbranden leidt namelijk tot de uitstoot van CO2. Zo blijkt uit studies dat branden de oorzaak vormen van 20 % van de wereldwijde CO2-uitstoot, hetgeen meer is dan de totale uitstoot van alle vervoermiddelen op aarde (voertuigen, schepen en vliegtuigen).
Amendement 5
Voorstel voor een besluit
Overweging 5
(5)  Preventie is van groot belang voor de bescherming tegen rampen en vraagt om verdere actie. Tot dit doel moeten de lidstaten op regelmatige basis risico-evaluaties met elkaar delen, alsook samenvattingen van hun rampenrisicobeheersplanning, met het oog op een geïntegreerde aanpak van rampenbeheersing waarbij preventie-, paraatheids- en responsacties aan elkaar zijn gekoppeld. Daarnaast moet de Commissie in staat worden gesteld om van de lidstaten te eisen hun specifieke preventie- en paraatheidsplannen in verband met specifieke rampen mede te delen, met name om de algemene steunverlening van de Unie voor rampenrisicobeheer te maximaliseren. De administratieve rompslomp moet worden teruggebracht en het preventiebeleid moet worden versterkt, met inbegrip van de noodzakelijke koppelingen met andere essentiële beleidsacties en instrumenten van de Unie, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen die zijn genoemd in overweging 2 van Verordening (EU) nr. 1303/201313.
(5)  Preventie is van groot belang voor de bescherming tegen rampen en vraagt om verdere actie. Tot dit doel moeten de lidstaten op regelmatige basis risico-evaluaties met betrekking tot hun nationale veiligheids- en beveiligingsrisico's met elkaar delen, alsook samenvattingen van hun rampenrisicobeheersplanning, met het oog op een geïntegreerde aanpak van de beheersing van door de natuur of door de mens veroorzaakte rampen, waarbij preventie-, paraatheids- en responsacties aan elkaar zijn gekoppeld. Daarnaast moet de Commissie in staat worden gesteld om van de lidstaten te eisen hun specifieke preventie- en paraatheidsplannen in verband met specifieke rampen, waaronder door de mens veroorzaakte rampen, mede te delen, met name om de algemene steunverlening van de Unie, in het bijzonder van het Europees Milieuagentschap (EEA), voor rampenrisicobeheer te maximaliseren. Het is absoluut noodzakelijk om de administratieve rompslomp terug te brengen en het preventiebeleid te versterken, onder meer door een sterkere koppeling en samenwerking met andere essentiële beleidsacties en instrumenten van de Unie, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen die zijn genoemd in overweging 2 van Verordening (EU) nr. 1303/201313.
Amendement 6
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 bis (nieuw)
(5 bis)   Risico's vormen een negatieve prikkel voor de ontwikkeling van regio's. Preventie en risicobeheersing vereisen een bijstelling van beleidsmaatregelen en institutionele kaders en een versterking van de lokale, nationale en regionale capaciteit voor de uitwerking en tenuitvoerlegging van risicobeheersingsmaatregelen waarbij coördinatie tussen tal van actoren nodig is. Het is van essentieel belang om risicokaarten voor regio's en/of lidstaten op te stellen en de responscapaciteit en preventieve maatregelen te versterken, waarbij bijzondere nadruk moet worden gelegd op klimaatrisico's. Van essentieel belang is ook dat risicokaarten rekening houden met risico's die van de huidige onbestendigheid van het klimaat uitgaan, alsook met prognoses met betrekking tot de ontwikkeling van de klimaatverandering.
Amendement 7
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 ter (nieuw)
(5 ter)   Bij de ontwikkeling van hun risicobeoordeling en risicobeheersplanning dienen de lidstaten rekening te houden met de specifieke risico's voor in het wild levende dieren en het dierenwelzijn. De Commissie dient de verspreiding van informatie over door rampen getroffen dieren in heel Europa te stimuleren. De opleidingsprogramma's en cursussen op dit gebied moeten verder worden ontwikkeld.
Amendement 8
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 quater (nieuw)
(5 quater)   Veel lidstaten kenden in 2017 een bijzonder lang en hevig bosbrandseizoen, waarbij alleen al in één lidstaat meer dan honderd doden te betreuren waren. Het gebrek aan beschikbare capaciteit, zoals beschreven in het verslag inzake de tekorten van de responscapaciteit1 bis, en het onvermogen van de Europese responscapaciteit in noodsituaties (EERC, of de vrijwillige pool) om tijdig te reageren op alle 17 verzoeken voor bijstand bij bosbranden, hebben aangetoond dat het vrijwillige karakter van de bijdrage van de lidstaten ontoereikend is in het geval van noodsituaties met een grote impact die meerdere lidstaten tegelijk treffen.
_________________
1 bis Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de vorderingen en resterende tekorten van de Europese responscapaciteit in noodsituaties, 17.2.2017.
Amendement 9
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 quinquies (nieuw)
(5 quinquies)   Buurlanden die over dezelfde deskundigheid en structuren beschikken en doorgaans te maken hebben met dezelfde rampen en risico's, zijn de meest aangewezen partners voor een verdieping van de samenwerking.
Amendement 68
Voorstel voor een besluit
Overweging 5 sexies (nieuw)
(5 sexies)  De veiligheid van de watervoorraden is van essentieel belang voor de klimaatbestendigheid. De lidstaten moeten de bestaande watervoorraden in kaart brengen om de aanpassing aan de klimaatverandering te vergemakkelijken en de veerkracht van de bevolking te vergroten als het erom gaat het hoofd te bieden aan klimaatbedreigingen zoals droogte, branden of overstromingen. Het in kaart brengen van de watervoorraden moet bijdragen aan de ontwikkeling van maatregelen om de kwetsbaarheid van de bevolking te verminderen.
Amendement 10
Voorstel voor een besluit
Overweging 6
(6)  Er bestaat een noodzaak om het collectieve vermogen tot rampenparaatheid en rampenrespons te versterken met name door wederzijdse steunverlening in Europa. Naast een versterking van de mogelijkheden die reeds worden geboden door de Europese responscapaciteit voor noodsituaties (EERC, of de vrijwillige pool), vanaf heden de "Europese pool voor civiele bescherming" genoemd, moet de Commissie ook rescEU opzetten. De samenstelling van rescEU moet noodresponscapaciteit omvatten inzake bosbranden, grootschalige overstromingen en aardbevingen, alsook een veldhospitaal en medische teams volgens de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie die snel kunnen worden ontplooid.
(6)  Er bestaat een noodzaak om het collectieve vermogen tot rampenparaatheid en rampenrespons te versterken met name door wederzijdse steunverlening in Europa. Naast een versterking van de mogelijkheden die reeds worden geboden door de Europese responscapaciteit voor noodsituaties (EERC, of de vrijwillige pool), vanaf heden de "Europese pool voor civiele bescherming" genoemd, moet de Commissie ook rescEU opzetten. De samenstelling van rescEU moet noodresponscapaciteit omvatten inzake bosbranden, grootschalige overstromingen en aardbevingen, terroristische aanslagen en chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanslagen, alsook een veldhospitaal en medische teams volgens de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie die snel kunnen worden ontplooid. In dit verband moet worden benadrukt hoe belangrijk het is om de specifieke capaciteit van de lokale en regionale autoriteiten te versterken en hierbij te betrekken, aangezien zij als eerste bij rampen optreden. Deze autoriteiten moeten samenwerkingsmodellen ontwikkelen waarbinnen gemeenschappen beste praktijken kunnen uitwisselen, waardoor hun de mogelijkheid wordt geboden zelf bij te dragen aan de ontwikkeling van hun weerbaarheid tegen natuurrampen.
Amendement 11
Voorstel voor een besluit
Overweging 6 bis (nieuw)
(6 bis)   De regionale en lokale autoriteiten spelen een belangrijke rol bij rampenpreventie en -beheersing en hun responscapaciteit moet op passende wijze worden geïntegreerd in de in het kader van dit besluit uitgevoerde coördinatie- en inzetactiviteiten, in overeenstemming met het institutioneel en juridisch kader van de lidstaten, teneinde overlappingen zoveel mogelijk te voorkomen en interoperabiliteit te bevorderen. Deze autoriteiten kunnen een belangrijke preventieve rol vervullen en moeten tevens als eersten reageren in de nasleep van een ramp, tezamen met hun vrijwilligerscapaciteit. Er is dan ook behoefte aan doorlopende samenwerking op lokaal, regionaal en grensoverschrijdend niveau met het doel gemeenschappelijke waarschuwingssystemen in te voeren voor snelle interventie vóór de rescEU wordt gemobiliseerd, evenals regelmatige voorlichtingscampagnes over maatregelen voor een eerste respons.
Amendement 12
Voorstel voor een besluit
Overweging 7
(7)  De Unie moet in staat zijn om de lidstaten bij te staan indien de beschikbare capaciteit niet volstaat voor een doeltreffende respons op rampen, door bij te dragen aan de financiering van leasing- of verhuringsregelingen, met het oog op een snelle toegang tot dergelijke capaciteit, of door de financiering van de aankoop ervan. Hierdoor zou de doeltreffendheid van het Uniemechanisme aanzienlijk worden vergroot, door de beschikbaarheid te garanderen van capaciteit in gevallen waar een effectieve rampenrespons in andere situaties niet zou kunnen worden verzekerd, met name bij rampen die een wijdverbreide impact hebben of een aanzienlijk aantal lidstaten treffen. Het verstrekken van deze capaciteit door de Unie moet schaalvoordelen opleveren en leiden tot een betere coördinatie bij rampenrespons.
(7)  De Unie moet in staat zijn om de lidstaten bij te staan indien de beschikbare materiële en technische capaciteit niet volstaat voor een doeltreffende respons op rampen, ook in het geval van grensoverschrijdende gebeurtenissen, door bij te dragen aan de financiering van leasing- of verhuringsregelingen, met het oog op een snelle toegang tot dergelijke capaciteit, of door de financiering van de aankoop ervan. Hierdoor zou de doeltreffendheid en inzetbaarheid van het Uniemechanisme aanzienlijk worden vergroot, door de beschikbaarheid te garanderen van materiële en technische capaciteit, waaronder capaciteit voor het redden van ouderen of personen met een handicap, in gevallen waar een effectieve rampenrespons anders niet gewaarborgd zou zijn, met name bij rampen die een wijdverbreide impact hebben of een aanzienlijk aantal lidstaten treffen, zoals grensoverschrijdende epidemieën. Het verstrekken van specifieke passende uitrusting en van capaciteit door de Unie moet schaalvoordelen opleveren en leiden tot een betere coördinatie bij rampenrespons. Er moet voor een optimaal en transparant gebruik van de financiële middelen worden gezorgd.
Amendement 13
Voorstel voor een besluit
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)   Veel lidstaten worden geconfronteerd met een gebrek aan materiële en technische uitrusting wanneer zich onverwachte rampen voordoen. Het Uniemechanisme moet het daarom mogelijk maken dat de hoeveelheid materiële en technische uitrusting indien nodig wordt uitgebreid, met name om personen met een handicap, ouderen of zieken te redden.
Amendement 14
Voorstel voor een besluit
Overweging 9
(9)  Met het oog op grotere efficiëntie en doelmatigheid van opleiding en oefeningen en op grotere samenwerking tussen de nationale civiele-beschermingsautoriteiten en -diensten van de lidstaten is het noodzakelijk een kennisnetwerk op het gebied van Europese civiele bescherming op te zetten dat is gebaseerd op bestaande structuren.
(9)  Opleiding, onderzoek en innovatie zijn essentiële aspecten van de samenwerking op het gebied van civiele bescherming. De efficiëntie en doelmatigheid van opleiding en oefeningen, de bevordering van innovatie en dialoog alsmede samenwerking tussen de nationale civiele-beschermingsautoriteiten en -diensten van de lidstaten moeten op basis van bestaande structuren worden versterkt, met participatie van en uitwisseling van informatie met kenniscentra, universiteiten, onderzoekers en andere expertise die in de lidstaten aanwezig is.
Amendement 15
Voorstel voor een besluit
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)   Aangezien de versterking van de civiele bescherming in het licht van de evolutie van rampen, zowel aan het weer gerelateerde rampen als rampen die verband houden met interne veiligheid, een van de belangrijkste prioriteiten in de hele Europese Unie is, is het van essentieel belang om de instrumenten van de Unie een sterkere territoriale en vanuit de gemeenschap geleide dimensie te geven, omdat actie vanuit de lokale gemeenschap de snelste en meest effectieve manier is om door rampen veroorzaakte schade te beperken.
Amendement 16
Voorstel voor een besluit
Overweging 10
(10)  Om het functioneren van de rescEU-capaciteit te verzekeren moeten extra financiële toewijzingen beschikbaar worden gesteld voor financiële acties in het kader van het Uniemechanisme.
(10)  Om het functioneren van de rescEU-capaciteit te verzekeren moeten extra financiële toewijzingen beschikbaar worden gesteld voor financiële acties in het kader van het Uniemechanisme, maar niet ten koste van de financiële middelen die zijn toegewezen aan andere belangrijke beleidsterreinen van de Unie.
Amendement 17
Voorstel voor een besluit
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)  Voor het herziene Uniemechanisme moeten afzonderlijke financiering en begrotingstoewijzingen worden gegarandeerd. Aangezien negatieve gevolgen voor de financiering van bestaande meerjarenprogramma's moeten worden voorkomen, dient de verhoging van de financiering voor de gerichte herziening van het Uniemechanisme in de jaren 2018, 2019 en 2020 uitsluitend afkomstig te zijn van alle middelen die beschikbaar zijn op grond van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/20131 bis van de Raad, waarbij met name een beroep moet worden gedaan op het flexibiliteitsinstrument.
___________________
1 bis Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).
Amendement 18
Voorstel voor een besluit
Overweging 11
(11)  Er bestaat behoefte aan een vereenvoudiging van de procedures van het Uniemechanisme om de toegang van de lidstaten te verzekeren tot de steun en de capaciteit die nodig zijn om zo spoedig mogelijk te antwoorden op natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen.
(11)  Er bestaat behoefte aan vereenvoudiging en stroomlijning alsmede meer flexibiliteit van de procedures van het Uniemechanisme om ervoor te zorgen dat lidstaten snel toegang hebben tot de steun en de capaciteit die nodig zijn om zo spoedig en efficiënt mogelijk te reageren op natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen.
Amendement 19
Voorstel voor een besluit
Overweging 12
(12)  Met het oog op een zo groot mogelijk gebruik van de bestaande financieringsinstrumenten en steun voor de lidstaten bij de hulpverlening, meer bepaald bij rampen buiten de Unie, dient te worden voorzien in een afwijking van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad14, in gevallen waarin financiering wordt toegstaan uit hoofde van de artikelen 21, 22, en 23 van Besluit nr. 1313/2013/EU.
(12)  Met het oog op een zo groot mogelijk gebruik van de bestaande financieringsinstrumenten en steun voor de lidstaten bij de hulpverlening, waaronder bij rampen buiten de Unie, dient te worden voorzien in een afwijking van artikel 129, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad14, in gevallen waarin financiering wordt toegestaan uit hoofde van de artikelen 21, 22, en 23 van Besluit nr. 1313/2013/EU. Ondanks deze afwijking moet, in welke toekomstige financiële architectuur van de Unie dan ook, de financiering van activiteiten voor civiele bescherming en in het bijzonder humanitaire hulp, duidelijk gescheiden blijven en volledig in lijn zijn met de verschillende doelstellingen en wettelijke vereisten van de architectuur in kwestie.
__________________
__________________
14 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
14 Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).
Amendement 20
Voorstel voor een besluit
Overweging 13
(13)  Het is van belang te garanderen dat de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen treffen om door de natuur of de mens veroorzaakte rampen doeltreffend te voorkomen en hun gevolgen te verminderen. De bepalingen moeten het verband versterken tussen acties voor preventie, paraatheid en respons in het kader van het Uniemechanisme. Er moet ook worden gezorgd voor samenhang met andere relevante wetgeving van de Unie inzake de preventie en het beheer van rampenrisico's, met inbegrip van grensoverschrijdende preventie-activiteiten en respons op bedreigingen zoals ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de volksgezondheid15. Evenzo moet de samenhang worden verzekerd met internationale verbintenissen zoals het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030, de overeenkomst van Parijs en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
(13)  Het is van belang te garanderen dat de lidstaten alle noodzakelijke maatregelen treffen om door de natuur of de mens veroorzaakte rampen doeltreffend te voorkomen en hun gevolgen te verminderen. De bepalingen moeten het verband versterken tussen acties voor preventie, paraatheid en respons in het kader van het Uniemechanisme. Er moet ook worden gezorgd voor samenhang met andere relevante wetgeving van de Unie inzake de preventie en het beheer van rampenrisico's, met inbegrip van grensoverschrijdende preventie-activiteiten en respons op bedreigingen zoals ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de volksgezondheid15. De programma's voor territoriale samenwerking in het kader van het cohesiebeleid voorzien in specifieke acties inzake weerbaarheid tegen rampen, risicopreventie en risicobeheersing, evenals verdere inspanningen voor sterkere integratie en verhoogde synergieën. Verder moeten alle acties samenhangen met en actief bijdragen aan het nakomen van internationale verbintenissen zoals het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030, de overeenkomst van Parijs en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.
__________________
__________________
15 Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG (PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1).
15 Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG (PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1).
Amendement 21
Voorstel voor een besluit
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)   Het is van essentieel belang dat de tot dusver bij het gemeenschappelijk noodcommunicatie- en informatiesysteem ("Common Emergency Communication and Information System" – CECIS) aangemelde modules worden gehandhaafd opdat op verzoeken om bijstand kan worden gereageerd en deelname aan het opleidingsstelsel in de thans gebruikelijke vorm mogelijk blijft.
Amendement 22
Voorstel voor een besluit
Overweging 13 ter (nieuw)
(13 ter)   Het is eveneens van belang om het Uniemechanisme, dat zich beperkt tot de periode vlak na een ramp, te koppelen met andere EU-instrumenten die gericht zijn op het herstel van schade, zoals het Solidariteitsfonds.
Amendement 23
Voorstel voor een besluit
Overweging 13 quater (nieuw)
(13 quater)   Het is van essentieel belang dat het Solidariteitsfonds wordt aangepast door de verplichting in te voeren om milieuschade te herstellen en het bbp per inwoner van de regio of de lidstaat in plaats van het mondiale bbp als indicator te gebruiken voor de goedkeuring ervan, teneinde te voorkomen dat grote dichtbevolkte regio's met een laag welvaartspeil niet in aanmerking komen voor middelen uit het fonds. Het is van groot belang om de door een ramp aan het milieu berokkende schade op economische wijze te waarderen, met name als het om gebieden met een hoge natuurwaarde gaat, zoals beschermde gebieden of gebieden die deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk, teneinde die getroffen gebieden te herstellen.
Amendement 24
Voorstel voor een besluit
Overweging 13 quinquies (nieuw)
(13 quinquies)   De Unie moet tevens aandacht besteden aan technische bijstand en opleiding, zodat de zelfredzaamheid van gemeenschappen kan worden verbeterd en zij beter voorbereid zijn om snel te reageren en de gevolgen van een ramp binnen de perken te houden. Specifieke opleidingen en training voor personen die taken uitoefenen op het gebied van de openbare veiligheid, zoals gemeenschapsleiders, personeel in de sociale en medische sector, de reddingsdiensten en de brandweer alsmede lokale vrijwilligersgroepen die snel beschikbaar interventiemateriaal paraat hebben, kunnen helpen de gevolgen van een ramp binnen de perken te houden en het aantal dodelijke slachtoffers zowel tijdens als in de nasleep van een crisis te beperken.
Amendement 25
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 3 – lid 1 – punt e
e)  het vergroten van de beschikbaarheid en het gebruik van wetenschappelijke kennis over rampen.
e)  het vergroten van de beschikbaarheid en het gebruik van wetenschappelijke kennis over rampen, ook in de ultraperifere regio's en de landen en gebieden overzee (LGO);
Amendement 26
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a bis (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 3 – lid 1 – punt e bis (nieuw)
a bis)  in lid 1 wordt het volgende punt toegevoegd:
"e bis) het beperken van de mogelijke onmiddellijke gevolgen van rampen voor mensenlevens en het cultureel en natuurlijk erfgoed;"
Amendement 27
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 – letter a ter (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 3 – alinea 1 – punt e ter (nieuw)
a ter)  in lid 1 wordt het volgende punt toegevoegd:
"e ter) het intensiveren van de samenwerkings- en coördinatieactiviteiten op grensoverschrijdend niveau."
Amendement 28
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 5 – lid 1 – punt a
a)  verbeteren van de kennisbasis betreffende rampenrisico's en vergemakkelijken van de uitwisseling van kennis, de resultaten van wetenschappelijk onderzoek, informatie en beste praktijken, met name onder lidstaten die met dezelfde risico's worden geconfronteerd.
a)  verbeteren van de kennisbasis betreffende rampenrisico's en verder vergemakkelijken en bevorderen van samenwerking en de uitwisseling van kennis, de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en innovatie, beste praktijken en informatie, met name onder lidstaten die met dezelfde risico's worden geconfronteerd;
Amendement 29
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 5 – lid 1 – punt a bis (nieuw)
3 bis)  In artikel 5, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:
"a bis) harmoniseren van informatie en richtsnoeren inzake waarschuwingssystemen, ook op grensoverschrijdend niveau;"
Amendement 30
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3 ter (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 5 – lid 1 – punt f
3 ter)   In artikel 5, lid 1, wordt punt f) vervangen door het volgende:
f)  bundelen en verspreiden van door de lidstaten verstrekte informatie; organiseren van de uitwisseling van ervaring in verband met de beoordeling van het risicobeheersingsvermogen; samen met de lidstaten en uiterlijk 22 december 2014 opstellen van richtsnoeren betreffende de inhoud, de methode en de structuur van deze beoordelingen; en faciliteren van de uitwisseling van goede praktijken op het gebied van preventie en paraatheidsplanning, onder meer door middel van vrijwillige collegiale toetsingen;
"f) bundelen en verspreiden van door de lidstaten verstrekte informatie; organiseren van de uitwisseling van ervaring in verband met de beoordeling van het risicobeheersingsvermogen; samen met de lidstaten en uiterlijk per 22 december 2019 opstellen van nieuwe richtsnoeren betreffende de inhoud, de methode en de structuur van deze beoordelingen; en faciliteren van de uitwisseling van goede praktijken op het gebied van preventie en paraatheidsplanning, onder meer door middel van vrijwillige collegiale toetsingen;"
Amendement 31
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 6 – alinea 1 – punt a
a)  uiterlijk op 22 december 2018 en vervolgens om de drie jaar opstellen van risicobeoordelingen op nationaal of passend subnationaal niveau en deze aan de Commissie ter beschikking stellen;
a)  uiterlijk op 22 december 2018 en vervolgens om de drie jaar opstellen van risicobeoordelingen op nationaal of passend subnationaal niveau, in overleg met relevante lokale en regionale autoriteiten en in overeenstemming met het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering, en deze aan de Commissie ter beschikking stellen, op basis van een met de Commissie overeengekomen model, met gebruikmaking van de bestaande nationale informatiesystemen;
Amendement 32
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter a bis (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 6 – alinea 1 – letter d
a bis)  het bepaalde onder d) wordt vervangen door:
d)  op vrijwillige basis deelnemen aan collegiale toetsingen van de beoordeling van het risicobeheersingsvermogen.
"d) op vrijwillige basis deelnemen aan collegiale toetsingen betreffende het risicobeheersingsvermogen met het oog op de vaststelling van maatregelen om bestaande lacunes te dichten."
Amendement 33
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 6 – alinea 2
Een samenvatting van de relevante elementen van de risicobeheersingsplanning dient uiterlijk op 31 januari 2019, en vervolgens om de drie jaar, bij de Commissie te worden ingediend, met inbegrip van informatie over de uitgekozen preventie- en paraatheidsmaatregelen. Daarnaast kan de Commissie van de lidstaten vragen specifieke preventie- en paraatheidsplannen mede te delen die zowel de inspanningen op de korte als op de lange termijn moeten bestrijken. De Unie onderzoekt terdege de vooruitgang die door de lidstaten wordt geboekt inzake rampenpreventie en rampenparaatheid als onderdeel van elke toekomstige toepasselijke ex-antevoorwaarde in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen.
Een samenvatting van de relevante elementen van de risicobeheersingsplanning dient uiterlijk op 31 januari 2019, en vervolgens om de drie jaar, bij de Commissie te worden ingediend, met inbegrip van informatie over de uitgekozen preventie- en paraatheidsmaatregelen en overeenkomstig een door middel van een uitvoeringshandeling vastgesteld model. Deze uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Daarnaast kan de Commissie van de lidstaten vragen specifieke preventie- en paraatheidsplannen mede te delen die zowel de inspanningen op de korte als op de lange termijn moeten bestrijken. Deze inspanningen kunnen maatregelen van de lidstaten omvatten om investeringen op basis van risicobeoordelingen te bevorderen en om een betere wederopbouw na rampen te waarborgen. Er moet voor worden gezorgd dat de bijkomende lasten voor de nationale of subnationale overheidsdiensten tot een minimum worden beperkt.
Amendement 34
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 – letter b
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 6 – alinea 3
De Commissie kan tevens een specifiek overlegmechanisme opzetten om passende preventie- en paraatheidsplanning en -coördinatie tussen de lidstaten die vaak door rampen worden getroffen, te bevorderen.
De Commissie kan tevens, in samenwerking met de lidstaten, een specifiek overlegmechanisme opzetten om passende preventie- en paraatheidsplanning en -coördinatie tussen de lidstaten die vaak door rampen worden getroffen, te bevorderen. De Commissie en de lidstaten bevorderen bovendien, waar mogelijk, de samenhang tussen rampenrisicobeheer en strategieën voor aanpassing aan de klimaatverandering.
Amendement 36
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 8 – alinea 1 – letter k
4 bis)  In artikel 8, lid 1, wordt letter k) vervangen door:
k)  in nauw overleg met de lidstaten uitvoeren van extra ondersteunende en aanvullende paraatheidacties teneinde de in artikel 3, lid 1, onder b), genoemde doelstelling te verwezenlijken.
"k) in nauw overleg met de lidstaten uitvoeren van extra ondersteunende en aanvullende paraatheidacties, onder meer door coördinatie met andere instrumenten van de Unie, teneinde de in artikel 3, lid 1, onder b), genoemde doelstelling te verwezenlijken."
Amendement 37
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 ter (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 9 – lid 1 bis (nieuw)
(4 ter)   In artikel 9 wordt het volgende lid ingevoegd:
"1 bis. De lidstaten versterken de relevante administratieve capaciteit van de bevoegde regionale en lokale overheden, in overeenstemming met hun institutioneel en juridisch kader."
Amendement 38
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 10 – lid 1
1.  De Commissie en de lidstaten werken samen aan het verbeteren van de planning van responsoperaties bij rampen in het kader van het Uniemechanisme, onder meer door het opstellen van scenario’s voor respons op rampen gebaseerd op de risicobeoordelingen als bedoeld in artikel 6, onder a), en het overzicht van risico's als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c), het in kaart brengen van de beschikbare middelen en het opstellen van plannen voor de inzet van de responscapaciteit.
1.  De Commissie en de lidstaten werken samen aan het verbeteren van de planning van responsoperaties bij natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen in het kader van het Uniemechanisme, onder meer door het opstellen van scenario’s voor respons op rampen gebaseerd op de risicobeoordelingen als bedoeld in artikel 6, onder a), en het overzicht van risico's als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c), het in kaart brengen van de beschikbare middelen, waaronder grondverzetmachines, wagens met elektrische generatoraggregaten en mobiel brandmaterieel, en het opstellen van plannen voor de inzet van de responscapaciteit.
Amendement 39
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 11 – lid 1
1.  Er wordt een Europese pool voor civiele bescherming opgericht. Deze bestaat uit een pool van vooraf toegezegde responscapaciteit van de lidstaten en omvat modules, andere responscapaciteit en deskundigen.
1.  Er wordt een Europese pool voor civiele bescherming opgericht. Deze bestaat uit een vrijwillige pool van vooraf toegezegde responscapaciteit van de lidstaten en omvat modules, andere responscapaciteit en deskundigen.
Amendement 40
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 11 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   Aangezien de lidstaten met het oog op de beperking van veiligheids- en beveiligingsrisico's in de eerste plaats voor nationale preventie moeten zorgen, vormt de Europese pool voor civiele bescherming een aanvulling op bestaande nationale capaciteit.
Amendement 41
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter b
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 11 – lid 2
2.  Op basis van geïdentificeerde risico's bepaalt de Commissie het soort en de hoeveelheid cruciale responscapaciteit die nodig is voor de Europese pool voor civiele bescherming (hierna "capaciteitsdoelen" genoemd). De Commissie houdt de vooruitgang bij het realiseren van de capaciteitsdoelen en de resterende tekortkomingen in het oog en spoort de lidstaten aan deze aan te pakken. De Commissie kan conform artikel 20, artikel 21, lid 1, onder i), en artikel 21, lid 2, de lidstaten ondersteunen bij deze activiteiten.
2.  Op basis van ter plekke geïdentificeerde behoeften en risico's bepaalt de Commissie in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten het soort en de hoeveelheid cruciale responscapaciteit die nodig is voor de Europese pool voor civiele bescherming (hierna "capaciteitsdoelen" genoemd). De Commissie houdt de vooruitgang bij het realiseren van de capaciteitsdoelen en de resterende tekortkomingen in het oog en spoort de lidstaten aan deze aan te pakken. De Commissie kan conform artikel 20, artikel 21, lid 1, onder i), en artikel 21, lid 2, de lidstaten ondersteunen bij deze activiteiten.
Amendement 42
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 11 – lid 7
7.  De responscapaciteit die de lidstaten beschikbaar stellen voor de Europese pool voor civiele bescherming wordt beschikbaar gesteld voor responsoperaties in het kader van het Uniemechanisme naar aanleiding van een verzoek om bijstand via het ERCC, tenzij de lidstaten worden geconfronteerd met een uitzonderlijke situatie waardoor de taken in eigen land aanzienlijk in het gedrang zouden komen.
7.  De responscapaciteit die de lidstaten beschikbaar stellen voor de Europese pool voor civiele bescherming wordt beschikbaar gesteld voor responsoperaties in het kader van het Uniemechanisme naar aanleiding van een verzoek om bijstand via het ERCC, tenzij er sprake is van een binnenlandse noodsituatie of overmacht, of wanneer de lidstaten worden geconfronteerd met een uitzonderlijke situatie waardoor de taken in eigen land aanzienlijk in het gedrang zouden komen. De definitieve beslissing over de inzet ervan wordt genomen door de lidstaat die de betrokken responscapaciteit heeft geregistreerd.
Amendement 43
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6 – letter c
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 11 – lid 8 – alinea 1
Wanneer dergelijke responscapaciteit wordt ingezet, blijft zij onder de leiding en controle van de betrokken lidstaten staan en kan zij, wanneer een lidstaat met een uitzonderlijke situatie wordt geconfronteerd waardoor de taken in eigen land aanzienlijk in het gedrang komen en deze responscapaciteit niet beschikbaar kan worden gehouden, worden teruggetrokken. In dergelijke gevallen wordt overleg gepleegd met de Commissie.
Wanneer dergelijke responscapaciteit wordt ingezet, blijft zij onder de leiding en controle van de betrokken lidstaten staan en kan zij, indien die lidstaten met een binnenlandse noodsituatie of overmacht worden geconfronteerd of indien zij op grond van een uitzonderlijke situatie niet in staat zijn deze responscapaciteit beschikbaar te houden, worden teruggetrokken. In dergelijke gevallen wordt overleg gepleegd met de Commissie.
Amendement 44
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 1
1.  rescEU wordt opgericht om hulp te verlenen waar de bestaande capaciteit geen doeltreffende respons op rampen mogelijk maakt.
1.  rescEU wordt opgericht om hulp te verlenen in buitengewone omstandigheden waar op nationaal niveau geen capaciteit beschikbaar is of de bestaande capaciteit geen doeltreffende respons op rampen mogelijk maakt. De rescEU-capaciteit wordt niet gebruikt ter vervanging van de eigen capaciteit van de lidstaten en hun desbetreffende verantwoordelijkheden.
Amendement 45
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 2
2.  rescEU is uit de volgende capaciteit samengesteld:
2.  rescEU is samengesteld uit capaciteit die een aanvulling vormt op de bestaande capaciteit in de lidstaten, met de bedoeling om die aan te vullen en te versterken, en is bedoeld om huidige en toekomstige risico's het hoofd te kunnen bieden. De capaciteit wordt vastgesteld op basis van eventuele tekorten aan responscapaciteit op het gebied van volksgezondheid, industriële, ecologische, seismische en vulkanische rampen, overstromingen en branden, waaronder bosbranden, en terroristische aanvallen en chemische, biologische, radiologische en nucleaire dreigingen.
Op basis van de vastgestelde tekorten omvat rescEU ten minste capaciteit op de volgende gebieden:
a)  bestrijding van bosbranden uit de lucht;
a)  bestrijding van bosbranden uit de lucht;
b)  pompen met hoog debiet;
b)  pompen met hoog debiet;
c)  stedelijke zoek- en reddingsoperaties;
c)  stedelijke zoek- en reddingsoperaties;
d)  veldhospitalen en medische noodteams.
d)  veldhospitalen en medische noodteams.
Amendement 46
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   De aard van die capaciteit blijft flexibel en kan evolueren om het hoofd te kunnen bieden aan toekomstige evoluties en uitdagingen, zoals de gevolgen van klimaatverandering.
Amendement 47
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 4
4.  Op basis van vastgestelde risico's en uitgaande van een multirisico-aanpak is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 30, ten einde de vereiste typen responscapaciteit vast te stellen bovenop de responscapaciteit die bedoeld is in lid 2 van dit artikel, en om de samenstelling van rescEU dienovereenkomstig aan te passen. De samenhang met andere beleidsonderdelen van de Unie wordt gewaarborgd.
4.  Op basis van vastgestelde risico's en capaciteit, alsmede de in artikel 6 bedoelde risicobeheersingsplanning, en uitgaande van een multirisico-aanpak is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 30, ten einde de vereiste typen responscapaciteit vast te stellen bovenop de responscapaciteit die bedoeld is in lid 2 van dit artikel, en om de samenstelling van rescEU dienovereenkomstig aan te passen. De samenhang met andere beleidsonderdelen van de Unie wordt gewaarborgd.
Indien dit wegens een ramp of een dreigende ramp om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 neergelegde procedure van toepassing op op grond van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Indien dit wegens een ramp of een dreigende ramp om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 31 neergelegde procedure van toepassing op op grond van dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Amendement 48
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 5
5.  De Commissie stelt kwaliteitseisen vast voor de responscapaciteit die deel uitmaakt van rescEU. De kwaliteitseisen zijn gebaseerd op erkende internationale standaarden voor zover dergelijke standaarden reeds bestaan.
5.  De Commissie stelt in samenwerking met de lidstaten kwaliteitseisen vast voor de responscapaciteit die deel uitmaakt van rescEU. De kwaliteitseisen zijn gebaseerd op erkende internationale standaarden voor zover dergelijke standaarden reeds bestaan.
Amendement 49
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 7
7.  De rescEU-capaciteit is beschikbaar voor responsoperaties in het kader van het Uniemechanisme naar aanleiding van een verzoek om bijstand via het ERCC. Het besluit tot de inzet ervan wordt door de Commissie genomen, die de bevelvoering en controle over de rescEU-capaciteit onder haar bevoegdheid houdt.
7.  De rescEU-capaciteit is beschikbaar voor responsoperaties in het kader van het Uniemechanisme naar aanleiding van een verzoek om bijstand via het ERCC. Het besluit tot de inzet ervan wordt door de Commissie genomen, die de strategische coördinatie over de rescEU-capaciteit onder haar bevoegdheid houdt en de autoriteit is ten aanzien van de inzet ervan, terwijl de operationele bevelvoering in handen blijft van de verantwoordelijke autoriteiten in de ontvangende lidstaten.
Amendement 50
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 8
8.  In het geval van inzet van de rescEU-capaciteit komt de Commissie met de verzoekende lidstaat de operationele ontplooiing overeen. De verzoekende lidstaat faciliteert de operationele coördinatie van zijn eigen capaciteit met de rescEU-activiteiten tijdens de operaties.
8.  Wanneer de rescEU-capaciteit wordt ingezet komt de Commissie via het ERCC met de verzoekende lidstaat de operationele ontplooiing overeen. De verzoekende lidstaat faciliteert de operationele coördinatie van zijn eigen capaciteit met de rescEU-activiteiten tijdens de operaties.
Amendement 51
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 7
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 – lid 10
10.  Indien de Commissie uitrusting ter beschikking stelt zoals voor de bestrijding van bosbranden uit de lucht, door middel van aanschaf, leasing of verhuring, worden de volgende punten gewaarborgd:
10.  Indien de Commissie uitrusting ter beschikking stelt zoals voor de bestrijding van bosbranden uit de lucht, door middel van aanschaf, leasing of verhuring, worden de volgende punten gewaarborgd:
a)  In geval van aanschaf van de uitrusting, voorziet een akkoord tussen de Commissie en de lidstaat in de registratie van de uitrusting in die lidstaat.
a)  In geval van aanschaf van de uitrusting, voorziet een akkoord tussen de Commissie en de lidstaat in de registratie van de uitrusting in die lidstaat.
b)  In geval van leasing of verhuring volstaat de registratie van de uitrusting in een lidstaat.
b)  In geval van leasing of verhuring is de registratie van de uitrusting in een lidstaat niet verplicht.
b bis)  Het commerciële beheer van de luchtvaartuigen wordt toegewezen aan door het EASA gecertificeerde exploitanten.
Amendement 52
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 bis – alinea 1
De Commissie informeert het Europees Parlement en de Raad om de twee jaar over de vooruitgang met betrekking tot operaties en de vooruitgang die in verband met de artikelen 11 en 12 wordt geboekt.
De Commissie informeert het Europees Parlement en de Raad jaarlijks over de vooruitgang met betrekking tot operaties en de vooruitgang die in verband met de artikelen 11 en 12 wordt geboekt.
Amendement 53
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 8
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 12 bis – alinea 1 bis (nieuw)
Deze informatie omvat een overzicht van de budgettaire en kostenontwikkelingen, met een gedetailleerde technische en financiële beoordeling, nauwkeurige informatie over de kostenstijgingen en wijzigingen in de vereiste typen responscapaciteit en de eventuele kwaliteitseisen van deze capaciteiten, en de redenen voor deze verhogingen of wijzigingen.
Amendement 54
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 13 – lid 1 – alinea 1
De Commissie zet een netwerk op van relevante actoren en instellingen inzake civiele bescherming en rampenbeheersing, die tezamen met de Commissie een kennisnetwerk op het gebied van Europese civiele bescherming vormen.
De Commissie zet een netwerk op van relevante actoren en instellingen inzake civiele bescherming en rampenbeheersing, met inbegrip van kenniscentra, universiteiten en onderzoekers, die tezamen met de Commissie een kennisnetwerk op het gebied van Europese civiele bescherming vormen. De Commissie houdt daarbij rekening met de expertise die in de lidstaten beschikbaar is en de expertise van de organisaties die op dit gebied actief zijn.
Amendement 55
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 13 – lid 1 – tweede alinea – inleidende zin
Het netwerk voert op het gebied van opleiding, oefeningen, geleerde lessen en kennisverspreiding de volgende taken uit, in nauwe coördinatie met de relevante kenniscentra, waar passend:
Het netwerk voert op het gebied van opleiding, oefeningen, geleerde lessen en kennisverspreiding de volgende taken uit, daarbij strevend naar een genderevenwichtige samenstelling, in nauwe coördinatie met de relevante kenniscentra, waar passend;
Amendement 56
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 bis (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 13 – lid 1 – alinea 2 – punt a
9 bis)  Artikel 13, lid 1, punt a), wordt vervangen door:
a)  het opzetten en beheren van een opleidingsprogramma voor het personeel voor civiele bescherming en crisisbeheersing inzake preventie van, paraatheid bij en respons op rampen. Het programma omvat onder meer gezamenlijke cursussen en een systeem voor de uitwisseling van deskundigen waarbij individuele personen naar een andere lidstaat kunnen worden gedetacheerd.
"a) het opzetten en beheren van een opleidingsprogramma voor het personeel voor civiele bescherming en crisisbeheersing inzake preventie van, paraatheid bij en respons op rampen. Het programma omvat onder meer gezamenlijke cursussen en een systeem voor de uitwisseling van deskundigen waarbij individuele personen naar een andere lidstaat kunnen worden gedetacheerd. Er wordt een nieuw Erasmusprogramma voor civiele bescherming opgezet in overeenstemming met de regels en beginselen van Verordening (EU) nr. 1288/2013*;
Het opleidingsprogramma heeft ten doel de coördinatie, compatibiliteit en complementariteit van de in de artikelen 9 en 11 bedoelde capaciteiten alsmede de bekwaamheid van de in artikel 8, onder d) en f), bedoelde deskundigen te verbeteren.
Het Erasmusprogramma voor civiele bescherming heeft eveneens ten doel de coördinatie, compatibiliteit en complementariteit van de in de artikelen 9, 11 en 12 bedoelde capaciteiten alsmede de bekwaamheid van de in artikel 8, onder d) en f), bedoelde deskundigen te verbeteren.
Het Erasmusprogramma voor civiele bescherming omvat een internationale dimensie ter ondersteuning van het externe optreden van de Unie, met inbegrip van de betrokken ontwikkelingsdoelstellingen, dankzij de samenwerking tussen lidstaten en tussen partnerlanden.
_______________
* Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50).
Amendement 57
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 ter (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 13 – lid 1 – alinea 2 – punt f
9 ter)   Artikel 13, lid 1, punt f), wordt vervangen door:
f)  het stimuleren en aanmoedigen van de invoering en toepassing van relevante nieuwe technologieën ten behoeve van het Uniemechanisme.
"f) het stimuleren van onderzoek en innovatie en het aanmoedigen van de invoering en toepassing van relevante nieuwe technologieën ten behoeve van het Uniemechanisme."
Amendement 58
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 quater (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 13 – lid 3 bis (nieuw)
9 quater)  Aan artikel 13 wordt het volgende lid toegevoegd:
"3 bis. De Commissie breidt de opleidingscapaciteiten uit en bevordert de uitwisseling van kennis en ervaring tussen het kennisnetwerk op het gebied van Europese civiele bescherming en internationale organisaties en derde landen, teneinde bij te dragen aan de nakoming van internationale verbintenissen met betrekking tot rampenrisicovermindering, met name binnen de context van het kader van Sendai."
Amendement 59
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 11 bis (nieuw)
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 16 – lid 2
11 bis)  Artikel 16, lid 2, wordt vervangen door:
2.   Interventies als bedoeld in dit artikel kunnen hetzij als autonome bijstandsinterventie, hetzij als bijdrage tot een door een internationale organisatie geleide interventie worden uitgevoerd. De coördinatie door de Unie wordt volledig geïntegreerd in de algemene coördinatie door het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de Verenigde Naties (OCHA), waarbij de leidende rol van deze organisatie in acht wordt genomen.
‘2. Interventies als bedoeld in dit artikel kunnen hetzij als autonome bijstandsinterventie, hetzij als bijdrage tot een door een internationale organisatie geleide interventie worden uitgevoerd. De coördinatie door de Unie wordt volledig geïntegreerd in de algemene coördinatie door het Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden van de Verenigde Naties (OCHA), waarbij de leidende rol van deze organisatie in acht wordt genomen. In het geval van door de mens veroorzaakte rampen of complexe noodsituaties definieert de Commissie, in overleg met humanitaire actoren, duidelijk de reikwijdte van de interventie en de relatie ervan met de bij de bredere humanitaire respons betrokken partijen, teneinde de samenhang met de Europese consensus over humanitaire hulp te waarborgen, evenals de eerbiediging van humanitaire beginselen."
Amendement 60
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 19 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
De noodzakelijke kredieten voor het Uniemechanisme worden geleidelijk door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurd in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure, rekening houdend met alle middelen die beschikbaar zijn op grond van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad*, waarbij met name gebruik wordt gemaakt van het flexibiliteitsinstrument, zoals vermeld in bijlage I.
____________________
* Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).
Amendement 61
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 13
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 20 bis – alinea 1
Elke steun of financiering die wordt verstrekt uit hoofde van dit besluit, dient de nodige zichtbaarheid te geven aan de Unie, met inbegrip van het logo van de Unie voor de capaciteit die wordt genoemd onder de artikelen 11, 12 en 21, lid 2, onder c).
Elke steun of financiering die wordt verstrekt uit hoofde van dit besluit, dient de nodige zichtbaarheid te geven aan de Unie, met inbegrip van het logo van de Unie voor de capaciteit die wordt genoemd onder de artikelen 11, 12 en 21, lid 2, onder c). Er wordt een communicatiestrategie ontwikkeld om de concrete resultaten van de acties in het kader van het Uniemechanisme onder de aandacht van de burgers te brengen.
Amendement 62
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 15 – letter b
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 23 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De financiële steun van de Unie voor het vervoer van capaciteit van de lidstaten die niet vooraf is bestemd voor de Europese pool voor civiele bescherming, bedraagt niet meer dan 55 % van de totale subsidiabele kosten. Om in aanmerking te komen voor dergelijke financiële steun, stellen de lidstaten een lijst op met de gehele capaciteit waarover zij beschikken, naast de capaciteit die vooraf is vastgelegd voor de Europese pool, evenals de betreffende beheersstructuren, om te kunnen reageren op industriële, seismische en vulkanische rampen, overstromingen, bosbranden, evenals terroristische aanvallen en chemische, biologische, radiologische en nucleaire aanslagen.
Amendement 63
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 16
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 26 – lid 2
2.  Er wordt gestreefd naar synergie en complementariteit met andere instrumenten van de Unie, zoals instrumenten op het gebied van cohesiebeleid, plattelandsontwikkeling, onderzoek, gezondheids-, migratie- en veiligheidsbeleid. Bij optreden in humanitaire crises in derde landen zorgt de Commissie voor complementariteit en samenhang van acties die uit hoofde van dit besluit worden gefinancierd en acties die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1257/96 worden gefinancierd.
2.  Er dient synergie, complementariteit en meer coördinatie te worden ontwikkeld met andere instrumenten van de Unie, zoals instrumenten op het gebied van cohesiebeleid – met inbegrip van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie –, plattelandsontwikkeling, onderzoek, gezondheids-, migratie- en veiligheidsbeleid, zonder het nodig is de middelen van die gebieden te herschikken. Bij optreden in humanitaire crises in derde landen zorgt de Commissie voor complementariteit en samenhang van acties die uit hoofde van dit besluit worden gefinancierd en acties die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1257/96 worden gefinancierd, waarbij de onderscheiden en onafhankelijke aard van die acties en de financiering ervan in acht worden genomen en voor overeenstemming met de Europese consensus over humanitaire hulp wordt gezorgd.
Amendement 64
Voorstel voor een besluit
Artikel 1 – alinea 1 – punt 18
Besluit nr. 1313/2013/EU
Artikel 32 – lid 1 – punt g
g)  het opzetten, beheren en in stand houden van rescEU, als bedoeld in artikel 12, met inbegrip van criteria voor besluiten tot inzet en operationele procedures;
g)  het opzetten, beheren en in stand houden van rescEU, als bedoeld in artikel 12, met inbegrip van criteria voor besluiten tot inzet, operationele procedures en de voorwaarden voor de inzet van de rescEU-capaciteit op nationaal niveau door een lidstaat en de hiermee verband houdende financiële en andere regelingen;
Amendement 65
Voorstel voor een besluit
Bijlage I (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BIJLAGE I

INDICATIEVE EXTRA FINANCIËLE TOEWIJZINGEN VOOR DE PERIODE 2018-2020

 

 

2018

2019

2020

TOTAAL

Totale extra kredieten in rubriek 3*

Vastleggingskredieten

19,157

115,2

122,497

256,854

 

Betalingskredieten

11

56,56

115,395

182,955

Totale extra kredieten in rubriek 4*

Vastleggingskredieten

2

2

2,284

6,284

 

Betalingskredieten

0,8

1,8

2,014

4,614

Totale extra kredieten in de rubrieken 3 en 4 samen*

Vastleggingskredieten

21,157

117,2

124,781

263,138

 

Betalingskredieten

11,8

58,36

117,409

187,569

(cijfers in miljoen EUR)

* De volledige bedragen moeten via het flexibiliteitsinstrument beschikbaar worden gesteld.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0180/2018).

Laatst bijgewerkt op: 16 juli 2019Juridische mededeling