Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2756(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0292/2018

Debatten :

PV 14/06/2018 - 4.3
CRE 14/06/2018 - 4.3

Stemmingen :

PV 14/06/2018 - 7.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0261

Aangenomen teksten
PDF 181kWORD 54k
Donderdag 14 juni 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
De situatie van de Rohingyavluchtelingen, met name de benarde positie van kinderen
P8_TA(2018)0261RC-B8-0292/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 14 juni 2018 over de situatie van Rohingya-vluchtelingen, in het bijzonder de benarde situatie van kinderen (2018/2756(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Myanmar en over de situatie van de Rohingya's,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Bangladesh,

–  gezien de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over een strategie van de EU ten aanzien van Myanmar/Birma,

–  gezien de conclusies van de Raad over Myanmar/Birma van 26 februari 2018,

–  gezien de richtsnoeren van de EU ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind, als vastgesteld door de Raad op 6 maart 2017,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 30 maart 2016 over de aantreding van de nieuwe regering van de Unie van Myanmar,

–  gezien het gezamenlijke persbericht van 5 maart 2018 over de vierde mensenrechtendialoog EU-Myanmar,

–  gezien het VN-verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol hierbij van 1967,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind,

–  gezien het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het Verdrag tot beperking der stateloosheid van 1961,

–  gezien het mondiaal actieplan 2014-2024 van november 2014 van het vluchtelingenagentschap van de VN (UNHCR) om een einde te maken aan stateloosheid,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien het eindrapport van de Adviescommissie inzake de deelstaat Rakhine van augustus 2017,

–  gezien het Handvest van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN),

–  gezien het verslag van de VN-Veiligheidsraad van de secretaris-generaal conflictgerelateerd seksueel geweld van 23 maart 2018,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat 720 000 Rohingya-kinderen in Bangladesh en Myanmar ernstig behoefte hebben aan humanitaire bijstand en bescherming;

B.  overwegende dat de deelstaat Rakhine in Myanmar onderdak heeft geboden aan bijna 1,3 miljoen Rohingya's, een overwegend islamitische minderheid die het slachtoffer is van onderdrukking en aanhoudende ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals bedreiging van hun leven en veiligheid, het ontzeggen van het recht op gezondheid en onderwijs, dwangarbeid, seksueel geweld en beperking van hun politieke rechten; overwegende dat Rohingya-moslims worden beschouwd als de meest vervolgde minderheid ter wereld en de grootste stateloze groep;

C.  overwegende dat sinds augustus 2017 meer dan 900 000 Rohingya's, waaronder 534 000 kinderen, het geweld tegen hen zijn ontvlucht en met vrees voor eigen leven een goed heenkomen in Bangladesh hebben gezocht; overwegende dat volgens schattingen ongeveer 1 000 Rohingya-kinderen jonger dan vijf jaar bij de gewelddadigheden in Myanmar zijn omgekomen; overwegende dat, volgens de ASEAN-parlementsleden voor mensenrechten, 28 300 Rohingya-kinderen ten minste een ouder hebben verloren, terwijl nog eens 7 700 kinderen melding hebben gemaakt van het verlies van beide ouders, waarmee het aantal verloren ouders op het hoge aantal van 43 700 komt;

D.  overwegende dat meer dan 14 000 van de kinderen jonger dan vijf jaar onder ernstige acute ondervoeding lijdt; overwegende dat Rohingya-kinderen traumatische gebeurtenissen hebben ondergaan of hiervan getuige zijn geweest, zoals in vele gevallen het verlies van een of beide ouder(s), scheiding van hun familie, lichamelijk misbruik, psychologische problemen, ondervoeding, ziekte, seksuele uitbuiting en het zien van misdaden tegen de menselijkheid in de deelstaat Rakhine, waaronder het systematisch afbranden van huizen en de verkrachting van Rohingya's en fysiek geweld tegen hen;

E.  overwegende dat de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN, Zeid Ra’ad al-Hussein, de acties van de overheid van Myanmar heeft omschreven als "een schoolvoorbeeld van etnische zuivering" en "een wrange truc om grote groepen mensen onder dwang te verplaatsen zonder uitzicht op terugkeer";

F.  overwegende dat crises vrouwen en kinderen vaak ernstiger en anders treffen dan mannen en jongens doordat vaak reeds bestaande genderongelijkheden, gendergerelateerd geweld en discriminatie worden versterkt, bestendigd en verergerd;

G.  overwegende dat het leger van Myanmar verkrachting inzet als instrument in zijn etnische-zuiveringscampagne in de deelstaat Rakhine; overwegende dat seksueel geweld wordt gebruikt om gemeenschappen onderling te verdelen en vrouwen en meisjes ervan af te brengen naar huis terug te keren; overwegende dat in de kampen slachtoffers van verkrachting risico lopen op sociale uitsluiting door hun gemeenschap; overwegende dat de VN-Mensenrechtenraad om informatie heeft verzocht over de verantwoordelijkheid van het leger van Myanmar voor de wijdverbreide verkrachting van Rohingya-vrouwen en -meisjes;

H.  overwegende dat zich onder de vluchtelingen vele zwangere vrouwen en moeders van jonge kinderen bevinden, die lange afstanden te voet hebben afgelegd en in de kampen voor intern ontheemden ziek aankomen door mentaal en lichamelijk lijden, verhongering en verwondingen;

I.  overwegende dat negen maanden na het begin van de aanvallen op Rohingya's door soldaten van Myanmar en militieleden, volgens schattingen van hulporganisaties tot 48 000 baby's geboren zullen worden in de vluchtelingenkampen;

J.  overwegende dat de toegang tot gezondheidszorg voor vrouwen en kinderen in de vluchtelingenkampen in Bangladesh zeer beperkt is; overwegende dat zwangere vrouwen en moeders de nodige cruciale gezondheidszorg voor moeders moeten ontvangen, waaronder prenatale zorg, een veilige bevalling, pasgeborenenzorg, borstvoedingsondersteuning, en voortdurende reproductieve gezondheidsdiensten;

K.  overwegende dat Rohingya-kinderen en -vrouwen een hoog risico lopen het slachtoffer van mensenhandel voor prostitutie te worden, en seksuele intimidatie en geweld te ondergaan in de vluchtelingenkampen in Bangladesh; overwegende dat verloren Rohingya-kinderen in de vluchtelingenkampen het kwetsbaarst zijn en een hoog risico lopen slachtoffer van mensenhandel te worden;

L.  overwegende dat Rohingya-kinderen onvoldoende toegang tot formeel onderwijs hebben; overwegende dat alleen zeer jonge Rohingya-kinderen basisonderwijs in informele klaslokalen in de vluchtelingenkampen krijgen, terwijl oudere kinderen (vrijwel) geen toegang tot formeel onderwijs hebben;

M.  overwegende dat het moessonseizoen is begonnen in Bangladesh en dat verwacht wordt dat de situatie ernstig achteruit zal gaan; overwegende dat ten minste 200 000 mensen in de vluchtelingenkampen het onmiddellijke gevaar lopen slachtoffer te worden van overstromingen en aardverschuivingen; overwegende dat levens, onderdak en de voedsel- en watervoorziening ernstig worden bedreigd; overwegende dat er een hoog risico bestaat op de verspreiding van ziekten, waaronder cholera en hepatitis, tijdens de moessonoverstromingen; overwegende dat zeer weinig Rohingya-vluchtelingen toegang hebben gehad tot medische hulp of vaccinatie voorafgaand aan hun aankomst in Bangladesh;

N.  overwegende dat Myanmar tot nu toe heeft geweigerd een onderzoeksmissie van de VN-Mensenrechtenraad in het land toe te laten, de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Myanmar, Yanghee Lee, de toegang tot het land heeft ontzegd, en vrijwel alle aantijgingen betreffende door veiligheidstroepen in de deelstaat Rakhine begane wreedheden van de hand heeft gewezen;

O.  overwegende dat het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC) bepaalt dat de ernstigste misdaden die de gehele internationale gemeenschap aangaan, met name genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven, niet ongestraft mogen blijven; overwegende dat in april 2018 de aanklager van het ICC het hof heeft gevraagd zich uit te spreken over de vraag of het ICC rechtsmacht heeft over de vermeende deportaties van Rohingya's uit Myanmar naar Bangladesh; overwegende dat een uitspraak waarin de rechtsmacht van het ICC wordt bevestigd het hof vrij baan kan geven voor een onderzoek naar misdaden tegen de menselijkheid of deportaties in Myanmar;

P.  overwegende dat China en Rusland in maart 2017 de aanneming van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad over de situatie van de Rohingya-minderheid in Myanmar geblokkeerd hebben;

Q.  overwegende dat het ontbreken van enig realistisch vooruitzicht op veilige en vrijwillige terugkeer en het gebrek aan politieke vooruitgang bij het oplossen van de crisis in Myanmar doen vermoeden dat deze situatie niet op korte termijn zal worden opgelost en dat derhalve een aanpak voor de langere termijn vereist is, in het bijzonder om de rechten en behoeften van kinderen veilig te kunnen stellen;

R.  overwegende dat op 6 juni 2018 een tripartiet memorandum van overeenstemming is ondertekend tussen Myanmar, het UNHCR en het VN-ontwikkelingsprogramma (UNDP); overwegende dat het UNHCR heeft aangegeven dat de huidige omstandigheden nog geen vrijwillige terugkeer toestaan;

S.  overwegende dat de Commissie in mei 2018 40 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft vrijgegeven om levensreddende steun te verstrekken aan kwetsbare Rohingya-burgers en gastgemeenschappen in Bangladesh en in de gehele deelstaat Rakhine; overwegende dat dit bedrag een aanvulling vormt op de 51 miljoen EUR die in 2017 is vrijgemaakt;

T.  overwegende dat in maart 2018 de VN een oproep hebben gedaan voor een bedrag van 951 miljoen USD om de Rohingya-vluchtelingen in de rest van het jaar bij te staan, maar dat slechts ongeveer 20 % van dit doelbedrag tot op heden is ontvangen;

1.  veroordeelt ten sterkste de aanvallen in Myanmar tegen Rohingys's, die volgens de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN op een etnische zuivering neerkomen; maakt zich ernstig zorgen over de toenemende ernst en omvang van de mensenrechtenschendingen, zoals moorden, felle botsingen, vernietiging van civiel eigendom en de ontheemding van honderdduizenden burgers; dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen van Myanmar op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya's en het platbranden van hun huizen;

2.  roept de regering van Myanmar ertoe op internationale waarnemers en humanitaire en mensenrechtenorganisaties, waaronder de VN en internationale ngo's, en met name de door het UNHCR in maart 2017 ingestelde onderzoeksmissie, volledige ongehinderde toegang tot de deelstaat Rakhine te geven, om ervoor te zorgen dat onafhankelijk en onpartijdig onderzoek wordt gedaan naar vermeende ernstige mensenrechtenschendingen door alle partijen;

3.  herinnert dat medische en psychologische ondersteuning moet worden verstrekt in de vluchtelingenkampen, met name gericht op kwetsbare groepen waaronder vrouwen en kinderen; roept op tot betere hulpdiensten voor slachtoffers van verkrachting en seksuele intimidatie; benadrukt dat alle vrouwen en meisjes toegang moeten hebben tot informatie en diensten op het gebied van reproductieve gezondheid, waaronder contraceptie en veilige abortus;

4.  is verheugd over de steun die voor en na geboortes door agentschappen en organisaties wordt verstrekt; herinnert dat registratievoorzieningen en -certificaten voor pasgeborenen moeten worden ingevoerd, om ervoor te zorgen dat zij een identiteitsdocument krijgen, wettelijke rechten genieten en toegang tot basisdiensten hebben, en families kunnen worden opgespoord, overeenkomstig de verbintenissen die de regering van Bangladesh heeft gedaan om ervoor te zorgen dat alle geboortes op zijn grondgebied worden geregistreerd; herinnert eraan dat de instandhouding van het gezin van wezenlijk belang is om te waarborgen dat deze kinderen toegang tot hun rechten hebben;

5.  wijst met bezorgdheid op het ontbreken van voldoende onderwijs voor Rohingya-kinderen in de vluchtelingenkampen; roept de autoriteiten van Bangladesh ertoe op te zorgen voor volledige en voldoende toegang voor Rohingya-kinderen tot onderwijs van goede kwaliteit in hun eigen taal; wijst op het risico van een verloren generatie voor de gehele gemeenschap indien de noodzakelijke maatregelen om te zorgen voor toereikend onderwijs voor kinderen niet worden genomen; onderstreept dat volledige toegang tot onderwijs in schoolgebouwen van VN-agentschappen en ngo's moet worden geboden, zodat alle kinderen vaardigheden kunnen ontwikkelen;

6.  is zeer verontrust over de vele gevallen van gedwongen prostitutie, mensenhandel en seksueel geweld, waaronder kindhuwelijken, geweld tegen partners en seksuele uitbuiting en misbruik in de kampen; spoort de autoriteiten in Bangladesh en Myanmar ertoe aan om in samenwerking met het UNHCR de veiligheid van de Rohingya-vluchtelingen op hun grondgebied te waarborgen, met name door sterker de strijd aan te gaan tegen mensenhandel en kindprostitutie, en de bestaande netwerken te ontbinden;

7.  is verheugd over de inspanningen van de regering en de burgers van Bangladesh om Rohingya-vluchtelingen te beschermen en in veiligheid te brengen, en moedigt hen aan humanitaire hulp te blijven verstrekken aan de vluchtelingen uit Myanmar; roept op tot internationale steun voor de gemeenschappen die de vluchtelingen onderdak bieden, onder meer door oplossingen te zoeken voor nationale problemen op maatschappelijk, onderwijs-, economisch en gezondheidsgebied; benadrukt dat vrouwen moeten worden gehoord en moeten worden betrokken bij de ontwikkeling door alle belanghebbenden van humanitaire maatregelen en maatregelen om de weerbaarheid te verhogen;

8.  benadrukt dat de regering van Myanmar de veilige, vrijwillige en waardige terugkeer, onder volledig VN-toezicht, moet waarborgen van diegenen die naar hun land willen terugkeren; spoort de regeringen van Myanmar en Bangladesh aan om het beginsel van non-refoulement volledig in acht te nemen;

9.  is verheugd over het memorandum van overeenstemming dat Myanmar, het UNHCR en het UNDP op 6 juni 2018 zijn overeengekomen als eerste concrete stap naar de volledige betrokkenheid van VN-agentschappen bij het repatriëringsproces; benadrukt echter dat de overeenkomst zo spoedig mogelijk openbaar toegankelijk moet worden gemaakt;

10.  benadrukt dat moet worden gewaarborgd dat humanitaire spelers nooddiensten kunnen verstrekken, ook voor seksueel overgedragen ziekten en seksueel geweld; roept alle geldschieters op om hun financiering te verhogen om ervoor te zorgen dat het volledige spectrum aan gezondheidszorg voor moeders kan worden aangeboden;

11.  is verheugd over de VN-campagne om tegen 2024 een einde aan stateloosheid te maken; herinnert eraan dat de Rohingya´s integrerend deel uitmaken van de bevolking van Myanmar en derhalve als zodanig in de wetgeving moeten worden erkend, zoals aanbevolen door de Adviescommissie;

12.  herinnert eraan dat de financiële verantwoordelijkheid voor het bijstaan van de vluchtelingen niet onevenredig op Bangladesh mag neerkomen; roept de internationale gemeenschap en internationale geldschieters ertoe op om onverwijld hun inzet te verhogen en de noodzakelijke middelen beschikbaar te stellen om de noodzakelijke humanitaire hulp en bijstand te kunnen blijven verstrekken en om de Rohingya-vrouwen en -kinderen effectief te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor zwangere vrouwen, kinderen en slachtoffers van verkrachting, evenals de plaatselijke en gastgemeenschappen in Bangladesh te ondersteunen;

13.  is verheugd over de aanneming door de Raad op 26 april 2018 van een kader voor doelgerichte maatregelen tegen ambtenaren die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen en de aanscherping van het EU-wapenembargo; roept de EU en haar lidstaten ertoe op alle maatregelen onverwijld uit te voeren; verzoekt de VN-Veiligheidsraad verder om een mondiaal, alomvattend wapenembargo tegen Myanmar, waarmee alle directe en indirecte leveringen, de verkoop of overdracht, met inbegrip van doorvoer en overlading van alle wapens, munitie en andere militaire en veiligheidsuitrusting, alsmede de verstrekking van opleidingen of andere vormen van bijstand op militair en veiligheidsgebied, worden opgeschort;

14.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om na te denken over consequenties in de context van de aan Myanmar toegekende handelspreferenties, en onder andere te overwegen een onderzoek in te stellen met behulp van de mechanismen die zijn voorzien in de regeling "alles behalve wapens";

15.  verzoekt de EDEO en de lidstaten ervoor te zorgen dat diegenen die misdaden hebben begaan in Myanmar hiervoor verantwoordelijk worden gesteld in multilaterale fora; neemt kennis van het verzoek van de hoofdaanklager van het ICC aan de rechters van het hof om de rechtsmacht van het ICC te bevestigen over de misdaad van deportaties van Rohingya's uit Myanmar naar Bangladesh; spoort de EU en haar lidstaten ertoe aan het voortouw te nemen in de VN-Veiligheidsraad en een resolutie in te dienen waarin de gehele situatie in Myanmar/de deelstaat Rakhine naar het ICC wordt doorverwezen; spoort de EU-lidstaten ertoe aan het voortouw te nemen in de Algemene Vergadering van de VN en de VN-Mensenrechtenraad en onverwijld te zorgen voor de oprichting van een internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme ter ondersteuning van onderzoeken naar vermeende wrede misdaden;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en het parlement van Myanmar, de staatsadviseur Aung San Suu Kyi, de regering en het parlement van Bangladesh, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten, de secretaris-generaal van de ASEAN, de intergouvernementele mensenrechtencommissie van de ASEAN, de Speciaal Rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Myanmar, de Hoge Commissaris van de VN voor vluchtelingen en de VN-Mensenrechtenraad.

Laatst bijgewerkt op: 8 januari 2019Juridische mededeling