Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2056(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0185/2018

Ingediende teksten :

A8-0185/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/07/2018 - 6.15

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0294

Aangenomen teksten
PDF 200kWORD 58k
Woensdag 4 juli 2018 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Onderhandelingen over de brede overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan
P8_TA-PROV(2018)0294A8-0185/2018

Aanbeveling van het Europees Parlement van 4 juli 2018 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de onderhandelingen voor een brede overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan (2017/2056(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de artikelen 2, 3 en 8, en gezien Titel V, met name de artikelen 21, 22 en 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, evenals deel vijf van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien de start van de onderhandelingen over een nieuwe brede overeenkomst tussen de Europese Unie en Azerbeidzjan op 7 februari 2017, die de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds, van 1999 moet vervangen(1),

–  gezien de goedkeuring door de Raad van de onderhandelingsrichtsnoeren voor deze overeenkomst op 7 november 2016,

–  gezien het memorandum van overeenstemming inzake een strategisch partnerschap tussen de EU en Azerbeidzjan inzake energie van 7 november 2006,

–  gezien de belangrijkste resultaten van de 15e bijeenkomst van de Samenwerkingsraad tussen de Europese Unie en Azerbeidzjan op 9 februari 2018,

–  gezien het verslag van de Commissie van 19 december 2017 over de betrekkingen tussen de EU en Azerbeidzjan in het kader van het herziene ENB (SWD(2017)0485),

–  gezien de boodschap van het bureau van de Parlementaire Vergadering Euronest aan de staatshoofden en regeringsleiders van 30 oktober 2017,

–  gezien zijn aanbeveling van 15 november 2017 aan de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) over het Oostelijk Partnerschap, in aanloop naar de top in november 2017(2),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid(3),

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de topbijeenkomsten van het Oostelijke Partnerschap, waaronder die van 24 november 2017,

–  gezien de publicatie van de Commissie en EDEO van juni 2016 over de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie en met name de daarin opgenomen voornaamste beginselen,

–  gezien de resolutie van 15 juni 2017 over de zaak van de Azerbeidzjaanse journalist Afgan Mukhtarli(4), en andere resoluties over Azerbeidzjan, met name die over de mensenrechtensituatie en de rechtsstaat,

–  gezien de verklaring van 14 januari 2018 van de woordvoerder voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid/Europees nabuurschapsbeleid en uitbreidingsonderhandelingen over de veroordeling van de journalist Afgan Mukhtarli in Azerbeidzjan,

–  gezien de resolutie van 11 oktober 2017 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de werking van de democratische instellingen in Azerbeidzjan,

–  gezien de inleiding van een inbreukprocedure op 5 december 2017 door het Comité van Ministers van de Raad van Europa in verband met de aanhoudende weigering van de Azerbeidzjaanse autoriteiten om de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Ilgar Mammadov tegen Azerbeidzjan ten uitvoer te leggen,

–  gezien het verslag van de missie ter inventarisatie van de behoeften van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) van 2 maart 2018 over de vervroegde presidentsverkiezingen in Azerbeidzjan,

–  gezien artikel 108, lid 4, en artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie internationale handel (A8-0185/2018),

A.  overwegende dat het Oostelijk Partnerschap (EaP) is gebaseerd op een gedeelde verbintenis van Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië, Oekraïne en de Europese Unie om hun betrekkingen te verdiepen en het internationale recht en kernwaarden te respecteren, waaronder democratie, de rechtsstaat, goed bestuur en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden; overwegende dat de nieuwe overeenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan de belangen van de Unie in de regio moet begunstigen en tegelijkertijd de waarden van de Unie moet bevorderen;

B.  overwegende dat het Parlement voorstander is van het verdiepen van de betrekkingen met alle leden van het Oostelijk Partnerschap voor zover zij deze kernwaarden eerbiedigen; overwegende dat binnen het EaP-beleid, het aantrekkelijke "EaP+"-model op langere termijn dat door het Parlement is voorgesteld in zijn resolutie van 15 november 2017 over het Oostelijk Partnerschap en dat uiteindelijk zou kunnen leiden tot toetreding van deze landen tot de douane-unie, de energie-unie, de digitale unie en de Schengenzone, ook zou moeten worden opengesteld voor landen die geen associatieovereenkomst met de EU hebben – zoals Azerbeidzjan – zodra zij klaar zijn voor dergelijke extra verplichtingen en aanzienlijke vorderingen hebben geboekt bij het uitvoeren van onderling overeengekomen hervormingen;

C.  overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Azerbeidzjan momenteel worden geregeld door de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst van 1999; overwegende dat de EU de grootste handelspartner van Azerbeidzjan is en de grootste uitvoer- en invoermarkt vormt die goed is voor 48,6 % van de totale handel van Azerbeidzjan, en dat de EU tevens de grootste bron van buitenlandse directe investeringen is; overwegende dat Azerbeidzjan een strategische energiepartner voor de EU is, die het mogelijk maakt de energiebronnen van de EU te diversifiëren; overwegende evenwel dat de economie van Azerbeidzjan afhankelijk is van olie en gas die ongeveer 90 % van de uitvoer voor hun rekening nemen, waardoor de economie kwetsbaar is voor schokken van buitenaf en schommelingen in de olieprijzen op de wereldmarkt; overwegende dat Azerbeidzjan nog geen lid van de WTO is, hetgeen ernstige tarifaire en non-tarifaire belemmeringen veroorzaakt die de zakelijke en handelsbetrekkingen met de EU belemmeren;

D.  overwegende dat de EU en Azerbeidzjan in de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap van 24 november 2017 hebben onderstreept dat "de EU op gedifferentieerde wijze, in samenspraak met elk van de partnerlanden, waaronder Armenië, Azerbeidzjan en Belarus, aantrekkelijke en realistische opties [zal] blijven bespreken om wederzijdse handel te versterken en investeringen aan te moedigen, daarbij rekening houdend met gezamenlijke belangen, het op het stuk van bescherming van investeringen hervormde investeringsbeleid, internationale handelsvoorschriften en handelsgerelateerde internationale normen, mede op het gebied van intellectuele eigendom, en aldus bijdragen tot de modernisering en diversificatie van de economieën";

E.  overwegende dat de nieuwe overeenkomst naar verwachting positieve gevolgen zal hebben voor Azerbeidzjan wat de bevordering van democratische normen, groei en economische ontwikkeling betreft; overwegende dat dergelijke vooruitzichten van bijzonder belang zijn voor de Azerbeidzjaanse jongeren met het oog op het stimuleren van een nieuwe generatie opgeleide Azerbeidzjanen, om onze kernwaarden hoog te houden en het land te moderniseren; overwegende dat een volledig functionerend maatschappelijk middenveld een cruciale voorwaarde is voor de verwezenlijking van economische diversificatie;

1.  beveelt de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het volgende aan:

Algemene beginselen, kernwaarden en toezegging om het conflict op te lossen

Politieke dialoog en regionale samenwerking

De rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden

Handel en economische samenwerking

Energie en andere samenwerkingsgebieden

Institutionele bepalingen

   a) ervoor te zorgen dat de betrekkingen tussen de EU en Azerbeidzjan afhankelijk worden gemaakt van de handhaving en eerbiediging van de kernwaarden en beginselen van de democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en vereniging, de rechten van minderheden, en gendergelijkheid in het belang van beide partijen en vooral van hun burgers;
   b) de Azerbeidzjaanse autoriteiten te herinneren aan het standpunt dat het Parlement in zijn aanbeveling van 15 november 2017 over het Oostelijk Partnerschap heeft ingenomen waarin Azerbeidzjaan ertoe wordt opgeroepen zijn internationale verplichtingen na te komen en ondubbelzinnig wordt verklaard dat er geen brede overeenkomst zal worden geratificeerd met een land dat de fundamentele waarden en rechten van de EU niet eerbiedigt, met name door besluiten van het EHRM niet ten uitvoer te leggen en door mensenrechtenactivisten, ngo's, oppositieleden, juristen, journalisten en milieuactivisten te treiteren, te intimideren en te vervolgen; ervoor te zorgen dat alle politieke gevangenen en gewetensgevangenen in Azerbeidzjan worden vrijgelaten, zoals aangekondigd door de zijn autoriteiten, voordat een nieuwe overeenkomst tussen EU-Azerbeidzjan wordt gesloten; er zorg voor te dragen dat in de nieuwe overeenkomst een speciaal opschortingsmechanisme wordt opgenomen met duidelijke bepalingen inzake de eerbiediging van de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
   c) de Azerbeidzjaanse autoriteiten te herinneren aan het standpunt van het Parlement dat het in diezelfde aanbeveling heeft ingenomen, namelijk dat de ratificatie van nieuwe overeenkomsten tussen de EU en elk van de partijen die betrokken zijn bij het conflict over Nagorno-Karabach afhankelijk moet worden gemaakt van wezenlijke afspraken en aanzienlijke voortgang bij de vreedzame oplossing van het conflict, bijvoorbeeld door het staakt-het-vuren te handhaven en de tenuitvoerlegging van de OVSE-basisbeginselen van 2009 en de inspanningen van de covoorzitters van de Minsk-groep van de OVSE te ondersteunen; andermaal te wijzen op de noodzaak zowel het Armeense als het Azerbeidzjaanse middenveld bij elk onderhandelingsproces te betrekken;
   d) ervoor te zorgen dat de toekomstige overeenkomst met Azerbeidzjan ambitieus, alomvattend en toekomstgericht is, strookt met de ambities van zowel de EU als Azerbeidzjan op basis van gedeelde waarden en belangen, aansluit bij de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en voor beide partijen tastbare en concrete voordelen oplevert, niet alleen voor grote ondernemingen, maar ook met inachtneming van de specifieke kenmerken van kmo's, en voor de burgers van de EU en die van Azerbeidzjan;
   e) te waarborgen dat de onderhandelingen snel en bestendig vooruitgaan met als doel deze nieuwe overeenkomst te ondertekenen vóór de volgende top van het Oostelijk Partnerschap in 2019, voor zover aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan;
   f) actief en duidelijk te communiceren over de doelstellingen en voorwaardelijkheid van de nieuwe overeenkomst en het lopende onderhandelingsproces teneinde de transparantie en bewustmaking van de bevolking te vergroten, zowel in Azerbeidzjan als in de EU, over de verwachte kansen en voordelen die zouden voortvloeien uit de sluiting van deze overeenkomst, en aldus alle desinformatiecampagnes tegen te gaan;
   g) te voorzien in een regelmatige en diepgaande politieke dialoog teneinde sterke hervormingen te bevorderen die zijn gericht op het schragen van de instellingen en het versterken van de scheiding der machten tussen deze instellingen om deze democratischer en onafhankelijker te maken, de mensenrechten en mediavrijheid te handhaven en een regelgevingskader te creëren waarin het maatschappelijk middenveld zonder onrechtmatige inmenging kan functioneren, ook in het kader van het hervormingsproces;
   h) specifieke maatregelen op te stellen teneinde de aanbevelingen van het OVSE/ODIHR en de Commissie van Venetië van de Raad van Europa ten uitvoer te leggen met het oog op het boeken van vooruitgang inzake inclusieve, competitieve en transparante verkiezingen en referenda die garanderen dat de burgers van Azerbeidzjan hun standpunten en ambities vrij en eerlijk kunnen uitdrukken;
   i) de voorlopige conclusies van de OVSE en de verkiezingswaarnemingsmissie van de Raad van Europa over de vervroegde presidentsverkiezingen op 11 april 2018 volledig te ondersteunen volgens welke het bij de "verkiezingen ontbrak aan daadwerkelijke concurrentie" ten gevolge van het "restrictieve politieke klimaat", "een rechtskader waarmee de grondrechten en fundamentele vrijheden worden beknot", "het ontbreken van pluralisme, ook in de media", "wijdverbreide veronachtzaming van verplichte procedures, het ontbreken van transparantie en talrijke ernstige onregelmatigheden, zoals het vullen van stembussen met valse stembiljetten";
   j) te streven naar bepalingen waarmee de samenwerking bij het bevorderen van vrede en internationale gerechtigheid wordt vergroot, en met name erop aan te dringen dat Azerbeidzjan voldoet aan zijn internationale verplichtingen, ook als lid van de Raad van Europa, en zich houdt aan de besluiten van het EHRM; Azerbeidzjan ertoe aan te sporen het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (CCI) te ondertekenen en te ratificeren; eveneens te streven naar sterke samenwerkingsmaatregelen bij het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens en de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens;
   k) te voorzien in nauwere samenwerking op het gebied van buitenlandse zaken, defensie en veiligheid om te zorgen voor zoveel mogelijk convergentie, met name wat betreft de reactie op wereldwijde dreigingen en uitdagingen, ook door terrorisme, conflictpreventie, crisisbeheer en regionale samenwerking waarbij tevens rekening moet worden gehouden met het gediversifieerde buitenlandse beleid van Azerbeidzjan; steun te verlenen aan de ondertekening van een kaderdeelnemingsovereenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan om te zorgen voor een wettelijke en politieke basis voor samenwerking bij missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);
   l) te waarborgen dat hoge prioriteit wordt gegeven aan de dialoog tussen Azerbeidzjan en Armenië en aan een sterkere EU-deelname aan een vreedzame oplossing van het conflict over Nagorno-Karabach, in overeenstemming met de OVSE-basisbeginselen van 2009 en met name met de steun van de covoorzitters van de Minsk-groep van de OVSE, waarbij alle initiatieven worden bevorderd die de vredesopbouw ondersteunen, zoals inachtneming van het staakt-het-vuren door alle partijen, dialoog op alle niveaus, ook gesprekken op het hoogste niveau, het bestrijden van haatzaaiende uitlatingen, echte vertrouwenwekkende maatregelen, een aanzienlijke toename van internationale waarnemers van de OVSE en diepgaandere uitwisselingen tussen het Armeense en het Azerbeidzjaanse maatschappelijk middenveld, ook tussen religieuze en culturele persoonlijkheden, teneinde de Armeense en Azerbeidzjaanse samenlevingen voor te bereiden op een vreedzame co-existentie; ernstig verontrusting te uiten over de militaire opbouw en de onevenredige defensie-uitgaven in de regio;
   m) te voorzien in specifieke bepalingen om de autoriteiten te steunen bij hun belangrijke inspanningen om het grote aantal vluchtelingen en binnenlands ontheemden te helpen en om burgers te steunen die wonen in conflictzones binnen de internationaal erkende grenzen van Azerbeidzjan; erop aan te dringen dat de rechten van alle personen die tijdelijk of permanent binnen de grenzen van Azerbeidzjan wonen, worden geëerbiedigd; in het bijzonder bij te dragen aan de eerbiediging van hun recht om terug te keren naar hun huis en eigendom en een vergoeding te ontvangen door alle partijen bij het conflict in overeenstemming met de uitspraken van het EHRM;
   n) steun te verlenen aan de hervorming van het rechtswezen opdat zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid ten opzichte van de uitvoerende macht gegarandeerd wordt en de rechtsstaat wordt versterkt; vooral de onafhankelijkheid van rechtsbeoefenaars te waarborgen door een einde te maken aan iedere vorm van ongeoorloofde bemoeienis met de werkzaamheden van advocaten, onafhankelijke advocaten in staat te stellen hun cliënten te verdedigen bij notariële volmacht en een einde te maken aan de arbitraire bevoegdheden van de Azerbeidzjaanse balie om advocaten te royeren en te weigeren nieuwe leden tot de balie toe te laten;
   o) tevens steun te verlenen voor de ontwikkeling van een sterk kader voor de bescherming van de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en gendergelijkheid; erop te wijzen dat het belangrijk is dat vrouwen op alle niveaus van het overheidsbestuur zijn vertegenwoordigd, met inbegrip van hun gelijke, volwaardige en actieve deelname aan de preventie en beslechting van conflicten, en bij Azerbeidzjan aan te dringen op de ondertekening van het Verdrag van Istanbul inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld;
   p) specifieke bepalingen op te nemen om Azerbeidzjan te steunen bij de bestrijding van economische criminaliteit, waaronder corruptie, witwassen en belastingontduiking; meer transparantie te bevorderen ten aanzien van de uiteindelijke begunstigden van vennootschappen en trusts, alsmede ten aanzien van de financiële activiteiten van grote ondernemingen met betrekking tot de gemaakte winst en de betaalde belastingen; onderzoek naar witwasoperaties, met name de "Laundromat-zaak", te ondersteunen en specifieke toezichts- en controlemechanismen in te voeren, zoals beperkte toegang tot het Europese bankwezen voor degenen die bij het witwas- en fraudeoperaties betrokken zijn;
   q) meer samenwerking mogelijk te maken en Azerbeidzjan te ondersteunen bij de bestrijding van terrorisme, georganiseerde misdaad en cybercriminaliteit en bij de preventie van radicalisering en grensoverschrijdende criminaliteit; samen te werken, vooral bij de bestrijding van ronselacties door terroristische organisaties;
   r) bepalingen op te nemen inzake de tenuitvoerlegging van het strafrecht in Azerbeidzjan in verband met de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, gericht op het stopzetten van politieke vervolgingen en ontvoeringen, willekeurige reisverboden, het op de korrel nemen van politieke dissidenten, mede via laster, en van onafhankelijke journalisten, mensenrechtenverdedigers, vertegenwoordigers van ngo's en de kwetsbaarste leden van de maatschappij, zoals leden van bepaalde minderheidsgroepen waaronder de LGBTQ-gemeenschap; ervoor te zorgen dat in de overeenkomst speciaal naar deze groepen wordt verwezen; te herhalen dat deze praktijken onaanvaardbaar zijn voor een potentieel partnerland van de EU; een krachtiger forum op te zetten voor een effectieve en resultaatgerichte mensenrechtendialoog tussen de EU en Azerbeidzjan in overleg met de voornaamste internationale en daadwerkelijk onafhankelijke Azerbeidzjaanse ngo's waarvoor elk jaar aan de hand van concrete benchmarks de vooruitgang moet worden beoordeeld;
   s) aan te dringen op de goedkeuring van desbetreffende wetswijzigingen om de legitieme activiteiten van het maatschappelijk middenveld mogelijk te maken, alsmede de beëindiging van onrechtmatige beperkingen van hun registratievoorschriften, operaties en de toegang tot buitenlandse middelen en subsidies, en een eind te maken aan ongepaste strafrechtelijke onderzoeken, onnodige verslaglegging aan diverse regeringsinstanties, invallen in kantoren, de bevriezing van rekeningen, reisverboden en de vervolging van ngo-leiders;
   t) te waarborgen dat Azerbeidzjan, voordat de onderhandelingen zijn afgerond, zijn politieke gevangenen en gewetensgevangenen vrijlaat, onder wie, als meest emblematische gevallen, Ilgar Mammadov, Afgan Mukhtarli, Mehman Huseynov, Ilkin Rustamzada, Seymur Haziyev, Rashad Ramazanov, Elchin Ismayilli, Giyas Ibrahimov, Beyram Mammadov, Asif Yusifli en Fuad Gahramanli, en dat het land na hun vrijlating hun reisverboden opheft, ook die van de journaliste Khadija Ismayilova en de advocaat Intigam Aliyev, en de besluiten van het EHRM volledig ten uitvoering legt, met name voor Ilgar Mammadov; te zorgen voor de vrijlating en verbetering van de situatie van deze mensen, inclusief hun terugkeer en die van hun gezinnen via het gerechtelijk apparaat en de toepassing van de rechtsregels, en de Azerbeidzjaanse dissidenten in de EU te beschermen; te veroordelen dat, in tegenspraak met de aankondigingen van de Azerbeidzjaanse autoriteiten, geen van de bovengenoemde politieke gevangenen werd vrijgelaten, en dat er opnieuw personen gevangen zijn gezet wegens het vreedzaam uitoefenen van hun grondwettelijke rechten, onder wie leden van oppositiepartijen en de mensenrechtenadvocaat Emin Aslan; te eisen dat de administratieve hechtenis van mensenrechtenadvocaat Emin Aslan onmiddellijk wordt opgeheven en dat hij volledig wordt gezuiverd van de dubieuze beschuldiging van "ongehoorzaamheid aan de politie"; te waarborgen dat Azerbeidzjan een einde maakt aan de praktijk van administratieve hechtenis als middel om critici van de regering het zwijgen op te leggen;
   u) ervoor te zorgen dat Azerbeidzjan het recht op vrijheid van vreedzame vergadering eerbiedigt, dat recht niet inperkt op manieren die onverenigbaar zijn met de verplichtingen van het land uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM), en alle gevallen van het gebruik van buitensporig geweld, willekeurige arrestatie en onrechtmatige inhechtenisneming van vreedzame manifestanten, onder meer in verband met de gesanctioneerde bijeenkomsten van de oppositie in september 2017 en maart 2018, onverwijld en effectief onderzoekt en de daders voor de rechter brengt;
   v) er, voordat de onderhandelingen worden afgerond, naar te streven dat de Azerbeidzjaanse autoriteiten toezeggen het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing toe te passen en alle gevallen van mishandeling van politieke gevangenen en gewetensgevangenen daadwerkelijk te onderzoeken, met name het geval van wijlen Mehman Galandarov die in gevangenschap in Azerbeidzjan is overleden, en van leden van de LGBTQ-gemeenschap, die in september 2017 massaal werden lastiggevallen en aangehouden;
   w) de bezorgdheid van de EU te benadrukken over de huidige staat van de persvrijheid in Azerbeidzjan, dat op de wereldindex voor persvrijheid 2018 van Verslaggevers zonder grenzen op de 163e plaats onder 180 landen staat; het belang van vrije en onafhankelijke media, zowel off- als online, te onderstrepen en te zorgen voor versterkte EU-steun, zowel op politiek als op financieel gebied, aan vrije en pluralistische media in Azerbeidzjan, met redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van dominante politieke en oligarchische groeperingen en in overeenstemming met de normen van de EU; de autoriteiten te verzoeken de toegang te deblokkeren tot websites van Azadliq en van de drie nieuwsbronnen die vanuit het buitenland moeten opereren: Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) Azerbaijan Service, Meydan TV en Azerbaycan Saati;
   x) billijke en ambitieuze bepalingen over handel en investeringen op te nemen, voor zover dit strookt met het statuut van Azerbeidzjan als niet-lid van de WTO, die volledig overeenstemmen met de normen van de EU en deze niet ondermijnen, met name de sanitaire, fytosanitaire, milieu-, arbeids-, sociale, gendergelijkheids- en non-discriminatienormen, en die de erkenning en bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van geografische aanduidingen, vooral voor wijn en gedistilleerde dranken, waarborgen; Azerbeidzjan bij zijn toetredingsproces tot de WTO te ondersteunen;
   y) robuuste maatregelen vast te stellen die zorgen voor een snelle evolutie naar een beter bedrijfs- en investeringsklimaat in Azerbeidzjan, met name op het gebied van fiscaliteit, het beheer van de overheidsfinanciën en van openbare aanbestedingen – met een verwijzing naar de regels die zijn vastgesteld in de WTO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten – teneinde te komen tot meer transparantie, beter bestuur en een sterkere verantwoordingsplicht, gelijke toegang en eerlijke concurrentie;
   z) nauwere samenwerking in de energiesector mogelijk te maken in overeenstemming met het strategische energiepartnerschap tussen de EU en Azerbeidzjan, en de staat van dienst van Azerbeidzjan als betrouwbare energieleverancier, maar daarbij niettemin rekening te houden met de schorsing en daaropvolgende terugtrekking van Azerbeidzjan uit het Initiatief voor transparantie in de winningsindustrie (EITI) in maart 2017 vanwege de "wijzigingen in de ngo-wetgeving van Azerbeidzjan" die niet voldeden aan de vereisten van de groep met betrekking tot het maatschappelijk middenveld; Azerbeidzjan ertoe te bewegen aan deze vereisten te voldoen teneinde zijn activiteiten in het EITI weer te kunnen hervatten;
   aa) ook de diversificatie van de Azerbeidzjaanse energiemix te ondersteunen door koolstofarme energiebronnen te bevorderen en voorbereidselen te treffen voor de koolstofarme maatschappij door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen af te bouwen en het gebruik van hernieuwbare energie te bevorderen, mede in het belang van de energiezekerheid; de voltooiing van de zuidelijke gascorridor te ondersteunen nadat de belangrijke punten van zorg zijn aangepakt die over de klimaatverandering en de gevolgen ervan voor de plaatselijke gemeenschappen worden geuit in het besluit van de Europese Investeringsbank over de financiering van de trans-Anatolische gaspijpleiding (Tanap);
   ab) ambitieuze bepalingen inzake milieubescherming en verzachting van de klimaatverandering vast te stellen als onderdeel van de nieuwe overeenkomst, overeenkomstig de agenda van de Unie inzake klimaatverandering en de verplichtingen van beide partijen uit hoofde van de overeenkomst van Parijs, onder meer door deze beleidsmaatregelen te mainstreamen in het beleid van andere sectoren;
   ac) nieuwe vooruitzichten te bieden op intensievere samenwerking op andere gebieden dan energie, vooral op het gebied van onderwijs, gezondheid, vervoer, connectiviteit en toerisme, teneinde de Azerbeidzjaanse economie te diversifiëren, de werkgelegenheid te stimuleren, de industriële en dienstensector te moderniseren en de duurzame ontwikkeling in het bedrijfsleven en het onderzoek te stimuleren; meer persoonlijke contacten, zowel op Europees niveau als in regionale uitwisselingen met Armeense ngo's, mogelijk te maken;
   ad) de samenwerking inzake jongeren- en studentenuitwisselingen te verbeteren door bestaande en reeds succesvolle programma's zoals het netwerk "Young European Neighbours" te versterken en nieuwe beursprogramma's en opleidingscursussen te ontwikkelen, evenals de deelname aan programma's voor hoger onderwijs, met name het ERASMUS+-programma, te vergemakkelijken, hetgeen de ontwikkeling van vaardigheden, ook taalvaardigheden, bevordert en de Azerbeidzjanen in staat zal stellen kennis te maken met de EU en haar waarden;
   ae) de economische groei ook te bevorderen met behulp van vervoer en connectiviteit; het trans-Europees vervoersnet (TEN‑V) uit te breiden naar Azerbeidzjan;
   af) overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap van 2017 "te zijner tijd, voor zover de omstandigheden dat toelaten, de opening van een dialoog over visumliberalisering met, respectievelijk, Armenië en Azerbeidzjan in overweging te nemen, mits de voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit, waaronder de daadwerkelijke uitvoering van de visumversoepelingsovereenkomst en de overnameovereenkomsten tussen de partijen, vervuld zijn.
   ag) ervoor te zorgen dat de overeenkomst een robuuste parlementaire dimensie heeft, aan de hand waarvan de huidige bepalingen en mechanismen voor samenwerking worden versterkt zodat een grotere inbreng in en controle op de tenuitvoerlegging mogelijk wordt gemaakt, met name door de oprichting van een verbeterde interparlementaire structuur om zo een regelmatige en constructieve dialoog tussen het Europees Parlement en het parlement van Azerbeidzjan mogelijk te maken over alle aspecten van onze betrekkingen, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van overeenkomsten;
   ah) de onderhandelingen zo transparant mogelijk te voeren; het Parlement van alle stadia van de onderhandelingen op de hoogte te houden, overeenkomstig artikel 218, lid 10, VWEU dat bepaalt dat "het Europees Parlement [...] in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle [wordt] geïnformeerd"; het Parlement eveneens de onderhandelingsteksten en notulen van elke onderhandelingsronde te verstrekken; de Raad eraan te herinneren dat het Hof van Justitie van de Europese Unie reeds besluiten van de Raad inzake de ondertekening en sluiting van verschillende overeenkomsten heeft vernietigd wegens inbreuken op artikel 218, lid 10, VWEU; in gedachte te houden dat de toestemming van het Parlement voor nieuwe overeenkomsten ook in de toekomst kan worden ontzegd totdat de Raad zijn wettelijke verplichtingen nakomt;
   ai) ervoor te zorgen dat de nieuwe overeenkomst niet voorlopig wordt toegepast totdat het Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven; te onderstrepen dat de goedkeuring van het Parlement van nieuwe overeenkomsten en andere toekomstige overeenkomsten kan worden opgeschort, indien dit wordt genegeerd;

2.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de president, de regering en het parlement van de Republiek Azerbeidzjan.

(1) PB L 246 van 17.9.1999, blz. 3.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0440.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0493.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0267.

Laatst bijgewerkt op: 20 juli 2018Juridische mededeling