Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0006(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0260/2018

Ingediende teksten :

A8-0260/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 11/09/2018 - 6.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0319

Aangenomen teksten
PDF 172kWORD 57k
Dinsdag 11 september 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Gemeenschappelijk btw-stelsel met betrekking tot de speciale regeling voor kleine ondernemingen *
P8_TA(2018)0319A8-0260/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 september 2018 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat betreft de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen (COM(2018)0021 – C8-0022/2018 – 2018/0006(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0021),

–  gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0022/2018),

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0260/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  Op grond van Richtlijn 2006/112/EG21 van de Raad kunnen de lidstaten hun bijzondere regelingen ten aanzien van kleine ondernemingen behouden, zulks overeenkomstig gemeenschappelijke voorschriften en met het oog op een verdergaande harmonisatie. Die voorschriften zijn echter verouderd en zorgen niet voor minder nalevingslasten van kleine ondernemingen aangezien ze zijn opgesteld voor een gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) dat berust op belastingheffing in de lidstaat van oorsprong.
(1)  Op grond van Richtlijn 2006/112/EG21 van de Raad kunnen de lidstaten hun bijzondere regelingen ten aanzien van kleine ondernemingen behouden, zulks overeenkomstig gemeenschappelijke voorschriften en met het oog op een verdergaande harmonisatie. Die voorschriften zijn echter verouderd en verwezenlijken hun doelstelling om de nalevingslasten van kleine ondernemingen te verlichten niet, aangezien ze zijn opgesteld voor een gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) dat berust op belastingheffing in de lidstaat van oorsprong.
_________________
_________________
21PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.
21 PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  In haar btw-actieplan22 heeft de Commissie een breed pakket vereenvoudigingsmaatregelen voor kleine ondernemingen aangekondigd met als doel de administratieve lasten van deze ondernemingen te verminderen en een belastingklimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor hun groei en de ontwikkeling van de grensoverschrijdende handel. Zoals geschetst in de mededeling over de follow-up van het btw-actieplan23, zou dit een herziening van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen meebrengen. De herziening van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen vormt dus een belangrijk onderdeel van het pakket hervormingen in het kader van het btw-actieplan.
(2)  In haar btw-actieplan22 heeft de Commissie een breed pakket vereenvoudigingsmaatregelen voor kleine ondernemingen aangekondigd met als doel de administratieve lasten van deze ondernemingen te verminderen en een belastingklimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor hun groei en de ontwikkeling van de grensoverschrijdende handel, alsmede de btw-naleving te bevorderen. Kleine ondernemingen in de Unie zijn bijzonder actief in bepaalde sectoren die grensoverschrijdend opereren, zoals de bouw, communicatie, levensmiddelen en detailhandel, en kunnen een belangrijke motor van werkgelegenheid vormen. Om de doelstellingen van het btw-actieplan te verwezenlijken, is een herziening nodig van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen, zoals geschetst in de mededeling over de follow-up van het btw-actieplan23. De herziening van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen vormt dus een belangrijk onderdeel van het pakket hervormingen in het kader van het btw-actieplan.
_________________
_________________
22Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over een actieplan betreffende de btw — Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU — Tijd om knopen door te hakken (COM(2016)0148 van 7.4.2016).
22 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over een actieplan betreffende de btw — Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU — Tijd om knopen door te hakken (COM(2016)0148 van 7.4.2016).
23Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité — Follow-up van het actieplan betreffende de btw — Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU — Tijd om in actie te komen (COM(2017)0566 van 4.10.2017).
23 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité — Follow-up van het actieplan betreffende de btw — Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU — Tijd om in actie te komen (COM(2017)0566 van 4.10.2017).
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  De herziening van deze bijzondere regeling hangt nauw samen met het voorstel van de Commissie waarin de beginselen zijn vervat voor een definitief btw-stelsel voor grensoverschrijdende b2b-handel tussen de lidstaten, dat berust op de belastingheffing van grensoverschrijdende leveringen van goederen in de lidstaat van bestemming24. Bij de verschuiving van het btw-stelsel naar belastingheffing in het land van bestemming is duidelijk geworden dat een aantal bestaande regels niet geschikt is voor een belastingstelsel dat berust op belastingheffing in het land van bestemming.
(3)  De herziening van deze bijzondere regeling hangt nauw samen met het voorstel van de Commissie waarin de beginselen zijn vervat voor een definitief btw-stelsel voor grensoverschrijdende b2b-handel tussen de lidstaten, dat berust op de belastingheffing van grensoverschrijdende leveringen van goederen in de lidstaat van bestemming24. Bij de verschuiving van het btw-stelsel naar belastingheffing in het land van bestemming is duidelijk geworden dat een aantal bestaande regels niet geschikt is voor een belastingstelsel dat berust op belastingheffing in het land van bestemming. De belangrijkste problemen waar kleine ondernemingen bij de toenemende grensoverschrijdende handel tegenaan lopen ontstaan vanwege de ingewikkelde en uiteenlopende regels met betrekking tot de btw in de Unie, en door het feit dat de nationale vrijstelling voor kleine ondernemingen alleen ten goede komt aan de kleine ondernemingen in de lidstaat waarin deze gevestigd zijn.
_________________
_________________
24Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel en tot invoering van het definitieve stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (COM(2017)0569 van 4.10.2017).
24 Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel en tot invoering van het definitieve stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (COM(2017)0569 van 4.10.2017).
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Om het probleem van de onevenredige nalevingslasten van kleine ondernemingen aan te pakken, moeten de vereenvoudigingsmaatregelen niet alleen openstaan voor ondernemingen die overeenkomstig de huidige regels zijn vrijgesteld, maar ook voor ondernemingen die in economisch opzicht als klein gelden. In het kader van de vereenvoudiging van de btw-regels zouden ondernemingen dan als klein worden beschouwd indien ze op basis van hun omzet vallen onder de algemene definitie van micro-onderneming in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie25.
(4)  Om het probleem van de onevenredige nalevingslasten van kleine ondernemingen aan te pakken, moeten de vereenvoudigingsmaatregelen niet alleen openstaan voor ondernemingen die overeenkomstig de huidige regels zijn vrijgesteld, maar ook voor ondernemingen die in economisch opzicht als klein gelden. Dat dergelijke maatregelen openstaan is bijzonder relevant aangezien de meerderheid van de kleine ondernemingen, of ze nu wel of geen btw-vrijstelling hebben, in de praktijk verplicht is gebruik te maken van de diensten van adviseurs of externe consultants, om zich door hen te laten bijstaan met het oog op de naleving van hun btw-verplichtingen, wat een extra financiële belasting voor die ondernemingen vormt. In het kader van de vereenvoudiging van de btw-regels zouden ondernemingen dan als klein worden beschouwd indien ze op basis van hun omzet vallen onder de algemene definitie van micro-onderneming in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie25.
_________________
_________________
25Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
25 Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  Kleine ondernemingen kunnen alleen gebruikmaken van de vrijstelling wanneer hun jaarlijkse omzet onder de drempel ligt die wordt toegepast door de lidstaat waar de btw verschuldigd is. Bij de vaststelling van hun drempel moeten de lidstaten de in Richtlijn 2006/112/EG vastgelegde regels voor die drempels in acht nemen. Die regels waren voor het merendeel in 1977 ingevoerd en zijn niet meer geschikt.
(6)  Kleine ondernemingen kunnen alleen gebruikmaken van de vrijstelling wanneer hun jaarlijkse omzet onder de drempel ligt die wordt toegepast door de lidstaat waar de btw verschuldigd is. Bij de vaststelling van hun drempel moeten de lidstaten de in Richtlijn 2006/112/EG vastgelegde regels voor die drempels in acht nemen. Die regels waren voor het merendeel in 1977 ingevoerd en zijn niet meer geschikt. Om redenen van flexibiliteit en om ervoor te zorgen dat de lidstaten passende lagere drempels kunnen vaststellen naargelang de omvang en de behoefte van hun economie, mogen op Unie-niveau uitsluitend maximumdrempels worden vastgesteld.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)  De lidstaten moeten de vrijheid krijgen om zelf hun nationale vrijstellingsdrempel vast te stellen op het niveau dat het best past bij hun economische en politieke situatie, behoudens de bovengrens waarin deze richtlijn voorziet. In dit verband moet worden verduidelijkt dat wanneer een lidstaat verschillende drempels toepast, deze moeten berusten op objectieve criteria.
(8)  De lidstaten moeten de vrijheid krijgen om zelf hun nationale vrijstellingsdrempel vast te stellen op het niveau dat het best past bij hun economische en politieke situatie, behoudens de bovengrens waarin deze richtlijn voorziet. In dit verband moet worden verduidelijkt dat wanneer een lidstaat verschillende drempels toepast, deze moeten berusten op objectieve criteria. Om grensoverschrijdende handel te faciliteren moet de lijst van nationale vrijstellingsdrempels gemakkelijk toegankelijk zijn voor alle kleine ondernemingen die in verschillende lidstaten actief willen zijn.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 12
(12)  Wanneer een vrijstelling van toepassing is, moeten kleine ondernemingen die gebruik willen maken van deze vrijstelling, op zijn minst in aanmerking komen voor vereenvoudigde verplichtingen op het gebied van btw-registratie, facturering, boekhouding en verslaglegging.
(12)  Wanneer een vrijstelling van toepassing is, moeten kleine ondernemingen die gebruik willen maken van deze vrijstelling, op zijn minst in aanmerking komen voor vereenvoudigde verplichtingen op het gebied van btw-registratie, facturering, boekhouding en verslaglegging. Om verwarring en rechtsonzekerheid in de lidstaten te vermijden moet de Commissie richtsnoeren opstellen voor vereenvoudigde registratie en boekhouding, waarbij meer in detail wordt uitgelegd welke procedures er moeten worden vereenvoudigd en in welke mate. Uiterlijk op … [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] moet die vereenvoudiging worden geëvalueerd door de Commissie en de lidstaten om te beoordelen of zij een toegevoegde waarde heeft gehad en een werkelijk positief effect op de ondernemingen en consumenten.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  Om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling die door een lidstaat aan niet in die lidstaat gevestigde ondernemingen wordt verleend, is het tevens nodig om die ondernemingen te verplichten om vooraf mee te delen dat zij gebruik willen maken van de vrijstelling. De kleine onderneming in kwestie moet dit meedelen aan de lidstaat waar zij is gevestigd. Vervolgens moet die lidstaat, uitgaande van de aangifte van de omzet van die onderneming, die informatie doorzenden naar de andere betrokken lidstaten.
(13)  Om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling die door een lidstaat aan niet in die lidstaat gevestigde ondernemingen wordt verleend, is het tevens nodig om die ondernemingen te verplichten om vooraf mee te delen dat zij gebruik willen maken van de vrijstelling. Deze mededeling dient te worden gedaan via een internetportaal, dat moet worden opgezet door de Commissie. Vervolgens moet de lidstaat van vestiging, uitgaande van de aangifte van de omzet van die onderneming, de andere betrokken lidstaten inlichten. Kleine ondernemingen kunnen hun lidstaat van registratie te allen tijde meedelen dat zij wensen terug te keren naar het algemene btw-stelsel.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  Om de nalevingslasten van niet-vrijgestelde kleine ondernemingen te verminderen, moeten de lidstaten worden verplicht om de vereisten inzake btw-registratie en boekhouding te vereenvoudigen en om de belastingtijdvakken te verlengen zodat er minder vaak btw-aangiften ingediend hoeven te worden.
(15)  Om de nalevingslasten van niet-vrijgestelde kleine ondernemingen te verminderen, moeten de lidstaten worden verplicht om de vereisten inzake btw-registratie en boekhouding te vereenvoudigen. Bovendien dient de Commissie een "éénloket" voor de indiening van btw-aangiften in verschillende lidstaten in te richten.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17
(17)  De doelstelling van deze richtlijn om de nalevingslasten van kleine ondernemingen te verminderen, kan niet voldoende worden verwezenlijkt door de lidstaten en kan dus beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt. De Unie kan derhalve maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in artikel 5 neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
(17)  De doelstelling van deze richtlijn om de nalevingslasten van kleine ondernemingen te verminderen, kan niet voldoende worden verwezenlijkt door de lidstaten en kan dus beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt. De Unie kan derhalve maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in artikel 5 neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. Desalniettemin zijn btw-controles die gebeuren naar aanleiding van nalevingsprocessen nuttige fraudebestrijdingsinstrumenten en mag lastenverlichting voor kleine ondernemingen niet ten koste gaan van de bestrijding van btw-fraude.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 284 – lid 4 – alinea 1
Een kleine onderneming die gebruik wil maken van de vrijstelling in andere lidstaten, stelt de lidstaat waar zij is gevestigd, daarvan vooraf in kennis.
De Commissie zet een internetportaal op waarop kleine ondernemingen die gebruik willen maken van de vrijstelling in een andere lidstaat, zich moeten registreren.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 12
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 284 – lid 4 – alinea 2
Wanneer een kleine onderneming gebruikmaakt van de vrijstelling in andere lidstaten dan die waar zij is gevestigd, neemt de lidstaat van vestiging alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kleine onderneming de jaarlijkse omzet in de Unie en de jaarlijkse omzet in de lidstaat correct aangeeft, en stelt hij de belastingdiensten van de andere betrokken lidstaten waar de kleine onderneming een levering verricht, daarvan in kennis.
Wanneer een kleine onderneming gebruikmaakt van de vrijstelling in andere lidstaten dan die waar zij is gevestigd, neemt de lidstaat van vestiging alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de kleine onderneming de jaarlijkse omzet in de Unie en de jaarlijkse omzet in de lidstaat correct aangeeft, en stelt hij de belastingdiensten van de andere betrokken lidstaten waar de kleine onderneming een levering verricht, daarvan in kennis. De lidstaat zorgt er tevens voor dat hij voldoende kennis heeft over de status van de kleine onderneming en haar aandeelhouders- of eigenaarsrelaties, zodat hij kan bevestigen dat deze onderneming inderdaad de status van kleine onderneming heeft.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 15
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 288 bis – alinea 1
Wanneer de jaarlijkse omzet in de lidstaat van een kleine onderneming de in artikel 284, lid 1, bedoelde vrijstellingsdrempel in de loop van een volgend kalenderjaar overschrijdt, kan de kleine onderneming voor dat jaar toch gebruik blijven maken van de vrijstelling, tenzij haar jaarlijkse omzet in de lidstaat in dat jaar de in artikel 284, lid 1, vastgelegde drempel overschrijdt met meer dan 50 %.
Wanneer de jaarlijkse omzet in de lidstaat van een kleine onderneming de in artikel 284, lid 1, bedoelde vrijstellingsdrempel in de loop van een volgend kalenderjaar overschrijdt, kan de kleine onderneming nog twee jaar gebruik blijven maken van de vrijstelling, tenzij haar jaarlijkse omzet in de lidstaat in die twee jaar de in artikel 284, lid 1, vastgelegde drempel overschrijdt met meer dan 33 %.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17
(17)  De artikelen 291 tot en met 294 worden geschrapt.
(17)  de artikelen 291 en 292 worden geschrapt.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 293 – lid 1
(17 bis)   In artikel 293 wordt lid 1 vervangen door:
De Commissie brengt aan de Raad, op grond van de van de lidstaten verkregen gegevens, vanaf de aanneming van deze richtlijn om de vier jaar verslag uit over de toepassing van dit hoofdstuk, indien nodig en rekening houdend met de noodzaak van uiteindelijke convergentie van de nationale regelingen, vergezeld van voorstellen betreffende de volgende punten: (1) verbetering van de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen;(2) aanpassing van de nationale regelingen inzake vrijstellingen en degressieve verminderingen van de belasting; (3) de aanpassing van de in afdeling 2 vastgestelde maxima.
"De Commissie brengt aan het Europees Parlement en aan de Raad, op grond van de van de lidstaten verkregen gegevens, vanaf de aanneming van deze richtlijn om de vier jaar verslag uit over de toepassing van dit hoofdstuk, indien nodig en rekening houdend met de noodzaak van uiteindelijke convergentie van de nationale regelingen, vergezeld van voorstellen betreffende de volgende punten:
i)   de in de bijzondere regeling voor kleine ondernemingen aan te brengen verbeteringen;
ii)   de aanpassing van de nationale regelingen inzake vrijstellingen en de mogelijkheid om vrijstellingsdrempels in de Unie te harmoniseren;
iii)   de aanpassing van de in afdeling 2 bedoelde maximumbedragen."
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 17 ter (nieuw)
(17 ter)   Artikel 294 wordt geschrapt.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 18
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 294 sexies
Artikel 294 sexies
Artikel 294 sexies
De lidstaten kunnen vrijgestelde kleine ondernemingen ontheffen van de verplichting om een BTW-aangifte in te dienen, als bedoeld in artikel 250.
De lidstaten ontheffen vrijgestelde kleine ondernemingen van de verplichting om een btw-aangifte in te dienen, als bedoeld in artikel 250, ofwel staan zij vrijgestelde kleine ondernemingen toe een vereenvoudigde btw-aangifte in te dienen –waarin ten minste de volgende informatie is opgenomen: verschuldigde btw, aftrekbare btw, netto btw-bedrag (te betalen of te ontvangen), totale waarde van de handelingen in een eerder stadium en de handelingen in een later stadium – die de periode van een kalenderjaar bestrijkt. Kleine ondernemingen kunnen evenwel kiezen voor de toepassing van het belastingtijdvak dat overeenkomstig artikel 252 is vastgesteld.
Wanneer deze mogelijkheid niet wordt gebruikt, staan de lidstaten deze vrijgestelde kleine ondernemingen toe om een vereenvoudigde BTW-aangifte in te dienen die de periode van een kalenderjaar bestrijkt. Kleine ondernemingen kunnen evenwel kiezen voor de toepassing van het belastingtijdvak dat overeenkomstig artikel 252 is vastgesteld.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 18
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 294 decies
Artikel 294 decies
Schrappen
Voor kleine ondernemingen bestrijkt het belastingtijdvak waarop een BTW-aangifte betrekking moet hebben, de periode van een kalenderjaar. Kleine ondernemingen kunnen evenwel kiezen voor de toepassing van het belastingtijdvak dat overeenkomstig artikel 252 is vastgesteld.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 18
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 294 decies bis (nieuw)
Artikel 294 decies bis
De Commissie richt een "éénloket" in waar kleine ondernemingen de btw-aangiften kunnen indienen voor de verschillende lidstaten waarin zij actief zijn. De lidstaat van vestiging is verantwoordelijk voor de inning van de btw.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 18
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 294 undecies
Artikel 294 undecies
Schrappen
Onverminderd artikel 206 mogen de lidstaten kleine ondernemingen niet verplichten om voorlopige vooruitbetalingen te doen.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 904/2010
Artikel 31 – lid 1
Artikel 1 bis
Verordening (EU) nr. 904/2010 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 31, lid 1, wordt vervangen door:
1.  De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij intracommunautaire goederenleveringen of dienstverrichtingen betrokken zijn, alsmede de niet-gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatiediensten, omroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, met name de in bijlage II bij Richtlijn 2006/112/EG bedoelde diensten, ten behoeve van dat soort handelingen langs elektronische weg bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde persoon toegekende btw-identificatienummer alsook van zijn naam en adres. Deze inlichtingen moeten overeenstemmen met de in artikel 17 bedoelde gegevens.
"1. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij intracommunautaire goederenleveringen of dienstverrichtingen betrokken zijn, alsmede de niet-gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatiediensten, omroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, met name de in bijlage II bij Richtlijn 2006/112/EG bedoelde diensten, ten behoeve van dat soort handelingen langs elektronische weg bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde persoon toegekende btw-identificatienummer alsook van zijn naam en adres. Deze inlichtingen moeten overeenstemmen met de in artikel 17 bedoelde gegevens. In het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (VIES) staat vermeld of in aanmerking komende kleine ondernemingen al dan niet gebruikmaken van de btw-vrijstelling voor kleine ondernemingen."
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – alinea 1
Uiterlijk op 30 juni 2022 worden door de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vastgesteld en bekendgemaakt om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.
Uiterlijk op 31 december 2019 worden door de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vastgesteld en bekendgemaakt om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – alinea 2
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 juli 2022.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 januari 2020.
Laatst bijgewerkt op: 10 juii 2019Juridische mededeling