Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2054(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0266/2018

Ingediende teksten :

A8-0266/2018

Debatten :

PV 10/09/2018 - 29
CRE 10/09/2018 - 29

Stemmingen :

PV 11/09/2018 - 6.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0327

Aangenomen teksten
PDF 155kWORD 59k
Dinsdag 11 september 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Het stimuleren van groei en cohesie in grensregio's van de EU
P8_TA(2018)0327A8-0266/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 11 september 2018 over het stimuleren van groei en cohesie in grensregio's van de EU (2018/2054(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag van de Europese Unie (VEU) en de artikelen 4, 162, 174 tot en met 178 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking"(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking(3),

–  gezien Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende zorg(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2017 getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" (COM(2017)0534),

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 20 september 2017 bij de mededeling van de Commissie getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU" (SWD(2017)0307),

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over achterstandsregio's in de EU(5),

–   gezien zijn resolutie van 17 april 2018 over de versterking van de economische, sociale en territoriale cohesie in de Europese Unie: het zevende verslag van de Europese Commissie(6),

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2017 over bouwstenen voor een cohesiebeleid van de EU na 2020(7),

–  gezien zijn resolutie van 13 juni 2017 over het vergroten van de betrokkenheid van de partners en de zichtbaarheid van de resultaten van de Europese structuur- en investeringsfondsen(8),

–  gezien zijn resolutie van 18 mei 2017 over een goede financieringsmix voor de regio's van Europa: op zoek naar een evenwichtige verdeling van financieringsinstrumenten en subsidies in het cohesiebeleid van de EU(9),

–  gezien zijn resolutie van 16 februari 2017 over investeren in banen en groei – naar een optimale inzet van de Europese structuur- en investeringsfondsen: een evaluatie van het verslag uit hoofde van artikel 16, lid 3, van de GB-verordening(10),

–  gezien het advies van het Europees Comité van de Regio's van 8 februari 2017 over de ontbrekende vervoersverbindingen in grensregio's(11),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2016 over cohesiebeleid en onderzoeks- en innovatiestrategieën voor slimme specialisatie (RIS3)(12),

–  gezien zijn resolutie van 13 september 2016 over Europese territoriale samenwerking – beste praktijken en innovatieve maatregelen(13),

–  gezien zijn resolutie van 10 mei 2016 over nieuwe instrumenten voor territoriale ontwikkeling in het cohesiebeleid 2014-2020: geïntegreerde territoriale investeringen (ITI) en door de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling (CLLD)(14),

–  gezien de conclusies en aanbevelingen van de groep op hoog niveau voor toezicht op vereenvoudiging ten behoeve van begunstigden van ESI-fondsen,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling en het advies van de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0266/2018),

A.  overwegende dat de EU en haar onmiddellijke buurlanden in de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) 40 binnengrenzen en interne EU-grensregio's tellen, en dat deze regio's 40 % van het grondgebied van de Unie beslaan, bijna 30 % van de EU-bevolking omvatten en bijna een derde van het bbp van de EU produceren;

B.  overwegende dat grensregio's, met name de minder bevolkte regio's, meestal te maken hebben met slechtere omstandigheden voor sociale en economische ontwikkeling en over het algemeen economisch minder goed presteren dan andere regio's in de lidstaten, en dat hun economisch potentieel niet volledig wordt benut;

C.  overwegende dat ook fysieke en/of geografische barrières bijdragen aan de beperking van de economische, sociale en territoriale cohesie tussen grensregio's, zowel binnen als buiten de EU, met name in berggebieden;

D.  overwegende dat er ondanks de tot dusver geleverde inspanningen nog steeds belemmeringen zijn – vooral administratieve en juridische obstakels alsmede taalproblemen –, die economische en sociale ontwikkeling en cohesie tussen en in de grensregio's in de weg staan;

E.  overwegende dat volgens een schatting van de Commissie in 2017 het verwijderen van slechts 20 % van de bestaande belemmeringen in de grensregio's voor een toename van hun bbp met 2 % oftewel 91 miljard EUR zou zorgen, hetgeen zou neerkomen op ca. 1 miljoen nieuwe banen; overwegende dat algemeen wordt erkend dat territoriale samenwerking, met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking, echte en zichtbare toegevoegde waarde meebrengt, vooral voor EU-burgers die langs binnengrenzen wonen;

F.  overwegende dat het totale aantal grensarbeiders en studenten dat in een ander EU-land actief is, ca. 2 miljoen bedraagt, waarvan er 1,3 miljoen werknemers zijn, wat neerkomt op 0,6 % van alle werknemers in de EU-28;

G.  overwegende dat in het huidige meerjarig financieel kader (MFK) 95 % van de middelen voor trans-Europese vervoersnetwerken (TEN-T) en de Connecting Europe Facility (CEF) naar de belangrijkste TEN-T-verbindingen gaat, terwijl kleine projecten op het omvangrijke netwerk en interventies die aansluiten op het TEN-T-netwerk vaak niet in aanmerking komen voor cofinanciering of voor nationale financiering, hoewel zij essentieel zijn om specifieke problemen op te lossen en om grensoverschrijdende verbindingen en economieën te ontwikkelen;

H.  overwegende dat de Commissie tevens voornemens is haar standpunt ten aanzien van de interne maritieme grensregio's te kennen te geven;

I.  overwegende dat veel uitdagingen waarmee de buitengrensregio's van de EU, waaronder de ultraperifere regio's, plattelandsgebieden, regio's die een industriële overgang doormaken en regio's die kampen met ernstige en permanente natuurlijke of demografische belemmeringen zoals genoemd in artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), geconfronteerd worden, eveneens een standpunt van de Commissie waard zijn;

1.  is ingenomen met de mededeling van de Commissie getiteld "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", die het resultaat is van twee jaar van onderzoek en dialoog en een waardevolle inkijk biedt in de uitdagingen en hindernissen waarmee de interne grensregio's van de EU te maken hebben; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is beste praktijken en succesverhalen te gebruiken en bekend te maken, zoals nu gebeurt met deze mededeling van de Commissie, en dringt erop aan hierop een soortgelijke analyse van de externe grensregio's van de EU te laten volgen;

Aanhoudende belemmeringen aanpakken

2.  wijst erop dat toegang tot openbare diensten, overeenkomstig hun ontwikkeling, van essentieel belang is voor de 150 miljoen inwoners tellende bevolking van interne grensoverschrijdende gebieden, maar vaak bemoeilijkt wordt door talloze juridische en administratieve hinderpalen, waaronder taalproblemen; spoort de Commissie en de lidstaten dan ook aan alles in het werk te stellen en de samenwerking te verbeteren om deze hinderpalen weg te nemen en om het gebruik van e-overheid te bevorderen en in te voeren, met name waar het gaat om gezondheidsdiensten, vervoer, aanleg van essentiële fysieke infrastructuur, onderwijs, arbeidsmobiliteit, het milieu, alsmede regelgeving, grensoverschrijdende handel en ontwikkeling van bedrijven;

3.  onderstreept dat grensregio's tot op zekere hoogte met dezelfde problemen en uitdagingen kampen, maar dat deze ook weer van regio tot regio of tussen de lidstaten variëren en afhangen van de specifieke juridische, administratieve, economische en geografische kenmerken van een bepaalde regio, waardoor een individuele benadering bij elk van deze regio's noodzakelijk is; erkent het gemeenschappelijke ontwikkelingspotentieel van grensoverschrijdende regio's in het algemeen; is voorstander van een op maat gesneden, geïntegreerde en plaatsgebonden benadering, zoals door de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (Community-Led Local Development – CLLD);

4.  onderstreept dat de uiteenlopende juridische en institutionele kaders in de verschillende lidstaten tot rechtsonzekerheid in de grensregio's kunnen leiden, met als gevolg dat er meer tijd nodig is en de kosten van de tenuitvoerlegging van projecten oplopen, hetgeen een bijkomend obstakel vormt voor burgers, instellingen en bedrijven in de grensregio's dat goede initiatieven vaak in de weg staat; benadrukt dan ook dat grotere complementariteit, betere coördinatie en communicatie, interoperabiliteit en de bereidheid om hinderpalen weg te nemen tussen de lidstaten, of ten minste op het niveau van de grensregio's, wenselijk is;

5.  erkent de bijzondere situatie van grensarbeiders, die het meest te maken krijgen met de uitdagingen die zich in grensregio's voordoen, waaronder met name de erkenning van diploma's en andere, na bijscholing verkregen kwalificaties, gezondheidszorg, vervoer en toegang tot informatie over vacatures, sociale zekerheid en belastingstelsels; spoort de lidstaten in dit verband aan meer te doen om deze belemmeringen uit de weg te ruimen en de regionale en lokale autoriteiten in grensregio's meer bevoegdheden, middelen en voldoende flexibiliteit toe te kennen teneinde de nationale juridische en bestuurlijke systemen van buurlanden beter te coördineren, zodat de levenskwaliteit van grensarbeiders erop vooruit gaat; benadrukt in dit verband het belang van de verspreiding en het gebruik van beste praktijken binnen de hele EU; benadrukt dat deze problemen nog ingewikkelder zijn voor grensarbeiders die in derde landen werken of woonachtig zijn;

6.  wijst op de problemen in verband met bedrijfsactiviteiten in de grensregio's, met name wat betreft de goedkeuring en tenuitvoerlegging van arbeids- en handelswetgeving, belastingen, openbare aanbestedingen en socialezekerheidssystemen; spoort de lidstaten en de regio's aan de desbetreffende wettelijke bepalingen beter af te stemmen op of te harmoniseren met de uitdagingen die grensoverschrijdende regio's meebrengen, en complementariteit te bevorderen en naar convergentie van de regelgevingskaders te streven zodat er meer juridische coherentie en flexibiliteit bij de uitvoering van nationale wetgeving mogelijk is, alsmede de verspreiding van informatie over grensoverschrijdende vraagstukken te verbeteren, bijvoorbeeld door éénloketsystemen in te voeren om werknemers en bedrijven in staat te stellen aan hun verplichtingen te voldoen en hun rechten ten volle uit te oefenen, zoals vereist door het rechtsstelsel van de lidstaat waar zij hun diensten verlenen; dringt erop aan bestaande oplossingen beter toe te passen en de financiering van bestaande samenwerkingsstructuren te waarborgen;

7.  is teleurgesteld over het feit dat de mededeling van de Commissie geen specifieke beoordeling van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) bevatte, waaronder de extra steun die hen kan worden geboden; is van mening dat kmo's met specifieke uitdagingen worden geconfronteerd op het stuk van grensoverschrijdende interactie zoals onder meer de uitdagingen met betrekking tot taal, administratieve capaciteit, cultuurverschillen en uiteenlopende wetgeving; benadrukt dat het des te belangrijker is om deze uitdaging aan te gaan, omdat kmo's goed zijn voor 67 % van de werkgelegenheid in de niet-financiële sectoren in de EU en 57 % van de toegevoegde waarde creëren(15);

8.  wijst erop dat het vervoer in grensoverschrijdende regio's, met name regio's met een lagere bevolkingsdichtheid, nog steeds onvoldoende ontwikkeld en gecoördineerd is, vooral waar het gaat om grensoverschrijdende openbaarvervoersdiensten, en ten dele omdat er schakels ontbreken of buiten gebruik zijn, hetgeen de grensoverschrijdende mobiliteit en de vooruitzichten voor economische ontwikkeling belemmert; benadrukt voorts dat grensoverschrijdende vervoersinfrastructuur eveneens grote nadelen ondervindt van de complexe regelgeving en administratieve bepalingen; benadrukt het bestaande potentieel voor de ontwikkeling van duurzaam vervoer, in de eerste plaats gebaseerd op openbaar vervoer, en ziet in dit verband uit naar de komende studie van de Commissie betreffende de ontbrekende schakels in de spoorwegverbindingen langs de binnengrenzen van de EU; onderstreept dat dergelijke studies of toekomstige aanbevelingen onder meer gebaseerd zouden moeten zijn op informatie en ervaringen van lokale, regionale en nationale autoriteiten en dat hierbij rekening zou moeten worden gehouden met alle voorstellen voor grensoverschrijdende samenwerking en, daar waar deze al bestaat, voor betere grensoverschrijdende verbindingen, en roept de regionale autoriteiten aan weerszijden van grenzen op manieren voor te stellen om bestaande leemten in vervoersnetwerken op te vullen; herinnert eraan dat sommige bestaande spoorweginfrastructuur in onbruik raakt door gebrek aan ondersteuning; benadrukt de voordelen die de verdere ontwikkeling van waterwegen kan bieden voor lokale en regionale economieën; vraagt dat een pijler van de CEF, voorzien van een passende begroting, wordt gewijd aan het invoegen van de ontbrekende schakels van duurzame vervoersinfrastructuur in de grensregio's; benadrukt de noodzaak om vervoersknelpunten aan te pakken, die een belemmering vormen voor economische activiteiten zoals vervoer, toerisme en reizen door burgers;

9.  merkt op dat de aantrekkelijkheid van grensoverschrijdende gebieden om er te wonen en te investeren sterk afhankelijk is van de levenskwaliteit, de beschikbaarheid van openbare en commerciële diensten voor burgers en bedrijven, en de kwaliteit van vervoer – voorwaarden die alleen kunnen worden geschapen en behouden door nauwe samenwerking tussen nationale, regionale en lokale autoriteiten en bedrijven aan weerszijden van de grens;

10.  betreurt dat uiteenlopende en complexe procedures voor de voorafgaande toestemming voor gezondheidszorgdiensten en de gebruikte methodes voor betaling/terugbetaling, administratieve lasten voor patiënten bij grensoverschrijdende raadpleging van specialisten, onverenigbaarheden bij het gebruik van technologie en het delen van patiëntengegevens alsook het gebrek aan eengemaakte toegankelijke informatie niet alleen de toegankelijkheid aan beide zijden van de grens beperken en aldus het volledige gebruik van gezondheidszorgfaciliteiten in de weg staan, maar ook nood- en reddingsdiensten hinderen bij de uitvoering van hun grensoverschrijdende interventies;

11.  benadrukt de rol die grensregio's van de EU kunnen spelen op het gebied van milieu en milieubescherming, aangezien milieuvervuiling en natuurrampen vaak grensoverschrijdende problemen zijn; ondersteunt in dit verband de grensoverschrijdende projecten voor milieubescherming voor externe grensregio's van de EU, aangezien deze regio's vaak worden geconfronteerd met milieu-uitdagingen die worden veroorzaakt door uiteenlopende milieunormen en wetgeving in de buurlanden van de EU; roept ook op tot betere samenwerking en coördinatie inzake intern waterbeheer om natuurrampen zoals overstromingen te voorkomen;

12.  verzoekt de Commissie met spoed de problemen aan te pakken die voortkomen uit het bestaan van fysieke en geografische barrières tussen grensregio's;

Meer samenwerking en vertrouwen

13.  is van mening dat wederzijds vertrouwen, politieke wil en een flexibele benadering tussen de verschillende niveaus van belanghebbenden, van lokaal tot nationaal niveau, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld, essentieel zijn om bovengenoemde aanhoudende belemmeringen te overwinnen; is van mening dat de waarde van het cohesiebeleid voor grensregio's berust op de doelstelling om werkgelegenheid en groei te stimuleren en dat dit beleid moet worden ingevoerd op Unie-, lidstaat-, regionaal en lokaal niveau; dringt dan ook aan op betere coördinatie en dialoog, een doeltreffendere uitwisseling van informatie en verdere uitwisseling van beste praktijken tussen autoriteiten, met name op lokaal en regionaal niveau; roept de Commissie en de lidstaten op dergelijke samenwerking aan te moedigen en in middelen te voorzien voor samenwerkingsstructuren teneinde te zorgen voor adequate functionele en financiële autonomie van respectieve lokale en regionale autoriteiten;

14.  onderstreept het belang van onderwijs en cultuur, en met name van de kansen om meer te doen om meertaligheid en interculturele dialoog in grensregio's te bevorderen; benadrukt het potentieel van scholen en lokale massamedia in deze inspanningen en spoort de lidstaten, regio's en gemeenten langs de binnengrenzen aan het onderwijs van talen van de buurlanden vanaf de kleuterschool op te nemen in hun leerplannen; benadrukt bovendien dat het van belang is een meertalige benadering op alle bestuurlijke niveaus te bevorderen;

15.  spoort de lidstaten ertoe aan de wederzijdse erkenning van en meer inzicht in certificaten, diploma's en opleidings- en beroepskwalificaties tussen grensregio's te vergemakkelijken en bevorderen; pleit in dit verband voor de opname van specifieke vaardigheden in het onderwijsprogramma met als doel de arbeidskansen en de validatie en erkenning van vaardigheden over de grens te vergroten;

16.  pleit voor verschillende maatregelen om alle vormen van discriminatie in grensregio's tegen te gaan en om kwetsbare personen te helpen bij het vinden van werk en het integreren in de samenleving; is in dit verband voorstander van de bevordering en ontwikkeling van sociale ondernemingen in grensregio's als een bron van werkgelegenheid, met name voor kwetsbare groepen als jonge werklozen en mensen met een handicap;

17.  is ingenomen met het EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020(16) als instrument om een efficiënte en inclusieve overheid tot stand te brengen, en erkent de bijzondere waarde van dit plan voor vereenvoudigende maatregelen in de grensregio's; merkt op dat interoperabiliteit van bestaande e-overheidsstelsels nodig is op nationaal, regionaal en lokaal administratief niveau; is evenwel verontrust over de fragmentarische tenuitvoerlegging van het plan in sommige lidstaten; is tevens verontrust over de dikwijls ontbrekende interoperabiliteit van de elektronische systemen van autoriteiten en ook over de geringe beschikbaarheid van onlinediensten voor buitenlandse ondernemers die actief willen worden in een ander land; roept de lidstaten dan ook op maatregelen te nemen om toegang tot hun digitale diensten voor de potentiële gebruikers van de naburige regio's te vergemakkelijken, onder meer aan de hand van taalinstrumenten, en roept de autoriteiten in grensoverschrijdende regio's op elektronische portalen op te richten voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende zakelijke initiatieven; dringt er bij de nationale, regionale en lokale autoriteiten op aan meer inspanningen te leveren voor e-overheidsprojecten die een positieve impact zullen hebben op leven en werk van burgers in grensgebieden;

18.  stelt vast dat sommige binnen- en buitengrensregio's met ernstige migratieproblemen kampen die hun capaciteit vaak te boven gaan, en moedigt een adequaat gebruik van Interreg-progamma's aan, evenals de uitwisseling van optimale methoden tussen lokale en regionale autoriteiten in grensregio's, in het kader van de integratie van vluchtelingen die onder internationale bescherming vallen; onderstreept dat ondersteuning en coördinatie op Europees niveau noodzakelijk zijn en dat nationale regeringen de lokale en regionale autoriteiten moeten ondersteunen bij het aanpakken van deze uitdagingen;

19.  vraagt de Commissie haar standpunt te geven over het omgaan met uitdagingen waarmee interne maritieme grensregio's en regio's aan de buitengrenzen worden geconfronteerd; roept op tot aanvullende steun voor grensoverschrijdende projecten tussen buitengrensregio's van de EU en grensregio's van de buurlanden, met name regio's van derde landen die zijn betrokken bij het EU-integratieproces; herhaalt in dit verband dat de kenmerken en problemen van alle grensregio's tot op zekere hoogte dezelfde zijn, maar een gedifferentieerde, op maat gesneden aanpak vergen; vraagt met name bijzondere aandacht voor en passende steun aan de ultraperifere regio's als buitengrensregio's van de Unie;

20.  benadrukt dat het toekomstige cohesiebeleid passende aandacht moet schenken en steun moet bieden aan de regio's in de EU die het meest door de brexit zijn getroffen, met name de regio's die hierdoor buitengrensregio's van de Unie worden, ongeacht of het gaat om maritieme grenzen of grenzen op het vasteland;

21.  spoort de lidstaten aan de complementariteit van hun gezondheidsdiensten in grensregio's te verbeteren en voor werkelijke samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende verstrekking van nooddiensten zoals gezondheidszorg, politie en brandweerinterventie te zorgen, zodat de rechten van de patiënt worden geëerbiedigd overeenkomstig de richtlijn inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg, en zodat de beschikbaarheid en kwaliteit van diensten toenemen; roept de lidstaten, regio's en gemeenten op bilaterale of multilaterale raamovereenkomsten af te sluiten voor grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van gezondheidszorg, en vestigt in verband hiermee de aandacht op zogenaamde ZOAST-gebieden ("Zones Organisées d'Accès aux Soins Transfrontaliers") waar bewoners van grensgebieden aan weerszijden van de grens gezondheidszorg kunnen krijgen in specifieke gezondheidszorginstellingen, zonder enige administratieve of financiële belemmering, en die een voorbeeld zijn voor grensoverschrijdende samenwerking inzake gezondheidszorg in heel Europa;

22.  roept de Commissie op onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de samenwerking te versterken en om hinderpalen voor regionale ontwikkeling bij de buitengrenzen met naburige regio's weg te nemen, met name met regio's in landen die zich voorbereiden op toetreding tot de EU;

23.  benadrukt het belang van kleinschalige en grensoverschrijdende projecten om mensen samen te brengen en zo nieuwe mogelijkheden voor lokale ontwikkeling te genereren;

24.  benadrukt hoe belangrijk het is te leren van de succesverhalen van een aantal grensregio's en verder gebruik te maken van hun potentieel;

25.  benadrukt het belang van sport als instrument om de integratie van gemeenschappen in grensregio's te vergemakkelijken, en roept de lidstaten en de Europese Commissie op de passende economische middelen aan territoriale samenwerkingsprogramma's toe te kennen om lokale sportinfrastructuur te financieren;

EU-instrumenten benutten voor betere coherentie

26.  onderstreept de uiterst belangrijke en positieve rol van programma's voor Europese territoriale samenwerking (ETC), en met name grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's, bij de economische en sociale ontwikkeling en cohesie van grensregio's, waaronder maritieme en buitengrensregio's; is ingenomen met het feit dat de Commissie volgens haar MFK-voorstel voor 2021-2027 de ETC wil handhaven als een belangrijke doelstelling, met een prominentere rol binnen het cohesiebeleid na 2020, en dringt aan op een aanzienlijk groter budget, met name voor de grensoverschrijdende component; onderstreept de zichtbare Europese meerwaarde van de ECT, en roept de Raad op de hiertoe voorgestelde kredieten goed te keuren; benadrukt tevens de noodzaak om de programma's te vereenvoudigen, te zorgen voor betere overeenstemming van de ETC met de algemene doelstellingen van de EU en de programma's van de nodige flexibiliteit te voorzien om lokale en regionale uitdagingen beter aan te pakken, de administratieve lasten voor begunstigden te verminderen en meer investeringen in infrastructuurprojecten te vergemakkelijken via grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's; roept de autoriteiten in grensoverschrijdende regio's op intensiever gebruik te maken van de steun die via deze programma's wordt verstrekt;

27.  roept de Commissie op bij het Europees Parlement met regelmaat een verslag in te dienen over de belemmeringen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking die werden weggewerkt; spoort de Commissie aan het gebruik te bevorderen van bestaande innoverende instrumenten die bijdragen aan de voortdurende modernisering en versterking van grensoverschrijdende samenwerking, zoals het "Border Focal Point", een verbeterd SOLVIT en de Single Digital Gateway, bedoeld voor het organiseren van expertise en advies betreffende grensoverschrijdende regionale aspecten, alsook tot het ontwikkelen van nieuwe instrumenten; roept de Commissie en de lidstaten op overheidsadministraties in de mate van het mogelijke standaard digitaal te maken om volledig digitale overheidsdiensten te kunnen aanbieden voor burgers en bedrijven in grensregio's;

28.  onderstreept dat het belangrijk is dat de Commissie informatie verzamelt over grensoverschrijdende interactie voor een beter en meer geïnformeerd besluitvormingsproces in samenwerking met de lidstaten, regio's en gemeentebesturen, en dat zij proefprojecten, programma's, onderzoeken, analyses en territoriaal onderzoek ondersteunt en financiert;

29.  roept op tot een beter gebruik van het potentieel van macroregionale strategieën van de EU als het erom gaat de uitdagingen met betrekking tot grensregio's aan te pakken;

30.  is van mening dat cohesiebeleid meer moet zijn toegespitst op investering in mensen, aangezien de economieën van grensregio's aanzienlijk kunnen groeien door een effectieve mix van investeringen in innovatie, menselijk kapitaal, goed bestuur en institutionele capaciteit;

31.  betreurt dat het potentieel van de Europese groepering voor territoriale samenwerking niet ten volle wordt benut, wellicht ten dele vanwege de aarzelende houding van regionale en lokale autoriteiten, en ten dele vanwege hun vrees voor de overdracht van bevoegdheden en door het nog steeds bestaande gebrek aan besef van hun respectieve bevoegdheden; dringt erop aan dat andere mogelijke oorzaken van deze situatie zo snel mogelijk worden opgespoord en aangepakt; roept de Commissie op maatregelen voor te stellen om de hinderpalen voor de doeltreffende toepassing van dit instrument weg te nemen; herinnert eraan dat de belangrijkste rol van de Commissie in ETC-programma's erin zou moeten bestaan samenwerking tussen lidstaten te vergemakkelijken;

32.  verzoekt met klem meer aandacht te laten uitgaan naar de ervaringen van talrijke bestaande Euregio's die actief zijn via binnen- en buitengrensregio's van de EU om de mogelijkheden voor economische en sociale ontwikkeling en de levenskwaliteit van burgers die in de grensregio's wonen, te verbeteren; roept op tot een beoordeling van het werk van de Euregio's op het gebied van regionale samenwerking en hun verhouding tot de initiatieven en het werk van grensgebieden van de EU, teneinde de resultaten van hun werk op deze gebieden te coördineren en te optimaliseren;

33.  onderstreept dat de territoriale effectbeoordeling bijdraagt aan een beter begrip van de ruimtelijke impact van beleidsmaatregelen; verzoekt de Commissie te overwegen om territoriale effectbeoordeling een sterkere rol toe te kennen wanneer EU-wetgevingsinitiatieven worden voorgesteld;

34.  is ervan overtuigd dat een Europese grensoverschrijdende conventie (ECBC), die het in het geval van een territoriaal afgebakende grensoverschrijdende infrastructuur of dienst (bijv. een ziekenhuis of een tramlijn) mogelijk maakt het nationale normatieve kader en/of de normen van slechts een van beide of meerdere betrokken landen toe te passen, zou bijdragen aan een verdere vermindering van grensoverschrijdende belemmeringen; spreekt in dit verband zijn voldoening uit over het recent gepubliceerde voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen (COM(2018)0373);

35.  ziet uit naar het toekomstige voorstel voor een verordening van de Commissie betreffende een beheersinstrument voor grensoverschrijdende samenwerking, teneinde het nut hiervan voor de regio's in kwestie te kunnen beoordelen;

o
o   o

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de nationale en regionale parlementen van de lidstaten, het CvdR en het EESC.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 259.
(3) PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19.
(4) PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0067.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0105.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0254.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0245.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0222.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0053.
(11) PB C 207 van 30.6.2017, blz. 19.
(12) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0320.
(13) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0321.
(14) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0211.
(15) Jaarverslag Europese kmo's 2016/2017, blz.6.
(16) Mededeling van de Commissie van 19 april 2016 getiteld "EU-actieplan inzake e-overheid -2020: Voor een snellere digitalisering van overheidsdiensten" (COM(2016)0179).

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2019Juridische mededeling