Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2271(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0251/2018

Ingediende teksten :

A8-0251/2018

Debatten :

PV 11/09/2018 - 16
CRE 11/09/2018 - 16

Stemmingen :

PV 12/09/2018 - 6.9
CRE 12/09/2018 - 6.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0342

Aangenomen teksten
PDF 189kWORD 67k
Woensdag 12 september 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Stand van de betrekkingen tussen de EU en de VS
P8_TA(2018)0342A8-0251/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 12 september 2018 over de stand van de betrekkingen tussen de EU en de VS (2017/2271(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het document "Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie: Een sterker Europa – Een algemene strategie voor de Europese Unie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid", dat op 28 juni 2016 door de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) werd gepresenteerd, en de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) van 7 juni 2017 getiteld "Een strategische aanpak van weerbaarheid in het externe optreden van de EU" (JOIN(2017)0021),

–  gezien de resultaten van de EU-VS-topconferenties die hebben plaatsgevonden op 28 november 2011 in Washington D.C. en op 26 maart 2014 in Brussel,

–  gezien de gezamenlijke verklaringen van de 79e interparlementaire bijeenkomst van de trans-Atlantische wetgeversdialoog, die heeft plaatsgevonden op 28 en 29 november 2016 in Washington D.C., de 80e trans-Atlantische wetgeversdialoog, die heeft plaatsgevonden op 2 en 3 juni 2017 in Valletta, de 81e trans-Atlantische wetgeversdialoog, die heeft plaatsgevonden op 5 december 2017 in Washington D.C., en de 82e trans-Atlantische wetgeversdialoog die op 30 juni 2018 heeft plaatsgevonden in Sofia (Bulgarije),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 28 april 2015 over de Europese veiligheidsagenda (COM(2015)0185),

–  gezien de gezamenlijke mededeling van 6 april 2016 van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid aan het Europees Parlement en de Raad betreffende het gezamenlijk kader voor de bestrijding van hybride bedreigingen - een reactie van de Europese Unie (JOIN(2016)0018),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de voorzitters van de Europese Raad en de Commissie, en van de secretaris-generaal van de NAVO van 8 juli 2016 over de gemeenschappelijke reeks voorstellen als bekrachtigd door de NAVO-Raad en de EU-Raad op 5 en 6 december 2016, en de voortgangsverslagen van 14 juni en 5 december 2017 over de tenuitvoerlegging daarvan,

–  gezien de gezamenlijke verklaring EU-NAVO van 2016,

–  gezien de nationale veiligheidsstrategie van de VS van 18 december 2017 en de nationale defensiestrategie van de VS van 19 januari 2018,

–  gezien het European Reassurance Initiative,

–  gezien het door de Raad Buitenlandse Zaken in 2015 aangenomen EU-actieplan voor klimaatdiplomatie,

–  gezien de Overeenkomst van Parijs, Besluit 1/CP.21, de 21e Conferentie van de Partijen (COP21) bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de 11e Conferentie van de Partijen waarin de Partijen bij het Protocol van Kyoto bijeenkomen (CMP11), die van 30 november t/m 11 december 2015 in Parijs hebben plaatsgevonden,

–  gezien Verordening (EG) nr. 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land, en gezien de daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen(1),

–  gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over de rol van de regio's en steden van de EU in de tenuitvoerlegging van de COP21-overeenkomst van Parijs over de klimaatverandering, met name paragraaf 13(2),

–  gezien zijn eerdere resoluties over trans-Atlantische betrekkingen, met name die van 1 juni 2006 over de verbetering van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten in het kader van een trans-Atlantische partnerschapsovereenkomst(3), zijn resolutie van 26 maart 2009 over de stand van de trans-Atlantische betrekkingen in de nasleep van de VS-verkiezingen(4), zijn resolutie van 17 november 2011 over de EU-VS-top van 28 november 2011(5) en zijn resolutie van 13 juni 2013 over de rol van de EU bij de bevordering van een breder trans-Atlantisch partnerschap(6),

–  gezien zijn resolutie van 22 november 2016 over de Europese defensie-unie(7),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB)(8),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB)(9),

–  gezien zijn resolutie van 8 februari 2018 over de situatie van de UNRWA (Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten)(10),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie internationale handel (A8-0251/2018),

A.  overwegende dat het partnerschap tussen de EU en de VS is gebaseerd op sterke politieke, culturele, economische en historische banden, op gedeelde waarden zoals vrijheid, democratie, de bevordering van vrede en stabiliteit, mensenrechten en de rechtsstaat, en op gemeenschappelijke doelstellingen zoals welvaart, veiligheid, open en geïntegreerde economieën, sociale vooruitgang en inclusiviteit, duurzame ontwikkeling en de vreedzame oplossing van conflicten, en overwegende dat zowel de VS als de EU democratieën zijn met een rechtsstaat en goed functionerende controlemechanismen; overwegende dat dit partnerschap weliswaar te kampen heeft met een groot aantal uitdagingen en verdeeldheid voor de korte termijn, maar dat de grondslagen voor de lange termijn nog altijd solide zijn en dat de samenwerking tussen de EU en de VS als gelijkgestemde partners van cruciaal belang blijft;

B.  overwegende dat de EU en de VS, voortbouwend op een sterke basis van gemeenschappelijke waarden en gedeelde beginselen, alternatieve manieren moeten onderzoeken om de trans-Atlantische betrekkingen te versterken en op doeltreffende wijze in te kunnen spelen op de belangrijke uitdagingen waar wij mee te kampen hebben, daarbij gebruikmakend van alle beschikbare communicatiekanalen; overwegende dat het Amerikaans Congres en het Europees Parlement als wetgevers een belangrijke en invloedrijke rol spelen binnen onze democratieën, en zij de mogelijkheden van hun samenwerking ten volle moeten benutten teneinde de democratische, liberale en multilaterale orde in stand te houden en de stabiliteit en continuïteit op zowel ons continent als op wereldwijde schaal te bevorderen;

C.  overwegende dat in een geglobaliseerde, complexe en in toenemende mate multipolaire wereld de EU en de VS een leidende, essentiële en constructieve rol moeten blijven spelen door het internationaal recht te versterken en te handhaven, de fundamentele rechten en beginselen te bevorderen en te beschermen, en gezamenlijk regionale conflicten en wereldwijde uitdagingen aan te pakken;

D.  overwegende dat de EU en de VS aan het begin staan van een tijdperk van geopolitieke veranderingen en te kampen hebben met vergelijkbare complexe bedreigingen, zowel van conventionele als hybride aard, door overheden en niet-overheidsactoren uit het zuiden en het oosten; overwegende dat cyberaanvallen steeds vaker en in steeds geavanceerdere vorm voorkomen en dat de EU en de VS in het kader van het NAVO-bondgenootschap de inspanningen van beide partijen kunnen aanvullen en de bescherming van de kritieke defensie-infrastructuur van de overheid en de informatie-infrastructuur kunnen waarborgen; overwegende dat de aanpak van deze bedreigingen internationale samenwerking vereist;

E.  overwegende dat de EU de aanhoudende militaire steun van de VS ten behoeve van de veiligheid en defensie van de EU waardeert en alle Amerikanen erkentelijk is die hun leven hebben opgeofferd voor het waarborgen van de veiligheid van Europa in de conflicten in Kosovo en Bosnië; overwegende dat de EU er momenteel naar streeft haar eigen veiligheid te waarborgen door het vergroten van haar strategische autonomie;

F.  overwegende dat de VS heeft besloten zijn budget voor vredesoperaties in het kader van de VN met 600 miljoen USD te verlagen;

G.  overwegende dat een steeds minder voorspelbaar Amerikaans buitenlands beleid de mate van onzekerheid met betrekking tot internationale betrekkingen almaar doet toenemen en mogelijk ruimte biedt aan de opkomst van andere spelers op het wereldtoneel, met inbegrip van China, die wereldwijd steeds meer invloed beginnen te krijgen op politiek en economisch gebied; overwegende dat een groot aantal belangrijke landen in Azië zich steeds meer richting China en verder van de VS af beweegt;

H.  overwegende dat de EU zich blijft inzetten voor het multilateralisme en de bevordering van gedeelde waarden, met inbegrip van de democratie en de mensenrechten; overwegende dat de op regels gebaseerde internationale orde zowel de VS als de EU ten goede komt; overwegende dat het in dit opzicht van cruciaal belang is dat de EU en de VS gezamenlijk en op gecoördineerde wijze optreden ter ondersteuning van een op regels gebaseerde orde die wordt gewaarborgd door sterke, geloofwaardige en doeltreffende supranationale organisaties en internationale instellingen;

I.  overwegende dat het partnerschap tussen de VS en Europa al meer dan zeven decennia op economisch, politiek en veiligheidsgebied van essentieel belang is voor de wereldorde; overwegende dat de trans-Atlantische betrekkingen met een groot aantal uitdagingen te kampen hebben en sinds de verkiezing van president Trump steeds meer onder druk komen te staan;

J.  overwegende dat klimaatbeleid, als onderdeel van de integrale strategie van de EU, een vast onderdeel is geworden in het buitenlands en veiligheidsbeleid, en dat de koppelingen tussen energie en klimaat, veiligheid, ontwikkelingsdoelstellingen, migratie en vrije en eerlijke handel zijn versterkt;

K.  overwegende dat de EU zich blijft inzetten voor een op regels gebaseerd, open en niet-discriminerend multilateraal handelssysteem; overwegende dat de WTO, als enige instelling die een daadwerkelijk gelijk speelveld kan waarborgen, een sleutelrol speelt binnen het mondiale handelssysteem;

L.  overwegende dat zowel de VS als de EU het streven van de landen van de westelijke Balkan om toe te treden tot de trans-Atlantische gemeenschap moet ondersteunen; overwegende dat naast een verhoogde betrokkenheid van de EU ook de blijvende inzet van de VS in dit opzicht van essentieel belang is;

M.  overwegende dat de EU een steeds grotere verantwoordelijkheid toekomt voor het verzekeren van haar veiligheid in een strategisch klimaat dat de afgelopen jaren aanzienlijk is verslechterd;

N.  overwegende dat de Europese veiligheid is gestoeld op het streven naar een gemeenschappelijke strategische autonomie, als zodanig erkend in juni 2016 door de 28 staatshoofden en regeringsleiders in het kader van de integrale strategie van de Europese Unie;

Een overkoepelend op gedeelde waarden gebaseerd kader

1.  herinnert eraan en benadrukt met klem dat het reeds lang bestaande partnerschap en bondgenootschap tussen de EU en de VS gebaseerd zijn en gebaseerd moeten zijn op het gezamenlijk delen en bevorderen van gemeenschappelijke waarden waaronder vrijheid, de rechtsstaat, vrede, democratie, gelijkheid, op regels gebaseerd multilateralisme, markteconomie, sociale rechtvaardigheid, duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden, evenals collectieve veiligheid, met de vreedzame oplossing van conflicten als prioriteit; benadrukt het belang van het versterken van de betrekkingen tussen de EU en de VS, die in onze geglobaliseerde wereld een van de belangrijkste samenwerkingsverbanden vormen, teneinde deze doelstellingen te behalen;

2.  is verheugd over de ontmoeting tussen Commissievoorzitter Juncker en de Amerikaanse president Trump op 25 juli 2018, die een verbetering van de bilaterale betrekkingen markeert; neemt kennis van hun verklaring en van hun bereidheid om toe te werken naar een de-escalatie van de trans-Atlantische spanningen op het gebied van handel; herinnert in dit verband aan het destructieve effect van strafheffingen; herinnert tegelijkertijd aan zijn brede en alomvattende benadering van handelsovereenkomsten en multilateralisme;

3.  benadrukt dat de betrekkingen tussen de EU en de VS de fundamentele garantie vormen voor mondiale stabiliteit en de hoeksteen zijn voor onze inspanningen voor vrede, welvaart en stabiliteit voor onze samenlevingen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, en voor de verdere ontwikkeling van een op regels en waarden gebaseerd multilateraal politiek en economisch samenwerkingsstelsel en handelssysteem; verklaart opnieuw dat de betrekkingen tussen de EU en de VS een strategische en oprechte samenwerking betreffen en dat een sterke trans-Atlantische band beide partijen en de hele wereld ten goede komt; is van mening dat het huidige eenzijdige "America first"-beleid de belangen van zowel de EU als de VS schaadt, het wederzijds vertrouwen ondermijnt en ook bredere gevolgen kan hebben voor de mondiale stabiliteit; brengt in herinnering dat de EU er belang bij heeft duurzame, voor beide partijen voordelige partnerschappen te onderhouden die zijn gebaseerd op gedeelde waarden en beginselen die prevaleren boven handelsomzet op de korte termijn;

4.  onderstreept dat het partnerschap veel verder gaat dan buitenlands beleid en handel in enge zin en ook andere onderwerpen omvat, zoals (cyber)veiligheid, economische, digitale en financiële zaken, klimaatverandering, energie, cultuur, evenals wetenschap en technologie; beklemtoont dat deze zaken nauw met elkaar zijn verbonden en binnen hetzelfde overkoepelend kader moeten worden beschouwd;

5.  is bezorgd over de benaderingen van mondiale problemen en regionale conflicten die de VS sinds de verkiezing van president Trump hanteert; benadrukt het belang voor de EU van trans-Atlantische betrekkingen en een voortdurende dialoog waarin de betekenis wordt benadrukt van de vraagstukken die de EU en de VS verenigen; verlangt duidelijkheid wat betreft de vraag of onze trans-Atlantische betrekkingen, die in de loop van decennia zijn gevormd, vandaag nog dezelfde betekenis hebben voor onze Amerikaanse partners; beklemtoont dat het op waarden gebaseerd overkoepelend kader van ons partnerschap essentieel is voor het in stand houden en verder versterken van de architectuur van de mondiale economie en veiligheid; benadrukt dat de vraagstukken die de VS en de EU verenigen, uiteindelijk een belangrijkere rol moeten spelen dan de vraagstukken die hen verdelen;

6.  benadrukt dat, nu de internationale situatie wordt gekenmerkt door voortdurende instabiliteit en onzekerheid, het aan Europa is om zijn strategische autonomie tot stand te brengen om de veelheid aan gemeenschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden; wijst er daarom op dat het van groot belang is dat de Europese landen zelf moeten kunnen blijven beslissen en handelen om hun belangen te verdedigen; herinnert eraan dat het streven naar strategische autonomie van Europa legitiem is en een prioritaire doelstelling vormt die gevolgen moet hebben op industrieel en operationeel gebied, en wat capaciteiten betreft;

Versterken van het partnerschap

7.  herinnert aan het grote potentieel en het strategische belang van dit partnerschap voor zowel de VS als de EU voor het streven naar wederzijdse welvaart en veiligheid en om een op regels en waarden gebaseerde orde te versterken ter ondersteuning van de internationale instellingen door hen te voorzien van middelen om het mondiaal bestuur te verbeteren; pleit voor het bevorderen van onze dialoog en betrokkenheid bij alle elementen van dit partnerschap en op alle samenwerkingsniveaus, met inbegrip van maatschappelijke organisaties; benadrukt dat onze beslissingen en handelingen een effect hebben op de mondiale economische en veiligheidsarchitectuur, en derhalve als voorbeeld moeten dienen en in het belang van beide partners moeten zijn;

8.  onderstreept de verantwoordelijkheden die de VS als wereldmacht heeft, en roept de Amerikaanse overheid op de gedeelde kernwaarden te ondersteunen die als basis voor de trans-Atlantische betrekkingen dienen, en onder alle omstandigheden de eerbiediging te waarborgen van het internationaal recht, de democratie, mensenrechten en fundamentele vrijheden overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en andere door de VS ondertekende of geratificeerde internationale overeenkomsten;

9.  onderstreept dat de EU en de VS in een multipolaire wereld elkaars belangrijkste partners zijn en dat unilaterale manoeuvres het trans-Atlantisch partnerschap, dat een partnerschap van gelijken moet zijn dat gebaseerd is op dialoog en erop gericht is het wederzijds vertrouwen te herstellen, slechts verzwakken;

10.  betreurt de langdurige vertraging die de benoeming van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur bij de Europese Unie heeft ondervonden, maar is verheugd over het feit dat er inmiddels een nieuwe ambassadeur is voorgedragen en dat deze benoeming vervolgens op 29 juni 2018 door de Amerikaanse Senaat is bevestigd;

11.  veroordeelt ten stelligste de uitspraken van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur in Duitsland, Richard Grenell, die heeft verklaard dat hij de ambitie koestert om de positie van nationalistische populisten in heel Europa te versterken, en herinnert eraan dat diplomaten geen individuele politieke groeperingen horen te ondersteunen, maar wederzijds begrip en samenwerking moeten bevorderen; beschouwt de uitlatingen van functionarissen van de regering-Trump waarin zij hun minachting voor de EU tentoonspreiden en hun steun uitspreken voor xenofobe en populistische krachten die ernaar streven het Europese project te vernietigen, bovendien als vijandig en in strijd met de geest van het trans-Atlantische partnerschap;

12.  verzoekt de VV/HV, de Raad, de Commissie en de lidstaten om de samenwerking bij en coördinatie, samenhang en doeltreffendheid van het EU-beleid ten aanzien van de Amerikaanse regering te verbeteren, om te laten zien dat de EU een eensgezinde en effectieve internationale speler is met een samenhangende boodschap;

13.  herinnert eraan dat het partnerschap met de VS van fundamenteel belang is vanwege de overlappende defensie- en veiligheidsbelangen en de sterke bilaterale betrekkingen; dringt erop aan zo spoedig mogelijk een EU-VS-top te houden teneinde de huidige uitdagingen het hoofd te bieden en te blijven werken aan kwesties van wederzijds, mondiaal en regionaal belang;

14.  is van mening dat de aanwezigheid van Amerikaanse strijdkrachten in de Europese landen, waar nodig en in overeenstemming met de naleving van de overeengekomen afspraken, van belang is;

15.  benadrukt met klem dat een gestructureerde en strategische dialoog over buitenlands beleid op een trans-Atlantisch niveau waarbij ook het Europees Parlement en het Amerikaans Congres betrokken zijn, essentieel is voor het versterken van de trans-Atlantische architectuur, met inbegrip van de samenwerking op het gebied van veiligheid, en vraagt om een uitbreiding van de werkingssfeer buitenlands beleid van de dialoog tussen de EU en de VS;

16.  herinnert aan zijn suggestie om een Trans-Atlantische Politieke Raad op te richten voor systematisch overleg en coördinatie met betrekking tot buitenlands en veiligheidsbeleid, die onder leiding komt te staan van de VV/HV en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken en geschraagd wordt door regelmatige contacten tussen politieke leiders;

17.  is verheugd over de lopende en ononderbroken werkzaamheden van de trans-Atlantische wetgeversdialoog voor het bevorderen van de betrekkingen tussen de EU en de VS door middel van een parlementaire dialoog en coördinatie op het vlak van aangelegenheden van gemeenschappelijk belang; herinnert aan het belang van zowel contacten van mens tot mens als van dialoog voor het versterken van de trans-Atlantische betrekkingen; pleit daarom voor de geïntensiveerde betrokkenheid van zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden van de Verenigde Staten en het Europees Parlement; is verheugd over de hervatting van de partijoverschrijdende EU-caucus van het 115e Amerikaans Congres, en verzoekt het liaisonbureau van het Europees Parlement (EPLO) en de delegatie van de Europese Unie in Washington nauwer met de caucus samen te werken;

18.  brengt in herinnering dat zowel in de EU als in de VS onze maatschappijen sterk zijn, in een liberale democratie en rechtsstaat verankerd zijn, en gebouwd zijn op een veelheid aan actoren, onder meer onze overheden, parlementen, gedecentraliseerde organen en actoren, verscheidene politieke instituties, ondernemingen en vakbonden, maatschappelijke organisaties, vrije en onafhankelijke media, religieuze groepen en academische en onderzoeksgemeenschappen; benadrukt dat we verbindingen tussen de weerszijden van de Atlantische Oceaan moeten bevorderen om bekendheid te geven aan de verdiensten en het belang van ons trans-Atlantisch partnerschap op verschillende niveaus en overal in zowel de EU als de VS, waarbij we ons niet uitsluitend moeten concentreren op de Oost- en Westkust; dringt aan op sterkere, hieraan gewijde programma's waarvoor voldoende financiering ter beschikking moet worden gesteld;

19.  is verheugd over de stimulerende effecten die de betrekkingen tussen de Europese instellingen, de federale staten van de VS en de grootstedelijke gebieden hebben op de algehele trans-Atlantische betrekkingen, met name in het geval van jumelages; benadrukt in dit opzicht de samenwerking die bestaat op basis van het memorandum van overeenstemming inzake het beperken van de opwarming van de aarde tot minder dan twee graden Celsius; nodigt de federale staten van de VS uit hun contacten met de EU-instellingen te intensiveren;

20.  benadrukt dat culturele uitwisselingen in het kader van onderwijsprogramma's van fundamenteel belang zijn voor de bevordering en ontwikkeling van gemeenschappelijke waarden en voor het bouwen van bruggen tussen de trans-Atlantische partners; pleit daarom voor de versterking, uitbreiding en vereenvoudiging van de toegang tot mobiliteitsprogramma's voor studenten tussen de VS en de EU in het kader van Erasmus+;

21.  is bijzonder onder de indruk van de inzet van de Amerikaanse scholieren die zich in antwoord op de talrijke tragische schietpartijen op scholen sterk maken voor strengere wapenwetgeving en in verzet komen tegen de invloed die de National Rifle Association uitoefent op het wetgevingsproces;

Mondiale uitdagingen samen aangaan

22.  hamert erop dat de EU en de VS een belangrijke constructieve rol moeten blijven spelen door gezamenlijk regionale conflicten en mondiale uitdagingen aan te pakken op basis van de beginselen van het internationaal recht; benadrukt dat het multilateralisme waarvoor Europa zich met hart en ziel inzet, steeds verder afkalft vanwege de opstelling van de VS en andere grote mogendheden; herinnert aan het belang van multilateralisme voor het handhaven van de vrede en stabiliteit, evenals als middel voor het bevorderen van de waarden van de rechtsstaat en het aanpakken van mondiale problemen en benadrukt met klem dat deze aan de orde moeten worden gesteld binnen het kader van de relevante internationale fora; is derhalve bezorgd dat de recente unilaterale beslissingen van de VS – terugtrekking uit belangrijke internationale overeenkomsten, het intrekken van bepaalde toezeggingen, het ondermijnen van internationale regels, terugtrekking uit internationale fora en het aanstoken van spanningen op diplomatiek en handelsgebied – kunnen afwijken van deze gemeenschappelijke waarden en de betrekkingen onder druk kunnen zetten en kunnen ondermijnen; verzoekt de EU om eenheid, vastberadenheid en evenredigheid te betrachten bij haar antwoord op deze beslissingen; verzoekt de EU-lidstaten daarom om af te zien van handelingen of inspanningen die zijn gericht op het behalen van bilaterale voordelen en ten nadele zijn van een coherente gezamenlijke Europese aanpak;

23.  wijst erop dat andere grote wereldmachten, zoals Rusland en China, robuuste politieke en economische strategieën hebben, waarvan er veel mogelijk tegen onze waarden ingaan en onze gemeenschappelijke waarden, internationale verplichtingen en het trans-Atlantisch partnerschap als zodanig in gevaar brengen; herinnert eraan dat dergelijke ontwikkelingen de samenwerking tussen de EU en de VS des te belangrijker maken om ons in staat te stellen open samenlevingen in stand houden en onze gemeenschappelijke rechten, beginselen en waarden, waaronder naleving van het internationaal recht, te blijven bevorderen en beschermen; roept in dit verband op tot meer coördinatie tussen de EU en de VS wat betreft het op één lijn brengen en instellen van een gezamenlijk sanctiebeleid om de doeltreffendheid van dit beleid te verhogen;

24.  is van mening dat de pogingen van Rusland om de westerse samenlevingen onder druk te zetten, te beïnvloeden, te destabiliseren en in te spelen op de zwakke punten en democratische keuzen van deze samenlevingen, een gezamenlijke trans-Atlantische aanpak vereisen; is derhalve van mening dat de VS en de EU ten aanzien van Rusland voorrang moeten geven aan gecoördineerde maatregelen, in voorkomend geval in NAVO-verband; wijst in dit verband bezorgd op de verklaringen van de Amerikaanse en Russische president in het kader van hun ontmoeting op 16 juli 2018 in Helsinki; herinnert aan het duidelijke gevaar waaraan onze democratieën worden blootgesteld als gevolg van nepnieuws, desinformatie, en met name de inmenging door kwaadwillige bronnen; roept op tot het voeren van een politieke en maatschappelijke dialoog over het evenwicht tussen anonimiteit en verantwoordelijkheid op sociale media;

25.  onderstreept dat veiligheid veelzijdig en verweven is en dat de definitie ervan niet alleen militaire aspecten omvat, maar ook milieu-, energie-, handels-, cyber- en communicatie-, gezondheids-, ontwikkelings-, verantwoordings-, humanitaire enz. aspecten; hamert erop dat veiligheidskwesties via een brede benadering moeten worden aangepakt; betreurt en maakt zich in dit verband zorgen over de voorgestelde substantiële bezuinigingen door de VS, bijvoorbeeld de bezuinigingen op staatsopbouw in Afghanistan, op ontwikkelingshulp in Afrika, op humanitaire hulp en op de bijdragen aan de programma's, operaties en organisaties van de VN;

26.  onderstreept dat een evenwichtige en voor beide partijen voordelige trans-Atlantische handelsovereenkomst een effect zou hebben dat handels- en economische aspecten ver zou overstijgen;

27.  verklaart dat de NAVO nog steeds de belangrijkste garantie vormt voor de collectieve defensie van Europa; is verheugd over het feit dat de VS opnieuw zijn steun aan de NAVO en de Europese veiligheid heeft uitgesproken, en onderstreept dat het intensiveren van de samenwerking tussen de EU en de NAVO ook het trans-Atlantische partnerschap sterker maakt;

28.  benadrukt hoe belangrijk samenwerking, coördinatie en synergie-effecten zijn op het gebied van veiligheid en defensie; onderstreept dat het van belang is de defensie-uitgaven beter af te stemmen, en benadrukt in dit verband met klem dat de verdeling van lasten niet uitsluitend moet zijn gericht op de inputs (de doelstelling om 2 % van het bbp aan defensie te besteden), maar ook op de outputs (de capaciteiten gemeten naar inzetbare, parate en permanente strijdkrachten); brengt in herinnering dat door deze gekwantificeerde streefinput echter tot uitdrukking komt dat Europeanen zich steeds meer bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid, wat gezien het verslechterde strategische klimaat onvermijdelijk is geworden; is verheugd over het feit dat defensie in de EU en haar lidstaten een steeds grotere prioriteit wordt, met verhoogde militaire efficiëntie tot gevolg die zowel de EU als de NAVO ten goede komt, en is in dit verband verheugd over de aanwezigheid van Amerikaanse troepen op het grondgebied van de EU; verklaart dat de NAVO nog steeds cruciaal is voor de collectieve defensie van Europa en zijn bondgenoten (artikel 5 van het verdrag van Washington); benadrukt dat het vermogen van de NAVO om haar taken uit te voeren in belangrijke mate afhankelijk is van de sterkte van de trans-Atlantische betrekkingen;

29.  verzoekt de EU de Europese defensie-unie te versterken teneinde capaciteit op te bouwen die de strategische relevantie van de EU op het gebied van defensie en veiligheid garandeert, bijvoorbeeld door meer synergieën tussen de lidstaten en meer efficiëntie te creëren in de uitgaven voor defensie, onderzoek, overheidsopdrachten voor ontwikkeling, onderhoud en opleiding; benadrukt met klem dat meer defensiesamenwerking op EU-niveau de Europese bijdrage aan vrede, veiligheid en stabiliteit op regionaal en internationaal niveau versterkt en zodoende ook bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het NAVO-bondgenootschap en onze trans-Atlantische band versterkt; is daarom voorstander van de recente inspanningen om de Europese defensie-architectuur uit te breiden, waaronder het Europees Defensiefonds en de onlangs opgerichte permanente gestructureerde samenwerking (PESCO);

30.  is ingenomen met de start van PESCO en steunt de eerste projecten ervan, zoals militaire mobiliteit; onderstreept dat PESCO van gemeenschappelijk belang is voor zowel de EU als de NAVO en een stimulans voor verdere samenwerking tussen beide organisaties moet zijn op het gebied van capaciteitsontwikkeling en de consolidatie van een EU-pijler binnen de NAVO, binnen de context van elke nationale grondwet;

31.  wijst er opnieuw op dat het voor de EU en de VS noodzakelijk is hun samenwerking op het gebied van cyberbeveiliging en cyberdefensie te versterken, en wel via gespecialiseerde agentschappen en taakgroepen zoals Enisa, Europol, Interpol, toekomstige structuren van PESCO en het Europees Defensiefonds, en daarbij met name cyberaanvallen te weren en zich gezamenlijk in te zetten om een omvattend en transparant internationaal kader met minimumnormen voor het cyberveiligheidsbeleid te ontwikkelen, en tegelijkertijd de fundamentele vrijheden te eerbiedigen; acht het van essentieel belang dat de EU en de NAVO hun inlichtingenuitwisseling opschroeven om officieel de verantwoordelijken van cyberaanvallen te kunnen aanwijzen en hun vervolgens restrictieve sancties te kunnen opleggen; onderstreept het belang en de positieve bijdrage van het Amerikaanse European Reassurance Initiative voor de veiligheid van de EU-lidstaten;

32.  benadrukt dat het toenemende belang van kunstmatige intelligentie en machinaal leren sterkere samenwerking tussen de EU en de VS vereist en dat maatregelen moeten worden genomen om de samenwerking tussen Amerikaanse en Europese technologiebedrijven vooruit te helpen om ervoor te zorgen dat partnerschappen voor ontwikkeling en toepassing zo goed mogelijk worden benut;

33.  verzoekt het Amerikaans Congres het Europees Parlement op te nemen in zijn programma voor de uitwisseling van informatie over cyberaanvallen met de parlementen van Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk;

34.  onderstreept de noodzaak voor een gemeenschappelijke benadering voor het reguleren van digitale platforms en het vergroten van hun verantwoordingsplicht teneinde de kwesties internetcensuur, auteursrecht en de rechten van rechthebbenden, persoonsgegevens en de notie van netneutraliteit te bespreken; wijst eens te meer op de noodzaak om samen te werken om een open, interoperabel en veilig internet op basis van een multistakeholdermodel te bevorderen dat de mensenrechten, democratie, de rechtsstaat en vrijheid van meningsuiting bevordert en economische voorspoed en innovatie stimuleert, en daarbij de persoonlijke levenssfeer te respecteren en bedrog, fraude en diefstal te bestrijden; roept op tot gezamenlijke inspanningen om normen en regelgeving te ontwikkelen en de toepasbaarheid van het internationaal recht in de cyberruimte te bevorderen;

35.  herhaalt dat netneutraliteit in het EU-recht is verankerd; betreurt het besluit van de Federal Communications Commission om de regels voor netneutraliteit terug te draaien; is verheugd dat de Amerikaanse Senaat onlangs heeft besloten dit besluit terug te draaien; verzoekt het Amerikaans Congres zich bij dit besluit van de Senaat aan te sluiten teneinde een open, veilig en goed beschermd internet te handhaven dat discriminerende behandeling van inhoud onmogelijk maakt;

36.  onderstreept de noodzaak van degelijke onderhandelingen over normalisatie, met name in het licht van de steeds snellere ontwikkeling van technologie, vooral op het gebied van IT;

37.  benadrukt dat een belangrijk deel van het versterken van de inspanningen van de EU en de VS op het gebied van terrorismebestrijding de bescherming van kritieke infrastructuur, met inbegrip van het bevorderen van gemeenschappelijke normen en het stimuleren van uitwisselbaarheid en interoperabiliteit omvat, evenals een omvattende aanpak van de bestrijding van terrorisme, onder meer door middel van coördinatie binnen regionale, multilaterale en mondiale fora en samenwerking op het gebied van gegevensuitwisseling met betrekking tot terroristische activiteiten; wijst eens te meer op de noodzaak om steun te verlenen aan mechanismen zoals het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) en aan andere gezamenlijke inspanningen die aanzienlijk kunnen bijdragen aan de bestrijding van terrorisme en extremisme en hierbij het verschil kunnen maken; herinnert beide partijen eraan dat bij de strijd tegen terrorisme het internationaal recht en de democratische waarden in acht moeten worden genomen, met volledige eerbiediging van de burgerlijke vrijheden en fundamentele mensenrechten;

38.  uit zijn bezorgdheid over de recente benoeming van Gina Haspel als directeur van de Centrale Inlichtingendienst (CIA), gezien haar slechte reputatie met betrekking tot de mensenrechten, alsook haar betrokkenheid bij het programma voor uitlevering en geheime detentie van de CIA;

39.  is uiterst bezorgd over de berichten dat de Amerikaanse regering bezig is de beperkte restricties in het droneprogramma weg te nemen, waardoor het risico op burgerslachtoffers en onrechtmatige executies toeneemt, evenals over het gebrek aan transparantie van het Amerikaanse droneprogramma en de steun die bepaalde EU-lidstaten daaraan verlenen; verzoekt de VS en de EU-lidstaten ervoor te zorgen dat zij bij de inzet van gewapende drones hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal mensenrechtenrecht en het internationaal humanitair recht, nakomen, en dat solide bindende normen worden vastgesteld waaraan alle vormen van steun aan dodelijke droneaanvallen moeten voldoen;

40.  benadrukt dat het noodzakelijk is dat de EU en de VS belastingontduiking en andere financiële misdrijven bestrijden en de transparantie waarborgen;

41.  spoort aan tot verdere verbeterde samenwerking bij de bestrijding van belastingontduiking, belastingontwijking, het witwassen van geld en terrorismefinanciering, voornamelijk in het kader van de EU-VS TFTP-overeenkomst (programma voor het traceren van terrorismefinanciering), die moet worden uitgebreid met gegevens over geldstromen in verband met buitenlandse inmenging of illegale inlichtingenactiviteiten; verzoekt de EU en de VS voorts binnen de OESO samen te werken bij de bestrijding van belastingontduiking en agressieve belastingplanning door internationale voorschriften en normen vast te stellen om dit mondiale probleem aan te pakken; benadrukt dat het cruciaal is voortdurend samen te werken bij rechtshandhaving om onze gemeenschappelijke veiligheid te vergroten, en roept de VS op tot bilaterale en multilaterale samenwerking op dit gebied; betreurt dat de Dodd Frank Act gedeeltelijk werd ingetrokken, waardoor het toezicht op de Amerikaanse banken sterk is verminderd;

42.  benadrukt dat het privacyschild zwakheden blijft vertonen met betrekking tot de eerbiediging van de grondrechten van de betrokkenen; waardeert en steunt de herhaalde oproep van de Amerikaanse wetgever om toe te werken naar een omnibuswet inzake privacy en gegevensbescherming; wijst erop dat de bescherming van persoonsgegevens in Europa een grondrecht is en dat er in de VS geen regelgeving bestaat die vergelijkbaar is met de nieuwe algemene verordening gegevensbescherming (AVG);

43.  herinnert aan de wijdverbreide trans-Atlantische solidariteit na de vergiftiging van de Skripals in Salisbury, die leidde tot de uitzetting van Russische diplomaten door 20 EU-lidstaten, Canada, de VS, Noorwegen en vijf aspirant-lidstaten van de EU;

44.  uit nogmaals zijn bezorgdheid over de verwerping door het Congres in maart 2017 van de door de Federal Communications Commission ingediende regel met betrekking tot de bescherming van de privacy van klanten van breedband- en andere telecommunicatiediensten, waardoor in de praktijk een eind werd gemaakt aan de privacyregels voor breedband die aanbieders van internetdiensten ertoe verplicht zouden hebben alleen met de expliciete toestemming van consumenten gegevens over bezochte websites of andere privé-informatie te mogen verkopen aan of delen met adverteerders en andere bedrijven; beschouwt dit als de zoveelste bedreiging voor de privacywaarborgen in de VS;

45.  herinnert eraan dat de VS het enige niet-EU-land is dat visumvrijstelling voor de EU geniet maar zelf niet alle EU-lidstaten visumvrije toegang biedt; verzoekt de VS de vijf EU-lidstaten in kwestie (Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Polen en Roemenië) zo spoedig mogelijk op te nemen in het Amerikaanse visumvrijstellingsprogramma; herinnert eraan dat de Commissie wettelijk verplicht is een gedelegeerde handeling vast te stellen – waarbij de visumvrijstelling tijdelijk wordt opgeschort voor de onderdanen van derde landen die de visumplicht niet hebben opgeheven voor burgers van bepaalde lidstaten – binnen een periode van 24 maanden na de datum van bekendmaking van de kennisgeving hiervan, die op 12 april 2016 is verstreken; verzoekt de Commissie op grond van artikel 265 VWEU de vereiste gedelegeerde handeling vast te stellen;

46.  benadrukt dat de EU vastbesloten is rechtstreeks de democratie, mensenrechten, rechtsstaat, welvaart, stabiliteit, veerkracht en veiligheid van haar buurlanden met niet-militaire middelen te verbeteren, met name door middel van de uitvoering van associatieovereenkomsten; verzoekt de EU en de VS nauwer samen te werken en hun acties, projecten en posities in zowel het Oostelijk als het Zuidelijk Nabuurschap van de Europese Unie onderling beter af te stemmen; brengt in herinnering dat het ontwikkelings- en humanitair beleid van de EU in de wereld ook aan de mondiale veiligheid bijdragen;

47.  prijst de strategische focus en openheid van de VS naar de regio, en herinnert eraan dat de Balkan een uitdaging vormt voor Europa en voor de veiligheid van het gehele continent; nodigt de VS daarom uit deel te nemen aan verdere gezamenlijke inspanningen op de Westelijke Balkan, met name voor de versterking van de rechtsstaat, democratie, vrijheid van meningsuiting en veiligheidssamenwerking; beveelt aan meer gemeenschappelijke acties uit te voeren, zoals corruptiebestrijdingsmechanismen en institutionele opbouw om meer veiligheid, stabiliteit, veerkracht en economische welvaart tot stand te brengen in de landen van de regio en een rol te ontwikkelen bij het oplossen van slepende kwesties; is van mening dat de EU en de VS een nieuwe dialoog op hoog niveau over de Westelijke Balkan moeten beginnen om ervoor te zorgen dat beleidsdoelstellingen en hulpprogramma's op elkaar zijn afgestemd, en voorts de relevante maatregelen moeten nemen;

48.  verzoekt de EU en de VS een actievere en effectievere rol te spelen bij het oplossen van het conflict op het grondgebied van Oekraïne en alle inspanningen te steunen ten behoeve van een duurzame vreedzame oplossing waarbij de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne worden gerespecteerd en de Krim aan Oekraïne wordt teruggegeven, en aan te dringen op en steun te verlenen aan de hervormingsprocessen en de economische ontwikkeling in Oekraïne, die volledig in overeenstemming moeten zijn met de verbintenissen van Oekraïne en de aanbevelingen van internationale organisaties; uit zijn diepe teleurstelling over het verdere gebrek aan vooruitgang bij de uitvoering van de akkoorden van Minsk en de verslechtering van de veiligheids- en humanitaire situatie in Oost-Oekraïne; verklaart derhalve dat de sancties tegen Rusland nog steeds nodig zijn en dat de VS zijn inspanningen met de EU moet afstemmen; pleit voor nauwere samenwerking op dit gebied tussen de VV/HV en de bijzondere vertegenwoordiger van de VS voor Oekraïne;

49.  brengt tevens in herinnering hoe belangrijk het voor de EU en de VS is om een oplossing te vinden voor de "bevroren" conflicten in Georgië en Moldavië;

50.  herinnert eraan dat de internationale orde is gebaseerd op de naleving van internationale overeenkomsten; betreurt in dit licht het besluit van de VS om de conclusies van de G7-top in Canada niet te bekrachtigen; benadrukt nogmaals zijn toegewijdheid aan het internationale recht en de universele waarden en met name de verantwoordingsplicht, nucleaire non-proliferatie en de vreedzame beslechting van geschillen; onderstreept dat de consistentie van onze strategie voor nucleaire non-proliferatie van essentieel belang is voor onze geloofwaardigheid als belangrijke mondiale speler en onderhandelaar; verzoekt de EU en de VS om samen te werken voor nucleaire ontwapening en doeltreffende maatregelen voor de vermindering van nucleaire risico's;

51.  benadrukt dat het gezamenlijk alomvattend actieplan (Joint Comprehensive Plan of Action - JCPOA) met Iran een belangrijke multilaterale overeenkomst en een aanzienlijke diplomatieke verworvenheid is voor de multilaterale diplomatie en EU-diplomatie voor het bevorderen van stabiliteit in de regio; herinnert eraan dat de EU vastbesloten is er alles aan te doen om het JCPOA met Iran te handhaven als belangrijke pijler van de internationale architectuur voor non-proliferatie, die ook van belang is voor de kwestie Noord-Korea, en als cruciaal element voor de veiligheid en stabiliteit van de regio; wijst nogmaals op de noodzaak de Iraanse activiteiten met betrekking tot ballistische raketten en de regionale stabiliteit, en met name de betrokkenheid van Iran bij diverse conflicten in de regio, en de situatie omtrent de mensenrechten en de rechten van minderheden in Iran, die geen onderdeel uitmaken van het JCPOA, kritischer aan de orde te stellen in de desbetreffende formats en fora; benadrukt dat trans-Atlantische samenwerking voor de aanpak van deze kwesties onmisbaar is; benadrukt dat Iran volgens de talrijke verslagen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) zijn verplichtingen uit hoofde van het JCPOA nakomt; is zeer kritisch over het besluit van president Trump om zich unilateraal terug te trekken uit het JCPOA en extraterritoriale maatregelen in te stellen tegen bedrijven uit de EU die actief zijn in Iran; benadrukt dat de EU vastbesloten is haar belangen en de belangen van bedrijven en investeerders uit de EU te beschermen tegen de extraterritoriale werking van de Amerikaanse sancties; is in dit verband ingenomen met het besluit om de "blokkeringsverordening" te activeren, die tot doel heeft de handelsbelangen van de EU in Iran te beschermen tegen de effecten van extraterritoriale sancties van de VS, en roept de Raad, de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden op de verdere maatregelen te nemen die zij nodig achten om het JCPOA te handhaven;

52.  is bezorgd over het veiligheids- en handelsbeleid van de VS in Oost- en Zuidoost-Azië, waaronder het politieke vacuüm ten gevolge van de terugtrekking van de VS uit het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP); wijst eens te meer op het belang van een constructieve betrokkenheid van de EU bij Oost- en Zuidoost-Azië en de regio van de Stille Oceaan, en is in dit verband ingenomen met het actieve handelsbeleid van de EU in dit deel van de wereld en met de EU-initiatieven op veiligheidsgebied zoals met name geformuleerd in de conclusies van de Raad over versterkte samenwerking op veiligheidsgebied van de EU in en met Azië, ook omwille van het politieke en economische evenwicht;

53.  is verheugd over de nieuwe dialoog op hoog niveau die is aangegaan met Noord-Korea (DVK) en de recente top van 12 juni 2018 in Singapore, en herinnert eraan dat deze besprekingen, waarvan het tastbare en verifieerbare resultaat nog moet blijken, zijn gericht op een vreedzame oplossing van de spanningen en dientengevolge op het bevorderen van regionale en mondiale vrede, veiligheid en stabiliteit; benadrukt dat de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU en de VS, tegelijkertijd druk op de DVK moet blijven uitoefenen totdat dit land zich op geloofwaardige wijze ontdoet van zijn kernwapens door het Alomvattend Kernstopverdrag (CTBT) te ratificeren en de Voorbereidende Commissie van de Verdragsorganisatie voor een alomvattend verbod op kernproeven (CTBTO) en de IAEA toe te staan zijn denuclearisatie te documenteren; spreekt zijn bezorgdheid uit over de ontoereikende voortgang die de DVK heeft geboekt ten aanzien van de denuclearisatie, hetgeen president Trump er op 24 augustus 2018 toe bracht de geplande besprekingen tussen de DVK en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo te annuleren;

54.  herinnert de VS eraan dat dit land het CTBT nog steeds niet heeft geratificeerd, terwijl het een bijlage II-land is waarvan de handtekening noodzakelijk is voor de inwerkingtreding van het verdrag; herhaalt de oproep van de VV/HV aan de wereldleiders om dit verdrag te ratificeren; spoort de VS aan het CTBT zo snel mogelijk te ratificeren en verdere steun te verlenen aan de CTBTO door de overige bijlage II-landen ertoe te bewegen het verdrag te ratificeren;

55.  dringt aan op het in achtnemen van het internationale zeerecht, ook in de Zuid-Chinese Zee; verzoekt de VS in dit verband het VN-Verdrag inzake het recht van de zee (Unclos) te ratificeren;

56.  roept op tot nauwere samenwerking tussen de EU en de VS voor de vreedzame oplossing van regionale conflicten en de oorlog bij volmacht in Syrië, aangezien het ontbreken van een gemeenschappelijke strategie de vreedzame oplossing van conflicten ondermijnt, en verzoekt alle bij het conflict betrokken partijen en regionale actoren zich te onthouden van geweld en andere handelingen die de situatie zouden kunnen verergeren; herbevestigt het primaat van het door de VN geleide proces van Genève bij de oplossing van het Syrische conflict, overeenkomstig Resolutie 2254 van de VN-Veiligheidsraad, overeengekomen door de partijen bij het conflict en met steun van belangrijke internationale en regionale actoren; roept op tot de volledige uitvoering en eerbiediging van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad die worden geschonden door de landen die partij zijn bij de onderhandelingen van Astana; roept op tot gezamenlijke inspanningen om te zorgen voor volledige toegang tot humanitaire hulp voor mensen in nood en tot onafhankelijk, onpartijdig, grondig en geloofwaardig onderzoek en de vervolging van de verantwoordelijken; roept ook op tot ondersteuning van de werkzaamheden van het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme (IIIM) met betrekking tot de internationale misdrijven die sinds maart 2012 in de Arabische Republiek Syrië zijn gepleegd;

57.  brengt in herinnering dat de EU voorstander is van de hervatting van een betekenisvol vredesproces in het Midden-Oosten om tot een tweestatenoplossing te komen, op basis van de grenzen van 1967, waarbij een onafhankelijke, democratische, levensvatbare, en aangrenzende Palestijnse staat zij aan zij en in vrede en veiligheid bestaat naast een veilige staat Israël en zijn andere buurlanden, en benadrukt met klem dat elke handeling waardoor deze inspanningen zouden worden ondermijnd, moet worden vermeden; betreurt in dit verband het eenzijdige besluit van de Amerikaanse regering om haar ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen en Jeruzalem officieel als hoofdstad van Israël te erkennen ten zeerste; benadrukt dat de kwestie Jeruzalem deel moet uitmaken van een definitieve vredesovereenkomst tussen de Israëli's en de Palestijnen; benadrukt dat de gezamenlijke routekaart moet worden versterkt, en beklemtoont dat het noodzakelijk is dat de VS zijn inspanningen voor vrede in het Midden-Oosten met zijn Europese partners afstemt;

58.  looft de UNRWA en haar toegewijde medewerkers voor hun buitengewone en onmisbare humanitaire en ontwikkelingswerkzaamheden voor Palestijnse vluchtelingen (op de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem, de Gazastrook, Jordanië, Libanon en Syrië), werkzaamheden die van essentieel belang zijn voor de veiligheid en stabiliteit van de regio; betreurt het besluit van de Amerikaanse regering om haar financiering van de UNRWA stop te zetten ten zeerste en dringt er bij de VS op aan dit besluit te herzien; wijst met klem op de consistente steun van het Europees Parlement en de Europese Unie aan de organisatie en spoort de EU-lidstaten aan om aanvullende financiering te verstrekken teneinde de voortzetting van de activiteiten van UNRWA op de lange termijn te garanderen;

59.  spoort aan tot verdere samenwerking tussen programma's van de EU en de VS in de hele wereld ter bevordering van democratie, mediavrijheid, vrije en eerlijke verkiezingen en de eerbiediging van mensenrechten, met inbegrip van de rechten van vluchtelingen en migranten, vrouwen en etnische en religieuze minderheden; onderstreept het belang van de waarden van goed bestuur, verantwoordingsplicht, transparantie en de rechtsstaat, die de basis vormen voor de bescherming van de mensenrechten; herhaalt het krachtige en principiële standpunt van de EU tegen de doodstraf en voor een wereldwijd moratorium op de doodstraf in de aanloop naar de wereldwijde afschaffing ervan; onderstreept de noodzaak van samenwerking bij crisispreventie en vredesopbouw, alsook bij het reageren op humanitaire noodsituaties;

60.  wijst er nogmaals op dat de EU en de VS gemeenschappelijke belangen hebben in Afrika, waar beide op lokaal, regionaal en multinationaal niveau hun steun voor goed bestuur, democratie, mensenrechten, duurzame sociale ontwikkeling, milieubescherming, migratiebeheer, economisch bestuur en veiligheidskwesties moeten intensiveren, evenals hun steun voor de vreedzame oplossing van regionale conflicten en het bestrijden van corruptie, illegale financiële transacties, geweld en terrorisme; is van mening dat betere samenwerking tussen de EU en de VS, onder andere door een intensievere politieke dialoog en het opzetten van gezamenlijke strategieën voor Afrika waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de oordelen van regionale organisaties en subregionale groeperingen, tot doeltreffendere actie en een doeltreffendere inzet van middelen zal leiden;

61.  onderstreept het belang van de gemeenschappelijke politieke, economische en veiligheidsbelangen van de EU en de VS met betrekking tot het economisch beleid van landen als China en Rusland, en wijst er opnieuw op dat gezamenlijke inspanningen, waaronder die op het niveau van de WTO, nuttig kunnen zijn voor het aanpakken van kwesties zoals de huidige onevenwichtigheden in de mondiale handel en de situatie in Oekraïne; roept de Amerikaanse regering op de benoeming van de rechters in de Beroepsinstantie van de WTO niet langer te blokkeren; onderstreept de noodzaak om nauwer samen te werken ten aanzien van de strategie van China omtrent het "One Belt One Road"-initiatief (OBOR), onder andere door in dit verband samenwerking tot stand te brengen tussen de EU en de quadrilaterale veiligheidsdialoog (QUAD) tussen de VS, India, Japan en Australië;

62.  wijst op de noodzaak van betere samenwerking binnen het Arctisch beleid, met name in het kader van de Arctische Raad, vooral aangezien door klimaatverandering nieuwe scheepvaartroutes kunnen ontstaan en natuurlijke hulpbronnen beschikbaar kunnen worden;

63.  benadrukt met klem dat migratie een wereldwijd verschijnsel is en dus moet worden aangepakt door middel van samenwerking, partnerschap en de bescherming van mensenrechten en veiligheid, maar ook door middel van het beheersen van migratieroutes en het nastreven van een mondiale benadering op VN-niveau op basis van de eerbiediging van het internationaal recht, met name het Verdrag van Genève van 1951 en het Protocol van 1967; is ingenomen met de tot dusver binnen de VN geleverde inspanningen om een mondiaal pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie en een mondiaal pact inzake vluchtelingen te verwezenlijken, en betreurt het besluit van de VS van december 2017 om zich uit de besprekingen terug te trekken; pleit voor een gezamenlijk beleid om de onderliggende oorzaken van migratie te bestrijden;

64.  pleit voor nauwere samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van energie, met inbegrip van hernieuwbare energie, waarbij wordt voortgebouwd op het kader van de Energieraad EU-VS; herhaalt derhalve zijn oproep tot voortzetting van de bijeenkomsten; pleit bovendien voor meer samenwerking voor onderzoek op het vlak van energie en nieuwe technologieën, evenals nauwere samenwerking bij de bescherming van energie-infrastructuur tegen cyberaanvallen; benadrukt met klem dat het noodzakelijk is om samen te werken inzake de energievoorzieningszekerheid, en benadrukt dat er meer duidelijkheid nodig is over de vraag hoe de rol van Oekraïne als doorvoerland er in de toekomst zal uitzien;

65.  uit zijn bezorgdheid over Nord Stream 2-pijpleiding en de mogelijk verdelende werking ervan met betrekking tot de energiezekerheid en solidariteit van de lidstaten, en is ingenomen met de steun van de VS voor de waarborging van de energiezekerheid in Europa;

66.  betreurt de terugtrekking van de VS uit de Overeenkomst van Parijs, maar prijst de aanhoudende inspanningen van individuen, ondernemingen, steden en staten binnen de VS die de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs blijven nastreven en zich inzetten voor de strijd tegen klimaatverandering, en wijst erop dat meer betrokkenheid van de EU bij deze actoren noodzakelijk is; stelt vast dat klimaatverandering niet langer deel uitmaakt van de Amerikaanse strategie inzake de nationale veiligheid; bevestigt eens te meer dat de EU zich tot de Overeenkomst van Parijs en de Agenda 2030 van de VN verbindt, en onderstreept de noodzaak om deze uit te voeren om de mondiale veiligheid te garanderen en een duurzamere economie en maatschappij te ontwikkelen, herinnert eraan dat een verschuiving naar een groene economie veel kansen voor werkgelegenheid en groei oplevert;

67.  spreekt zijn steun uit voor verdere samenwerking op het gebied van innovatie, wetenschap en technologie, en pleit voor de vernieuwing van de Overeenkomst inzake wetenschap en technologie tussen de VS en de EU;

Het verdedigen van een op regels gebaseerde handelsorde in zware tijden

68.  wijst erop dat de VS in 2017 de grootste markt voor uitvoer uit de EU was en de op een na grootste bron van invoer naar de EU; wijst erop dat er verschillen zijn in de handelstekorten en handelsoverschotten tussen de EU en de VS wat betreft de handel in goederen, de handel in diensten, de digitale handel en de buitenlandse directe investeringen; benadrukt dat de EU en de VS de meest omvangrijke handels- en investeringsbetrekkingen ter wereld onderhouden, die altijd al op gemeenschappelijke waarden zijn gebaseerd en een van de belangrijkste motoren van wereldwijde economische groei, handel en welvaart vormen; merkt voorts op dat de EU op de goederenhandelsbalans met de VS een overschot van 147 miljard USD heeft; wijst erop dat Europese ondernemingen werk bieden aan 4,3 miljoen mensen in de VS;

69.  beklemtoont het feit dat de EU en de VS twee hoofdrolspelers zijn in een geglobaliseerde wereld die een ongekend snel en intensief ontwikkelingsproces doormaakt en dat de EU en de VS gezien de gezamenlijke uitdagingen een gemeenschappelijk belang hebben bij samenwerking en coördinatie op het gebied van het handelsbeleid teneinde gestalte te kunnen geven aan het toekomstige multilaterale handelssysteem en aan de mondiale normen;

70.  wijst op de sleutelrol van de WTO in het multilaterale systeem, aangezien zij de beste optie blijft om een open, eerlijk en op regels gebaseerd systeem te garanderen waarin de vele uiteenlopende belangen van haar leden in aanmerking worden genomen en met elkaar in evenwicht worden gebracht; spreekt nogmaals zijn steun uit voor de verdere versterking van het multilaterale handelssysteem; steunt de werkzaamheden die de Commissie heeft verricht voor de verdere samenwerking met de VS aan een positieve gezamenlijke reactie op de huidige institutionele en systemische uitdagingen;

71.  onderstreept de rol van de WTO bij het beslechten van handelsgerelateerde geschillen; vraagt alle WTO-leden ervoor te zorgen dat het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO goed werkt; betreurt in dit verband het feit dat nieuwe benoemingen voor de vacante functies bij de Beroepsinstantie door de Verenigde Staten worden tegengehouden, waardoor de hele werking van het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO in gevaar komt; doet een beroep op de Commissie en alle WTO-leden om manieren te zoeken om de huidige impasse in verband met de benoeming van nieuwe rechters bij de Beroepsinstantie van de WTO te doorbreken, indien nodig door het stelsel voor geschillenbeslechting te hervormen; is van mening dat dergelijke hervormingen erop gericht kunnen zijn te waarborgen dat het stelsel zo efficiënt en onafhankelijk mogelijk is en tegelijkertijd in overeenstemming blijft met de waarden en de algemene benadering die de EU sinds de oprichting van de WTO ononderbroken heeft voorgestaan, in het bijzonder de bevordering van wereldwijde vrije en eerlijke op de rechtsstaat gebaseerde handel, en de noodzaak dat alle WTO-leden aan de WTO-verplichtingen voldoen;

72.  betreurt het gebrek aan resultaten van de elfde Ministeriële Conferentie van de WTO, maar is ingenomen met het feit dat de VS, de EU en Japan gezamenlijk de verklaring over de uitbanning van oneerlijke, marktverstorende en protectionistische praktijken hebben ondertekend, hetgeen ook benadrukt werd in de verklaring van de G-20 van juli 2017; dringt aan op verdere samenwerking met de VS en Japan in dit verband om oneerlijke handelspraktijken zoals discriminatie, beperking van de markttoegang, dumping en subsidies te bestrijden;

73.  vraagt de Commissie met de VS en andere WTO-leden een plan van aanpak op te stellen over de uitbanning van verstorende subsidies in de katoensector en de visserij (in het bijzonder met betrekking tot illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO-) visserij); pleit voor samenwerking om nieuwe kwesties, zoals elektronische handel, digitale handel, met inbegrip van digitale ontwikkeling, bevordering van investeringen, handel en het milieu, en handel en gender, hoger op de multilaterale agenda te plaatsen en speciaal beleid te stimuleren ter vergemakkelijking van de deelname van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkmo's) aan de wereldwijde economie;

74.  roept de EU en de VS op de samenwerking op internationaal niveau te bevorderen teneinde de internationale overeenkomsten op het gebied van overheidsaanbestedingen, met name de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, te versterken;

75.  verzoekt de Commissie een dialoog aan te gaan met de Verenigde Staten met het oog op de hervatting van de onderhandelingen over de plurilaterale Overeenkomst inzake milieugoederen (EGA) en de Overeenkomst betreffende de handel in diensten (TiSA);

76.  vraagt de EU en de VS hun middelen te bundelen om oneerlijke handelsbeleidsmaatregelen en ‑praktijken te bestrijden en tegelijkertijd de multilaterale regels en het proces voor geschillenbeslechting in de WTO te eerbiedigen en unilaterale acties te vermijden, aangezien deze schadelijk zijn voor alle mondiale waardeketens waarbinnen Europese en Amerikaanse bedrijven actief zijn; betreurt ten zeerste de onzekerheid in het internationale handelsstelsel die wordt veroorzaakt door het feit dat de VS gebruik maakt van middelen en beleidsinstrumenten die vóór de oprichting van de WTO en het stelsel voor geschillenbeslechting werden gecreëerd (bv. artikel 232 van 1962 en artikel 301 van 1974); merkt in dit verband op dat het besluit van de VS om krachtens artikel 232 invoerrechten op staal en aluminium te heffen niet kan worden gerechtvaardigd door redenen van nationale veiligheid, en doet een beroep op de VS om aan de EU en andere bondgenoten een volledige en permanente vrijstelling van de maatregelen te verlenen; verzoekt de Commissie om een krachtige reactie indien deze invoerrechten worden gebruikt om de uitvoer vanuit de EU aan banden te leggen; onderstreept tevens dat eventuele sancties in de vorm van tegenmaatregelen betreffende Europese goederen die de VS zouden kunnen nemen naar aanleiding van de publicatie van het nalevingsrapport van de Beroepsinstantie in het kader van de klacht van de VS tegen de EU over maatregelen inzake de handel in grote burgerluchtvaartuigen, niet gerechtvaardigd zouden zijn, aangezien 204 van de 218 vorderingen die door de VS zijn ingesteld door de WTO zijn afgewezen en een verder rapport over de daarmee verband houdende zaak wegens onrechtmatige VS-subsidies nog op zich laat wachten;

77.  neemt kennis van de voortdurende de bilaterale samenwerking tussen de EU en de VS inzake een breed scala aan regelgevingskwesties, zoals blijkt uit de onlangs gesloten bilaterale overeenkomst inzake prudentiële maatregelen betreffende verzekering en herverzekering of de overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van inspecties bij geneesmiddelenfabrikanten; verzoekt de Commissie en de Raad om in dit proces ten volle recht te doen aan de rol van het Europees Parlement;

78.  benadrukt dat intellectuele eigendom van cruciaal belang is voor de economie van de EU en de VS; roept beide partijen op om aan beide zijden van de Atlantische Oceaan onderzoek en innovatie te ondersteunen, een hoog niveau van bescherming van intellectuele eigendom te waarborgen en ervoor te zorgen dat degenen die innovatieve producten van hoge kwaliteit scheppen dit kunnen blijven doen;

79.  roept de EU en de VS ertoe op de markttoegang voor naar de VS en de EU uitvoerende kmo's te verbeteren door voor meer transparantie te zorgen inzake de bestaande voorschriften en marktkansen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, bijvoorbeeld door middel van een kmo-portaal;

80.  benadrukt het belang van de Amerikaanse markt voor Europese kmo's; verzoekt de EU en de VS om iets te doen aan het onevenredige effect dat invoerrechten en niet-tarifaire en technische handelsbelemmeringen hebben op kmo's aan weerszijden van de Atlantische Oceaan, niet alleen door een verlaging van tarieven, maar ook door een vereenvoudiging van de douaneprocedures en mogelijk nieuwe mechanismen om kmo's te helpen ervaringen en optimale praktijken uit te wisselen wat betreft de inkoop en verkoop op de markten van de EU en de VS;

81.  roept de EU en de VS op om zich in het kader van hun bilaterale samenwerking te onthouden van onderlinge belastingconcurrentie, aangezien deze alleen tot een afname van de investeringen in beide economieën zal leiden;

82.  vraagt de EU en de VS overeenstemming te bereiken over een kader voor digitale handel waarin zij elkaars bestaande wettelijke kaders en overeenkomsten alsook hun gegevensbeschermingswetgeving en privacyregelgeving, die van bijzonder belang is voor de dienstensector, eerbiedigen; benadrukt in dit verband dat de EU en de VS moeten samenwerken om derde landen aan te moedigen hoge gegevensbeschermingsnormen in te voeren;

83.  doet een beroep op de EU en de VS om hun samenwerking op het gebied van klimaatverandering te intensiveren; verzoekt de EU en de VS de huidige en toekomstige handelsonderhandelingen op alle niveaus aan te grijpen als gelegenheid om de toepassing van internationaal overeengekomen normen, zoals de Overeenkomst van Parijs, te waarborgen, de handel in milieuvriendelijke goederen, met inbegrip van technologieën, te bevorderen, en een wereldwijde energietransitie tot stand te brengen met een duidelijke en gecoördineerde internationale handelsagenda, teneinde het milieu te beschermen en werkgelegenheid en mogelijkheden voor groei te creëren;

84.  is ervan overtuigd dat niet onder druk kan worden onderhandeld over een potentiële nieuwe overeenkomst over de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en de VS en dat het belang van de EU alleen gediend zou zijn met een brede, ambitieuze, evenwichtige en alomvattende overeenkomst die alle handelsgebieden omvat; merkt in dit verband op dat de instelling van een eventueel specifiek en permanent mechanisme voor samenwerking inzake regelgeving en raadpleging van voordeel zou kunnen zijn; verzoekt de Commissie de onderhandelingen met de VS onder de juiste omstandigheden te hervatten;

85.  onderstreept dat handelsstromen in toenemende mate nieuwe, snellere en veiligere methoden voor het grensoverschrijdend verkeer van goederen en diensten vergen; roept de EU en de VS, die voor elkaar belangrijke handelspartners zijn, op om samen te werken op het gebied van handelsgerelateerde digitale technologische oplossingen ter vergemakkelijking van de handel;

86.  herinnert aan het belang van de bestaande dialoog en samenwerking tussen de EU en de VS op het gebied van wetenschap en technologie; erkent dat de inspanningen van de EU en de VS op het gebied van onderzoek en innovatie belangrijke motoren zijn van kennis en economische groei, en spreekt zich uit voor de voortzetting en uitbreiding van de tussen de EU en de VS gesloten Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking na 2018, met het oog op de bevordering van onderzoek, innovatie, nieuwe technologieën en de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, teneinde meer en betere banen te scheppen, duurzame handel tot stand te brengen en inclusieve groei te creëren;

87.  deelt de bezorgdheid van de VS over de mondiale overcapaciteit van de staalproductie; betreurt tegelijkertijd dat unilaterale maatregelen die strijdig zijn met de WTO de integriteit van een op regels gebaseerde handelsorde alleen maar zullen ondermijnen; benadrukt dat zelfs een permanente vrijstelling van de EU van de Amerikaanse invoertarieven deze aanpak niet kan rechtvaardigen; vraagt de Commissie samen te werken met de VS voor de versterking van de inspanningen ter bestrijding van de overcapaciteit van de staalproductie in het kader van het mondiaal forum van de G20, teneinde het enorme potentieel van multilaterale acties te benutten; herhaalt zijn overtuiging dat gezamenlijke en gecoördineerde maatregelen in het kader van de op regels gebaseerde handelsstelsels de beste manier zijn om dergelijke wereldwijde problemen op te lossen;

88.  wijst er opnieuw op dat het belangrijk is dat de EU en de VS de nodige modernisering van de WTO op gecoördineerde en constructieve wijze aanpakken om deze effectiever en transparanter te maken en de verantwoordingsplicht ervan te versterken, en er tevens voor te zorgen dat bij de uitwerking van internationale voorschriften en beleidsmaatregelen op handelsgebied naar behoren rekening wordt gehouden met de gender-, sociale, milieu- en mensenrechtendimensie;

89.  wijst erop dat de EU een onvervalste markteconomie en een open, op waarden en regels gebaseerde eerlijke handel voorstaat; herhaalt zijn steun voor de strategie die door de Commissie wordt gevolgd in reactie op het huidige handelsbeleid van de VS, die in overeenstemming is met de regels van het multilaterale handelssysteem; dringt aan op eendracht tussen alle lidstaten van de EU en verzoekt de Commissie een gemeenschappelijke aanpak van de situatie uit te werken; benadrukt dat het belangrijk is in dit opzicht de eensgezindheid onder de lidstaten van de EU te bewaren, aangezien gezamenlijke acties van de EU in het kader van het gemeenschappelijk handelsbeleid en de douane-unie van de EU op internationaal niveau alsook bilaterale acties van de EU en de VS veel doeltreffender zijn gebleken dan initiatieven van afzonderlijke lidstaten; herhaalt dat de EU bereid is om met de VS in het kader van de regels van het multilaterale handelssysteem samen te werken met betrekking tot handelskwesties van wederzijds belang;

90.  betreurt het besluit van president Trump om de VS terug te trekken uit het JCPOA en de gevolgen die dit besluit zal hebben voor bedrijven uit de EU die zaken doen in Iran; steunt alle inspanningen van de EU ter behartiging van de belangen van Europese ondernemingen die in Iran investeren, met name het besluit van de Commissie om het blokkadestatuut te activeren, hetgeen getuigt van het engagement van de EU voor het JCPOA; meent dat ditzelfde statuut overal waar het van pas komt zou kunnen worden toegepast;

91.  verzoekt de EU en de VS hun samenwerking en hun inspanningen voor de tenuitvoerlegging en verspreiding van regelingen voor passende zorgvuldigheid voor ondernemingen te intensiveren, teneinde de bescherming van de mensenrechten wereldwijd te versterken, onder meer wat betreft de handel in mineralen en metalen uit conflictgebieden;

92.  betreurt het feit dat de VS zich terugtrekken uit het milieubeschermingsbeleid; betreurt in dit verband het feit dat president Trump heeft besloten het verbod op de invoer van jachttrofeeën van olifanten uit bepaalde Afrikaanse landen waaronder Zimbabwe en Zambia naar de VS, de grootste importeur van dergelijke jachttrofeeën, op te heffen;

93.  roept de EU en de VS op de trans-Atlantische parlementaire samenwerking voor te zetten en te versterken om zo een beter en breder politiek kader te scheppen voor de verbetering van de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de EU en de VS;

94.  uit zijn bezorgdheid over een eventuele overeenkomst tussen de VS en China die niet volledig in overeenstemming is met de WTO-regels, die ook onze belangen zou kunnen schaden en negatieve gevolgen kan hebben voor de trans-Atlantische handelsbetrekkingen; benadrukt daarom de noodzaak van een ruimere overeenkomst met onze belangrijkste handelspartners, gezien onze wereldwijde gedeelde belangen;

o
o   o

95.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de EDEO, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de toetredingslanden en kandidaat-lidstaten, de president van de Verenigde Staten, de Senaat en het Huis van Afgevaardigden van de Verenigde Staten.

(1) PB L 309 van 29.11.1996, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0068.
(3) PB C 298 E van 8.12.2006, blz. 226.
(4) PB C 117 E van 6.5.2010, blz. 198.
(5) PB C 153 E van 31.5.2013, blz. 124.
(6) PB C 65 van 19.2.2016, blz. 120.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0435.
(8) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0493.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0492.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0042.

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2019Juridische mededeling