Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2274(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0252/2018

Ingediende teksten :

A8-0252/2018

Debatten :

PV 11/09/2018 - 20
CRE 11/09/2018 - 20

Stemmingen :

PV 12/09/2018 - 6.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0343

Aangenomen teksten
PDF 203kWORD 83k
Woensdag 12 september 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Stand van de betrekkingen tussen de EU en China
P8_TA(2018)0343A8-0252/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China (2017/2274(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de diplomatieke betrekkingen tussen de EU en China die op 6 mei 1975 zijn aangeknoopt,

–  gezien het in 2003 gelanceerde strategische partnerschap EU-China,

–  gezien het voornaamste rechtskader voor de betrekkingen met China, namelijk de in mei 1985 ondertekende handels- en economische samenwerkingsovereenkomst(1) tussen de EEG en China, die betrekking heeft op de economische en handelsrelaties en het samenwerkingsprogramma EU-China,

–  gezien de strategische agenda 2020 voor samenwerking tussen de EU en China, die op 21 november 2013 is aangenomen,

–  gezien de gestructureerde politieke dialoog tussen de EU en China, die officieel is gestart in 1994, en de strategische dialoog op hoog niveau over kwesties inzake strategie en buitenlands beleid, die is gestart in 2010, met name de 5e en 7e strategische dialogen op hoog niveau tussen de EU en China die respectievelijk plaatshadden op 6 mei 2015 en 19 april 2017 in Beijing,

–  gezien de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst die in 2007 van start zijn gegaan,

–  gezien de onderhandelingen over een bilaterale investeringsovereenkomst die in januari 2014 van start zijn gegaan,

–  gezien de 19e top EU-China, die op 1 en 2 juni 2017 in Brussel heeft plaatsgevonden,

–  gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 22 juni 2016 over elementen voor een nieuwe EU-strategie ten aanzien van China (JOIN(2016)0030),

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 juli 2016 over een EU-strategie voor China,

–  gezien het gezamenlijke verslag van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 24 april 2018 getiteld "Hong Kong Special Administrative Region: Annual Report 2017’ (JOIN(2018)0007),

–  gezien de richtsnoeren van de Raad van 15 juni 2012 inzake het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU in Oost-Azië,

–  gezien de goedkeuring van een nieuwe wet op de nationale veiligheid door het permanente comité van het Nationaal Volkscongres op 1 juli 2015,

–  gezien het witboek over China’s militaire strategie van 26 mei 2015,

–  gezien de in 1995 gestarte dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten, en de 35e ronde van deze dialoog op 22 en 23 juni 2017 in Brussel,

–  gezien de meer dan 60 sectorale dialogen tussen de EU en China,

–  gezien de instelling in februari 2012 van de intermenselijke dialoog op hoog niveau tussen de EU en China, die als kader dient voor alle gezamenlijke initiatieven van de EU en China op dit gebied,

–  gezien de overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en China, die in werking is getreden in 2000(2), en de partnerschapsovereenkomst inzake wetenschap en technologie, die is ondertekend op 20 mei 2009,

–  gezien het VN-Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het Klimaatakkoord van Parijs, dat op 4 november 2016 in werking is getreden,

–  gezien de Energiedialoog tussen de Europese Gemeenschap en China,

–  gezien de rondetafelconferenties van de EU en China,

–  gezien het 19e Nationale Congres van de Communistische Partij van China dat van 18 tot en met 24 november 2017 heeft plaatsgevonden,

–  gezien de "Belastingwet ter bescherming van het milieu", die in december 2016 door het Nationaal Volkscongres werd afgekondigd en op 1 januari 2018 in werking trad,

–  gezien het feit dat de Internationale Organisatie voor Migratie heeft vastgesteld dat milieufactoren van invloed zijn op (inter)nationale migratiestromen, aangezien mensen die op plaatsen wonen waar versnelde klimaatverandering tot barre of verslechterende omstandigheden leidt, hun omgeving verlaten(3),

–  gezien het Toerismejaar EU-China 2018 waarvoor op 19 januari 2018 in Venetië de aftrap werd gegeven,

–  gezien het op 30 januari 2018 gepubliceerde rapport van de Foreign Correspondents' Club of China (FCCC) over de werkomstandigheden getiteld "Access Denied – Surveillance, harassment and intimidation as reporting conditions in China deteriorate",

–  gezien EU-Verklaring - punt 4, afgegeven op de 37e bijeenkomst van de VN-Mensenrechtenraad op 13 maart 2018, getiteld "Human rights situation that requires the Council’s attention",

–  gezien de 41e interparlementaire bijeenkomst EP - China, die in mei 2018 in Beijing plaatsvond,

–  gezien zijn resoluties over China, met name die van 2 februari 2012 over het buitenlands beleid van de EU ten aanzien van de BRICS-landen en andere opkomende wereldmachten: doelstellingen en strategieën(4), van 23 mei 2012 over de EU en China: handelsonevenwicht?(5), van 14 maart 2013 over nucleaire dreigingen en mensenrechten in de Democratische Volksrepubliek Korea(6), van 5 februari 2014 over een kader voor klimaat- en energiebeleid voor 2030(7), van 17 april 2014 over de situatie in Noord-Korea(8), van 21 januari 2016 over Noord-Korea(9), en van 13 december 2017 over het jaarverslag over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid(10),

–  gezien zijn resoluties van 7 september 2006 over de betrekkingen tussen de EU en China(11), van 5 februari 2009 over de handels- en economische betrekkingen met China(12), van 14 maart 2013 over de betrekkingen EU-China(13), van 9 oktober 2013 over de onderhandelingen tussen de EU en China over een bilaterale investeringsovereenkomst(14) en over de handelsbetrekkingen EU-Taiwan(15) en van 16 december 2015 over de betrekkingen EU-China(16), en zijn aanbeveling van 13 december 2017 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid over Hongkong, 20 jaar na de machtsoverdracht(17),

–  gezien zijn mensenrechtenresoluties van 27 oktober 2011 over Tibet, in het bijzonder de zelfverbranding van nonnen en monniken(18), van 14 juni 2012 over de mensenrechtensituatie in Tibet(19), van 12 december 2013 over orgaanhandel in China(20), van 15 december 2016 over de zaak rond het boeddhistische opleidingsinstituut Larung Gar in Tibet en rond Ilham Tohti(21), van 16 maart 2017 over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017(22), van 6 juli 2017 over de specifieke gevallen van Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en Lee Ming-che(23) en van 18 januari 2018 over de zaak van de mensenrechtenactivisten Wu Gan, Xie Yang, Lee Ming-che en Tashi Wangchuk, en de Tibetaanse monnik Choekyi(24),

–  gezien het na het gewelddadige optreden op het Tiananmen-plein van juni 1989 ingestelde wapenembargo van de EU, dat door het Parlement is gesteund in zijn resolutie van 2 februari 2006 over het jaarlijks verslag van de Raad aan het Europees Parlement over de voornaamste aspecten en fundamentele keuzen van het GBVB(25),

–  gezien de negen ronden van onderhandelingen van 2002 tot en met 2010 tussen hoge vertegenwoordigers van de Chinese regering en de Dalai Lama, het witboek van China over Tibet getiteld "Tibet’s Path of Development Is Driven by an Irresistible Historical Tide", dat op 15 april 2015 werd gepubliceerd door het Chinese Voorlichtingsbureau van de Staatsraad, alsmede het memorandum van 2008 en de nota van 2009 over daadwerkelijke autonomie, die beide door de vertegenwoordigers van de 14e Dalai Lama werden gepresenteerd,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A8-0252/2018),

A.  overwegende dat de 19e top EU-China in 2017 een bilateraal strategisch partnerschap heeft begunstigd, dat een wereldwijde weerslag heeft, en de nadruk heeft gelegd op gezamenlijke verbintenissen om wereldwijde uitdagingen en gemeenschappelijke bedreigingen voor de veiligheid aan te pakken en het multilateralisme te bevorderen; overwegende dat er talrijke terreinen zijn waarop een constructieve samenwerking, ook in internationale fora als de VN en de G20, wederzijdse voordelen zou kunnen opleveren; overwegende dat de EU en China hebben bevestigd van plan te zijn intensiever samen te werken bij de tenuitvoerlegging van het akkoord van Parijs van 2015 door klimaatverandering te bestrijden, het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, schone energie te bevorderen en vervuiling terug te dringen; overwegende dat beide zijden hun samenwerking en coördinatie op dit terrein, maar ook op dat van onderzoek en uitwisseling van goede praktijken, moeten versterken; overwegende dat China een op het EU-ETS gebaseerde regeling voor de handel in emissierechten heeft vastgesteld; overwegende dat de visie van de EU ten aanzien van multilaterale governance in het teken staat van een op regels gebaseerde orde en berust op universele waarden als democratie, mensenrechten, rechtsstaat, transparantie en verantwoording; overwegende dat het in de huidige geopolitieke context belangrijker is dan ooit om multilateralisme en een op regels gebaseerd systeem te bevorderen; overwegende dat de EU verwacht dat haar betrekkingen met China zowel in politiek als economisch opzicht van wederzijds belang zullen zijn; overwegende dat zij ook verwacht dat China verantwoordelijkheden op zich zal nemen die overeenstemmen met de mondiale impact die het land heeft, en de op regels gebaseerde internationale orde zal steunen waarvan het zelf ook profijt trekt;

B.  overwegende dat de samenwerking tussen de EU en China op het gebied van buitenlands beleid, veiligheid en defensie en bij de bestrijding van terrorisme uiterst belangrijk is; overwegende dat de samenwerking tussen beide zijden van doorslaggevend belang was voor het tot stand brengen van het nucleaire akkoord met Iran; overwegende dat het standpunt van China een rol van doorslaggevend belang heeft gespeeld bij het creëren van onderhandelingsruimte in de Noord-Koreaanse crisis;

C.  overwegende dat het Chinese leiderschap – hetgeen in Europa grotendeels wordt genegeerd – geleidelijk en systematisch zijn inspanningen heeft opgevoerd om zijn economisch gewicht om te zetten in politieke invloed middels strategische infrastructuurinvesteringen en nieuwe transportverbindingen en strategische communicatie gericht op de beïnvloeding van Europese politieke en economische beleidsmakers, media, universiteiten en academische uitgevers en het grotere publiek, teneinde de opvattingen over China vorm te geven en een positief imago van het land uit te dragen door het opzetten van "netwerken" van positief gezinde Europese organisaties en individuen in de gehele maatschappij; overwegende dat de controle van China op het groot aantal studenten afkomstig van het Chinese vasteland dat momenteel in Europa studeert en zijn pogingen om uit China weggevluchte mensen in Europa te controleren, redenen zijn tot bezorgdheid;

D.  overwegende dat het 16+1-formaat tussen China enerzijds en elf Midden- en Oost-Europese landen en vijf Balkanlanden anderzijds in 2012 werd ingevoerd na de financiële crisis en als onderdeel van de Chinese subregionale diplomatie om grootschalige infrastructuurprojecten te ontwikkelen en de economische en commerciële samenwerking te versterken; overwegende dat de geplande Chinese investeringen en financiering in deze landen van substantiële omvang zijn, maar dat deze investeringen niet zo belangrijk zijn als de investeringen en het engagement van de EU; overwegende dat de Europese landen die deel uitmaken van dit formaat zouden moeten overwegen om het vermogen van de EU om met één stem te spreken in haar betrekkingen met China meer gewicht toe te kennen;

E.  overwegende dat China de snelst groeiende markt is voor EU-levensmiddelen;

F.  overwegende dat het Chinese "Gordel- en Weginitiatief" (Belt and Road Initiative - BRI)", met inbegrip van het Chinese beleid voor de Noordpool, het meest ambitieuze initiatief van het buitenlands beleid is dat het land ooit heeft goedgekeurd en dat geopolitieke en veiligheidsgerelateerde dimensies heeft en daarmee verder gaat dan het aangegeven doel van economisch en handelsbeleid; overwegende dat het BRI verder werd versterkt met de oprichting van de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur (AIIB) in 2015; overwegende dat de EU aandringt op een multilaterale governancestructuur alsmede op een niet-discriminerende tenuitvoerlegging van het BRI; overwegende dat van Europese zijde de garantie wordt verlangd dat elk connectiviteitsproject in het kader van het BRI de verplichtingen die voortvloeien uit het akkoord van Parijs nakomt en ook andere internationale milieu-, arbeids- en sociale normen alsmede de rechten van de inheemse volken eerbiedigt; overwegende dat de Chinese infrastructuurprojecten kunnen leiden tot grote schulden van Europese regeringen aan Chinese staatsbanken die tegen ondoorzichtige voorwaarden leningen aanbieden, en tot weinig banen in Europa; overwegende dat sommige van de met het BRI verband houdende infrastructuurprojecten er reeds toe hebben geleid dat een aantal regeringen van derde landen met hoge schulden werden opgezadeld; overwegende dat het leeuwendeel van de met het BRI verband houdende contracten is gegund aan Chinese bedrijven; overwegende dat China sommige van zijn industriële normen in BRI-gerelateerde projecten op discriminerende wijze gebruikt; overwegende dat de met het BRI verband houdende projecten niet op ondoorzichtige wijze mogen worden gegund; overwegende dat China in het BRI een veelheid aan kanalen gebruikt; overwegende dat de 27 nationale ambassadeurs van de EU in Beijing onlangs een rapport hebben samengesteld waarin scherpe kritiek wordt geuit op het BRI-project en dit aan de kaak wordt gesteld als een project dat is opgezet om de vrije handel te belemmeren en Chinese bedrijven te bevoordelen; overwegende dat het BRI helaas geen enkele waarborg voor de mensenrechten bevat;

G.  overwegende dat de Chinese diplomatie als een sterkere speler uit het 19e Partijcongres en het Nationale Volkscongres van dit jaar tevoorschijn is gekomen met ten minste vijf hooggeplaatste ambtenaren die zich gaan bezighouden met het buitenlands beleid en een veel ruimer budget voor het ministerie van Buitenlandse Zaken; overwegende dat het nieuw opgerichte staatsagentschap voor internationale ontwikkelingssamenwerking zal worden belast met de coördinatie van China's stijgende budget voor buitenlandse hulp;

H.  overwegende dat China in de jaren tachtig een beperking van de ambtstermijn had ingevoerd als reactie op de excessen van de Culturele Revolutie; overwegende dat het Nationale Volkscongres op 11 maart 2018 vrijwel unaniem heeft ingestemd met de afschaffing van het maximum van twee opeenvolgende termijnen voor de ambten van president en vicepresident van de Volksrepubliek China;

I.  overwegende dat het leiderschap van China weliswaar aandringt op niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen maar in zijn officiële mededelingen regelmatig het politiek bestel van de westerse landen in twijfel trekt;

J.  overwegende dat het Nationale Volkscongres op 11 maart 2018 de oprichting heeft gesteund van een Nationale Commissie van toezicht, een nieuw regeringsorgaan dat is bedoeld om de controle op alle ambtenaren in China te institutionaliseren en uit te breiden, en dat het een overheidsorgaan wordt dat in de Chinese grondwet verankerd is;

K.  overwegende dat de Staatsraad van China in 2014 gedetailleerde plannen heeft aangekondigd voor de instelling van een sociaal kredietsysteem met als doel gedrag te belonen dat de partij financieel, economisch en sociaal-politiek verantwoord acht, terwijl niet-naleving van haar beleid gestraft wordt; overwegende dat het plan voor sociale kredietpunten waarschijnlijk ook gevolgen zal hebben voor buitenlanders die in China wonen en werken, ook voor EU-burgers, en consequenties met zich mee zal brengen voor EU-bedrijven en andere buitenlandse bedrijven die in het land actief zijn;

L.  overwegende dat het bestaan van de plattelandsbevolking in sommige regio's in China duidelijk in gevaar zal komen als gevolg van schommelingen in temperatuur en neerslag en vanwege andere klimaatuitersten; overwegende dat hervestigingsplanning een doeltreffende beleidsoptie is geworden voor het beperken van aan het klimaat te wijten kwetsbaarheid en armoede(26);

M.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in China steeds verder achteruitgaat, in die zin dat de regering harder optreedt tegen vreedzaam protest en minder ruimte laat voor de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst, en de rechtsstaat; overwegende dat activisten uit het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers worden vastgehouden, vervolgd en veroordeeld op grond van vage aanklachten zoals "ondermijning van het staatsgezag", "ruzie zoeken en onrust zaaien", en dat zij vaak in eenzame opsluiting op een geheime locatie worden vastgehouden zonder toegang tot medische zorg of juridische bijstand; overwegende dat mensenrechtenverdedigers soms "op een onbekende locatie onder huisarrest" worden geplaatst, een methode die wordt toegepast om gedetineerden elk contact met de buitenwereld te ontnemen en die volgens verslagen vaak gepaard gaat met foltering en mishandeling; overwegende dat China het recht op vrije meningsuiting en de vrijheid om informatie te geven blijft ontzeggen en dat een groot aantal journalisten, bloggers en onafhankelijke stemmen gevangen gezet zijn; overwegende dat de EU in haar strategisch kader voor mensenrechten en democratie heeft toegezegd dat zij de democratie, de rechtsstaat en de "mensenrechten op alle deelterreinen van haar externe optreden, zonder uitzondering", zal bevorderen en "mensenrechten in het centrum zal plaatsen van haar betrekkingen met alle derde landen, inclusief haar strategische partners"; overwegende dat de topontmoetingen tussen de EU en China aangegrepen moeten worden om concrete resultaten te bereiken op het gebied van de mensenrechten, met name de vrijlating van gevangengezette mensenrechtenverdedigers, advocaten en activisten;

N.  overwegende dat EU-diplomaten soms door de Chinese autoriteiten zijn tegengehouden als zij als waarnemer processen wilden bijwonen of mensenrechtenverdedigers wilden bezoeken, ofschoon dergelijke werkzaamheden stroken met de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers;

O.  overwegende dat China een enorm staatssysteem voor digitale bewaking heeft opgezet, gaande van preventief toezicht tot de willekeurige verzameling van biometrische gegevens in een omgeving zonder privacyrechten;

P.  overwegende dat de Chinese regering een veelheid aan nieuwe wetten heeft aangenomen, in het bijzonder de wet op de staatsveiligheid van 1 juli 2015, de wet terrorismebestrijding, de wet op de cyberveiligheid en de wet op het beheer van overzeese ngo's (ONGO-wet), waarin publiek actievoeren en het uitoefenen van vreedzame kritiek op de regering als bedreiging voor de staatsveiligheid worden gekwalificeerd, de censuurregels worden aangescherpt, de monitoring van en de controle op individuen en maatschappelijke groeperingen wordt opgevoerd, en maatregelen vastgesteld zijn om individuen ervan te weerhouden campagne te voeren voor mensenrechten;

Q.  overwegende dat de ONGO-wet die op 1 januari 2017 van kracht werd, een van de grootste uitdagingen is voor internationale ngo's (INGO's) omdat deze wet alle door INGO's gefinancierde activiteiten in China reguleert en de hoofdverantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de ONGO-wet neerlegt bij provinciale veiligheidsambtenaren;

R.  overwegende dat de nieuwe regelingen inzake religieuze zaken die op 1 februari 2018 van kracht zijn geworden, restrictiever zijn ten opzichte van groepen en activiteiten en hen dwingen dichter bij de partijlijnen te blijven; overwegende dat de nieuwe regels een bedreiging vormen voor mensen die lid zijn van geloofsgemeenschappen zonder wettelijke status in het land, aan wie boetes worden opgelegd als zij naar het buitenland reizen voor godsdienstonderwijs in ruime zin, en specifiek als zij op bedevaart gaan, waarbij de boetes oplopen tot een veelvoud van het laagste loon; overwegende dat de vrijheid van godsdienst en van geweten een nieuw dieptepunt hebben bereikt sinds de aanvang van de economische hervormingen en de opening van China aan het einde van de jaren zeventig; overwegende dat geloofsgemeenschappen in China steeds sterker worden onderdrukt en dat christenen, zowel in ondergrondse als door de staat erkende kerken, het doelwit zijn geworden, waarbij gelovigen worden geïntimideerd en vastgehouden, kerken worden afgebroken en bijeenkomsten van christenen hardhandig worden onderdrukt;

S.  overwegende dat de situatie in Xinjiang, waar tien miljoen Oeigoerse moslims en etnische Kazakken wonen, snel verslechterd is, met name sinds president Xi aan de macht is gekomen, daar het verkrijgen van absolute controle over Xinjiang werd uitgeroepen tot topprioriteit, niet alleen vanwege de periodieke terreuraanslagen die Oeigoeren in Xinjiang plegen of zogenaamd in verband met Xinjiang zouden plegen, maar ook vanwege de strategische positie die de Oeigoerse autonome regio Xinjiang inneemt in het BRI; overwegende dat er een buitengerechtelijk detentieprogramma is ingevoerd op grond waarvan tienduizenden mensen gedwongen zijn een politieke "heropvoeding" te ondergaan, en dat er een geavanceerd netwerk van indringende digitale bewaking is ontwikkeld met onder meer technologie voor gezichtsherkenning en verzameling van gegevens, massale inzet van politie en de invoering van strikte beperkingen op religieuze praktijken en op de Oeigoerse taal en gebruiken;

T.  overwegende dat de situatie in Tibet ondanks de economische groei en de ontwikkeling van de infrastructuur in de afgelopen jaren is verslechterd doordat de Chinese regering een breed scala van mensenrechten beperkt onder het mom van veiligheid en stabiliteit, en doordat zij de Tibetaanse identiteit en cultuur blijft aanvallen; overwegende dat de bewakings- en controlemaatregelen de afgelopen jaren zijn verscherpt en het aantal gevallen van willekeurige detentie, foltering en mishandeling is toegenomen; overwegende dat de Chinese regering in Tibet een sfeer van onbegrensd staatsgezag heeft gecreëerd, waar overal angst voelbaar is en elk aspect van het openbaar en privéleven aan verstikkende controle en regels onderhevig is; overwegende dat in Tibet elke niet-gewelddadige uiting van protest tegen of kritiek op het overheidsbeleid met betrekking tot etnische of religieuze minderheden kan worden beschouwd als een streven naar afscheiding en daarom strafbaar is; overwegende dat de toegang van buitenlanders tot de Tibetaanse Autonome Regio thans meer dan ooit wordt ingeperkt, ook van EU-burgers en met name van journalisten, diplomaten en andere onafhankelijke waarnemers, en dat de toegang van EU-burgers met een Tibetaanse achtergrond nog moeilijker is; overwegende dat er de afgelopen jaren geen vooruitgang is geboekt bij het oplossen van de Tibetaanse crisis, aangezien de laatste ronde in het vredesoverleg plaatsvond in 2010; overwegende dat door de verslechtering van de humanitaire situatie in Tibet het aantal gevallen van zelfverbranding sinds 2009 is opgelopen tot in totaal 156;

U.  overwegende dat de staatsraad van de Volksrepubliek China op 10 juni 2014 een witboek heeft uitgebracht over de praktijk van het Eén Land, Twee Systemen-beleid in Hongkong, waarin wordt benadrukt dat de autonomie van de bijzondere administratieve regio (SAR) Hongkong uiteindelijk afhankelijk is van de toestemming van de centrale regering van de Volksrepubliek China; overwegende dat de bevolking van Hongkong de afgelopen jaren getuige is geweest van massale manifestaties voor democratie, mediavrijheid en de volledige tenuitvoerlegging van de Basiswet; overwegende dat de traditioneel open samenleving van Hongkong het pad heeft geëffend voor de ontwikkeling van een echt en onafhankelijk maatschappelijk middenveld dat actief en constructief deelneemt aan het openbare leven in de SAR;

V.  overwegende dat de tegengestelde politieke ontwikkelingen in de Volksrepubliek China en Taiwan, met een steeds autoritairder en nationalistischer eenpartijstelsel aan de ene zijde en een meerpartijendemocratie aan de andere zijde, het gevaar van een escalatie van de betrekkingen tussen beide landen doet toenemen; overwegende dat de EU vasthoudt aan haar "één-China-beleid" wat betreft Taiwan en steun geeft aan het "één land, twee systemen"-beginsel voor Hongkong;

W.  overwegende dat China en de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN) na drie jaar van discussie in augustus 2017 overeenstemming hebben bereikt over een kader van één pagina dat als grondslag moet dienen voor de toekomstige besprekingen over een gedragscode voor alle partijen in de Zuid-Chinese Zee; overwegende dat de betwiste landwinning door China op de Spratly-eilanden grotendeels is voltooid maar het afgelopen jaar op de noordelijker gelegen Paracel-eilanden werd voortgezet;

X.  overwegende dat ook China een steeds actievere en belangrijkere externe speler wordt in het Midden-Oosten, vanwege zijn economische, veiligheids- en geopolitieke belangen;

Y.  overwegende dat China steeds meer officiële ontwikkelingshulp (ODA) verstrekt en zich opwerpt als een belangrijke speler in het ontwikkelingsbeleid, waaraan het hoogst noodzakelijke stimulansen biedt, maar tegelijkertijd aanleiding geeft tot bezorgdheid over het lokaal eigenaarschap van projecten;

Z.  overwegende dat de aanwezigheid van China en zijn investeringen in Afrika sterk zijn toegenomen, hetgeen heeft geleid tot de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, vaak zonder raadpleging van de lokale bevolking;

1.  verklaart andermaal dat het brede strategische partnerschap EU-China één van de belangrijkste partnerschappen voor de EU is en dat er nog veel meer potentieel is om dit partnerschap verder uit te diepen en om op het internationale toneel meer samen te werken; onderstreept het belang van versterkte samenwerking en coördinatie bij de mondiale governance en binnen de internationale instellingen, met name op het niveau van de VN en de G20; benadrukt dat de EU in de context van een complexe, gemondialiseerde en multipolaire wereld, waarin China een significante economische en politieke speler is geworden, kansen moet blijven vinden voor een constructieve dialoog en samenwerking en alle noodzakelijke hervormingen op gebieden van gemeenschappelijk belang moet bevorderen; herinnert China aan zijn internationale verplichtingen en verantwoordelijkheden om bij te dragen tot de vrede en de mondiale veiligheid, als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad;

2.  herinnert eraan dat het brede strategische partnerschap tussen de EU en China gegrondvest is op een gedeelde verbintenis tot openheid en samenwerking als onderdeel van een op regels gebaseerd internationaal bestel; benadrukt dat beide zijden zich hebben verbonden tot de totstandbrenging van een transparant, rechtvaardig en billijk systeem van mondiale governance, met gedeelde verantwoordelijkheid voor de bevordering van vrede, welvaart en duurzame ontwikkeling; herinnert eraan dat de EU in haar betrekkingen met China principieel, praktisch en pragmatisch moet zijn en haar belangen en waarden trouw moet blijven; merkt met bezorgdheid op dat door het toegenomen economische en politieke gewicht van China in de wereld gedurende de afgelopen tien jaar de gedeelde verbintenissen die de kern uitmaken van de betrekkingen tussen de EU en China, op de proef worden gesteld; onderstreept de verantwoordelijkheid van China als mondiale mogendheid, en vraagt de autoriteiten te waarborgen dat het internationale recht, de democratie, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden onder alle omstandigheden in acht worden genomen, in overeenstemming met het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere internationale mensenrechteninstrumenten die China ondertekend of geratificeerd heeft; doet een beroep op de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie om ervoor te zorgen dat de samenwerking tussen de EU en China stoelt op de rechtsstaat, het universele karakter van de mensenrechten, op de door beide zijden aangegane internationale verbintenissen op het gebied van de mensenrechten en op de toezegging te zullen streven naar de hoogste norm voor bescherming van de mensenrechten; benadrukt dat wederkerigheid, een gelijk speelveld en eerlijke concurrentie op alle gebieden van samenwerking moeten worden versterkt;

3.  benadrukt dat de aanpak van mondiale en regionale uitdagingen zoals veiligheid, ontwapening, non-proliferatie, terrorismebestrijding en cyberspace, samenwerking voor vrede, klimaatverandering, energie, oceanen, hulpbronnenefficiëntie, ontbossing, handel in wilde dieren, migratie, wereldwijde gezondheid, ontwikkeling alsmede de strijd tegen de vernietiging van cultureel erfgoed en het roven en verhandelen van illegale antieke voorwerpen, een echt partnerschap tussen de EU en China vereist; verzoekt de EU met klem in te spelen op de toezegging van China om mondiale problemen zoals de klimaatverandering te zullen aanpakken en ervoor te zorgen dat de succesvolle samenwerking met China – dat een van de grootste bijdragers aan de VN-begroting is en ook in steeds sterkere mate bijdraagt aan de troepenmacht voor vredeshandhavingsoperaties van de VN – bij vredeshandhaving wordt uitgebreid tot andere gebieden van gezamenlijk belang en dat daarbij tegelijkertijd multilateralisme wordt bevorderd evenals een mondiale governance gebaseerd op eerbiediging van het internationaal recht, waaronder het internationaal humanitair recht en de mensenrechtenwetgeving; is in dit opzicht verheugd over de succesvolle samenwerking bij piraterijbestrijding in de Golf van Aden sinds 2011; roept de EU en de lidstaten op de economische en politieke belangen van de EU op proactieve wijze te bevorderen en de Europese waarden en beginselen te verdedigen; benadrukt dat multilateralisme een van de kernwaarden van de EU is als het gaat om mondiale governance en dat dit actief moet worden beschermd in de betrekkingen met China;

4.  merkt op dat de gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger en de Commissie getiteld "Elementen voor een nieuwe EU-strategie ten aanzien van China", samen met de conclusies van de Raad van 18 juli 2016 het beleidskader vormt voor de EU-benadering ten aanzien van China in de komende jaren;

5.  onderstreept dat de Raad heeft geconcludeerd dat de lidstaten, de hoge vertegenwoordiger en de Commissie bij het onderhouden van hun betrekkingen met China zullen samenwerken om te zorgen voor samenhang met de EU-wet- en regelgeving en met het EU-beleid, en dat de uiteindelijke resultaten ervan de hele EU ten goede zullen komen;

6.  herinnert eraan dat nu China blijft groeien en steeds sterker integreert in de mondiale economie overeenkomstig zijn in 2001 aangekondigd "go out"-beleid, het zal proberen de meer toegang tot de Europese markt voor Chinese goederen en diensten en tot technologie en knowhow te krijgen teneinde steun te kunnen te geven aan plannen als "Made in China 2025" en zijn politieke en diplomatiek invloed in Europa te vergroten; benadrukt dat deze ambitie met name in de nasleep van de mondiale financiële crisis van 2008 nog sterker is geworden en een nieuwe dynamiek in de betrekkingen tussen de EU en China tot stand heeft gebracht;

7.  spoort de lidstaten die aan het 16 +1-formaat deelnemen aan te waarborgen dat hun deelname aan dit formaat de EU in staat stelt met één stem te spreken in haar betrekkingen met China; doet een beroep op deze lidstaten om een gedegen analyse en toetsing van de voorgestelde infrastructuurprojecten te verrichten en alle belanghebbenden daarbij te betrekken, en ervoor te zorgen dat de nationale en Europese belangen niet in gevaar worden gebracht in ruil voor financiële steun op korte termijn en langetermijntoezeggingen inzake Chinese betrokkenheid bij strategische infrastructuurprojecten en mogelijk grotere politieke invloed, waardoor de gemeenschappelijke standpunten van de EU over China zouden worden ondermijnd; is zich bewust van de toenemende invloed die China op de infrastructuur en markten van de kandidaatlanden voor toetreding uitoefent; onderstreept dat het formaat blijk moet geven van transparantie door de EU-instellingen uit te nodigen voor zijn vergaderingen en hen volledig op de hoogte te houden van zijn activiteiten om ervoor te zorgen dat de relevante aspecten aansluiten bij het EU-beleid en de EU-wetgeving en alle partijen wederzijdse mogelijkheden en voordelen bieden;

8.  neemt nota van het feit dat China geïnteresseerd is in investeringen in strategische infrastructuur in Europa; komt tot de conclusie dat de Chinese regering het BRI gebruikt als een zeer efficiënt discours voor onderdelen van zijn buitenlands beleid en dat de publieksdiplomatieke inspanningen van de EU in het licht van deze ontwikkeling moeten worden geïntensiveerd; ondersteunt de oproep aan het adres van China om zich te houden aan de beginselen van transparantie bij overheidsopdrachten en aan de sociale en milieunormen; roept alle EU-lidstaten op om steun te geven aan de publieksdiplomatieke respons van de EU; stelt voor de gegevens over alle Chinese infrastructuurinvesteringen in EU-lidstaten en in landen die onderhandelen over toetreding tot de EU, met de EU-instellingen en andere lidstaten te delen; wijst erop dat dergelijke investeringen deel uitmaken van een algehele strategie om ervoor te zorgen dat door de Chinese staat gecontroleerde of gefinancierde bedrijven de controle over banken en de energiesector alsmede over toeleveringsketens krijgen; onderstreept de zes voornaamste uitdagingen van het BRI: een multilaterale benadering van de BRI-governance; inzet van heel weinig lokale arbeidskrachten, zeer beperkte betrokkenheid van aannemers in het ontvangende land en het derde land (bij ongeveer 86 % van de BRI-projecten is sprake van Chinese aannemers), uit China ingevoerde bouwmaterialen en apparatuur, gebrek aan transparantie bij de aanbesteding en mogelijk toepassing van Chinese normen in plaats van internationale normen; dringt erop aan dat in het BRI waarborgen voor de mensenrechten worden opgenomen en acht het van het allergrootste belang dat er synergieën en projecten worden ontwikkeld op basis van volledige transparantie en met betrokkenheid van alle belanghebbenden en overeenkomstig de EU-wetgeving, en dat het BRI tegelijkertijd EU-beleidsmaatregelen en -projecten aanvult, zodat er voordelen voor alle landen langs de geplande routes worden gegenereerd; is ingenomen met de invoering van het connectiviteitsplatform EU-China, waarmee samenwerking bij de vervoersinfrastructuur op heel het Euraziatisch vasteland wordt bevorderd; merkt met voldoening op dat er meerdere infrastructuurprojecten zijn vastgesteld en onderstreept dat projecten moeten worden uitgevoerd op basis van fundamentele beginselen zoals de bevordering van in economisch, sociaal en ecologisch opzicht duurzame projecten, geografisch evenwicht en een gelijk speelveld voor investeerders en projectontwikkelaars, evenals transparantie;

9.  acht het positief dat het EU-beleid ten aanzien van China deel uitmaakt van een volwaardige beleidsaanpak ten aanzien van de regio Azië/Stille Oceaan, waarbij ten volle gebruik wordt gemaakt van en rekening wordt gehouden met de nauwe betrekkingen tussen de EU en partners als de Verenigde Staten, Japan, Zuid-Korea, de ASEAN-landen, Australië en Nieuw-Zeeland;

10.  benadrukt dat samenwerking tussen de EU en China de mens sterker in het middelpunt moet plaatsen en de burgers meer reële voordelen moet bieden om wederzijds vertrouwen en begrip te kunnen opbouwen; roept de EU en China op om de beloften die zij ter gelegenheid van de vierde intermenselijke dialoog op hoog niveau tussen de EU en China in 2017 hebben gedaan, gestand te doen en meer intermenselijke interactie te bevorderen door bijvoorbeeld de culturele samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding, jongeren en gendergelijkheid te intensiveren en te zorgen voor meer gezamenlijke initiatieven ten behoeve van rechtstreekse menselijke contacten;

11.  vestigt de aandacht op de noodzaak meer steun te geven aan in Europa verblijvende Chinese studenten en academici, zodat deze minder gevoelig zijn voor druk van de kant van de Chinese autoriteiten die hen ertoe aan willen zetten elkaar te controleren en instrumenten te worden in handen van de Chinese staat, en op het feit dat de substantiële financiële middelen die China aan academische instellingen in heel Europa geeft, nauwlettend in het oog moeten worden gehouden;

12.  verwelkomt de resultaten van de vierde intermenselijke dialoog op hoog niveau tussen de EU en China die op 13 en 14 november 2017 in Shanghai plaatsvond; benadrukt dat de intermenselijke dialoog op hoog niveau een bijdrage moet leveren aan het opbouwen van wederzijds vertrouwen en het consolideren van intercultureel begrip tussen de EU en China;

13.  is ingenomen met het Toerismejaar EU-China 2018; onderstreept dat dit, afgezien van zijn economische betekenis, een mooi voorbeeld is van culturele diplomatie van de EU in het kader van het strategisch partnerschap van de EU met China, en dat dit tevens een middel is om een beter begrip te ontwikkelen tussen de Europese en de Chinese bevolking; onderstreept dat het Toerismejaar EU-China 2018 samenvalt met het Europees Jaar van het culturele erfgoed en dat een steeds groter aantal Chinese toeristen hoge waarde toekent aan de culturele rijkdom van Europa;

14.  doet een beroep op de EU-lidstaten om hun samenwerking en eenheid inzake hun beleid jegens China snel en vastberaden te vergroten, waaronder in VN-fora, gezien het feit dat de EU er in de VN-Mensenrechtenraad van juni 2017 in Genève voor de eerste keer niet in slaagde om een gemeenschappelijke verklaring af te leggen over de staat van dienst van China op het gebied van de mensenrechten; dringt er ten stelligste op aan te profiteren van de sterkere collectieve onderhandelingspositie van Europa ten opzichte van China en dat Europa zijn democratieën beschermt om beter weerstand te kunnen bieden aan de systematische pogingen van China om invloed uit te oefenen op politici en het maatschappelijk middenveld teneinde een publieke opinie te creëren die gunstiger is voor de strategische belangen van China; doet in dat verband een beroep op de grotere lidstaten om in de betrekkingen met China heel hun politiek en economisch gewicht in de schaal te leggen om de belangen van de EU te behartigen; is bezorgd dat China tevens tracht de academische en onderwijsinstellingen en hun lesprogramma's te beïnvloeden; stelt voor dat de EU en de lidstaten hooggekwalificeerde Europese denktanks over China steunen om de beschikbaarheid van onafhankelijk deskundig advies voor strategische richtsnoeren en besluitvorming te waarborgen;

15.  onderstreept dat de bevordering van de mensenrechten en de rechtsstaat een essentieel onderdeel moet blijven van de betrekkingen van de EU met China; veroordeelt onomwonden de huidige intimidatie, willekeurige arrestatie en vervolging waarmee mensenrechtenverdedigers, advocaten, journalisten, bloggers, academici en arbeidsrechtenverdedigers en hun families, onder wie ook buitenlanders, zowel op het Chinese vasteland als in het buitenland worden geconfronteerd zonder dat zij een behoorlijk proces krijgen; onderstreept dat een levendig maatschappelijk middenveld en het werk van mensenrechtenverdedigers cruciaal zijn voor een open en welvarende maatschappij; benadrukt dat de EU krachtig moet optreden om in de context van haar betrekkingen met China volledige eerbiediging van de mensenrechten te bevorderen, en dat daarbij de klemtoon zowel moet worden gelegd op onmiddellijke resultaten, zoals beëindiging van de onderdrukking door de regering van mensenrechtenverdedigers, spelers uit het maatschappelijk middenveld en dissidenten en beëindiging van alle gerechtelijke pesterijen en intimidatie waarvan zij het slachtoffer zijn, alsmede onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, onder wie EU-burgers, als op doelstellingen voor de middellange en lange termijn, zoals juridische en beleidshervormingen overeenkomstig de internationale mensenrechtenwetgeving, en dat de EU een strategie moet ontwikkelen, uitvoeren en voortdurend aanpassen om de zichtbaarheid van het EU-optreden ten behoeve van de mensenrechten in China te handhaven, waaronder een strategie voor openbare communicatie; onderstreept dat diplomaten van de EU en de lidstaten niet tegengehouden of gehinderd mogen worden wanneer zij de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers ten uitvoer leggen; benadrukt dat de EU prioriteit moet geven aan de bescherming en ondersteuning van mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen;

16.  doet een beroep op de EU en de lidstaten om een door meer ambitie, eenheid en transparantie gekenmerkt beleid met betrekking tot de mensenrechten in China te voeren en te zorgen voor een substantiële raadpleging en participatie van het maatschappelijk middenveld, met name in de aanloop naar bijeenkomsten op hoog niveau en mensenrechtendialogen; onderstreept dat de EU tijdens de 35e besprekingsronde in het kader van de mensenrechtendialoog tussen de EU en China met klem heeft gewezen op de verslechterende situatie van de politieke en burgerrechten in China zoals beperkingen op de vrijheid van meningsuiting; roept China op werk te maken van de in de mensenrechtendialoog aan de orde gestelde vraagstukken, zijn internationale verplichtingen na te komen en zijn eigen grondwettelijke waarborgen inzake de naleving van de rechtsstaat te eerbiedigen; dringt aan op het handhaven van een regelmatige en resultaatgerichte mensenrechtendialoog op hoog niveau; is bezorgd over het feit dat de evaluaties van de mensenrechtendialogen met China nooit openbaar zijn gemaakt en nooit zijn opengesteld voor onafhankelijke groepen uit China; verzoekt de EU om duidelijke benchmarks voor vooruitgang vast te stellen, meer transparantie te verzekeren en onafhankelijke Chinese stemmen bij de discussie te betrekken; spoort de EU en de lidstaten aan een openbare inventarisatie te maken van alle vormen van intimidatie met betrekking tot visa (vertraagde of geweigerde visumafgifte/toegang zonder opgave van redenen en door de Chinese autoriteiten uitgeoefende druk tijdens de aanvraagprocedure in de vorm van "interviews" met anoniem blijvende Chinese gesprekspartners) voor academici, journalisten of leden van middenveldorganisaties, en hiertegen op te treden;

17.  is ernstig verontrust over de bevindingen van het rapport van de FCCC uit 2017 dat de Chinese regering haar pogingen heeft opgevoerd om de toegang van buitenlandse journalisten tot grote delen van het land te verbieden of te beperken waarbij steeds meer gebruik wordt gemaakt van de procedure voor visumverlenging om ongewenste correspondenten en nieuwsorganisaties onder druk te zetten; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan van de Chinese autoriteiten wederkerigheid bij de persvrijheid te verlangen en waarschuwt voor de druk die buitenlandse journalisten in eigen land ervaren omdat Chinese diplomaten zich tot de hoofdkantoren van mediaconcerns wenden om het werk van journalisten in het veld te bekritiseren;

18.  merkt op dat de VRC de op één na grootste handelspartner van de EU is en de EU de grootste handelspartner van de VRC; benadrukt de constante groei van de handel tussen de twee partners, maar is van mening dat de handelsbalans voor goederen onevenwichtig en in het voordeel van de VRC is; roept op tot een coöperatieve aanpak en een constructieve houding om pijnpunten effectief aan te pakken en het grote EU‑VRC-handelspotentieel te benutten; verzoekt de Commissie de samenwerking en de dialoog met de VRC te intensiveren;

19.  merkt op dat uit recent onderzoek is gebleken dat China sinds 2008 activa in Europa heeft verworven ter waarde van 318 miljard USD; merkt op dat dit cijfer geen rekening houdt met een reeks fusies, investeringen en joint ventures;

20.  merkt op dat de VRC een belangrijke speler in de wereldhandel is en dat de grote markt van het land in principe, in het bijzonder in de huidige mondiale handelssituatie, een uitgelezen kans kan zijn voor de EU en voor Europese bedrijven; brengt in herinnering dat Chinese bedrijven, waaronder staatsbedrijven, profiteren van zeer open markten in de EU; erkent de uitstekende resultaten die de VRC de afgelopen veertig jaar heeft geboekt door honderden miljoenen burgers uit de armoede te verheffen;

21.  wijst erop dat uitgaande buitenlandse directe investeringen (BDI) van de EU in de VRC sinds 2012 gestaag zijn gedaald, met name in de traditionele productiesector, met een parallelle toename van investeringen in hightechdiensten, openbare diensten, landbouwdiensten en bouwdiensten, terwijl de investeringen van de VRC in de EU de afgelopen jaren exponentieel zijn toegenomen; erkent dat de VRC sinds 2016 een netto investeerder in de EU is geworden; neemt er nota van dat in 2017 68 % van de Chinese investeringen in Europa afkomstig was van staatsbedrijven; is bezorgd over door de staat opgezette acquisities die Europese strategische belangen, doelstellingen van openbare veiligheid, concurrentievermogen en werkgelegenheid kunnen belemmeren;

22.  is verheugd over het voorstel van de Commissie over een screeningmechanisme voor BDI op het gebied van veiligheid en openbare orde, als een van de manieren van de EU om zich aan te passen aan de veranderende mondiale omgeving, zonder zich specifiek te richten op een van de internationale handelspartners van de EU; waarschuwt dat het mechanisme niet tot vermomd protectionisme mag leiden; roept evenwel op tot de snelle aanneming ervan;

23.  is ingenomen met de toezeggingen van president Xi Jinping om de Chinese markt verder open te stellen voor buitenlandse investeerders en de investeringsomgeving te verbeteren, de herziening van de negatieve lijst betreffende buitenlandse investeringen te voltooien en de beperkingen voor Europese bedrijven weg te nemen, en om de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten te versterken en een gelijk speelveld te creëren door de markt van de VRC transparanter en beter gereglementeerd te maken; roept op tot de naleving van deze toezeggingen;

24.  herhaalt dat alle discriminerende praktijken tegen buitenlandse investeerders moeten worden gestaakt; brengt in dit verband in herinnering dat deze hervormingen zowel Chinese als Europese bedrijven tot voordeel strekken, met name micro-, kleine en middelgrote ondernemingen;

25.  dringt er bij de Commissie op aan de nieuwe algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van de Unie te promoten als gouden standaard in haar handelsbetrekkingen met China; wijst op de noodzaak van een systematische dialoog met China en andere partners in de WTO over regelgevingsvereisten in verband met de digitalisering van onze economieën en de vele en diverse gevolgen daarvan voor: de handel, productieketens, grensoverschrijdende digitale diensten, 3D-printen, consumptiepatronen, betalingen, belastingen, de bescherming van persoonsgegevens, kwesties inzake eigendomsrecht, de levering en bescherming van audiovisuele diensten, de media en contacten tussen mensen onderling;

26.  roept de VRC ertoe op het proces van aansluiting bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de WTO te versnellen en een voorstel tot toetreding in te dienen, zodat Europese ondernemingen een toegang tot haar markt krijgen die gelijkwaardig is aan de toegang die Chinese ondernemingen al hebben in de EU; betreurt dat de Chinese markt voor overheidsopdrachten grotendeels gesloten blijft voor buitenlandse leveranciers en dat Europese bedrijven last hebben van discriminatie en gebrek aan toegang tot de Chinese markt; roept de VRC op om Europese bedrijven en werknemers op niet-discriminerende wijze toegang tot overheidsopdrachten te verlenen; dringt er bij de Raad op aan het instrument voor internationale aanbestedingen onverwijld goed te keuren; roept de Commissie op waakzaam te zijn en indien nodig actie te ondernemen tegen opdrachten die worden gegund aan buitenlandse bedrijven die worden verdacht van dumpingpraktijken;

27.  vraagt om gecoördineerde samenwerking met de VRC inzake het "Gordel- en Weginitiatief" op basis van wederkerigheid, duurzame ontwikkeling, goed bestuur en open en transparante regels, in het bijzonder met betrekking tot openbare aanbestedingen; betreurt in dit verband dat het memorandum van overeenstemming dat is ondertekend door het Europees Investeringsfonds en het Zijderoutefonds van de VRC, en het memorandum dat is ondertekend door de Europese Investeringsbank (EIB), de Aziatische Ontwikkelingsbank, de Aziatische Investeringsbank voor infrastructuur, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, en de Wereldbank, de bedrijfsomgeving voor Europese bedrijven en werknemers nog niet hebben verbeterd; betreurt de afwezigheid van professionele duurzame effectbeoordelingen bij veel projecten die verband houden met het "Gordel- en Weginitiatief" en benadrukt het belang van de kwaliteit van investeringen, met name wat betreft een positief werkgelegenheidseffect, arbeidsrechten, milieubewuste productie en beteugeling van de klimaatverandering, overeenkomstig de normen voor multilateraal beheer en de internationale normen;

28.  steunt de lopende onderhandelingen over een brede investeringsovereenkomst tussen de EU en de VRC die in 2013 zijn begonnen, en nodigt de VRC uit om actiever aan dat proces deel te nemen; roept beide partijen op hun inspanningen te vernieuwen om vooruitgang te boeken in de onderhandelingen, die als doel hebben om een daadwerkelijk gelijk speelveld voor Europese bedrijven en werknemers tot stand te brengen en om wederkerigheid op het vlak van toegang tot de markt te waarborgen, waarbij gestreefd wordt naar specifieke bepalingen over kmo's en openbare aanbestedingen; roept beide partijen er bovendien toe op de gelegenheid die de investeringsovereenkomst biedt, te benutten om hun samenwerking op het gebied van milieu- en arbeidsrechten te verhogen en een hoofdstuk betreffende duurzame ontwikkeling in de tekst op te nemen;

29.  brengt in herinnering dat EU-bedrijven te maken hebben met een toenemend aantal beperkende maatregelen op het gebied van toegang tot de markt in de VRC, als gevolg van joint-ventureverplichtingen in verschillende industriesectoren en verdere discriminerende technische vereisten, waaronder gedwongen gegevenslokalisatie en openbaarmaking van broncodes, en regels voor bedrijven die in buitenlandse handen zijn; is in dit verband verheugd over de Mededeling betreffende maatregelen voor de promotie van verdere openheid en actief gebruik van buitenlandse investeringen, die in 2017 door de Staatsraad van de VRC is afgegeven, maar betreurt het ontbreken van een tijdlijn om deze doelen te bereiken; dringt er daarom bij de Chinese autoriteiten op aan om deze toezeggingen snel inhoud te geven;

30.  dringt er bij de EU en de lidstaten alsmede China op aan de samenwerking te intensiveren om circulaire economieën op te bouwen, aangezien deze urgente noodzaak nog zichtbaarder is geworden na het legitieme besluit van China om de invoer van plastic afval uit Europa te verbieden; dringt er bij beide partners op aan de economische en technologische samenwerking te versterken om te voorkomen dat wereldwijde productieketens, handel en vervoer, en toerismediensten leiden tot een onaanvaardbare toename van plasticvervuiling in onze oceanen;

31.  vraagt de VRC te streven naar een verantwoordelijke rol op het wereldtoneel, met volledig besef van de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit zijn economische aanwezigheid en zijn activiteiten in derde landen en op de wereldmarkt, onder andere door het verlenen van actieve steun aan het multilaterale op regels gebaseerde handelssysteem en de WTO; is van mening dat, in de huidige context van wereldwijde waardeketens, toenemende spanningen op het gebied van de internationale handel moeten worden opgelost door middel van onderhandelingen, en herhaalt dat naar multilaterale oplossingen moet worden gestreefd; roept in dit verband op tot de naleving van de in het protocol betreffende de toetreding van de VRC tot de WTO opgenomen verplichtingen en de bescherming van de operationele mechanismen ervan; benadrukt de uit WTO-overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen op het gebied van kennisgeving en transparantie met betrekking tot subsidies en uit zijn bezorgdheid over de huidige praktijk van directe of indirecte subsidiëring van Chinese bedrijven; roept op tot coördinatie met belangrijke handelspartners van de EU met het oog op gezamenlijke inspanningen en acties om door de staat veroorzaakte marktverstoringen die van invloed zijn op de wereldhandel, aan te pakken en weg te nemen;

32.  betreurt dat de VRC, ondanks de voltooiing van de procedure voor de hervorming van de Europese rekenmethode voor antidumpingheffingen, zijn zaak tegen de EU bij de WTO-beroepsinstantie nog niet heeft ingetrokken;

33.  is bezorgd over de escalerende tariefmaatregelen die worden genomen door China en de Verenigde Staten;

34.  uit zijn bezorgdheid over het aantal beperkingen dat Europese ondernemingen, in het bijzonder mkmo's, nog steeds ondervinden in de VRC, waaronder de buitenlandse investeringscatalogus 2017 en de negatieve lijst van de vrijhandelszone 2017, evenals in sectoren die onder het "Made in China 2025"-plan vallen; roept op tot een snelle vermindering van deze beperkingen om volledig te kunnen profiteren van het potentieel van samenwerking en synergie tussen industrie 4.0-regelingen in Europa en de "Made in China 2025"-strategie, gezien de noodzaak om onze productiesectoren te herstructureren in de richting van slimme productie, waaronder samenwerking bij de ontwikkeling en definitie van respectieve industrienormen in multilaterale fora; herinnert aan het belang om overheidssubsidies in de VRC te verminderen;

35.  dringt er bij de VRC op aan te stoppen met de praktijk om markttoegang steeds meer af te laten hangen van verplichte technologieoverdracht, zoals wordt gesteld in de standpuntnota inzake China van 2017 van de Kamer van Koophandel van de Europese Unie in China;

36.  dringt aan op de hervatting van onderhandelingen over de Overeenkomst inzake milieugoederen, voortbouwend op de vruchtbare samenwerking tussen de EU en de VRC bij de bestrijding van klimaatverandering en de sterke gezamenlijke inzet voor de tenuitvoerlegging van het Akkoord van Parijs; benadrukt het handelspotentieel van technologische samenwerking op het gebied van schone technologieën;

37.  neemt met bezorgdheid kennis van de conclusies van het verslag van de Commissie over de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in derde landen, waaruit blijkt dat de VRC het grootste punt van zorg is; herhaalt de noodzaak om bescherming van de Europese kenniseconomie te waarborgen; dringt er bij China op aan om het ongeoorloofde gebruik van Europese licenties door Chinese ondernemingen te bestrijden;

38.  roept de Commissie op toe te zien op de aanwezigheid van de Europese Unie bij de Chinese internationale invoerbeurs die in november 2018 wordt gehouden in Shanghai, en om in het bijzonder kmo's de kans te bieden zich te presenteren; dringt er bij de Commissie op aan in contact te treden met kamers van koophandel, met name in lidstaten die momenteel minder betrokken zijn bij de handel met China, om deze kans te promoten;

39.  maakt zich zorgen over de overheidsmaatregelen van de VRC die hebben geleid tot verstoring van de handel, waaronder de industriële overcapaciteit in grondstoffensectoren, met inbegrip van onder andere de Chinese staal- en aluminiumindustrie; herhaalt de toezeggingen die zijn gedaan tijdens de eerste bijeenkomst op ministerieel niveau van het Mondiaal forum over de overcapaciteit van staal in 2017 om af te zien van marktwerkingverstorende subsidies, maar betreurt het dat de Chinese delegatie er niet in is geslaagd om gegevens met betrekking tot capaciteit te verstrekken; roept de VRC op haar toezegging na te komen om gegevens te identificeren en openbaar te maken over zijn subsidies en steunmaatregelen aan de staal- en aluminiumindustrie; erkent het verband tussen wereldwijde industriële overcapaciteit en de toename van protectionistische handelsmaatregelen en blijft oproepen tot multilaterale samenwerking om de structurele bezorgdheid over overcapaciteit weg te nemen; is verheugd over de voorgestelde tripartiete actie van de VS, Japan en de EU op WTO-niveau;

40.  benadrukt het belang van een ambitieuze overeenkomst tussen de EU en de VRC inzake geografische aanduidingen uitgaande van de hoogste internationale normen, en is verheugd over de gezamenlijke aankondiging die de EU en de VRC in 2017 hebben gedaan betreffende de lijst met 200 Chinese en Europese geografische aanduidingen, over de bescherming waarvan zal worden onderhandeld; is echter van mening dat, gelet op het feit dat de onderhandelingen in 2010 gestart zijn, de lijst een zeer bescheiden resultaat vormt, en betreurt het gebrek aan vooruitgang in dit opzicht; roep op tot een snelle afsluiting van de onderhandelingen en spoort beide partijen aan om de komende top van de EU en de VRC als een goede gelegenheid te beschouwen om daadwerkelijk vooruitgang op dit gebied te boeken; herinnert aan de noodzaak om verder samen te werken op het gebied van sanitaire en fytosanitaire maatregelen om de lasten voor exporteurs uit de EU te verminderen;

41.  is verheugd over het besluit van China om de invoering van nieuwe certificeringen voor ingevoerde levensmiddelen en dranken, waardoor de invoer van levensmiddelen vanuit de EU aanzienlijk zou zijn verminderd, met een jaar uit te stellen; is tevens verheugd over het uitstel van de invoering van de nieuwe normen voor elektrische voertuigen, en roept op tot een daadwerkelijke dialoog en meer coördinatie met betrekking tot dergelijke initiatieven;

42.  pleit voor een gezamenlijk initiatief van de EU en de Chinese regering in het kader van de G20 voor de oprichting van een mondiaal forum over de overcapaciteit van aluminium, met een mandaat om de gehele waardeketen van de bauxiet-, aluminiumoxide- en aluminiumindustrie, met inbegrip van grondstofprijzen en milieuaspecten, te bespreken;

43.  dringt er bij de Commissie op aan Chinese handelsverstorende maatregelen die van invloed zijn op de positie van Europese bedrijven op de wereldmarkten, actief te volgen en passende actie te ondernemen in de WTO en in andere fora, waaronder door middel van geschillenbeslechting;

44.  wijst erop dat er een nieuwe Chinese wet betreffende buitenlandse investeringen wordt opgesteld; dringt er bij de betrokken Chinese partijen met klem op aan om te streven naar transparantie, verantwoordelijkheid, voorspelbaarheid en rechtszekerheid, en rekening te houden met de voorstellen en verwachtingen van de huidige dialoog tussen de EU en China over handels- en investeringsbetrekkingen;

45.  uit zijn bezorgdheid over de nieuwe wet betreffende cyberveiligheid, die onder andere nieuwe regelgevende belemmeringen bevat voor buitenlandse bedrijven die telecommunicatie en IT‑apparatuur en ‑diensten verkopen; betreurt dat dergelijke kort geleden aangenomen maatregelen, naast de oprichting van groepen van de Chinese communistische partij binnen particuliere ondernemingen, waaronder buitenlandse firma's, en maatregelen zoals de wet inzake non‑gouvernementele organisaties, de algemene bedrijfsomgeving in de VRC vijandiger maken voor buitenlandse en private marktdeelnemers;

46.  merkt op dat in 2016 het bankenstelsel van de VRC dat van de eurozone voorbijstreefde als het grootste bankenstelsel ter wereld; dringt er bij de VRC op aan om buitenlandse bankbedrijven toe te staan op gelijke voet te concurreren met binnenlandse instellingen, en om met de EU samen te werken op het gebied van financiële regulering; is verheugd over het besluit van de VRC om de tarieven op 187 consumentengoederen te schrappen en het plafond op buitenlandse eigendom voor banken te verwijderen;

47.  herinnert aan zijn verslag uit 2015 betreffende de betrekkingen tussen de EU en de VRC, waarin werd opgeroepen tot het starten van onderhandelingen over een bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomst met Taiwan; wijst erop dat de Commissie meer dan eens de start van onderhandelingen over investeringen met Hongkong en Taiwan heeft aangekondigd, maar betreurt dat tot dusver geen onderhandelingen zijn gestart; spreekt opnieuw zijn steun uit voor een bilaterale investeringsovereenkomst met Taiwan en Hongkong; erkent dat beide partners ook kunnen dienen als toegangspoort tot het Chinese vasteland voor bedrijven uit de EU;

48.  dringt er bij de Commissie op aan samen te werken met de lidstaten en onder raadpleging van het Parlement een verenigd Europees standpunt en gemeenschappelijke economische strategie ten aanzien van de VRC te formuleren; dringt er bij alle lidstaten op aan zich consequent aan deze strategie te houden;

49.  benadrukt de mogelijke gevolgen van het voorgestelde sociale kredietsysteem voor het bedrijfsklimaat, en dringt aan op de tenuitvoerlegging ervan op een transparante, billijke en onpartijdige wijze;

50.  is verheugd over de vooruitgang die in de EU geboekt is betreffende Verordening (EU) 2017/821 betreffende verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden, en vergelijkbare wetgeving inzake conflictmineralen in China waarmee moet worden gewaarborgd dat de handel in deze mineralen niet ter financiering van gewapende conflicten dient; benadrukt dat moet worden voorkomen dat conflictmaterialen in onze mobiele telefoons, auto's en juwelen worden verwerkt; roept zowel de Commissie als de Chinese regering ertoe op gestructureerde samenwerking op te zetten om de tenuitvoerlegging van de nieuwe wetgeving te ondersteunen en om op doeltreffende wijze te voorkomen dat wereldwijde, Chinese en Europese smelterijen en raffinaderijen conflictmineralen gebruiken, om mijnwerkers, waaronder kinderen, te beschermen tegen uitbuiting en om Europese en Chinese bedrijven te verplichten ervoor te zorgen dat zij deze mineralen en metalen uitsluitend vanuit verantwoorde bronnen invoeren;

51.  constateert dat president en secretaris-generaal Xi Jinping op het 19e partijcongres in oktober 2017 en tijdens de laatste zitting van het Nationale Volkscongres zijn machtspositie binnen de partij heeft versterkt door het pad te effenen voor een onbeperkte verlenging van zijn ambtstermijn, en de controle van de partijorganen over het staatsapparaat en de economie heeft versterkt door onder meer partijcellen op te richten in buitenlandse ondernemingen; neemt er nota van dat de hervorming van het politieke bestel van de VRC vergezeld gaat van een verdere verlegging van de politieke focus naar een beleid dat gebaseerd is op nauwlettende controle op alle terreinen;

52.  onderstreept dat de oprichting van de Nationale Commissie van toezicht, wier wettelijke status dezelfde is als die van de rechterlijke macht en de openbaar aanklager, de meest drastische stap is in de richting van een samensmelting van partij- en staatstaken, aangezien hierdoor een toezichthoudend staatsorgaan in het leven is geroepen dat bevelen ontvangt van en kantoren en personeelsleden deelt met het interne centrale disciplinaire comité van de Communistische Partij van China; is verontrust over de verregaande persoonlijke gevolgen van de uitbreiding van het partijtoezicht tot een groot aantal mensen, aangezien dit betekent dat de anticorruptiecampagne kan worden verruimd tot het vervolgen van niet alleen partijleden maar ook overheidsambtenaren, van managers van staatsbedrijven tot hoogleraren aan universiteiten en directeurs van dorpsscholen;

53.  wijst erop dat, hoewel het sociaal kredietsysteem nog in opbouw is, zwarte lijsten van personen en rechtspersonen in overtreding, alsmede "rode lijsten" van uitmuntende personen en bedrijven de kern vormen van het huidige uitvoeringsstadium, waarbij het accent ligt op het straffen van overtreders op de zwarte lijsten en het belonen van degenen die op de rode lijsten staan; merkt op dat het Chinese Opperste Volksgerechtshof begin 2017 heeft verklaard dat meer dan zes miljoen Chinese onderdanen niet meer mogen vliegen wegens sociale wandaden; verwerpt ten stelligste het publiekelijk aan de schandpaal nagelen van personen op zwarte lijsten als een integraal deel van het sociale kredietsysteem; onderstreept het belang en de noodzaak van een dialoog tussen de EU-instellingen en hun Chinese tegenhangers over alle ernstige maatschappelijke gevolgen van de huidige centrale planning en plaatselijke experimenten met het sociale kredietsysteem;

54.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de uitgebreide Chinese systemen voor toezicht op het internet en dringt aan op de aanneming van een verordening inzake afdwingbare privacyrechten; veroordeelt de voortdurende beknotting door de Chinese autoriteiten van de internetvrijheid en met name de vrijheid van toegang tot buitenlandse websites, en betreurt het beleid van zelfcensuur dat wordt toegepast door sommige in China werkzame westerse bedrijven; herinnert eraan dat acht van 's werelds 25 populairste websites in China worden geblokkeerd, met inbegrip van websites van grote IT-bedrijven;

55.  merkt op dat de verklaring van Xi over het essentieel belang van "langetermijnstabiliteit" in Xinjiang voor het welslagen van het "Gordel- en Weginitiatief" ertoe heeft geleid dat reeds lang bestaande controlestrategieën werden geïntensiveerd onder toepassing van diverse technologische innovaties en een snelle verhoging van de uitgaven voor binnenlandse veiligheid, en dat antiterreurmaatregelen worden aangewend om protest en dissidenten te criminaliseren via de toepassing van een ruime definitie van terrorisme; is bezorgd over de maatregelen die de staat neemt om een "alomvattend toezicht" op de regio te verzekeren, zoals de installatie van het elektronisch toezichtsysteem "Skynet" in grote stedelijke gebieden, de installatie van GPS-trackers in alle motorvoertuigen, het gebruik van gezichtsherkenningsscanners op controlepunten, op treinstations en bij tankstations, en het inzamelen van bloed door de politie in Xinjiang om de DNA-database van China verder uit te breiden; geeft uiting aan zijn diepste bezorgdheid over het feit dat duizenden Oeigoeren en etnische Kazakken naar politieke "heropvoedingskampen" worden gestuurd op basis van de analyse van gegevens die worden verzameld via een systeem van "preventief politietoezicht", onder meer wegens reizen naar het buitenland of veronderstelde te grote religieuze devotie; is van oordeel dat de verklaring van Xi dat het "Gordel- en Weginitiatief " ten goede zal komen aan mensen overal ter wereld, daar dit zal zijn gebaseerd op "de zijderoute-geest" van "vrede en samenwerking, openheid en inclusie", helemaal niets heeft uit te staan met de realiteit waarin de Oeigoeren en etnische Kazakken in Xinjiang verkeren; dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan degenen die naar verluidt worden vastgehouden wegens hun geloofsovertuiging of culturele praktijken en identiteiten, vrij te laten;

56.  onderstreept dat uit de institutionele en financiële versterking van de Chinese diplomatie blijkt welk een hoge prioriteit Xi Jinping toekent aan het buitenlands beleid als onderdeel van zijn visie om China tegen 2049 te veranderen in een wereldmacht; stelt vast dat uit de verschuiving van de verantwoordelijkheid voor buitenlandse zaken die tijdens de laatste zitting van het Nationale Volkscongres plaatsvond, blijkt dat het buitenlands beleid een steeds belangrijkere rol speelt in het besluitvormingsproces van de partij; onderstreept het feit dat uit de oprichting van het staatsagentschap voor internationale ontwikkelingssamenwerking blijkt hoeveel belang president Xi hecht aan het met economische middelen schragen van China's veiligheidsbelangen in de wereld, bijvoorbeeld door "meer te doen in het belang van het Gordel- en Weginitiatief"; concludeert derhalve dat China de komende vijf jaar op het internationale toneel steeds meer aanwezig en betrokken zal zijn, met diplomatieke en economische initiatieven met betrekking waartoe de EU en de lidstaten gemeenschappelijke antwoorden en strategieën moeten vinden;

57.  benadrukt dat in de Zuid- en Oost-Chinese Zee vrede en veiligheid moeten worden gewaarborgd ten behoeve van stabiliteit in de regio; onderstreept dat in deze regio vrije en veilige scheepvaart moet worden gewaarborgd voor talloze Aziatische en Europese staten; merkt op dat de structuren die gedurende het afgelopen jaar op landelementen op zowel de Spratly- als de Paracel-eilanden in de Zuid-Chinese Zee zijn opgetrokken, bestaan uit grote hangars langs een drie kilometer lange landingsbaan, bunkers voor raketlanceringsplatformen, grote ondergrondse opslagruimten, veel administratieve gebouwen, militaire storingsapparatuur en omvangrijke netwerken met hoge-frequentie- en over-the-horizon radar- en sensorsystemen, en dat dit duidt op een fase van consolidatie en verdere uitbouw van verreikende observatie- en militaire capaciteiten, terwijl de verdere militarisering van de eilanden door het plaatsen van nog modernere militaire platformen achter de hand zou kunnen worden gehouden als een mogelijke vergelding voor nieuwe gerechtelijke acties of een grotere aanwezigheid van een internationale zeemacht; vraagt China en de ASEAN om meer vaart te zetten achter het overleg over een gedragscode voor de vreedzame oplossing van geschillen en controversen in dit gebied; blijft erbij dat dit vraagstuk moet worden opgelost overeenkomstig het internationaal recht uit hoofde van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS); onderstreept dat de EU en de lidstaten als partijen bij UNCLOS de uitspraak van het arbitragetribunaal moeten aanvaarden; herhaalt zijn oproep aan China om de uitspraak van het arbitragetribunaal te aanvaarden; onderstreept dat de EU de op de rechtsstaat gebaseerde internationale orde wenst te handhaven;

58.  is zeer bezorgd over het feit dat vanaf het moment waarop Xi Jinping in 2012 aan de macht kwam, de ruimte voor het maatschappelijk middenveld aanzienlijk is gekrompen, met name in het licht van de op 1 januari 2017 in werking getreden wet inzake het beheer van buitenlandse ngo's, met inbegrip van denktanks en academische instellingen, die deze organisaties opzadelt met enorme administratieve lasten, blootstelt aan economische druk en onder de strikte controle plaatst van een met het Ministerie van Openbare Veiligheid verbonden toezichtseenheid, met alle zeer negatieve gevolgen van dien voor de werking en financiering van deze organisaties; verwacht dat Europese ngo's in China dezelfde vrijheden genieten als Chinese ngo's in de EU; vraagt de Chinese autoriteiten restrictieve wetgeving in te trekken, zoals de wet op buitenlandse ngo's, die niet strookt met het recht op vrijheid van vereniging, mening en meningsuiting;

59.  dringt erop aan dat de Chinese autoriteiten garanderen dat alle gevangenen worden behandeld overeenkomstig de internationale normen en toegang krijgen tot rechtsbijstand en medische hulp overeenkomstig het Geheel van beginselen van de VN voor de bescherming van alle personen onder enige vorm van detentie of gevangenschap;

60.  moedigt China ertoe aan om, nu de ondertekening van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten haar twintigste verjaardag nadert, dit verdrag te ratificeren en de volledige tenuitvoerlegging ervan te verzekeren, hetgeen onder meer betekent dat het land een einde moet maken aan elk misbruik en zo nodig zijn wetgeving moet aanpassen;

61.  veroordeelt het gebruik van de doodstraf en herinnert eraan dat China meer mensen heeft terechtgesteld dan alle andere landen bij elkaar en dat er in 2016 in het land ongeveer tweeduizend doodvonnissen werden voltrokken; dringt er bij China op aan duidelijkheid te geven over de omvang van de terechtstellingen in het land en te zorgen voor transparante rechtspraak; doet een beroep op de EU om haar diplomatieke inspanningen op te voeren en eerbiediging van de mensenrechten en afschaffing van de doodstraf te eisen;

62.  is ernstig bezorgd dat de hoofdmoot van de nieuwe regelingen inzake religie ertoe zal leiden dat de Chinese regering alle al dan niet toegestane religies en niet-religieuze levensbeschouwelijke verenigingen van bepaalde etiketten voorziet; onderstreept het feit dat er in China veel congregaties van huiskerken zijn die om theologische redenen weigeren toe te treden tot het door de staat toegestane Comité van de Patriottische Drie-Zelfbeweging en de Christelijke Raad; verzoekt de Chinese regering de vele huiskerken die zich willen laten registreren, toe te staan dit rechtstreeks te doen bij het regeringsdepartement voor burgerzaken, opdat hun rechten en belangen als sociale organisatie worden beschermd;

63.  dringt er bij China op aan zijn beleid in Tibet te herzien; doet een beroep op China om te zorgen voor herziening en wijziging van de in de afgelopen jaren vastgestelde wetten, regels en maatregelen waarmee zware beperkingen werden opgelegd aan Tibetanen bij de uitoefening van hun burgerrechten en politieke rechten, zoals het recht op vrijheid van meningsuiting en hun godsdienstvrijheid; verzoekt het Chinees leiderschap dringend om te streven naar een ontwikkelings- en milieubeleid dat de economische, sociale en culturele rechten van Tibetanen respecteert en ook van toepassing is op de lokale bevolking, overeenkomstig de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling; verzoekt de Chinese regering een onderzoek in te stellen naar de herhaaldelijke gevallen van gedwongen verdwijningen, foltering en mishandeling van Tibetanen en hun recht op vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering en vrijheid van religie en geloof te eerbiedigen overeenkomstig de internationale mensenrechtennormen; benadrukt dat de verslechtering van de mensenrechten in Tibet systematisch op elke top EU-China aan de orde moet worden gesteld; dringt aan op de hervatting van een constructieve en vreedzame dialoog tussen de Chinese autoriteiten en vertegenwoordigers van het Tibetaanse volk; dringt er bij China op aan diplomaten, journalisten en burgers uit de EU ongehinderd toegang tot Tibet te verlenen als tegenprestatie voor de vrije en open toegang die Chinese reizigers tot het gehele grondgebied van de EU-lidstaten genieten; roept de Chinese autoriteiten op om Tibetanen in Tibet toe te staan vrij te reizen en om hun recht op bewegingsvrijheid te eerbiedigen; dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan onafhankelijke waarnemers, zoals de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, toegang te verlenen tot Tibet; dringt er bij de EU-instellingen op aan tijdens de discussies over de visumversoepelingsovereenkomst tussen de EU en China ernstig rekening te houden met de kwestie van de toegang tot Tibet;

64.  constateert dat de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie in het jaarverslag 2017 over de Speciale Administratieve Regio (SAR) Hongkong tot de conclusie komen dat het "één land, twee systemen"-beginsel ondanks een aantal uitdagingen goed heeft gewerkt, dat de rechtsstaat prevaleerde en dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie over het geheel genomen werden geëerbiedigd, maar dat in het rapport tevens bezorgdheid wordt uitgesproken over de geleidelijke uitholling van het "één land, twee systemen"-beginsel, waardoor legitieme vragen rijzen over de tenuitvoerlegging ervan en over de mogelijkheid de hoge mate van autonomie van Hongkong op de lange termijn te handhaven; onderstreept dat in het jaarverslag wordt opgemerkt dat zich steeds duidelijker twee negatieve tendensen met betrekking tot vrije meningsuiting en vrijheid van informatie aftekenen, namelijk zelfcensuur bij rapportages over ontwikkelingen in het Chinese binnen- en buitenlands beleid en druk op journalisten; staat volledig achter de pogingen van de EU om de SAR Hongkong en de centrale regeringsautoriteiten ertoe aan te sporen de hervormingen van de kieswet te hervatten overeenkomstig de Basiswet en een akkoord te bereiken over een kiesstelsel dat democratisch, eerlijk, open en transparant is; onderstreept dat de inwoners van Hongkong een legitiem recht hebben op betrouwbare rechtbanken, eerbiediging van de rechtsstaat, geringe corruptie, op transparantie, mensenrechten, vrijheid van mening en hoge volksgezondheids- en veiligheidsnormen; onderstreept dat volledige eerbiediging van de autonomie van Hongkong als model zou kunnen dienen voor een proces van ingrijpende democratische politieke hervormingen in China en geleidelijke liberalisering en openstelling van de Chinese samenleving;

65.  doet een beroep op de EU en haar lidstaten alles te doen wat in hun macht ligt om de Volksrepubliek China ertoe te bewegen zich te onthouden van verdere militaire provocaties jegens Taiwan en van het in gevaar brengen van de vrede en stabiliteit in de Straat van Taiwan; onderstreept dat alle geschillen tussen China en Taiwan op vreedzame wijze en op basis van het internationaal recht moeten worden opgelost; uit zijn bezorgdheid over het unilaterale besluit van China om nieuwe vliegroutes te gebruiken boven de Straat van Taiwan; dringt aan op de hervatting van de officiële dialogen tussen Beijing en Taipei; betuigt andermaal zijn niet-aflatende steun voor de betekenisvolle participatie van Taiwan in internationale organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), waarbij de aanhoudende uitsluiting van Taiwan niet strookt met de belangen van de EU;

66.  herinnert eraan dat China, als grootste handelspartner van Noord-Korea en zijn belangrijkste voedsel- en energiebron, samen met de internationale gemeenschap een fundamentele rol blijft spelen bij de aanpak van de provocaties van Noord-Korea die een dreiging voor heel de wereld vormen; is derhalve verheugd over de recente bereidheid van China om zich te scharen achter een aantal internationale sancties tegen Pyongyang, zoals de opschorting van de steenkoolinvoer uit Noord-Korea en de beperking van financiële activiteiten van Noord-Koreaanse burgers en bedrijven of het opleggen van handelsbeperkingen voor textiel en schaal- en schelpdieren; is tevens ingenomen met de inspanningen van Beijing om een dialoog met Pyongyang tot stand te brengen; dringt er bij de EU op aan om ten aanzien van China met één stem te spreken teneinde een constructieve rol te spelen en steun te geven aan de aanstaande inter-Koreaanse top alsmede aan de top Noord-Korea - VS, met het doel een actieve bijdrage te leveren aan een toetsbare denuclearisatie van Noord-Korea en de totstandbrenging van permanente vrede op het Koreaans Schiereiland;

67.  prijst China om zijn steun aan de sancties tegen Noord-Korea; roept China op een constructieve bijdrage te leveren aan de oplossing van de situatie op het Koreaans Schiereiland en de sancties tegen Noord-Korea zolang te blijven toepassen totdat dit land aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij de ontmanteling van zijn kernwapens, een andere retoriek gebruikt jegens Zuid-Korea en Japan en de mensenrechten begint te eerbiedigen;

68.  onderstreept het belang van de inspanningen die China levert om op het Koreaans Schiereiland vrede, veiligheid en stabiliteit te bereiken;

69.  verwelkomt de bijdragen van China aan de vredeshandhaving door de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie; merkt op dat de EU sterker wil samenwerken met China op het gebied van het buitenlands beleid en de veiligheid en China ertoe wil aansporen al zijn diplomatieke en andere middelen in te zetten om de internationale veiligheid te steunen en bij te dragen aan vrede en veiligheid in de nabuurschap van de EU op basis van het internationaal recht; merkt op dat de samenwerking met China op het gebied van exportcontrole, ontwapening, non-proliferatie en denuclearisatie van het Koreaans Schiereiland essentieel is om de stabiliteit van de Oost-Aziatische regio te verzekeren;

70.  is verheugd over het streven van China om zich te ontwikkelen tot een duurzame economie; benadrukt dat de EU met haar knowhow steun kan geven aan het economisch hervormingsprogramma van China; onderstreept dat China voor de EU een belangrijke partner is bij de aanpak van klimaatverandering en mondiale milieu-uitdagingen; wil met China samenwerken aan een snellere tenuitvoerlegging van het Klimaatakkoord van Parijs;

71.  is ingenomen met de door China doorgevoerde hervormingen sinds de invoering van de strategie voor "milieubeschaving"; beschouwt de rechterlijke toekenning van een speciale status aan milieu-ngo's, controles ten aanzien van de milieueffecten van de werkzaamheden van ambtenaren en de grote investeringen in elektromobiliteit en schone energie als stappen in de juiste richting;

72.  is ingenomen met het actieplan van China van 2016 ter bestrijding van antimicrobiële resistentie; benadrukt het belang van samenwerking tussen China, goed voor 50 % van de jaarlijkse mondiale consumptie van antimicrobiële geneesmiddelen, en de EU teneinde deze wereldwijde dreiging aan te pakken; pleit voor de opname van bepalingen met betrekking tot dierenwelzijn in de bilaterale handelsovereenkomsten tussen de EU en China;

73.  neemt kennis van het besluit van China om de invoer van vast afval te verbieden, wat het belang van het ontwerp-, productie-, reparatie-, hergebruiks- en recyclingproces van producten onderstreept, met bijzondere nadruk op de productie en het gebruik van plastic; herinnert aan de recente poging van China om de uitvoer van zeldzame aardmetalen te verbieden en verzoekt de Commissie bij de prioritering van EU-beleid rekening te houden met de onderlinge verwevenheid van de wereldeconomieën;

74.  is van mening dat er in dit geval ruimte en belang is voor en behoefte aan samenwerking tussen de EU en de ASEAN, teneinde een gemeenschappelijke strategie te ontwikkelen ter verwezenlijking van een circulaire economie; is van oordeel dat China binnen de ASEAN een drijvende kracht kan zijn achter dit initiatief;

75.  stelt dat China en de Europese Unie zullen profiteren van de bevordering van duurzaamheid binnen hun economieën en van de ontwikkeling van een sectoroverschrijdende, duurzame en circulaire bio-economie;

76.  is ingenomen met het akkoord tot intensivering van de samenwerking in onderzoek en innovatie met betrekking tot vlaggenschipinitiatieven op het gebied van onder meer levensmiddelen, landbouw en biotechnologieën, milieu en duurzame verstedelijking, vervoer op de grond, veiliger en groener luchtvervoer, en biotechnologieën ten behoeve van het milieu en de volksgezondheid, waarover in juni 2017 tijdens de derde dialoog tussen de EU en China over samenwerking op het gebied van innovatie, alsmede in het stappenplan van oktober 2017 voor samenwerking tussen de EU en China op het gebied van wetenschap en technologie, een akkoord werd bereikt; verzoekt de EU en China deze inspanningen voort te zetten en de resultaten van de onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in praktijk te brengen;

77.  wijst erop dat de EU en China beide sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en samen goed zijn voor ongeveer een derde van het totale mondiale verbruik, wat betekent dat China bovenaan de lijst van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van landen met een dodelijke buitenluchtvervuiling staat; benadrukt dat toenemende handel in uit hernieuwbare materialen vervaardigde bio-economische producten ertoe kan bijdragen dat de economie van China en de economie van de Europese Unie minder afhankelijk worden van fossiele brandstoffen; pleit voor de intensivering van de betrekkingen tussen de EU en China op andere vlakken van de beperking van broeikasgasemissies, zoals elektrische mobiliteit, hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie, om door te gaan met het stappenplan voor samenwerking tussen de EU en China na 2020 op het gebied van energie en dit verder uit te breiden, en om de gezamenlijke inspanningen voor de ontwikkeling van instrumenten voor groene financiering, en met name voor klimaatfinanciering, op te voeren; verzoekt China en de EU om de planning en ontwikkeling van grensoverschrijdende elektriciteitsleidingen op basis van hoogspanningsgelijkstroom te onderzoeken en te bespoedigen teneinde hernieuwbare energiebronnen toegankelijker te maken;

78.  spoort de EU en China aan hun partnerschap op het gebied van duurzame verstedelijking, onder meer met betrekking tot schoon vervoer, de verbetering van de luchtkwaliteit, de verwezenlijking van een circulaire economie en milieuvriendelijk ontwerpen, voort te zetten; benadrukt dat er nog meer milieubeschermingsmaatregelen nodig zijn, gezien het feit dat meer dan 90 % van de steden de nationale norm van 2,5 PM voor luchtvervuilingsconcentratie niet naleeft, en dat in China jaarlijks meer dan een miljoen mensen sterven ten gevolge van aandoeningen die verband houden met luchtvervuiling;

79.  benadrukt dat beide partijen belang hebben bij het stimuleren van koolstofarme ontwikkeling en het terugdringen van de broeikasgasemissies in transparante, openbare en goed gereguleerde energiemarkten; is van oordeel dat strategische partnerschappen tussen de EU en China een waardevolle en onmisbare rol spelen bij de tenuitvoerlegging van het akkoord van Parijs en bij de doeltreffende bestrijding van klimaatverandering; verzoekt de EU en China hun politieke gewicht in de schaal te leggen om werk te maken van de tenuitvoerlegging van het akkoord van Parijs, alsmede van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's), en pleit met kracht voor een coöperatieve benadering tijdens de Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC en het politiek forum op hoog niveau van de VN; verzoekt beide partijen een gezamenlijke verklaring over klimaatactie aan te nemen om er blijk van te geven dat zij hechten aan de krachtige tenuitvoerlegging van het akkoord van Parijs en aan een actieve deelname aan de faciliterende dialoog van 2018, alsmede aan de COP24; spoort beide partijen aan een verantwoordelijke rol op zich te nemen in de internationale onderhandelingen door bij te dragen aan de doelstelling om de opwarming van de aarde te beperken door middel van hun respectieve interne klimaatbeleid, alsmede door financiële bijdragen te leveren ter verwezenlijking van de doelstelling om tegen 2020 jaarlijks 100 miljard USD beschikbaar te stellen voor beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering;

80.  is ingenomen met de invoering van een nationale regeling voor de emissiehandel in China in december 2017; neemt kennis van de vruchtbare samenwerking tussen China en de EU tijdens de voorbereidingsfase, die ervoor gezorgd heeft dat de regeling kon worden ingevoerd; bevestigt dat het Chinese leiderschap bereid is om de broeikasgasemissies terug te dringen en kijkt uit naar de resultaten van de huidige inspanningen op het gebied van monitoring, verslaglegging en verificatie, die van wezenlijk belang zijn voor de goede werking van de regeling; benadrukt dat er binnen de gehele economie klimaatactie moet worden ondernomen, en is ingenomen met het voornemen om maatregelen in dit kader uit te breiden naar de industriële sector en om de handelsafspraken met betrekking tot de regeling te verbeteren; verzoekt de EU en China om hun partnerschap in het kader van het samenwerkingsproject voor de ontwikkeling van de Chinese koolstofmarkt voort te zetten, zodat dit een doeltreffend instrument wordt met belangrijke stimulansen voor emissieverlaging en verdere harmonisering met de EU-regeling voor de emissiehandel; verzoekt beide partijen om koolstofbeprijzingsregelingen in andere landen en regio's te stimuleren door gebruik te maken van de eigen ervaring en expertise, en door beste praktijken uit te wisselen en zich in te zetten voor samenwerking tussen de bestaande koolstofmarkten ter verwezenlijking van gelijke concurrentievoorwaarden in de hele wereld;

81.  hoopt dat China in staat zal zijn economische groei los te koppelen van milieuschade, door bescherming van de biodiversiteit op te nemen in zijn bestaande mondiale strategieën, de verwezenlijking van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de SDG's van de VN te bevorderen, en het verbod op de handel in ivoor daadwerkelijk ten uitvoer te leggen; neemt kennis van de inspanningen van het Bilaterale Coördinatiemechanisme (BCM) EU-China op het gebied van wetshandhaving en governance in de bosbouw (FLEG) om illegale houtkap wereldwijd aan te pakken; verzoekt China echter met klem onderzoek te doen naar beduidende, ongedocumenteerde houthandel tussen de ondertekenaars van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT) en China;

82.  pleit voor de vaststelling van bindende Chinese beleidsrichtsnoeren voor verantwoorde overzeese investeringen in de bosbouw die in samenwerking met de toeleveringslanden ten uitvoer moeten worden gelegd om Chinese bedrijven te betrekken bij de bestrijding van illegale houtkap;

83.  is ingenomen met het feit dat China en de EU, om de dialoog over de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetgeving ter bescherming van de waterreserves te versterken, een memorandum van overeenstemming (MoU) over waterbeleid hebben ondertekend; steunt ten zeerste de Turku-verklaring van september 2017, die is ondertekend door de EU en China en waarin wordt benadrukt dat goed waterbeheer moet behelzen dat voorrang wordt gegeven aan ecologie en groene ontwikkeling, dat waterbehoud een prominente plek moet krijgen en dat het waterecosysteem moet worden hersteld; onderstreept dat het MoU over de totstandbrenging van een dialoog tussen de EU en China over het waterbeleid niet alleen de inhoud van het strategisch partnerschap tussen China en de EU verrijkt, maar ook de richting, reikwijdte, methodologie en financiële regelingen voor de samenwerking nader bepaalt;

84.  erkent de essentiële rol van het door de Commissie gefinancierde samenwerkingsproject tussen Europese en Chinese organisaties, dat in 2014-2017 ten uitvoer is gelegd onder auspiciën van het Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC), voor de beoordeling van de normen en regelingen voor radiologische en nucleaire crisisbeheersing in China en voor de versterking van de capaciteit van het Chinese technologisch onderzoekscentrum voor kernenergie op het gebied van richtsnoeren voor beheersmaatregelen bij ernstige ongevallen;

85.  spoort Chinese en Europese investeerders aan betere mondiale normen voor sociale en milieuverantwoordelijkheid aan te nemen en de veiligheidsnormen van hun ontginningsindustrieën wereldwijd te verbeteren; herhaalt dat de Europese Unie met betrekking tot de onderhandelingen over een algemene overeenkomst inzake investeringen (AOI) met China steun moet verlenen aan initiatieven voor duurzame ontwikkeling door verantwoorde investeringen aan te moedigen en arbeids- en milieuminimumnormen te bevorderen; verzoekt de Chinese en Europese autoriteiten stimulansen te geven om Chinese en Europese mijnbouwbedrijven aan te moedigen hun activiteiten in ontwikkelingslanden uit te oefenen in overeenstemming met internationale mensenrechtennormen en om investeringen in capaciteitsopbouw aan te sporen op het gebied van kennis- en technologieoverdracht en plaatselijke aanwerving;

86.  is ingenomen met de aankondiging van China in het kader van de One Planet-top in december 2017 om de milieu-impact van bedrijven in China en van Chinese investeringen in het buitenland transparanter te maken; is bezorgd dat infrastructuurprojecten zoals het "Gordel- en Weginitiatief" van China een negatieve invloed zouden kunnen hebben op het milieu en het klimaat en zouden kunnen leiden tot een verhoogd gebruik van fossiele brandstoffen in andere landen die betrokken zijn bij of de gevolgen ondervinden van de ontwikkeling van de infrastructuur; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten milieu-effectbeoordelingen uit te voeren en duurzaamheidsbepalingen op te nemen in alle samenwerkingsprojecten in het kader van het "Gordel- en Weginitiatief"; pleit voor de oprichting van een gezamenlijke commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken landen en derde partijen, om toe te zien op de gevolgen voor het milieu en het klimaat; is ingenomen met het initiatief van de Commissie en de EDEO om in het eerste halfjaar van 2018 een EU-Azië-connectiviteitsstrategie op te stellen; pleit voor de opname van harde toezeggingen met betrekking tot duurzaamheid, milieubescherming en klimaatactie in deze strategie;

87.  is ingenomen met de vooruitgang van China op het gebied van de verhoging van de voedselveiligheidsnormen, die van belang zijn voor het beschermen van Chinese consumenten en het voorkomen van voedselfraude; benadrukt dat de positie van de consument moet worden versterkt om een consumentencultuur in China te bevorderen;

88.  moedigt Chinese en Europese politie- en wetshandhavingsdiensten aan gezamenlijk maatregelen te nemen om controle uit te oefenen op de uitvoer van illegale drugs en inlichtingen over drugssmokkel te delen door informatie uit te wisselen om criminelen en criminele netwerken op te sporen; merkt op dat veel van de nieuwe psychoactieve stoffen in Europa volgens de studie getiteld "Europees drugsrapport 2017 – Trends en ontwikkelingen" van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) afkomstig zijn uit China, waar nieuwe stoffen in bulkhoeveelheden geproduceerd worden door chemische en farmaceutische bedrijven en vervolgens vervoerd worden naar Europa, waar ze worden verwerkt tot producten, verpakt en verkocht;

89.  is ervan op de hoogte dat gezinnen en individuele personen ten gevolge van droogte en andere natuurrampen zijn gemigreerd en dat de Chinese autoriteiten in reactie hierop verschillende grootschalige hervestigingsprojecten hebben gepland; uit zijn bezorgdheid over berichten uit de Ningxia-regio die wijzen op tal van problemen met betrekking tot de nieuwe steden en represailles tegen mensen die weigeren te vertrekken; uit zijn bezorgdheid over het feit dat milieubeschermers worden gevangengezet, vervolgd en veroordeeld en dat geregistreerde binnenlandse milieu-ngo's steeds strenger worden gecontroleerd door de Chinese toezichthoudende autoriteiten;

90.  verzoekt China zijn wetshandhavingsinspanningen verder uit te breiden om illegale visserij tegen te gaan, omdat Chinese vissersboten illegaal blijven vissen in vreemde wateren, waaronder in de Westelijke Zee van Korea, de Oost-Chinese Zee, de Zuid-Chinese Zee, de Indische Oceaan en zelfs in Zuid-Amerikaanse wateren;

91.  verzoekt Chinese exporteurs en Europese importeurs erop toe te zien dat in China gemaakte kleding geen giftige stoffen bevat door goede beheersmaatregelen vast te stellen en door het gebruik van lood, nonylfenolethoxylaten (NPE's), ftalaten, perfluorkoolstofverbindingen (PFK's), formaldehyde en andere giftige stoffen die in textiel worden aangetroffen, geleidelijk af te bouwen;

92.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de toetredende landen en kandidaat-lidstaten, de regering van de Volksrepubliek China, het Chinese Nationale Volkscongres, de regering van Taiwan en de Taiwanese wetgevende Yuan.

(1) PB L 250 van 19.9.1985, blz. 2.
(2) PB L 6 van 11.1.2000, blz. 40.
(3) https://www.iom.int/migration-and-climate-change
(4) PB C 239 E van 20.8.2013, blz. 1.
(5) PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 33.
(6) PB C 36 van 29.1.2016, blz. 123.
(7) PB C 93 van 24.3.2017, blz. 93.
(8) PB C 443 van 22.12.2017, blz. 83.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0024.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0493.
(11) PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 219.
(12) PB C 67 E van 18.3.2010, blz. 132.
(13) PB C 36 van 29.1.2016, blz. 126.
(14) PB C 181 van 19.5.2016, blz. 45.
(15) PB C 181 van 19.5.2016, blz. 52.
(16) PB C 399 van 24.11.2017, blz. 92.
(17) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0495.
(18) PB C 131 E van 8.5.2013, blz. 121.
(19) PB C 332 E van 15.11.2013, blz. 69.
(20) PB C 468 van 15.12.2016, blz. 208.
(21) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0505.
(22) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0089.
(23) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0308.
(24) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0014.
(25) PB C 288 E van 25.11.2006, blz. 59.
(26) Y. Zhen, J. Pan, X. Zhang, "Relocation as a policy response to climate change vulnerability in Northern China", ISSC en UNESCO 2013, World Social Science Report 2013, Changing Global Environments, blz. 234-241.

Laatst bijgewerkt op: 10 juli 2019Juridische mededeling