Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2035(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0262/2018

Ingediende teksten :

A8-0262/2018

Debatten :

PV 12/09/2018 - 14
CRE 12/09/2018 - 14

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0352

Aangenomen teksten
PDF 173kWORD 62k
Donderdag 13 september 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Een Europese strategie voor kunststoffen in de circulaire economie
P8_TA(2018)0352A8-0262/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 13 september 2018 over een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie (2018/2035(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 16 januari 2018 getiteld "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018)0028),

–  gezien het verslag van de Commissie van 16 januari 2018 betreffende de impact van het gebruik van onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststof, inclusief onder invloed van zuurstof afbreekbare plastic draagtassen, op het milieu (COM(2018)0035),

–  gezien de mededeling van de Commissie en het werkdocument van de diensten van de Commissie van 16 januari 2018 over de tenuitvoerlegging van het pakket circulaire economie: opties om te werken aan het snijvlak van chemicaliën-, product- en afvalwetgeving (COM(2018)0032),

–  gezien het werkplan inzake ecologisch ontwerp 2016-2019 van de Commissie (COM(2016)0773), met name de doelstelling om productspecifiekere en horizontalere eisen vast te stellen op terreinen zoals duurzaamheid, herstelbaarheid, opwaardeerbaarheid, ontwerp met het oog op demontage, gemakkelijke herbruikbaarheid en recycleerbaarheid,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 2 december 2015 getiteld "Maak de cirkel rond – Een EU-actieplan voor de circulaire economie" (COM(2015)0614),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/849 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van de Richtlijnen 2000/53/EG betreffende autowrakken, 2006/66/EG inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's, en 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur(1),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/850 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 1999/31/EG over het storten van afvalstoffen(2),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen(3),

–  gezien Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval(4),

–  gezien Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende de vermindering van het verbruik van lichte plastic draagtassen(5),

–  gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten(6) (hierna de "richtlijn inzake ecologisch ontwerp") en de uitvoeringsverordeningen en vrijwillige overeenkomsten die krachtens die richtlijn zijn aangenomen,

–  gezien Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020(7),

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 december 2017 over eco-innovatie: de overgang naar een circulaire economie bewerkstelligen,

–  gezien de Speciale Eurobarometer nr. 468 van oktober 2017 over de houding van de Europese burger ten opzichte van het milieu,

–  gezien het Akkoord van Parijs inzake klimaatverandering en de 21e Conferentie van de Partijen (COP21) van het UNFCCC,

–  gezien de resolutie van de Verenigde Naties getiteld "Onze wereld transformeren: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling", die op 25 september 2015 op de VN-top inzake duurzame ontwikkeling is goedgekeurd,

–  gezien zijn resolutie van 9 juli 2015 over hulpbronnenefficiëntie: de overgang naar een circulaire economie(8),

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2017 over een langere levensduur voor producten: voordelen voor consumenten en bedrijven(9),

–  gezien zijn resolutie van 16 januari 2018 over internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen in de context van de SDG's voor 2030(10),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie visserij (A8-0262/2018),

A.  overwegende dat kunststof een waardevol materiaal is, waarvan in alle waardeketens veel gebruik wordt gemaakt en dat nuttig is voor onze samenleving en economie, mits het op verantwoorde wijze wordt gebruikt en beheerd;

B.  overwegende dat de manier waarop kunststoffen momenteel worden geproduceerd, gebruikt en afgedankt verwoestende effecten heeft op milieu, klimaat en economie en mogelijke negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van mens en dier; overwegende dat de grootste uitdaging er derhalve in bestaat kunststof op een verantwoorde en duurzame manier te produceren en te gebruiken, om het ontstaan van kunststofafval te beperken en het gebruik van gevaarlijke stoffen in kunststoffen waar mogelijk te vermijden; overwegende dat onderzoek en innovatie met het oog op nieuwe technologieën en alternatieve oplossingen hierbij een belangrijke rol spelen;

C.  overwegende dat deze nadelen tot grote bezorgdheid bij het publiek leiden: 74 % van de EU-burgers geeft aan ongerust te zijn over de gevolgen van kunststof voor de gezondheid, terwijl 87 % zich zorgen maakt over de gevolgen voor het milieu;

D.  overwegende dat van het huidige politieke momentum gebruik moet worden gemaakt om over te schakelen naar een circulaire kunststofeconomie waarin, in overeenstemming met de afvalhiërarchie, prioriteit wordt gegeven aan het voorkomen van de productie van kunststofafval;

E.  overwegende dat verschillende lidstaten reeds nationale wetgeving hebben vastgesteld die het opzettelijk toevoegen van microplastics aan cosmetica verbiedt;

F.  overwegende dat Europese landen al decennialang kunststofafval exporteren, onder meer naar landen waar inadequate systemen voor het beheer en de recycling van afval leiden tot milieuschade en een risico vormen voor de gezondheid van lokale gemeenschappen, in het bijzonder die van afvalverwerkers;

G.  overwegende dat kunststofafval een mondiaal probleem is en er dus internationale samenwerking nodig is om deze uitdaging het hoofd te bieden; overwegende dat de EU zich inzet om de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling te realiseren, waarvan er meerdere relevant zijn voor een duurzame consumptie en productie van kunststoffen, aangezien ze streven naar het terugdringen van de impact van kunststoffen in zee en op land;

H.  overwegende dat de wereldwijde jaarlijkse productie van kunststof is gestegen tot 322 miljoen ton in 2015, en tijdens de komende 20 jaar naar verwachting zal verdubbelen;

I.  overwegende dat de EU per jaar 25,8 miljoen ton kunststofafval produceert;

J.  overwegende dat slechts 30 % van het kunststofafval in de EU wordt ingezameld voor recycling; overwegende dat slechts 6 % van de kunststoffen die op de markt worden gebracht afkomstig zijn van gerecyclede kunststof;

K.  overwegende dat nog steeds een groot percentage van het kunststofafval wordt gestort (31 %) en verbrand (39 %);

L.  overwegende dat ca. 95 % van de waarde van kunststof verpakkingsmateriaal uit de economie weglekt, wat leidt tot een jaarlijks verlies van tussen 70 en 105 miljard EUR;

M.  overwegende dat de EU zich tot doel heeft gesteld om in 2030 55 % van alle kunststofverpakkingen te recyclen;

N.  overwegende dat recycling van kunststoffen aanzienlijke klimaatvoordelen heeft, met name wat betreft de reductie van CO2-emissies;

O.  overwegende dat er elk jaar wereldwijd tussen 5 en 13 miljoen ton kunststoffen in de oceanen terechtkomen en dat er volgens ramingen tegenwoordig 150 miljoen ton kunststoffen in de oceanen aanwezig zijn;

P.  overwegende dat in de EU jaarlijks 150 000 à 500 000 ton kunststofafval in de oceanen terechtkomt;

Q.  overwegende dat als er geen maatregelen worden genomen, de oceanen volgens door de VN geciteerde studies tegen 2050 meer kunststoffen dan vissen zullen bevatten;

R.  overwegende dat kunststoffen 85 % van het zwerfvuil op stranden en meer dan 80 % van het vuil in zee uitmaken;

S.  overwegende dat praktisch elk soort kunststof kan worden gevonden in de oceaan, van de plasticsoep in de Stille Oceaan, waarin ten minste 79 000 ton kunststof drijft in een gebied van 1,6 miljoen vierkante kilometer, tot de meest afgelegen gebieden op aarde, zoals de bodem van de diepe oceaan en het Noordpoolgebied;

T.  overwegende dat het zwerfvuil op zee ook negatieve gevolgen heeft voor de economische activiteiten en de menselijke voedselketen;

U.  overwegende dat 90 % van alle zeevogels kunststofdeeltjes inslikt;

V.  overwegende dat de volledige effecten van kunststofafval op de flora, fauna en volksgezondheid nog onbekend zijn; overwegende dat de catastrofale consequenties voor het leven in zee zijn gedocumenteerd: er sterven elk jaar meer dan 100 miljoen zeedieren als gevolg van kunststofafval in de oceaan;

W.  overwegende dat oplossingen voor het probleem van plastic in zee niet los kunnen worden gezien van een algemene strategie voor kunststoffen; overwegende dat artikel 48 van de verordening inzake visserijcontrole(11), dat maatregelen omvat voor het bergen van verloren vistuig, een stap in de goede richting is maar dat het toepassingsgebied ervan te beperkt is, aangezien de lidstaten het merendeel van de vissersvaartuigen kunnen vrijstellen van deze verplichting en de naleving van de verslagleggingsverplichting te wensen overlaat;

X.  overwegende dat er in de Adriatische Zee, in het kader van projecten die worden medegefinancierd door fondsen van de Europese Territoriale Samenwerking (ETS), nieuwe governance-instrumenten en goede praktijken worden onderzocht om het verschijnsel van achtergelaten vistuig in te perken en, indien mogelijk, uit te roeien, onder andere door aan de visserijvloten een nieuwe rol van Sea Sentinels toe te kennen;

Y.  overwegende dat de lidstaten het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (Marpol) hebben ondertekend en moeten streven naar de volledige tenuitvoerlegging van de bepalingen ervan;

Z.  overwegende dat er sprake is van spookvisserij als zeedieren gevangen of verstrikt raken in verloren of afgedankte, niet biologisch afbreekbare visnetten, vallen en vislijnen en deze dieren daardoor gewond raken, verhongeren en sterven; overwegende dat het verschijnsel spookvisserij veroorzaakt wordt door verloren en afgedankt vistuig; overwegende dat de verordening inzake visserijcontrole het verplicht stelt om vistuig te markeren en melding te maken van verloren vistuig en dit te bergen; overwegende dat sommige vissers daarom uit eigen beweging uit zee opgeviste verloren visnetten meebrengen naar de haven;

AA.  overwegende dat het weliswaar moeilijk is om de exacte bijdrage van de aquacultuur aan zwerfvuil op zee nauwkeurig te beoordelen, maar dat naar schatting 80 % van het afval in zee uit plastic en microplastics bestaat, dat 20 tot 40 % van dat plastic zwerfvuil in zee gedeeltelijk met menselijke activiteiten op zee te maken heeft, waaronder de commerciële scheepvaart en cruiseschepen, terwijl de rest afkomstig is van het vasteland, en overwegende dat volgens een recente FAO-studie(12) ongeveer 10 % uit verloren en afgedankt vistuig bestaat; overwegende dat een deel van het plastic zwerfvuil in zee uit verloren en afgedankt vistuig bestaat en naar schatting 94 % van het plastic dat in de oceaan terechtkomt, op de zeebodem belandt, en dat het daarom nodig is het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) te gebruiken om vissers ertoe aan te zetten rechtstreeks deel te nemen aan regelingen voor het bergen van afval in zee, door hen te betalen of andere financiële en materiële stimulansen te bieden;

AB.  overwegende dat in de EU jaarlijks 75 000 tot 300 000 ton microplastics in het milieu vrijkomen, inclusief microplastics die opzettelijk worden toegevoegd aan producten uit kunststof en microplastics die ontstaan tijdens het gebruik of de afbraak van kunststofproducten;

AC.  overwegende dat microplastics en deeltjes van nanoformaat bijzondere beleidsuitdagingen vormen;

AD.  overwegende dat in 90 % van het gebottelde water microplastics werden gevonden;

AE.  overwegende dat het verzoek van de Commissie aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) om onderzoek te doen naar de wetenschappelijke basis voor een beperking van het gebruik van microplastics die opzettelijk worden toegevoegd aan consumentenproducten of producten voor professioneel gebruik, een goed initiatief is;

AF.  overwegende dat het verzoek van de Commissie aan het ECHA om een voorstel voor een mogelijke beperking op te stellen, positief is;

AG.  overwegende dat, overeenkomstig artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de invoering van nieuwe eigen middelen moet worden vastgesteld volgens een bijzondere wetgevingsprocedure met eenparigheid van stemmen in de Raad en na raadpleging van het Parlement;

Algemene opmerkingen

1.  is verheugd over de mededeling van de Commissie getiteld "Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie" (COM(2018)0028), omdat dit een stap voorwaarts is in de overgang van de EU van een lineaire naar een circulaire economie; erkent dat kunststof nuttig is voor onze economie en in ons dagelijks leven, maar tegelijkertijd grote nadelen met zich brengt; meent dat de grootste uitdaging er derhalve in bestaat kunststof op duurzame wijze te beheren doorheen de volledige waardeketen, hetgeen inhoudt dat we verandering moeten brengen in de manier waarop we kunststof produceren en gebruiken, zodat de waarde ervan in onze economie behouden blijft, zonder schade toe te brengen aan het milieu, het klimaat of de volksgezondheid;

2.  benadrukt dat het voorkomen van de productie van kunststofafval, zoals bedoeld in de kaderrichtlijn afvalstoffen, de absolute prioriteit moet zijn, in overeenstemming met de afval hiërarchie; meent voorts dat een aanzienlijke verbetering van onze prestaties op het gebied van recycling van kunststof van essentieel belang is om een duurzame economische groei te ondersteunen en om het milieu en de volksgezondheid te beschermen; verzoekt alle belanghebbenden het recente Chinese verbod op de import van kunststofafval te zien als een kans om te investeren in het voorkomen van kunststofafval, onder meer door het stimuleren van hergebruik en circulair ontwerp, en om te investeren in geavanceerde faciliteiten voor het inzamelen, sorteren en recyclen in de EU; meent dat de uitwisseling van goede praktijken op dit gebied belangrijk is, met name voor kmo's;

3.  is ervan overtuigd dat de kunststoffenstrategie ook moet dienen als een stimulans voor nieuwe, slimme, duurzame en circulaire bedrijfs-, productie- en gebruiksmodellen in de gehele waardeketen, in overeenstemming met de VN-doelstelling 12 inzake duurzame ontwikkeling met betrekking tot duurzame consumptie en productie, mede door de internalisering van de externe kosten; verzoekt de Commissie met het oog hierop duidelijke koppelingen tussen het afval-, chemicaliën- en productbeleid van de Unie te bevorderen, onder meer door de ontwikkeling van niet-toxische materiaalcycli, zoals is vastgelegd in het zevende milieuactieprogramma;

4.  roept de Commissie op een beleid voor de circulaire en bio-economie voor na 2020 vast te stellen op grond van een sterke onderzoeks- en innovatiepijler, en ervoor te zorgen dat in het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) de nodige toezeggingen worden opgenomen; onderstreept met name het belang van onderzoek om innovatieve oplossingen te ontwikkelen en om inzicht te krijgen in de effecten van macro-, micro- en nanokunststoffen op de ecosystemen en op de menselijke gezondheid;

5.  benadrukt dat er een grote verscheidenheid aan kunststoffen en toepassingen daarvan bestaat en dat er dus voor de verschillende waardeketens een aanpak op maat, vaak gericht op een specifiek product, vereist is, met een diverse mix van oplossingen, waarbij rekening wordt gehouden met de impact op het milieu, de bestaande alternatieven en de lokale en regionale vraag, en wordt gewaarborgd dat aan de functionele behoeften wordt voldaan;

6.  wijst erop dat voor het behalen van succes en een resultaat dat zowel voor de economie als voor het milieu, het klimaat en de volksgezondheid gunstig is, gemeenschappelijke en gecoördineerde acties van alle belanghebbenden doorheen de gehele waardeketen, inclusief de consumenten, vereist zijn;

7.  benadrukt dat de vermindering van de afvalproductie een gedeelde verantwoordelijkheid is en dat het een belangrijke uitdaging blijft om de algemene bezorgdheid over kunststofafval om te zetten in publieke verantwoordelijkheid; wijst erop dat de ontwikkeling van nieuwe consumptiepatronen, door gedragsverandering bij de consumenten te stimuleren, in dit verband van essentieel belang is; dringt erop aan de consument meer bewust te maken van de impact van de vervuiling door kunststofafval, het belang van preventie en verantwoord afvalbeheer en de bestaande alternatieven;

Van ontwerp voor recycling naar ontwerp voor circulariteit

8.  verzoekt de bevoegde autoriteiten in de lidstaten ervoor te zorgen dat het totale product- en afvalacquis volledig en spoedig ten uitvoer wordt gelegd en wordt gehandhaafd; wijst erop dat slechts 30 % van het kunststofafval in de EU wordt ingezameld voor recycling, wat gelijkstaat met een enorme verspilling van grondstoffen; wijst erop dat kunststofafval op stortplaatsen na 2030 niet meer zal worden toegestaan en dat de lidstaten hun kunststofafval moeten beheren overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2008/98/EG; herinnert eraan dat lidstaten gebruik moeten maken van economische instrumenten en andere maatregelen om prikkels te bieden voor de toepassing van de afvalhiërarchie; wijst op het belang van gescheiden inzameling en faciliteiten voor het sorteren van afval om hoogwaardige recycling mogelijk te maken en het gebruik van secundaire grondstoffen van goede kwaliteit te stimuleren;

9.  verzoekt alle belanghebbenden in het bedrijfsleven om onverwijld werk te maken van concrete maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen 2030 alle verpakkingskunststoffen op kosteneffectieve wijze herbruikbaar of recycleerbaar zijn, om hun merkidentiteit te koppelen aan duurzame en circulaire bedrijfsmodellen en hun marketingpower in te zetten voor de bevordering en sturing van duurzame en circulaire consumptiepatronen; verzoekt de Commissie ontwikkelingen nauwgezet te volgen en te evalueren, goede praktijken te bevorderen en milieuclaims te controleren, teneinde "greenwashing" te voorkomen;

10.  meent dat het maatschappelijk middenveld naar behoren moet worden betrokken en geïnformeerd zodat zij de bedrijven aan hun toezeggingen en verplichtingen kunnen houden;

11.  dringt erop aan dat de Commissie voldoet aan haar verplichting om tegen 2020 de essentiële vereisten in de richtlijn verpakkingen en verpakkingsafval te herzien en aan te scherpen, rekening houdend met de relatieve eigenschappen van verschillende verpakkingsmaterialen op basis van beoordelingen van hun levenscyclus, en daarbij vooral aandacht te besteden aan preventie en ontwerp voor circulariteit; verzoekt de Commissie duidelijke, uitvoerbare en doeltreffende vereisten voor te stellen, onder meer met betrekking tot op kosteneffectieve wijze herbruikbare of recycleerbare kunststofverpakkingen en buitensporige verpakking;

12.  verzoekt de Commissie van hulpbronnenefficiëntie en circulariteit, met inbegrip van de belangrijke rol die circulaire materialen, producten en systemen kunnen spelen, overkoepelende beginselen te maken, ook voor kunststofvoorwerpen die niet als verpakking worden gebruikt; meent dat dit onder meer kan worden gerealiseerd via uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de ontwikkeling van productstandaarden, het uitvoeren van levenscyclusbeoordelingen, de uitbreiding van het rechtskader voor ecologisch ontwerp tot alle belangrijke groepen kunststofproducten, de vaststelling van bepalingen inzake ecolabels en de toepassing van methoden om de ecologische voetafdruk van een product te bepalen;

Creëren van een echte eengemaakte markt voor gerecyclede kunststoffen

13.  meent dat er verschillende redenen zijn voor het geringe gebruik van gerecyclede kunststoffen in de EU, onder meer de lage prijzen van fossiele brandstoffen, deels ingevolge subsidies, een gebrek aan vertrouwen en het ontbreken van een kwalitatief hoogwaardig aanbod; benadrukt dat er een stabiele interne markt voor secundaire grondstoffen nodig is om de transitie naar een circulaire economie te waarborgen; verzoekt de Commissie de hinderpalen voor een dergelijke markt uit de weg te ruimen en een gelijk speelveld te creëren;

Kwaliteitsnormen en -controle

14.  verzoekt de Commissie om spoedig kwaliteitsnormen voor te stellen om vertrouwen te creëren en de markt voor secundaire kunststoffen te stimuleren; vraagt de Commissie om bij de ontwikkeling van deze kwaliteitsnormen rekening te houden met de verschillende recyclingklassen in overeenstemming met de toepassingsmogelijkheden van verschillende producten en daarbij de volksgezondheid, voedselveiligheid en het milieu veilig te stellen; dringt erop aan dat de Commissie het veilige gebruik van gerecyclede stoffen die in contact komen met levensmiddelen waarborgt en innovatie aanmoedigt;

15.  vraagt de Commissie rekening te houden met beste praktijken voor certificatie door onafhankelijke derden en de certificatie van gerecycled materiaal aan te moedigen, omdat controle onontbeerlijk is om het vertrouwen van de industrie en de consumenten in gerecyclede stoffen te bevorderen;

Gerecyclede inhoud

16.  roept alle betrokken bedrijven op hun openbare toezeggingen om meer gebruik te maken van gerecyclede kunststoffen om te zetten in formele beloften en om concrete maatregelen te nemen;

17.  is van mening dat er bindende voorschriften voor gerecyclede inhoud nodig zijn om het gebruik van secundaire grondstoffen te stimuleren, aangezien de markten voor gerecyclede stoffen nog niet naar behoren functioneren; verzoekt de Commissie de invoering te overwegen van vereisten inzake een minimumgehalte aan gerecycled materiaal voor bepaalde kunststofproducten die op de EU-markt worden gebracht, zonder afbreuk te doen aan de voorschriften inzake voedselveiligheid;

18.  verzoekt de lidstaten een verlaging van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) te overwegen voor producten met een gerecyclede inhoud;

Circulair inkopen

19.  benadrukt dat inkopen een essentieel instrument is in de overgang naar een circulaire economie, daar het innovatie in bedrijfsmodellen kan stimuleren en grondstoffenefficiënte producten en diensten kan bevorderen; onderstreept de cruciale rol van lokale en regionale autoriteiten hierbij; verzoekt de Commissie een EU-leernetwerk op te richten met betrekking tot circulair inkopen om de lessen die uit proefprojecten zijn getrokken, te verzamelen; is van mening dat deze vrijwillige acties, op basis van een gedegen effectbeoordeling, de weg kunnen effenen voor bindende EU-voorschriften en ­criteria voor circulair inkopen door de overheid;

20.  verzoekt de lidstaten om alle perverse prikkels die het bereiken van de hoogst mogelijke niveaus van recycling van kunststoffen in de weg staan, geleidelijk af te schaffen;

Raakvlak tussen afval en chemische stoffen

21.  verzoekt de bevoegde autoriteiten in de lidstaten de controle op geïmporteerde materialen en producten te optimaliseren om naleving van de EU-wetgeving op het gebied van chemische stoffen en producten te waarborgen en te handhaven;

22.  wijst op de resolutie van het Europees Parlement over de tenuitvoerlegging van het pakket circulaire economie: opties om te werken aan het snijvlak van chemicaliën-, product- en afvalwetgeving;

De productie van kunststofafval voorkomen

Kunststoffen voor eenmalig gebruik

23.  merkt op dat er geen panacee is voor de aanpak van de nadelige milieueffecten van kunststoffen voor eenmalig gebruik en is van mening dat de oplossing van dit ingewikkelde probleem daarom een combinatie van vrijwillige en regelgevingsmaatregelen vereist, alsook een verandering in het consumentenbewustzijn en het gedrag en de participatie van consumenten;

24.  neemt nota van de reeds door sommige lidstaten genomen maatregelen en steunt daarom het voorstel van de Commissie voor een specifiek wetgevingskader om de milieueffecten van bepaalde producten, met name kunststoffen voor eenmalig gebruik, te beperken; is van mening dat dit voorstel kan bijdragen tot een aanzienlijke vermindering van het zwerfvuil op zee, waarvan 80 % bestaat uit kunststoffen, en daarmee een bijdrage zou leveren aan de doelstelling van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling om alle soorten van zeevervuiling te voorkomen en aanzienlijk te verminderen;

25.  is van mening dat dit kader de bevoegde autoriteiten in de lidstaten een reeks ambitieuze maatregelen moet bieden, die verenigbaar zijn met de integriteit van de eengemaakte markt, een duidelijk en positief sociaaleconomisch en milieueffect hebben en de consument de nodige toepassingsmogelijkheden bieden;

26.  erkent dat het terugdringen en aan banden leggen van kunststoffen voor eenmalig gebruik kansen zal scheppen voor duurzame bedrijfsmodellen;

27.  wijst op de werkzaamheden die momenteel in het kader van de gewone wetgevingsprocedure in verband met dit voorstel worden verricht;

28.  benadrukt dat hoge percentages voor gescheiden inzameling en recycling en een vermindering van kunststofafval op verschillende manieren kunnen worden bereikt, onder meer door regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid met gedifferentieerde vergoedingen, statiegeldregelingen en bewustmaking van het publiek; erkent de verdiensten van de bestaande systemen in verschillende lidstaten en de mogelijkheden voor het uitwisselen van goede praktijken tussen de lidstaten; onderstreept dat de keuze voor een bepaalde regeling blijft vallen onder de verantwoordelijkheid van de bevoegde autoriteit in de lidstaat;

29.  is ingenomen met het feit dat in Richtlijn 94/62/EG is bepaald dat de lidstaten verplicht zijn om voor eind 2024 regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in te voeren voor alle verpakkingen, en verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om deze verplichting uit te breiden naar andere kunststofproducten overeenkomstig de artikelen 8 en 8 bis van Richtlijn 2008/98/EG;

30.  neemt nota van het voorstel van de Commissie inzake het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (COM(2018)0325), dat een bijdrage op basis van niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval invoert; benadrukt dat het sturende effect van een mogelijke bijdrage in overeenstemming moet zijn met de afvalhiërarchie; dringt er daarom op aan dat prioriteit wordt gegeven aan het voorkomen van afvalproductie;

31.  roept de Commissie en de lidstaten op om zich aan te sluiten bij en steun te geven aan de internationale coalitie voor het verminderen van de vervuiling door plastic draagtassen, die in november 2016 tijdens COP 22 in Marrakech is gevormd;

32.  is van mening dat supermarkten een cruciale rol spelen bij het verminderen van het gebruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik in de EU; verwelkomt initiatieven als kunststofvrije gangpaden in supermarkten, waar supermarkten composteerbare biomaterialen kunnen uittesten als alternatief voor kunststof verpakkingen;

33.  verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake havenontvangstvoorzieningen (COM(2018)0033), waarmee wordt beoogd de lasten en kosten voor vissers van het mee terug naar de haven nemen van vistuig en kunststofafval te verlagen; onderstreept de belangrijke rol die vissers kunnen spelen bij het inzamelen van afval op zee tijdens hun visserijactiviteiten, door dit afval mee terug naar de haven te nemen, waar het naar behoren kan worden behandeld; benadrukt dat de Commissie en de lidstaten deze activiteit moeten stimuleren, zodat vissers geen heffing wordt opgelegd voor de behandeling van door hen ingezameld afval;

34.  betreurt dat de tenuitvoerlegging van artikel 48, lid 3, van de verordening inzake visserijcontrole met betrekking tot de opsporings- en meldingsverplichtingen voor verloren vistuig, niet wordt besproken in het evaluatie- en uitvoeringsverslag van de Commissie uit 2017; benadrukt dat er een gedetailleerde beoordeling nodig is van de toepassing van de vereisten met betrekking tot vistuig uit hoofde van de verordening inzake visserijcontrole;

35.  roept de Commissie, de lidstaten en de regio's op om plannen voor afvalinzameling op zee waarbij waar mogelijk vissersvaartuigen worden betrokken, te steunen en havenontvangst- en verwijderingsvoorzieningen voor afval uit zee in te voeren, evenals een regeling voor het recyclen van niet langer bruikbare netten; spoort de Commissie en de lidstaten aan om de FAO-aanbevelingen in de vrijwillige richtsnoeren over het markeren van vistuig op te volgen, in nauw overleg met de visserijsector, teneinde spookvisserij te bestrijden;

36.  roept de Commissie, de lidstaten en de regio's op om het verzamelen van gegevens over plastic in zee te verbeteren door een EU-breed verplicht systeem voor het digitaal melden van door individuele vissersvaartuigen verloren vistuig op te zetten en in te voeren ter ondersteuning van bergingsacties, waarbij gebruik wordt gemaakt van regionale gegevensbanken om informatie te delen via een Europese databank die beheerd wordt door het Bureau voor visserijcontrole, of door SafeSeaNet uit te breiden tot een gebruiksvriendelijk EU-breed systeem waarmee vissers verloren vistuig kunnen melden;

37.  beklemtoont dat de lidstaten meer inspanningen moeten leveren om strategieën en plannen uit te werken om de verspreiding van vistuig in zee in te perken, ook door middel van subsidies van het EFMZV, boven op de bestaande ondersteuning vanuit de structuurfondsen en de ETS en met de nodige actieve inzet van de regio's;

Biogebaseerde kunststoffen, biologische afbreekbaarheid en composteerbaarheid

38.  is er een groot voorstander van dat de Commissie duidelijke bijkomende normen, geharmoniseerde regels en definities vaststelt voor biogebaseerde inhoud, biologische afbreekbaarheid (als onafhankelijke grondstofeigenschap) en composteerbaarheid om de bestaande misvattingen en misverstanden tegen te gaan en de consumenten duidelijke informatie te verstrekken;

39.  benadrukt dat het stimuleren van een duurzame bio-economie ertoe kan bijdragen dat Europa minder afhankelijk wordt van ingevoerde grondstoffen; wijst op de mogelijke rol die biogebaseerde en biologisch afbreekbare kunststoffen hierbij kunnen spelen, wanneer dit vanuit een levenscyclusperspectief voordelig blijkt; meent dat de biologische afbreekbaarheid moet worden beoordeeld onder toepasselijke, reële omstandigheden;

40.  benadrukt dat biologisch afbreekbare en composteerbare kunststoffen een bijdrage kunnen leveren aan de omschakeling naar een circulaire economie, maar dat ze geen universeel middel tegen zwerfvuil op zee zijn en geen legitimatie vormen voor onnodige eenmalige gebruikstoepassingen; verzoekt de Commissie daarom duidelijke criteria vast te stellen voor nuttige producten en toepassingen op basis van biologisch afbreekbare kunststoffen, met inbegrip van verpakking en landbouwtoepassingen; dringt aan op meer O&O-investeringen op dit gebied; wijst erop dat met het oog op een doeltreffend afvalbeheer een onderscheid moet worden gemaakt tussen biologisch afbreekbare en niet biologisch afbreekbare kunststoffen;

41.  benadrukt dat biogebaseerde kunststoffen mogelijkheden bieden voor partiële differentiatie van grondstoffen en verzoekt om meer O&O-investeringen op dit gebied; onderkent dat er reeds innovatieve biogebaseerde materialen op de markt zijn; benadrukt de noodzaak van een neutrale en gelijke behandeling van vervangende materialen;

42.  dringt erop aan om onder invloed van zuurstof afbreekbare kunststoffen na 2020 in de EU volledig te verbieden, aangezien dit soort kunststoffen niet volledig biologisch wordt afgebroken, niet composteerbaar is, de recycling van conventionele kunststoffen negatief beïnvloedt en geen aantoonbaar milieuvoordeel oplevert;

Microplastics

43.  verzoekt de Commissie om uiterlijk in 2020 een verbod in te voeren op microplastics in cosmetica, persoonlijke verzorgingsproducten, reinigingsmiddelen en schoonmaakproducten; verzoekt voorts het ECHA om een evaluatie te verrichten en indien nodig voorbereidingen te treffen voor een verbod op microplastics die opzettelijk worden toegevoegd aan andere producten, rekening houdend met de beschikbaarheid van goede alternatieven;

44.  verzoekt de Commissie minimumeisen vast te stellen in productwetgeving om het vrijkomen van microplastics bij de bron aanzienlijk te verminderen, in het bijzonder voor textiel, banden, verf en sigarettenpeuken;

45.  neemt nota van het goede voorbeeld van "Operation Clean Sweep" en verschillende "zero pellet loss"-initiatieven; meent dat deze initiatieven kunnen worden uitgebreid naar EU- en mondiaal niveau;

46.  verzoekt de Commissie een onderzoek in te stellen naar de bronnen, distributie, bestemming en effecten van macro- en microplastics in de context van afvalwaterbehandeling en regenwaterbeheer in de lopende fitness check van de kaderrichtlijn water en de hoogwaterrichtlijn; verzoekt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie voorts om te zorgen voor volledige tenuitvoerlegging en naleving van de richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater en de kaderrichtlijn mariene strategie; verzoekt de Commissie daarnaast ondersteuning te verlenen aan onderzoek naar technologieën voor waterzuivering en voor de behandeling van zuiveringsslib;

Onderzoek en innovatie

47.  is verheugd over de aankondiging van de Commissie dat in het kader van Horizon 2020 nog eens 100 miljoen EUR zal worden geïnvesteerd in grondstofefficiënte en circulaire oplossingen, zoals preventie en ontwerpopties, diversificatie van grondstoffen en innovatieve recyclingtechnologieën zoals moleculaire en chemische recycling, alsook het verbeteren van mechanische recycling; wijst op het innovatiepotentieel van start-ups in dit verband; steunt de vaststelling van een strategische agenda voor onderzoek en innovatie op het gebied van materiaalcirculariteit, met een specifieke focus op kunststoffen en kunststofhoudende materialen, niet alleen in verpakkingen, als leidraad voor toekomstige financieringsbesluiten in het kader van Horizon Europa; merkt op dat passende financiering nodig zal zijn om private investeringen aan te trekken; benadrukt dat publiek-private partnerschappen de omschakeling naar een circulaire economie kunnen helpen versnellen;

48.  benadrukt het grote potentieel van het met elkaar verbinden van de digitale agenda en de agenda inzake de circulaire economie; onderstreept de noodzaak om regelgevingsbelemmeringen voor innovatie weg te nemen en verzoekt de Commissie zich te buigen over mogelijke EU-innovatieregelingen die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de kunststoffenstrategie en de bredere agenda inzake de circulaire economie;

49.  roept de Commissie, de lidstaten en de regio's op om het gebruik van innovatief vistuig te ondersteunen door vissers aan te moedigen oude netten in te ruilen en bestaande netten te voorzien van nettrackers en sensoren die met apps voor smartphones zijn verbonden, of van identificatiechips met een radiofrequentie dan wel scheepsvolgsystemen, zodat schippers de locatie van hun netten beter kunnen volgen en deze netten zo nodig kunnen terugvinden; erkent de rol die technologie kan spelen als het erom gaat te voorkomen dat plastic in zee terechtkomt;

50.  dringt erop aan in Horizon Europa een "missie voor plasticvrije oceanen" op te nemen en gebruik te maken van innovatie om de hoeveelheid kunststoffen die in het mariene milieu terechtkomen te verminderen en de zeeën vrij te maken van zwerfvuil; herhaalt zijn oproep voor het bestrijden van zwerfvuil op zee (inclusief preventie, betere oceaangeletterdheid, groter bewustzijn van de milieu-uitdaging van vervuiling door plastics en andere vormen van zwerfvuil op zee, en schoonmaakcampagnes zoals "vissen naar zwerfvuil" en acties om stranden schoon te maken), zoals bedoeld in de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken van 10 november 2016 getiteld "Internationale oceaangovernance: een agenda voor de toekomst van onze oceanen" (JOIN(2016)0049); dringt aan op een EU-beleidsdialoog over zwerfvuil op zee tussen beleidsmakers, belanghebbenden en deskundigen;

Wereldwijde acties

51.  roept de EU op om een proactieve rol te spelen in de ontwikkeling van een wereldwijd protocol voor kunststoffen en ervoor te zorgen dat de verschillende toezeggingen die op EU-niveau en wereldwijd zijn gedaan op een geïntegreerde en transparante manier kunnen worden getraceerd; verzoekt de Commissie en de lidstaten actief leiderschap te tonen in de werkgroep die in december 2017 door de Milieuvergadering van de Verenigde Naties is opgericht om kunststofzwerfvuil op zee en microplastics internationaal te bestrijden; is van mening dat aangezien een groot deel van het kunststofafval in de oceaan afkomstig is uit landen in Azië en Afrika, de bestrijding van vervuiling door kunststoffen en afvalbeheer deel moeten uitmaken van het externebeleidskader van de EU;

52.  verzoekt alle EU-instellingen met behulp van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) van de EU zich te richten op preventie, hun intern inkoopbeleid en kunststofafvalbeheer nauwkeurig te onderzoeken en hun productie van kunststofafval aanzienlijk te verminderen, met name door kunststoffen voor eenmalig gebruik te vervangen en het gebruik ervan te verminderen en aan banden te leggen;

o
o   o

53.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 93.
(2) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 100.
(3) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 109.
(4) PB L 150 van 14.6.2018, blz. 141.
(5) PB L 115 van 6.5.2015, blz. 11.
(6) PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.
(7) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171.
(8) PB C 265 van 11.8.2017, blz. 65.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0287.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0004.
(11) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
(12) Achtergelaten, verloren of op andere wijze afgedankt vistuig

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2019Juridische mededeling