Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2008(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0267/2018

Ingediende teksten :

A8-0267/2018

Debatten :

PV 13/09/2018 - 5
CRE 13/09/2018 - 5

Stemmingen :

PV 13/09/2018 - 10.15
CRE 13/09/2018 - 10.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0357

Aangenomen teksten
PDF 173kWORD 59k
Donderdag 13 september 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Uiteenlopende kwaliteit van producten op de interne markt
P8_TA(2018)0357A8-0267/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 13 september 2018 over tweevoudige kwaliteit van producten op de interne markt (2018/2008(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad(1),

–  gezien Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie(3),

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 26 september 2017 getiteld "De toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten – Het specifieke geval van levensmiddelen",

–  gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging/toepassing van richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken" (SWD(2016)0163),

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 25 mei 2016 getiteld "Een brede aanpak voor het stimuleren van de grensoverschrijdende elektronische handel voor Europese burgers en bedrijven" (COM(2016)0320),

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 24 oktober 2017 getiteld "Werkprogramma van de Commissie voor 2018 – Een agenda voor een meer verenigd, sterker en meer democratisch Europa" (COM(2017)0650),

–  gezien de toespraak over de Staat van de Unie van voorzitter Jean-Claude Juncker van 13 september 2017,

–  gezien de conclusies van de voorzitter van de Europese Raad van 9 maart 2017, met name punt 3,

–  gezien de conclusies van de 3 524e zitting van de Raad Landbouw en Visserij van 6 maart 2017,

–  gezien de notulen van de 2 203e vergadering van de Commissie van 8 maart 2017,

–  gezien de door zijn beleidsondersteunende afdeling A in januari 2012 uitgebrachte achtergrondnota inzake misleidende beweringen op verpakkingen,

–  gezien zijn resolutie van 11 juni 2013 over een nieuwe agenda voor het Europese consumentenbeleid(4),

–  gezien zijn resolutie van 22 mei 2012 over een strategie ter versterking van de rechten van kwetsbare consumenten(5), en met name paragraaf 6,

–  gezien zijn resolutie van 4 februari 2014 over de toepassing van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken(6),

–  gezien zijn resolutie van 7 juni 2016 over oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen(7),

–  gezien zijn resolutie van 19 januari 2016 over het jaarverslag betreffende het mededingingsbeleid van de EU(8), en met name paragraaf 14,

–  gezien zijn resolutie van 14 februari 2017 betreffende het jaarverslag over het mededingingsbeleid van de EU(9), en met name paragraaf 178,

–  gezien zijn uitgebreide interpellatie van 15 maart 2017 inzake de verschillen in verklaringen, samenstelling en smaak van bepaalde producten op de centrale/oostelijke en westelijke markten van de EU(10),

–  gezien de achtergrondnota van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement van juni 2017 getiteld "Dual quality of branded food products: Addressing a possible east-west divide’,

–  gezien het door de Tsjechische landbouw- en levensmiddeleninspectie uitgevoerde onderzoek inzake levensmiddelen en Tsjechische consumenten van februari 2016,

–  gezien de in 2017 door de faculteit der rechtsgeleerdheid van de universiteit Palacký in Olomouc uitgevoerde speciale studie over de kwestie van tweevoudige kwaliteit en de samenstelling van op de interne markt van de EU verhandelde producten vanuit het oogpunt van de wetgeving inzake consumentenbescherming (met name oneerlijke handelspraktijken), mededingingsrecht (meer in het bijzonder oneerlijke concurrentie) en industriële-eigendomsrechten,

–  gezien de diverse onderzoeken, studies en tests die de afgelopen jaren zijn verricht door de levensmiddeleninspectie-autoriteiten in veel lidstaten in Midden- en Oost-Europa,

–  gezien het rapport van onderzoeksbureau Nielsen van november 2014 over de positie van huismerken wereldwijd,

–  gezien de Mededeling van de Commissie van 11 april 2018 getiteld "Een "new deal" voor consumenten" (COM(2018)0183),

–  gezien het Commissievoorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2018 wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU (COM(2018)0185),

–  gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden(11),

–  gelet op de artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, over de bescherming van het intellectuele eigendom,

–  gezien de gezamenlijke brief van de Republiek Kroatië, de Tsjechische Republiek, Hongarije, Litouwen, de Republiek Polen en de Slowaakse Republiek van 23 maart 2018 aan de Commissie met betrekking tot het probleem van tweevoudige kwaliteit in de context van een "new deal" voor consumenten,

–  gezien de resultaten van de vergelijkende studies die door autoriteiten en organisaties voor consumentenbescherming zijn verricht in verschillende EU-lidstaten,

–  gezien het voorstel van de Commissie om Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken bij te werken teneinde uitdrukkelijk te vermelden dat nationale autoriteiten misleidende handelspraktijken waarbij producten in meerdere EU-lidstaten als identieke producten worden verhandeld, kunnen beoordelen en aanpakken als het om producten gaat waarvan de samenstelling of kenmerken significant anders zijn,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8‑0267/2018),

A.  overwegende dat bedrijven bij het promoten, verkopen of leveren van producten consumenten van nauwkeurige en gemakkelijk te begrijpen informatie moeten voorzien over de exacte productsamenstelling, ook van lokale producten en recepten, zodat zij in staat zijn met kennis van zaken een aankoopbeslissing te nemen;

B.  overwegende dat het vertrouwen van de consument in de samenstelling, waarde en kwaliteit van een product een essentieel beginsel moet zijn voor merken; overwegende dat het derhalve de plicht is van fabrikanten ervoor te zorgen dat aan deze verwachtingen wordt voldaan;

C.  overwegende dat consumenten zich er niet van bewust zijn dat producten van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking worden afgestemd op de lokale voorkeur en smaak, en dat de uiteenlopende kwaliteit van producten doet vrezen dat niet alle lidstaten gelijk worden behandeld; overwegende dat de Europese Unie al verschillende keurmerken heeft ontwikkeld om tegemoet te komen aan specifieke verwachtingen van consumenten en rekening te houden met de specifieke productkenmerken die herkenbaar zijn dankzij het gebruik van kwaliteitsaanduidingen;

D.  overwegende dat Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken het voornaamste wetgevend instrument van de Unie is waarmee kan worden gewaarborgd dat consumenten niet worden blootgesteld aan misleidende reclame en andere oneerlijke praktijken van ondernemingen jegens consumenten, met inbegrip van identiek gepresenteerde merkgoederen die zo op de markt worden gebracht dat de consument daardoor misleid kan worden;

E.  overwegende dat oneerlijke handelspraktijken in de desbetreffende richtlijn zo kunnen worden geformuleerd dat zij verboden zijn in alle omstandigheden of in bepaalde omstandigheden; overwegende dat volgens de bevindingen van de Commissie de opname van een praktijk in bijlage I, in voorkomend geval, leidt tot grotere rechtszekerheid en daardoor tot eerlijke mededinging onder producenten op de markt;

F.  overwegende dat de consumenten een associatief verband leggen tussen merk, product en kwaliteit en dientengevolge verwachten dat producten van hetzelfde merk en/of die er hetzelfde uitzien van gelijke kwaliteit zijn, ongeacht of ze worden verkocht in hun eigen land of in een andere lidstaat;

G.  overwegende dat de consumenten ook een associatief verband leggen tussen merk en het etiket of verpakking van een landbouwproduct of levensmiddel en de kwaliteit ervan, en dientengevolge verwachten dat producten van hetzelfde merk die in de handel worden gebracht met hetzelfde of een gelijkend etiket, ook dezelfde kwaliteit en samenstelling hebben, ongeacht of ze worden verkocht in hun eigen land of in een andere lidstaat; overwegende dat alle landbouwers in de Europese Unie producten produceren volgens dezelfde hoge normen en dat de klanten verwachten dat deze uniforme kwaliteit ook geldt voor andere producten binnen de voedselketen, ongeacht het rechtsgebied waar zij verblijven;

H.  overwegende dat alle EU-burgers gelijke behandeling verdienen wat betreft levensmiddelen en non-foodproducten die op de interne markt worden verkocht;

I.  overwegende dat oneerlijke praktijken op dit gebied moeten worden uitgebannen om te voorkomen dat consumenten worden misleid, en dat dit grensoverschrijdende probleem alleen kan worden opgelost door middel van een sterke synergie op EU-niveau;

J.  overwegende dat de beoordeling of een handelspraktijk als oneerlijk moet worden beschouwd uit hoofde van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van geval tot geval door de lidstaten moet worden onderzocht, tenzij het in bijlage I genoemde praktijken betreft;

K.  overwegende dat voorzitter Juncker in zijn toespraak over de Staat van de Unie van 2017 benadrukte dat het onacceptabel is dat er in sommige delen van Europa levensmiddelen van slechtere kwaliteit worden verkocht dan in andere, hoewel de verpakking en het merk identiek zijn;

L.  overwegende dat de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken van lidstaat tot lidstaat sterk verschilt, waarbij de methoden van aanpak en de doeltreffendheid van de toepassing en handhaving van de richtlijn in de lidstaten erg uiteenlopen;

M.  overwegende dat het merk vaak de voornaamste rol speelt bij besluiten over de waarde van een product;

N.  overwegende dat een krachtiger en efficiënter samenwerkingskader op het gebied van de handhaving bevorderlijk zou zijn voor het vertrouwen van de consument en om te zorgen dat de consument minder schade wordt berokkend;

O.  overwegende dat alle consumenten in de EU dezelfde rechten hebben, maar dat uit de analyses blijkt dat bepaalde producenten en fabrikanten onder dezelfde merknaam producten hebben verkocht van verschillende kwaliteit, maar met een bedrieglijk identiek uiterlijk, en dat bepaalde producten in sommige landen minder van het hoofdingrediënt of ingrediënten van lagere kwaliteit bevatten dan in andere; overwegende dat dit probleem zich vaker voordoet in de lidstaten die sinds 2004 tot de EU zijn toegetreden; overwegende dat de analyses gevallen aan het licht hebben gebracht waarin dezelfde producten of producten met een bedrieglijk identiek uiterlijk maar van lagere kwaliteit of met een andere smaak, consistentie of andere sensorische kenmerken, werden verkocht tegen prijzen die sterk verschillen tussen het ene land en het andere; overwegende dat dit weliswaar niet in strijd is met de beginselen van de vrijemarkteconomie of met de huidige etiketteringsvoorschriften of andere levensmiddelenwetgeving, maar wel een vorm van misbruik van de merkidentiteit is en dus indruist tegen het beginsel dat alle consumenten gelijk worden behandeld;

P.  overwegende dat er ook gevallen zijn geweest van aanzienlijke verschillen in producten zoals babyvoeding, waardoor vraagtekens kunnen worden gezet bij de beginselen en claims van fabrikanten die beweren dat zij hun producten aanpassen aan lokale voorkeuren; overwegende dat sommige laboratoriumtests de bevinding opleveren dat producten van lagere kwaliteit minder gezonde combinaties van ingrediënten kunnen bevatten, wat indruist tegen het beginsel van gelijke behandeling van alle consumenten; overwegende dat sommige vertegenwoordigers van producenten en fabrikanten zijn overeengekomen hun recepten in bepaalde landen zo te wijzigen dat op de hele interne markt identieke producten worden aangeboden;

Q.  overwegende dat er bij deze onaanvaardbare praktijken bekende multinationale ondernemingen in de agrovoedingssector betrokken zijn, die ernaar streven hun winsten te maximaliseren door gebruik te maken van de verschillen in koopkracht tussen lidstaten;

R.  overwegende dat de Commissie in het voorstel voor een "new deal" voor de consument, een gerichte herziening van de consumentenrichtlijnen van de EU naar aanleiding van de geschiktheidscontrole van de EU-wetgeving inzake consumenten en marketing, heeft voorgesteld de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te actualiseren om daarin expliciet te bepalen dat nationale autoriteiten een onderzoek kunnen instellen naar en maatregelen kunnen nemen tegen misleidende handelspraktijken waarbij producten op de markt worden gebracht alsof zij in diverse EU-landen identiek zouden zijn, terwijl de samenstelling of kernmerken ervan aanzienlijk verschillen;

S.  overwegende dat productdifferentiatie en innovatie als zodanig niet beperkt moeten worden, maar dat de consument niet mag worden misleid;

T.  overwegende dat de interne markt grote voordelen heeft opgeleverd voor wie betrokken is bij de voedselvoorzieningsketen en dat de handel in levensmiddelen steeds vaker een uitgesproken grensoverschrijdende dimensie heeft en van bijzonder groot belang is voor het functioneren van de interne markt;

U.  overwegende dat het voor een volledige benutting van de voordelen van de interne markt cruciaal is dat de bestaande levensmiddelen- en consumentenwetgeving van de EU waarmee ongerechtvaardigde dubbele standaards kunnen worden opgespoord en aangepakt, beter wordt toegepast, zodat de consument beschermd wordt tegen misleidende informatie en oneerlijke handelspraktijken;

V.  overwegende dat er een blijvende behoefte is aan versterking van de rol van consumentenverenigingen op dit gebied; overwegende dat consumentenverenigingen een unieke rol spelen bij het waarborgen van het vertrouwen van de consument en dat zij meer steun moeten krijgen in de vorm van extra wettelijke en economische maatregelen en capaciteitsopbouw;

W.  overwegende dat bewezen verschillen in ingrediënten in vergelijkbare producten op de lange termijn slecht kunnen zijn voor de gezondheid van de consument, met name in het geval van kwetsbare consumenten, zoals kinderen en mensen met voedings- en/of gezondheidsproblemen waardoor het welzijn van de burgers wordt aangetast; overwegende dat dit bijvoorbeeld het geval is wanneer het vet- en/of suikergehalte hoger is dan verwacht, wanneer vetten van dierlijke oorsprong worden vervangen door vetten van plantaardige oorsprong of omgekeerd, wanneer suiker wordt vervangen door kunstmatige zoetstoffen of wanneer het zoutgehalte wordt verhoogd; overwegende dat etikettering die geen juist beeld geeft van de gebruikte additieven of het aantal vervangers voor basisingrediënten, de consumenten kan misleiden en risico's kan inhouden voor hun gezondheid;

X.  overwegende dat op EU-niveau geen wetgevingsregels inzake tweevoudige kwaliteit voorhanden zijn waardoor het onmogelijk is kwaliteit te vergelijken of gevallen van tweevoudige kwaliteit vast te stellen en er geen instrumenten zijn die zouden kunnen worden gebruikt om de situatie te verhelpen; overwegende dat de diensten van de Commissie voor gezondheid- en levensmiddelenaudits en -analyses regelmatig tekortkomingen hebben gemeld bij de tenuitvoerlegging en handhaving van de toepasselijke voorschriften van de levensmiddelenwetgeving van de EU, bijvoorbeeld bij de etikettering van separatorvlees(12) of het gebruik van levensmiddelenadditieven(13);

Y.  overwegende dat verschillen in de samenstelling die gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de consumenten, mogelijk niet alleen terug te vinden zijn in levensmiddelen, maar ook in cosmetica, verzorgingsproducten en reinigingsmiddelen;

Z.  overwegende dat herformuleringsmaatregelen om het vet-, suiker- en zoutgehalte in levensmiddelen te verlagen in veel Centraal-, Oost- en Zuidoost-Europese landen achterblijven;

1.  onderstreept dat uit talrijke in de verschillende lidstaten uitgevoerde tests en onderzoeken, voornamelijk in Centraal- en Oost-Europa, met verschillende methodes voor laboratoriumtesten, is gebleken dat er verschillen van diverse omvang bestaan, onder meer qua samenstelling en gebruikte ingrediënten, tussen in de interne markt verhandelde en via reclame aangeprezen producten die onder dezelfde merknaam en met een identieke verpakking worden verkocht, ten nadele van de consument; wijst erop dat uit een studie die in opdracht van een nationale bevoegde autoriteit is verricht blijkt dat de consument zich stoort aan die verschillen; concludeert derhalve dat consumenten, op grond van de bevindingen van die testen en onderzoeken, vrezen dat er sprake is van discriminatie tussen de verschillende markten in de lidstaten; benadrukt dat een dergelijk soort discriminatie niet aanvaardbaar is en dat alle consumenten in de EU toegang moeten hebben tot producten van dezelfde kwaliteit;

2.  benadrukt dat de gevallen van dergelijke significante verschillen niet alleen levensmiddelen betreffen, maar vaak ook non-foodproducten, met inbegrip van reinigingsmiddelen, cosmetica, toiletartikelen en babyverzorgingsproducten;

3.  brengt in herinnering dat het Parlement de Commissie in 2013 heeft verzocht een grondig onderzoek in te stellen teneinde vast te stellen of de bestaande wetgeving van de Unie gewijzigd dient te worden, en het Europees Parlement en de consumenten in kennis te stellen van de resultaten;

4.  is ingenomen met de onlangs door de Commissie aangekondigde initiatieven met betrekking tot deze kwestie, en met name met de toezegging een gemeenschappelijke testmethode te ontwikkelen, financiële middelen te reserveren voor de ontwikkeling en toepassing van deze methode en voor het verzamelen van nader betrouwbaar en vergelijkbaar bewijs, de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te actualiseren en het kenniscentrum voor levensmiddelenfraude en -kwaliteit op te richten;

5.  neemt nota van het mandaat dat door de Europese Raad aan het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen is toegekend om het probleem van tweevoudige kwaliteit aan te pakken; spoort de lidstaten en hun bevoegde autoriteiten aan actief deel te nemen aan lopende initiatieven, met inbegrip van het ontwikkelen en in hun werkpraktijken integreren van een gemeenschappelijke testmethode en het verzamelen van aanvullend bewijs; benadrukt dat de partijen die de belangen van de consumenten vertegenwoordigen, actief betrokken moeten zijn en namens de consumenten moeten kunnen spreken, met inbegrip van de vertegenwoordigers van consumentenorganisaties, fabrikanten en onderzoeksorganisaties die in de lidstaten producttests hebben uitgevoerd; is van mening dat het Parlement moet worden betrokken bij alle lopende initiatieven die van invloed kunnen zijn op pogingen om het probleem van de tweevoudige kwaliteit aan te pakken;

6.  beveelt de getroffen lidstaten aan een eigen beoordeling uit te voeren van de methode en effectiviteit van de handhaving van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en andere wetgeving die betrekking heeft op de kwestie van de tweevoudige kwaliteit van levensmiddelen en andere producten, en deze voor te leggen aan de Commissie voor de uitvoering van een objectieve beoordeling van de ernst van dit probleem;

7.  is verheugd over de goedkeuring door het Parlement van een proefproject voor 2018 dat bestaat uit een reeks marktonderzoeken met betrekking tot verschillende categorieën consumentenproducten teneinde de verschillende aspecten ten aanzien van tweevoudige kwaliteit te analyseren; verwacht dat het project tijdig en volgens de oorspronkelijke planning uitgevoerd en bekendgemaakt wordt; is van mening dat het project ook in 2019 moet worden voortgezet om de kennis te verbreden en dat het ook de non-foodsector moet bestrijken; vraagt om de mogelijkheid voor leden van het Parlement om meer bij het toezicht op het project te worden betrokken; moedigt het Parlement, de Commissie en de lidstaten aan alle beschikbare middelen te gebruiken, met inbegrip van proefprojecten en nationale projecten, om de diverse aspecten van tweevoudige kwaliteit van producten nader te onderzoeken;

8.  benadrukt het feit dat volledige informatie over de publieke instantie die bevoegd is voor het ondernemen van actie en het opstarten van passende administratieve of gerechtelijke procedures, inclusief de mogelijkheid voor burgers om online klachten in te dienen, onontbeerlijk is voor een effectieve handhaving van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken; beoordeelt daarom negatief de tekortkomingen op informatiegebied van de betrokken lidstaten, waarvan sommige ondanks de verklaringen dat de kwestie van tweevoudige kwaliteit van producten moet worden opgelost, deze informatie niet verstrekken op de websites van de bevoegde instanties;

9.  benadrukt dat de Commissie reeds een aanmelding heeft ontvangen van een nieuwe nationale etiketteringsmaatregel die tot doel heeft uiteenlopende samenstellingen van levensmiddelen bij consumenten onder de aandacht te brengen;

10.  is tevreden met het feit dat de Commissie, voor een verdere verbetering van de consumentenbescherming in de EU en ter ondersteuning van de bedrijven, een online-opleidingsprogramma heeft gestart, dat ondernemingen helpt de rechten van consumenten in de EU beter te begrijpen en toe te passen;

Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten

11.  neemt nota van de Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de EU-wetgeving inzake levensmiddelen- en consumentenbescherming op kwesties in verband met tweevoudige kwaliteit van producten; wijst erop dat die Mededeling bedoeld is om de nationale autoriteiten te helpen vaststellen of een bedrijf de EU-wetgeving inzake levensmiddelen en consumentenbescherming schendt wanneer het producten van tweevoudige kwaliteit verkoopt in verschillende landen, en die autoriteiten te adviseren over de wijze van onderlinge samenwerking; spreekt zijn bezorgdheid uit dat de in de Mededeling genoemde stapsgewijze benadering op basis waarvan nationale autoriteiten kunnen vaststellen of producenten in strijd handelen met de EU-wetgeving, momenteel niet wordt toegepast door de autoriteiten, wat zou kunnen betekenen dat de consumentenrechten worden geschonden;

12.  is het eens met de Commissie dat consumenten op de interne markt ervan uitgaan dat deze markt is gebaseerd op de beginselen van vrij verkeer van goederen en gelijke toegang tot goederen, en dat zij a priori niet verwachten dat merkproducten die in verschillende landen worden verkocht, van elkaar verschillen; wijst erop dat volgens de Commissie uit studies over merkentrouw blijkt dat de consument een merk beschouwt als waarborg voor gecontroleerde en constante kwaliteit; is het voorts met de Commissie eens dat dit verklaart waarom sommige consumenten verwachten dat merkproducten, waar en wanneer ze ook worden aangekocht, zo niet identiek dan toch minstens van dezelfde kwaliteit zijn, en dat merkeigenaars de consumenten inlichten wanneer zij beslissen de samenstelling van hun producten te wijzigen;

13.  is daarom van mening dat het verstrekken van aanvullende informatie, zelfs op het meest in het oog springende deel van de verpakking, niet voldoende is als de consument niet duidelijk begrijpt dat het product in kwestie verschilt van producten van hetzelfde merk die in andere lidstaten worden verkocht;

14.  is het voorts eens met de Commissie dat, in dit verband, de producenten niet noodzakelijk identieke producten in verschillende geografische gebieden hoeven aan te bieden en dat het vrij verkeer van goederen niet betekent dat elk product overal op de eengemaakte markt identiek moet zijn; benadrukt dat exploitanten goederen met een verschillende samenstelling en verschillende eigenschappen op de markt mogen brengen en mogen verkopen op basis van relevante factoren, mits zij zich volledig aan de EU-wetgeving houden; benadrukt echter dat die producten niet in kwaliteit mogen verschillen wanneer zij worden aangeboden aan consumenten op verschillende markten;

15.  is van mening dat het verstrekken van precieze en gemakkelijk te begrijpen informatie aan consumenten van essentieel belang is om de problematiek rond de tweevoudige kwaliteit van producten aan te pakken; is ervan overtuigd dat in het geval dat een onderneming in verschillende lidstaten producten met verschillende eigenschappen op de markt wil brengen, die producten geen etiketten of merknamen mogen hebben die hetzelfde lijken;

16.  merkt op dat er aanvaardbare verschillen kunnen zijn in de samenstelling van een merkproduct en dat producten kunnen verschillen in verband met regionale voorkeuren van de consument, de bevoorrading van lokale ingrediënten, voorschriften van nationaal recht of herformuleringsdoeleinden; benadrukt dat het niet de bedoeling is om kwaliteitsvereisten voor levensmiddelen vast te stellen of te harmoniseren en dat het niet wenselijk is om fabrikanten de exacte samenstelling van de verschillende producten voor te schrijven; is echter van mening dat de consumentenvoorkeur niet als excuus mag dienen voor het verlagen van kwaliteit of het aanbieden van verschillende kwaliteitsniveaus op verschillende markten; benadrukt dat de consument voor elk afzonderlijk product op duidelijke wijze geïnformeerd moet worden en bewust moet zijn van deze aanpassing en dat hem niet alleen in algemene termen moet worden meegedeeld dat deze gevestigde praktijk bestaat;

17.  merkt op dat er een algemeen beeld heerst dat de Mededeling voornamelijk betrekking heeft op levensmiddelen; is van mening dat bepalingen met betrekking tot de toepassing van de wetgeving inzake consumentenbescherming op alle levensmiddelen en non-foodproducten van toepassing moeten zijn, en dat het etiket leesbaar moet zijn en volledige informatie over het product moet bevatten;

18.  vestigt de aandacht op de richtsnoeren van de Commissie uit 2016 over de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, waarin is bepaald dat goederen van dezelfde kwaliteit of met dezelfde of gelijkende verpakking in samenstelling mogen verschillen naargelang de plaats van vervaardiging en de bestemmingsmarkt, wat betekent dat zij per lidstaat verschillend mogen zijn en dat volgens die richtlijn handelspraktijken die erin bestaan om producten van verschillende samenstelling op de markt te brengen op zich niet oneerlijk zijn; benadrukt het belang van de door de Commissie uitgebrachte richtsnoeren voor de juiste en samenhangende toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken; verzoekt de Commissie derhalve het verband tussen de Mededeling, de richtsnoeren en het document van de subgroep interne markt van het Forum op hoog niveau voor een beter werkende voedselvoorzieningsketen, te verduidelijken;

19.  merkt op dat er mogelijk verschillende eisen gelden voor de door de nationale bevoegde autoriteiten gehanteerde controlemethoden; onderstreept dat er al diverse analyses zijn uitgevoerd die als basis kunnen dienen voor het ontwerpen en ten uitvoer leggen van de gemeenschappelijke testmethode, zelfs als hun methodes verschilden en de resultaten ervan niet op dezelfde manier werden beoordeeld; is van mening dat het doel van de werkzaamheden om een door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) van de Commissie geleide methodologie te ontwikkelen, duidelijk moet worden vermeld om een uniforme interpretatie van de resulterende methode te garanderen, met inbegrip van een definitie van "significant verschil", en om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen deze methode te gebruiken; wijst erop dat de vaststelling welke van de verschillende producten het meest standaard en dus het "referentieproduct" is, in de praktijk de algemene beoordeling zou kunnen belemmeren, aangezien het te moeilijk kan zijn om dat te bepalen;

20.  is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om nationale handhavingsautoriteiten te helpen bij het opsporen van oneerlijke handelspraktijken bij het op de markt brengen van producten; verzoekt de Commissie te zorgen voor coördinatie van de nationale bevoegde autoriteiten op dit gebied; benadrukt dat die methode bedoeld is om ervoor te zorgen dat er door de lidstaten op een gemeenschappelijke basis betrouwbaar en vergelijkbaar bewijs wordt verzameld om bij te dragen aan een algemene beoordeling van de omvang en de ernst van het verschijnsel van tweevoudige kwaliteit in de EU; herinnert eraan dat de feitelijke aard van oneerlijke handelspraktijken waarschijnlijk steeds alleen per geval zal worden beoordeeld omdat de omvang van de misleiding van de consument altijd een kwestie is van subjectieve beoordeling door de bevoegde autoriteit of rechter;

21.  is ingenomen met het besluit van de Commissie om de bevoegde autoriteiten uit te nodigen meer markttests te verrichten binnen de lidstaten, in het kader waarvan producten in verschillende regio's en landen met elkaar worden vergeleken; wijst er echter op dat die tests volgens de Commissie moeten worden uitgevoerd op basis van een gemeenschappelijk testmethode die nog niet volledig is ontwikkeld; benadrukt dat het van belang is het tijdschema aan te houden zodat de resultaten van de in het kader van de gemeenschappelijke testmethode uitgevoerde tests aan het eind van het jaar zijn afgerond, in alle officiële EU-talen in een openbaar toegankelijke databank worden bekendgemaakt en uiterlijk tegen eind 2018 worden geanalyseerd; benadrukt bovendien de noodzaak om deze resultaten snel bekend te maken ten behoeve van de voorlichting van consumenten en producenten om hen te informeren en zo de gevallen van tweevoudige kwaliteit van producten te helpen verminderen;

Andere aspecten van tweevoudige kwaliteit

22.  benadrukt dat huismerken in de afgelopen tien jaar tot essentieel onderdeel van de dagelijkse boodschappen van de consument zijn uitgegroeid, en dat hun marktaandeel in de meeste lidstaten en de meeste productcategorieën is toegenomen; is van mening dat teneinde verwarring te voorkomen, de consument nooit de indruk mag hebben dat een merkproduct in werkelijkheid een huismerk betreft; stelt nogmaals dat de kwestie met betrekking tot huismerken de speciale aandacht van de Commissie verdient om een einde te maken aan de verwarring tussen huismerken en merkproducten; merkt op dat de interne markt toegankelijk is voor producenten en fabrikanten, maar dat de concurrentie hevig is, aangezien een aantal merken overal in de hele Unie bekend is en een goede reputatie geniet;

23.  herinnert eraan dat het Parlement de Commissie meermaals verzocht heeft vast te stellen of tweevoudige kwaliteit negatieve gevolgen heeft voor de lokale en regionale productie, en met name voor kleine en middelgrote ondernemingen; betreurt dat de Commissie nog steeds geen gegevens heeft verstrekt;

24.  benadrukt dat nagemaakte merkproducten de consument blootstellen aan gezondheids- en veiligheidsrisico's, het vertrouwen van de consument in de merken ondermijnen en tot inkomstenverlies voor producenten leiden; merkt op dat er in de EU nog steeds een brede waaier aan nagemaakte producten in beslag wordt genomen en dat het daarbij om vrijwel alle soorten goederen gaat;

25.  maakt zich zorgen over de aan handelaren opgelegde beperkingen ten aanzien van de aankoop van goederen, welke mogelijk een negatief effect op de keuze van de consument hebben; spoort de Commissie aan de factoren in kaart te brengen die bijdragen tot de versplintering van de interne markt voor goederen en de mogelijkheid voor de consument om ten volle te profiteren van de interne markt onrechtmatig beperken, met name territoriale beperkingen met betrekking tot leveringen en de gevolgen hiervan; verzoekt de Commissie om in voorkomend geval gebruik te maken van het mededingingsrecht om dergelijke praktijken aan te pakken;

26.  wijst erop dat de nationale bevoegde autoriteiten uitsluitend monsters kunnen selecteren en tests kunnen uitvoeren op het grondgebied van hun eigen lidstaat; benadrukt de noodzaak van een versterkte, doeltreffende, transparante en snelle grensoverschrijdende samenwerking en uitwisseling van gegevens, met inbegrip van de uitwisseling van mogelijk niet-conforme producten en informatie over mogelijke oneerlijke praktijken, tussen nationale consumentenbeschermingsorganisaties en voedselautoriteiten, consumentenverenigingen en de Commissie om de tweevoudige kwaliteit aan te pakken en de handhaving van de wetgeving te verbeteren en onderling aan te passen; verzoekt de Commissie en de lidstaten dergelijke samenwerking te intensiveren; is verheugd over de vaststelling van de herziene verordening betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming (SCB) die de opsporings- en handhavingsbevoegdheden versterkt, de uitwisseling van informatie en gegevens en de toegang tot alle relevante informatie bevordert en geharmoniseerde regels vaststelt met procedures voor de coördinatie van onderzoeks- en handhavingsmaatregelen op dit gebied;

27.  erkent het nut van "sweeps" als belangrijk middel om de handhaving in het kader van de SCB-verordening te coördineren en verzoekt de Commissie en de lidstaten die bezemacties verder te versterken en het toepassingsgebied ervan uit te breiden;

Aanbevelingen en vervolgstappen

28.  benadrukt de waarde van een breed en tijdig publiek debat dat leidt tot een verhoogd consumentenbewustzijn over producten en hun kenmerken; wijst erop dat sommige fabrikanten en eigenaren van huismerken al hebben aangekondigd dat zij hun recepten zullen veranderen of in de hele EU dezelfde productiestandaard zullen gebruiken; onderstreept het belang van de rol die de sector speelt bij het verhogen van de transparantie ten aanzien van de samenstelling en kwaliteit van producten en de veranderingen daarin; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om op dit gebied een gedragscode uit te werken; verzoekt om, met het oog op hun eigen belangen, een nog grotere betrokkenheid van zowel de producenten als de detailhandelaars, om zo snel mogelijk een doeltreffende oplossing voor de huidige situatie te vinden zonder terug te grijpen op handhavingsprocedures, en om de Europese consumenten in staat te stellen op de hele interne markt toegang te krijgen tot producten van dezelfde kwaliteit; verzoekt de fabrikanten te overwegen een logo op de verpakking aan te brengen om aan te geven dat de inhoud en de kwaliteit van een product van een bepaald merk in alle lidstaten gelijk zijn;

29.  nodigt consumentenorganisaties, maatschappelijke organisaties en de aangemelde nationale instanties die bevoegd zijn voor de handhaving van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en hiermee verband houdende wetgeving uit een actieve rol in het publieke debat op zich te nemen, alsook bij het informeren van consumenten; is ervan overtuigd dat consumentenorganisaties aanzienlijk kunnen bijdragen aan de oplossing van het probleem van de tweevoudige kwaliteit van producten; verzoekt de Commissie en de lidstaten om meer ondersteuning van nationale consumentenorganisaties door middel van financiële en juridische mechanismen, opdat zij capaciteit kunnen opbouwen, hun testwerkzaamheden kunnen ontwikkelen en samen met de bevoegde autoriteiten kunnen helpen om gevallen van oneerlijke productdifferentiatie op te sporen en aan het licht te brengen; is bovendien van mening dat versterkte grensoverschrijdende informatie-uitwisseling tussen consumentenverenigingen moet worden bevorderd;

30.  is op basis van eerdere ervaringen van oordeel dat de bevoegde autoriteiten tot nu toe niet in staat zijn geweest om ieder voor zich op nationaal niveau specifieke gevallen van tweevoudige kwaliteit aan te pakken of bestaande wetgeving te handhaven, dan wel hiertoe slechts in zeer beperkte mate een poging ondernomen hebben, deels ook omdat er geen expliciete wetsvoorschriften op EU-niveau zijn; herinnert eraan dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en dat zij deze verantwoordelijkheid ook moeten nemen om te voorkomen dat de consumenten worden misleid door oneerlijke verkooppraktijken; benadrukt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten beschikken over passende technische, financiële en personele capaciteiten om daadwerkelijke handhaving te garanderen; verzoekt de lidstaten de consumenten de mogelijkheid te geven ergens klachten in te dienen en die nader te laten onderzoeken, en de consumenten zo veel mogelijk te informeren over hun rechten en mogelijkheden in het kader van de handhaving van de bestaande wetgeving en over de plichten van verkopers met betrekking tot informatieverstrekking over de samenstelling en, in voorkomend geval, de herkomst van producten;

31.  vestigt de aandacht op het feit dat het probleem van tweevoudige kwaliteit rechtstreeks verband houdt met de essentie van de werking van de interne markt en het consumentenvertrouwen, die beide op het spel staan, en derhalve, onder meer, een oplossing op het niveau van de Unie vergt, door middel van onmiddellijk afdwingbare maatregelen; is ervan overtuigd dat gezien het feit dat actie op nationaal niveau mogelijk is, actie op het niveau van de Unie de integriteit van de interne markt zou kunnen waarborgen; verzoekt de Commissie de bestaande nationale normen voor levensmiddelen en non-foodproducten in de EU in kaart te brengen en te beoordelen in hoeverre deze van toepassing zijn in gevallen van tweevoudige kwaliteit in de interne markt;

32.  dringt erop aan dat er met spoed capaciteit en mechanismen op EU-niveau worden ontwikkeld in een gespecialiseerde controle- en toezichtunit binnen een bestaand EU-orgaan (bijv. het GCO of de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)), waarbij de bureaucratie tot een minimum wordt beperkt, om erop toe te zien dat de samenstelling en het proportioneel gebruik van ingrediënten gelijk zijn in levensmiddelen van hetzelfde merk en met dezelfde verpakking en om vergelijkende laboratoriumanalyses te beoordelen om dergelijke oneerlijke commerciële handelspraktijken bij het op de markt brengen van levensmiddelen op te sporen;

33.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een "new deal" voor consumenten, dat beoogt tweevoudige kwaliteit van producten aan te pakken door artikel 6 van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken zo te wijzigen dat wanneer een product in de handel wordt gebracht als zijnde identiek aan hetzelfde product dat in een aantal andere lidstaten in de handel is, terwijl deze producten in feite een aanzienlijk andere samenstelling of aanzienlijk andere kenmerken hebben, zulks wordt beschouwd als een misleidende handelspraktijk; merkt echter op dat het voorstel ook een aantal onduidelijke bepalingen bevat die verduidelijking behoeven met het oog op een juiste interpretatie en toepassing;

34.  is er evenwel stellig van overtuigd dat een wijziging van bijlage I bij de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, door een aanvullende categorie van misleidende handelspraktijken aan de "zwarte lijst" toe te voegen en tweevoudige kwaliteit van producten met dezelfde merknaam, wanneer die discriminerend is en geen rekening houdt met de verwachtingen van de consument, expliciet te vermelden, de meest doeltreffende manier is om ongeoorloofde gevallen van tweevoudige kwaliteit te voorkomen;

35.  benadrukt dat het wetgevingsproces een duidelijke definitie moet opleveren van wat als tweevoudige kwaliteit kan worden beschouwd en hoe elk geval door de bevoegde autoriteiten moet worden beoordeeld en aangepakt; benadrukt in dit verband dat een open lijst van zogenaamde "legitieme factoren" een belemmering zou kunnen vormen voor het vermogen van de bevoegde autoriteiten om een onderzoek in te stellen en de wet toe te passen; vreest dat de toepassing van het concept "bepaalde consumentenvoorkeuren" voor de beoordeling van de vraag of verschillen in de productsamenstelling al dan niet gerechtvaardigd zijn kan leiden tot verschillende interpretaties door de bevoegde autoriteiten;

36.  verzoekt de Commissie het aan het GCO verleende mandaat uit te breiden zodat het binnen een jaar een op Europees niveau geharmoniseerde testmethode voor de vergelijking van de kenmerken van non-foodproducten kan ontwikkelen, alsook richtsnoeren voor de verbetering van producttransparantie, en de resultaten van tests kan evalueren; wijst erop dat het GCO, met het oog op de uitwisseling van beste praktijken op dit gebied, ook moet streven naar samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten die reeds hun eigen producttests hebben uitgevoerd maar de resultaten nog niet aan de nationale autoriteiten van andere lidstaten hebben meegedeeld;

37.  wijst erop dat de veiligheid en kwaliteit van levensmiddelen, en de bescherming van de consument tegen misleiding, de hoogste prioriteit hebben; herinnert de Commissie aan haar belofte om het toezicht en de correcte toepassing van EU-wetgeving te verbeteren; is van mening dat de bevoegde autoriteiten op nationaal niveau daadwerkelijk moeten toezien op de naleving van de betreffende wetgeving op deze gebieden;

38.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de transparantie van wetenschappelijke studies op het gebied van voedselveiligheid te vergroten als reactie op de uitingen van publieke bezorgdheid, teneinde de informatie die nodig is om aankoopbeslissingen te nemen op basis van een betrouwbare, op wetenschappelijke feiten gebaseerde risicobeoordeling toegankelijker te maken;

39.  roept de nationale levensmiddelenautoriteiten op per geval te bepalen of vermeende discriminerende praktijken inderdaad illegaal zijn, op grond van de bepalingen van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken en hun wisselwerking met de eisen inzake eerlijke informatie, zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten;

40.  merkt op dat alle EU-burgers het slachtoffer zijn van praktijken inzake tweevoudige kwaliteit, onder meer wanneer zij naar een andere lidstaat reizen;

41.  onderstreept echter dat aanzienlijke verschillen in producten voor baby's, zoals voeding voor zuigelingen en peuters, niet louter en alleen kunnen worden gerechtvaardigd door regionale smaakvoorkeuren;

42.  verwerpt ten stelligste de bewering van sommige producenten dat veranderingen in de samenstelling en/of de kwaliteit worden aangebracht, opdat de prijzen beantwoorden aan de verwachtingen van de consumenten; benadrukt dat uit verschillende studies is gebleken dat producten van lagere kwaliteit vaak duurder zijn dan hun tegenhangers van hogere kwaliteit elders in de EU;

43.  moedigt het gebruik van het beginsel van de circulaire economie voor productverpakkingen sterk aan en benadrukt dat als de productverpakking in een lidstaat aan dit beginsel voldoet, de producent inspanningen moet leveren om ervoor te zorgen dat dit het geval is voor al zijn producten die onder hetzelfde merk in dezelfde soort verpakking op de markt worden gebracht in de EU en daarbuiten;

44.  benadrukt dat sommige gevallen van producten van tweevoudige kwaliteit het gevolg zijn van een gebrek aan handhaving van het EU-recht; verzoekt de autoriteiten van de lidstaten dringend om de bestaande EU-voorschriften inzake levensmiddelenetikettering te handhaven, ook met betrekking tot bijvoorbeeld separatorvlees;

o
o   o

45.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22.
(2) PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1.
(3) PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.
(4) PB C 65 van 19.2.2016, blz. 2.
(5) PB C 264 E van 13.9.2013, blz. 11.
(6) PB C 93 van 24.3.2017, blz. 27.
(7) PB C 86 van 6.3.2018, blz. 40.
(8) PB C 11 van 12.1.2018, blz. 2.
(9) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0027.
(10) O-000019/2017.
(11) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.
(12) http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=76
(13) http://ec.europa.eu/food/audits-analysis/overview_reports/details.cfm?rep_id=115

Laatst bijgewerkt op: 17 september 2019Juridische mededeling