Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2069(IMM)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0291/2018

Ingediende teksten :

A8-0291/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 02/10/2018 - 7.1

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0358

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 49k
Dinsdag 2 oktober 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Verzoek om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos
P8_TA(2018)0358A8-0291/2018

Besluit van het Europees Parlement van 2 oktober 2018 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos (2018/2069(IMM))

Het Europees Parlement,

–  gezien het op 28 maart 2018 door de plaatsvervangend procureur-generaal bij het Hooggerechtshof van Griekenland ingediende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos, teneinde hem strafrechtelijk te kunnen vervolgen voor het strafbare feit van niet-betaling van aan de staat verschuldigde bedragen (strafdossier ABM: IG 2017/11402 en EG 10‑17/337, dat is ingediend samen met document 1160350 van 28 maart 2018) en welk verzoek ter plenaire vergadering van 2 mei 2018 is meegedeeld,

–  na Georgios Kyrtsos te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,

–  gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,

–  gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 mei 1964, 10 juli 1986, 15 en 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011 en 17 januari 2013(1),

–  gezien artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek,

–  gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8‑0291/2018),

A.  overwegende dat het bureau van de openbare aanklager bij het Hooggerechtshof van Griekenland heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos, lid van het Europees Parlement, in verband met een strafprocedure wegens het niet betalen van aan de staat verschuldigde bedragen (meer dan 200 000 EUR), op grond van artikel 25, leden 1 en 6 van Wet 1882/1990, zoals vervangen door artikel 23, lid 1, van Wet 2523/1997 en artikel 25, lid 1, van Wet 1882/90, zoals vervangen door artikel 34, lid 1, van Wet 3220/2004, artikel 3, lid 1, van Wet 3943/2011, artikel 20 van Wet 4321/2015 en, ten slotte, artikel 8 van Wet 4337/2015;

B.  overwegende dat in artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaald is dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied dezelfde immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;

C.  overwegende dat in artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek bepaald is dat de leden van het parlement tijdens hun parlementaire ambtsperiode niet kunnen worden vervolgd, gearresteerd, gevangengenomen of op andere wijze aan beperkingen worden onderworpen zonder voorafgaande toestemming van het parlement;

D.  overwegende dat Georgios Kyrtsos vanaf 29 juni 2009 heeft opgetreden als wettelijk vertegenwoordiger (CEO) van de vennootschap Free Sunday Publishing House Ltd.;

E.  overwegende dat Georgios Kyrtsos, in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van Free Sunday Publishing House Ltd. wordt beschuldigd van het niet betalen van een bedrag van zeshonderdzevenentwintigduizend zevenhonderdtweeënvijftig euro en vijfenzestig cent (627 752,65 EUR) dat verschuldigd is aan de staat;

F.  overwegende dat het vermeende strafbare feit geen rechtstreeks verband houdt met het door Georgios Kyrtsos beklede ambt van lid van het Europees Parlement, maar daarentegen betrekking heeft op zijn vroegere positie als manager van zijn nieuwsbladonderneming;

G.  overwegende dat, voor de toepassing van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, de vervolging geen betrekking heeft op meningen of de stem die het betrokken lid van het Europees Parlement in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht;

H.  overwegende dat er geen redenen zijn om te vermoeden dat de onderliggende strafrechtelijke procedure gericht is op het toebrengen van schade aan de politieke activiteiten van een lid (fumus persecutionis);

1.  besluit de immuniteit van Georgios Kyrtsos op te heffen;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de Griekse autoriteiten en aan Georgios Kyrtsos.

(1) Arrest van het Hof van Justitie van 12 mei 1964, Wagner/Fohrmann en Krier, 101/63, ECLI:EU:C:1964:28; arrest van het Hof van Justitie van 10 juli 1986, Wybot/Faure e.a., 149/85, ECLI:EU:C:1986:310; arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, Mote/Parlement, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440; arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23.

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling