Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0251(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0280/2018

Ingediende teksten :

A8-0280/2018

Debatten :

PV 02/10/2018 - 16
CRE 02/10/2018 - 16

Stemmingen :

PV 03/10/2018 - 9.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0366

Aangenomen teksten
PDF 204kWORD 65k
Woensdag 3 oktober 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Harmonisatie en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel *
P8_TA(2018)0366A8-0280/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 3 oktober 2018 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde regels in het btw-stelsel en tot invoering van het definitieve stelsel voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten (COM(2017)0569 – C8-0363/2017 – 2017/0251(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2017)0569),

–  gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0363/2017),

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en industriebeleid (A8-0280/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  In 1967 is bij de vaststelling door de Raad van het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) bij de Richtlijnen 67/227/EEG42 en 67/228/EEG43 van de Raad de principeafspraak gemaakt om binnen de Europese Gemeenschap een definitief btw-stelsel tot stand te brengen dat functioneert alsof de Gemeenschap één lidstaat is. Aangezien de politieke en technische omstandigheden niet rijp waren voor een dergelijk systeem, is eind 1992 bij de afschaffing van de fiscale grenzen tussen de lidstaten een btw-overgangsregeling vastgesteld. In Richtlijn 2006/112/EG van de Raad44, die momenteel van kracht is, is bepaald dat deze overgangsregeling door een definitieve regeling moet worden vervangen.
(1)  In 1967 is bij de vaststelling door de Raad van het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) bij de Richtlijnen 67/227/EEG42 en 67/228/EEG43 van de Raad de principeafspraak gemaakt om binnen de Europese Gemeenschap een definitief btw-stelsel tot stand te brengen dat functioneert alsof de Gemeenschap één lidstaat is. Aangezien de politieke en technische omstandigheden niet rijp waren voor een dergelijk systeem, is eind 1992 bij de afschaffing van de fiscale grenzen tussen de lidstaten een btw-overgangsregeling vastgesteld. In Richtlijn 2006/112/EG van de Raad44, die momenteel van kracht is, is bepaald dat deze overgangsregeling door een definitieve regeling moet worden vervangen. Deze regels bestaan nu echter al enkele decennia, hetgeen resulteert in een complex overgangsstelsel voor de btw dat vatbaar is voor grensoverschrijdende btw-fraude binnen de Unie. Deze overgangsregels vertoont talrijke tekortkomingen, waardoor het btw-stelsel niet volledig efficiënt is en evenmin verenigbaar met de eisen van een echte interne markt.
_________________
_________________
42 Eerste Richtlijn 67/227/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1301).
42 Eerste Richtlijn 67/227/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1301).
43 Tweede Richtlijn 67/228/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Structuur en wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1303).
43 Tweede Richtlijn 67/228/EEG van de Raad van 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Structuur en wijze van toepassing van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB 71 van 14.4.1967, blz. 1303).
44 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
44 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  In haar mededeling van 28 oktober 2015, getiteld "De eengemaakte markt verbeteren: meer mogelijkheden voor mensen en ondernemingen" heeft de Commissie de complexiteit van de huidige btw-regelgeving aangewezen als een van de grootste belemmeringen voor de voltooiing van de interne markt. Tegelijkertijd is de btw-kloof, die wordt gedefinieerd als het verschil tussen het bedrag aan btw dat daadwerkelijk wordt geïnd en het theoretische bedrag dat naar verwachting zal worden geïnd, in de EU‑28 toegenomen tot 151,5 miljard EUR in 2015. Hieruit blijkt dat het btw-stelsel dringend grondig moet worden hervormd om tot een definitief btw-stelsel te komen, de grensoverschrijdende handel binnen de Unie te vergemakkelijken en te vereenvoudigen en het stelsel fraudebestendiger te maken.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1 ter (nieuw)
(1 ter)   De totstandbrenging van één EU-btw-ruimte is van cruciaal belang om de nalevingskosten voor bedrijven te verminderen, de risico's van grensoverschrijdende btw-fraude te verlagen en de btw-gerelateerde procedures te vereenvoudigen. Het definitieve btw-stelsel zal de eengemaakte markt versterken en betere voorwaarden scheppen voor grensoverschrijdende handel. Het moet de nodige veranderingen omvatten in verband met technologische ontwikkelingen en digitalisering, veranderingen in bedrijfsmodellen en de mondialisering van de economie.
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  In haar btw-actieplan45 heeft de Commissie haar voornemen aangekondigd om een voorstel voor te leggen waarin de beginselen zijn vervat voor een definitief btw-stelsel voor grensoverschrijdende b2b-handel tussen de lidstaten dat berust op de belastingheffing van grensoverschrijdende leveringen van goederen in de lidstaat van bestemming.
(2)  Het huidige Europese btw-stelsel, dat in 1993 werd ingevoerd, is vergelijkbaar met het Europese douanestelsel. Het ontbreekt echter aan gelijkwaardige controles, waardoor het een doelwit is voor grensoverschrijdende fraude. Het huidige btw-stelsel moet ingrijpend worden gewijzigd in die zin dat de levering van goederen van de ene lidstaat naar de andere wordt belast alsof deze goederen binnen een lidstaat zijn geleverd en verkregen. In haar btw-actieplan45 heeft de Commissie haar voornemen aangekondigd om een voorstel voor te leggen waarin de beginselen zijn vervat voor een definitief btw-stelsel voor grensoverschrijdende b2b-handel tussen de lidstaten dat berust op de belastingheffing van grensoverschrijdende leveringen van goederen in de lidstaat van bestemming. Deze wijziging kan bijdragen aan een verlaging van de grensoverschrijdende btw-fraude met 40 miljard EUR per jaar.
_________________
_________________
45 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over een actieplan betreffende de btw - Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU - Tijd om knopen door te hakken (COM(2016)0148 van 7.4.2016).
45 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over een actieplan betreffende de btw - Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU - Tijd om knopen door te hakken (COM(2016)0148 van 7.4.2016).
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Daarvoor moet het huidige stelsel, bestaande uit een vrijgestelde levering in de lidstaat van vertrek en een belaste intracommunautaire verwerving van goederen in de lidstaat van bestemming, worden vervangen door een stelsel van één levering die wordt belast in de lidstaat van bestemming en conform de btw-tarieven van de lidstaat van bestemming. De btw zal doorgaans worden betaald door de leverancier, die via een webportaal online zal kunnen nagaan welk btw-tarief in een lidstaat geldt. Wanneer de afnemer echter een gecertificeerd belastingplichtige is (een betrouwbare belastingplichtige die als zodanig is erkend door de lidstaten), is de verleggingsregeling wél van toepassing en is de gecertificeerd belastingplichtige btw verschuldigd bij de levering binnen de Unie. Het definitieve btw-stelsel zal tevens berusten op het concept van één registratie (een éénloketsysteem) voor bedrijven, dat voorziet in zowel betaling als aftrek van de verschuldigde btw.
(3)  Daarvoor moet het huidige stelsel, bestaande uit een vrijgestelde levering in de lidstaat van vertrek en een belaste intracommunautaire verwerving van goederen in de lidstaat van bestemming, worden vervangen door een stelsel van één levering die wordt belast in de lidstaat van bestemming en conform de btw-tarieven van de lidstaat van bestemming. De btw zal doorgaans worden betaald door de leverancier, die via een webportaal online zal kunnen nagaan welk btw-tarief in een lidstaat geldt. Het definitieve btw-stelsel zal tevens berusten op het concept van één registratie (een éénloketsysteem) voor bedrijven, dat voorziet in zowel betaling als aftrek van de verschuldigde btw. Het éénloketsysteem is het nieuwe op bestemming gebaseerde systeem, dat nodig is om een aanzienlijke toename van de complexiteit van het btw-stelsel en de administratieve last te voorkomen. Daarom moet de uitbreiding van de Mini One-Stop Shop (MOSS) tot alle B2B-diensten en de verkoop van goederen plaatsvinden in het kader van de voorgestelde verbeteringen van het huidige systeem.
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis)  Om interoperabiliteit, gebruiksgemak en toekomstbestendigheid te garanderen, moet het éénloketsysteem voor bedrijven werken met een geharmoniseerd grensoverschrijdend IT-systeem dat op gemeenschappelijke normen gebaseerd is en automatische opvraging en invoer van gegevens mogelijk maakt, bijvoorbeeld door het gebruik van uniforme standaardformulieren.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 4
(4)  Deze beginselen moeten in de richtlijn worden vastgelegd en moeten in de plaats komen van het huidige concept, volgens welk de definitieve regeling moet berusten op de belastingheffing in de lidstaat van oorsprong.
(4)  Deze beginselen moeten in de richtlijn worden vastgelegd en moeten in de plaats komen van het huidige concept, volgens welk de definitieve regeling moet berusten op de belastingheffing in de lidstaat van oorsprong door middel van een definitief btw-stelsel. Deze nieuwe beginselen zouden de lidstaten in staat stellen btw-fraude beter te bestrijden, met name intracommunautaire carousselfraude (Missing Trader Intra-Community - MTIC), die op ten minste 50 miljard EUR per jaar wordt geraamd.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)  In zijn conclusies van 8 november 201646 heeft de Raad de Commissie verzocht bepaalde verbeteringen aan te brengen in de btw-regels van de Unie voor grensoverschrijdende transacties wat betreft de rol van het btw-identificatienummer in het kader van de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen, de regeling voor voorraad op afroep, ketentransacties en het bewijs van vervoer voor de vrijstelling van intracommunautaire handelingen.
(5)  In zijn conclusies van 8 november 201646 heeft de Raad de Commissie verzocht bepaalde verbeteringen aan te brengen in de btw-regels van de Unie voor grensoverschrijdende transacties wat betreft vier terreinen: de rol van het btw-identificatienummer in het kader van de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen, de regeling voor voorraad op afroep, ketentransacties en het bewijs van vervoer voor de vrijstelling van intracommunautaire handelingen.
_________________
_________________
46 Conclusies van de Raad van 8 november 2016 over verbeteringen aan de huidige btw-regels van de EU voor grensoverschrijdende transacties (nr. 14257/16 FISC 190 ECOFIN 1023 van 9 november 2016).
46 Conclusies van de Raad van 8 november 2016 over verbeteringen aan de huidige btw-regels van de EU voor grensoverschrijdende transacties (nr. 14257/16 FISC 190 ECOFIN 1023 van 9 november 2016).
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  Gezien dit verzoek en gezien het feit dat het een aantal jaren zal duren voordat het definitieve btw-stelsel voor de handel binnen de Unie is ingevoerd, zijn deze specifieke maatregelen om bepaalde regelingen voor bedrijven te harmoniseren en te vereenvoudigen, passend.
(6)  Gezien dit verzoek en gezien het feit dat het definitieve btw-stelsel voor de handel binnen de Unie nog niet naar behoren is ingevoerd, zijn deze specifieke maatregelen om bepaalde regelingen voor bedrijven te harmoniseren en te vereenvoudigen, slechts tijdens een overgangsfase passend.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)  Om de verbeteringen in de btw-regels van de Unie voor grensoverschrijdende transacties efficiënt toe te passen en om geleidelijk over te gaan naar het definitieve stelsel voor de handel binnen de Unie, is het nodig om de status van gecertificeerd belastingplichtige te creëren.
(7)  Om de verbeteringen in de btw-regels van de Unie voor grensoverschrijdende transacties efficiënt toe te passen en om geleidelijk over te gaan naar het definitieve stelsel voor de handel binnen de Unie, is het nodig om de status van gecertificeerd belastingplichtige te creëren. Er moeten echter strikte criteria worden ingevoerd, die door alle lidstaten op geharmoniseerde wijze worden toegepast, om te bepalen welke ondernemingen in aanmerking komen voor de status van gecertificeerde belastingplichtige, en er moeten gemeenschappelijke regels en bepalingen worden vastgesteld die leiden tot boetes en sancties voor wie ze niet naleeft.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 8
(8)  In het huidige stelsel wordt geen onderscheid gemaakt tussen betrouwbare en minder betrouwbare belastingplichtigen wat de toe te passen btw-regels betreft. Het toekennen van de status van gecertificeerd belastingplichtige op basis van bepaalde objectieve criteria moet het mogelijk maken om de betrouwbare belastingplichtigen te identificeren. Op grond van deze status kunnen zij in aanmerking komen voor bepaalde regelingen die fraudegevoelig zijn en niet gelden voor andere belastingplichtigen.
(8)  In het huidige stelsel wordt geen onderscheid gemaakt tussen betrouwbare en minder betrouwbare belastingplichtigen wat de toe te passen btw-regels betreft. Het toekennen van de status van gecertificeerd belastingplichtige op basis van bepaalde objectieve criteria die op geharmoniseerde wijze door de lidstaten moeten worden toegepast, moet het mogelijk maken om de betrouwbare belastingplichtigen en de belastingplichtigen die niet volledig aan deze criteria voldoen, te identificeren. Op grond van deze status kunnen zij in aanmerking komen voor bepaalde vereenvoudigde en gebruiksvriendelijke regelingen die niet gelden voor andere belastingplichtigen.
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  Omdat de toegang tot de status van gecertificeerd belastingplichtige moet worden gebaseerd op criteria die op Unieniveau zijn geharmoniseerd, moet de door één lidstaat verleende certificering in de hele Unie geldig zijn.
(9)  De toegang tot de status van gecertificeerd belastingplichtige moet worden gebaseerd op duidelijk omschreven criteria en moet beschikbaar zijn voor ondernemingen, waaronder kmo's. Deze criteria moeten op Unieniveau zijn geharmoniseerd, en derhalve moet de door één lidstaat verleende certificering in de hele Unie geldig zijn. De Commissie moet daarom uitvoeringshandelingen en uitgebreide en gemakkelijk te gebruiken richtsnoeren presenteren die de harmonisatie en administratieve samenwerking tussen de autoriteiten vergemakkelijken en interoperabiliteit tussen de lidstaten waarborgen, en tegelijkertijd controleren of de lidstaten deze geharmoniseerde criteria in de hele Unie correct toepassen. Die richtsnoeren moeten nauw worden afgestemd op de criteria van de geautoriseerde marktdeelnemer in het kader van het douanewetboek van de Unie teneinde de administratieve last te verminderen en te zorgen voor een uniforme toepassing en naleving in alle lidstaten.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 bis (nieuw)
(9 bis)   Met bijzondere aandacht voor de hogere nalevingskosten voor kmo's moet de Commissie vereenvoudigde administratieve procedures voor kmo's voorstellen om de status van gecertificeerde belastingplichtigen te verkrijgen.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9 ter (nieuw)
(9 ter)   Informatie over de vraag of een marktdeelnemer een gecertificeerde belastingplichtige is, moet toegankelijk zijn via het VIES-systeem.
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)  Bepaalde belastingplichtigen die vallen onder specifieke regelingen waarbij de algemene btw-regels niet voor hen gelden, of die slechts af en toe economische activiteiten verrichten, mogen de status van gecertificeerd belastingplichtige voor deze specifieke regelingen of incidentele activiteiten niet krijgen. Anders zou afbreuk kunnen worden gedaan aan een probleemloze toepassing van de voorgestelde wijzigingen.
(10)  Bepaalde belastingplichtigen die vallen onder specifieke regelingen waarbij de algemene btw-regels niet voor hen gelden, mogen de status van gecertificeerd belastingplichtige voor deze specifieke regelingen of incidentele activiteiten niet krijgen. Anders zou afbreuk kunnen worden gedaan aan een probleemloze toepassing van de voorgestelde wijzigingen. Bovendien moet er in het bijzonder op worden toegezien dat kmo's bij het verkrijgen van de status van gecertificeerd belastingplichtige geen concurrentienadeel ondervinden ten opzichte van grote ondernemingen.
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)  Het EU-proefproject voor grensoverschrijdende btw-ruling moet de basis vormen voor een volledig ontwikkeld EU-instrument ter voorkoming van conflict tussen btw-regels inzake belastinggeschillen en ter beslechting van grensoverschrijdende geschillen binnen de Unie in btw-zaken. De nationale mechanismen zullen van toepassing blijven op binnenlandse btw-geschillen tussen de betrokken belastingplichtige en de nationale belastingautoriteit.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 ter (nieuw)
(13 ter)  Deze richtlijn voorziet in een voorlopige regeling totdat de lidstaten een definitieve regeling voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten vaststellen, en dient vergezeld te gaan van overeenkomstige uitvoeringshandelingen en richtsnoeren. Deze richtlijn, uitvoeringshandelingen en richtsnoeren moeten tegelijkertijd in werking treden.
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13 quater (nieuw)
(13 quater)  Er moet een mechanisme worden ingesteld om te zorgen voor een transparant en rechtstreeks informatiesysteem dat belastingplichtigen automatisch in kennis stelt van updates en wijzigingen van de btw-tarieven van de lidstaten. Dit mechanisme moet gebaseerd zijn op geharmoniseerde normen en rapportageformulieren, zodat een uniforme rapportage en opvraging van gegevens in alle lidstaten wordt gewaarborgd. De lidstaten moeten worden verplicht ervoor te zorgen dat alle informatie over hun nationale btw-tarieven correct en up-to-date is. Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat wijzigingen van de nationale btw-tarieven via een dit systeem worden gemeld binnen een redelijke termijn nadat zij zijn vastgesteld, en in ieder geval voordat zij van toepassing worden.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)   Rekening houdend met het algemeen belang en de financiële belangen van de Unie moeten klokkenluiders een doeltreffende rechtsbescherming genieten om het mogelijk te maken elke vorm van fraude op te sporen en te voorkomen.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 1 – alinea 1
Een belastingplichtige die een zetel van bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de Gemeenschap heeft dan wel bij gebreke van een zetel van bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in de Gemeenschap heeft en die in het kader van zijn economische activiteit een van de in de artikelen 17 bis, 20 en 21 bedoelde handelingen verricht of wil verrichten, of handelingen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 138, kan bij de belastingautoriteiten de status van gecertificeerd belastingplichtige aanvragen.
Een belastingplichtige die een zetel van bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de Gemeenschap heeft en die in het kader van zijn economische activiteit een van de in de artikelen 17 bis, 20 en 21 bedoelde handelingen verricht of wil verrichten, of handelingen overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 138 en 138 bis, kan bij de belastingautoriteiten de status van gecertificeerd belastingplichtige aanvragen.
Amendement 21
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 1 – alinea 3
Indien de aanvrager een belastingplichtige is aan wie voor douanedoeleinden de status van geautoriseerd marktdeelnemer is toegekend, wordt geacht aan de criteria van lid 2 te zijn voldaan.
Indien de aanvrager een belastingplichtige is aan wie uitsluitend voor douanedoeleinden de status van geautoriseerd marktdeelnemer is toegekend, wordt geacht aan de criteria van lid 2 te zijn voldaan.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 – letter a
(a)  de aanvrager heeft geen ernstige of herhaalde overtredingen van de belastingvoorschriften en douanewetgeving begaan en heeft geen strafblad met zware misdrijven in verband met de economische activiteit van de aanvrager;
(a)  de aanvrager heeft gedurende de afgelopen drie jaar dat hij economisch actief was, geen ernstige of herhaalde overtredingen van de belastingvoorschriften en douanewetgeving begaan, er zijn geen grote belastingaanpassingen doorgevoerd door de belastingautoriteiten, en de aanvrager heeft geen strafblad met zware misdrijven in verband met zijn economische activiteit, ongeacht of de activiteit binnen de Unie dan wel daarbuiten heeft plaatsgevonden;
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 – letter a bis (nieuw)
(a bis)  de aanvrager heeft geen strafblad met zware misdrijven in verband met zijn economische activiteit, zoals, maar niet beperkt tot:
i)  witwassen van geld;
ii)  belastingontduiking en belastingfraude;
iii)  misbruik van middelen en programma's van de Unie;
iv)  frauduleus bankroet of frauduleuze insolventie;
v)  verzekeringsfraude of andere financiële fraude;
vi)  omkoping en/of corruptie;
vii)  cybercriminaliteit;
viii)  deelneming aan een criminele organisatie;
ix)  misdrijven op het gebied van het mededingingsrecht;
x)  directe of indirecte betrokkenheid bij terroristische activiteiten;
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 – letter b
(b)  de aanvrager kan aantonen dat hij zijn handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft, ofwel door middel van een handels- en, in voorkomend geval, vervoersadministratie die passende belastingcontroles mogelijk maakt, ofwel door middel van een betrouwbaar of gecertificeerd intern auditspoor;
(b)  de aanvrager kan aantonen dat hij zijn handelingen en de goederenstroom goed onder controle heeft, ofwel door middel van een handels- en, in voorkomend geval, vervoersadministratie die passende belastingcontroles mogelijk maakt, ofwel door middel van een betrouwbaar of gecertificeerd intern auditspoor, overeenkomstig de uitvoeringshandelingen en richtsnoeren die de Commissie zal vaststellen;
Amendement 25
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 – letter c
(c)  de aanvrager kan zijn financiële solvabiliteit bewijzen; dit bewijs wordt geacht te zijn geleverd wanneer de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt om aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie, of wanneer hij zekerheden voorlegt die door verzekerings- of andere financiële instellingen of door andere economisch betrouwbare derden zijn gesteld.
(c)  de aanvrager kan zijn financiële solvabiliteit gedurende de afgelopen drie jaar bewijzen; dit bewijs wordt geacht te zijn geleverd wanneer de aanvrager een goede financiële positie heeft die hem in staat stelt om aan zijn verplichtingen te voldoen, waarbij naar behoren wordt gelet op de kenmerken van het type zakelijke activiteiten in kwestie, of wanneer hij zekerheden voorlegt die door verzekerings- of andere financiële instellingen of door andere economisch betrouwbare derden zijn gesteld. De aanvrager heeft een bankrekening bij een in de Unie gevestigde financiële instelling.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)
Indien de aanvrager tijdens de afgelopen drie jaar de status van geautoriseerde marktdeelnemer overeenkomstig het douanewetboek van de Unie is geweigerd, wordt hem de status van gecertificeerde belastingplichtige niet toegekend.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Met het oog op een geharmoniseerde interpretatie bij de toekenning van de status van gecertificeerde belastingplichtige stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling nadere richtsnoeren voor de lidstaten vast met betrekking tot de evaluatie van deze criteria, die in de gehele Unie geldig moeten zijn. De eerste uitvoeringshandeling wordt uiterlijk één maand na de inwerkingtreding van deze richtlijn vastgesteld.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 ter (nieuw)
2 ter.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen en richtsnoeren vast die nauw samenhangen met de uitvoeringshandelingen en richtsnoeren voor de geautoriseerde marktdeelnemer voor douanedoeleinden.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 2 quater (nieuw)
2 quater.   De in lid 2 genoemde criteria worden door alle lidstaten algemeen toegepast op basis van in een uitvoeringshandeling duidelijk en nauwkeurig omschreven regels en procedures.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 3 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
(d bis)   belastingplichtigen die niet of niet langer over een geldig btw-registratienummer beschikken;
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 3 – alinea 2
Aan de onder a) tot en met d) genoemde belastingplichtigen kan wél de status van gecertificeerd belastingplichtige worden toegekend voor de andere economische activiteiten die zij verrichten.
Aan de onder a) tot en met d) genoemde belastingplichtigen kan wél de status van gecertificeerd belastingplichtige worden toegekend voor de andere economische activiteiten die zij verrichten, op voorwaarde dat de resultaten van deze activiteiten geen belemmering vormen voor de activiteiten die het deze belastingplichtigen onmogelijk maakten om de status van gecertificeerde belastingplichtige te verkrijgen.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 4 – alinea 1
Een belastingplichtige die de status van gecertificeerd belastingplichtige aanvraagt, verstrekt alle door de belastingautoriteiten verlangde gegevens zodat zij een besluit kunnen nemen.
Een belastingplichtige die de status van gecertificeerd belastingplichtige aanvraagt, verstrekt alle door de belastingautoriteiten verlangde gegevens zodat zij een besluit kunnen nemen. De Commissie voorziet in vereenvoudigde administratieve procedures voor kmo's om de status van gecertificeerde belastingplichtige te verkrijgen.
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 4 – letter a
(a)  de belastingautoriteiten van de lidstaat waar de aanvrager de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd;
(a)  de belastingautoriteiten van de lidstaat waar de aanvrager de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, als gedefinieerd in Richtlijn (EU) .../..... van de Raad van .... betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCTB)* en in Richtlijn (EU) .../.... van de Raad van ... betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)**, alsook in Richtlijn (EU) .../.... van de Raad van .... tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid*** en in Richtlijn (EU) .../..... van de Raad van ... betreffende het gemeenschappelijke stelsel van een digitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten****;
_________________
* PB: Gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen dat in document 2016/0337(CNS) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-vindplaats van die richtlijn.
** PB: Gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen dat in document 2016/0336(CNS) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-vindplaats van die richtlijn.
*** PB: Gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen dat in document 2018/0072(CNS) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-vindplaats van die richtlijn.
**** PB: Gelieve in de tekst het nummer van de richtlijn in te voegen dat in document 2018/0073(CNS) is opgenomen, en in de voetnoot het nummer, de datum, de titel en de PB-vindplaats van die richtlijn.
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 4 – alinea 2 – letter c
(c)   de belastingautoriteiten van de lidstaat waar de aanvrager zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer hij noch een zetel van bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting heeft.
Schrappen
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.   Wanneer de status van gecertificeerde belastingplichtige wordt toegekend, wordt deze informatie via het VIES-systeem beschikbaar gesteld. Wijzigingen in die status worden onverwijld in het systeem bijgewerkt.
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 5
5.  Wanneer de aanvraag wordt afgewezen, delen de belastingautoriteiten de aanvrager de redenen van de afwijzing samen met het besluit zelf mee. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvrager in beroep kan gaan tegen een besluit om een aanvraag af te wijzen.
5.  Wanneer de aanvraag wordt afgewezen, delen de belastingautoriteiten de aanvrager de redenen van de afwijzing samen met het besluit zelf mee. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvrager in beroep kan gaan tegen een besluit om een aanvraag af te wijzen. Uiterlijk op 1 juni 2020 wordt bij een uitvoeringshandeling een op EU-niveau geharmoniseerde beroepsprocedure ingesteld, die de lidstaten ertoe verplicht de andere lidstaten via hun belastingautoriteiten in kennis van dat afwijzingsbesluit en de redenen voor dat besluit. De beroepsprocedure wordt ingeleid binnen een redelijke, in de uitvoeringshandeling vast te stellen termijn na de bekendmaking van het besluit aan de aanvrager, en er wordt rekening gehouden met een eventueel toegepaste verhaalprocedure.
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6
6.  De belastingplichtige aan wie de status van gecertificeerd belastingplichtige is verleend, informeert de belastingautoriteiten onverwijld over alle voorvallen die zich na het besluit voordoen en die nadelige gevolgen kunnen hebben voor of van invloed kunnen zijn op de continuering van deze status. De belastingautoriteiten trekken de fiscale status in wanneer niet langer aan de criteria van lid 2 wordt voldaan.
6.  De belastingplichtige aan wie de status van gecertificeerd belastingplichtige is verleend, informeert de belastingautoriteiten binnen een maand over alle voorvallen die zich na het besluit voordoen en die nadelige gevolgen kunnen hebben voor of van invloed kunnen zijn op de continuering van deze status. De belastingautoriteiten trekken de fiscale status in wanneer niet langer aan de criteria van lid 2 wordt voldaan. De belastingautoriteiten van de lidstaten die de status van gecertificeerd belastingplichtige hebben toegekend evalueren dat besluit minstens om de twee jaar, om er zeker van te zijn dat nog altijd aan de voorwaarden wordt voldaan. Indien de belastingplichtige niet bij de belastingautoriteiten melding heeft gedaan van enige omstandigheid die van invloed zou kunnen zijn op de status van gecertificeerd belastingplichtige als vermeld in de uitvoeringshandeling, of die omstandigheid met opzet heeft verborgen, wordt deze onderworpen aan evenredige, doeltreffende en afschrikkende sancties, waaronder het verlies van de status van gecertificeerd belastingplichtige.
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6 bis (nieuw)
6 bis.  Een belastingplichtige aan wie de status van gecertificeerd belastingplichtige is geweigerd of die de belastingautoriteit op eigen initiatief heeft meegedeeld dat hij niet langer aan de criteria van lid 2 voldoet, mag niet eerder dan zes maanden na de datum van de weigering of intrekking van die status opnieuw om de status van gecertificeerd belastingplichtige verzoeken, mits aan alle relevante criteria is voldaan.
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 6 ter (nieuw)
6 ter.  Als een gecertificeerd belastingplichtige niet langer over een btw-identificatienummer beschikt, wordt zijn status van gecertificeerd belastingplichtige automatisch ingetrokken.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 13 bis – lid 7 bis (nieuw)
7 bis.   De procedures met betrekking tot afgewezen aanvragen, wijzigingen in de situatie van de belastingplichtige, beroepsprocedures en procedures om opnieuw de status van gecertificeerd belastingplichtige aan te vragen, worden vastgesteld in een uitvoeringshandeling en worden in alle lidstaten algemeen toegepast.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 138 – lid 1 – letter b
(b)  de belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon aan wie de levering wordt gedaan, wordt voor btw-doeleinden geïdentificeerd in een andere lidstaat dan die van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen;
(b)  de belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon aan wie de levering wordt gedaan, wordt voor btw-doeleinden geïdentificeerd in een andere lidstaat dan die van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen en bezit een btw-identificatienummer dat toegankelijk is via VIES;
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 138 bis – lid 3 – letter b
(b)  "tussenhandelaar": een andere leverancier in de keten dan de eerste leverancier, die de goederen zelf verzendt of vervoert of voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren;
(b)  "tussenhandelaar": een andere leverancier in de keten dan de eerste leverancier of de laatste afnemer/klant, die de goederen zelf verzendt of vervoert of voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren;
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 5
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 243 – lid 3 – alinea 2
Elke gecertificeerd belastingplichtige aan wie goederen in het kader van de in artikel 17 bis bedoelde regeling voorraad op afroep worden geleverd, houdt een register bij van deze goederen.
Elke gecertificeerd belastingplichtige aan wie goederen in het kader van de in artikel 17 bis bedoelde regeling voorraad op afroep worden geleverd, houdt een gedigitaliseerd register van deze goederen bij dat toegankelijk is voor de belastingautoriteiten.”
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 262 – lid 1 – inleidende formule
1.  Elke voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige dient een lijst in met de volgende gegevens:
1.  Elke voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige dient bij de bevoegde belastingautoriteit een lijst in met de volgende gegevens:
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 6
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 262 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De in lid 1 bedoelde informatie is via VIES toegankelijk voor alle betrokken belastingautoriteiten.
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 1 – punt 6 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Titel XIV – hoofdstuk 2 bis (nieuw)
(6 bis)  in titel XIV wordt het volgende hoofdstuk ingevoegd:
"Hoofdstuk 2 bis
Btw-geschillenbeslechtingsmechanisme
Artikel 398 bis
1.  Uiterlijk op 1 juni 2020 wordt een btw-geschillenbeslechtingsmechanisme ingesteld om geschillen tussen de lidstaten over aangiftes, registraties of vermoedens van foutieve grensoverschrijdende btw-betalingen te beslechten, dat wordt toegepast indien de procedure voor onderling overleg niet binnen twee jaar resultaat oplevert.
2.  Het in lid 1 bedoelde mechanisme bestaat uit de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.
3.  Het mechanisme vormt geen beletsel voor de toepassing van nationale wetgeving of bepalingen van internationale overeenkomsten indien dat noodzakelijk is om belastingontduiking, belastingfraude of misbruik tegen te gaan.
4.  Het mechanisme omvat ook een onlineplatform voor de beslechting van btw-geschillen, met als doel de lidstaten in staat te stellen geschillen te beslechten zonder directe tussenkomst van het mechanisme noch van de bevoegde autoriteiten, door het vaststellen van duidelijke benaderingen om geschillen te bezweren wanneer ze zich voordoen, en van procedures om geschillen te beslechten.";
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 1 – punt 6 ter (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Titel XIV – hoofdstuk 2 ter (nieuw)
(6 ter)  in titel XIV wordt het volgende hoofdstuk ingevoegd:
"Hoofdstuk 2 ter
Geautomatiseerd kennisgevingsmechanisme
Artikel 398 ter
Uiterlijk op 1 juni 2020 wordt een geautomatiseerd kennisgevingsmechanisme ingesteld. Dit mechanisme zorgt ervoor dat belastingplichtigen automatisch in kennis worden gesteld van wijzigingen en updates van de btw-tarieven van de lidstaten. Deze automatische kennisgevingen worden in werking gesteld voordat de wijziging van toepassing wordt en uiterlijk vijf dagen nadat het besluit is genomen.";
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9
Richtlijn 2006/112/EG
Artikelen 403 en 404
(9)  De artikelen 403 en 404 worden geschrapt.
(9)  Artikel 403 wordt geschrapt.
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – lid 1 – punt 9 bis (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 404
(9 bis)  Artikel 404 wordt vervangen door:
"Artikel 404
"Artikel 404
Vanaf de vaststelling van deze richtlijn dient de Commissie om de vier jaar, op basis van de van de lidstaten verkregen gegevens, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van het gemeenschappelijke btw-stelsel in de lidstaten en met name over de werking van de overgangsregeling voor de belastingheffing in het handelsverkeer tussen de lidstaten, in voorkomend geval vergezeld van voorstellen voor de definitieve regeling.
Uiterlijk op ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn], en vervolgens om de drie jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de vrijstellingsregeling voor de invoer uit derde landen en de verenigbaarheid ervan met het Europese kader, en over de samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen, met name op het gebied van fraudebestrijding. Uiterlijk op ... [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn], en vervolgens om de drie jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de nationale praktijk met betrekking tot het opleggen van administratieve en strafrechtelijke sancties aan natuurlijke en rechtspersonen die btw-fraude hebben gepleegd. De Commissie werkt samen met de bevoegde nationale en Europese autoriteiten om, waar nodig, gevolg te geven aan de aanbevelingen die bedoeld zijn om een minimum aan harmonisatie tot stand te brengen.";
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 1 – alinea 1 – punt 9 ter (nieuw)
Richtlijn 2006/112/EG
Artikel 404 bis (nieuw)
(9 ter)   het volgende artikel 404 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 404 bis
Elke lidstaat dient om de drie jaar een evaluatieverslag over de doeltreffendheid van het systeem voor toezicht op btw-fraude in bij de Commissie, die dit verslag toezendt aan OLAF.";
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 1 – alinea 2
Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 januari 2019.
Zij passen die bepalingen, samen met de uitvoeringshandelingen en richtsnoeren, toe vanaf 1 januari 2019.
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Uiterlijk op … [datum van vaststelling van deze richtlijn], en vervolgens om de drie jaar, dient de Commissie, op basis van de van de lidstaten verkregen informatie, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing van de criteria voor de definitie van een gecertificeerd belastingplichtige in de lidstaten en met name over de gevolgen die dit kan hebben voor de bestrijding van btw-fraude. Dat verslag gaat, indien passend, vergezeld van een voorstel voor een wetgevingshandeling.
Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling