Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2863(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0460/2018

Debatten :

PV 04/10/2018 - 5.2
PV 04/10/2018 - 5.3
CRE 04/10/2018 - 5.2
CRE 04/10/2018 - 5.3

Stemmingen :

PV 04/10/2018 - 7.3

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0377

Aangenomen teksten
PDF 176kWORD 53k
Donderdag 4 oktober 2018 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Massale willekeurige detentie van Oeigoeren en Kazakken in de Oeigoerse Autonome Regio Xinjiang
P8_TA-PROV(2018)0377RC-B8-0460/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 4 oktober 2018 over massale willekeurige detentie van Oeigoeren en Kazakken in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang (2018/2863(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in China, met name die van 26 november 2009 over China: de rechten van minderheden en de toepassing van de doodstraf(1), van 10 maart 2011 over de situatie en het cultureel erfgoed in Kashgar (Autonome Regio Xinjiang Oeigoer)(2), van 6 juli 2017 over de gevallen van Nobelprijswinnaar Lia Xiaobo en Lee Ming-che(3), en van 15 december 2016 over de zaak van de Tibetaanse boeddhistische academie Larung Gar en Ilham Tohti(4), alsook het verslag van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China(5),

–  gezien artikel 36 van de grondwet van de Volksrepubliek China, waarin het recht van alle burgers op vrijheid van religie en geloof wordt gewaarborgd, en artikel 4 van diezelfde grondwet, waarin de rechten van "minderheidsnationaliteiten" worden bevestigd,

–  gezien het in 2003 opgezette strategische partnerschap tussen de EU en China en de gezamenlijke mededeling van de Europese Commissie en de EDEO aan het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 2016 getiteld "Elementen voor een nieuwe strategie van de EU voor China" (JOIN(2016)0030),

–  gezien de 36e ronde van de dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten op 9 en 10 juli 2018 in Peking,

–  gezien de opmerkingen van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Michelle Bachelet, in haar toespraak tijdens de 39e zitting van de VN-Mensenrechtenraad op 10 september 2018, waarin zij uiting gaf aan haar diepe bezorgdheid over "heropvoedingskampen" en de Chinese regering verzocht onafhankelijke onderzoekers toe te laten,

–  gezien de recente brief van mei 2018 van de VN-werkgroep over gedwongen en onvrijwillige verdwijningen (WGEID) aan de Chinese regering, waarin de groep haar bezorgdheid uit over de aanhoudende verslechtering van de situatie en het toenemende aantal Oeigoeren dat willekeurig wordt vastgehouden,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de bevordering en eerbiediging van de universele mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat de kern moeten blijven uitmaken van de langlopende relatie tussen de EU en China, in overeenstemming met het engagement van de EU om deze waarden in haar extern optreden uit te dragen en het feit dat China de intentie uitgesproken heeft zich bij zijn eigen ontwikkeling en in het kader van internationale samenwerking aan deze waarden te zullen houden;

B.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in China sinds het aantreden van president Xi Jinping verder is verslechterd, in die zin dat de regering harder optreedt tegen vreedzaam protest en minder ruimte laat voor de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, en de rechtsstaat;

C.  overwegende dat de situatie in Xinjiang, waar ongeveer 11 miljoen Oeigoeren en etnische kazakken wonen, tijdens de laatste jaren snel verslechterd is, daar het verkrijgen van absolute controle over Xinjiang werd uitgeroepen tot topprioriteit, terwijl er verder problemen zijn met periodieke terreuraanslagen die Oeigoeren in Xinjiang of zogenaamd in verband met Xinjiang zouden plegen;

D.  overwegende dat de VN-Commissie inzake de uitbanning van rassendiscriminatie melding maakt van ramingen volgens dewelke van tienduizenden tot een miljoen Oeigoeren mogelijk in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang (XUAR) worden vastgehouden zonder aanklacht of proces, onder het voorwendsel van de strijd tegen terrorisme en religieus extremisme; overwegende dat dit momenteel de grootste massale detentie van een etnische minderheid ter wereld zou zijn;

E.  overwegende dat de China-commissie van het Amerikaans Congres eveneens melding maakt van betrouwbare informatie dat Oeigoeren, Kazakken en andere in hoofdzaak islamitische etnische minderheden in de XUAR het slachtoffer zijn van willekeurige detentie, foltering, ernstige beperking van de religieuze praktijk en cultuur en een geautomatiseerd bewakingssysteem dat zo ingrijpend is dat elk aspect van hun dagelijks leven wordt gecontroleerd, via gezichtsherkenningscamera's, mobiele telefoonscans, inzameling van DNA en een uitgebreide en opdringerige politieaanwezigheid;

F.  overwegende dat gedetineerden naar verluidt in slechte omstandigheden worden vastgehouden en worden onderworpen aan politieke indoctrinatie, inclusief verplichte cursussen in patriottisme, en worden gedwongen hun etnische en religieuze identiteit af te zweren; overwegende dat recente berichten melding maken van overlijdens in detentie, waaronder zelfmoorden;

G.  overwegende dat naar verluidt duizenden kinderen zijn gescheiden van hun ouders, die willekeurig worden vastgehouden in de kampen, en dat deze kinderen worden ondergebracht in overbevolkte weeshuizen, ook als slechts een van hun ouders in een kamp wordt vastgehouden;

H.  overwegende dat de Chinese delegatie tijdens de VN-hoorzitting in Genève op 13 augustus 2018 de beschuldigingen van VN-deskundigen inzake de gevangenhouding van etnische Oeigoerse moslims in "heropvoedingskampen" in het westelijke deel van Xinjiang heeft ontkend; overwegende dat er uitvoerig bewijsmateriaal bestaat over de aanleg en opwaardering van deze faciliteiten;

I.  overwegende dat sommige buitenlandse journalisten onder druk zijn gezet om niet te berichten over gevoelige kwesties zoals de mensenrechten van de Oeigoeren en het gebruik van interneringskampen, soms met de bedreiging dat hun persaccreditatie niet zou worden verlengd;

J.  overwegende dat de bevolking nergens ter wereld zo strikt wordt gecontroleerd als in de XUAR; overwegende dat de provinciale regering tienduizenden nieuwe aanwervingen voor beveiligingspersoneel heeft gedaan;

K.  overwegende dat gegevens worden ingewonnen via een "geïntegreerd platform voor gezamenlijke operaties", waar nadere gegevens over de bevolking worden opgeslagen, inclusief de consumentengewoonten, de bankverrichtingen, de gezondheidstoestand en het DNA-profiel van elke individuele bewoner van de XUAR; overwegende dat moslims in de regio verplicht zijn een spyware-app op hun mobiele telefoon te installeren, en dat het niet-installeren van deze app strafbaar is;

L.  overwegende dat uit persoonlijke getuigenissen en geloofwaardig academisch onderzoek is gebleken dat Oeigoeren die banden onderhouden met mensen in het buitenland of hun godsdienstige overtuiging uiten met opzet worden geviseerd;

M.  overwegende dat Oeigoeren die in het buitenland verblijven vaak onder druk werden gezet om naar China terug te keren, vaak met steun van de gastlanden; overwegende dat Chinese ambassades in het buitenland in vele gevallen hebben geweigerd paspoorten van Oeigoeren te verlengen, hetgeen leidt tot onzekerheid inzake werk en studies;

N.  overwegende dat verzoeken van de WGEID, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten en andere speciale VN-procedures om onafhankelijke onderzoekers naar Xinjiang te sturen, door de Chinese regering systematisch zijn afgewezen;

O.  overwegende dat de Oeigoerse professor economie Ilham Tohti op 23 september 2014 tot levenslang werd veroordeeld voor vermeend separatisme, nadat hij in januari van hetzelfde jaar was gearresteerd; overwegende dat zeven van zijn voormalige studenten ook werden aangehouden en werden veroordeeld tot gevangenisstraffen gaande van drie tot acht jaar voor vermeende collaboratie met de heer Tohti; overwegende dat Ilham Tohti separatisme en geweld altijd heeft verworpen en heeft gestreefd naar verzoening op basis van respect voor de Oeigoerse cultuur;

1.  is ernstig bezorgd over de toenemende onderdrukking van verschillende minderheden, met name de Oeigoeren en de Kazakken, die geconfronteerd worden met bijkomende beperkingen van hun grondwettelijk gegarandeerde recht op vrijheid van culturele uiting en religie en geloof, hun vrijheid van mening en meningsuiting en van vreedzame vergadering en vereniging; eist dat de autoriteiten deze fundamentele vrijheden eerbiedigen;

2.  verzoekt de Chinese regering om onmiddellijk een einde te maken aan de massale willekeurige detentie van leden van de Oeigoerse en Kazakse minderheid, alle kampen en detentiecentra te sluiten en de gedetineerde personen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; is ernstig bezorgd over de talrijke meldingen van slechte omstandigheden, folteringen en sterfgevallen in de kampen; herinnert de Chinese autoriteiten eraan dat heropvoedingsfaciliteiten geen wettelijke grondslag hebben;

3.  is ten zeerste verontrust over de berichten dat Muhammad Salih Hajim, Abdulnehed Mehsum, Ayhan Memet en andere Oeigoerse ouderen, academici en gemeenschapsleiders in interneringskampen om het leven zijn gekomen;

4.  is diep bezorgd over de maatregelen die de staat neemt om een "alomvattend toezicht" op de regio te verzekeren, zoals de installatie van het Chinese elektronisch toezichtsysteem "Skynet" in grote stedelijke gebieden, de installatie van GPS-trackers in alle motorvoertuigen, het gebruik van gezichtsherkenningsscanners op controlepunten, op treinstations en bij tankstations, en het inzamelen van bloed door de politie in Xinjiang om de DNA-database van China verder uit te breiden;

5.  wijst erop dat de regeringscontrole en de verplichte massale inzameling van de gegevens van burgers in hoofdzaak Oeigoeren, Kazakken en andere etnische minderheden viseert en treft, hetgeen een schending is van het internationale recht, dat discriminatie verbiedt;

6.  dringt erop aan dat de Chinese regering de betrokken families alle bijzonderheden geeft over degenen die gedwongen verdwenen zijn in Xinjiang, met inbegrip van hun naam, verblijfplaats en huidige situatie;

7.  is ernstig bezorgd over de Chinese wet inzake terrorismebestrijding (2015) en de regeling inzake deradicalisering, die een te brede definitie bevatten van wat een terroristische daad vormt; vraagt China een duidelijk onderscheid te maken tussen vreedzaam protest en gewelddadig extremisme;

8.  herhaalt zijn oproep aan de Chinese regering voor de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de Oeigoerse academicus Ilham Tohti en alle anderen die alleen wegens de vreedzame uitoefening van hun recht op vrije meningsuiting worden vastgehouden en vraagt China om er in afwachting van hun vrijlating voor te zorgen dat zij regelmatig en onbeperkt contact kunnen onderhouden met hun familie en met een advocaat van hun keuze; dringt voorts aan op de vrijlating van Eli Mamut, Hailaite Niyazi, Memetjan Abdulla, Abduhelil Zunun en Abdukerim Abduweli, waarom de EU tijdens de 36e ronde van de dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten op 9 en 10 juli 2018 in Peking had verzocht;

9.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten om nauwlettend toe te zien op de veranderende mensenrechtensituatie in Xinjiang, inclusief de toenemende onderdrukking door de regering van Oeigoeren, Kazakken en andere etnische minderheden, en een krachtig signaal te geven aan het hoogste niveau van de Chinese regering om een einde te maken aan deze buitensporige schendingen van de mensenrechten;

10.  roept de Chinese autoriteiten op om journalisten en internationale waarnemers vrij en ongehinderd toegang te geven tot de provincie Xinjiang;

11.  herinnert eraan dat het belangrijk is dat de EU en de lidstaten het vraagstuk van de mensenrechtenschendingen in Xinjiang in de dialoog met de Chinese autoriteiten tot op het hoogste niveau aan de orde stellen, overeenkomstig de verbintenis van de EU om in haar benadering ten aanzien van dit land met één, krachtige en heldere stem te spreken, ook tijdens de jaarlijkse dialoog over de mensenrechten en de komende Europees-Aziatische top;

12.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de berichten dat Oeigoeren in het buitenland door de Chinese autoriteiten worden geïntimideerd om hen ertoe aan te zetten om als informant op te treden tegen andere Oeigoeren, om naar Xinjiang terug te keren of te zwijgen over de situatie daar, waarbij soms familieleden gevangen worden gehouden;

13.  is ingenomen met het besluit van Duitsland en Zweden om de terugkeer van alle etnische Oeigoeren, Kazakken en andere etnisch-Turkse moslims naar China op te schorten, gezien het risico op willekeurige detentie, foltering en andere vormen van slechte behandeling dat zij bij terugkeer in het land zouden lopen, en verzoekt alle lidstaten dit voorbeeld te volgen en asielverzoeken van etnisch-Turkse moslims die dreigen naar China te worden teruggestuurd met spoed te behandelen; verzoekt de EU-lidstaten indien nodig de nationale wetgeving in te roepen om een onderzoek in te stellen naar intimidatie door de Chinese regering van diasporagemeenschappen van etnisch-Turkse moslims in Europa;

14.  wijst China op de mensenrechtenverplichtingen die voortvloeien uit de verschillende internationale mensenrechtenverdragen die het land heeft ondertekend en herinnert eraan dat China wordt geacht deze verplichtingen na te komen;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Volksrepubliek China.

(1) PB C 285E van 21.10.2010, blz. 80.
(2) PB C 199E van 7.7.2012, blz. 185.
(3) PB C 334 van 19.9.2018, blz. 137.
(4) PB C 238 van 6.7.2018, blz. 108.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0343.

Laatst bijgewerkt op: 5 oktober 2018Juridische mededeling