Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2013/0256(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0320/2017

Ingediende teksten :

A8-0320/2017

Debatten :

PV 03/10/2018 - 15
CRE 03/10/2018 - 15

Stemmingen :

PV 04/10/2018 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0379

Aangenomen teksten
PDF 126kWORD 51k
Donderdag 4 oktober 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) ***I
P8_TA(2018)0379A8-0320/2017
Resolutie
 Tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 oktober 2018 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het EU-Agentschap voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) (COM(2013)0535 – C7-0240/2013 – 2013/0256(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2013)0535),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 85 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0240/2013),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door de Tsjechische Senaat, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 juni 2018 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie begrotingscontrole en van de Commissie juridische zaken (A8‑0320/2017),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 4 oktober 2018 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2018/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad
P8_TC1-COD(2013)0256

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2018/1727.)

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling