Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0158(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0308/2018

Ingediende teksten :

A8-0308/2018

Debatten :

PV 24/10/2018 - 19
CRE 24/10/2018 - 18
CRE 24/10/2018 - 19

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.1
CRE 25/10/2018 - 13.1
Stemverklaringen
PV 12/03/2019 - 9.20

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0418
P8_TA(2019)0154

Aangenomen teksten
PDF 256kWORD 102k
Donderdag 25 oktober 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Invoer van cultuurgoederen ***I
P8_TA(2018)0418A8-0308/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 25 oktober 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van cultuurgoederen (COM(2017)0375 – C8-0227/2017 – 2017/0158(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  In het licht van de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering, de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering24 en de richtlijn inzake terrorismebestrijding25 moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de handel met derde landen worden vastgesteld om cultuurgoederen doeltreffend te beschermen tegen verlies, het culturele erfgoed van de mensheid in stand te houden en de financiering van terrorisme via de verkoop van geroofd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie te voorkomen.
(1)  In het licht van de conclusies van de Raad van 12 februari 2016 over de bestrijding van terrorismefinanciering, de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad inzake een actieplan ter versterking van de strijd tegen terrorismefinanciering24 en de richtlijn inzake terrorismebestrijding25 moeten gemeenschappelijke voorschriften voor de handel met derde landen worden vastgesteld om cultuurgoederen doeltreffend te beschermen tegen smokkel, verlies of vernietiging, het culturele erfgoed van de mensheid in stand te houden en de financiering van terrorisme en geld witwassen via de verkoop van geroofd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie te voorkomen.
__________________
__________________
24 COM(2016)0050.
24 COM(2016)0050.
25 Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6-21).
25 Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6-21).
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)  In het kader van de inspanningen van de Unie gericht op een eerlijke rechtsgang en schadeloosstelling van slachtoffers, en krachtens het statuut en de verdragen van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco) inzake de bescherming van erfgoed, moet de teruggave van illegaal verhandelde, opgegraven of verkregen voorwerpen worden gewaarborgd. Aangezien de uitbuiting van volkeren en de exploitatie van gebieden doorgaans leiden tot illegale handel in en smokkel van cultuurgoederen, met name wanneer dergelijke illegale handel en smokkel te herleiden zijn naar gebieden waar een gewapend conflict heerst, moet in deze verordening rekening worden gehouden met de regionale en lokale kenmerken van volkeren en gebieden in plaats van de marktwaarde ervan.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  Cultureel erfgoed vormt een van de hoekstenen van de beschaving, het verrijkt het culturele leven van alle volkeren en moet daarom worden beschermd tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering. Dienovereenkomstig moet de Unie verbieden dat cultuurgoederen die illegaal uit derde landen zijn uitgevoerd, het douanegebied van de Unie worden binnengebracht.
(2)  Cultuurgoederen zijn vaak van groot cultureel, artistiek, historisch en wetenschappelijk belang. Cultureel erfgoed vormt een van de hoekstenen van de beschaving, heeft onder meer symbolische waarde en vormt het cultureel geheugen van de mensheid. Het verrijkt het culturele leven van alle volkeren en verbindt volkeren door gedeelde kennis en ontwikkeling van het geheugen van de beschaving. Daarom moet het worden beschermd tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering. Plundering van archeologische vindplaatsen is van alle tijden, maar heeft inmiddels industriële proporties aangenomen. Zolang lucratieve handel in cultuurgoederen die afkomstig zijn uit illegale opgravingen, mogelijk blijft en hier geen noemenswaardig risico aan verbonden is, zullen dergelijke opgravingen en plunderingen in de toekomst doorgaan. De economische en artistieke waarde van cultureel erfgoed heeft tot een grote vraag op de internationale markt geleid, terwijl het gebrek aan krachtige internationale juridische maatregelen of ondoeltreffende handhaving van zulke maatregelen ervoor zorgt dat deze goederen in de schaduweconomie terechtkomen. Plundering van archeologische vindplaatsen en handel in illegaal opgegraven cultureel erfgoed zijn ernstig misdrijven die veel leed toebrengen aan alle al dan niet direct betrokkenen. De illegale handel in cultuurgoederen draagt in veel gevallen bij tot intensieve culturele homogenisering of verdrijving, terwijl roof en plundering van cultuurgoederen onder meer tot desintegratie van culturen leiden. Dienovereenkomstig moet de Unie verbieden dat cultuurgoederen die illegaal uit derde landen zijn uitgevoerd, in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd, en moet speciale aandacht worden besteed aan cultuurgoederen uit derde landen waar een gewapend conflict heerst, met name als er sprake is van uitvoer van dergelijke goederen door terroristische of andere misdaadorganisaties.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)  De bevoegde autoriteiten van derde landen beschikken niet altijd over de vereiste capaciteit om de smokkel van en illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden. Ook kunnen die autoriteiten te kampen hebben met corruptie of andere vormen van wanbeheer. Wanneer cultuurgoederen uit hun oorspronkelijke context worden weggehaald, verliest de bevolking haar gebruiken en voorwerpen, of haar gedenkplaatsen en religieuze plaatsen. Wanneer de cultuurgoederen en bijbehorende objecten apart van elkaar worden verkocht, gaan de historische context en wetenschappelijke waarde ervan verloren. Gezien het onvervangbare karakter van cultuurgoederen en het algemeen belang ervan, moet het bezit ervan altijd aan bepaalde voorwaarden zijn gebonden. De invoerprocedure moet waarborgen omvatten inzake de passende opslag en documentatie van de cultuurgoederen, de toegang tot deze goederen door academische instellingen en openbare musea, alsook inzake samenwerking in het geval van gerechtvaardigde vorderingen tot teruggave.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  Gelet op de uiteenlopende voorschriften die in de lidstaten gelden ten aanzien van het binnenbrengen van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, moeten maatregelen worden genomen, met name om te garanderen dat de invoer van cultuurgoederen wordt onderworpen aan uniforme controles bij binnenkomst.
(3)  Gelet op de uiteenlopende voorschriften die in de lidstaten gelden ten aanzien van de invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, moeten maatregelen worden genomen, om te garanderen dat bepaalde invoer van cultuurgoederen wordt onderworpen aan uniforme controles bij binnenkomst in het douanegebied van de Unie, met name op basis van bestaande processen, procedures en administratieve instrumenten die zijn gericht op een uniforme tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 bis.
__________________
1 bis Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269, 10.10.2013, blz. 1).
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  De gemeenschappelijke voorschriften moeten de douanebehandeling regelen van culturele niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen, dat wil zeggen zowel het in het vrije verkeer brengen van die goederen als het plaatsen ervan onder een bijzondere douaneregeling, met uitzondering van douanevervoer.
(4)  De gemeenschappelijke voorschriften moeten het binnenbrengen en de invoer regelen van culturele niet-Uniegoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Gezien de bekende mogelijkheid die vrije zones (en zogenaamde "vrijhavens") bieden voor de opslag van cultuurgoederen, moeten zoveel mogelijk douaneregelingen onder het toepassingsgebied van de op te zetten controlemaatregelen vallen. Daarom moeten die controlemaatregelen niet alleen zien op goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, maar ook op goederen die onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst. Dit brede toepassingsgebied mag evenwel niet ingaan tegen het beginsel van de vrije doorvoer van goederen of verder reiken dan hetgeen wordt beoogd, namelijk te voorkomen dat illegaal uitgevoerde cultuurgoederen het douanegebied van de Unie binnenkomen. Dienovereenkomstig moeten de controlemaatregelen gelden ten aanzien van de bijzondere douaneregelingen waaronder goederen kunnen worden geplaatst die het douanegebied van de Unie binnenkomen, maar niet ten aanzien van douanevervoer.
(5)  Controlemaatregelen die worden ingevoerd met betrekking tot vrije zones (en zogenaamde "vrijhavens") moeten een zo breed mogelijk toepassingsgebied hebben waar het gaat om de desbetreffende douaneregelingen, met het oog op het voorkomen van ontwijking van onderhavige verordening via de exploitatie van vrije zones, die een potentiële context vormen voor de verdere verspreiding van illegale producten in de Unie. Daarom moeten die controlemaatregelen niet alleen van toepassing zijn op goederen die in het vrije verkeer worden gebracht, maar ook op goederen die onder een bijzondere douaneregeling worden geplaatst. Dat brede toepassingsgebied mag niet verder gaan dan het doel te voorkomen dat illegaal uitgevoerde cultuurgoederen het douanegebied van de Unie binnenkomen, behalve wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen uit het land van herkomst of het derde land zijn uitgevoerd in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  De definities in de verordening moeten worden gebaseerd op die welke worden gebruikt in de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen en het op 24 juni 1995 te Rome ondertekende Verdrag van Unidroit inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, waar een groot aantal lidstaten partij bij is, omdat vele derde landen en de meeste lidstaten vertrouwd zijn met de bepalingen ervan.
(6)  De definities in de verordening moeten worden gebaseerd op die welke worden gebruikt in de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (de "Unesco-overeenkomst van 1970") en het op 24 juni 1995 te Rome ondertekende Unidroit-verdrag inzake gestolen of onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen, waar een groot aantal lidstaten partij bij is, omdat vele derde landen en de meeste lidstaten vertrouwd zijn met de bepalingen ervan.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  Het legale karakter van uitvoer moet worden onderzocht aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt of voortgebracht ("land van herkomst"). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen daar op legale wijze zijn uitgevoerd wanneer het derde land in kwestie een partij bij de Unesco-overeenkomst van 1970 is en zich er dus toe heeft verbonden om de illegale handel in cultuurgoederen te bestrijden. In andere gevallen moet deze persoon aantonen dat ze op legale wijze zijn uitgevoerd uit het land van herkomst.
(7)  Het legale karakter van uitvoer dient te worden gecontroleerd aan de hand van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land waar de cultuurgoederen zijn ontdekt, voortgebracht of verwijderd, opgegraven of gestolen op het land of onder water, of het land dat een zodanig nauwe band heeft met de cultuurgoederen dat het deze goederen beschermt als nationale culturele eigendom en regels vaststelt voor de uitvoer ervan uit zijn grondgebied na rechtmatige verwijdering uit het land waar zij zijn voortgebracht of ontdekt (land van herkomst). Om ontwijking te voorkomen wanneer cultuurgoederen de Unie vanuit een ander derde land binnenkomen, moet de persoon die ze in het douanegebied van de Unie wil brengen, aantonen dat deze goederen daar op legale wijze zijn uitgevoerd. In uitzonderlijke gevallen waarin hetzij het land van herkomst van een cultuurgoed met zekerheid kan worden vastgesteld en die omstandigheid naar behoren gedocumenteerd is en door de bevoegde autoriteit gestaafd wordt, hetzij de cultuurgoederen vóór 1970 uit het land van herkomst zijn uitgevoerd en naar een derde land zijn gebracht voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending voordat zij in het douanegebied van de Unie werden gebracht, maar de houder niet de vereiste documenten kan overleggen daar dergelijke documenten niet in zwang waren ten tijde van de uitvoer van de cultuurgoederen uit het land van herkomst, gaat de aanvraag vergezeld van de passende bewijsstukken en informatie ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan.
Amendementen 10 en 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  Artikel 5 van de Unesco-overeenkomst van 1970 roept op tot de instelling van een of meer nationale diensten voor de bescherming van het cultureel erfgoed van lidstaten die partij zijn bij die overeenkomst tegen illegale invoer, uitvoer en doorvoer. In overeenstemming met die overeenkomst moeten die nationale diensten zijn toegerust met voldoende vakbekwaam personeel, om te zorgen voor die bescherming en om de noodzakelijke actieve samenwerking mogelijk te maken tussen de bevoegde autoriteiten van lidstaten die partij zijn bij die overeenkomst, op het gebied van veiligheid en bestrijding van de illegale invoer van cultuurgoederen, met name in crisisgebieden. De lidstaten die reeds partij zijn bij die overeenkomst moeten de daarin neergelegde verplichtingen nakomen, en de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan wordt dringend verzocht de overeenkomst te ratificeren.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel van 250 jaar vast te stellen voor alle categorieën van cultuurgoederen. Deze minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.
(8)  Om geen buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel in goederen die over de buitengrenzen van de Unie gaat, moet deze verordening uitsluitend gelden voor goederen met een bepaalde ouderdom en waarde. Te dien einde is het passend een minimale ouderdomsdrempel vast te stellen voor de meeste categorieën cultuurgoederen, in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 116/2009, de bepalingen van de Unesco-overeenkomst van 1970 en het Unidroit-verdrag van 1995, alsook een financiële drempel voor bepaalde categorieën cultuurgoederen, zoals vermeld in bijlage I. Voor bepaalde categorieën cultuurgoederen mag geen financiële drempel gelden, aangezien zij extra bescherming nodig hebben vanwege het grotere risico op diefstal, verlies of vernietiging. De minimale ouderdomsdrempel zal garanderen dat de in deze verordening vervatte maatregelen gericht zijn op de cultuurgoederen die het meest voor de hand liggende doelwit zijn van plunderaars in conflictgebieden, zonder dat andere goederen worden uitgesloten waarop controle noodzakelijk is met het oog op de bescherming van het cultureel erfgoed.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, delen van monumenten, zeldzame manuscripten en wiegedrukken, bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst, wordt voorgelegd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht of onder een bijzondere regeling, met uitzondering van douanevervoer, worden geplaatst. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de uitvoer uit het land van herkomst legaal is aan de hand van passende bewijsstukken, met name uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk over de afgifte van een vergunning beslissen.
(10)  Aangezien bepaalde categorieën cultuurgoederen, namelijk oudheidkundige voorwerpen, en delen van monumenten bijzonder kwetsbaar zijn voor plundering en vernietiging, lijkt het noodzakelijk in een systeem van verscherpt toezicht te voorzien voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen. In het kader van een dergelijk systeem moet worden verlangd dat een invoervergunning voor de goederen, afgegeven door de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van geplande invoer, wordt voorgelegd voordat zij in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd. Personen die een dergelijke vergunning aanvragen, moeten kunnen aantonen dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst of, in uitzonderlijke gevallen, uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land van herkomst of derde land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. Met gepaste inachtneming van de risico's en toepassing van zorgvuldigheidsbeginselen moet de legale uitvoer uit het land van herkomst, of in uitzonderlijke gevallen het derde land, worden aangetoond aan de hand van passende bewijsstukken (uitvoercertificaten of uitvoervergunningen afgegeven door het land van herkomst, een gestandaardiseerd document gebaseerd op de Object ID-standaard – die de internationale standaard vormt voor de beschrijving van cultuurvoorwerpen –, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten) waaruit blijkt dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Indien er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een expertise wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door de bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten op basis van volledig en zorgvuldig ingevulde aanvragen onmiddellijk binnen de gestelde termijnen over de afgifte van een vergunning beslissen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)  Gezien de specifieke aard van de goederen spelen culturele deskundigen binnen de douane-instanties een zeer belangrijke rol omdat zij, indien nodig, aanvullende informatie van de aangever kunnen vragen en het cultuurgoed kunnen analyseren door het ter plaatse te onderzoeken.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd document. Het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. De douane moet de binnenkomst van deze cultuurgoederen registreren, de originele documenten bijhouden en een kopie van de relevante documenten aan de aangever bezorgen, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht.
(11)  Voor andere categorieën cultuurgoederen moeten de personen die ze het douanegebied van de Unie willen binnenbrengen, aan de hand van een elektronische verklaring bevestigen en de verantwoordelijkheid op zich nemen dat deze goederen legaal zijn uitgevoerd uit het land van herkomst of, in uitzonderlijke gevallen, uit het derde land, en zij moeten voldoende informatie over deze goederen verstrekken zodat de douane ze kan identificeren. Om de procedure te vergemakkelijken en rechtszekerheid te bieden, moet de informatie over de cultuurgoederen worden verstrekt met behulp van een gestandaardiseerd elektronisch document. Een gestandaardiseerd document dat gebaseerd is op het Object ID, de door de Unesco aanbevolen standaard, moet worden gebruikt om de cultuurgoederen te omschrijven. De elektronische verklaring dient tevens de door het land van herkomst, of in uitzonderlijke gevallen het derde land, verstrekte uitvoervergunningen of -certificaten te omvatten waaruit blijkt dat de cultuurgoederen in kwestie uit dat land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land van herkomst of derde land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. Indien de wetgeving van het land van herkomst of het derde land niet voorziet in de afgifte van uitvoervergunningen of -certificaten, dient de importeursverklaring ook vergezeld te gaan van andere passende bewijsstukken, zoals eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten en vervoersdocumenten. Deze cultuurgoederen moeten elektronisch worden geregistreerd en aan de aangever moet een kopie van de relevante documenten worden verstrekt, zodat de goederen traceerbaar zijn nadat zij op de interne markt zijn gebracht. De informatie die aan de bevoegde autoriteiten wordt verstrekt in de vorm van een elektronische verklaring, dient hen in staat te stellen verdere actie te ondernemen indien zij, op basis van een risicoanalyse, van mening zijn dat het mogelijk onrechtmatig ingevoerde goederen betreft.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek mag geen vergunning of verklaring worden geëist.
(12)  Voor de tijdelijke invoer van cultuurgoederen voor educatieve of wetenschappelijke doeleinden of voor podiumkunsten, conservering, restauratie, digitalisering of academisch onderzoek, alsook in het kader van de samenwerking tussen musea en vergelijkbare instellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van culturele tentoonstellingen mag geen invoervergunning of importeursverklaring worden geëist. Voor cultuurgoederen die moeten worden getoond op handelsbeurzen en internationale kunstbeurzen mag geen invoervergunning of importeursverklaring worden geëist. Indien de cultuurgoederen echter worden aangekocht en binnen het grondgebied van de Unie blijven, kan er een invoervergunning of importeursverklaring worden geëist, afhankelijk van de categorie cultuurgoederen.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  Ook de opslag van cultuurgoederen uit landen waar een gewapend conflict heerst of een natuurramp is gebeurd, moet worden toegestaan zonder dat een vergunning of verklaring moet worden voorgelegd, teneinde de veiligheid en het behoud ervan te verzekeren.
(13)  Ook de opslag van cultuurgoederen uit landen waar een gewapend conflict heerst of een natuurramp is gebeurd, met de bedoeling om die goederen terug te brengen naar het land van herkomst of het derde land waaruit zij op legale wijze zijn uitgevoerd, zodra de situatie dat toelaat, moet worden toegestaan zonder dat een invoervergunning of importeursverklaring moet worden voorgelegd, teneinde de veiligheid en het behoud ervan te verzekeren.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de minimale ouderdomsdrempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om de bijlage bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 201627. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
(14)  Om rekening te houden met de ervaringen die worden opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze verordening, alsook met wijzigende geopolitieke en andere omstandigheden die een bedreiging vormen voor cultuurgoederen, zonder evenwel buitensporige hindernissen op te werpen voor de handel met derde landen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de criteria voor de minimale ouderdomsdrempel en de financiële drempel voor de verschillende categorieën cultuurgoederen. Die bevoegdheid moet de Commissie ook de mogelijkheid bieden om bijlage I bij te werken naar aanleiding van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur en een tweede bijlage (bijlage II) toe te voegen met een lijst van landen en codes van de gecombineerde nomenclatuur, gebaseerd op de "rode lijsten van bedreigde cultuurgoederen" die door de Internationale Museumraad (ICOM) worden opgesteld en aangepast. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven27. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
__________________
__________________
27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
27 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie, de modellen voor aanvragen en formulieren van invoervergunningen alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en nadere procedureregels voor de indiening en de verwerking daarvan vast te stellen. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.
(15)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om specifieke voorwaarden voor de tijdelijke invoer en de opslag van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vast te stellen, waarbij met het oog op de specifieke aard van de goederen passende bewaaromstandigheden moeten worden gewaarborgd. Deze regelingen moeten ook gelden voor de elektronische gestandaardiseerde modellen voor elektronische aanvragen en formulieren van invoervergunningen en een lijst van redenen voor afwijzing van een dergelijke aanvraag, alsook voor importeursverklaringen en bijgaande documenten, en voor de nadere procedureregels voor de elektronische indiening en verwerking daarvan. Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om voorzieningen te treffen voor het opzetten van een elektronische databank voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten in het kader van Verordening (EU) nr. 952/2013. Het opzetten van een dergelijke databank kan deel uitmaken van het krachtens artikel 280 van die verordening vastgestelde werkprogramma. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.
__________________
__________________
28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)  Voor de tenuitvoerlegging van deze verordening gelden de bepalingen inzake de procedures voor douanecontroles en -verificaties van Verordening (EU) nr. 952/2013.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen worden verzameld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.
(16)  Er moeten relevante gegevens over de handelsstromen van cultuurgoederen elektronisch worden verzameld en tussen de lidstaten en de Commissie worden uitgewisseld ter ondersteuning van de efficiënte tenuitvoerlegging van de verordening en als grondslag voor de toekomstige evaluatie ervan. In het belang van de transparantie en de openbare controle moet zoveel mogelijk informatie openbaar worden gemaakt. Het toezicht op de handelsstromen van cultuurgoederen kan niet efficiënt worden verricht alleen op basis van de waarde of het gewicht van die goederen, omdat deze twee maatstaven kunnen fluctueren. Het is van wezenlijk belang dat langs elektronische weg informatie wordt verzameld over het aantal aangegeven artikelen. Aangezien de gecombineerde nomenclatuur geen bijzondere maatstaf voor cultuurgoederen bevat, dient te worden bepaald dat het aantal artikelen moet worden aangegeven.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
(17)  Met de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer29 wordt onder meer gestreefd naar een versterking van de capaciteiten van de douaneautoriteiten om beter te kunnen reageren op risico's op het gebied van cultuurgoederen. Er moet gebruik worden gemaakt van het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde gemeenschappelijke risicobeheerskader en tussen de douaneautoriteiten moet relevante informatie over risico's worden uitgewisseld.
(17)  Met de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer29 wordt onder meer gestreefd naar een versterking van de opleiding en de capaciteiten van de douaneautoriteiten om beter te kunnen reageren op risico's op het gebied van cultuurgoederen. Er moet gebruik worden gemaakt van het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde gemeenschappelijke risicobeheerskader en tussen de douaneautoriteiten moet relevante informatie over risico's worden uitgewisseld.
__________________
__________________
29 COM(2014)0527: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer.
29 COM(2014)0527: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité over de EU-strategie en het actieplan voor douanerisicobeheer.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis)  Er moeten op kopers van cultuurgoederen gerichte bewustmakingscampagnes worden opgezet om hen op het risico van illegale goederen te wijzen en de marktdeelnemers bij te staan bij het begrijpen en toepassen van onderhavige verordening. De lidstaten dienen relevante nationale contactpunten en andere voorlichtingsdiensten te betrekken bij de verspreiding van deze informatie.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 ter (nieuw)
(17 ter)  De Commissie dient te waarborgen dat micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen adequate technische bijstand kunnen genieten en dient de uitwisseling van informatie met hen te bevorderen, zodat deze verordening efficiënt wordt uitgevoerd. In de Unie gevestigde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen die cultuurgoederen invoeren moeten dan ook gebruik kunnen maken van het krachtens Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde COSME-programma1 bis.
__________________
1 bis Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (COSME) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33).
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
(18)  De lidstaten moeten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor de niet-naleving van de bepalingen van deze verordening vaststellen en deze sancties aan de Commissie meedelen.
(18)  De lidstaten moeten doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties voor de niet-naleving van de bepalingen van deze verordening vaststellen en deze sancties aan de Commissie meedelen. De lidstaten moeten de Commissie ook op de hoogte stellen indien er sancties worden toegepast. Een gelijk speelveld en een coherente aanpak zijn wenselijk; daarom is het passend dat de sancties in de verschillenden lidstaten vergelijkbaar zijn qua aard en effect.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
(19)  De Commissie moet voldoende tijd krijgen om uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vast te stellen, met name betreffende de formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen. De toepassing van deze verordening moet bijgevolg worden uitgesteld.
(19)  De Commissie moet onverwijld uitvoeringsvoorschriften voor deze verordening vaststellen, met name betreffende de gestandaardiseerde elektronische formulieren die moeten worden gebruikt om een invoervergunning aan te vragen of een importeursverklaring op te stellen.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1
Bij deze verordening worden de voorwaarden en de procedure voor het binnenbrengen van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vastgesteld.
Bij deze verordening worden de voorwaarden en de procedure voor het binnenbrengen en de invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie vastgesteld.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 2
Deze verordening is niet van toepassing op cultuurgoederen die worden doorgevoerd via het douanegebied van de Unie.
Deze verordening is van toepassing op cultuurgoederen die worden doorgevoerd via het douanegebied van de Unie wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen uit het land van herkomst of het derde land zijn uitgevoerd in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land van herkomst of derde land.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter a
a)  cultuurgoederen: ieder voorwerp dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlage, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel voldoet;
a)  cultuurgoederen: ieder artikel dat van belang is voor de archeologie, de prehistorie, de geschiedenis, de letterkunde, de kunst of de wetenschap, en dat behoort tot een van de categorieën die zijn opgenomen in de tabel in de bijlagen, en aan de daarin vastgestelde minimale ouderdomsdrempel en financiële drempel voldoet;
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter a bis (nieuw)
a bis)  "invoer van cultuurgoederen":
i)  het in het vrije verkeer brengen zoals bedoeld in artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013; of
ii)  de plaatsing van goederen onder een van de volgende bijzondere douaneregelingen zoals vermeld in artikel 210 van Verordening (EU) nr. 952/2013:
a)  opslag, inhoudende douane-entrepot en vrije zones,
b)  specifieke bestemming, inhoudende tijdelijke invoer en bijzondere bestemming,
c)  actieve veredeling;
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter b
b)  land van herkomst: het land op wiens huidige grondgebied de cultuurgoederen zijn voortgebracht of ontdekt;
b)  land van herkomst: het land op wiens huidige grondgebied de cultuurgoederen zijn ontdekt, voortgebracht of verwijderd, opgegraven of gestolen op het land of onder water, of het land dat een zodanig nauwe band heeft met de cultuurgoederen dat het deze goederen beschermt als nationale culturele eigendom en regels vaststelt voor de uitvoer ervan uit zijn grondgebied na rechtmatige verwijdering uit het land waar zij zijn voortgebracht of ontdekt;
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter c
c)  land van uitvoer: het laatste land waar de cultuurgoederen zich op duurzame wijze bevonden overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land voordat zij naar de Unie zijn verzonden;
c)  derde land: het laatste land, anders dan het land van herkomst, waar de cultuurgoederen zich bevonden voordat zij in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht;
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter d
d)   op duurzame wijze: gedurende een periode van ten minste één maand en voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending;
Schrappen
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter h bis (nieuw)
h bis)  Object ID: het internationale standaarddocument van de Unesco waarin cultuurgoederen worden omschreven en een reeks gegevens over de cultuurgoederen is opgenomen;
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – letter h ter (nieuw)
h ter)  bevoegde autoriteiten: de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen om invoervergunningen af te geven en importeursverklaringen te registreren.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de tweede kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en om de minimale ouderdomsdrempel in de derde kolom van de tabel in de bijlage te wijzigen in het licht van de ervaringen met de uitvoering van deze verordening.
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de tweede kolom van de tabel in bijlage I te wijzigen naar aanleiding van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en om de minimale ouderdomsdrempel en waardedrempel in de bijlage te wijzigen in het licht van de ervaringen met de uitvoering van deze verordening en van Verordening (EG) nr. 116/2009.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 12 gedelegeerde handelingen vast te stellen om wijzigingen aan te brengen in bijlage II met de lijst van landen en voorwerpcategorieën met betrekking waartoe een bijzonder risico van illegale handel bestaat, op basis van de databank van rode lijsten van bedreigde cultuurgoederen die door de Internationale Museumraad (ICOM) worden gepubliceerd. De Commissie zorgt ervoor dat bijlage II regelmatig wordt bijgewerkt.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – titel
Cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie binnenkomen
Binnenbrengen en invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
1.  Het in het vrije verkeer brengen van cultuurgoederen en de plaatsing van cultuurgoederen onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer zijn slechts toegestaan mits een overeenkomstig artikel 4 afgegeven invoervergunning of een overeenkomstig artikel 5 opgestelde importeursverklaring wordt voorgelegd.
1.  Het binnenbrengen van cultuurgoederen die in strijd met het internationaal recht en de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst of derde land buiten het grondgebied van een land van herkomst zijn gebracht, is verboden.
De invoer van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie is slechts toegestaan mits een overeenkomstig artikel 4 afgegeven invoervergunning of een overeenkomstig artikel 5 opgestelde importeursverklaring wordt voorgelegd.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  De succesvolle invoer van cultuurgoederen wordt niet beschouwd als bewijs van legale herkomst of rechtmatige eigendom.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – letter a
a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve doeleinden en wetenschappelijk of academisch onderzoek;
a)  de tijdelijke invoer, in de zin van artikel 250 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie voor educatieve of wetenschappelijke doeleinden, voor podiumkunsten, conservering, restauratie, digitalisering en academisch onderzoek, alsook in het kader van de samenwerking tussen musea en vergelijkbare overheidsinstellingen zonder winstoogmerk met het oog op de organisatie van culturele tentoonstellingen;
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – letter a bis (nieuw)
a bis)  de cultuurgoederen die worden getoond op handelsbeurzen en internationale kunstbeurzen, tenzij ze zijn aangekocht binnen het grondgebied van de Unie en er blijven;
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – letter b
b)  de opslag, in de zin van artikel 237 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen met het uitdrukkelijke doel het behoud ervan door, of onder het toezicht van, een overheidsinstantie te waarborgen.
b)  de opslag, in de zin van artikel 237 van Verordening (EU) nr. 952/2013, van cultuurgoederen met het doel de veiligheid of het behoud ervan door, of onder het toezicht van, een overheidsinstantie te waarborgen, met de bedoeling om die goederen terug te brengen naar het land van herkomst of het derde land waaruit zij op legale wijze zijn uitgevoerd, zodra de situatie dat toelaat;
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
b bis)  teruggegeven cultuurgoederen in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2014/60/EU.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3
3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden vaststellen voor de tijdelijke invoer of de opslag van cultuurgoederen als bedoeld in lid 2. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de specifieke voorwaarden vaststellen voor de tijdelijke invoer of de opslag van cultuurgoederen en van teruggegeven cultuurgoederen ten behoeve van hun bescherming als bedoeld in lid 2. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
1.  Om de in de punten c), d) en h) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten een invoervergunning worden voorgelegd.
1.  Om de in de punten A 1 en A 2 van bijlage I bedoelde cultuurgoederen in de Unie in te voeren, moet aan de douaneautoriteiten een invoervergunning worden voorgelegd.
Dit artikel is uitsluitend van toepassing op de in de eerste alinea bedoelde goederen als deze voorkomen op de lijst van landen en codes van de gecombineerde nomenclatuur zoals neergelegd in bijlage II, indien een dergelijke lijst gebruikt wordt voor het land van herkomst waaruit de cultuurgoederen worden uitgevoerd en het land van herkomst van de cultuurgoederen bekend is.
Dit artikel is ook van toepassing op cultuurgoederen die alleen in bijlage II zijn opgenomen en in het douanegebied van de Unie worden ingevoerd vanuit een land van herkomst of een derde land.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
2.  De houder van de goederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst. Bij de aanvraag worden alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer het land van uitvoer evenwel partij is bij de op 14 november 1970 te Parijs ondertekende Unesco-Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen (hierna de "Unesco-overeenkomst van 1970" genoemd), worden bij de aanvraag alle bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.
2.  De houder van de goederen vraagt een invoervergunning aan bij de bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van geplande invoer. Bij de aanvraag worden alle passende bewijsstukken en gegevens gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan. De aanvraag moet bestaan uit:
—  uitvoercertificaten of uitvoervergunningen;
—  een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd;
—  eigendomstitels;
—  facturen;
—  koopovereenkomsten;
—  verzekeringsdocumenten of vervoersdocumenten.
Indien er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een expertise wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door de bevoegde autoriteit.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Onverminderd lid 2 geldt in uitzonderlijke gevallen waarin:
a)  het land van herkomst van de cultuurgoederen niet met zekerheid kan worden vastgesteld en die omstandigheid naar behoren gedocumenteerd is en door de bevoegde autoriteit gestaafd wordt; of
b)  de cultuurgoederen vóór 1970 uit het land van herkomst zijn uitgevoerd en naar een derde land zijn gebracht voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending voordat zij in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht, maar de houder niet de volgens lid 2 vereiste documenten kan overleggen daar dergelijke documenten niet in zwang waren ten tijde van de uitvoer van de cultuurgoederen uit het land van herkomst,
dat bij de aanvraag alle passende bewijsstukken en gegevens worden gevoegd ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan.
De bewijsstukken omvatten:
—  uitvoercertificaten of uitvoervergunningen;
—  een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd;
—  eigendomstitels;
—  facturen;
—  koopovereenkomsten; alsmede
—  verzekeringsdocumenten of vervoersdocumenten.
Indien er geen bewijsstukken beschikbaar zijn, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een expertise wanneer dit noodzakelijk wordt geacht door de bevoegde autoriteit.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
3.  De bevoegde autoriteit van de lidstaat van binnenkomst controleert of de aanvraag volledig is. Zij verzoekt de aanvrager binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag om alle ontbrekende gegevens of documenten in te dienen.
3.  De bevoegde autoriteit van de eerste lidstaat van geplande invoer controleert of de aanvraag volledig is. Zij verzoekt de aanvrager binnen 21 dagen na ontvangst van de aanvraag om alle ontbrekende of aanvullende gegevens of documenten in te dienen.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 – inleidende formule
4.  De bevoegde autoriteit onderzoekt, binnen 90 dagen na de indiening van de volledige aanvraag, de aanvraag en beslist om de invoervergunning af te geven of de aanvraag af te wijzen. Zij kan de aanvraag om de volgende redenen afwijzen:
4.  De bevoegde autoriteit onderzoekt, binnen 90 dagen na de indiening van de volledige aanvraag, de aanvraag en beslist om de invoervergunning af te geven of de aanvraag af te wijzen. Indien de invoervergunning wordt afgegeven, wordt deze door de bevoegde autoriteit elektronisch geregistreerd. De bevoegde autoriteit wijst de aanvraag om de volgende redenen af:
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 – letter a
a)  wanneer het land van uitvoer geen partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;
a)  wanneer niet is aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land die ten tijde van de uitvoer van kracht waren, of bij afwezigheid van die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen; of, in de in artikel 4, lid 2 bis, genoemde uitzonderlijke gevallen, wanneer niet is aangetoond dat de cultuurgoederen uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land die ten tijde van de uitvoer van kracht waren, of bij afwezigheid van die wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen;
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 – letter b
b)  wanneer het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970: er is niet aangetoond dat de cultuurgoederen uit het land van uitvoer zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land;
Schrappen
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 – letter c
c)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke gronden om aan te nemen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen.
c)  de bevoegde autoriteit heeft redelijke en aantoonbare gronden om aan te nemen dat de houder van de goederen deze niet op rechtmatige wijze heeft verkregen.
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 – letter c bis (nieuw)
c bis)  wanneer de aanvraag voor een invoervergunning voor een cultuurgoed voor datzelfde cultuurgoed eerder is afgewezen door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Unie en er geen nader bewijs is verstrekt dat nog niet in verband met de afgewezen aanvraag was overgelegd;
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 – letter c ter (nieuw)
c ter)  wanneer niet aan de hand van passende bewijsstukken kan worden aangetoond dat de rechtstreekse uitvoer uit het land van herkomst legaal is, met name met uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het land van uitvoer, eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, het Object ID indien beschikbaar, verzekeringsdocumenten, vervoersdocumenten en expertises.
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  De bevoegde autoriteit kan de aanvraag afwijzen indien er door de autoriteiten van het land van herkomst ingediende verzoeken om teruggave of schadevergoeding hangende zijn bij de rechtbank.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 ter (nieuw)
4 ter.  Wanneer een aanvraag wordt afgewezen, gaat het in lid 4 bedoelde administratieve besluit vergezeld van een motivering, met inbegrip van informatie over de beroepsprocedure, die aan de betrokken aanvrager wordt meegedeeld op het moment dat het besluit wordt bekendgemaakt.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 quater (nieuw)
4 quater.  De aanvraag omvat een verklaring dat de goederen niet eerder het voorwerp van een aanvraag hebben gevormd of, in het geval van eerdere afwijzing, een opsomming van de redenen voor de afwijzing, alsmede bijkomend bewijs dat nog niet beschikbaar was toen de aanvraag eerder werd behandeld.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4 quinquies (nieuw)
4 quinquies.  Wanneer een lidstaat een elektronische aanvraag afwijst, wordt dit besluit, evenals de redenen voor de afwijzing, meegedeeld aan de overige lidstaten en aan de Commissie. Indien het vermoeden van illegale handel bestaat, stellen de lidstaten ook andere relevante autoriteiten zoals Interpol en Europol in kennis.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 5 – alinea 1
De lidstaten wijzen de autoriteiten aan die bevoegd zijn om een invoervergunning af te geven overeenkomstig dit artikel. Zij delen de gegevens van die autoriteiten en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.
De lidstaten wijzen onverwijld de autoriteiten aan die bevoegd zijn om een invoervergunning af te geven overeenkomstig dit artikel. Zij delen de gegevens van die autoriteiten en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 6
6.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de aanvraag van een invoervergunning en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die aanvraag vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
6.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het elektronisch gestandaardiseerd model voor de aanvraag van een invoervergunning en de procedureregels voor de elektronische indiening en de verwerking van die aanvraag vast, samen met de eveneens langs elektronische weg bij te voegen relevante bewijsstukken. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
1.  Om de in de punten a), b), e), f), g), i), j), k) en l) van de bijlage bedoelde cultuurgoederen in de Unie in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, moet aan de douaneautoriteiten van de lidstaat van binnenkomst een importeursverklaring worden voorgelegd.
1.  Om de in de punten A 3 tot en met A 14 van bijlage I bedoelde cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie in te voeren, moet door de aangever van de goederen aan de douaneautoriteiten van de eerste lidstaat van geplande invoer een elektronische importeursverklaring worden voorgelegd.
Dit artikel is eveneens van toepassing op de in de punten A 1 en A 2 genoemde goederen waarvan de codes van de gecombineerde nomenclatuur niet in bijlage II worden genoemd.
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2
2.  De importeursverklaring bevat een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land. Wanneer evenwel het land van uitvoer partij is bij de Unesco-overeenkomst van 1970, bevat de importeursverklaring een door de houder van de goederen ondertekende bevestiging dat de goederen uit laatstgenoemd land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.
2.  De importeursverklaring wordt elektronisch geregistreerd. Zij omvat:
a)  een door de houder van de goederen ondertekende verklaring dat de cultuurgoederen uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan;
b)  een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd;
c)  de uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het land van herkomst ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het land van herkomst zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Onverminderd lid 2 geldt in uitzonderlijke gevallen waarin:
a)  het land van herkomst van de cultuurgoederen niet met zekerheid kan worden vastgesteld en die omstandigheid naar behoren gedocumenteerd is en door de bevoegde autoriteit gestaafd wordt; of
b)  de cultuurgoederen vóór 1970 uit het land van herkomst zijn uitgevoerd en naar een derde land zijn gebracht voor andere doeleinden dan tijdelijk gebruik, doorvoer, uitvoer of verzending voordat zij in het douanegebied van de Unie werden binnengebracht, maar de houder niet de volgens lid 2 vereiste documenten kan overleggen daar dergelijke documenten niet in zwang waren ten tijde van de uitvoer van de cultuurgoederen uit het land van herkomst,
dat de importeursverklaring het volgende omvat:
a)  een door de houder van de goederen ondertekende verklaring dat de cultuurgoederen uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land, of dat dergelijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen niet bestaan;
b)  een gestandaardiseerd document, gebaseerd op de Object ID-standaard, waarin de cultuurgoederen in kwestie voldoende nauwkeurig zijn beschreven om door de douaneautoriteiten te kunnen worden geïdentificeerd; alsmede
c)  de uitvoercertificaten of -vergunningen afgegeven door het derde land ten bewijze van het feit dat de cultuurgoederen in kwestie uit het derde land zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van dat land.
Indien de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst of het derde land niet voorzien in de afgifte van uitvoervergunningen of -certificaten, gaat de importeursverklaring ook vergezeld van andere passende bewijsstukken, zoals eigendomstitels, facturen, verkoopovereenkomsten, verzekeringsdocumenten en vervoersdocumenten.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen het model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de indiening en de verwerking van die verklaring vaststellen. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen het elektronisch gestandaardiseerd model voor de importeursverklaring en de procedureregels voor de elektronische indiening en de verwerking van die verklaring vast. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 bis (nieuw)
Artikel 5 bis
Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen
De Commissie waarborgt dat micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen adequate technische en financiële bijstand genieten, met inbegrip van het bevorderen van nationale contactpunten in samenwerking met de lidstaten en de inrichting van een specifieke website met alle relevante informatie, en zij bevordert de uitwisseling van informatie tussen micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen enerzijds en de desbetreffende nationale contactpunten anderzijds, zodat deze verordening efficiënt wordt uitgevoerd.
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 ter (nieuw)
Artikel 5 ter
Gebruik van een elektronisch systeem
1.  Alle uitwisselingen van informatie tussen de bevoegde autoriteiten en aangevers op grond van de artikelen 4 en 5, zoals de uitwisseling van verklaringen, aanvragen of besluiten, vinden langs elektronische weg plaats.
2.  De Commissie stelt het in lid 1 bedoelde elektronische systeem vast. Zij neemt uitvoeringshandelingen aan tot vaststelling van:
—  voorzieningen voor de uitrol, de exploitatie en het onderhoud van het in lid 1 bedoelde elektronische systeem;
—  nadere voorschriften voor de indiening, verwerking, opslag en uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten door middel van het elektronische systeem.
De lidstaten werken met de Commissie samen bij de ontwikkeling, het onderhoud en het gebruik van het in lid 1 bedoelde elektronische systeem en bij de opslag van informatie, overeenkomstig deze verordening.
3.  Wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening, dienen de aangevers en de bevoegde autoriteiten hun taken uit te voeren overeenkomstig Verordening (EU) nr. 2016/6791 bis van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) .../...*
__________________
1 bis Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
* PB: gelieve in de tekst het nummer van de verordening zoals vermeld in document 2017/0003(COD) in te voegen.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 6
Artikel 6
Schrappen
Controle en verificatie door de douane
1.  De in artikel 4 bedoelde invoervergunning of de in artikel 5 bedoelde importeursverklaring, naargelang het geval, wordt ingediend bij het douanekantoor dat bevoegd is om de cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen.
2.   Bij cultuurgoederen waarvoor een invoervergunning moet worden afgegeven voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de invoervergunning overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise.
3.   Bij cultuurgoederen waarvoor een importeursverklaring moet worden voorgelegd voordat zij het douanegebied van de Unie mogen binnenkomen, gaan de douaneautoriteiten na of de importeursverklaring voldoet aan de in of op basis van artikel 5 vastgestelde vereisten en overeenstemt met de aangebrachte goederen. Te dien einde kunnen zij van de aangever aanvullende gegevens verlangen en de cultuurgoederen fysiek controleren, inclusief door het verrichten van een expertise. Zij registreren de importeursverklaring door deze een volgnummer en een registratiedatum toe te kennen en bezorgen de aangever bij de vrijgave van de goederen een kopie van de geregistreerde importeursverklaring.
4.  Wanneer een aangifte wordt ingediend om cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, wordt de hoeveelheid goederen vermeld met behulp van de in de bijlage genoemde bijzondere maatstaf.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – alinea 1
Wanneer lidstaten het aantal douanekantoren beperken dat bevoegd is om cultuurgoederen in het vrije verkeer te brengen of onder een andere bijzondere regeling dan douanevervoer te plaatsen, delen zij de gegevens van die douanekantoren en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.
Lidstaten mogen het aantal douanekantoren dat bevoegd is om de invoer van cultuurgoederen toe te staan, beperken. Wanneer lidstaten deze beperking toepassen, delen zij de gegevens van die douanekantoren en elke wijziging daarin mee aan de Commissie.
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
1.  De douaneautoriteiten nemen cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengebracht, in beslag en houden deze tijdelijk in bewaring, wanneer de cultuurgoederen in kwestie het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen zonder dat aan de in artikel 3, leden 1 en 2, vastgestelde voorwaarden is voldaan.
1.  De bevoegde autoriteiten nemen cultuurgoederen die het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen zonder dat aan de in artikel 3, leden 1 en 2, vastgestelde voorwaarden is voldaan, in beslag en houden deze tijdelijk in bewaring. In geval van bewaring van cultuurgoederen moeten gepaste voorwaarden voor de conservering ervan worden gewaarborgd, overeenkomstig de voorwaarden en verantwoordelijkheden voor de tijdelijke opslag van goederen als vastgelegd in artikel 147 van Verordening (EU) nr. 952/2013, met het oog op de specifieke aard van de goederen.
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit gaat vergezeld van een motivering, wordt aan de aangever meegedeeld en maakt het voorwerp uit van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig procedures van het nationale recht.
2.  Het in lid 1 bedoelde bestuurlijke besluit is onderworpen aan de bepalingen van artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) nr. 952/2013.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
3.  De termijn van een tijdelijke inbewaringneming is strikt beperkt tot de tijd die de douaneautoriteiten of andere rechtshandhavingsinstanties nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een inbewaringneming krachtens andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen rechtvaardigen. De maximale termijn van een tijdelijke inbewaringneming krachtens dit artikel bedraagt zes maanden. Indien er binnen die termijn geen besluit over een langere bewaring van de cultuurgoederen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de cultuurgoederen ter beschikking gesteld van de aangever.
3.  De termijn van een tijdelijke inbewaringneming is strikt beperkt tot de tijd die de douaneautoriteiten of andere rechtshandhavingsinstanties nodig hebben om na te gaan of de omstandigheden van de zaak een inbewaringneming krachtens andere Unie- of nationaalrechtelijke bepalingen rechtvaardigen. De maximale termijn van een tijdelijke inbewaringneming krachtens dit artikel bedraagt zes maanden, met een mogelijkheid om deze periode op basis van een gemotiveerd besluit van de douaneautoriteiten met nog eens drie maanden te verlengen. Indien er binnen die termijn geen besluit over een langere bewaring van de cultuurgoederen wordt genomen of indien wordt besloten dat de omstandigheden van de zaak geen langere bewaring rechtvaardigen, worden de cultuurgoederen ter beschikking gesteld van de aangever. De autoriteiten van de lidstaten zien erop toe dat op het moment van teruggave van de cultuurgoederen aan het land van herkomst, in het land van herkomst geen gewapend conflict heerst waardoor de veiligheid van de cultuurgoederen niet kan worden gewaarborgd. In het laatste geval blijven de cultuurgoederen in de Unie totdat de situatie in het land van herkomst is gestabiliseerd.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De douaneautoriteiten stellen het land van herkomst of, indien het land van herkomst van de cultuurgoederen niet met zekerheid kan worden vastgesteld, het derde land alsmede zo nodig Europol en Interpol, onmiddellijk op de hoogte nadat het besluit bedoeld in lid 1 genomen is.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.  Wanneer de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat cultuurgoederen die in doorvoer zijn op het douanegebied van de Unie in strijd met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van herkomst zijn uitgevoerd, geven zij de douaneautoriteiten opdracht om die goederen tijdelijk in beslag te nemen.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – titel
Administratieve samenwerking
Administratieve samenwerking en gebruik van een elektronisch systeem
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
1.  Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening garanderen de lidstaten samenwerking tussen hun bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3, lid 4.
1.  Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening garanderen de lidstaten samenwerking en informatie-uitwisseling tussen hun bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 4, lid 5.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
2.  Er kan een elektronisch systeem worden opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten, met name betreffende importeursverklaringen en invoervergunningen.
2.  Er wordt een elektronisch systeem opgezet voor de opslag en de uitwisseling van gegevens tussen de autoriteiten van de lidstaten in het kader van Verordening (EU) nr. 952/2013. Een dergelijk systeem dient met name voor het ontvangen, verwerken, opslaan en uitwisselen van informatie, met name importeursverklaringen en invoervergunningen.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Het in lid 2 bedoelde elektronische systeem kan door de lidstaten worden geraadpleegd tijdens de verwerking van verzoeken die zijn ingediend in verband met uitvoervergunningen als vereist krachtens Verordening (EG) nr. 116/2009. In dergelijke verzoeken kan rechtstreeks worden verwezen naar informatie die aanwezig is in het elektronische systeem.
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule
De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen:
De Commissie zal door middel van uitvoeringshandelingen:
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – alinea 2
Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 13 bedoelde procedure vastgesteld.
Deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk op ... [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] volgens de in artikel 13 bedoelde procedure vastgesteld.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening vindt alleen plaats met het oog op de doeltreffende bescherming tegen het verlies van cultuurgoederen, het behoud van het cultureel erfgoed van de mensheid en het voorkomen van terrorismefinanciering door de verkoop van geplunderd cultureel erfgoed aan kopers in de Unie.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 ter (nieuw)
3 ter.  Alle overeenkomstig de artikelen 4, 5 en 9 verkregen persoonsgegevens worden uitsluitend opgevraagd en verwerkt door naar behoren gemachtigde personeelsleden van de autoriteiten en worden op passende wijze beschermd tegen ongeoorloofde toegang of verstrekking.
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – alinea 1
De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3, 4 en 5 en met name op het afleggen van valse verklaringen en het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen het douanegebied van de Unie te kunnen binnenbrengen, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.
De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de artikelen 3 en 5 en met name op het verstrekken van valse informatie om cultuurgoederen in het douanegebied van de Unie te kunnen invoeren, en de lidstaten treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat deze regels worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Om tot een gelijk speelveld en een coherente aanpak te komen passen de lidstaten sancties toe die vergelijkbaar zijn qua aard en effect. De lidstaten delen de Commissie uiterlijk 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening deze regels en maatregelen mee en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen die erop van invloed zijn.
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea -1 (nieuw)
Bij de voorbereidende werkzaamheden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening werken de Commissie en de lidstaten samen met internationale organisaties, zoals de Unesco, Interpol, Europol, de Werelddouaneorganisatie (WDO), het Internationaal Centrum voor de studie van het behoud en de restauratie van culturele goederen (ICCROM) en de Internationale Museumraad, om doeltreffende opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten en bewustmakingscampagnes te garanderen, alsook om, waar passend, opdracht te verstrekken tot het verrichten van relevant onderzoek en de ontwikkeling van normen.
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1
De lidstaten dragen zorg voor opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening door de betrokken autoriteiten. Zij kunnen ook bewustmakingscampagnes opzetten om met name kopers van cultuurgoederen te alerteren.
De Commissie draagt, in samenwerking met de lidstaten, zorg voor:
i.   opleidings- en capaciteitsopbouwactiviteiten en bewustmakingscampagnes voor autoriteiten, nationale contactpunten en betrokken beroepsbeoefenaars ten behoeve van de effectieve tenuitvoerlegging van deze verordening;
ii.  maatregelen om de doeltreffende medewerking van landen van herkomst te bevorderen; alsmede
iii.   de uitwisseling van beste praktijken om de uniforme tenuitvoerlegging van deze verordening te bevorderen, met name de gepaste praktijken van lidstaten die vóór de inwerkingtreding van deze verordening al beschikken over nationale wetgeving inzake de invoer van cultuurgoederen.
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – alinea 1 bis (nieuw)
Deze activiteiten, campagnes en maatregelen bouwen voort op de ervaring van bestaande programma's, met inbegrip van de door de WDO en de Commissie bevorderde programma's.
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 bis (nieuw)
Artikel 11 bis
Samenwerking met derde landen
In aangelegenheden die onder haar activiteiten vallen en voor zover nodig voor de uitvoering van haar taken uit hoofde van deze verordening, vergemakkelijkt en bevordert de Commissie de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten en derde landen.
De Commissie kan in samenwerking met de lidstaten en derde landen opleidingsactiviteiten organiseren op hun grondgebied.
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 2
2.  De in artikel 2, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze handeling wordt ingevuld door het Publicatiebureau].
2.  De in artikel 2 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van … [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van … jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden vóór het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 1 – letter b
b)  informatie over inbreuken op deze verordening;
b)  informatie over inbreuken op deze verordening en de toegepaste sancties;
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 2
Te dien einde zendt de Commissie de lidstaten relevante vragenlijsten toe. De lidstaten hebben zes maanden tijd om de gevraagde informatie aan de Commissie te verstrekken.
Te dien einde zendt de Commissie de lidstaten relevante vragenlijsten toe. Vanaf het moment van ontvangst van de vragenlijst hebben de lidstaten zes maanden tijd om de gevraagde informatie aan de Commissie te verstrekken.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)
De Commissie kan op basis van de antwoorden op de in lid 1 genoemde vragenlijsten de lidstaten vragen haar aanvullende informatie betreffende de behandeling van de aanvragen voor een invoervergunning te verstrekken. De lidstaten verstrekken de gevraagde informatie onverwijld.
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2
2.  Drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor.
2.  Twee jaar na de datum van toepassing van deze verordening en vervolgens om de vier jaar legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag over de tenuitvoerlegging van deze verordening voor. Dat verslag wordt openbaar gemaakt. Het bevat een beoordeling van de praktische uitvoering van de verordening, waaronder de impact ervan op marktdeelnemers in de Unie, met name micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen. In het verslag wordt de uitvoering in de verschillende lidstaten vergeleken en wordt de mate van uniforme toepassing van de verordening sinds de opstelling van het voorgaande verslag beoordeeld. Bij die beoordeling wordt ook gekeken naar de bepalingen inzake sancties en de toepassing daarvan, alsmede de mate waarin zij zorgen voor een gelijk speelveld tussen de lidstaten. Zo nodig kunnen in het verslag aanbevelingen worden gedaan om een ontoereikende tenuitvoerlegging door de lidstaten aan te pakken.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  In het in lid 2 bedoelde verslag wordt rekening gehouden met de praktische gevolgen van deze verordening, met inbegrip van de gevolgen ervan voor marktdeelnemers in de Unie, waaronder micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen. Het verslag moet bewijs verstrekken inzake de verschillende nationale prestaties, een beoordeling omvatten over de mate waarin deze verordening in de desbetreffende periode uniform werd ingevoerd en toegepast, alsook voorzien in aanbevelingen om ontoereikende tenuitvoerlegging door de lidstaten aan te pakken.
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – ondertitel 3
Cultuurgoederen die onder artikel 2, lid 1, vallen
Cultuurgoederen die onder artikel 2, lid 1, letter a), vallen
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Bijlage I bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.

Oudheidkundige voorwerpen, ouder dan 100 jaar, afkomstig van:

 

 

–  opgravingen en vindplaatsen op het land en in zee

9705 00 00

 

–  oudheidkundige locaties

9706 00 00

 

–  oudheidkundige collecties

 

2.

Delen die integrerend deel hebben uitgemaakt van artistieke, historische of religieuze monumenten die niet in hun geheel bewaard zijn gebleven, ouder dan 100 jaar

9705 00 00 9706 00 00

3.

Afbeeldingen en schilderijen die niet tot categorie 4 of 5 behoren en geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen1 bis

9701

4.

Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond1 bis

9701

5.

Mozaïeken, ongeacht van welke materialen, die geheel met de hand zijn vervaardigd en niet tot categorie 1 of 2 behoren, en tekeningen die geheel met de hand zijn vervaardigd, ongeacht op welke ondergrond en van welke materialen1 bis

6914

9701

6.

Oorspronkelijke gravures, prenten, zeefdrukken en lithografieën en hun respectieve matrijzen, alsmede de originele affiches1 bis

Hoofdstuk 49/9702/00008442/99

7.

Oorspronkelijke beelden of oorspronkelijk beeldhouwwerk, alsmede kopieën die zijn verkregen volgens hetzelfde procedé als de oorspronkelijke stukken1 bis, en die niet tot categorie 1 behoren

9703 00 00

8.

Fotoafdrukken, films en negatieven daarvan1 bis

3704

3705

3706

4911 91 80

9.

Wiegendrukken en manuscripten, met inbegrip van geografische kaarten en partituren, afzonderlijk of in verzamelingen1 bis

9702 00 00 9706 00 00 4901 10 00 4901 99 00 4904 00 00 4905 91 00 4905 99 00 4906 00 00

10.

Boeken, ouder dan 100 jaar, afzonderlijk of in verzamelingen

9705 00 00 9706 00 00

11.

Gedrukte geografische kaarten, ouder dan 200 jaar

9706 00 00

12.

Archieven en onderdelen daarvan, ouder dan 50 jaar, ongeacht de drager ervan

3704

3705

3706

4901

4906

9705 00 00 9706 00 00

13.

a)  Verzamelingen1 ter en exemplaren voor verzamelingen van fauna, flora, mineralen en anatomische delen

9705 00 00

 

b)  Verzamelingen1 ter van historisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang

9705 00 00

14.

Vervoermiddelen, ouder dan 75 jaar

9705 00 00 Hoofdstuk 86-89

15.

Andere antiquiteiten die niet tot de categorieën A 1 tot en met A 14 behoren

 

 

a)  tussen 50 en 100 jaar oud

 

 

speelgoed, spellen

Hoofdstuk 95

 

glaswerk

7013

 

edelsmidwerk

7114

 

meubelen en meubelstukken

Hoofdstuk 94

 

optische instrumenten en instrumenten voor de fotografie of de cinematografie

Hoofdstuk 90

 

muziekinstrumenten

Hoofdstuk 92

 

uurwerken

Hoofdstuk 91

 

houtwaren

Hoofdstuk 44

 

aardewerk

Hoofdstuk 69

 

tapisserieën

5805 00 00

 

tapijten

Hoofdstuk 57

 

behangselpapier

4814

 

wapens

Hoofdstuk 93

 

b)  meer dan 100 jaar oud

9706 00 00

______________

1 bis Die ouder zijn dan 50 jaar en niet meer in het bezit van de maker.

1 ter Als omschreven in het arrest van het Hof van Justitie in zaak 252/84, namelijk: "Voorwerpen voor verzamelingen in de zin van post 97.05 van het gemeenschappelijk douanetarief zijn voorwerpen die geschikt zijn om in een verzameling te worden opgenomen, dat wil zeggen voorwerpen die relatief zeldzaam zijn, normalerwijs niet overeenkomstig hun oorspronkelijke bestemming worden gebruikt, voorwerp zijn van speciale handelsbranches buiten de gewone handel in soortgelijke gebruiksvoorwerpen en een hoge waarde hebben.".

De bij de categorieën A 1 tot en met A 15 ingedeelde cultuurgoederen vallen alleen  binnen het toepassingsgebied van deze verordening indien de financiële waarde ervan ten minste gelijk is aan de in punt B aangegeven drempels.

B.  Financiële waardedrempels voor bepaalde onder A genoemde categorieën (in EUR)

Waarde:

Ongeacht hun waarde:

1 (Oudheidkundige voorwerpen)

2 (Niet in hun geheel bewaarde monumenten)

9 (Wiegendrukken en manuscripten)

12 (Archieven)

15 000

5 (Mozaïeken en tekeningen)

6 (Gravures)

8 (Fotoafdrukken)

11 (Gedrukte geografische kaarten)

30 000

4 (Aquarellen, gouaches en pasteltekeningen)

50 000

7 (Beelden)

10 (Boeken)

13 (Verzamelingen)

14 (Vervoermiddelen)

15 (Alle andere voorwerpen)

150 000

3 (Schilderijen)

De naleving van de voorwaarden inzake de financiële waardedrempels moet worden beoordeeld bij de indiening van de aanvraag om een uitvoervergunning. De financiële waarde is die van het cultuurgoed op de internationale markt.

De in bijlage I in euro's uitgedrukte waarden worden omgerekend en uitgedrukt in nationale valuta's tegen de wisselkoers die op 31 december 2001 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen is gepubliceerd. Deze tegenwaarden in nationale valuta's worden met ingang van 31 december 2001 iedere twee jaar herzien. De berekening van deze tegenwaarden is gebaseerd op het gemiddelde van de dagelijkse waarden van deze valuta's in euro's over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van de maand augustus onmiddellijk voorafgaande aan de herziening die op 31 december in werking treedt. Deze berekeningsmethode wordt op voorstel van de Commissie, in beginsel twee jaar na de eerste toepassing, door het Raadgevend Comité cultuurgoederen opnieuw onderzocht. Bij iedere herziening worden de waarden in euro's en hun tegenwaarden in nationale valuta's periodiek bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie vanaf de eerste dagen van de maand november voorafgaande aan de datum waarop de herziening in werking treedt.

Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Bijlage I ter (nieuw)
Bijlage I ter
Landen en voorwerpcategorieën met betrekking waartoe een bijzonder risico van illegale handel bestaat
[Op grond van artikel 2, lid 2 bis, op te stellen door de Commissie.]

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0308/2018).

Laatst bijgewerkt op: 10 december 2019Juridische mededeling