Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/0328(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0063/2018

Ingediende teksten :

A8-0063/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/03/2018 - 10.8
CRE 15/03/2018 - 10.8
PV 25/10/2018 - 13.11

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0086
P8_TA(2018)0427

Aangenomen teksten
PDF 132kWORD 50k
Donderdag 25 oktober 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Hervestiging van het Europees Geneesmiddelenbureau ***I
P8_TA(2018)0427A8-0063/2018
Resolutie
 Tekst
 Bijlage

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2018 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 726/2004 wat betreft de zetel van het Europees Geneesmiddelenbureau (COM(2017)0735 – C8-0421/2017 – 2017/0328(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0735),

–  gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 114 en 168, lid 4, onder c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0421/2017),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 17 oktober 2018 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie constitutionele zaken (A8-0063/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast(1);

2.  bekritiseert de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 19 juli 2012 over de gedecentraliseerde agentschappen en de gemeenschappelijke aanpak in de bijlage daarbij, en dringt aan op nauwe betrokkenheid van het Europees Parlement bij het besluitvormingsproces over de vestigingsplaats en de hervestiging van bureaus en agentschappen, gelet op zijn prerogatieven als medewetgever in de gewone wetgevingsprocedure;

3.  hecht zijn goedkeuring aan de als bijlage bij deze resolutie gevoegde verklaring;

4.  neemt nota van de als bijlage bij deze resolutie gevoegde verklaring van de Raad;

5.  betreurt dat het Europees Parlement, dat uiteindelijk de burgers van de Unie vertegenwoordigt, niet volledig betrokken is geweest bij de procedure voor de vaststelling van de nieuwe zetel van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA), en dat deze procedure plaatsvond door middel van een loting, terwijl het hier ging om een uitermate belangrijk besluit; besluiten inzake de vaststelling van de zetel van organen en agentschappen moeten – op grond van het recht – genomen worden via de gewone wetgevingsprocedure, waarbij de prerogatieven van het Europees Parlement geëerbiedigd worden en het Europees Parlement en de Raad als gelijkwaardige medewetgevers optreden;

6.  betreurt het besluit van de Raad dat leidt tot een nog grotere geografische onbalans, aangezien slechts negen van de 37 gedecentraliseerde agentschappen van de EU een zetel hebben in een nieuwe lidstaat, hetgeen niet in overeenstemming is met de conclusies 5381/04 en 11018/1/08 van de Europese Raad, waarin prioriteit wordt gegeven aan nieuwe lidstaten;

7.  verzoekt de begrotingsautoriteiten en de Commissie om te waarborgen dat de kosten die gepaard gaan met de overplaatsing van de zetel van het EMA volledig gedekt zullen worden door het huidige gastland; wijst erop dat een deel van de kosten van de hervestiging uit de begroting van de Unie moet worden voorgefinancierd, in afwachting van de financiële afwikkeling met het huidige gastland;

8.  verzoekt de begrotingsautoriteiten en de Commissie om te waarborgen dat de extra kosten ten gevolge van de verhuizing van het EMA in twee etappes, namelijk eerst naar een tijdelijke locatie en vervolgens naar het Vivaldigebouw, volledig voor rekening zullen komen van de Nederlandse regering en dus niet zullen drukken op de algemene begroting van de Unie;

9.  verzoekt de begrotingsautoriteiten en de Commissie om ervoor te zorgen dat deze verhuizing in twee etappes geen gevaar oplevert als het gaat om de normale operationele behoeften van het EMA en dat de continuïteit van de werkzaamheden en de goede werking van het EMA, zonder onderbrekingen, ook na maart 2019 gewaarborgd worden;

10.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Dit standpunt vervangt de amendementen die zijn aangenomen op 15 maart 2018 (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0086).


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 25 oktober 2018 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2018/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 726/2004 wat betreft de zetel van het Europees Geneesmiddelenbureau
P8_TC1-COD(2017)0328

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2018/1718.)


BIJLAGEN BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Verklaring van het Europees Parlement

Het Europees Parlement betreurt dat zijn rol als medewetgever niet naar behoren in aanmerking is genomen, doordat het Parlement niet betrokken is geweest bij de procedure voor de vaststelling van de nieuwe zetel van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA).

Het Europees Parlement herinnert aan zijn prerogatieven als medewetgever en dringt erop aan dat met betrekking tot de vestigingsplaats van organen en agentschappen de gewone wetgevingsprocedure volledig in acht wordt genomen.

Als enige rechtstreeks verkozen instelling van de Unie en als vertegenwoordiger van de burgers van de Unie zet het Europees Parlement zich als geen ander in voor de eerbiediging van de beginselen van de democratie in de Unie.

Het Europees Parlement is het niet eens met de procedure die gevolgd is bij de vaststelling van de nieuwe zetel van het EMA, omdat zijn prerogatieven daarbij de facto zijn veronachtzaamd, aangezien het Parlement niet betrokken is geweest bij dit proces en nu wordt geacht eenvoudigweg de gekozen vestigingsplaats te bekrachtigen via de gewone wetgevingsprocedure.

Het Europees Parlement herinnert eraan dat de gemeenschappelijke aanpak die als bijlage bij de in 2012 ondertekende gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen is gevoegd, juridisch niet-bindend is, zoals in de verklaring zelf is vastgelegd, en is overeengekomen onverminderd de wetgevende bevoegdheden van de instellingen.

Het Parlement dringt er daarom op aan dat de procedure voor de vaststelling van de vestigingsplaats van agentschappen wordt herzien en dat deze procedure in de toekomst niet meer in deze vorm wordt toegepast.

Tot slot herinnert het Europees Parlement eraan dat de drie instellingen zich er in het Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven" van 13 april 2016(1) toe hebben verbonden loyaal en transparant samen te werken, daarbij herinnerend aan de gelijkheid van beide medewetgevers, zoals neergelegd in de Verdragen.

Verklaring van de Raad inzake EBA/EMA

Herinnerend aan de verbintenis van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie om loyaal en transparant samen te werken, en in het licht van de voor de hervestiging van het EMA en de EBA gevolgde procedure, die specifiek op de situatie was gericht en geen precedent voor de vestiging van agentschappen in de toekomst vormde;

Indachtig de Verdragen erkent de Raad dat het waardevol zou zijn om vanaf de beginstadia van toekomstige procedures voor de vestiging van agentschappen intensiever informatie uit te wisselen.

Een dergelijke vroege uitwisseling van informatie zou het voor de drie instellingen gemakkelijker maken hun rechten overeenkomstig de Verdragen via de desbetreffende procedures uit te oefenen.

De Raad neemt nota van het verzoek van het Europees Parlement om zo spoedig mogelijk de gezamenlijke verklaring en de gemeenschappelijke aanpak inzake gedecentraliseerde agentschappen van 2012 te herzien. Als eerste stap verzoekt hij de Commissie om uiterlijk in april 2019 een grondige analyse van de uitvoering van de gezamenlijke verklaring en de gemeenschappelijke aanpak inzake de vestiging van gedecentraliseerde agentschappen te verstrekken. Deze analyse zal als basis dienen voor een beoordeling van de volgende stappen in het kader van de procedure voor een dergelijke herziening.

(1) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 10 december 2019Juridische mededeling