Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2885(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0498/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 25/10/2018 - 13.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0434

Aangenomen teksten
PDF 183kWORD 55k
Donderdag 25 oktober 2018 - Straatsburg Voorlopige uitgave
De moord op de journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel
P8_TA-PROV(2018)0434RC-B8-0498/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2018 over de moord op de journalist Jamal Khashoggi in het Saudische consulaat in Istanbul (2018/2885(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Saudi-Arabië, met name zijn resolutie van 11 maart 2014 over Saudi-Arabië, de betrekkingen tussen Saudi-Arabië en de Europese Unie en de rol van Saudi-Arabië in het Midden-Oosten en Noord-Afrika(1), zijn resolutie van 12 februari 2015 over Raif Badawi(2), zijn resolutie van 8 oktober 2015 over Ali Mohammed al-Nimr(3), zijn resolutie van 31 mei 2018 over de situatie van voorvechters van vrouwenrechten in Saudi-Arabië(4), en zijn resoluties van 25 februari 2016 over de humanitaire situatie in Jemen(5) en van 30 november 2017(6) en 4 oktober 2018(7) over de situatie in Jemen,

–  gezien zijn aanbeveling van 2 april 2014 aan de Raad over de instelling van gemeenschappelijke visumbeperkingen voor bij de zaak-Magnitsky betrokken Russische ambtenaren(8),

–  gezien de opmerkingen van Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), op 9 oktober 2018, tijdens de gemeenschappelijke persconferentie met de Portugese minister van Buitenlandse Zaken, en op 15 oktober 2018, in het kader van de Raad Buitenlandse Zaken, en gezien haar verklaring namens de Europese Unie van 20 oktober 2018 over de recente ontwikkelingen in de zaak rond de Saudische journalist Jamal Khashoggi,

–  gezien het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie(9),

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de secretaris-generaal van de VN van 19 oktober 2018,

–  gezien de verklaring van Michelle Bachelet, VN-Commissaris voor de mensenrechten, van 16 oktober 2018, waarin zij Saudi-Arabië ertoe oproept helemaal geen informatie achter te houden over de verdwijning van Jamal Khashoggi,

–  gezien de verklaring van VN-deskundigen van 9 oktober 2018, die een onderzoek eisen naar de verdwijning van de Saudische journalist Jamal Khashoggi in Istanbul,

–  gezien het verslag van 18 oktober 2018 van de VN-werkgroep inzake gedwongen en onvrijwillige verdwijningen, waarin de groep haar ernstige bezorgdheid uit over het nieuwe verschijnsel van door de overheid gesteunde ontvoeringen,

–  gezien de verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 op 17 oktober 2018 hebben afgelegd over de verdwijning van Jamal Khashoggi,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van 14 oktober 2018 van de ministers van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland over de verdwijning van de Saudische journalist Jamal Khashoggi, en gezien hun gezamenlijke verklaring van 21 oktober 2018 over zijn overlijden,

–  gezien de verklaring van de Saudische minister van Buitenlandse Zaken over de verdwijning van Jamal Khashoggi, burger van Saudi-Arabië,

–  gezien het lidmaatschap van Saudi-Arabië van de VN-Mensenrechtenraad,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de online en offline vrijheid van meningsuiting,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR),

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing,

–  gezien het Arabisch handvest van de rechten van de mens, dat in 2009 door Saudi-Arabië is geratificeerd,

–  gezien het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen uit 1963,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) uit 1948,

–  gezien de toekenning van de Sacharovprijs voor de vrijheid van gedachte en van meningsuiting aan de Saudische blogger Raif Badawi in 2015,

–  gezien artikel 123, leden 2 en 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Jamal Khashoggi, een bekende Saudische journalist, het consulaat van Saudi-Arabië in Istanbul op 2 oktober 2018 heeft betreden om documenten op te vragen voor zijn huwelijk, en sindsdien vermist werd, ook al beweerden de Saudische ambtenaren aanvankelijk dat hij het gebouw opnieuw had verlaten; overwegende dat er bijzonder verontrustende informatie over zijn lot aan het licht is gekomen, die aanleiding geeft tot beschuldigingen van een mogelijke buitengerechtelijke executie en een door de staat gesteunde moord;

B.  overwegende dat Saudi-Arabië eerst elke betrokkenheid bij de verdwijning van Jamal Khashoggi ontkende, maar vervolgens onder invloed van aanzienlijke internationale druk toegaf dat Jamal Khashoggi in het Saudische consulaat was vermoord;

C.  overwegende dat de Saudische openbare aanklager op 19 oktober 2018 verklaarde dat de zaak wordt onderzocht, teneinde alle bij de zaak betrokken personen ter verantwoording te roepen en voor het gerecht te brengen; overwegende dat de Saudische minister van Buitenlandse Zaken op 21 oktober 2018 verklaarde dat de operatie is uitgevoerd door individuen die hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden hebben genegeerd, en dat de Saudische autoriteiten vastbesloten zijn alle verantwoordelijken voor de moord te straffen; overwegende dat Mohammad Bin Salman al-Saud de volledige controle heeft over de veiligheidsdiensten en dat het daarom uiterst onwaarschijnlijk is dat er een operatie zou hebben plaatsgevonden zonder dat hij daarvan op de hoogte was of zonder dat hij toezicht erop had;

D.  overwegende dat er wordt beweerd - aantijgingen die door de Saudische autoriteiten als ongefundeerd en volledig onjuist bestempeld - dat videobeelden van bewakingscamera's uit het consulaat zijn verwijderd, dat alle Turkse medewerkers werd opgedragen een dag vrij te nemen, dat delen van het consulaat na de verdwijning van Jamal Khashoggi opnieuw zijn geschilderd en dat vijftien Saudische onderdanen, van wie de meesten banden zouden hebben met kroonprins Mohammad Bin Salman, de staatsveiligheidsdiensten, het leger of andere overheidsdiensten, op 2 oktober 2018, de dag waarop Jamal Khashoggi verdween, met twee chartervluchten aankwamen in Istanbul en weer vertrokken;

E.  overwegende dat de Saudische autoriteiten na de verdwijning van Jamal Khashoggi obstakels hebben opgeworpen om een snel, grondig, doeltreffend, onpartijdig en transparant onderzoek te verhinderen; overwegende dat speurders het Saudische consulaat pas op 15 oktober 2018, na de uitoefening van internationale druk en een akkoord met de Turkse autoriteiten, van binnen mochten inspecteren en pas op 17 oktober 2018 toegang kregen tot de residentie van de consul-generaal;

F.  overwegende dat de Turkse en Saudische ambtenaren een gezamenlijk onderzoek naar de verdwijning van Jamal Khashoggi hebben aangekondigd; overwegende dat deskundigen van de VN hebben aangedrongen op een internationaal en onafhankelijk onderzoek naar zijn verdwijning; overwegende dat de Europese Unie en de lidstaten hebben aangedrongen op een grondig, geloofwaardig en open onderzoek om de omstandigheden van de moord op Jamal Khashoggi op te helderen en ervoor te zorgen dat alle verantwoordelijken volledige rekenschap afleggen;

G.  overwegende dat de aanval op Jamal Khashoggi door Saudische agenten in het Saudische consulaat te Istanbul een flagrante schending inhoudt van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen uit 1963, en dat in artikel 55(2) van dit verdrag staat dat consulaire gebouwen niet mogen worden gebruikt op manieren die niet compatibel zijn met de uitoefening van consulaire taken; overwegende dat in artikel 41 van hetzelfde verdrag staat dat de diplomatieke immuniteit in gevallen van ernstige misdrijven op bevel van een bevoegde rechtbank kan worden opgeheven;

H.  overwegende dat Saudi-Arabië en Turkije allebei partij zijn bij het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en zij dus de plicht hebben alle maatregelen te nemen om foltering, gedwongen verdwijningen en andere ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen, beschuldigingen van dergelijke misdrijven te onderzoeken en degenen die verdacht worden van het plegen ervan te berechten; overwegende dat de moord op Jamal Khashoggi krachtens het VN-Verdrag onder de universele rechtsmacht valt en dat verdachten bijgevolg overal op het grondgebied van de ondertekenende landen kunnen worden gearresteerd en, in voorkomend geval, door de nationale rechtbanken van die landen kunnen worden berecht;

I.  overwegende dat de vrijheid van mening en meningsuiting en de vrijheid van pers en media, zowel online als offline, tot de fundamentele rechten van elke mens behoren en cruciaal zijn als voorwaarde en katalysator voor democratisering en hervormingen en als hulpmiddel om controle uit te oefenen op de overheid; overwegende dat een verscheidenheid aan vrije en onafhankelijke media in elke samenleving van essentieel belang is om de mensenrechten te bevorderen en te beschermen; overwegende dat journalisten vaak intimidatie en geweld riskeren doordat zij machtsmisbruik openbaar maken, corruptie aan het licht brengen en gangbare meningen ter discussie stellen;

J.  overwegende dat de moord op journalist Jamal Khashoggi deel uitmaakt van een grootscheepse campagne tegen prominente mensenrechtenverdedigers, vrouwenrechtenactivisten, juristen, journalisten, schrijvers en bloggers, en dat die campagne aan intensiteit heeft gewonnen sinds kroonprins Mohammad Bin Salman is begonnen zijn macht over de veiligheidsinstanties van Saudi-Arabië te consolideren; overwegende dat de Saudische autoriteiten verscheidene van deze dissidenten ter dood willen laten veroordelen; overwegende dat bewakingssystemen en andere apparatuur voor tweeërlei gebruik zijn ingezet om het doen en laten van mensenrechtenbeschermers en critici in Saudi-Arabië na te gaan en te traceren; overwegende dat in Saudi-Arabië wonende familieleden van Saudische journalisten en activisten die in het buitenland wonen, onder meer in Westerse hoofdsteden, bedreigingen hebben ontvangen;

K.  overwegende dat het Saudische regime tegelijkertijd een dure internationale mediacampagne is gestart waarin het land wordt geportretteerd als een moderniserende kracht en waarin hervormingen worden aangekondigd, maar dat het Saudische systeem ondemocratisch en discriminerend blijft; overwegende dat verscheidene prominente sprekers, sponsors en mediapartners uit verontwaardiging over de verdwijning van Jamal Khashoggi hebben laten weten niet te zullen deelnemen aan het Future Investment Initiative, een conferentie die in oktober 2018 plaatsvindt in Riyad;

L.  overwegende dat het Saudische regime herhaaldelijk druk, dwang en bedreigingen heeft gehanteerd ten aanzien van landen en internationale organisaties, en internationale onafhankelijke onderzoeken naar aanleiding van kritiek van deze landen of organisaties inzake mensenrechtenschendingen in Saudi-Arabië of schendingen van het internationaal humanitair recht in Jemen, heeft geblokkeerd;

M.  overwegende dat de Duitse bondskanselier op 21 oktober 2018 heeft verklaard dat Duitsland zijn wapenexport naar Saudi-Arabië tijdelijk opschort, gezien de onduidelijke omstandigheden waarin Jamal Khashoggi om het leven is gekomen;

1.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de foltering van en moord op Jamal Khashoggi en betuigt zijn medeleven aan zijn familie en vrienden; dringt er bij de Saudische autoriteiten op aan te onthullen waar de stoffelijke resten van de journalist zich bevinden; brengt in herinnering dat het stelselmatig laten verdwijnen van personen alsook buitengerechtelijke executies misdaden tegen de menselijkheid vormen;

2.  dringt aan op een onafhankelijk en onpartijdig internationaal onderzoek naar de omstandigheden rond de dood van Jamal Khashoggi; verlangt dat de daders worden opgespoord en berecht, tijdens een eerlijk proces dat moet verlopen in overeenstemming met de internationale normen en moet plaatsvinden voor een onpartijdige rechtbank, in aanwezigheid van internationale waarnemers;

3.  is bijzonder verontrust over de informatie over het lot van Jamal Khashoggi en de betrokkenheid van Saudische agenten; neemt kennis van het lopende onderzoek door Turkse en Saudische ambtenaren en moedigt verdere gezamenlijke inspanningen aan; vraagt de Saudische autoriteiten om hun volle samenwerking te verlenen aan de Turkse autoriteiten, en verzoekt de Turkse autoriteiten met klem om op hun beurt alle relevante informatie beschikbaar te maken, zodat er precies kan worden achterhaald wat er op 2 oktober 2018 is gebeurd en de huidige hypotheses kunnen worden bevestigd of ontkracht;

4.  herhaalt dat, indien de verdwijning van en de moord op Jamal Khashoggi het werk blijkt te zijn van Saudische agenten, zowel overheidsinstanties als individuen ter verantwoording moeten worden geroepen; dringt er in dit verband bij de VV/HV en de lidstaten op aan klaar te staan om, wanneer de feiten zijn bewezen, gerichte sancties op te leggen, met inbegrip van visumverboden voor Saudische personen en de bevriezing van hun tegoeden evenals mensenrechtensancties jegens het Koninkrijk Saudi-Arabië; dringt erop aan dat deze sancties niet alleen de personen treffen die dit misdrijf hebben uitgevoerd, maar ook de personen die het hebben bedacht en er de aanzet toe gegeven hebben;

5.  vreest dat de verdwijning van Jamal Khashoggi verband houdt met de kritiek die hij de afgelopen jaren op het Saudische beleid heeft geuit; herhaalt zijn oproep aan de Saudische autoriteiten om zich open te stellen voor de grondrechten, inclusief het recht op leven, het recht op vrije meningsuiting en het recht op vreedzaam protest;

6.  roept de VV/HV, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten ertoe op om, in het kader van de betrekkingen van de Europese Unie met de Samenwerkingsraad van de Golf, een structurele dialoog te voeren met Saudi-Arabië over de mensenrechten en fundamentele vrijheden en over de ontwrichtende rol van het land in de regio;

7.  veroordeelt de aanhoudende repressie door de Saudische autoriteiten ten aanzien van voorvechters van de mensenrechten en kritische juristen, journalisten, geestelijken, schrijvers en bloggers zowel binnen als buiten Saudi-Arabië, die de geloofwaardigheid van de hervormingen in het land ondermijnt; verlangt van de Saudische autoriteiten dat zij de noodzakelijke stappen zetten om iedereen in staat te stellen zijn rechten vrijelijk uit te oefenen, zonder enige gerechtelijke intimidatie of andere represailles, zoals bedreiging van familieleden; roept de Saudische autoriteiten op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle mensenrechtenactivisten en andere gewetensbezwaarden die gevangenen zitten en veroordeeld zijn enkel en alleen omdat ze gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrije meningsuiting en zich geweldloos hebben ingezet voor de mensenrechten;

8.  wijst op het belang van de verdediging van de vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline, de persvrijheid en de bescherming van journalisten; onderstreept dat het bedreigen, aanvallen en doden van journalisten in alle omstandigheden onaanvaardbaar is en een reden is voor diepe bezorgdheid;

9.  herinnert de Saudische autoriteiten aan hun internationale verplichtingen uit hoofde van de Universele verklaring van de rechten van de mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;

10.  merkt op dat Saudi-Arabië op 5 november 2018, tijdens de volgende bijeenkomst van de Mensenrechtenraad in Genève, in het kader van de universele periodieke doorlichting zijn prestaties op het gebied van de mensenrechten zal presenteren, en dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten bij deze gelegenheid een duidelijk standpunt innemen; verzoekt de EU-lidstaten nogmaals om binnen de VN-Mensenrechtenraad een voorstel voor te doen voor de benoeming van een speciale rapporteur voor de mensenrechten in Saudi-Arabië; verzoekt de lidstaten om tijdens de volgende vergadering van de Mensenrechtenraad de kwestie van het lidmaatschap van landen met een zeer twijfelachtige staat van dienst op het gebied van de mensenrechten, zoals Saudi-Arabië, aan de orde te stellen; betreurt dat verscheidene lidstaten de verkiezing van Saudi-Arabië tot lid van de Mensenrechtenraad hebben gesteund;

11.  is een overtuigd voorstander van het initiatief voor de oprichting van een algemeen EU-stelsel van sancties tegen mensenrechtenschenders wereldwijd, waarmee individuen zouden worden geviseerd door middel van visumverboden en bevriezing van tegoeden; verwacht concrete resultaten van de conferentie die de Nederlandse autoriteiten met het oog op de lancering van dit initiatief hebben georganiseerd en die gepland is voor november in Den Haag, en spoort de lidstaten en de EDEO ertoe aan dit voorstel zonder voorbehoud te steunen;

12.  roept de Saudische autoriteiten ertoe op Raif Badawi onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, aangezien hij beschouwd wordt als een gewetensgevangene en uitsluitend is opgesloten en veroordeeld omdat hij zijn recht op vrije meningsuiting heeft uitgeoefend; dringt er bij de EU op aan zijn zaak bij elk contact op hoog niveau ter sprake te brengen en samen met de relevante betrokkenen, onder wie de EDEO en de EU-delegatie, een interinstitutionele taakgroep op te richten met als doel de inspanningen om hem vrij te krijgen op te drijven;

13.  dringt aan op een moratorium op de doodstraf; vraagt om een herziening van alle processen waarbij de doodstraf is opgelegd, met als doel te waarborgen dat hierbij de internationale normen in acht zijn genomen;

14.  roept de Raad ertoe op een gemeenschappelijk standpunt in te nemen met het oog op de instelling van een EU-embargo op de uitvoer van wapens naar Saudi-Arabië, en zich te houden aan Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB; vraagt om een embargo op de uitvoer van bewakingssystemen en andere apparatuur voor tweeërlei gebruik die in Saudi-Arabië voor repressieve doeleinden kunnen worden gebruikt;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de secretaris-generaal van de VN, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de regering van Turkije, Zijne Majesteit Koning Salman bin Abdulaziz al-Saud, kroonprins Mohammad Bin Salman al-Saud, de regering van het Koninkrijk Saudi-Arabië en de secretaris-generaal van het Centrum voor de nationale dialoog in het Koninkrijk Saudi-Arabië; verlangt dat deze resolutie wordt vertaald in het Arabisch.

(1) PB C 378 van 9.11.2017, blz. 64.
(2) PB C 310 van 25.8.2016, blz. 29.
(3) PB C 349 van 17.10.2017, blz. 34.
(4) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0232.
(5) PB C 35 van 31.1.2018, blz. 142.
(6) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 104.
(7) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0383.
(8) PB C 408 van 30.11.2017, blz. 43.
(9) PB L 335 van 13.12.2018, blz. 99.

Laatst bijgewerkt op: 26 oktober 2018Juridische mededeling