Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0143(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0354/2018

Ingediende teksten :

A8-0354/2018

Debatten :

PV 14/11/2018 - 8
CRE 14/11/2018 - 8
PV 17/04/2019 - 19
CRE 17/04/2019 - 19

Stemmingen :

PV 14/11/2018 - 14.7
CRE 14/11/2018 - 14.7
Stemverklaringen
PV 18/04/2019 - 10.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0455
P8_TA(2019)0426

Aangenomen teksten
PDF 611kWORD 77k
Woensdag 14 november 2018 - Straatsburg Voorlopige uitgave
CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen ***I
P8_TA-PROV(2018)0455A8-0354/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 14 november 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen (COM(2018)0284 – C8-0197/2018 – 2018/0143(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
(1 bis)   De inzet van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen moet bijdragen aan de oplossing van belangrijke stedelijke mobiliteitsproblemen. De keuze van fabrikanten voor dit soort voertuigen is niet alleen essentieel om de CO2‑uitstoot van het wegvervoer te verminderen, maar ook cruciaal voor de doeltreffende vermindering van luchtverontreinigende stoffen en excessieve geluidsniveaus in steden en stedelijke gebieden.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  Naar aanleiding van de strategie voor emissiearme mobiliteit heeft de Commissie in mei19 en november 201720 twee mobiliteitspakketten goedgekeurd. Deze pakketten omvatten een positieve agenda die invulling geeft aan de strategie voor emissiearme mobiliteit en zorgt voor een vlotte transitie naar schone, concurrerende en geconnecteerde mobiliteit voor iedereen.
(2)  Naar aanleiding van de strategie voor emissiearme mobiliteit heeft de Commissie in mei19 en november 201720 twee mobiliteitspakketten goedgekeurd. Deze pakketten omvatten een positieve agenda die invulling geeft aan de strategie voor emissiearme mobiliteit en zorgt voor een vlotte transitie naar emissievrije, concurrerende en geconnecteerde mobiliteit voor iedereen.
__________________
__________________
19 Europa in beweging: Agenda voor een sociaal rechtvaardige transitie naar schone, concurrerende en geconnecteerde mobiliteit voor iedereen, COM(2017)0283.
19 Europa in beweging: Agenda voor een sociaal rechtvaardige transitie naar schone, concurrerende en geconnecteerde mobiliteit voor iedereen, COM(2017)0283.
20 Invulling geven aan emissiearme mobiliteit – Een Europese Unie die de planeet beschermt, haar consumenten sterker maakt en haar industrie en werknemers verdedigt, COM(2017)0675.
20 Invulling geven aan emissiearme mobiliteit – Een Europese Unie die de planeet beschermt, haar consumenten sterker maakt en haar industrie en werknemers verdedigt, COM(2017)0675.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  Deze verordening maakt deel uit van het derde "Europa in beweging"-pakket, dat invulling geeft aan de hernieuwde strategie voor het industriebeleid van september 201721, en beoogt het proces dat de Unie in staat moet stellen ten volle profijt te trekken van de modernisering en het koolstofvrij maken van mobiliteit, af te ronden. Met het pakket wordt beoogd de Europese mobiliteit veiliger en toegankelijker, de Europese industrie concurrerender, Europese banen zekerder, en het mobiliteitssysteem schoner en beter aangepast te maken om het probleem van de klimaatverandering aan te pakken. Dit vergt de volledige inzet van de Unie, de lidstaten en belanghebbenden, vooral voor het opvoeren van de inspanningen om CO2-emissies en luchtverontreiniging te verminderen.
(3)  Deze verordening maakt deel uit van het derde "Europa in beweging"-pakket, dat invulling geeft aan de hernieuwde strategie voor het industriebeleid van september 201721, en beoogt het proces dat de Unie in staat moet stellen ten volle profijt te trekken van de modernisering en het koolstofvrij maken van mobiliteit, af te ronden. Met het pakket wordt beoogd de Europese mobiliteit veiliger en toegankelijker, de Europese industrie concurrerender en Europese banen zekerder te maken, en de sector tegen 2050 duidelijk op het pad naar emissievrij vervoer te brengen, in volledige overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs. Om een goed evenwicht te vinden tussen het versterken van de inspanningen om de CO2‑emissies en de luchtvervuiling terug te dringen, de innovatie in de automobielsector van de Unie te stimuleren en het mededingingsvermogen van de Unie te versterken, is de volledige inzet van de Unie, de lidstaten en belanghebbenden vereist.
__________________
__________________
21 Investeren in een slimme, innovatieve en duurzame industrie – Een hernieuwde strategie voor het industriebeleid van de EU, COM(2017)0479.
21 Investeren in een slimme, innovatieve en duurzame industrie – Een hernieuwde strategie voor het industriebeleid van de EU, COM(2017)0479.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  Deze verordening biedt, naast de CO2-emissienormen voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen, een duidelijk traject voor CO2-emissiereducties van de wegvervoersector en draagt bij tot de verwezenlijking van de bindende doelstelling om de broeikasgasemissies in de gehele economie van de Unie tegen 2030 met ten minste 40 % te verminderen ten opzichte van 1990, zoals onderschreven in de conclusies van de Europese Raad van 23-24 oktober 2014 en tijdens de zitting van de Raad Milieu op 6 maart 2015 goedgekeurd als de voorgenomen nationaal vastgestelde bijdrage van de Unie krachtens de Overeenkomst van Parijs.
(4)  Deze verordening biedt, met Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad22, een duidelijk traject voor CO2‑emissiereducties van de wegvervoersector en draagt bij tot de verwezenlijking van de bindende doelstelling om de broeikasgasemissies in de gehele economie van de Unie tegen 2030 met ten minste 55 % te verminderen ten opzichte van 1990, wat noodzakelijk is om in overeenstemming te zijn met de Overeenkomst van Parijs.
__________________
__________________
22 Verordening (EU) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 (PB L [...] van [...], blz. [...]).
22 Verordening (EU) nr. .../... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 (PB L [...] van [...], blz. [...]).
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis)  Derhalve moeten voor 2025 en 2030 CO2‑emissiereductieniveaus voor het gehele wagenpark van de Unie van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen worden vastgesteld, gelet op de vervangingstijd van het wagenpark en de noodzaak dat de vervoersector bijdraagt tot de klimaat- en energiedoelstellingen van de Unie voor 2030 en daarna. Een dergelijke stapsgewijze benadering geeft de sector ook een duidelijk en vroegtijdig signaal dat de invoering op de markt van energie-efficiënte technologieën en emissiearme en emissievrije voertuigen niet mag worden uitgesteld.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  De Europese Raad schaarde zich in zijn conclusies van oktober 2014 achter een broeikasgasemissiereductie tegen 2030 van 30 % ten opzichte van 2005 voor de sectoren die geen deel uitmaken van het emissiehandelssysteem van de Unie. De emissies van de wegvervoersector vormen een groot deel van de totale emissies van die sectoren en liggen nog steeds ver boven de niveaus van 1990. Mochten de emissies van de wegvervoersector verder toenemen, dan zouden de verminderingen van andere sectoren om de klimaatverandering tegen te gaan, ongedaan worden gemaakt.
(5)  De Europese Raad schaarde zich in zijn conclusies van oktober 2014 achter een broeikasgasemissiereductie tegen 2030 van 30 % ten opzichte van 2005 voor de sectoren die geen deel uitmaken van het emissiehandelssysteem van de Unie. De emissies van de wegvervoersector waren goed voor 25 % van de broeikasgasemissies van de Unie in 2016, waarbij zij voor het derde jaar op rij zijn toegenomen en nog steeds ver boven de niveaus van 1990 liggen. Mochten de emissies van de wegvervoersector verder toenemen, dan zouden de verminderingen van andere sectoren om de klimaatverandering tegen te gaan, ongedaan worden gemaakt.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)   Gezien de verwachte toename tot ongeveer 9 % van het aandeel emissies van zware bedrijfsvoertuigen en het feit dat er op dit ogenblik geen CO2‑reductievereisten zijn voor zware bedrijfsvoertuigen, zijn er voor deze categorie voertuigen specifieke maatregelen nodig.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
(9)  Om ervoor te zorgen dat het energie-efficiëntiepotentieel ten volle wordt benut en dat de wegvervoersector als geheel bijdraagt tot de overeengekomen broeikasgasemissiereducties, is het passend de reeds bestaande CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen aan te vullen door CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen vast te stellen. Deze normen zullen een drijvende kracht zijn voor innovatie in brandstofefficiënte technologieën, waarmee de technologische voortrekkersrol van de fabrikanten en leveranciers van de Unie wordt versterkt.
(9)  Om ervoor te zorgen dat het energie-efficiëntiepotentieel ten volle wordt benut en dat de wegvervoersector als geheel bijdraagt tot de overeengekomen broeikasgasemissiereducties, is het passend de reeds bestaande CO2‑emissienormen voor nieuwe personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen aan te vullen door CO2‑emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen vast te stellen. Deze normen zullen een drijvende kracht zijn voor innovatie in brandstofefficiënte technologieën, waarmee de technologische voortrekkersrol van de fabrikanten en leveranciers van de Unie wordt versterkt en op lange termijn hooggeschoolde banen worden gecreëerd.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Aangezien klimaatverandering een grensoverschrijdend probleem is, en vanwege de noodzaak een goed functionerende eengemaakte markt voor wegvervoersdiensten en zware bedrijfsvoertuigen te waarborgen, is het passend op het niveau van de Unie CO2-emissienormen voor zware bedrijfsvoertuigen vast te stellen. Die normen moeten het mededingingsrecht onverlet laten.
(10)  Aangezien klimaatverandering een grensoverschrijdend probleem is, en vanwege de noodzaak een goed functionerende eengemaakte markt voor wegvervoersdiensten en zware bedrijfsvoertuigen te waarborgen en marktversnippering te vermijden, is het passend op het niveau van de Unie CO2‑emissienormen voor zware bedrijfsvoertuigen vast te stellen. Die normen moeten het mededingingsrecht onverlet laten.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Een maatschappelijk aanvaardbare en rechtvaardige overgang naar emissievrije mobiliteit tegen 2050 vereist dat in de volledige waardeketen van de automobielsector veranderingen worden doorgevoerd, waarbij mogelijk ongunstige gevolgen voor burgers en regio's in alle lidstaten in aanmerking worden genomen. Het is belangrijk rekening te houden met de maatschappelijke gevolgen van de overgang en proactief te zijn bij de aanpak van de implicaties voor de werkgelegenheid. Het is daarom uiterst belangrijk dat de huidige maatregelen tevens vergezeld gaan van gerichte programma's op Unie-, nationaal en regionaal niveau voor de omscholing, bijscholing en het opnieuw inzetten van werknemers, alsmede opleidingen en initiatieven voor het zoeken naar werk, die worden uitgevoerd in nauwe samenspraak met de sociale partners en de bevoegde autoriteiten.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 ter (nieuw)
(12 ter)   Er moet met spoed oplaad- en tankinfrastructuur tot stand komen om vertrouwen te wekken bij consumenten ten aanzien van emissievrije en emissiearme voertuigen, en bovendien moeten de verscheidene steuninstrumenten, zowel op het niveau van de Unie als van de lidstaten, effectief samenwerken om grote publieke en private investeringen te mobiliseren.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 quater (nieuw)
(12 quater)   In de strategie voor emissiearme mobiliteit is benadrukt hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat de voor elektrische voertuigen gegenereerde stroom afkomstig is van duurzame energiebronnen en dat er zo snel mogelijk op Unieniveau een initiatief voor de lange termijn wordt gestart met betrekking tot de accu's van de volgende generatie. Om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen worden gehaald moet de financiering van technologisch onderzoek met betrekking tot de productie, het beheer en de verwijdering van accu's van elektrische motoren worden opgeschroefd om die motoren steeds milieuvriendelijker te maken.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 quinquies (nieuw)
(12 quinquies)   De meeste vrachtvervoerondernemers in de Unie zijn kleine en middelgrote ondernemingen met een beperkte toegang tot financiering. Toekomstige oplossingen moeten derhalve kostenefficiënt en evenwichtig zijn. Een sterke stimulansstructuur en Uniefinancieringsmechanismen zijn van essentieel belang om de introductie van zuinigere voertuigen te ondersteunen.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
(13)  In het licht van innovatie en teneinde rekening te houden met de toepassing van nieuwe technologieën ter verbetering van de brandstofefficiëntie van zware bedrijfsvoertuigen, zullen de simulatietool VECTO en Verordening (EU) 2017/2400 voortdurend en tijdig worden geactualiseerd.
(13)  In het licht van innovatie en teneinde rekening te houden met de toepassing van nieuwe technologieën ter verbetering van de brandstofefficiëntie van zware bedrijfsvoertuigen, alsook de ontwikkeling van de werkelijke representativiteit van de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde waarden voor de CO2‑emissies, zullen het simulatie-instrument VECTO en Verordening (EU) 2017/2400 voortdurend en tijdig worden geactualiseerd, en moeten voldoende middelen beschikbaar worden gesteld. Gezien de rol die deze nieuwe technologieën kunnen spelen voor het potentieel om de CO2‑emissies in de vervoersector te verminderen, dient de beoordeling in 2022 de ontwikkeling van het simulatie-instrument VECTO volledig in aanmerking te nemen.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Op grond van Verordening (EU) 2018/... van het Europees Parlement en de Raad25 moet monitoring plaatsvinden van de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde gegevens betreffende CO2-emissies. Die gegevens moeten de basis vormen voor het bepalen van de reductiedoelstellingen voor de vier meest vervuilende groepen zware bedrijfsvoertuigen in de Unie, alsook voor het bepalen van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant in een bepaald kalenderjaar.
(14)  Op grond van Verordening (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad25 moet monitoring plaatsvinden van de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde gegevens betreffende CO2‑emissies. Die gegevens moeten de basis vormen voor het bepalen van de reductiedoelstellingen voor de vier meest vervuilende groepen zware bedrijfsvoertuigen in de Unie, alsook voor het bepalen van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant in een bepaald kalenderjaar.
(Deze wijziging geldt voor de gehele wetstekst. Bij aanneming van dit amendement moet deze wijziging in de gehele tekst worden doorgevoerd.)
__________________
__________________
25 Verordening (EU) 2018/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring en de rapportering van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen, PB L [...] van [...], blz. [...].
25 Verordening (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende de monitoring en de rapportering van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen (PB L 173 van 9.7.2018, blz. 1).
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  Voor 2025 moet een reductiedoelstelling worden vastgesteld als een relatieve vermindering ten opzichte van de gemiddelde CO2-emissies van die zware bedrijfsvoertuigen in 2019, die de toepassing van direct beschikbare kostenefficiënte technologieën voor conventionele voertuigen weerspiegelt. De doelstelling voor 2030 moet als streefdoel worden beschouwd en de uiteindelijke doelstelling moet worden bepaald op basis van een in 2022 uit te voeren beoordeling, aangezien er meer onzekerheden zijn over de toepassing van meer geavanceerde technologieën die nog niet direct beschikbaar zijn.
(15)  Voor 2025 moet een reductiedoelstelling worden vastgesteld als een relatieve vermindering ten opzichte van de gemiddelde CO2‑emissies van die zware bedrijfsvoertuigen in 2019, die de toepassing van direct beschikbare kostenefficiënte technologieën voor conventionele voertuigen weerspiegelt. Voor 2030 moet ook een reductiedoelstelling worden vastgesteld, op basis van een in 2022 uit te voeren beoordeling, die het ambitieniveau van deze verordening niet mag verlagen en waarbij er rekening mee wordt gehouden dat er meer onzekerheden zijn over de toepassing van meer geavanceerde technologieën die nog niet direct beschikbaar zijn.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  Vloeibaar aardgas (liquified natural gas, lng) is als alternatieve brandstof voor diesel beschikbaar voor zware bedrijfsvoertuigen. De toepassing van de huidige en meer innovatieve toekomstige op lng gebaseerde technologieën, zal bijdragen tot het verwezenlijken van de CO2-emissiedoelstellingen op de korte en de middellange termijn, aangezien het gebruik van lng-technologieën leidt tot lagere CO2-emissies in vergelijking met dieselvoertuigen. Het CO2-emissiereductiepotentieel van lng-voertuigen komt reeds volledig tot uitdrukking in VECTO. De huidige lng-technologieën zorgen ook voor een laag niveau van luchtverontreinigende emissies zoals stikstofoxiden en fijn stof. Er is tevens een adequate minimale tankinfrastructuur opgezet die verder wordt uitgerold als onderdeel van nationale beleidskaders voor de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen.
(16)  Overeenkomstig de doelstellingen van deze verordening dient als onderdeel van nationale beleidskaders voor de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen te worden voorzien in de verdere uitrol van efficiënte, technologieneutrale en adequate tank- en oplaadinfrastructuur.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 bis (nieuw)
(17 bis)  Met betrekking tot de werkvoertuigen en de voertuigen van de categorieën M2 en M3 moet de Commissie zo snel mogelijk de technische criteria specificeren voor de definitie van het professionele doel van een voertuig en voor de definitie van onder deze verordening vallende bussen.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 17 ter (nieuw)
(17 ter)  Er dient een valideringsmechanisme voor de uitgangswaarden van 2019 te worden ontwikkeld om de nauwkeurigheid en voordelen van deze verordening te waarborgen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 20 bis (nieuw)
(20 bis)   Om te zorgen voor flexibiliteit in het stimuleringsmechanisme voor de ontwikkeling van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen moeten onderling verbonden fabrikanten de mogelijkheid hebben een groep te vormen op een open, transparante en niet-discriminerende basis. De looptijd van een overeenkomst tot groepsvorming mag ten hoogste vijf jaar bedragen, maar kan verlengd worden. De Commissie moet beschikken over de bevoegdheid om specifieke regels en voorwaarden vast te stellen voor onderling verbonden fabrikanten om een groep te vormen op een open, transparante en niet-discriminerende basis, in overeenstemming met het mededingingsrecht van de Unie.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
(21)  Er zijn, afgezien van bussen, nog geen emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in de handel verkrijgbaar, zoals wel het geval is voor personen- en bestelauto's. Derhalve moet er, om een soepele overgang naar emissievrije mobiliteit te vergemakkelijken, een specifiek mechanisme in de vorm van superkredieten worden ingevoerd. Dit mechanisme zal voorzien in stimulansen voor de ontwikkeling en inzet op de markt van de Unie van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen, die een aanvulling vormen op instrumenten die gericht zijn op de vraagzijde, zoals Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad26 inzake schone voertuigen.
(21)  Met het oog op de soepele overgang naar emissievrije mobiliteit en het voorzien in stimulansen voor de ontwikkeling en inzet op de markt van de Unie van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen, die een aanvulling vormen op instrumenten die gericht zijn op de vraagzijde, zoals Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake schone voertuigen26, moet voor 2025 en 2030 een benchmark vastgesteld worden voor het aandeel van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in het wagenpark van fabrikanten.
_________________
_________________
26 Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen, gewijzigd bij Richtlijn (EU) .../... [COM(2017)653] (PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5).
26 Richtlijn 2009/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen, gewijzigd bij Richtlijn (EU) .../... [COM(2017)0653] (PB L 120 van 15.5.2009, blz. 5).
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 21 bis (nieuw)
(21 bis)  Het minimumaandeel van emissievrije en emissiearme voertuigen moet worden bepaald om investeringszekerheid te waarborgen voor aanbieders en fabrikanten van oplaadinfrastructuur teneinde de snelle inzet van emissievrije en emissiearme voertuigen op de markt van de Unie te bevorderen, terwijl wordt voorzien in enige mate van flexibiliteit voor de fabrikanten om over hun investeringstermijn te beslissen. Een mechanisme moet worden ingevoerd om fabrikanten te stimuleren om zo snel mogelijk emissievrije en emissiearme voertuigen op de markt van de Unie te brengen.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
(22)  Voor de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant moeten alle emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen derhalve meerdere keren worden geteld. De hoogte van de stimulansen moet afhankelijk zijn van de feitelijke CO2-emissies van het voertuig. Om te voorkomen dat de milieudoelstellingen hierdoor worden afgezwakt moet voor de daaruit voortvloeiende besparingen een maximumwaarde gelden.
(22)  Voor de berekening van de gemiddelde specifieke CO2‑emissiedoelstelling voor een fabrikant moet zijn prestatie ten opzichte van de benchmark voor 2025 en 2030 voor emissievrije en emissiearme voertuigen in aanmerking worden genomen. Om de ontwikkeling en inzet van dergelijke voertuigen te stimuleren en tegelijkertijd te voorkomen dat de milieudoelstellingen en de efficiëntie van conventionele interne verbrandingsmotoren worden afgezwakt, moet voor de daaruit voortvloeiende aanpassingen een maximumwaarde gelden.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
(24)  Ook kleine vrachtauto's, bussen en touringcars die niet aan de CO2-emissienormen van deze verordening hoeven te voldoen, moeten in het stimuleringsmechanisme voor de inzet van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen, worden opgenomen. Deze voertuigen dragen ook aanzienlijk bij tot de aanpak van luchtverontreinigingsproblemen in de steden. Er moet echter worden opgemerkt dat er al emissievrije bussen in de handel verkrijgbaar zijn en dat deze worden gestimuleerd met maatregelen die gericht zijn op de vraagzijde, bijvoorbeeld in het kader van overheidsopdrachten. Om ervoor te zorgen dat de stimulansen evenwichtig over de verschillende soorten voertuigen worden verdeeld, moet er derhalve ook een maximumwaarde gelden voor de besparingen die behaald worden met emissievrije kleine vrachtauto's, bussen en touringcars.
(24)  Ook kleine vrachtauto's en andere categorieën zware bedrijfsvoertuigen die nog niet aan de CO2‑emissienormen van deze verordening hoeven te voldoen, moeten in het stimuleringsmechanisme voor de inzet van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen, worden opgenomen. Deze voertuigen dragen ook aanzienlijk bij tot de aanpak van luchtverontreinigingsproblemen in de steden.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
(29)  Wanneer blijkt dat een fabrikant, rekening houdend met de emissiekredieten en -schulden, overtollige emissies heeft, moet de Commissie een boete opleggen in de vorm van een bijdrage voor overtollige emissies. Om de fabrikanten voldoende te stimuleren om maatregelen te nemen om de specifieke CO2-emissies van zware bedrijfsvoertuigen te verlagen, moet de bijdrage hoger zijn dan de gemiddelde marginale kosten van de technologieën die nodig zijn om de doelstellingen te verwezenlijken. De bijdragen worden beschouwd als ontvangsten voor de algemene begroting van de Unie. De methode voor het verzamelen van de bijdragen moet door middel van een uitvoeringshandeling worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de krachtens Verordening (EG) nr. 443/2009 vastgestelde methode.
(29)  Wanneer blijkt dat een fabrikant, rekening houdend met de emissiekredieten en ‑schulden, overtollige emissies heeft, moet de Commissie een boete opleggen in de vorm van een bijdrage voor overtollige emissies. Om de fabrikanten voldoende te stimuleren om maatregelen te nemen om de specifieke CO2‑emissies van zware bedrijfsvoertuigen te verlagen, is het van belang dat de bijdrage altijd hoger is dan de gemiddelde marginale kosten van de technologieën die nodig zijn om de doelstellingen te verwezenlijken. De bijdragen voor overtollige emissies worden beschouwd als ontvangsten voor de algemene begroting van de Unie. Die bijdragen moeten, in nauwe samenwerking met de sociale partners en bevoegde autoriteiten, worden gebruikt ter ondersteuning van de rechtvaardige overgang van de automobielsector naar emissievrije mobiliteit alsook innovatieve oplossingen die de snelle inzet van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen stimuleren. De methode voor het verzamelen van de bijdragen moet door middel van een uitvoeringshandeling worden vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de krachtens Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad1 bis vastgestelde methode.
_____________
1 bis Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2‑emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1).
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
(30)  Om te garanderen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt, is een degelijk nalevingsmechanisme noodzakelijk. De krachtens Verordening (EU) 2018/... [monitoring en rapportering van zware bedrijfsvoertuigen] op de fabrikanten rustende verplichting om nauwkeurige gegevens te verstrekken en de administratieve boetes die kunnen worden opgelegd als de verplichting niet wordt nageleefd, draagt bij tot het waarborgen van de robuustheid van de gegevens die voor de naleving van de doelstellingen in het kader van deze verordening worden gebruikt.
(30)  Om te garanderen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt, is een degelijk nalevingsmechanisme noodzakelijk. De krachtens Verordening (EU) 2018/956 op de fabrikanten rustende verplichting om nauwkeurige gegevens te verstrekken en de administratieve boetes die kunnen worden opgelegd als de verplichting niet wordt nageleefd, draagt bij tot het waarborgen van de robuustheid van de gegevens die voor de naleving van de doelstellingen in het kader van deze verordening worden gebruikt. Consumenten en het publiek hebben er belang bij te weten welke fabrikanten voldoen aan de nieuwe emissienormen en welke niet.
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
(31)  Voor het behalen van de CO2-reducties krachtens deze verordening is het essentieel dat de CO2-emissies van de in gebruik zijnde zware bedrijfsvoertuigen in overeenstemming zijn met de krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen van die verordening vastgestelde bepaalde waarden. Daarom moet de Commissie bij de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant rekening kunnen houden met door typegoedkeuringsinstanties geconstateerde systematische non-conformiteit met betrekking tot de CO2-emissies van in gebruik zijnde zware bedrijfsvoertuigen.
(31)  Voor het behalen van de CO2‑reducties krachtens deze verordening is het essentieel dat de CO2‑emissies van de in gebruik zijnde zware bedrijfsvoertuigen op de weg in overeenstemming zijn met de krachtens Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen van die verordening vastgestelde bepaalde waarden. Daarom moet de Commissie bij de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant rekening kunnen houden met door typegoedkeuringsinstanties geconstateerde systematische non-conformiteit met betrekking tot de CO2‑emissies van in gebruik zijnde zware bedrijfsvoertuigen op de weg. Tevens dient onafhankelijk testen door derden van in gebruik zijnde voertuigen op de weg te worden ingevoerd.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 33
(33)  De doeltreffendheid van de in deze verordening vastgestelde doelstellingen voor het verminderen van CO2-emissies is sterk afhankelijk van de representativiteit van de voor het bepalen van de CO2-emissies gebruikte methode. Overeenkomstig het advies van het mechanisme voor wetenschappelijk advies27 voor lichte bedrijfsvoertuigen is het ook in het geval van zware bedrijfsvoertuigen passend een mechanisme in te stellen om te beoordelen of de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde waarden voor de CO2-emissies en het energieverbruik representatief zijn voor de werkelijkheid. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen de openbare beschikbaarheid van die gegevens te waarborgen en, indien nodig, de procedures vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de vaststelling en verzameling van de voor dergelijke beoordelingen vereiste gegevens.
(33)  De doeltreffendheid van de in deze verordening vastgestelde doelstellingen voor het verminderen van CO2‑emissies is sterk afhankelijk van de representativiteit van de voor het bepalen van de CO2‑emissies gebruikte methode. Overeenkomstig het advies van het mechanisme voor wetenschappelijk advies27 voor lichte bedrijfsvoertuigen is het ook in het geval van zware bedrijfsvoertuigen passend een mechanisme in te stellen om te beoordelen of de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde waarden voor de CO2‑emissies en het energieverbruik representatief zijn voor de werkelijkheid. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen de openbare beschikbaarheid van die gegevens te waarborgen en, indien nodig, de procedures vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de vaststelling en verzameling van de voor dergelijke beoordelingen vereiste gegevens. Wanneer een significante kloof tussen werkelijke emissiewaarden en de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde waarden wordt vastgesteld, moet de Commissie de bevoegdheid hebben om de gemiddelde specifieke CO2‑emissies van een fabrikant en, indien nodig, de referentiewaarden van de CO2‑emissies voor 2019 die voor de naleving van deze verordening worden gebruikt, dienovereenkomstig aan te passen.
__________________
__________________
27 Groep op hoog niveau van wetenschappelijk adviseurs, wetenschappelijk advies 1/2016, "Closing the gap between light-duty vehicle real-world CO2 emissions and laboratory testing".
27 Groep op hoog niveau van wetenschappelijk adviseurs, wetenschappelijk advies 1/2016, "Closing the gap between light-duty vehicle real-world CO2 emissions and laboratory testing".
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 34 bis (nieuw)
(34 bis)  In haar verslag van 2022 moet de Commissie ook de mogelijkheid beoordelen van de ontwikkeling van een methode voor de evaluatie van de CO2‑emissies tijdens de volledige levenscyclus van zware bedrijfsvoertuigen. Op grond van die evaluatie moet de Commissie, indien nodig, rapportageverplichtingen voor fabrikanten voorstellen en de noodzakelijke voorschriften en procedures voor die rapportages specificeren.
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
(36)  De uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot artikel 8, lid 3, artikel 9, lid 3, artikel 11, lid 3, en artikel 12, lid 2, moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.
(36)  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot het bepalen van de middelen voor het innen van de bijdragen voor overtollige emissies, het vaststellen van gedetailleerde voorschriften voor het rapporteren van afwijkingen in de CO2‑emissies van zware bedrijfsvoertuigen die in gebruik zijn, het publiceren van gegevens, het vaststellen van nadere regels voor de procedures voor het rapporteren van gegevens uit brandstofverbruiksmeters alsook het vaststellen van een methode voor het definiëren van een of meer representatieve voertuigen van een subgroep voertuigen. Deze uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad28.
__________________
__________________
28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
28 Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
(37)  Teneinde niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de aanpassing van de referentiewaarden van de CO2-emissies krachtens artikel 12, lid 2, en ten aanzien van de wijziging van de bijlagen I en II wat bepaalde technische parameters betreft, met inbegrip van de weegfactoren van de missieprofielen, de belastingen en de jaarlijks afgelegde afstanden, alsook de aanpassingsfactoren voor de belasting. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven29. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, dienen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde moment te ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en dienen hun deskundigen stelselmatig toegang te hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.
(37)  Teneinde niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen en aan te vullen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de vaststelling van de technische criteria voor het definiëren van het professionele doel van een voertuig en voor de definitie van stadsbussen, de vaststelling van nadere regels en voorwaarden die onderling verbonden fabrikanten de mogelijkheid geven om een groep te vormen, de vaststelling van een procedure voor het jaarlijks testen van een representatieve steekproef van onderdelen, eenheden en systemen, de aanpassing van de referentiewaarden van de CO2‑emissies, de invoering van een conformiteitstest tijdens het gebruik en op de weg en ten aanzien van de wijziging van de bijlagen I en II wat bepaalde technische parameters betreft, met inbegrip van de weegfactoren van de missieprofielen, de belastingen en de jaarlijks afgelegde afstanden, alsook de aanpassingsfactoren voor de belasting. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven29. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.
__________________
__________________
29 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
29 PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – inleidende formule
Om bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstelling van de Unie om uiterlijk in 2030 haar broeikasgasemissies in de in artikel 2 van Verordening (EU) 2018/... [verordening inzake de verdeling van de inspanningen] bedoelde sectoren met 30 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 2005, om de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te verwezenlijken en om een goede werking van de interne markt te waarborgen, worden bij deze verordening CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen vastgesteld, waardoor de specifieke CO2-emissies van het wagenpark van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de Unie in vergelijking met de referentiewaarden van de CO2-emissies als volgt worden verminderd:
Om bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstelling van de Unie om uiterlijk in 2030 haar broeikasgasemissies in de in artikel 2 van Verordening (EU) 2018/842 bedoelde sectoren met 30 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 2005, om de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te verwezenlijken en om een goede werking van de interne markt te waarborgen, worden bij deze verordening CO2‑emissieprestatievoorschriften voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen vastgesteld, waardoor de specifieke CO2‑emissies van het wagenpark van nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de Unie in vergelijking met de referentiewaarden van de CO2‑emissies als volgt worden verminderd:
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – letter a
a)  van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 met 15 %;
a)  van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2029 met 20 %;
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – letter b
b)  vanaf 1 januari 2030 met ten minste 30 %, behoudens de evaluatie uit hoofde van artikel 13.
b)  vanaf 1 januari 2030 met ten minste 35 %, behoudens de evaluatie uit hoofde van artikel 13.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 2 bis (nieuw)
Met het oog op de soepele overgang naar emissievrije mobiliteit en het voorzien in stimulansen voor de ontwikkeling en inzet op de markt en in de infrastructuur van de Unie van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen, stelt deze verordening in artikel 5 een benchmark vast voor het aandeel van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in het wagenpark van alle fabrikanten voor 2025 en 2030.
De specifieke CO2‑emissies worden aangepast op basis van de prestaties ten opzichte van de benchmark, overeenkomstig bijlage I, punt 4.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – alinea 1 - inleidende formule
Deze verordening is van toepassing op nieuwe voertuigen van de categorieën N2 en N3 met de onderstaande kenmerken:
Deze verordening is als eerste stap van toepassing op nieuwe voertuigen van de categorieën N2 en N3 met de onderstaande kenmerken:
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – alinea 2
Artikel 5 en punt 2.3 van bijlage I zijn tevens van toepassing op voertuigen van de categorieën M2 en M3 en op voertuigen van categorie N die niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 vallen en die niet de onder a) tot en met d) beschreven kenmerken hebben.
Artikel 1, lid 2 bis, artikel 5, en bijlage I, punt 4, zijn tevens van toepassing op voertuigen van categorie N die niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad1 bis vallen en die niet de onder a) tot en met d) beschreven kenmerken hebben. Voorts is artikel 1, lid 2 ter, van toepassing op voertuigen van de categorieën M2 en M3 die aan de in lid 2 bis van dit artikel bedoelde technische criteria voldoen.
_________________
1 bis Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2011 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen in het kader van de geïntegreerde benadering van de Unie om de CO2‑emissies van lichte voertuigen te beperken (PB L 145 van 31.5.2011, blz. 1).
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 15 uiterlijk 1 juli 2019 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening middels de vaststelling van de technische criteria voor de definitie van het professionele doel van een voertuig en voor de definitie van onder deze verordening vallende stadsbussen.
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – letter h
(h)  "werkvoertuig": een niet voor de levering van goederen bestemd zwaar bedrijfsvoertuig, waarvoor de CO2-emissies en het brandstofverbruik uitsluitend voor andere dan de in punt 2.1 van bijlage I bij deze verordening bedoelde missieprofielen zijn bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen van die verordening;
(h)  "werkvoertuig": een niet voor de levering van goederen bestemd zwaar bedrijfsvoertuig, waarvan het professionele doel is vastgesteld op grond van de overeenkomstig artikel 2, lid 2 bis, vastgestelde technische criteria, waarvoor de CO2‑emissies en het brandstofverbruik uitsluitend voor andere dan de in punt 2.1 van bijlage I bij deze verordening bedoelde missieprofielen zijn bepaald overeenkomstig Verordening (EG) nr. 595/2009 en de uitvoeringsmaatregelen van die verordening;
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – letter k
(k)  "emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig": een zwaar bedrijfsvoertuig dat geen emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig is, met specifieke CO2-emissies die minder dan 350 CO2/km bedragen zoals bepaald overeenkomstig punt 2.1 van bijlage I;
(k)  "emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig": een zwaar bedrijfsvoertuig dat geen emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig is, met specifieke CO2‑emissies, zoals bepaald overeenkomstig bijlage I, punt 2.1, die lager zijn dan 50 % van de referentiewaarden van de CO2‑emissies van elke subgroep, zoals bepaald overeenkomstig bijlage I, punt 3;
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – letter b
b)  de overeenkomstig artikel 5 bepaalde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen.
Schrappen
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – alinea 1
Vanaf 2020 en in elk daaropvolgend kalenderjaar bepaalt de Commissie, door middel van de in artikel 10, lid 1, bedoelde uitvoeringshandelingen, voor elke fabrikant de in artikel 4, onder b), bedoelde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen voor het voorgaande kalenderjaar.
Met ingang van 1 januari 2025 wordt het specifieke aandeel van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in het wagenpark van de fabrikant in een kalenderjaar getoetst aan de volgende waarden:
vanaf 2025: ten minste 5 %;
vanaf 2030: 20 %, behoudens de evaluatie ingevolge artikel 13.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – alinea 2
De factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen houdt rekening met het aantal en de CO2-emissies van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in het wagenpark van de fabrikant in een kalenderjaar, met inbegrip van emissievrije voertuigen van de in artikel 2, lid 1, tweede alinea, bedoelde categorieën, alsook emissievrije en emissiearme werkvoertuigen.
Schrappen
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 – alinea 3
De factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen wordt berekend overeenkomstig punt 2.3 van bijlage I.
Schrappen
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 – alinea 1
Voor de toepassing van lid 1 worden de emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen als volgt geteld:
Om aan de in lid 1 vermelde doelstellingen te voldoen, is deze verordening ook van toepassing op voertuigen van categorie N die niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 vallen en die niet de in artikel 2, lid 1, onder a) tot en met d), van deze verordening beschreven kenmerken hebben.
a)  een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig telt als twee voertuigen;
b)  een emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig telt als maximaal twee voertuigen, al naargelang de specifieke CO2-emissies ervan en de emissiedrempel van 350 g CO2/km.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
3.  De factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen kan de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant met hoogstens 3 % verlagen. De bijdrage van emissievrije zware bedrijfsvoertuigen van de in artikel 2, lid 1, tweede alinea, bedoelde categorieën tot die factor kan de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant met hoogstens 1,5 % verlagen.
Schrappen
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
2.  Het in lid 1, onder a), bedoelde CO2-reductietraject wordt voor elke fabrikant overeenkomstig punt 5.1 van bijlage I bepaald op basis van een lineair traject tussen de in artikel 1, tweede alinea, bedoelde referentiewaarden van de CO2-emissies en de onder a) van dat artikel vermelde doelstelling voor 2025, en tussen de doelstelling voor 2025 en de onder b) van dat artikel beschreven doelstelling voor 2030.
2.  Het in lid 1, onder a), bedoelde CO2‑reductietraject wordt voor elke fabrikant overeenkomstig bijlage I, punt 5.1, bepaald op basis van een lineair traject tussen de in artikel 1, lid 1, tweede alinea, bedoelde referentiewaarden van de CO2‑emissies en de onder a) van dat artikel vermelde doelstelling voor 2025, en tussen de doelstelling voor 2025 en de onder b) van dat artikel beschreven doelstelling voor 2030.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 bis (nieuw)
Artikel 7 bis
Groepsvorming
1.  Onderling verbonden fabrikanten kunnen met het oog op de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van artikel 5 een groep vormen.
2.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening middels de vaststelling van specifieke voorschriften en voorwaarden die onderling verbonden fabrikanten de mogelijkheid bieden een groep te vormen op een open, transparante en niet‑discriminerende basis.
Amendementen 74 en 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
1.  Wanneer overeenkomstig lid 2 blijkt dat een fabrikant overtollige emissies heeft in een bepaald kalenderjaar vanaf 2025, legt de Commissie een bijdrage voor overtollige emissies op, die met onderstaande formule wordt berekend:
1.  Wanneer overeenkomstig lid 2 blijkt dat een fabrikant overtollige emissies heeft in een bepaald kalenderjaar vanaf 2025, legt de Commissie de fabrikant of de groepsbeheerder, naargelang van het geval, een bijdrage voor overtollige emissies op, die met onderstaande formule wordt berekend:
voor de periode 2025-2029:
(Bijdrage voor overtollige emissies) = (Overtollige emissies x 6 800 EUR/gCO2/tkm)
(Bijdrage voor overtollige emissies) = (Overtollige emissies x 5 000 EUR/g CO2/tkm);
vanaf 2030:
(Bijdrage voor overtollige emissies) = (Overtollige emissies x 6 800 EUR/g CO2/tkm).
De Commissie zorgt ervoor dat de bijdrage voor overtollige emissies altijd hoger is dan de gemiddelde marginale kosten van de technologieën die nodig zijn om de doelstellingen als bedoeld in artikel 1, eerste alinea, te verwezenlijken.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 4
4.  De bijdragen voor overtollige emissies worden beschouwd als ontvangsten voor de algemene begroting van de Unie.
4.  De bijdragen voor overtollige emissies worden beschouwd als ontvangsten voor de algemene begroting van de Unie. Deze bijdragen worden aangewend ter aanvulling van Uniemaatregelen en nationale maatregelen, teneinde, in nauwe samenwerking met de sociale partners en de bevoegde autoriteiten, het ontwikkelen van vaardigheden en het herverdelen van werknemers in de automobielsector in alle getroffen lidstaten te bevorderen, in het bijzonder in de gebieden en de gemeenschappen die het zwaarst worden getroffen door de overgang, en zo bij te dragen aan een rechtvaardige overgang naar emissievrije en emissiearme mobiliteit.
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2
2.  De Commissie houdt bij de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant rekening met die afwijkingen.
2.  De Commissie houdt rekening met die afwijkingen bij de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant, en bij de aanpassing, indien nodig, van de referentiewaarden van CO2‑emissies van 2019, berekend overeenkomstig bijlage I, punt 3.
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Teneinde de nauwkeurigheid van de door fabrikanten overeenkomstig Verordening (EU) 2018/956 en Verordening (EU) 2017/2400 gerapporteerde gegevens te waarborgen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening middels de vaststelling van een procedure voor het met ingang van 2019 jaarlijks testen van een representatieve steekproef van de in artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2400 gespecificeerde onderdelen, afzonderlijke technische eenheden en systemen van de voertuigen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. De resultaten van die tests worden vergeleken met de gegevens die door de fabrikanten krachtens Verordening (EU) 2017/2400 zijn ingevoerd en, indien systematisch onregelmatigheden worden geconstateerd, worden hun overeenkomstig bijlage I, punt 2.7 berekende gemiddelde specifieke emissies, en, indien nodig, de overeenkomstig bijlage I, punt 3, berekende referentiewaarden van de CO2‑emissies van 2019, aangepast.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – alinea 1 – letter b
(b)  vanaf 2020: de in artikel 5 bedoelde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen;
(b)  vanaf 2020: voor elke fabrikant zijn in artikel 5, lid 1, bedoelde specifieke aandeel emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen in het voorgaande kalenderjaar;
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 11
Artikel 11
Artikel 11
Werkelijke CO2-emissies en werkelijk energieverbruik
Werkelijke CO2‑emissies en werkelijk energieverbruik
1.  De Commissie monitort en beoordeelt in hoeverre de overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde waarden voor de CO2-emissies en het brandstofverbruik representatief zijn voor de werkelijkheid. Zij waarborgt dat het publiek wordt ingelicht over hoe die representativiteit zich in de loop van de tijd ontwikkelt.
1.  De Commissie monitort en beoordeelt in hoeverre de overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde waarden voor de CO2‑emissies en het brandstofverbruik representatief zijn voor de werkelijkheid.
2.  Daartoe zorgt de Commissie ervoor dat robuuste niet-persoonsgebonden gegevens van fabrikanten of nationale instanties, naargelang de omstandigheden, beschikbaar zijn over de werkelijke CO2-emissies en het werkelijke energieverbruik van zware bedrijfsvoertuigen.
2.  Daartoe zorgt de Commissie ervoor dat robuuste gegevens van fabrikanten of nationale instanties, naargelang de omstandigheden, beschikbaar zijn, inclusief voor derden ten behoeve van onafhankelijke tests, over de werkelijke CO2‑emissies en het werkelijke energieverbruik van zware bedrijfsvoertuigen, gebaseerd op gegevens van genormaliseerde totaalverbruikmeters.
2 bis.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel 15 uiterlijk 31 december 2019 gedelegeerde handelingen vast tot aanvulling van deze verordening middels de invoering van een conformiteitstest tijdens het gebruik en op de weg die ervoor zorgt dat de CO2‑emissies en het brandstofverbruik van zware bedrijfsvoertuigen op de weg de krachtens Verordening (EU) 2017/2400 en Verordening (EU) 2018/956 gerapporteerde monitoringgegevens met niet meer dan 10 % overschrijden. De Commissie houdt bij de berekening van de gemiddelde specifieke CO2‑emissies van een fabrikant en, indien nodig, bij de aanpassing van de referentiewaarden van de CO2‑emissies van 2019 rekening met elke afwijking die deze drempel overschrijdt.
2 ter.   De Commissie zorgt ervoor dat het publiek wordt ingelicht over hoe de in lid 1 bedoelde werkelijke representativiteit zich in de loop der tijd ontwikkelt.
3.  De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde maatregelen vaststellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3.  De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde specifieke voorschriften betreffende de procedures voor het rapporteren van gegevens van totaalverbruikmeters vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 1
1.  Om ervoor te zorgen dat de technische parameters die worden gebruikt voor de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant krachtens artikel 4 en de berekening van de specifieke emissiedoelstellingen krachtens artikel 6, worden aangepast aan de technische vooruitgang en de evolutie van goederenlogistiek, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de volgende bepalingen van de bijlagen I en II te wijzigen:
1.  Om ervoor te zorgen dat de technische parameters die worden gebruikt voor de berekening van de gemiddelde specifieke emissies van een fabrikant krachtens artikel 4 en de berekening van de specifieke emissiedoelstellingen krachtens artikel 6, worden aangepast aan de technische vooruitgang en de evolutie van goederenlogistiek, zorgt de Commissie voor de voortdurende en tijdige actualisering van het simulatie-instrument VECTO, en is zij bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de volgende bepalingen van de bijlagen I en II te wijzigen:
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1
De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2022 een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de doeltreffendheid van deze verordening, de ingevolge artikel 1 vast te stellen CO2-reductiedoelstelling voor 2030 en de vaststelling van CO2-reductiedoelstellingen voor andere soorten zware bedrijfsvoertuigen, waaronder aanhangwagens. Dat verslag bevat tevens een beoordeling van de doeltreffendheid van de bepalingen die in het bijzonder gelden voor emissievrije en emissiearme voertuigen, en met name bussen, rekening houdend met de in Richtlijn 2009/33/EG30 vastgestelde doelstellingen, en het CO2-kredietsysteem; alsook van de wenselijkheid om de toepassing van die bepalingen in 2030 en daarna te verlengen; het verslag gaat, indien gewenst, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.
De Commissie dient uiterlijk op 31 december 2022 een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de doeltreffendheid van deze verordening, de ingevolge artikel 1, aan te passen CO2‑reductiedoelstelling voor 2030, indien nodig, de ingevolge artikel 5 aan te passen benchmark voor 2030 voor het aandeel van emissievrije en emissiearme voertuigen, indien nodig, en de vaststelling van CO2‑reductiedoelstellingen voor andere soorten zware bedrijfsvoertuigen, waaronder aanhangwagens en werkvoertuigen zoals vuilniswagens. Dat verslag bevat tevens een beoordeling van de doeltreffendheid van de bepalingen die in het bijzonder gelden voor de inzet van emissievrije en emissiearme voertuigen, en met name bussen, rekening houdend met de in Richtlijn 2009/33/EG30 vastgestelde doelstellingen, en het CO2‑kredietsysteem; alsook van de wenselijkheid om de toepassing van die bepalingen in 2030 en daarna te verlengen, de uitrol van de noodzakelijke oplaad- en tankinfrastructuur, de mogelijkheid van de invoering van CO2‑normen voor motoren, met name voor werkvoertuigen, de verschillende voertuigcombinaties die de op nationaal vervoer toepasselijke standaardafmetingen overschrijden, zoals modulaire concepten, de werkelijke representativiteit van de overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2400 bepaalde CO2‑emissie- en brandstofverbruikswaarden, alsmede een beoordeling van de actualisering van het VECTO-simulatie-instrument. Het verslag gaat, indien gewenst, vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.
_______________
________________
30 Richtlijn 2009/33/EG inzake schone voertuigen, gewijzigd bij Richtlijn .../.../EU
30 Richtlijn 2009/33/EG inzake schone voertuigen, gewijzigd bij Richtlijn .../.../EU
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1 bis (nieuw)
De Commissie ontwikkelt uiterlijk op 31 december 2020 een specifieke methode om voor cng- en lng-toepassingen bij de berekening van de gemiddelde emissies van het wagenpark ook rekening te houden met het effect van het gebruik van geavanceerde en hernieuwbare gasvormige transportbrandstoffen – in overeenstemming met de duurzaamheidscriteria als bepaald in RED II. De methode gaat indien nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze verordening.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1 ter (nieuw)
De Commissie beoordeelt voorts de mogelijkheid van de ontwikkeling van een methode voor de evaluatie van de CO2-emissies tijdens de volledige levenscyclus van alle op de markt van de Unie aangeboden zware bedrijfsvoertuigen. Op grond van die beoordeling dient de Commissie, indien nodig, een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en de Raad met het oog op de vaststelling van rapportageverplichtingen van levenscyclusemissies voor fabrikanten en de noodzakelijke specifieke voorschriften en procedures voor die rapportages.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het xxx-comité, ingesteld bij Verordening (EU) 2018/... [governance]. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 26 van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad1 bis ingestelde Comité klimaatverandering. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
_________________
1 bis Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende een bewakings- en rapportagesysteem voor de uitstoot van broeikasgassen en een rapportagemechanisme voor overige informatie op nationaal niveau en op het niveau van de Unie met betrekking tot klimaatverandering, en tot intrekking van Beschikking nr. 280/2004/EG (PB L 165 van 18.6.2013, blz. 13).
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2
2.  De in artikel 10, lid 2, en artikel 12, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening].
2.  De in artikel 2, lid 2 bis, artikel 7 bis, artikel 9, lid 3 bis, artikel 10, lid 2, artikel 11, lid 2 bis, en artikel 12, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [de datum van inwerkingtreding van deze verordening].
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 10, lid 2, en artikel 12, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handeling onverlet.
3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 2 bis, artikel 7 bis, artikel 9, lid 3 bis, artikel 10, lid 2, artikel 11, lid 2 bis, en artikel 12, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handeling onverlet.
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 6
6.  Een overeenkomstig artikel 10, lid 2, en artikel 12, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad tot twee maanden verlengd.
6.  Een overeenkomstig artikel 2, lid 2 bis, artikel 7 bis, artikel 9, lid 3 bis, artikel 10, lid 2, artikel 11, lid 2 bis, en artikel 12, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad tot twee maanden verlengd.
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1
Verordening (EG) nr. 595/2009
Artikel 5 – lid 4 – letter l
een procedure om aan de hand van passende en representatieve voorbeelden na te gaan of voertuigen die zijn geregistreerd en in het verkeer zijn gebracht, in overeenstemming zijn met de overeenkomstig deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan bepaalde waarden voor CO2-emissies en brandstofverbruik.".
"l) een procedure om aan de hand van passende en representatieve voorbeelden na te gaan of voertuigen die zijn geregistreerd en in het verkeer zijn gebracht, in overeenstemming zijn met de overeenkomstig deze verordening en de maatregelen ter uitvoering ervan bepaalde waarden voor CO2‑emissies en brandstofverbruik; die procedure wordt ook uitgevoerd door geaccrediteerde en onafhankelijke derden overeenkomstig artikel 13, lid 10, van Verordening (EU) nr. 2018/8581 bis van het Europees Parlement en de Raad."
_______________
1 bis Verordening (EU) nr. 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 bis (nieuw)
Artikel 16 bis
Wijziging van Richtlijn 96/53/EG van de Raad
In bijlage I bij Richtlijn 96/53/EG1 bis worden de volgende punten toegevoegd na punt 2.2.4.2:
"2.2.5. Het maximaal toegestane gewicht van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigcombinaties zoals gedefinieerd in artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EU) 2018/... [Voorstel voor een verordening COM(2018)0284] wordt met het voor de alternatieve brandstoftechnologie vereiste extra gewicht verhoogd met ten hoogste 1 ton.
2.2.6.  Het maximaal toegestane gewicht van emissievrije voertuigcombinaties wordt verhoogd met het voor de emissievrije technologieën vereiste extra gewicht, dat afhankelijk is van het nulemissiebereik van het voertuig, met ten hoogste 2 ton. De Commissie stelt uiterlijk op 1 juli 2019 een formule vast voor de berekening van het vereiste gewicht."
____________________________
1 bis Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – punt 2.3
2.3.  Berekening van de factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen, bedoeld in artikel 5
Schrappen
Voor elke fabrikant en elk kalenderjaar wordt de in artikel 5 bedoelde factor voor emissievrije en emissiearme voertuigen (ZLEV) als volgt berekend:
ZLEV = V / (Vconv + Vzlev) met een minimum van 0,97
waarbij
V = het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant, met uitzondering van alle werkvoertuigen overeenkomstig artikel 4, onder a).
Vconv = het aantal nieuwe zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant, met uitzondering van alle werkvoertuigen overeenkomstig artikel 4, onder a), en met uitzondering van emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen;
Vzlev = de som van Vin en Vout,
waarbij
nihil
met als de som van alle nieuwe emissievrije en emissiearme zware bedrijfsvoertuigen met de in artikel 2, lid 1, onder a) tot en met d), bedoelde kenmerken;
nihil
CO2v = de specifieke CO2-emissies in g/km van een emissievrij of emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig v, bepaald overeenkomstig punt 2.1;
Vout = het totale aantal emissievrije zware bedrijfsvoertuigen van de in artikel 2, lid 1, tweede alinea, bedoelde categorieën, vermenigvuldigd met 2, en met een maximum van 1,5 % van Vconv.
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 2 – punt 2.7 – formule
CO2 = ZLEV ×sg sharesg × MPWsg × avgCO2sg
CO2 = ∑ sg sharesg × MPWsg × avgCO2sg
waarbij
waarbij
sg = de som van alle subgroepen;
sg = de som van alle subgroepen;
ZLEV = zoals bepaald in punt 2.3.
share,sg = zoals bepaald in punt 2.4.
share,sg = zoals bepaald in punt 2.4.
MPWsg = zoals bepaald in punt 2.6.
MPWsg = zoals bepaald in punt 2.6.
avgCO2sg = zoals bepaald in punt 2.2.
avgCO2sg = zoals bepaald in punt 2.2.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 4 – alinea 1 – formule – regel 1
T = ∑ sg sharesg × MPWsg × (1 - rf) × rCO2sg
T = ZLEV_benchmark_factor *sg sharesg × MPWsg × (1 - rf) × rCO2sg
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 4 – alinea 1 – formule – regel 4
rf = de CO2-reductiedoelstelling (in %) zoals gespecificeerd in artikel 1, onder a) en b), voor het specifieke kalenderjaar;
rf = de CO2-reductiedoelstelling (in %) zoals gespecificeerd in artikel 1, eerste alinea, onder a) en b), voor het specifieke kalenderjaar;
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 4 – alinea 1 bis (nieuw)
Voor de periode tot en met 2029 geldt: ZLEV_benchmark_factor = (1+y-x), tenzij deze som groter is dan 1,03 of kleiner is dan 0,97; in dat geval wordt de ZLEV_benchmark_factor afhankelijk van het geval op 1,03 of 0,97 vastgesteld.
waarbij
x = 5 %;
y = het aandeel emissievrije en emissiearme voertuigen in het wagenpark van nieuw geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant berekend als de som van het totale aantal emissievrije voertuigen van de categorie N dat niet onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 valt en niet voldoet aan de kenmerken vastgelegd in artikel 2, lid 1, onder a) tot en met d), en van het totale aantal emissiearme en emissievrije voertuigen die voldoen aan de in artikel 2, lid 1, onder a) tot en met d), vastgestelde kenmerken, waarbij elk voertuig wordt geteld als ZLEV_specific in overeenstemming met de onderstaande formule, gedeeld door het totale aantal voertuigen dat in het relevante kalenderjaar is geregistreerd;
ZLEV_specific = 1- (CO2v/(0,5*rCO2sg), waarbij:
CO2v = de specifieke CO2-emissies in g/km van een emissievrij of emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig v, bepaald overeenkomstig punt 2.1;
rCO2sg = zoals bepaald in sectie 3.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – punt 4 – alinea 1 ter (nieuw)
Voor 2030 geldt: ZLEV_benchmark_factor = (1+y-x), tenzij deze som groter is dan 1,05; in dat geval wordt de ZLEV_benchmark_factor op 1,05 vastgesteld;
indien deze som tussen 1,0 en 0,98 ligt, wordt de ZLEV_benchmark_factor op 1,0 vastgesteld;
indien deze som lager is dan 0,95, wordt de ZLEV-factor op 0,95 vastgesteld.
waarbij
x = 20 %, behoudens de evaluatie ingevolge artikel 13;
y = het aandeel emissievrije en emissiearme voertuigen in het wagenpark van nieuw geregistreerde zware bedrijfsvoertuigen van de fabrikant berekend als de som van het totale aantal emissievrije voertuigen van de categorie N dat niet onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 510/2011 valt en niet voldoet aan de kenmerken vastgelegd in artikel 2, lid 1, onder a) tot en met d), en van het totale aantal emissiearme en emissievrije voertuigen die voldoen aan de in artikel 2, lid 1, onder a) tot en met d), vastgestelde kenmerken, waarbij elk voertuig wordt geteld als ZLEV_specific in overeenstemming met de onderstaande formule, gedeeld door het totale aantal voertuigen dat in het relevante kalenderjaar is geregistreerd;
ZLEV_specific = 1- (CO2v/(0,5*rCO2sg), waarbij:
CO2v = de specifieke CO2-emissies in g/km van een emissievrij of emissiearm zwaar bedrijfsvoertuig v, bepaald overeenkomstig punt 2.1;
rCO2sg = zoals bepaald in sectie 3.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0354/2018).

Laatst bijgewerkt op: 15 november 2018Juridische mededeling