Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2886(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0523/2018

Ingediende teksten :

B8-0523/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/11/2018 - 14.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0456

Aangenomen teksten
PDF 179kWORD 52k
Woensdag 14 november 2018 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Noodzaak van een allesomvattend mechanisme voor democratie, rechtsstaat en grondrechten
P8_TA-PROV(2018)0456B8-0523/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2018 over de noodzaak van een omvattend EU‑mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en grondrechten (2018/2886(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten(1) (DRG),

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de verdragen, aanbevelingen, resoluties en verslagen van de Parlementaire Vergadering, het Comité van ministers, de commissaris voor de rechten van de mens en de Venetiëcommissie van de Raad van Europa,

–  gezien Advies nr.  1/2018 van de Europese Rekenkamer van 17 juli 2018 over het voorstel van 2 mei 2018 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten,

–  gezien het verslag over de grondrechten 2018 van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2014 getiteld "Een nieuw EU‑kader voor het versterken van de rechtsstaat" (COM(2014)0158),

–  gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over een voorstel houdende een verzoek aan de Raad om overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie te constateren dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust(2),

–  gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen(3),

–  gezien zijn resolutie van 15 november 2017 over de rechtsstaat in Malta(4),

–  gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Ján Kuciak en Martina Kušnírová(5),

–  gezien zijn debat in de plenaire vergadering op 3 oktober 2018 over de rechtsstaat in Roemenië,

–  gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over de situatie van de grondrechten in de EU in 2016(6),

–  gezien het voorstel van de Commissie van 2 mei 2018 voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (COM(2018)0322),

–  gezien het EU-scorebord voor justitie van 2018,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie gestoeld is op de waarden eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, en dat de lidstaten deze waarden gemeen hebben;

B.  overwegende dat de rechtsstaat, democratie en grondrechten een driehoeksverhouding vormen en elkaar versterken en samen de constitutionele kern van de EU en haar lidstaten beschermen;

C.  overwegende dat de Commissie in 2014 een kader voor de rechtsstaat heeft vastgesteld; overwegende dat dit kader slechts eenmaal is gebruikt en dat dit instrument ontoereikend is gebleken om bedreigingen voor de rechtsstaat te voorkomen of weg te nemen;

D.  overwegende dat de Europese Unie niet over een objectief en permanent mechanisme beschikt om toezicht te houden op de democratie, de grondrechten en de rechtsstaat in alle lidstaten;

E.  overwegende dat het EU‑scorebord voor justitie van 2018 uitwijst dat er nog sprake is van problemen wat betreft de werking van de rechtsstelsels van de lidstaten en de impact van bepaalde hervormingen in de lidstaten;

F.  overwegende dat er een groot aantal inbreukprocedures loopt op het gebied van justitie, grondrechten en burgerschap(7);

G.  overwegende dat het FRA diverse verslagen heeft gepubliceerd waarin wordt gewezen op de uitdagingen voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in verschillende lidstaten, zoals de steeds beperktere ruimte voor maatschappelijke organisaties in Europa(8);

H.  overwegende dat er ad‑hocreacties op bedreigingen voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten zijn waargenomen, die hebben geleid tot zeer uiteenlopende benaderingen in de verschillende lidstaten;

I.  overwegende dat de Commissie de procedure van artikel 7, lid 1, VEU heeft ingeleid in het licht van de situatie in Polen, en dat het Europees Parlement dezelfde procedure heeft ingeleid in het licht van de situatie in Hongarije;

J.  overwegende dat de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken een werkgroep voor toezicht op de rechtsstaat heeft opgericht, die is aangevangen met haar werkzaamheden inzake de moord op onderzoeksjournalisten en de rechtsstaat;

K.  overwegende dat deze reacties van de EU eerder reactief dan preventief zijn en worden belemmerd door de ongelijke en gepolitiseerde aandacht voor problemen op het gebied van democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de verschillende lidstaten;

L.  overwegende dat de Commissie op 2 mei 2018 een voorstel heeft gepubliceerd voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten (COM(2018)0324),

M.  overwegende dat in Advies nr. 1/2018 van de Europese Rekenkamer over het voorstel voor een verordening werd benadrukt dat de referentiebronnen van richtsnoeren en procedures waarmee fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten kunnen worden vastgesteld, verder moeten worden verduidelijkt;

N.  overwegende dat in eerdere EU‑corruptiebestrijdingsverslagen en de landenverslagen van het Europees Semester van 2018 wordt gewezen op ernstige bezorgdheden met betrekking tot corruptie in diverse lidstaten, waardoor het vertrouwen van de burgers in de instellingen en de rechtsstaat wordt aangetast;

O.  overwegende dat de problemen op het gebied van de rechtsstaat en democratie in de lidstaten de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, die berust op het weerlegbare vermoeden (praesumptio iuris tantum) van wederzijds vertrouwen, in gevaar brengen;

P.  overwegende dat de problemen op het gebied van de rechtsstaat en democratie in de lidstaten de legitimiteit van het externe optreden van de Unie in gevaar brengen, met name in verband met haar toetredings- en het nabuurschapsbeleid;

Q.  overwegende dat alle instellingen, organen en instanties van de Unie verplicht zijn de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te eerbiedigen, beschermen en bevorderen;

R.  overwegende dat de Unie nog steeds niet is toegetreden tot het EVRM, ondanks haar verplichting om dit uit hoofde van artikel 6, lid 2, VEU te doen;

S.  overwegende dat de Commissie en de Raad geen gevolg hebben gegeven aan de resolutie van het Parlement over een EU‑mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten, en tot dusver hebben geweigerd het interinstitutioneel akkoord inzake het EU‑Pact voor DRG goed te keuren;

1.  betreurt het feit dat de Commissie nog geen voorstel voor een omvattend EU‑mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten heeft ingediend en verzoekt de Commissie dit te doen, met name door in haar komende initiatief van niet‑wetgevende aard voor de versterking van de handhaving van de rechtsstaat in de Europese Unie voor te stellen het interinstitutioneel akkoord inzake het EU‑Pact voor DRG goed te keuren;

2.  verzoekt nogmaals om een omvattend, permanent en objectief EU-mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en grondrechten, en onderstreept dat een dergelijk mechanisme nu dringender dan ooit nodig is;

3.  wijst nogmaals op de belangrijkste elementen van een dergelijk mechanisme, zoals voorgesteld door het Parlement in de vorm van een interinstitutioneel pact voor DRG, bestaande uit een jaarlijkse, op feiten gebaseerde en niet-discriminerende evaluatie waarin alle EU-lidstaten op voet van gelijkheid worden beoordeeld op de naleving van de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden, met landenspecifieke aanbevelingen (het Europees DRG-verslag) die worden gevolgd door een interparlementair debat, en een permanente DRG-beleidscyclus binnen de EU‑instellingen;

4.  wijst er nogmaals op dat het Europees DRG-verslag bestaande instrumenten moet omvatten en aanvullen, waaronder het scorebord voor justitie, de monitor voor mediapluralisme, de corruptiebestrijdingsverslagen en de procedures voor collegiale toetsing op basis van artikel 70 VWEU, en het mechanisme voor samenwerking en toetsing voor Bulgarije en Roemenië moet vervangen; betreurt het dat de Commissie heeft besloten het EU-corruptiebestrijdingsverslag 2017 niet te publiceren;

5.  verzoekt de Commissie te overwegen haar voorstel voor een verordening inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten te koppelen aan een omvattend, permanent en objectief EU‑mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en grondrechten;

6.  verzoekt de Raad zich te verbinden aan het interinstitutioneel akkoord inzake het Pact voor DRG, en verdere voorstellen van de Commissie ter versterking van democratie, de rechtsstaat en grondrechten te steunen;

7.  is van oordeel dat het Parlement het initiatief mag nemen om een proefverslag over DRG uit te brengen en een interparlementair debat op gang te brengen als de Commissie en de Raad de vaststelling van een pact voor DRG blijven afwijzen;

8.  verzoekt de Raad zijn institutionele rol in de lopende procedures in het kader van artikel 7, lid 1, VEU naar behoren te vervullen en het Parlement onverwijld en volledig in kennis te stellen in alle stadia van de procedure en het Parlement te verzoeken zijn met redenen omkleed voorstel aan de Raad voor te leggen;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de parlementen en regeringen van de lidstaten, en aan het Europees Comité van de Regio's voor verspreiding naar subnationale parlementen en raden.

(1) PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0340.
(3) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0055.
(4) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 29.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0183.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0056.
(7) http://ec.europa.eu/atwork/applying-eu-law/infringements-proceedings/infringement_decisions/?typeOfSearch=true&active_only=1&noncom=0&r_dossier=&decision_date_from=&decision_date_to=&PressRelease=true&DG=JUST&title=&submit=Search&lang_code=nl
(8) Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Challenges facing civil society organisations working on human rights in the EU (Uitdagingen voor maatschappelijke organisaties die strijden voor de mensenrechten in de EU), Wenen, 18 januari 2018

Laatst bijgewerkt op: 15 november 2018Juridische mededeling