Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0371(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0370/2018

Ingediende teksten :

A8-0370/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.3
CRE 29/11/2018 - 8.3
PV 11/12/2018 - 5.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0468
P8_TA(2018)0486

Aangenomen teksten
PDF 285kWORD 52k
Donderdag 29 november 2018 - Brussel Voorlopige uitgave
Fonds voor asiel, migratie en integratie: nieuwe vastlegging van de resterende bedragen ***I
P8_TA-PROV(2018)0468A8-0370/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 29 november 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de nieuwe vastlegging van de resterende bedragen die zijn vastgelegd om de tenuitvoerlegging van Besluiten (EU) 2015/1523 en (EU) 2015/1601 van de Raad te ondersteunen of de toewijzing daarvan aan andere acties in het kader van de nationale programma's (COM(2018)0719 – C8-0448/2018 – 2018/0371(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Deze verordening heeft tot doel de nieuwe vastlegging mogelijk te maken van de resterende bedragen die zijn vastgelegd om de tenuitvoerlegging van Besluiten (EU) 2015/1523 en (EU) 2015/1601 van de Raad te ondersteunen, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad8, of/dan wel de toewijzing daarvan aan andere acties in het kader van de nationale programma's, overeenkomstig de prioriteiten van de Unie en de behoeften van de lidstaten op het gebied van migratie en asiel.
(1)  Deze verordening heeft tot doel de nieuwe vastlegging mogelijk te maken van de resterende bedragen die zijn vastgelegd om de tenuitvoerlegging van Besluiten (EU) 2015/1523 en (EU) 2015/1601 van de Raad te ondersteunen, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad8, of/dan wel de toewijzing daarvan aan andere acties in het kader van de nationale programma's, overeenkomstig de prioriteiten van de Unie en de behoeften van de lidstaten op bepaalde gebieden van migratie en asiel. Tevens wordt ervoor gezorgd dat dergelijke vastleggingen of toewijzingen op transparante wijze worden uitgevoerd.
_____________
__________________
8.  Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).
8.  Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, tot wijziging van Beschikking 2008/381/EG van de Raad en tot intrekking van Beschikkingen nr. 573/2007/EG en nr. 575/2007/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 2007/435/EG van de Raad (PB L 150 van 20.5.2014, blz. 168).
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om de bovenvermelde bedragen te gebruiken om herplaatsing te blijven toepassen door de bedragen opnieuw vast te leggen voor dezelfde actie in hun nationale programma's. Bovendien moet het mogelijk zijn, mits dit naar behoren wordt gemotiveerd in de herziening van de nationale programma's van de lidstaten, om deze financiering ook te gebruiken om het hoofd te bieden aan andere uitdagingen op het gebied van migratie en asiel, overeenkomstig de verordening inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie. De noden/behoeften van de lidstaten op deze gebieden zijn nog steeds aanzienlijk. Nieuwe vastleggingen van de bovenvermelde bedragen voor dezelfde actie, of de overdracht ervan naar andere acties in het kader het nationaal programma, zijn slechts één keer mogelijk en moeten door de Commissie worden goedgekeurd.
(4)  De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om de bovenvermelde bedragen te gebruiken om herplaatsing te blijven toepassen door de bedragen opnieuw vast te leggen voor dezelfde actie in hun nationale programma's. De lidstaten moeten ten minste 20 % van deze bedragen vastleggen voor acties in hun nationale programma's, voor herplaatsing van verzoekers om internationale bescherming of voor herplaatsing van personen die internationale bescherming genieten, of voor hervestiging en andere vormen van ad-hoctoelating op humanitaire gronden. Wat betreft de resterende bedragen moet het mogelijk zijn, indien dit naar behoren wordt gemotiveerd in de herziening van de nationale programma's van de lidstaten, om de in de hoofdstukken II en III voorziene specifieke acties op het gebied van migratie en asiel te financieren, overeenkomstig de verordening inzake het Fonds voor asiel, migratie en integratie, met name voor de ontwikkeling van aspecten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, in het bijzonder gezinshereniging of ondersteuning van legale migratie naar de lidstaten en bevordering van effectieve integratie van onderdanen van derde landen. De noden/behoeften van de lidstaten op deze gebieden zijn nog steeds aanzienlijk. Nieuwe vastleggingen van de bovenvermelde bedragen voor dezelfde actie, of de overdracht ervan naar andere acties in het kader het nationaal programma, zijn slechts één keer mogelijk en moeten door de Commissie worden goedgekeurd. De lidstaten moeten erop toezien dat de in het Financieel Reglement vastgelegde beginselen bij de toewijzing van middelen ten volle geëerbiedigd worden, met name efficiëntie en transparantie.
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  De doelgroep van personen die in aanmerking komen voor herplaatsing moet worden uitgebreid, zodat de lidstaten over meer flexibiliteit beschikken bij de uitvoering van herplaatsingen.
(5)  De doelgroep van personen die in aanmerking komen voor herplaatsing alsook de groep landen waaruit personen herplaatst worden, moeten worden uitgebreid, zodat de lidstaten over meer flexibiliteit beschikken bij de uitvoering van herplaatsingen. Daarbij moet prioriteit worden gegeven aan de herplaatsing van niet-begeleide minderjarigen, andere kwetsbare personen en familieleden van personen die internationale bescherming genieten.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  De lidstaten moeten ook voldoende tijd krijgen om de bedragen te gebruiken die vóór/voorafgaand aan de vrijmaking ervan opnieuw zijn vastgelegd voor dezelfde actie of zijn overgedragen naar andere acties. Wanneer dergelijke nieuwe vastleggingen of overdrachten van bedragen in het kader van het nationale programma worden goedgekeurd door de Commissie, worden de desbetreffende bedragen beschouwd als bedragen die zijn vastgelegd in het jaar van de herziening van het nationale programma waarbij de nieuwe vastlegging of de overdracht wordt goedgekeurd.
(7)  De lidstaten moeten ook voldoende tijd krijgen om de bedragen te gebruiken die vóór/voorafgaand aan de vrijmaking ervan opnieuw zijn vastgelegd voor dezelfde actie of zijn overgedragen naar andere specifieke acties. Wanneer dergelijke nieuwe vastleggingen of overdrachten van bedragen in het kader van het nationale programma worden goedgekeurd door de Commissie, worden de desbetreffende bedragen beschouwd als bedragen die zijn vastgelegd in het jaar van de herziening van het nationale programma waarbij de nieuwe vastlegging of de overdracht wordt goedgekeurd.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
(7 bis)  De Commissie moet jaarlijks verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de middelen voor de overbrenging van personen die om internationale bescherming verzoeken en/of personen die internationale bescherming genieten, in het bijzonder over overdrachten naar andere acties in het kader van het nationaal programma en over nieuwe vastleggingen.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Wanneer Verordening (EU) nr. 516/2014 niet vóór het einde van 2018 gewijzigd wordt, kunnen de lidstaten de betreffende financiering niet meer gebruiken in het kader van de nationale programma's die door het Fonds voor asiel, migratie en integratie worden ondersteund. Aangezien wijziging van Verordening (EU) nr. 516/2014 urgent is, dient een uitzondering te worden gemaakt op de periode van acht weken bedoeld in artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt -1 (nieuw)
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – titel
(-1)  De titel wordt vervangen door:
Middelen voor het overbrengen van personen die internationale bescherming genieten
"Middelen voor het overbrengen van personen die om internationale bescherming verzoeken of van personen die internationale bescherming genieten"
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 1
(1)  In lid 1 worden de woorden "persoon die internationale bescherming geniet" vervangen door de woorden "verzoeker om internationale bescherming of persoon die internationale bescherming geniet";
Schrappen
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 1
(1 bis)  Lid 1 wordt vervangen door:
“1. Met het oog op de toepassing van het beginsel van solidariteit en eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden en in het licht van beleidsontwikkelingen in de Unie gedurende de uitvoeringsperiode van het Fonds, ontvangen de lidstaten, naast de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing een aanvullend bedrag als bedoeld in artikel 15, lid 2, onder b), in de vorm van een vast bedrag van 6 000 EUR per persoon die internationale bescherming geniet en die uit een andere lidstaat is overgebracht.";
“1. Met het oog op de toepassing van het beginsel van solidariteit en eerlijke verdeling van de verantwoordelijkheden en in het licht van beleidsontwikkelingen in de Unie gedurende de uitvoeringsperiode van het Fonds, ontvangen de lidstaten, naast de overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), berekende toewijzing een aanvullend bedrag als bedoeld in artikel 15, lid 2, onder b), in de vorm van een vast bedrag van 10 000 EUR per verzoeker om internationale bescherming en per persoon die internationale bescherming geniet en die uit een andere lidstaat is overgebracht.";
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 2
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 3
3.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde aanvullende bedragen worden aan de lidstaten voor het eerst toegewezen bij de individuele financieringsbesluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's, volgens de in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 514/2014 vastgelegde procedure, en nadien in een financieringsbesluit dat bij de besluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's wordt gevoegd. Nieuwe vastleggingen van die bedragen voor dezelfde actie in het kader van het nationale programma of overdrachten ervan naar andere acties in het kader van het nationale programma zijn mogelijk als zij naar behoren worden gemotiveerd in de herziening van het respectieve nationale programma. Een bedrag mag slechts één keer opnieuw worden vastgelegd of overgedragen. De Commissie keurt de nieuwe vastlegging of de overdracht vast via de herziening van het nationale programma.
3.  De in lid 1 van dit artikel bedoelde aanvullende bedragen worden aan de lidstaten voor het eerst toegewezen bij de individuele financieringsbesluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's, volgens de in artikel 14 van Verordening (EU) nr. 514/2014 vastgelegde procedure, en nadien in een financieringsbesluit dat bij de besluiten tot goedkeuring van hun nationale programma's wordt gevoegd. Nieuwe vastleggingen van die bedragen voor dezelfde actie in het kader van het nationale programma of overdrachten ervan naar andere specifieke acties in het kader van het nationale programma in de zin van de hoofdstukken II en III van deze verordening zijn mogelijk als zij naar behoren worden gemotiveerd in de herziening van het respectieve nationale programma. Een bedrag mag slechts één keer opnieuw worden vastgelegd of overgedragen. De Commissie keurt de nieuwe vastlegging of de overdracht vast via de herziening van het nationale programma. De middelen worden transparant en efficiënt toegewezen overeenkomstig de doelstellingen van het nationale programma.
Voor bedragen die afkomstig zijn van de bij Besluiten (EU) 2015/1523 en (EU) 2015/1601 vastgestelde voorlopige maatregelen geldt dat ten minste 20 % van de opnieuw vast te leggen bedragen wordt vastgelegd voor dezelfde actie in het kader van het nationale programma voor herplaatsing van verzoekers om internationale bescherming of herplaatsing van personen die internationale bescherming genieten, of voor hervestiging en andere ad-hoctoelating op internationale gronden.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 3 bis
3 bis.  Met het oog op de toepassing van artikel 50, lid 1, van Verordening (EU) nr. 514/2014 worden bedragen die afkomstig zijn van de bij Besluiten (EU) nr. 2015/1523 en (EU) nr. 2015/1601 vastgestelde voorlopige maatregelen en die opnieuw worden vastgelegd voor dezelfde actie in het kader van het nationaal programma of worden overgedragen naar andere acties in het kader van het nationaal programma, overeenkomstig lid 3, beschouwd als bedragen die zijn vastgelegd in het jaar van de herziening van het nationaal programma waarbij de nieuwe vastlegging of overdracht in kwestie wordt goedgekeurd.
3 bis.  Met het oog op de toepassing van artikel 50, lid 1, van Verordening (EU) nr. 514/2014 worden bedragen die afkomstig zijn van de bij Besluiten (EU) nr. 2015/1523 en (EU) nr. 2015/1601 vastgestelde voorlopige maatregelen en die opnieuw worden vastgelegd voor dezelfde actie in het kader van het nationaal programma of worden overgedragen naar andere specifieke acties in het kader van het nationaal programma, overeenkomstig lid 3, beschouwd als bedragen die zijn vastgelegd in het jaar van de herziening van het nationaal programma waarbij de nieuwe vastlegging of overdracht in kwestie wordt goedgekeurd.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 3
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 3 quater (nieuw)
3 quater.  De Commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van dit artikel, in het bijzonder over de overdracht van bedragen naar andere acties in het kader van nationale programma's en nieuwe vastleggingen.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 4
(4)  In lid 4 worden de woorden "personen die internationale bescherming genieten" vervangen door de woorden "verzoekers om internationale bescherming of personen die internationale bescherming genieten".
Schrappen
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)
Verordening (EU) nr. 516/2014
Artikel 18 – lid 4
4 bis)  Lid 4 wordt vervangen door:
4.  Om gestalte te geven aan de doelstellingen van solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten als bedoeld in artikel 80 VWEU, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 26 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde, binnen de grenzen van de beschikbare middelen, het in lid 1 van dit artikel bedoelde vaste bedrag aan te passen. Daarbij wordt in het bijzonder rekening gehouden met actuele inflatiepercentages, relevante ontwikkelingen in het gebied naar waar de begunstigde van internationale bescherming van de ene lidstaat naar de andere is overgebracht en factoren die bijdragen tot een optimaal gebruik van de financiële stimulans die met het vaste bedrag wordt gegeven.
4.  Om gestalte te geven aan de doelstellingen van solidariteit en verdeling van de verantwoordelijkheid tussen de lidstaten als bedoeld in artikel 80 VWEU, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 26 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde, binnen de grenzen van de beschikbare middelen, het in lid 1 van dit artikel bedoelde vaste bedrag aan te passen. Daarbij wordt in het bijzonder rekening gehouden met actuele inflatiepercentages, relevante ontwikkelingen in het gebied naar waar de verzoeker om nationale bescherming en de begunstigde van internationale bescherming van de ene lidstaat naar de andere zijn overgebracht, hervestiging en andere ad-hoctoelating op humanitaire gronden, en factoren die bijdragen tot een optimaal gebruik van de financiële stimulans die met het vaste bedrag wordt gegeven.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0370/2018).

Laatst bijgewerkt op: 30 november 2018Juridische mededeling