Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2240(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0377/2018

Ingediende teksten :

A8-0377/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0471

Aangenomen teksten
PDF 283kWORD 54k
Donderdag 29 november 2018 - Brussel Voorlopige uitgave
Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2018/003 EL/Attica Uitgeverijen
P8_TA-PROV(2018)0471A8-0377/2018
Resolutie
 Bijlage

Resolutie van het Europees Parlement van 29 november 2018 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (aanvraag van Griekenland – EGF/2018/003 EL/Attica Uitgeverijen) (COM(2018)0667 – C8-0430/2018 – 2018/2240(BUD))

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0667 – C8-0430/2018),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1) (EFG-verordening),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020(2), en met name artikel 12 hiervan,

–  gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(3) (IIA van 2 december 2013), en met name punt 13,

–  gezien de trialoogprocedure als bedoeld in punt 13 van het IIA van 2 december 2013,

–  gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–  gezien de brief van de Commissie regionale ontwikkeling,

–  gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0377/2018),

A.  overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;

B.  overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;

C.  overwegende dat Griekenland aanvraag EGF/2018/003 EL/Attica Uitgeverijen heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van 550 ontslagen in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 58 (Uitgeverijen), in de regio van NUTS-niveau 2 Attica (EL30) in Griekenland;

D.  overwegende dat de aanvraag is ingediend in het kader van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 1, onder b), van de EFG-verordening, dat bepaalt dat binnen een referentieperiode van negen maanden ten minste 500 werknemers gedwongen moeten zijn ontslagen in ondernemingen die actief zijn in dezelfde NACE Rev. 2-afdeling en gevestigd zijn in een regio of in twee of meer dan twee aan elkaar grenzende regio's van NUTS-niveau 2 in een lidstaat, mits er meer dan 500 werknemers getroffen zijn in twee van de regio's tezamen;

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 1, onder b), van de EFG-verordening en dat Griekenland recht heeft op een financiële bijdrage uit hoofde van die verordening ter hoogte van 2 308 500 EUR, wat neerkomt op 60 % van de totale kosten van 3 847 500 EUR;

2.  merkt op dat de Griekse autoriteiten de aanvraag op 22 mei 2018 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat Griekenland aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 4 oktober 2018 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld, waarmee de termijn van twaalf weken werd nageleefd;

3.  merkt op dat Griekenland betoogt dat de ontslagen verband houden met de wereldwijde financiële en economische crisis, meer in het bijzonder met de gevolgen ervan voor de Griekse economie waaronder een daling van het reële bbp per hoofd, stijgende werkloosheid, dalende lonen en lagere besteedbare gezinsinkomens in combinatie met de snelle digitale ontwikkelingen die, tezamen met de bezuinigingen op de reclame-uitgaven van grote adverteerders, de uitgeverijsector transformeren; merkt op dat de sector te maken heeft met een daling van de inkomsten uit zowel reclame als uit verkopen;

4.  herinnert eraan dat de gevallen ontslagen bij drie bedrijven die actief zijn in de Griekse uitgeverijsector naar verwachting aanzienlijke negatieve gevolgen zullen hebben voor de lokale economie, en dat het effect van de ontslagen verband houdt met de problemen om ander werk te vinden vanwege het gebrek aan werkgelegenheid, het gebrek aan beroepsopleidingen die aansluiten op de vastgestelde behoeften van de arbeidsmarkt en het grote aantal werkzoekenden;

5.  benadrukt met bezorgdheid dat de werkloosheid in de regio Attica een groot deel vormt van de werkloosheid en langdurige werkloosheid in Griekenland, waar de werkloopsheid nog steeds hoog is;

6.  herinnert eraan dat dit de tweede Griekse aanvraag is voor een financiële bijdrage van het EFG naar aanleiding van gedwongen ontslagen bij Attica Uitgeverijen, na de eerdere aanvraag EGF/2014/018 in 2014 en een positief besluit daarover(4);

7.  merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op 550 ontslagen werknemers, waarvan een groot aantal vrouw is (41,82 %); wijst er verder op dat 14,73 % van de ontslagen werknemers 55 jaar of ouder is en 1,6 % jonger dan 30 jaar is; erkent tegen deze achtergrond het belang van door het EFG medegefinancierde actieve arbeidsmarktmaatregelen om de kans te vergroten dat deze kwetsbare groepen opnieuw een baan vinden;

8.  is verheugd dat in het geplande opleidingsaanbod de lessen van de aanvraag EGF-2014-018 GR/Attica zijn meegenomen, waarvan de re-integratiepercentages volgens de lopende evaluatie goed zijn;

9.  stelt vast dat geen maatregelen zijn gepland voor jongeren die noch aan de arbeidsmarkt deelnemen, noch onderwijs of een opleiding volgen (NEET), hoewel het aantal NEET's in Griekenland nog steeds hoog is;

10.  onderstreept dat voor financiële toelagen de voorwaarde geldt dat de beoogde begunstigden actief deelnemen en onderstreept dat deze toelagen als echte stimulans kunnen dienen in de specifieke economische context van Griekenland;

11.  stelt vast dat de financiële toelagen en stimulansen, dat wil zeggen aanmoedigingspremies voor het aanwerven van werknemers en toelagen voor opleiding en het zoeken naar werk, zich dicht bij het in de EFG-verordening vastgestelde maximum van 35 % bevinden;

12.  wijst erop dat Griekenland vijf soorten acties plant voor de ontslagen werknemers voor wie in deze aanvraag steun wordt aangevraagd: (i) loopbaanbegeleiding en hulp bij het zoeken naar werk; (ii) opleiding, omscholing en beroepsopleiding overeenkomstig de behoeften van de arbeidsmarkt; (iii) bijdrage aan het opstarten van een bedrijf; (iv) toelage voor het zoeken naar werk en opleidingstoelage; (v) aanmoedigingspremie voor het aanwerven van werknemers;

13.  onderkent dat het gecoördineerde pakket individuele dienstverlening is opgesteld in overleg met vertegenwoordigers van de vakbond van journalisten van Atheense dagbladen (ΕΣΗΕΑ), de vakbond van werknemers van Atheense dagbladen (ΕΠΗΕΑ) en het Ministerie van Arbeid;

14.  benadrukt dat de Griekse autoriteiten hebben bevestigd dat voor de subsidiabele acties geen steun uit andere fondsen of financieringsinstrumenten van de Unie wordt ontvangen en dat dubbele financiering zal worden voorkomen;

15.  herinnert eraan dat in artikel 7 van de verordening is bepaald dat bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening rekening moet worden gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden, en dat het pakket moet passen in de overgang naar een grondstoffenefficiënte en duurzame economie;

16.  herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe ondernemingen verplicht zijn krachtens de nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, noch van maatregelen voor de herstructurering van ondernemingen of sectoren, en is tevreden dat Griekenland dat heeft bevestigd;

17.  verzoekt de Commissie er bij de nationale autoriteiten op aan te dringen om in toekomstige voorstellen meer details te geven over de sectoren met groeipotentieel, waarin dus waarschijnlijk mensen in dienst kunnen worden genomen, alsook onderbouwde gegevens over de impact van de EFG-financiering te verzamelen, onder meer over de kwaliteit van de banen en het herintredingspercentage dat dankzij het EFG bereikt is;

18.  herhaalt zijn oproep aan de Commissie ervoor te zorgen dat alle documenten in verband met EFG-zaken openbaar toegankelijk zijn;

19.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

20.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

21.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
(3) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(4) Besluit (EU) 2015/644 van het Europees Parlement en de Raad van 15 april 2015 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering(aanvraag EGF/2014/018 GR/Attica broadcasting uit Griekenland) (PB L 106 van 24.4.2015, blz. 29-30).


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering ingevolge een aanvraag van Griekenland — EGF/2018/003 EL/Attica Uitgeverijen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006(1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(2), en met name punt 13,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)  Conform artikel 12 van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad(3) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet overschrijden.

(3)  Griekenland heeft op 22 mei 2018 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen met betrekking tot ontslagen in de uitgeverijsector in de regio Attica. Griekenland heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Die aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013.

(4)  Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 2 308 500 EUR te leveren in het kader van de door Griekenland ingediende aanvraag.

(5)  Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2018 wordt een bedrag van 2 308 500 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf...[datum van vaststelling van het besluit](4).

Gedaan te

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
(2) PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.
(3) Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884).
(4)* Datum door het Parlement in te voegen vóór bekendmaking in het PB.

Laatst bijgewerkt op: 30 november 2018Juridische mededeling