Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2146(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0331/2018

Ingediende teksten :

A8-0331/2018

Debatten :

PV 28/11/2018 - 22
CRE 28/11/2018 - 22

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0478

Aangenomen teksten
PDF 209kWORD 57k
Donderdag 29 november 2018 - Brussel Voorlopige uitgave
Verslag 2018 over Servië
P8_TA-PROV(2018)0478A8-0331/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 29 november 2018 over het verslag van de Commissie 2018 over Servië (2018/2146(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de bijeenkomst van de Europese Raad in Thessaloniki op 19-20 juni 2003,

–  gezien de verklaring van Sofia van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de op deze top vastgestelde prioriteitenagenda van Sofia,

–  gezien Besluit 2008/213/EG van de Raad(1) van 18 februari 2008 over de beginselen, prioriteiten en voorwaarden die zijn opgenomen in het Europese partnerschap met Servië en tot intrekking van Besluit 2006/56/EG,

–  gezien het advies van de Commissie van 12 oktober 2011 over het verzoek van Servië om toetreding tot de Europese Unie (SEC(2011)1208), het besluit van de Europese Raad van 2 maart 2012 om Servië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen en het besluit van de Europese Raad van 27‑28 juni 2013 om EU‑toetredingsonderhandelingen met Servië te openen,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO) tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds, die op 1 september 2013 in werking is getreden,

–  gezien resolutie 1244 (1999) van de VN‑Veiligheidsraad, het advies van het Internationaal Gerechtshof van 22 juli 2010 over de vraag of de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in overeenstemming is met het internationaal recht, en resolutie 64/298 van de Algemene Vergadering van de VN van 9 september 2010, waarin nota werd genomen van het advies van het Internationaal Gerechtshof en de bereidheid van de EU tot medewerking aan een dialoog tussen Servië en Kosovo werd verwelkomd,

–  gezien het proces van Berlijn dat is gestart op 28 augustus 2014,

–  gezien de verklaring en de aanbevelingen van de achtste bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité (SAPC) EU‑Servië op 13 en 14 juni 2018,

–  gezien het eindverslag van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) over zijn beperkte verkiezingswaarnemingsmissie voor de vervroegde parlementsverkiezingen in Servië op 29 juli 2016,

–  gezien het verslag van de verkiezingsevaluatiemissie van het OVSE/ODIHR over de presidentsverkiezingen in Servië op 2 april 2017,

–  gezien het verslag over Servië voor 2018 (SWD(2018)0152), dat de Commissie op 17 april 2018 heeft gepubliceerd,

–  gezien de mededeling van de Commissie getiteld "Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan" van 6 februari 2018 (COM(2018)0065),

–  gezien de gezamenlijke conclusies van de economische en financiële dialoog tussen de EU en de Westelijke Balkan en Turkije van 23 mei 2017 (9655/17),

–  gezien de vierde zitting van de Stabilisatie- en Associatieraad EU-Servië, die op 16 november 2017 heeft plaatsgehad,

–  gezien de achtste bijeenkomst van de toetredingsconferentie met Servië op ministerieel niveau van 25 juni 2018,

–  gezien het verslag van juli 2015 van het orgaan van de Raad van Europa ter bestrijding van corruptie (Greco) over Servië en het verslag over de vierde evaluatieronde van Greco van 20 oktober 2017 over de voorkoming van corruptie van parlementsleden, rechters en openbaar aanklagers,

–  gezien de beoordeling van de Commissie van 17 april 2018 van het economische hervormingsprogramma van Servië voor de periode 2018-2020 (SWD(2018)0132) en de op 25 mei 2018 door de Raad aangenomen gezamenlijke conclusies van de economische en financiële dialoog tussen de EU en de landen van de Westelijke Balkan,

–  gezien het advies van de Commissie van Venetië over de ontwerpamendementen op de grondwettelijke bepalingen inzake de rechterlijke macht van 25 juni 2018,

–  gezien de uitkomst van de enquête van 2017 inzake gemarginaliseerde Roma op de Westelijke Balkan, ondersteund door de Commissie en uitgevoerd door de Wereldbank en het VN‑Ontwikkelingsprogramma,

–  gezien het gezamenlijk werkdocument getiteld "Gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen: het leven van meisjes en vrouwen via de externe betrekkingen van de EU veranderen (2016‑2020)",

–  gezien zijn resolutie van 14 juni 2017 over het voortgangsverslag van de Commissie over Servië uit 2016(2),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8‑0331/2018),

A.  overwegende dat Servië, net als alle landen die het EU‑lidmaatschap nastreven, op zijn eigen merites beoordeeld moet worden wat betreft het voldoen aan, en de uitvoering en naleving van dezelfde criteria en overwegende dat de kwaliteit van en de toewijding aan de nodige hervormingen het tijdspad voor de toetreding bepaalt; overwegende dat toetreding een op merites gebaseerd proces is en zal blijven dat volledig afhangt van de objectieve vooruitgang dat het land in kwestie, en in het onderhavige geval Servië, boekt;

B.  overwegende dat sinds de start van de onderhandelingen met Servië 14 hoofdstukken zijn geopend, waarvan twee voorlopig zijn afgesloten;

C.  overwegende dat Servië voortdurend betrokken is geweest bij de normalisering van de betrekkingen met Kosovo, hetgeen heeft geleid tot de eerste overeenkomst met beginselen voor de normalisatie van de betrekkingen van 19 april 2013 en de overeenkomsten van augustus 2015; overwegende dat Servië nog altijd bij de dialoog betrokken is;

D.  overwegende dat Servië heeft bijgedragen tot de versterking van de regionale samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap, evenals tot vrede en stabiliteit, verzoening en een gunstig klimaat voor het aanpakken van resterende bilaterale kwesties uit het verleden;

E.  overwegende dat Servië zich blijft inzetten voor de totstandbrenging van een functionerende markteconomie en resultaten blijft boeken bij de uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO);

F.  overwegende dat de rechtsstatelijkheid een fundamentele waarde is waarop de EU is gebaseerd en die centraal staat in zowel het uitbreidingsproces als het stabilisatie- en associatieproces; overwegende dat hervormingen nodig zijn om de belangrijke nog bestaande uitdagingen op dit gebied aan te pakken, met name het waarborgen van een onafhankelijke, onpartijdige, verantwoordingsplichtige en efficiënte rechterlijke macht, het bestrijden van corruptie en georganiseerde misdaad en de bescherming van de grondrechten;

G.  overwegende dat Servië alle basisverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie heeft geratificeerd, waaronder in het bijzonder het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht uit 1948 (nr. 87), het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen uit 1949 (nr. 98) en het Verdrag betreffende de gedwongen arbeid uit 1930 (nr. 29);

H.  overwegende dat de situatie op het gebied van de vrijheid van meningsuiting en de onafhankelijkheid van de media bijzonder ernstige zorgen blijft baren, en hierop prioritair op een vastberaden en doeltreffende manier een antwoord moet worden geboden;

I.  overwegende dat Servië pretoetredingssteun ontvangt in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), met een totale indicatieve toewijzing van 1,5 miljard EUR voor de periode 2014‑2020; overwegende dat de herziene indicatieve toewijzing van IPA II voor Servië voor de periode 2018‑2020 overeenkomt met 722 miljoen EUR; overwegende dat Servië een tussentijdse prestatiebeloning toegekend heeft gekregen;

1.  is verheugd over de blijvende inzet van Servië op de weg naar integratie in de Europese Unie; verzoekt Servië om, met steun van de Commissie, dit strategische besluit actief uit te dragen naar het Servische publiek en zijn inspanningen voort te zetten voor het verstrekken van tijdige en transparante informatie en het vergroten van de zichtbaarheid van de EU en de door haar gefinancierde projecten en programma's;

2.  benadrukt dat nauwkeurige tenuitvoerlegging van hervormingen en beleidsmaatregelen een belangrijke aanwijzing voor een succesvol integratieproces is; vraagt Servië de tenuitvoerlegging van nieuwe wetgeving en beleidsmaatregelen beter te plannen, te coördineren en te monitoren; is verheugd over de goedkeuring van een derde herziening van het nationale programma voor de overname van het EU‑acquis en waarschuwt voor de gevolgen van een onvolledige omzetting van belangrijke EU‑wetgeving voor de aanpassing aan het acquis; is verheugd over de beoordeling van de Commissie in haar mededeling getiteld "Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU‑betrokkenheid bij de Westelijke Balkan", dat Servië met een sterke politieke wil, de uitvoering van echte en duurzame hervormingen en definitieve oplossingen voor geschillen met buurlanden, een lidstaat van de EU zou kunnen worden; verzoekt de Raad en de Commissie om, indien gerechtvaardigd door noodzakelijke vooruitgang, in het bijzonder op het cruciale gebied van de rechtsstaat, de opening van de technisch voorbereide hoofdstukken te ondersteunen en het algehele proces van toetredingsonderhandelingen te versnellen;

3.  is verheugd over de succesvolle afronding van het programmeringsproces in het kader van IPA 2018 en de ondertekening van de financieringsovereenkomst voor Ipard II; verzoekt de Commissie bij het ontwerpen van het nieuwe instrument voor pretoetredingssteun (IPA III), te voorzien in passende bepalingen om de eventuele toetreding van Servië tot de EU mogelijk te maken;

4.  is verheugd over de vooruitgang die Servië heeft geboekt bij het ontwikkelen van een functionerende markteconomie, het waarborgen van economische groei en het behouden van macro-economische en monetaire stabiliteit; onderstreept dat Servië goede vooruitgang heeft geboekt bij de aanpak van enkele beleidszwakheden die in het verleden zijn aangekaart, in het bijzonder door middel van begrotingsconsolidatie; onderstreept echter dat de werkloosheid, braindrain en economische inactiviteit nog steeds hoog zijn; verzoekt Servië een duurzaam plan voor de toekomst van staatsbedrijven te ontwikkelen; benadrukt het cruciale belang van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) voor de Servische economie en verzoekt om een transparanter en minder belastend ondernemingsklimaat; steunt de toetreding van Servië tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

5.  uit zijn zorgen over de aanhoudende werkloosheid en benadrukt dat het belangrijk is om jongeren ondernemersvaardigheden bij te brengen en deze te ontwikkelen; verzoekt Servië de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt te verbeteren; verzoekt Servië de tripartiete dialoog te versterken; verzoekt om de wijziging van de wet inzake de premies voor de verplichte sociale zekerheid en de wet inzake de ziektekostenverzekering om discriminatie van kleine landbouwers te voorkomen;

6.  neemt nota van de op 2 april 2017 gehouden presidentsverkiezingen; is verheugd over het algemene verloop van deze verkiezingen en verzoekt de autoriteiten ervoor te zorgen dat internationale normen worden toegepast; verzoekt de autoriteiten ten volle uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissie van de OVSE/het ODIHR, in het bijzonder om te zorgen voor een gelijk speelveld tijdens de campagnetijd, en een dialoog te starten met onafhankelijke nationale verkiezingswaarnemingsmissies; verzoekt de autoriteiten een deugdelijk onderzoek in te stellen naar klachten inzake onregelmatigheden, geweld en intimidatie tijdens verkiezingsprocessen in het verleden; wijst met bezorgdheid op het gebrek aan transparantie met betrekking tot de financiering van politieke partijen en verkiezingscampagnes; wijst erop dat de financiering van politieke partijen transparant moet zijn en moet beantwoorden aan internationale normen;

7.  verzoekt Servië zijn buitenlands en veiligheidsbeleid verder in overeenstemming te brengen met het EU‑beleid, met inbegrip van haar beleid ten aanzien van Rusland, ook binnen de Verenigde Naties; is ingenomen met de aanzienlijke bijdrage en de blijvende deelname van Servië aan verscheidene missies en operaties van de EU uit hoofde van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) (EUTM Mali, EUTM Somalië, EU-NAVFOR-Atalanta, EUTM RCA), met een deelname van Servië aan vier van de zes militaire missies of operaties die momenteel door de Unie worden uitgevoerd; is echter bezorgd over de aanhoudende militaire samenwerking van Servië met Rusland en Belarus;

8.  is verheugd over de constructieve aanpak van Servië bij het beheer van de gevolgen van de migratie- en vluchtelingencrisis, en de aanzienlijke inspanningen van het land om onderdak en humanitaire goederen te verschaffen, hoofdzakelijk met steun van de EU; is verheugd over de goedkeuring door Servië van de nieuwe asielwet, de wet inzake buitenlanders en de wet inzake grenscontroles; spoort Servië aan zijn visumbeleid geleidelijk in overeenstemming te brengen met dat van de EU; stelt met bezorgdheid vast dat het niet‑afgestemde visumbeleid van Servië een mogelijkheid heeft geboden voor illegale migratie en smokkel naar EU‑landen, evenals naar buurlanden die geen lid van de EU zijn; spoort Servië aan te voorzien in een terugkeermechanisme voor irreguliere migranten die in overeenstemming is met het EU-acquis en zijn capaciteit om te voorzien in de behoeften van niet‑begeleide minderjarigen verder te verbeteren; verzoekt Servië een haalbare oplossing te vinden voor vluchtelingen uit buurlanden, ook wat betreft hun behoefte aan huisvesting en toegang tot werk en onderwijs;

Rechtsstaat

9.  spoort Servië aan om zijn hervormingsinspanningen op het gebied van de rechtsstaat op te voeren, en in het bijzonder de onafhankelijkheid en de algehele doeltreffendheid van het rechtsstelsel te waarborgen; onderstreept dat bijzondere nadruk moet worden gelegd op het doorvoeren van doeltreffende hervormingen op dit gebied; merkt op dat weliswaar enige vooruitgang is geboekt bij het inhalen van de achterstand op het gebied van oude handhavingszaken en bij het nemen van maatregelen om de gerechtelijke praktijk te harmoniseren, maar dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Servië niet volledig gewaarborgd is en dat de ruimte voor politieke beïnvloeding van de rechterlijke macht een punt van zorg blijft; roept Servië op om de verantwoordingsplicht, de onpartijdigheid, het professionalisme, en de algehele doeltreffendheid van de rechterlijke macht te versterken, en een systeem voor gratis rechtshulp in te stellen dat een breed scala waarborgt aan verleners van gratis rechtshulp; wenst dat uitvoering wordt gegeven aan alle uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

10.  herhaalt hoe belangrijk het is dat de strijd tegen corruptie wordt opgevoerd en dringt er bij Servië op aan dat het zich duidelijk engageert om dit probleem aan te pakken; is verheugd over de tenuitvoerlegging van de wet inzake de organisatie en rechtsbevoegdheid van overheidsinstanties bij de bestrijding van georganiseerde misdaad, terrorisme en corruptie; is verheugd over de aanneming van de wijzigingen van het hoofdstuk over economische misdrijven in het nationale wetboek van strafrecht en moedigt Servië aan om deze volledig ten uitvoer te leggen, met inbegrip van de wijziging betreffende ambtsmisbruik, om elke vorm van misbruik te voorkomen; verzoekt om de verdere uitvoering van de nationale strategie ter bestrijding van corruptie en het actieplan ter zake; vraagt Servië opnieuw om snel een nieuwe wet over het nationale agentschap voor corruptiebestrijding aan te nemen met het oog op een betere planning, coördinatie en monitoring van de implementatie van nieuwe en bestaande wetgeving en beleidsmaatregelen; benadrukt dat het van wezenlijk belang is dat het agentschap voldoende financiën en personeel krijgt en behoudt om zijn taken op onafhankelijke wijze uit te voeren; benadrukt dat de leden van het agentschap voor corruptiebestrijding moeten worden gekozen in overeenstemming met de beginselen van transparantie en afwezigheid van belangenconflicten of politieke affiliatie; roept de autoriteiten ertoe op om alle vacatures bij het agentschap op te vullen; roept Servië ertoe op om nog betere resultaten te boeken bij het onderzoek naar en vervolgingen en definitieve veroordelingen in corruptiezaken op hoog niveau en om regelmatig statistieken te publiceren over de resultaten van onderzoeken in alle gevallen van vermeende corruptie van ambtenaren;

11.  verzoekt de Servische autoriteiten om de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) uit te voeren; verzoekt het Servische parlement om in het bijzonder de aanbevelingen met betrekking tot het voorkomen van corruptie en belangenconflicten op te pakken, en om de gedragscode aan te nemen;

12.  erkent dat enige vooruitgang is geboekt bij de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad en is verheugd over de actieve rol die Servië speelt op het gebied van de internationale en regionale politiële en justitiële samenwerking; roept Servië ertoe op verdere inzet te tonen en concrete resultaten te boeken in deze strijd, met name door overtuigende resultaten te boeken bij het onderzoek naar en vervolgingen en veroordelingen in georganiseerde-misdaadzaken, met inbegrip van illegale handel en smokkel van migranten van Servië naar de EU en naar landen buiten de EU, aan de georganiseerde misdaad gerelateerde moorden, cybercriminaliteit, financieringsstromen ter ondersteuning van terroristische activiteiten en witwassen; roept Servië op de volledige tenuitvoerlegging voort te zetten van het actieplan waarover overeenstemming is bereikt met de Financiële-actiegroep (FATF); vestigt de aandacht op het toenemende aantal criminele aanvallen en verzoekt om de oplossing hiervan door volledige samenwerking met de rechterlijke instanties;

Democratie en sociale dialoog

13.  benadrukt dat het Servische parlement nog altijd geen effectief toezicht uitoefent op de uitvoerende macht, en dat de transparantie, de inclusiviteit en de kwaliteit van het wetgevingsproces verder moeten worden verbeterd; is verheugd over het feit dat minder vaak gebruik wordt gemaakt van spoedprocedures om wetgeving aan te nemen; benadrukt echter dat het nog altijd frequente gebruik van spoedprocedures het parlementair en openbaar toezicht schaadt; benadrukt dat geen acties moeten worden ondernomen die de mogelijkheid van het Servische parlement om effectief debat te voeren over en toezicht te houden op wetgeving, beperken; benadrukt het belang van het werk van de oppositie in een democratie en onderstreept dat oppositiepolitici niet het slachtoffer moeten worden van laster en smaad; speekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat sommige politici het publieke debat gebruiken om radicalisme aan te wakkeren; verzoekt om aanvullende maatregelen om de partijoverstijgende dialoog en effectieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld te waarborgen; roept het Servische parlement op om de praktijk van obstructie te beoordelen en te onderzoeken of deze het democratische debat verstikt; is verheugd over de voortdurende inspanningen van het Servische parlement om de transparantie te verbeteren door middel van debatten over de onderhandelingsposities van Servië over EU-toetredingshoofdstukken, en uitwisselingen met het hoofdonderhandelingsteam en met de Nationale Conventie voor de Europese Unie; benadrukt dat de rol van onafhankelijke toezichthoudende instanties, waaronder de nationale ombudspersoon, het agentschap voor corruptiebestrijding, de nationale rekenkamer en de commissaris voor informatie van openbaar belang en de bescherming van persoonsgegevens, volledig moet worden erkend en ondersteund; verzoekt het Servische parlement deel te nemen aan de uitvoering van bevindingen en aanbevelingen van onafhankelijke toezichthoudende instanties, in het bijzonder die van de ombudspersoon; herinnert eraan dat de sociale dialoog een van de pijlers van het Europese sociale model is en dat regelmatig overleg tussen de regering en de sociale partners uiterst belangrijk is om sociale spanningen en conflicten te voorkomen; benadrukt dat het cruciaal is dat de sociale dialoog verder gaat dan de uitwisseling van informatie en dat belanghebbende partijen moeten worden geraadpleegd over belangrijke wetten voordat de parlementaire procedure hiervoor van start gaat;

14.  is verheugd over de presentatie van het ontwerp van grondwettelijke hervorming van de nationale rechterlijke macht dat voor advies bij de Commissie van Venetië is ingediend; benadrukt het belang van de volledige tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de Commissie van Venetië; moedigt de Servische autoriteiten aan om op constructieve wijze een inclusief en betekenisvol publiek debat aan te gaan om het bewustzijn van het proces van de grondwetshervorming in het land te vergroten; roept op tot een brede publieke raadpleging voordat het uiteindelijke ontwerp bij het Servische parlement wordt ingediend;

15.  is verheugd over de vooruitgang die Servië heeft geboekt bij de hervorming van de overheid, met name door de aanneming van een aantal nieuwe wetten over salarissen in de publieke sector en arbeidsverhoudingen, over lokaal bestuur en salarissen in de autonome provincies, en over de nationale opleidingsacademie; benadrukt dat politieke beïnvloeding bij de benoeming van hoger leidinggevend personeel een punt van zorg blijft; verzoekt Servië de wetgeving voor het ambtenarenapparaat te wijzigen om de neutraliteit van het openbaar bestuur te garanderen; merkt op dat de versterking van de administratieve capaciteiten op alle niveaus van belang is voor de succesvolle uitvoering van de belangrijke hervormingen; is verheugd over de oprichting van een ministerie voor Europese Integratie, dat de structuren omvat van het voormalige Servische bureau voor Europese Integratie, dat politieke sturing blijft geven voor Europese integratie;

Mensenrechten

16.  onderstreept dat er een wetgevings- en institutioneel kader bestaat voor de eerbiediging van de mensenrechten; benadrukt dat een consistente en doeltreffende implementatie in het hele land vereist is; verzoekt Servië de nieuwe wet inzake gegevensbescherming goed te keuren en te waarborgen dat deze volledig in overeenstemming is met de EU‑normen en beste praktijken; merkt op dat verdere gestage inspanningen noodzakelijk zijn voor het verbeteren van de situatie van personen die tot kwetsbare groepen behoren, waaronder kinderen, personen met een handicap, personen met hiv/aids en LGBTI-personen; veroordeelt de steeds weer voorkomende haatmisdrijven tegen Roma en LGBTI-personen; roept Servië ertoe op een actieve houding aan te nemen bij onderzoek naar en vervolging en veroordeling bij door haat ingegeven misdaden; roept de Servische autoriteiten op een klimaat van verdraagzaamheid te bevorderen en alle vormen van haatzaaiende taal, de openlijke goedkeuring en ontkenning van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te veroordelen;

17.  verzoekt Servië de rol en capaciteiten van zijn autoriteiten te versterken met het oog op de bescherming van kwetsbare groepen, waaronder vrouwen, kinderen en personen met een handicap, en een betere samenwerking tot stand te brengen tussen de politie, openbaar aanklagers en sociale diensten in dit verband; is verheugd over de ratificatie van het Verdrag van Istanbul en de recente ontwikkelingen betreffende maatregelen voor de bescherming van kinderen tegen geweld, waaronder de aankondiging van de regering dat zij een ombudspersoon voor kinderen zal instellen, en verzoekt de autoriteiten toezicht te houden op de uitwerking van de wetgeving en andere maatregelen; onderstreept dat er nog altijd tekortkomingen bestaan bij de handhaving van de mensenrechten van personen met een handicap, en dringt er bij de regering op aan een nationale strategie inzake personen met een handicap aan te nemen;

18.  moedigt de Servische autoriteiten sterk aan zich meer in te spannen om de situatie omtrent de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media te verbeteren; is verheugd over de oprichting van de nieuwe werkgroep voor de ontwikkeling van de ontwerpstrategie voor de media; benadrukt dat bedreigingen en geweld tegen en intimidatie van journalisten en in verband met uitingen in de media, onder meer door administratieve pesterijen en intimidatie door rechterlijke procedures, een punt van zorg blijven; verzoekt ambtenaren elke vorm van intimidatie van journalisten consequent openbaar te veroordelen en af te zien van inmenging in de activiteiten van de media en journalisten, ook in het kader van verkiezingen; merkt in dit verband op dat hoewel een aantal zaken is opgelost en in enkele gevallen strafrechtelijke vervolging is ingesteld, verdachten nog altijd zelden worden veroordeeld; is verheugd over de inspanningen van de permanente werkgroep die werd opgericht bij de overeenkomst inzake de samenwerking en maatregelen voor de verbetering van de veiligheid van journalisten en verzoekt de autoriteiten hun volledige inzet te tonen bij het instellen van een onderzoek en vervolging bij elke zaak die verband houdt met aanvallen op journalisten en uitingen in de media; roept op tot de volledige tenuitvoerlegging van mediawetten en de versterking van de onafhankelijkheid van het nationaal regelgevend orgaan voor Elektronische Media; is verheugd over de hernieuwde inspanningen om een mediastrategie aan te nemen om een pluralistische mediaomgeving tot stand te brengen, en benadrukt in dit verband het belang van een transparante en inclusieve raadpleging van de belanghebbenden; benadrukt dat volledige transparantie over de eigendomsstructuur en financiering van de media noodzakelijk is; verzoekt om de goedkeuring van beleid ter bescherming van de media en programma's in de talen van in Servië woonachtige nationale minderheden;

19.  verzoekt de Servische autoriteiten de samenwerking met organisaties uit het maatschappelijk middenveld te verbeteren, met inbegrip van vrouwenorganisaties en mensenrechtengroepen, wier rol belangrijk is voor een goed functionerende democratie; veroordeelt de negatieve campagnes en beperkingen gericht tegen bepaalde organisaties uit het maatschappelijk middenveld; verzoekt om de goedkeuring van een nationale strategie en hieraan gerelateerd actieplan voor de regulering van het klimaat waarin organisaties uit het maatschappelijk middenveld werkzaam zijn; is van mening dat verdere inspanningen nodig zijn om te zorgen voor een systematische samenwerking tussen de regering en het maatschappelijk middenveld en vraagt om meer aandacht bij het opstellen en uitvoeren van wetgeving op gebieden die gevolgen hebben voor het maatschappelijk middenveld;

20.  merkt enige vooruitgang op wat betreft de onwettige vernieling van particulier eigendom en de ontneming van bewegingsvrijheid in de wijk Savamala in Belgrado in april 2016; dringt aan op een oplossing voor deze zaak en op volledige samenwerking met de rechterlijke instanties in de onderzoeken om de daders voor de rechter te brengen;

Eerbiediging en bescherming van minderheden

21.  is verheugd over de goedkeuring van een actieplan ter verwezenlijking van de rechten van nationale minderheden en de goedkeuring van een decreet inzake de oprichting van een fonds voor nationale minderheden; verzoekt de Servische regering om alle internationale verdragen inzake minderheidsrechten volledig toe te passen; benadrukt dat de vooruitgang ten aanzien van de waarborging van de rechten van nationale minderheden niet bevredigend is en roept op tot de volledige tenuitvoerlegging van het actieplan en tot betere samenwerking met en deelname van belanghebbenden, met inbegrip van buurlanden voor vervoers- en communicatiebehoeften; merkt op dat het fonds voor nationale minderheden functioneert en dat de financiering ervan is verhoogd; is verheugd over de goedkeuring van cruciale wetten inzake het kader voor de rechten van minderheden; herhaalt zijn oproep aan Servië om ervoor te zorgen dat de wetgeving inzake de bescherming van minderheden consequent wordt toegepast, onder meer met betrekking tot onderwijs en cultuur, het gebruik van minderheidstalen, vertegenwoordiging in het openbaar bestuur en de rechterlijke macht en de continue toegang tot de media en religieuze diensten in minderheidstalen; erkent de actieve deelname van de nationale minderheden van het land aan verkiezingscycli en verzoekt om de aanneming van beleid om een eerlijke politieke vertegenwoordiging van nationale minderheden in de Servische nationale vergadering te waarborgen; verzoekt om de volledige uitvoering van het recht op tijdige geboorteregistratie; benadrukt dat de bevordering en bescherming van de mensenrechten, waaronder de rechten van nationale minderheden, een voorwaarde is voor toetreding tot de EU;

22.  merkt op dat de culturele diversiteit van de provincie Vojvodina bijdraagt aan de Servische identiteit; benadrukt dat de autonomie van Vojvodina moet worden behouden en dat de wet inzake de financiële middelen van Vojvodina onverwijld moet worden aangenomen, zoals de grondwet bepaalt;

23.  is verheugd over de goedkeuring van de nieuwe strategie voor sociale inclusie van de Roma voor de periode 2016‑2025, samen met een actieplan dat betrekking heeft op onderwijs, gezondheid, huisvesting en arbeid; is verheugd over het feit dat in de strategie wordt erkend dat Romavrouwen te maken krijgen met bijzondere discriminatie; dringt er bij Servië op aan duidelijke doelstellingen en indicatoren vast te stellen voor de monitoring van de uitvoering van de nieuwe strategie; is bezorgd over het hoge percentage Romameisjes dat voortijdig stopt met school; merkt op dat de meeste Roma lijden onder sociale uitsluiting en te maken krijgen met systematische schendingen van hun rechten; roept op tot de volledige tenuitvoerlegging van de nieuwe strategie voor inclusie van de Roma en het actieplan; benadrukt het belang van het opstellen van beleid ter bestrijding van discriminatie van Roma en zigeunerhaat; pleit ervoor dat een betekenisvolle publieke en politieke participatie van Roma mogelijk wordt gemaakt op alle niveaus;

Regionale samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap

24.  is erover verheugd dat Servië zich blijft inzetten voor constructieve bilaterale betrekkingen met andere uitbreidingslanden en aangrenzende lidstaten; is verheugd over het feit dat Servië nog altijd betrokken is bij een aantal initiatieven voor regionale samenwerking zoals het Zuidoost-Europese samenwerkingsproces, de Raad voor regionale samenwerking, de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (CEFTA), het Adriatisch-Ionische initiatief, de macroregionale strategieën van de EU voor de Donauregio (EUSDR), de EU-strategie voor de Adriatische en Ionische regio (EUSAIR), het proces van Brdo-Brijuni, het initiatief "de Zes van de Westelijke Balkan" en de bijbehorende agenda voor connectiviteit, en het proces van Berlijn; is verheugd over de tot dusver geboekte resultaten van het initiatief "de Zes van de Westelijke Balkan" en verzoekt om de verdere ontwikkeling van de regionale economische ruimte (REA); verzoekt Servië opnieuw om uitvoering te geven aan de hervormingsmaatregelen voor connectiviteit die met de agenda voor connectiviteit verbonden zijn; is verheugd over de inspanningen van Servië om prioriteit te verlenen aan investeringen in infrastructuur en onderstreept het belang van een betere connectiviteit in de regio; merkt op dat meer inspanningen moeten worden verricht voor de economische en sociale ontwikkeling van de grensregio's teneinde ontvolking te voorkomen; ondersteunt het voorstel om de roamingkosten in de Westelijke Balkan te verminderen; benadrukt dat onopgeloste bilaterale geschillen geen schadelijke gevolgen mogen hebben voor het toetredingsproces; staat pal achter de toezegging van de partners van de Westelijke Balkan dat zij de goede nabuurschapsbetrekkingen, de regionale stabiliteit en de onderlinge samenwerking zullen versterken; herinnert eraan dat de EU vastbesloten is haar betrokkenheid te versterken en te intensiveren om de omvorming in de regio te ondersteunen;

25.  is ingenomen met de goedkeuring van een nationale strategie voor onderzoek naar en vervolging van oorlogsmisdaden; neemt nota van de goedkeuring van een vervolgingsstrategie voor onderzoek naar en vervolging van oorlogsmisdaden en dringt er bij Servië op aan alle voorziene activiteiten uit te voeren; is verheugd over de benoeming in mei 2017 van een nieuwe openbare aanklager voor oorlogsmisdaden; herhaalt zijn oproep tot de tenuitvoerlegging van deze strategie, in het bijzonder door het indienen van aanklachten, en tot de goedkeuring van een operationele vervolgingsstrategie; verzoekt Servië om doeltreffend onderzoek te doen in alle zaken met betrekking tot oorlogsmisdaden, in het bijzonder de geruchtmakende zaken, en samen te werken met zijn regionale partners in deze zaken; verzoekt de Commissie en de lidstaten zich verder in te spannen om deze kwesties op te lossen bij de onderhandelingen tussen de EU en Servië; verzoekt de autoriteiten het probleem betreffende personen die tijdens de oorlogen van de jaren 90 vermist raakten, verder aan te pakken; roept Servië op om opnieuw volledig samen te werken met het bestaande mechanisme voor de uitoefening van de residuele functies van de internationale straftribunalen; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan zich te blijven inzetten voor de opheldering van het lot van vermiste personen, door onder meer de staatsarchieven die verband houden met de oorlogsperiode te openen; dringt er bij Servië op aan een regeling te ontwikkelen voor herstelbetalingen aan slachtoffers en hun families; spreekt nogmaals zijn steun uit voor het initiatief tot oprichting van de regionale commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië; benadrukt het belang van het werk van het Regionaal Bureau voor samenwerking in jongerenzaken (RYCO) en de lokale afdelingen ervan voor het bevorderen van verzoening onder jongeren; verzoekt om verdere amendementen op de wet inzake restitutie en benadrukt het belang van een niet-discriminatoire behandeling van aanvragers van restitutie ten opzichte van andere begunstigden, met name op het gebied van de registratie van openbare eigendom;

26.  betreurt de herhaalde ontkenning van de genocide van Srebrenica door sommige Servische autoriteiten; herinnert hen eraan dat volledige medewerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië en de opvolger daarvan, het Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen, impliceert dat zij de uitspraken en besluiten ervan ten volle aanvaarden en ten uitvoer leggen; benadrukt dat de erkenning van de genocide van Srebrenica een fundamentele stap is op de weg naar toetreding van Servië tot de Europese Unie;

27.  is verheugd dat Servië betrokken blijft bij het normalisatieproces met Kosovo en dat het zich inzet voor de uitvoering van de overeenkomsten die bereikt zijn in de door de EU gefaciliteerde dialoog; is verheugd over het feit dat Servische president een interne dialoog over Kosovo is gestart; herhaalt zijn verzoek om ernaar te blijven toewerken dat alle reeds bereikte overeenkomsten, waaronder de overeenkomsten over energie, onverkort, te goeder trouw en tijdig worden uitgevoerd, en moedigt beide partijen aan om vastbesloten door te gaan met het normaliseringsproces; benadrukt het belang van de oprichting van een associatie/gemeenschap van gemeenten met een Servische meerderheid; benadrukt dat de werkzaamheden voor een nieuwe fase van de dialoog met het oog op een algehele normalisering van de betrekkingen tussen Servië en Kosovo, die in een juridisch bindende overeenkomst moet worden vastgelegd, moeten worden versneld; herhaalt zijn verzoek aan de EDEO om de prestaties van de partijen bij de naleving van hun verplichtingen te evalueren; veroordeelt ondubbelzinnig de moord op Kosovo-Servisch politicus Oliver Ivanović en benadrukt het feit dat er behoefte is aan echte samenwerking tussen de Kosovaarse en Servische onderzoekers en aan internationale steun, om ervoor te zorgen dat de daders voor de rechter worden gebracht;

28.  neemt nota van het lopende debat en openbare verklaringen over mogelijke aanpassingen van de grens tussen Servië en Kosovo, met inbegrip van de uitwisseling van grondgebied; wijst op de multi-etnische aard van zowel Kosovo als Servië en onderstreept dat etnisch homogene staten niet het doel moeten zijn in de regio; ondersteunt de door de EU gefaciliteerde dialoog als kader om te komen tot een brede normaliseringsovereenkomst tussen Servië en Kosovo; is van mening dat een overeenkomst alleen kan worden geaccepteerd als beide partijen hiermee instemmen, waarbij rekening wordt gehouden met de algehele stabiliteit in de regio en het internationaal recht;

29.  uit zijn zorgen over herhaaldelijke verklaringen van belangrijke politici die vraagtekens plaatsen bij de territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina en veroordeelt alle vormen van nationalistische retoriek die gericht zijn op de aanmoediging van de desintegratie van het land;

Energie en vervoer

30.  vraagt dat Servië volledige uitvoering geeft aan de hervormingsmaatregelen voor connectiviteit in de energiesector; moedigt Servië aan om mededinging op de gasmarkt te ontwikkelen en te voldoen aan de desbetreffende verplichtingen met betrekking tot ontbundelen, waarin is voorzien in het derde energiepakket; verzoekt Servië zijn energiebeleid te ontwikkelen om minder afhankelijk te worden van de invoer van Russisch gas; is verheugd over de inspanningen van het land om investeringen te bevorderen op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie; herinnert eraan dat de wetgeving inzake het efficiënte gebruik van energie niet volledig in overeenstemming is met de desbetreffende EU-richtlijnen; verzoekt Servië zijn energiebronnen te diversifiëren naar andere hernieuwbare bronnen;

31.  verzoekt de Servische regering de nodige maatregelen te nemen om beschermde gebieden te vrijwaren, met name wat betreft de ontwikkeling van waterkrachtcentrales in ecologisch kwetsbare gebieden zoals het Stara Planina-natuurpark; dringt in dit verband aan op grondige milieueffectbeoordelingen op basis van de EU-normen die zijn vastgesteld in de vogel- en habitatrichtlijnen en in de kaderrichtlijn water; spoort de Servische regering aan de transparantie van geplande projecten te verbeteren door middel van inspraak en raadpleging van alle belanghebbenden;

32.  is verheugd over de gezamenlijke verbintenis die op 17 mei 2018 door Servië en Bulgarije is ondertekend, ter gelegenheid van de Westelijke-Balkantop in Sofia, om de gasinterconnector tussen de twee landen te bouwen en over de goedkeuring van het pakket IPA 2018, dat het strategisch belangrijke infrastructuurproject "Nis-Merdare-Pristina highway of peace" omvat, dat zal zorgen voor een betere vervoersverbinding tussen Centraal-Servië en Kosovo en dat van symbolisch belang is voor de betrekkingen in de regio;

33.  is ernstig bezorgd over het alarmerende niveau van luchtverontreiniging in Servië, waardoor volgens de gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie in 2016 ongeveer 6 500 mensen stierven als gevolg van respiratoire aandoeningen; verzoekt de Servische autoriteiten in dit opzicht de noodzakelijke kortetermijnmaatregelen aan te nemen om deze situatie te verhelpen en het vervoers- en mobiliteitsbeleid in de grote steden op de middellange en lange termijn doeltreffend te hervormen;

o
o   o

34.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering en het parlement van Servië.

(1) PB L 80 van 19.3.2008, blz. 46.
(2) PB C 331 van 18.9.2018, blz. 71.

Laatst bijgewerkt op: 30 november 2018Juridische mededeling