Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2149(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0332/2018

Ingediende teksten :

A8-0332/2018

Debatten :

PV 28/11/2018 - 23
CRE 28/11/2018 - 23

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0479

Aangenomen teksten
PDF 204kWORD 60k
Donderdag 29 november 2018 - Brussel Voorlopige uitgave
Verslag 2018 over Kosovo
P8_TA-PROV(2018)0479A8-0332/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 29 november 2018 over het Commissieverslag 2018 over Kosovo (2018/2149(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 in Thessaloniki over het vooruitzicht van de landen van de Westelijke Balkan op toetreding tot de Europese Unie,

–  gezien de verklaring van Sofia van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de hieraan gehechte prioriteitenagenda van Sofia,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Kosovo, die van kracht is sinds 1 april 2006,

–  gezien de Europese hervormingsagenda voor Kosovo, die gestart is op 11 november 2016 in Pristina,

–  gezien de kaderovereenkomst met Kosovo inzake deelname aan programma's van de Unie, die van kracht is sinds 1 augustus 2017,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 februari 2018 getiteld "Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan" (COM(2018)0065),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 17 april 2018 inzake het uitbreidingsbeleid van de EU (COM(2018)0450) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie, het verslag 2018 over Albanië (SWD(2018)0156),

–  gezien het eerste akkoord over beginselen betreffende de normalisering van de betrekkingen tussen de regeringen van Servië en Kosovo van 19 april 2013 en andere akkoorden van Brussel in het kader van de door de EU gefaciliteerde dialoog ter normalisering van de betrekkingen, inclusief het protocol inzake geïntegreerd grensbeheer (Integrated Border Management, IBM), het juridisch kader inzake de associatie/gemeenschap van gemeenten met een Servische meerderheid en de akkoorden over de brug van Mitrovica en over energie,

–  gezien de integratie van Kosovo-Servische rechters, openbaar aanklagers en administratief personeel in het Kosovaarse gerechtelijke apparaat, overeenkomstig de in februari 2015 bereikte overeenkomst inzake justitie,

–  gezien Besluit (GBVB) 2018/856 van de Raad van 8 juni 2018 tot wijziging van Gemeenschappelijk Optreden 2008/124/GBVB inzake de rechtsstaatmissie van de Europese Unie in Kosovo (EULEX KOSOVO)(1), waarin tevens de duur van de missie verlengd is tot 14 juni 2020,

–  gezien het jaarverslag 2017 over de in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) uitgevoerde missies en operaties en het voortgangsverslag 2017 over het EULEX Compact,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN over de lopende activiteiten van de VN-missie voor interim-bestuur in Kosovo (UNMIK), met inbegrip van het meest recente verslag van 1 mei 2018, en het verslag over de activiteiten van de strijdkrachten in Kosovo (KFOR) van 7 februari 2018,

–  gezien de beoordeling door de Commissie van 17 april 2018 van het economische hervormingsprogramma van Kosovo voor de periode 2018-2020 (SWD(2018)0133) en de op 25 mei 2018 aangenomen gezamenlijke conclusies van de economische en financiële dialoog tussen de Raad (Ecofin) en de landen van de Westelijke Balkan en Turkije,

–  gezien de eindverslagen van de EU-verkiezingswaarnemingsmissie van 11 juni 2017 over de parlementsverkiezingen in Kosovo en van 22 oktober 2017 over de burgemeesters- en gemeenteraadsverkiezingen in Kosovo,

–  gezien de 4e bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité (SAPC) EU-Kosovo, gehouden in Straatsburg op 17-18 januari 2018,

–  gezien het voorstel van de Commissie van 4 mei 2016 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (Kosovo)(COM(2016)0277) en het vierde verslag van de Commissie over de vooruitgang van Kosovo met de uitvoering van de vereisten van het stappenplan voor visumliberalisering (COM(2016)0276),

–  gezien de ratificatie van de overeenkomst inzake grensafbakening tussen Kosovo en Montenegro door de parlementen van Montenegro en Kosovo,

–  gezien resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad, het advies van het Internationaal Gerechtshof van 22 juli 2010 over de vraag of de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in overeenstemming is met het internationaal recht, en resolutie 64/298 van de Algemene Vergadering van de VN van 9 september 2010, waarin kennis werd genomen van het advies van het Internationaal Gerechtshof en de bereidheid van de EU werd verwelkomd om een dialoog tussen Servië en Kosovo te faciliteren,

–  gezien het resultaat van het in 2017 door de Commissie, de Wereldbank en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties verrichte onderzoek naar gemarginaliseerde Roma in de Westelijke Balkan,

–  gezien het gezamenlijke werkdocument van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 21 september 2015 getiteld "Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen: het leven van meisjes en vrouwen via de externe betrekkingen van de EU veranderen (2016‑2020)" (SWD(2015)0182),

–  gezien zijn eerdere resoluties over Kosovo,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8-0332/2018),

A.  overwegende dat verdere aanzienlijke inspanningen, op basis van een constructieve dialoog tussen de politieke krachten en met de buurlanden, nodig zijn om zich voor te bereiden op de uitdagingen van het EU-lidmaatschap;

B.  overwegende dat elk uitbreidingsland afzonderlijk wordt beoordeeld op zijn eigen verdiensten en dat de snelheid en kwaliteit van de hervormingen het tijdspad voor de toetreding bepalen;

C.  overwegende dat 114 landen de onafhankelijkheid van Kosovo hebben erkend, waaronder 23 van de 28 EU-lidstaten;

D.  overwegende dat de EU meermaals haar bereidheid heeft getoond om de economische en politieke ontwikkeling van Kosovo via een duidelijk Europees perspectief te steunen, terwijl Kosovo ambitie heeft getoond op zijn pad naar Europees lidmaatschap;

E.  overwegende dat Kosovo door de aanhoudende polarisatie tussen zijn politieke partijen beperkte vooruitgang laat zien op het gebied van EU-gerelateerde hervormingen, die van essentieel belang zijn om verdere vooruitgang te boeken in het proces van toetreding tot de EU;

F.  overwegende dat de bloeiende informele economie in Kosovo de algemene ontwikkeling van een levensvatbare economie in het land in de weg staat;

G.  overwegende dat de gespecialiseerde kamers en het gespecialiseerd openbaar ministerie van Kosovo in Den Haag volledig gerechtelijk operationeel zijn sinds 5 juli 2017;

H.  overwegende dat de Raad op 8 juni 2018 heeft besloten het mandaat van de EU-rechtsstaatmissie in Kosovo (EULEX) te heroriënteren en te verlengen en een einde te maken aan het gerechtelijke uitvoerende deel van het mandaat van de missie; overwegende dat de nieuwe einddatum van het mandaat is vastgesteld op 14 juni 2020;

I.  overwegende dat Kosovo het enige overblijvende land in de Westelijke Balkan is waarvan de burgers een visum nodig hebben om naar het Schengengebied te reizen;

1.  is ingenomen met de belangrijke stukken wetgeving die zijn aangenomen in het kader van de Europese hervormingsagenda en roept op tot volledige uitvoering ervan; is van mening dat er een partij-overschrijdende consensus moet worden bereikt om belangrijke EU-gerelateerde hervormingen goed te keuren; kijkt uit naar de vaststelling van een nieuwe Europese hervormingsagenda in 2019;

2.  wijst echter op de trage tenuitvoerlegging van fundamentele hervormingen, als gevolg van een gebrek aan consensus tussen alle partijen en een voortdurende politieke polarisatie; merkt op dat dit negatieve gevolgen heeft gehad voor het vermogen van het parlement en de regering om duurzame en blijvende hervormingen te realiseren; veroordeelt het belemmerende gedrag van een aantal parlementsleden; roept alle politieke partijen op een inclusieve politieke dialoog tot stand te brengen; benadrukt het feit dat het effectieve toezicht van het parlement op de uitvoerende macht en de transparantie en kwaliteit van de wetgeving moeten worden verbeterd, mede door te zorgen voor actieve en constructieve participatie en door het gebruik van spoedprocedures voor de goedkeuring van wetten te beperken; moedigt consensus aan over hervormingen in verband met toetreding tot de EU;

3.  is tevreden met het feit dat enige vooruitgang is geboekt met betrekking tot de overheid, maar benadrukt het feit dat verdere hervormingen nodig zijn; dringt er met name op aan dat de overheidsadministratie wordt gedepolitiseerd en geherstructureerd;

4.  is verheugd over de langverwachte ratificering van de overeenkomst van augustus 2015 inzake grensafbakening met Montenegro in maart 2018, die een stap vooruit is in de richting van goede betrekkingen met de buurlanden; onderstreept het feit dat deze stap belangrijk is voor visumliberalisering;

5.  dringt er bij de autoriteiten van Kosovo op aan de eerder vastgestelde electorale tekortkomingen, inclusief het gebrek aan transparantie en verantwoording bij de financiering van politieke partijen en campagnes en aantijgingen van wijd verspreide intimidatie van kiezers, met name in veel Kosovo-Servische gemeenschappen, grondig aan te pakken door tijdig wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen om tegemoet te komen aan de nog niet opgevolgde aanbevelingen van de door de EU en het Europees Parlement georganiseerde waarnemingsmissies en van de Commissie van Venetië, en zulks ruim vóór de volgende verkiezingsronde, om volledig te voldoen aan de internationale normen; is ingenomen met de vooruitgang die in de organisatie van de verkiezingen is geboekt met betrekking tot gendergelijkheid en roept Kosovo ertoe op zijn inspanningen nog te intensiveren om de politieke participatie van vrouwen te vergroten en het algemene rechtskader te versterken;

6.  spreekt zijn bezorgdheid uit over Kosovo's ondergefinancierde gerechtelijk apparaat, wijdverbreide corruptie, elementen van gijzeling van de overheid, ongepaste politieke beïnvloeding en kwesties in verband met een gebrek aan eerbiediging van eerlijke processen en een behoorlijke rechtsgang, inclusief bij uitlevering; onderstreept het belang van hervormingsprocessen op het gebied van de rechtsstaat, met bijzondere aandacht voor onafhankelijkheid en efficiëntie en het feit dat de bescherming van getuigen verder moet worden versterkt;

7.  benadrukt het feit dat een representatief gerechtelijk apparaat en een uniforme toepassing van de wet van Kosovo noodzakelijke voorwaarden zijn voor het aanpakken van een inconsistente, trage en inefficiënte rechtsbedeling; is tevreden met de integratie van Kosovo-Servische rechters, openbaar aanklagers en administratief personeel in het Kosovaarse gerechtelijk apparaat, overeenkomstig de overeenkomst inzake justitie van 2015 tussen Servië en Kosovo; is van mening dat de rechterlijke macht nog steeds kwetsbaar is voor ongepaste politieke beïnvloeding en dat bijkomende inspanningen nodig zijn om capaciteit op te bouwen en de tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van rechters en aanklagers te waarborgen, onder meer door een grondige functionele gerechtelijke doorlichting voor alle rechters, aanklagers, hoge politieambtenaren en strafonderzoekers; is verheugd over de oprichting in november 2017 van de Regeringscommissie voor erkenning en controle van de status van slachtoffers van seksueel geweld tijdens het conflict in Kosovo;

8.  merkt op dat corruptie en georganiseerde misdaad, waaronder drugs- en mensenhandel en cybercriminaliteit, nog steeds zorgwekkend zijn en gecoördineerde inspanningen vereisen; is ingenomen met de eerste vooruitgang die is geboekt bij de verbetering van de prestaties op het gebied van het onderzoek naar en de vervolging van corruptie op hoog niveau en in zaken in verband met georganiseerde misdaad; verwacht beslissende en blijvende inspanningen overeenkomstig de verplichtingen van het toetredingsproces tot de EU; is verheugd over de voortdurende inspanningen van de ombudsman ter versterking van zijn capaciteit om gevallen te onderzoeken;

9.  vraagt de totstandbrenging van een verbeterd juridisch kader en een grotere efficiëntie en capaciteit op het gebied van vervolging, om een alomvattende aanpak mogelijk te maken van onderzoek en vervolging, dat moet worden verwezenlijkt door de bevriezing, confiscatie en ontneming van vermogensbestanddelen en definitieve veroordelingen in zaken van corruptie op hoog niveau, georganiseerde en financiële misdaad, witwassen van geld en financiering van terrorisme; dringt aan op waarborgen om de onafhankelijkheid te garanderen van rechtshandhaving en vervolging en op preventieve maatregelen ter bestrijding van corruptie in diverse sectoren; acht bijkomende maatregelen nodig om te zorgen voor een betere samenwerking en coördinatie tussen wetshandhavingsinstanties en om de onafhankelijkheid en aflegging van verantwoording door de rechterlijke macht te vergroten; roept Kosovo ertoe zich te houden aan de internationale procedures en regels voor de uitlevering van buitenlanders door de nodige maatregelen in te voeren ter voorkoming van gevallen zoals dat van de zes Turkse onderdanen die eind maart 2018 vanuit Kosovo naar Turkije werden gedeporteerd; is in dit verband verheugd over het besluit van het Kosovaarse parlement om een enquêtecommissie op te richten om dit geval te onderzoeken;

10.  dringt aan op werkelijke en constructieve justitiële en politiële samenwerking tussen Kosovo en de Servische autoriteiten; is van mening dat lidmaatschap van Kosovo van Interpol en intensievere samenwerking met Europol de doeltreffendheid van de maatregelen tegen transnationale misdaad zou vergroten; moedigt intussen verdere samenwerking aan in de strijd tegen terrorisme;

11.  acht het van essentieel belang om op tijdige en alomvattende wijze de aanbevelingen ten uitvoer te leggen van de ombudspersoon, de auditeur-generaal, het anti-corruptieagentschap en de regelgevende commissie voor het plaatsen van overheidsopdrachten van Kosovo; benadrukt het feit dat de tekortkomingen in het systeem voor overheidsopdrachten moeten worden geremedieerd en dat de interinstitutionele samenwerking en de uitwisseling van informatie moeten worden verbeterd; beveelt ten stelligste aan de monitoring-, evaluatie- en auditcapaciteiten te vergroten en een strategie voor fraudebestrijding vast te stellen en ten uitvoer te leggen om de financiële belangen van Kosovo en de EU te beschermen;

12.  is ingenomen met de op 18 juli 2018 gepubliceerde bevestiging van de Commissie dat aan de benchmarks voor visumliberalisatie is voldaan; acht het van essentieel belang om Kosovo zonder onnodige vertraging afschaffing van de visumplicht te verlenen; is van mening dat afschaffing van de visumplicht de stabiliteit zal verbeteren en Kosovo dichter bij de EU zal brengen door reizen en zakendoen gemakkelijker te maken, en tegelijk bij te dragen aan de bestrijding van mensensmokkel en corruptie; roept de Raad ertoe op snel zijn mandaat aan te nemen om stappen te zetten in de richting van de goedkeuring van een regeling van visumvrijheid;

13.  merkt op dat naast de vooruitgang die geboekt is om te voldoen aan de vereisten voor visumliberalisering, voort inspanningen moeten worden geleverd in de strijd tegen georganiseerde misdaad, drugshandel, mensensmokkel en corruptie, samen met concrete inspanningen om irreguliere migratiestromen te beheren en het aantal ongegronde asielaanvragen terug te dringen;

14.  neemt met voldoening kennis van de aanzienlijke vermindering van het aantal asielaanvragen en overnamen van burgers van Kosovo, en van het aantal aanvragen voor overnameovereenkomsten; neemt met voldoening kennis van de nieuwe strategie voor re-integratie en vraagt dat deze volledig ten uitvoer wordt gelegd;

15.  prijst de inspanningen van Kosovo om de uitstroom van buitenlandse strijders, die bijna uitsluitend bestaat uit jihadisten, te stelpen en terroristische dreigingen aan te pakken; roept op tot actieve regionale samenwerking bij het bestrijden van potentiële terroristische activiteiten en het onderbreken van financiële stromen die bestemd zijn voor de financiering van terrorisme; dringt er bij Kosovo op aan radicalisering via internet en externe extremistische invloeden aan te pakken; onderstreept het feit dat de preventie van terrorisme en de vervolging van vermoedelijke strijders, samen met rehabilitatie, onderwijs en sociale re-integratie van de strijders en hun familie belangrijk zijn; benadrukt het feit dat met name de radicalisering moet worden voorkomen van gevangenen en kwetsbare jongeren en dat actief moet worden gewerkt aan hun deradicalisering;

16.  veroordeelt ondubbelzinnig de moord op Kosovo-Servisch politicus Oliver Ivanović; beschouwt deze moord als een zware slag voor de constructieve en gematigde stemmen in de Servische gemeenschap in Kosovo; benadrukt het feit dat er dringend behoefte is aan echte samenwerking tussen de Kosovaarse en Servische onderzoekers en aan internationale steun, om ervoor te zorgen dat zowel de daders van de moord als degenen die er opdracht toe hebben gegeven, onverwijld voor het gerecht worden gebracht;

17.  betreurt de terughoudendheid om zaken in verband met oorlogsmisdaden te behandelen en benadrukt het belang van duidelijk politiek engagement om deze zaken te vervolgen; dringt er bij de autoriteiten van Kosovo op aan hun sterke en aanhoudende engagement te tonen met betrekking tot hun internationale verplichtingen ten aanzien van de gespecialiseerde kamers en het gespecialiseerd openbaar ministerie van Kosovo in Den Haag; spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de pogingen van leden van het Kosovaarse parlement in december 2017 om de wet op de gespecialiseerde kamers en het gespecialiseerd openbaar ministerie van Kosovo op te heffen; betreurt ten zeerste het feit dat deze pogingen ertoe hebben geleid dat geen gezamenlijke aanbevelingen zijn goedgekeurd als gevolg van het uitstel van de vierde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité EU-Kosovo (SAPC) op 17-18 januari 2018; roept op tot een constructieve aanpak van het SAPC EU-Kosovo en tot intensievere parlementaire samenwerking op dit gebied;

18.  dringt er bij de autoriteiten op aan de wederzijdse juridische samenwerking tussen de openbare ministeries van Kosovo en Servië te intensiveren en de oprichting te ondersteunen van een regionale commissie voor het vaststellen van de feiten met betrekking tot de oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan in het voormalige Joegoslavië tussen 1991 en 2001;

19.  neemt kennis van de belangrijke rol die EULEX speelt bij de versterking van de systemen van de onafhankelijke rechterlijke macht, de politie en de douane; erkent voorts de preventieve en verzoenende rol van EULEX met betrekking tot de vervolging en berechting in zaken in verband met oorlogsmisdaden, corruptie en georganiseerde misdaad, en de aanhoudende inspanningen van de missie voor het identificeren van vermiste personen en het omspitten van begraafplaatsen om zaken volledig op te lossen; beveelt een evaluatie aan van de sterke en zwakke punten van de missie;

20.  herhaalt zijn oproep aan EULEX om zijn doeltreffendheid te vergroten en zich te houden aan de strengste normen inzake transparantie en een nultolerantiebeleid te blijven voeren ten aanzien van corruptie, wanbeheer, wangedrag en politieke druk en inmenging;

21.  onderstreept het feit dat het Kosovaarse parlement onmiddellijk moet worden geïnformeerd over de activiteiten van EULEX en over alle wijzigingen in de juridische status ervan;

22.  neemt kennis van het nieuwe mandaat van EULEX en van de einddatum ervan; benadrukt echter het feit dat het boeken van concrete vooruitgang in Kosovo belangrijker is dan een vast tijdschema;

23.  vraagt dat de handhaving van het kader voor de mensenrechten de hoogste prioriteit krijgt en ondersteund wordt door adequate en toereikende coördinatie en financiering, met name op het gebied van gendergelijkheid, kinder- en arbeidsbescherming, sociale uitsluiting en discriminatie van personen met een handicap en etnische en taalminderheden, alsmede LGBTI's; benadrukt het feit dat het Bureau voor gendergelijkheid en de nationale coördinator voor bescherming tegen huiselijk geweld moeten worden versterkt en dat er meer preventie en handhaving van gerechtigheid tegen verwante misdrijven moet komen; herhaalt het feit dat de ontwerpwet over godsdienstvrijheid moet worden goedgekeurd;

24.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de genderongelijkheid en het gendergerelateerde geweld; dringt er bij Kosovo op aan te zorgen voor een volledige en tijdige uitvoering van de wetgeving inzake gendergelijkheid en antidiscriminatie; spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het gebrek aan vooruitgang bij de uitvoering van de strategie en het actieplan tegen huiselijk geweld en roept de autoriteiten op om meer stringente en doeltreffende maatregelen te nemen om gendergerelateerd geweld te bestrijden, onder meer door een versterking van het Bureau voor gendergelijkheid en de nationale coördinator voor bescherming tegen huiselijk geweld; spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in leidinggevende functies; verzoekt de autoriteiten van Kosovo om de integratie van de genderdimensie als prioriteit aan te pakken, onder meer in de Europese hervormingsagenda en met het maatschappelijk middenveld, inclusief vrouwenorganisaties; moedigt Kosovo ertoe aan voort de kwestie aan te pakken van gerechtigheid en steun voor vrouwen tegen wie seksueel geweld gepleegd is tijdens de oorlog; dringt er bij Kosovo op aan de bepalingen van het Verdrag van Istanbul uit te voeren;

25.  roept het parlement van Kosovo ertoe op rekening te houden met de standpuntnota die gezamenlijk is ondertekend door de EU, UNICEF, de coalitie van ngo's voor de bescherming van kinderen in Kosovo (KOFM) en Save the Children bij de opstelling van de wet op de kinderbescherming;

26.  stelt met bezorgdheid vast dat Kosovo slechts beperkte vooruitgang heeft geboekt op het gebied van de rechten van mensen met een handicap; roept Kosovo ertoe op om non-discriminatie en gelijke kansen voor mensen met een handicap te waarborgen;

27.  verzoekt de autoriteiten van Kosovo prioriteit te geven aan de behandeling van kwesties in verband met minderheden, met inbegrip van hun rechten, zowel wat cultuur als wat taal betreft, en de mogelijkheden die zij krijgen; betreurt het feit dat minderheden, zoals Roma, Ashkali en Balkan-Egyptenaren, nog steeds problemen ondervinden om persoonlijke documenten te verkrijgen, waardoor zij moeilijker toegang krijgen tot het staatsburgerschap, onderwijs, gezondheidszorg en sociale bijstand, en verzoekt de Kosovaarse autoriteiten deze problemen aan te pakken; is verheugd over de bereidheid van de autoriteiten om de rechten van mensen met historische Bulgaarse etniciteit in de regio's Gora en Zhupa te erkennen; is verheugd over de goedkeuring van de nieuwe strategie en het nieuwe actieplan voor de integratie van de Roma- en de Ashkali-gemeenschap in de Kosovaarse samenleving 2017-2021 en vraagt Kosovo een actieve rol te spelen in het kader van de regionale samenwerking met betrekking tot het project voor de integratie van Roma 2020 dat door de Raad voor regionale samenwerking ten uitvoer wordt gelegd;

28.  betreurt de aanhoudende discriminatie van LGBTI's en de toename van haatzaaiende uitlatingen op het internet in verband met het Gay Pride-event in Pristina;

29.  onderstreept het feit dat het nieuwe wetsontwerp inzake de vrijheid van vereniging van ngo's moet worden goedgekeurd; vraagt dat aandachtiger te werk wordt gegaan bij het opstellen en ten uitvoer leggen van wetgeving op gebieden die van invloed zijn op de armslag van het maatschappelijk middenveld, teneinde ervoor te zorgen dat die wetgeving maatschappelijke organisaties geen onevenredige lasten oplegt, dat zij hen niet discrimineert en dat zij de manoeuvreerruimte voor het maatschappelijk middenveld niet beperkt; onderstreept het feit dat voor maatschappelijke organisaties publieke financiering beschikbaar moet zijn;

30.  benadrukt het feit dat de redactionele vrijheid, financiële duurzaamheid en onafhankelijkheid moet worden gegarandeerd van de Kosovaarse openbare omroep en dat moet worden gezorgd voor de transparantie van particuliere media-eigendom overeenkomstig de aanbevelingen van het jaarlijkse verslag van de Commissie; dringt aan op de tenuitvoerlegging van alle wetten die hierop betrekking hebben; vraagt een verbetering van de meertalige omroepdiensten en van de kwaliteit van de informatie die wordt verstrekt aan alle gemeenschappen van Kosovo; spreekt zijn bezorgdheid uit over de toename van het aantal bedreigingen en aanvallen tegen journalisten en dringt er bij de autoriteiten van Kosovo op aan onmiddellijk een onderzoek te voeren en de verantwoordelijken te vervolgen; is ingenomen met de goedkeuring door de regering van Kosovo van het wetsontwerp inzake de bescherming van klokkenluiders;

31.  dringt aan op voortgezette inspanningen om de betrekkingen tussen Servië en Kosovo volledig te normaliseren; is van mening dat volledige normalisering van de betrekkingen met Servië, overeenkomstig een juridisch bindende overeenkomst en de uitvoeringsregelingen hiervan, niet mogelijk zal zijn zonder een volledige toepassing door beide partijen van de bestaande overeenkomsten en een sleutelelement is van het pad van beide partijen naar Europees lidmaatschap;

32.  neemt kennis van het aan de gang zijnde debat en de publieke verklaringen over mogelijke aanpassingen van de grens tussen Servië en Kosovo, met inbegrip van uitwisselingen van stukken grondgebied; benadrukt de multi-etnische aard van zowel Kosovo als Servië en het feit dat etnisch homogene staten niet het doel mogen zijn in de regio; steunt de door de EU gefaciliteerde dialoog als kader voor een alomvattende normalisatieovereenkomst tussen Servië en Kosovo; is van mening dat een overeenkomst alleen aanvaardbaar kan zijn als beide partijen ermee akkoord gaan en als rekening wordt gehouden met de algemene stabiliteit in de regio en met het internationale recht;

33.  merkt op dat vijf EU-lidstaten Kosovo nog niet hebben erkend en verzoekt hen dit te doen; onderstreept dat erkenning de normalisering van de betrekkingen tussen Kosovo en Servië ten goede zou komen;

34.  is van mening dat de dialoog tussen Belgrado en Pristina moet worden gevoerd op open en transparante wijze en dat degenen die er verantwoordelijk voor zijn, regelmatig overleg moeten plegen met het Kosovaarse parlement over de ontwikkelingen ervan;

35.  betreurt het feit dat vele van de tot nu toe ondertekende overeenkomsten niet zijn uitgevoerd of vertraging hebben opgelopen, bijvoorbeeld die inzake energie en de vereniging van gemeenten met een Servische meerderheid; dringt er bij beide partijen op aan om alle overeenkomsten volledig en te goeder trouw uit te voeren; herhaalt zijn verzoek aan de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om een evaluatie uit te voeren van de prestaties van beide partijen met betrekking tot de naleving van hun verplichtingen, teneinde alle uitdagingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging aan te pakken; dringt er bij de regeringen van Servië en Kosovo op aan af te zien van maatregelen die het vertrouwen tussen de partijen kunnen ondermijnen en de constructieve voortzetting van de dialoog in gevaar kunnen brengen;

36.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het toenemend aantal interetnische incidenten; veroordeelt ten stelligste alle daden van intimidatie en geweld; eist dat de autoriteiten van Kosovo zich onmiddellijk van deze handelingen distantiëren en roept ertoe op de daders te identificeren en voor de rechter te brengen; roept de nationale en lokale autoriteiten ertoe op bijkomende inspanningen te leveren om wetten die zijn goedgekeurd met het oog op de verdere ontwikkeling van een multi-etnische samenleving, ten uitvoer te leggen; betreurt de toename van nationalistische en extreme retoriek in de regio en vraagt dat de Commissie verdere ondersteuning biedt voor verzoening door middel van culturele projecten;

37.  dringt nogmaals aan op de onmiddellijke en onbelemmerde opening van de brug van Mitrovica, die een belangrijke stap vormt op weg naar de hereniging van de stad; dringt aan op volledige tenuitvoerlegging van de overeenkomst inzake vrij verkeer; verzoekt de autoriteiten van Servië en Kosovo om interpersoonlijke contacten tussen lokale gemeenschappen te bevorderen, teneinde de dialoog te versterken, ook op niet-gouvernementeel niveau; is in verband hiermee verheugd over het programma voor wederzijdse samenwerking tussen Peja/Sabac en verzoekt de Commissie soortgelijke initiatieven te ondersteunen; is ingenomen met de ontwikkeling van infrastructuurprojecten die meer contacten mogelijk maken, zoals de snelweg Nis-Merdare-Pristina;

38.  is ingenomen met de inspanningen van Kosovo om constructieve betrekkingen te onderhouden met de buurlanden in de hele regio en om zich proactief aan te sluiten bij het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (GBVB), en dringt aan op verdere vooruitgang op dit gebied; is van mening dat Kosovo's lidmaatschap van internationale instanties rechten en verplichtingen met zich mee zou brengen die de toepassing veronderstellen van internationale normen en standaarden; pleit voor een positieve benadering inzake de deelname van Kosovo aan internationale organisaties;

39.  wijst erop dat dringend maatregelen moeten worden vastgesteld en ten uitvoer gelegd om te zorgen voor transparante, concurrerende privatiseringsprocedures en dat vermeende onregelmatigheden dringend moeten worden onderzocht; vindt het zorgwekkend dat de overmakingen van migranten in het buitenland een aanzienlijk aandeel hebben in de binnenlandse vraag; geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, met name tijdens het aanwervingsproces;

40.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de erbarmelijke medische registratieprocedures en de kwaliteit van geneesmiddelen, en over de corruptie in de gezondheidszorg in het algemeen; dringt er bij het Kosovaarse ministerie van Gezondheid op aan sneller inspanningen te leveren om deze misdaden te onderzoeken en de registratie- en kwaliteitsproblemen zo snel mogelijk aan te pakken; pleit voor een alomvattende hervorming van de gezondheidssector, inclusief de tenuitvoerlegging van een universele ziekteverzekering, om te zorgen voor universele toegang tot gezondheidszorg; benadrukt het feit dat het stelsel van openbare gezondheidszorg op adequate wijze moet worden gefinancierd;

41.  verzoekt de Commissie een regionale strategie te ontwikkelen om de aanhoudende jeugdwerkloosheid en braindrain te bestrijden door de discrepantie aan te pakken tussen het onderwijssysteem en de arbeidsmarkt, de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en te zorgen voor adequate financiering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en beroepsopleidingsprogramma's, samen met adequate voorzieningen voor kinderopvang en voorschools onderwijs; betreurt het gebrek aan vooruitgang met betrekking tot het verbeteren van de onderwijskwaliteit; verzoekt de betrokken actoren personen die deel behoren tot minderheidsgroeperingen, te betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen;

42.  dringt er bij Kosovo op aan ten volle gebruik maken van de mogelijkheden die de EU-programma's bieden; is ingenomen met de ondertekening van de overeenkomst over de deelname van Kosovo aan de programma's Erasmus+ en Creatief Europa; verzoekt de autoriteiten van Kosovo en de Commissie om kmo's verder te ondersteunen met het oog op de ontwikkeling van een levensvatbare economie voor Kosovo; steunt het voorstel voor een vermindering van de roamingkosten in de Westelijke Balkan;

43.  vestigt de aandacht op de bijzonder slechte luchtkwaliteit in Pristina en andere zwaar vervuilde steden; dringt aan op doeltreffende systemen voor toezicht op de kwaliteit van lucht en water, een verbetering van de waterzuiveringsinfrastructuur en betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke real-timegegevens over verontreiniging; spreekt zijn bezorgdheid uit over het slechte afvalbeheer, het niet-duurzame storten van afval en de wijdverspreide illegale dumpingpraktijken; dringt er bij de autoriteiten op aan streefcijfers inzake afvalscheiding en recycling vast te stellen, de plaatselijke inzamelings-, verwijderings- en recyclingvoorzieningen te verbeteren en vervuilers aansprakelijk te stellen; verzoekt de VN snel de nodige steun te verlenen aan de slachtoffers van loodvergiftiging in sommige vluchtelingenkampen die in Kosovo zijn opgezet, onder meer via het verwachte trustfonds;

44.  merkt op dat de meeste aanbevelingen met betrekking tot het energiebeleid uit het verslag van vorig jaar niet zijn uitgevoerd; benadrukt het feit dat moet worden afgestapt van het gebruik van bruinkool voor de opwekking van niet-duurzame energie, dat de energiecentrale Kosovo A dringend moet worden ontmanteld en dat dringend moet worden gezorgd voor bijkomende duurzame productie- en invoercapaciteit; merkt gedeeltelijke vooruitgang op met betrekking tot het derde energiepakket en benadrukt het feit dat de onafhankelijkheid moet worden gegarandeerd van de energieregulator van Kosovo; dringt aan op meer inspanningen op het gebied van energie-efficiëntie en energiebesparing, met name in de bouwsector; stelt vast dat de eerste lezing van het wetsontwerp inzake energie-efficiëntie weliswaar is aangenomen, maar dat energie-efficiëntie wordt verhinderd door het gebrek aan vooruitgang met de uitvoering van de energieovereenkomst tussen Kosovo en Servië; verzoekt de autoriteiten het energie-efficiëntiefonds op te richten;

45.  benadrukt het feit dat de geplande waterkrachtcentrales moeten voldoen aan de milieunormen van de EU; is in verband hiermee tevreden met het besluit van de minister van Milieu om de vergunningen die voor waterkrachtprojecten zijn afgegeven, op te schorten en te onderwerpen aan een beoordeling;

46.  betreurt het gebrek aan vooruitgang met betrekking tot het benutten van het potentieel van hernieuwbare energiebronnen; verzoekt de autoriteiten het actieplan voor energiestrategie 2017-2026 aan te nemen voor de realisatie van de verplichte doelstelling voor hernieuwbare energie van 25 % in 2020; dringt er bij de Commissie op aan haar bijstand op dit gebied op te voeren;

47.  dringt er bij de autoriteiten van Kosovo op aan geloofwaardige en duurzame beleidsmaatregelen te nemen op het gebied van openbaar vervoer en mobiliteit, met het oog op het aanpakken van reeds lang bestaande infrastructuurgebreken;

48.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de regering en de Assemblee van Kosovo.

(1) PB L 146 van 11.6.2018, blz. 5.

Laatst bijgewerkt op: 30 november 2018Juridische mededeling