Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2147(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0334/2018

Ingediende teksten :

A8-0334/2018

Debatten :

PV 28/11/2018 - 26
CRE 28/11/2018 - 26

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.16
CRE 29/11/2018 - 8.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0481

Aangenomen teksten
PDF 206kWORD 56k
Donderdag 29 november 2018 - Brussel Voorlopige uitgave
Verslag 2018 over Albanië
P8_TA-PROV(2018)0481A8-0334/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 29 november 2018 over het verslag van de Commissie 2018 over Albanië (2018/2147(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Albanië,

–  gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 en de Agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan,

–  gezien het besluit van de Europese Raad van 26-27 juni 2014 om de status van kandidaat-land voor EU‑lidmaatschap toe te kennen aan Albanië,

–  gezien het besluit van de Raad Algemene Zaken van 26 juni 2018,

–  gezien het besluit van de Europese Raad van 28-29 juni 2018,

–  gezien de aanbevelingen van de Hoge Commissaris inzake de nationale minderheden van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) betreffende het ontwerp van secundaire wetgeving inzake de bescherming van nationale minderheden in Albanië,

–  gezien de verklaring van de top EU‑Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de op deze top vastgestelde prioriteitenagenda van Sofia,

–  gezien de negende bijeenkomst van de Stabilisatie- en Associatieraad EU‑Albanië op 15 november 2017,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 februari 2018 getiteld "Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan" (COM(2018)0065),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 17 april 2018 getiteld "Mededeling over het EU‑uitbreidingsbeleid 2018" (COM(2018)0450) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Verslag 2018 over Albanië" (SWD(2018)0151),

–  gezien de aanbevelingen van de twaalfde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité (SAPC) EU‑Albanië, die op 12-13 februari 2018 werd gehouden in Tirana,

–  gezien het resultaat van het in 2017 door de Commissie ondersteunde en door de Wereldbank en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties verrichte onderzoek naar gemarginaliseerde Roma in de Westelijke Balkan,

–  gezien het gezamenlijke werkdocument getiteld "Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen: Het leven van meisjes en vrouwen veranderen via de externe betrekkingen van de EU 2016‑2020",

–  gezien zijn eerdere resoluties over Albanië,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8‑0334/2018),

A.  overwegende dat de uitbreiding van de EU een strategische investering is in vrede, democratie, welvaart, veiligheid en stabiliteit in Europa;

B.  overwegende dat Albanië gestaag vooruitgang heeft geboekt bij het vervullen van de politieke criteria en de vijf kernprioriteiten voor het openen van toetredingsonderhandelingen, alsook bij de consolidatie van democratische instellingen en praktijken;

C.  overwegende dat de Commissie heeft aanbevolen de toetredingsonderhandelingen met Albanië te openen, gezien de goede vorderingen van het land bij de uitvoering van de vijf kernprioriteiten; overwegende dat de toetredingsonderhandelingen nader toezicht door de EU mogelijk zullen maken en een krachtige katalysator zijn voor de uitvoering van verdere hervormingen en de consolidatie van democratische instellingen en praktijken;

D.  overwegende dat de Europese Raad op 28 juni 2018 de conclusies van de Raad van 26 juni 2018 heeft goedgekeurd, waarmee het pad is ingeslagen dat moet leiden tot de opening van toetredingsonderhandelingen in juni 2019;

E.  overwegende dat er nog altijd uitdagingen bestaan die spoedig en doeltreffend moeten worden aangepakt in een geest van dialoog en samenwerking;

F.  overwegende dat een constructieve dialoog tussen de regering en de oppositie over EU‑gerelateerde hervormingen essentieel blijft om vooruitgang te boeken met de hervormingsagenda in het belang van de burgers en om het land dichter bij de EU te brengen;

G.  overwegende dat er in Albanië een breed draagvlak bestaat voor de toetreding van het land tot de EU;

H.  overwegende dat de rechtsstaat een van de fundamentele waarden is waarop de EU is gegrondvest, en de kern vormt van zowel het uitbreidings- als het stabilisatie- en associatieproces; overwegende dat hervormingen nodig zijn om de belangrijke resterende uitdagingen op dit gebied aan te pakken, met name de zorg voor een onafhankelijke, onpartijdige, controleerbare en doeltreffende justitie, de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad en de bescherming van de grondrechten;

I.  overwegende dat de bescherming van godsdienstvrijheid, cultureel erfgoed en de rechten van minderheden tot de fundamentele waarden van de Europese Unie behoren;

J.  overwegende dat Albanië alle fundamentele verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie heeft geratificeerd, waaronder met name het Verdrag betreffende de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht van 1948 (nr. 87) en het Verdrag betreffende het recht zich te organiseren en collectief te onderhandelen van 1949 (nr. 98);

K.  overwegende dat elk uitbreidingsland afzonderlijk wordt beoordeeld op zijn eigen verdiensten en dat de snelheid en kwaliteit van de hervormingen het tijdspad voor de toetreding bepalen;

L.  overwegende dat regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen van essentieel belang zijn voor de vorderingen van Albanië in het EU‑toetredingsproces;

1.  is ingenomen met de extra inspanningen van Albanië, die leiden tot gestage vooruitgang bij de uitvoering van EU‑gerelateerde hervormingen, met name de algemene hervorming van het rechtsstelsel; roept Albanië op om de hervormingen te consolideren en zich verder voor te bereiden op de verplichtingen van het EU‑lidmaatschap in alle hoofdstukken;

2.  onderschrijft ten volle de aanbeveling van de Commissie om de toetredingsonderhandelingen te openen en zo de hervormingsinspanningen van Albanië te erkennen; neemt kennis van het besluit van de Raad om de toestand in juni 2019 opnieuw te evalueren; is ingenomen met het duidelijke traject dat is uitgezet naar het openen van toetredingsonderhandelingen in 2019 en wijst op het feit dat het voorbereidende screeningproces van start is gegaan; herinnert eraan dat het besluit om de toetredingsonderhandelingen te openen afhankelijk is van verdere vooruitgang in het hervormingsproces; verzoekt de Raad een objectieve en eerlijke beoordeling te geven van de vooruitgang die het land reeds geboekt heeft en tegen het einde van dat jaar de eerste Intergouvernementele Conferentie samen te roepen en spoort Albanië aan de hervormingsdynamiek gaande te houden; meent dat de opening van de onderhandelingen een positieve bijdrage zal leveren aan de versterking van de democratie en de rechtsstaat door het hervormingsproces een extra impuls te geven en het toezicht erop te verbeteren;

3.  verzoekt de Commissie de versterkte benadering toe te passen voor de onderhandelingen over de hoofdstukken 23 (rechterlijke macht en grondrechten) en 24 (justitie, vrijheid en veiligheid);

4.  herinnert aan de noodzaak om de toezichtscapaciteiten van het Albanese parlement, ook ten aanzien van het EU‑toetredingsproces, te versterken; vraagt om efficiënter gebruik te maken van de verschillende controlemechanismen en ‑instellingen, inclusief enquêtecommissies; is verheugd over de vaststelling van de gedragscode van het Albanese parlement, die de integriteit en transparantie van, alsook het publieke vertrouwen in de instelling zal vergroten; beklemtoont dat een handhavingsmechanisme, inclusief sancties, noodzakelijk is om de doelmatigheid van de code te vergroten; wijst op de centrale rol van de Commissie voor integratie in de EU en op de verantwoordelijkheid van de Nationale Raad voor Europese integratie als forum voor overleg over de toetredingsvoorbereidingen; dringt aan op verdere samenwerking met het Albanese parlement in het kader van het EP‑programma voor steun aan de parlementen van de uitbreidingslanden, ter verhoging van de capaciteit van dat parlement om kwalitatieve wetgeving in lijn met het EU‑acquis te produceren en zijn controlefunctie uit te oefenen;

5.  benadrukt dat het belangrijk is de brede bevolking bewust te maken van het EU‑toetredingsproces en de rol die de betrokken Europese en Albanese instellingen daarbij op zich nemen;

6.  vraagt Albanië wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen vast te stellen om gevolg te geven aan de openstaande aanbevelingen van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR); onderstreept dat een inclusieve en tijdige hervorming van het kiesstelsel nodig is om het publieke vertrouwen in het verkiezingsproces te vergroten; herhaalt dat de nodige aandacht moet worden geschonken aan beschuldigingen van illegale en niet-aangegeven financiering van politieke partijen; is ingenomen met de werkzaamheden van de ad‑hoccommissie voor de hervorming van het kiesstelsel van het Albanese Parlement met betrekking tot de onafhankelijkheid en depolitisering van de verkiezingsadministratie, de transparantie van de campagnefinanciering, de registratie van kiezers, het kopen van stemmen, het gebruik van nieuwe technologieën en het stemmen in het buitenland, en dringt erop aan dat de commissie tijdig voor de lokale verkiezingen van 2019 overeenstemming bereikt en overgaat tot de vaststelling van de nodige hervormingen;

7.  verwelkomt de herziening van de Albanese wet inzake de financiering van politieke partijen; herhaalt zijn oproep aan de politieke partijen in het land om te voldoen aan hun verplichting om plegers van misdrijven uit te sluiten van openbare functies op alle beleidsdomeinen en alle beleidsniveaus;

8.  herhaalt dat constructieve politieke dialoog, bereidheid tot compromis, duurzame samenwerking over de partijgrenzen heen en een standvastige en niet-aflatende inzet voor de tenuitvoerlegging en consolidering van de hervormingen ten aanzien van alle vijf kernprioriteiten van essentieel belang zijn om vooruitgang te boeken in het EU‑toetredingsproces en om te komen tot een degelijk werkend democratisch stelsel; verwelkomt de toenemende samenwerking tussen de twee partijen, evenals de brede consensus over de partijgrenzen heen die tijdens de onderhandelingen over bepaalde belangrijke hervormingen werd bereikt; spoort alle politieke partijen aan zich verder in te spannen om een echte politieke dialoog tot stand te brengen en constructief samen te werken en zodoende het hervormingsproces te ondersteunen; wijst opnieuw op zijn sterke overtuiging dat een politieke dialoog moet plaatsvinden binnen democratische instellingen; is ernstig bezorgd over het feit dat het parlementaire proces sinds het zomerreces van 2018 door de oppositie de facto wordt geboycot;

9.  wijst erop dat de hervorming van het rechtsstelsel een belangrijke eis is van de Albanese burgers en een voorwaarde om het vertrouwen in de rechtsstaat, de overheidsinstellingen en de politieke vertegenwoordigers te herstellen; herhaalt dat de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van het gehele hervormingsproces, met name de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad en de tenuitvoerlegging van eigendomsrechten, afhangen van het succes van het doorlichtingsproces en de vastberaden voortzetting van de hervorming van het rechtsstelsel;

10.  verwelkomt de vooruitgang die bij de hervorming van justitie is geboekt ten aanzien van een grotere onafhankelijkheid, aansprakelijkheid, professionaliteit en doeltreffendheid van de gerechtelijke instanties van het land, alsook een groter vertrouwen van de bevolking in de gerechtelijke instanties; betreurt dat het justitieel apparaat nog altijd langzaam en inefficiënt is; merkt op dat het re‑evaluatieproces voor alle rechters en aanklagers de eerste tastbare resultaten oplevert; is tevreden met het feit dat de meeste prioritaire dossiers reeds zijn verwerkt; verzoekt de Albanese autoriteiten echter het onpartijdige doorlichtingsproces te bespoedigen, zonder de kwaliteit en rechtvaardigheid in het gedrang te brengen; beklemtoont dat het belangrijk is het doorlichtingsproces volgens de hoogste internationale normen uit te voeren en spoort Albanië aan verder nauw te blijven samenwerken met de International Monitoring Operation; neemt kennis van de eerste ontslagen en gevallen van vrijwillig vertrek van kandidaten voor de hoorzittingen; is in dit verband van mening dat de voorbereiding van de volgende generatie rechters en aanklagers zelfs nog belangrijker is en betreurt daarom dat de politieke partijen in Albanië tot dusver nog geen akkoord hebben bereikt over de nodige wijzigingen aan de wet inzake het statuut van rechters en aanklagers ten aanzien van een grotere capaciteit voor aanwerving en opleiding; dringt erop aan dat aan de doorlichtingsinstanties adequate financiële en personele middelen ter beschikking worden gesteld;

11.  verzoekt de Albanese autoriteiten de oprichting van de nieuwe gerechtelijke instanties zo spoedig mogelijk af te ronden en ervoor te zorgen dat het Grondwettelijk Hof en het Hooggerechtshof opnieuw naar behoren kunnen functioneren; onderstreept de noodzaak om de doeltreffende werking van deze instanties met voldoende personele en financiële middelen te ondersteunen;

12.  is verheugd over de gestage vorderingen bij het opzetten van een meer burgervriendelijke, transparante, professionele en gedepolitiseerde openbare administratie, inclusief op lokaal niveau; dringt aan op de volledige toepassing van de aanbevelingen van de controle-instellingen en van de Ombudsman; merkt ook op dat vooruitgang is geboekt bij de territoriale hervorming en de verdere – bestuurlijke en financiële – consolidatie van de nieuw opgerichte gemeenten, alsmede de vaststelling van de adviesraad om de coördinatie tussen centrale en lokale overheden te verbeteren; verwelkomt de oprichting van EU‑desks en de aanstelling van EU‑coördinatoren op plaatselijk niveau;

13.  pleit voor een verdere versterking van de administratieve capaciteit van de instellingen en organen die verantwoordelijk zijn voor de toetredingsgerelateerde hervormingen, de omzetting van EU‑wetgeving in nationaal recht en de voorbereidingen voor de EU‑toetredingsonderhandelingen;

14.  prijst de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt in het juridisch en institutioneel kader met het oog op de preventie en uitbanning van corruptie in de openbare instellingen, aangezien corruptie nog altijd een groot punt van zorg is; dringt aan op bijkomende inspanningen om de corruptie waarmee de Albanese burgers in hun dagelijks leven worden geconfronteerd te bestrijden, het investeringsklimaat te verbeteren en de rechtszekerheid van investeringen te garanderen; wijst er uitdrukkelijk op dat hoge ambtenaren, als zij worden aangeklaagd, geen voorkeursbehandeling mogen krijgen in vergelijking met gewone burgers; dringt er bij Albanië op aan vaker gebruik te maken van financiële onderzoeken en goede resultaten voor te leggen met betrekking tot de inbeslagname en confiscatie/terugwinning van criminele goederen uit corruptiegerelateerde misdrijven; vraagt om tastbare resultaten voor te leggen in verband met de strijd tegen drugshandel en het witwassen van geld;

15.  is verheugd over de recente aanpassingen van de anticorruptiewetgeving van Albanië; onderstreept de noodzaak om de oprichting van de nationale recherche, het speciaal tribunaal en het speciale openbaar ministerie tegen corruptie en georganiseerde misdaad af te ronden; pleit voor een verdere verbetering van de interinstitutionele samenwerking en de informatie-uitwisseling tussen politie en openbaar ministerie; verwelkomt de re‑evaluatie van het rechtshandhavingspersoneel in het kader van de wet inzake de doorlichting van de politiediensten;

16.  dringt erop aan dat meer aandacht wordt besteed aan politieke en publiek-private corruptie; vraagt om overtuigender resultaten van proactief onderzoek, vervolgingen en veroordelingen in de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, ook op het hoogste niveau;

17.  is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, met name de recente arrestaties van leden van de Bajri-bende, en vraagt te blijven streven naar tastbare en duurzame resultaten, onder meer op het specifieke gebied van drugsteelt en -handel, door de uitvoering van actieplannen tegen de cannabisteelt; is verheugd dat de Albanese politie zich actiever inzet in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en is ingenomen met de nauwere internationale samenwerking van de politiediensten in Albanië, onder meer in gezamenlijke werkgroepen met de lidstaten, met als resultaat effectieve acties tegen criminele netwerken; is van mening dat de samenwerking tussen politie, openbaar ministerie en andere relevante agentschappen en instanties moet worden geconsolideerd;

18.  dringt er bij de Albanese autoriteiten op aan krachtig op te treden om criminele netwerken die zich bezighouden met mensenhandel of met de handel in wapens en drugs te ontmantelen, en het aantal onderzoeken en vervolgingen, maar ook het aantal uiteindelijke veroordelingen op te voeren, vooral van hooggeplaatste leden van georganiseerde misdaadbendes; wijst op de noodzaak om meer te doen op het gebied van het voorkomen van mensensmokkel, met bijzondere aandacht voor niet-begeleide kinderen en kinderen die op straat leven;

19.  herhaalt zijn oproep aan de Albanese autoriteiten om te zorgen voor de effectieve handhaving en verdere vooruitgang in de doeltreffende en transparante bescherming van eigendomsrechten en tegelijkertijd werk te maken van de registratie, restitutie en compensatie van eigendommen; vraagt de nodige vooruitgang te boeken in verband met de digitalisering en het in kaart brengen van eigendommen; verzoekt de Albanese autoriteiten burgers naar behoren te informeren over hun rechten en de mogelijkheden om die rechten te doen gelden; wijst op het belang van een doeltreffende regeling van eigendomsrechten om de rechtsstaat te waarborgen en een aantrekkelijk bedrijfsklimaat te creëren;

20.  is ingenomen met de maatregelen om de mensenrechten en rechten van minderheden beter te beschermen en het antidiscriminatiebeleid, inclusief de gelijke behandeling van alle minderheden, te versterken; is verheugd over de goedkeuring van een kaderwet inzake nationale minderheden, waarin het onderscheid tussen nationale minderheden en etnolinguïstische gemeenschappen wordt afgeschaft en het beginsel van zelfidentificatie wordt ingevoerd, alsook een verbod op discriminatie en het recht om culturen, tradities en de moedertaal te bewaren; pleit voor de volledige toepassing van de kaderwet in de praktijk en moedigt Albanië aan zich te blijven inzetten door de noodzakelijke secundaire wetgeving bij de kaderwet goed te keuren in overeenstemming met de Europese normen en alle relevante belanghebbenden bij het opstellen ervan te betrekken; dringt aan op maatregelen om het onderwijs, de gezondheid, de arbeidsparticipatie en de levensomstandigheden van Roma, Egyptenaren en andere etnische minderheden verder te verbeteren;

21.  neemt nota van de spanningen na een incident dat heeft geleid tot de dood van Konstantinos Katsifas, lid van de Griekse nationale minderheid en in het bezit van de Albanese en Griekse nationaliteit, die door de Albanese speciale politiediensten (RENEA) op 28 oktober 2018 in Bularat is doodgeschoten tijdens een herdenking van Griekse soldaten die tijdens de tweede wereldoorlog zijn gevallen; roept alle zijden op tot terughoudendheid en verwacht van de Albanese autoriteiten dat zij een onderzoek instellen ter verduidelijking van de omstandigheden die een mens het leven hebben gekost;

22.  is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt wat betreft de deelname en vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek, met name dankzij de invoering van een genderquotum, en met de gelijke vertegenwoordiging van vrouwen in de nieuwe regering; wijst opnieuw op zijn bezorgdheid over de discriminatie van en het gebrek aan passende maatregelen voor de bescherming van vrouwen en meisjes die tot achtergestelde en gemarginaliseerde groepen behoren, zoals Roma-vrouwen(1) en vrouwen met een beperking, over de nog altijd bestaande seksistische bepalingen in een aantal wetten, de moeilijke toegang tot de rechter voor vrouwen en het percentage vrouwen op de informele arbeidsmarkt, alsook over het grote aantal gevallen van huiselijk geweld tegen vrouwen en kinderen, met name uit kwetsbare groepen; dringt aan op een adequate aanpak van deze problemen en prijst de goedkeuring van de resolutie over de bestrijding van op gender gebaseerd geweld en de oprichting van een parlementaire subcommissie voor gendergelijkheid;

23.  stelt met verontrusting vast dat vrouwen die in plattelands- en afgelegen gebieden wonen, alsook Roma en Egyptische vrouwen nog steeds beperkt toegang hebben tot eerstelijns- en seksuele en reproductieve gezondheidszorg, en vaak niet op de hoogte zijn van het bestaan van deze diensten; verzoekt daarom de Albanese autoriteiten om de voorlichting over deze diensten te verbeteren en ervoor te zorgen dat ze toegankelijk, betaalbaar en kwaliteitsvol zijn;

24.  is ingenomen met de versterking van het wetgevingskader inzake kinderrechten dankzij de goedkeuring van de wet inzake de bescherming van de kinderrechten, het strafwetboek voor kinderen en de "Kinderagenda 2020"; wijst erop dat institutionele mechanismen ter bescherming van de kinderrechten nog altijd moeten worden verbeterd; dringt er bij de autoriteiten op aan secundaire wetgeving inzake de bescherming van kinderrechten en het jeugdrecht vast te stellen en vraagt de financiële middelen voor de kinderbescherming fors op te trekken, met name voor kinderbeschermingseenheden op lokaal en regionaal niveau;

25.  prijst het klimaat van tolerantie en samenwerking tussen de religieuze gemeenschappen in Albanië; roept de Albanese autoriteiten op om haatzaaiende taal en de uitsluiting en discriminatie van minderheden, inclusief LGBTI's, effectief te bestrijden; is ingenomen met de onlangs door vijf Albanese gemeenten vastgestelde actieplannen inzake gendergelijkheid, in overeenstemming met het Europees Handvest voor gelijkheid van vrouwen en mannen in het lokale leven;

26.  verzoekt de Albanese autoriteiten nauwer samen te werken met de maatschappelijke organisaties en een daadwerkelijke publieke participatie en raadpleging te verzekeren doorheen het gehele besluitvormingsproces en het lopende EU-toetredingsproces, ook op nationaal en lokaal niveau, en aldus de democratie en de transparantie te versterken; wijst erop dat het noodzakelijk is de wettelijke en belastingregelingen voor maatschappelijke organisaties te hervormen en dat er overheidsfinanciering beschikbaar moet zijn voor maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat, met inbegrip van activiteiten zoals belangenbehartiging en optreden als waakhond, alsook voor kleine basisorganisaties; wijst erop dat financiële draagkracht immers voor veel van die organisaties een belangrijke uitdaging blijft omdat het huidige registratieproces wordt gekenmerkt door omslachtige procedures en hoge financiële kosten en het huidige belastingstelsel een zware financiële last betekent voor maatschappelijke organisaties en schenkingen van zowel bedrijven als van personen in de weg staat; herinnert eraan dat een mondig maatschappelijk middenveld een belangrijk onderdeel is van een levendige democratie en dat dit van strategisch belang is voor de transformatie van Albanië in een EU‑lidstaat;

27.  is ingenomen met de ondertekening van het samenwerkingsakkoord tussen de Albanese regering en de Internationale Commissie voor Vermiste Personen waardoor deze in staat wordt gesteld vermiste personen uit het communistische tijdperk op te sporen en te identificeren;

28.  verzoekt de Albanese autoriteiten op beleidsgebied meer te doen voor personen met een handicap, die nog altijd moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot onderwijs, de arbeidsmarkt, gezondheidszorg en sociale diensten en bij de deelname aan het besluitvormingsproces;

29.  betreurt de vertraging bij het opzetten van het Regionaal Bureau voor samenwerking in jongerenzaken (RYCO) in Tirana; vraagt de autoriteiten de activiteiten van het RYCO op een flexibele manier te ondersteunen om zo veel mogelijk jongeren de kans te geven om van het werk van het Bureau te profiteren;

30.  wijst opnieuw op het cruciale belang van professionele en onafhankelijke particuliere en openbare media; merkt op dat gedeeltelijk vooruitgang is geboekt bij het versterken van de onafhankelijkheid van de Autoriteit voor audiovisuele media en de openbare omroep van het land; dringt aan op maatregelen om de financiële transparantie van staatsreclame in de media te verbeteren; dringt tevens aan op maatregelen om de sociale en arbeidsrechten van journalisten beter te beschermen;

31.  verwelkomt de oprichting van de Albanese Mediaraad en onderstreept dat deze een belangrijke rol speelt in de vaststelling van hoge ethische en beroepsnormen voor journalisten en de media, en tegelijkertijd hun onafhankelijkheid en vrijheid moet bevorderen; is ingenomen met de goedkeuring van de herziene Ethische code voor journalisten en de Ethische richtsnoeren voor onlinemedia en vraagt de beginselen daarvan te versterken teneinde het vertrouwen van het publiek te behouden en waarachtigheid, eerlijkheid, integriteit, onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht in stand te houden;

32.  dringt er bij de Albanese autoriteiten op aan meer werk te maken van hervormingen die het concurrentievermogen versterken en de informele economie aanpakken; wijst erop dat corruptie, het tekortschieten van de rechtsstaat en omslachtige regelgevingsprocedures investeerders blijven afschrikken en de duurzame ontwikkeling van Albanië afremmen; vraagt het bedrijfs- en investeringsklimaat verder te verbeteren door te zorgen voor een voorspelbaar regelgevend en wetgevend kader, rechtszekerheid en de rechtsstaat, de handhaving van eigendomsrechten en strikte naleving van contracten, het krachtig streven naar consolidatie van de overheidsfinanciën en de versterking van de belastingadministratie;

33.  wijst op de noodzaak om tijdens het toetredingsproces een positieve convergentie van de sociale normen te verzekeren; is verheugd over de goedkeuring van de prioriteitenagenda van Sofia, met name de aandacht die hierin uitgaat naar sociaaleconomische ontwikkeling en jongeren; vraagt de Albanese autoriteiten de rol van publiek-private partnerschappen opnieuw te bekijken, evenals de gevolgen daarvan voor algemene hulpbronnen en voor goederen van openbaar belang zoals snelwegen, gezondheid, natuur en cultureel erfgoed in overeenstemming met de Unesco-verplichtingen; vraagt Albanië de criteria voor het verlenen van sociale bijstand bekend te maken;

34.  vreest dat de ontmanteling van het Albanese Ministerie van Sociale Welvaart na een herstructurering van de regering negatieve gevolgen kan hebben voor de beleidsvorming op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken; verzoekt de Albanese autoriteiten om de samenwerking met de vakbonden te bevorderen en de sociale dialoog te versterken; dringt aan op doeltreffende maatregelen om de hoge werkloosheid, vooral bij jongeren en vrouwen, aan te pakken en om kinderarbeid te voorkomen; vraagt om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren en te garanderen dat het onderwijs toegankelijk blijft voor de gehele bevolking;

35.  juicht toe dat de werkloosheid in Albanië volgens het Albanese instituut voor statistiek (Instat) is gedaald; beklemtoont dat de kwaliteit van het onderwijsstelsel moet worden verbeterd, met inbegrip van een grotere capaciteit om mensen meer kennis en vaardigheden aan te leren die inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt; onderstreept de noodzaak om groei voor de lange termijn te ondersteunen door de capaciteit voor de opname van technologieën, voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie uit te bouwen;

36.  dringt er bij de regering op aan het onderwijssysteem te moderniseren teneinde tot een inclusievere samenleving te komen, ongelijkheid en discriminatie te reduceren, en jongeren beter van vaardigheden en kennis te voorzien;

37.  verwelkomt de toezegging van Albanië over de tenuitvoerlegging van de agenda voor connectiviteit in het kader van het proces van Berlijn en de goedkeuring van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA) 2018-pakket dat de heropbouw van de haven van Durrës omvat, een strategisch belangrijk infrastructuurproject dat de verbindingen tussen Albanië enerzijds en Kroatië en Italië anderzijds versterkt en dat de door land omsloten buurlanden van Albanië, Kosovo en Macedonië, toegang geeft tot zeeroutes; dringt er bij de Albanese autoriteiten op aan haast te maken met de planning en aanleg van de Albanese delen van de trans-Europese netwerken en het wettelijk kader verder te harmoniseren met het EU‑acquis; ondersteunt het voorstel om de roamingkosten in de Westelijke Balkan te verminderen teneinde een klimaat te bevorderen dat gunstig is voor de markt en voor investeringen met het oog op een digitale economie; merkt op dat 40 % van de bevolking van Albanië in plattelandsgebieden woont, maar dat slechts 1 % hiervan een internetaansluiting heeft;

38.  wijst nogmaals op het belang van betere openbare infrastructuur in de landen van de Westelijke Balkan en in verbinding met de EU‑lidstaten; beveelt de autoriteiten aan om vaart te zetten achter de uitvoering van grote infrastructuurprojecten, zoals de spoorwegverbinding en de moderne snelweg tussen Tirana en Skopje, die onderdeel zijn van Corridor VIII;

39.  uit zijn diepe bezorgdheid over bepaalde economische projecten die hebben geleid tot ernstige ecologische schade in beschermde gebieden, zoals grootschalige toeristencentra en waterkrachtcentrales langs de Vjosa- en de Valbona-rivier; geeft Albanië de aanbeveling zijn strategie in verband met hernieuwbare energie opnieuw te bekijken en de afhankelijkheid van waterkracht voor zijn energieopwekking te verminderen; vraagt de autoriteiten onderzoek te doen naar investeringen in hernieuwbare-energieprojecten uit andere bronnen dan waterkracht; dringt er bij de autoriteiten op aan om de kwaliteit van strategische milieubeoordelingen, milieueffectbeoordelingen en openbare raadplegingen voor dergelijke projecten te verbeteren, rekening houdend met de standpunten van de plaatselijke gemeenschap; dringt er bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) en de Europese Investeringsbank (EIB) op aan hun steun aan waterkrachtprojecten te herzien indien vooraf geen degelijke strategische milieubeoordelingen of milieueffectbeoordelingen zijn verricht; wijst op de noodzaak om te verzekeren dat de trans‑Adriatische pijpleiding (TAP) in overeenstemming is met de sociale en milieuaspecten van het acquis; herhaalt zijn oproep aan Albanië om relevante maatregelen voor afvalbeheer uit te voeren en zich te conformeren aan het EU‑acquis op het gebied van milieu;

40.  uit zijn bezorgdheid over het feit dat Albanië nog steeds het Westelijke Balkanland is van waaruit het grootste aantal illegale binnenkomsten en verblijven, alsook ongegronde asielaanvragen in de lidstaten afkomstig is; vraagt om versterking van de in de voorbije maanden genomen maatregelen om het verschijnsel van ongegronde asielaanvragen in de EU en het probleem van niet-begeleide minderjarigen, alsook de dieperliggende oorzaken daarvan, doeltreffend aan te pakken; pleit voor concrete maatregelen om de werkgelegenheid, inzonderheid voor jongeren, het onderwijs, de levensomstandigheden en de gezondheid te verbeteren; vraagt de Albanese autoriteiten regelingen vast te stellen ter begeleiding van de doeltreffende re-integratie van families en kinderen bij hun terugkeer in het land;

41.  is ingenomen met de maatregelen die zijn genomen voor de overeenkomst inzake de operationele samenwerking tussen het Europees Grens- en kustwachtagentschap en Albanië, het eerste land in de regio waarmee een dergelijke overeenkomst werd gesloten, en moedigt verdere operationele samenwerking aan;

42.  verzoekt de Albanese regering zich te houden aan de bepalingen van artikel 3 van het Europees Verdrag betreffende uitlevering, dat door de Raad van Europa is vastgesteld, en artikel 19 van het EU‑Handvest van de grondrechten, en geen uitleveringen toe te staan voor politieke delicten, noch wanneer de persoon in kwestie mogelijk foltering of een onmenselijke behandeling te wachten staat in het land dat om uitlevering vraagt;

43.  looft het succesvolle optreden van Albanië bij het indammen van de uitstroom van buitenlandse strijders; is verheugd over de regionale samenwerking bij het bestrijden van mogelijke terreurdreigingen; wijst opnieuw op de noodzaak van verdere maatregelen om de geldstromen voor de financiering van het terrorisme te verstoren, de mechanismen voor preventie en monitoring te versterken door het maatschappelijk middenveld en de religieuze gemeenschappen daarbij te betrekken, en onlineradicalisering effectief aan te pakken; wijst opnieuw op de noodzaak om de re‑integratieprogramma's voor teruggekeerde strijders en hun families verder te verbeteren en radicalisering in gevangenissen te voorkomen door ook de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en religieuze gemeenschappen te versterken;

44.  roept op tot meer samenwerking tussen Albanië en de EU op het gebied van cybercriminaliteit en cyberdefensie;

45.  is ingenomen met de actieve deelname van Albanië aan het proces van Berlijn, het initiatief van de zes landen van de Westelijke Balkan en andere regionale initiatieven, alsook met de bijdrage van het land tot een sterkere profilering van de Raad voor regionale samenwerking; is verheugd over de ondertekening van een Gezamenlijke verklaring inzake regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen in het kader van het proces van Berlijn; is verheugd dat Albanië een proactieve rol speelt bij het bevorderen van regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen met andere uitbreidingslanden en naburige lidstaten en onderstreept dat goede betrekkingen een essentieel onderdeel zijn van het toetredingsproces; is verheugd over de officiële start van het Fonds voor de Westelijke Balkan, dat de gemeenschappelijke waarden dient te bevorderen en de regionale samenwerking tussen burgers, maatschappelijke organisaties en instellingen in de regio van de Westelijke Balkan dient te ontwikkelen; is ingenomen met de oprichting van de gezamenlijke kamer van koophandel van Albanië en Servië in Tirana en moedigt de versterking van samenwerking op het gebied van handel en het bedrijfsleven in de regio aan; is verheugd over de voortgezette inspanningen ter verbetering van de regionale samenwerking, voornamelijk op het gebied van milieubescherming, zoals geschetst in het Trilateraal Adriatisch initiatief; wijst erop dat verklaringen en maatregelen die de goede nabuurschapsbetrekkingen negatief kunnen beïnvloeden, moeten worden vermeden;

46.  spreekt nogmaals zijn steun uit voor het initiatief tot oprichting van de Regionale Commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië (Recom); dringt er bij de Albanese regering op aan het voortouw te nemen bij de oprichting ervan; onderstreept het belang van dit proces en de actieve inzet van alle regionale politieke leiders opdat deze commissie haar werkzaamheden zonder verdere vertraging kan aanvatten; vraagt aandacht voor het voorstel van de Coalitie van Recom voor een actieplan met duidelijke datums en benchmarks;

47.  heeft hoge lof voor het feit dat Albanië zich volledig blijft richten naar de EU‑standpunten en verklaringen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid; verzoekt Albanië zich aan te passen aan het gemeenschappelijk standpunt van de EU over de integriteit van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, en de bilaterale immuniteitsovereenkomst met de Verenigde Staten op te zeggen; looft de actieve deelname van Albanië aan militaire crisisbeheersingsmissies in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de bijdrage van het land aan NAVO-missies die van strategisch belang zijn voor de EU;

48.  verzoekt de Albanese autoriteiten de EU‑middelen zo doeltreffend mogelijk te benutten in alle regio's van het land; verzoekt de Commissie de hand te houden aan de strikte voorwaarden voor steun uit het IPA en om in het kader van de landverslagen de doeltreffendheid van de IPA‑steun aan Albanië te beoordelen, met name ten aanzien van de kernprioriteiten en de desbetreffende projecten;

49.  neemt nota van de constructieve sfeer op de twaalfde bijeenkomst van het SAPC EU‑Albanië, die op 12‑13 februari 2018 werd gehouden in Tirana; merkt op dat de samenwerking tussen de vertegenwoordigers van de meerderheid en de oppositie in het SAPC is verbeterd; onderstreept dat het belangrijk is om bij de hervormingen op weg naar toetreding tot de EU te blijven samenwerken over de partijgrenzen heen;

50.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering en het parlement van Albanië.

(1) Het woord "Roma" wordt gebruikt als overkoepelende term voor verschillende verwante, al dan niet sedentaire bevolkingsgroepen, zoals Roma, Ashkali, Egyptenaren enz., die niet noodzakelijk dezelfde cultuur en levensstijl hebben.

Laatst bijgewerkt op: 30 november 2018Juridische mededeling