Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2144(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0339/2018

Ingediende teksten :

A8-0339/2018

Debatten :

PV 28/11/2018 - 27
CRE 28/11/2018 - 27

Stemmingen :

PV 29/11/2018 - 8.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0482

Aangenomen teksten
PDF 276kWORD 56k
Donderdag 29 november 2018 - Brussel Voorlopige uitgave
Verslag 2018 over Montenegro
P8_TA-PROV(2018)0482A8-0339/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 29 november 2018 over het verslag 2018 van de Commissie over Montenegro (2018/2144(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Montenegro, die van kracht is sinds 1 mei 2010,

–  gezien de verklaring van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de op deze top vastgestelde prioriteitenagenda van Sofia,

–  gezien de negende zitting van de Stabilisatie- en Associatieraad EU-Montenegro, die op 25 juni 2018 heeft plaatsgehad,

–  gezien de toetreding van Montenegro tot de NAVO op 5 juni 2017,

–  gezien de ratificatie van de overeenkomst inzake grensafbakening tussen Kosovo en Montenegro door de parlementen van Montenegro en Kosovo,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 6 februari 2018 getiteld "Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU‑betrokkenheid bij de Westelijke Balkan" (COM(2018)0065),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 17 april 2018 over het EU-uitbreidingsbeleid 2018 (COM(2018)0450) en het bijbehorend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld "Montenegro 2018 Report" (SWD(2018)0150),

–  gezien de beoordeling door de Commissie van 17 april 2018 van het economische hervormingsprogramma van Montenegro voor de periode 2018-2020 (SWD(2018)0131) en de op 25 mei 2018 aangenomen gezamenlijke conclusies van de Raad over de economische en financiële dialoog tussen de EU en de landen van de Westelijke Balkan,

–  gezien de verslagen van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) en de verklaring van de verkiezingswaarnemingsdelegatie van het Europees Parlement, over de presidentsverkiezingen van 15 april 2018,

–  gezien de verklaring en de aanbevelingen van de vijftiende bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité (SAPC) EU‑Montenegro, die op 16‑17 juli 2018 werd gehouden in Podgorica,

–  gezien het resultaat van het in 2017 door de Commissie, de Wereldbank en het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties verrichte onderzoek naar gemarginaliseerde Roma in de Westelijke Balkan,

–  gezien het proces van Berlijn dat is gestart op 28 augustus 2014,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Montenegro,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A8‑0339/2018),

A.  overwegende dat elk uitbreidingsland afzonderlijk wordt beoordeeld op zijn eigen verdiensten en dat de snelheid en kwaliteit van de hervormingen het tijdspad voor de toetreding bepalen;

B.  overwegende dat Montenegro momenteel het verst staat in de onderhandelingsprocedure: het heeft 31 van de 35 hoofdstukken van het acquis communautaire van de EU geopend en drie hoofdstukken voorlopig afgesloten;

C.  overwegende dat een constructieve dialoog tussen interne politieke krachten en met buurlanden over hervormingen van vitaal belang is voor verdere vooruitgang in het toetredingsproces;

D.  overwegende dat Montenegro zich blijft inzetten voor de totstandbrenging van een functionerende markteconomie en resultaten blijft boeken bij de uitvoering van de stabilisatie- en associatieovereenkomst (SAO);

E.  overwegende dat Montenegro pretoetredingssteun ontvangt in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II);

F.  overwegende dat Montenegro onder meer de parlementaire, wetgevende en toezichtscapaciteit verder moet versterken, evenals de transparantie van de instellingen, de eerbiediging van de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de interne vervolging van oorlogsmisdrijven, de integriteit van het verkiezingsproces, de mediavrijheid, en de strijd tegen corruptie, georganiseerde misdaad en de informele economie;

1.  is ingenomen met de aanhoudende inspanningen van Montenegro voor het EU‑integratieproces en zijn blijvende goede vooruitgang in het algemeen, op basis van het brede draagvlak voor deze strategische beslissing;

2.  benadrukt dat de tenuitvoerlegging en toepassing van hervormingen een belangrijke aanwijzing voor een succesvolle integratie blijft; vraagt Montenegro de tenuitvoerlegging van nieuwe wetgeving en beleidsmaatregelen beter te plannen, te coördineren en te monitoren, en dringt erop aan dat de tussentijdse ijkpunten voor de hoofdstukken 23 en 24 tijdig ten uitvoer worden gelegd;

3.  verwelkomt de verklaring van de Commissie, zoals geformuleerd in haar mededeling van 6 februari 2018 over de strategie voor de Westelijke Balkan, dat Montenegro met een sterke politieke wil, de verwezenlijking van reële en duurzame hervormingen en definitieve oplossingen voor geschillen met buurlanden, tegen 2025 potentieel klaar kan zijn voor lidmaatschap;

4.  verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) in voldoende middelen wordt voorzien voor de mogelijke toetreding van Montenegro tot de Europese Unie, zoals aangegeven in de strategie voor de Westelijke Balkan;

Democratisering

5.  herinnert alle politieke partijen eraan dat een constructieve politieke inzet afhankelijk is van een volledig functionerend parlement waarin alle politici hun verantwoordelijkheid tegenover de kiezers nemen door hun zetels in het parlement op te nemen; is ingenomen met het feit dat de meeste oppositiepartijen zijn teruggekeerd naar het parlement na een langdurige parlementaire boycot; dringt er bij alle politieke partijen op aan terug te keren naar het parlement en meer gecoördineerde inspanningen te leveren om een echte politieke dialoog tot stand te brengen, teneinde te verzekeren dat het parlement over de middelen beschikt om zijn rol als wetgever en toezichthouder ten volle te vervullen, en zodoende een functioneel democratisch proces te herstellen;

6.  dringt aan op de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake de participatie van vrouwen en minderheden, met name de Romagemeenschap(1), aan het openbare en politieke leven, onder meer door een zinvolle deelname van vrouwen uit minderheidsgroepen aan het besluitvormingsproces en hun aanwerving in het openbaar ambt en andere overheidsinstanties;

7.  verzoekt de politieke leiders van Montenegro zich te richten op de resterende uitdagingen bij de aanpak van problemen in verband met de rechtsstaat, mediavrijheid, corruptie, witwassen van geld, georganiseerde misdaad en geweld en hiervan een prioriteit te maken;

8.  stelt vast dat bij de presidentsverkiezingen van april 2018 de fundamentele vrijheden zijn geëerbiedigd; verzoekt de regering samen te werken met de oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld om de door OVSE/ODIHR vastgestelde tekortkomingen grondig aan te pakken en de prioritaire aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissie van het ODIHR ten uitvoer te leggen door de hangende nationale wetgeving aan te nemen, en de transparantie en professionalisering van de verkiezingsadministratie te versterken, teneinde het vertrouwen van de bevolking in de kiesprocedure te vergroten; vraagt om simultaan in het hele land plaatselijke verkiezingen te houden en om de kwaliteit en transparantie van de verkiezingen te verbeteren; dringt erop aan dat de bepalingen over de transparantie van partijfinanciering worden versterkt;

9.  vraagt om een volledig onderzoek naar alle vermeende onregelmatigheden bij de verkiezingen; dringt opnieuw aan op een zorgvuldige follow‑up van de "audio-recording-affaire" 2012; verzoekt het agentschap voor corruptiebestrijding om voor meer toezicht te zorgen op de mogelijk onjuiste aanwending van openbare middelen om partijkassen aan te vullen;

10.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over het besluit van het Montenegrijnse parlement om Vanja Ćalović Marković te ontslaan als lid van het agentschap voor corruptiebestrijding; dringt aan op volledige transparantie bij de behandeling van deze zaak;

Rechtsstaat

11.  wijst op de belangrijke rol van de auditautoriteit, het agentschap voor corruptiebestrijding, de controlecommissie overheidsopdrachten, de mededingingsautoriteit en de autoriteit inzake staatssteun om georganiseerde misdaad en corruptie te bestrijden; is ingenomen met de voortgezette hervormingen ter verbetering van de capaciteit en de onafhankelijkheid van deze instellingen, maar wijst op de noodzaak van een verbeterde efficiëntie, betere resultaten, inspanningen voor de preventie van corruptie, onder meer door passende sancties, en opheffing van de resterende belemmeringen om de volledige onafhankelijkheid van deze instellingen te bereiken;

12.  merkt op dat vooruitgang is geboekt met betrekking tot de bevoegdheid van het agentschap voor corruptiebestrijding om onderzoek te voeren naar campagnefinanciering; onderstreept evenwel dat het vertrouwen in en de reputatie van het agentschap verbeterd moeten worden, hetgeen kan worden bereikt door de werkzaamheden van het agentschap aan politieke invloed te onttrekken;

13.  is verheugd over de geleverde inspanningen om de transparantie van de openbare administratie en het delen van informatie te verbeteren, maar pleit ervoor om een meer burgervriendelijke, professionele en gedepolitiseerde openbare administratie op te zetten; looft het efficiëntere optreden van de Ombudsman; vraagt om betere effectbeoordelingen, uitgebreide auditverslagen en inclusieve openbare raadplegingen over wetsvoorstellen; wijst op het belang van samenwerking met maatschappelijke organisaties en van open toegang tot informatie om corruptie doeltreffend te kunnen bestrijden, en moedigt een herziening van de in mei 2017 doorgevoerde wetswijzigingen aan; pleit voor een beter gebruik van financiële middelen en menselijk kapitaal in het openbaar bestuur;

14.  is verheugd over de aanzienlijke vooruitgang die Montenegro heeft geboekt op het gebied van e-governance en e‑participatie, waardoor het land volgens het VN‑onderzoek inzake elektronisch bestuur van 2016 momenteel tot de 25 best presterende landen behoort; verzoekt de Montenegrijnse regering om het tempo van deze hervormingen aan te houden om de doeltreffendheid en toegankelijkheid van het openbaar bestuur verder te verbeteren;

15.  verwelkomt de matige vooruitgang die is geboekt ten aanzien van de grotere onafhankelijkheid, transparantie, aansprakelijkheid, professionaliteit en doeltreffendheid van de gerechtelijke instanties; dringt aan op waarborgen tegen politieke inmenging en op een coherente toepassing van de gedragscodes en disciplinaire maatregelen; is ingenomen met het feit dat voor de eerste keer nieuwe rechters en openbaar aanklagers zijn benoemd met het nieuwe aanwervingssysteem;

16.  wijst op de noodzaak om vorderingen te maken met betrekking tot de gerechtelijke procedure over de vermeende couppoging van oktober 2016 door volledige justitiële samenwerking met derde landen te verzekeren; is ingenomen met het besluit om het proces openbaar uit te zenden, in het belang van de transparantie;

17.  verwelkomt de aanpassing van de wet op de Raad van Justitie die op 29 juni 2018 is goedgekeurd, waardoor de Raad van Justitie normaal kan blijven functioneren; merkt op dat de aangenomen wijzigingen in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van de Commissie van Venetië; wijst erop dat deze wijzigingen met betrekking tot de verkiezing van lekenmagistraten in de Raad slechts een tijdelijke oplossing zijn; dringt er bij de recent gevormde ad-hocwerkgroep van het Parlement op aan spoedig een oplossing voor deze kwestie te vinden;

18.  is bezorgd over de toename van gevallen van geweld en moorden in verband met georganiseerde misdaad, wat een nadelig effect heeft op het dagelijks leven van de gewone burger; verneemt met instemming dat de autoriteiten zich bewust zijn van dit probleem, maar roept op tot krachtigere preventieve maatregelen, inclusief het gebruik van verbeurdverklaring zonder veroordeling; looft het onderzoek, de vervolging en de veroordelingen met betrekking tot corruptie op hoog niveau; wijst er echter op dat deze resultaten nog beter moeten, vooral met betrekking tot witwassing en mensenhandel;

19.  dringt aan op vooruitgang bij het voorkomen van belangenconflicten en ongeoorloofde verrijking van ambtenaren, ook op gemeentelijk niveau; dringt er bij de autoriteiten op aan de confiscatie van criminele vermogensbestanddelen te intensiveren, ter bevordering van onderzoek naar niet-verantwoorde vermogens en andere stappen die leiden tot de ontmanteling van criminele bendes en het verbreken van de banden tussen de georganiseerde criminaliteit, het bedrijfsleven en de politiek; stelt tegelijkertijd de praktijk aan de kaak waarbij lichtere sancties worden opgelegd dan het wettelijke minimum, aangezien dit contraproductief is in de strijd tegen corruptiemisdrijven;

20.  herinnert eraan dat Montenegro bijkomende inspanningen moet leveren om ervoor te zorgen dat het recht op eigendom daadwerkelijk wordt beschermd, in overeenstemming met het EU-acquis en de internationale mensenrechtennormen; vraagt de overheidsinstanties om bij de uitvoering van het bestaande nationale rechtskader binnen een redelijke termijn in eerlijke procedures te voorzien, ook op het gebied van eigendomsrechten en teruggave van eigendom; merkt op dat een deugdelijke, niet‑discriminerende en stabiele regeling van eigendomsrechten een noodzakelijke voorwaarde is om het vertrouwen van burgers, ondernemingen en buitenlandse investeerders te verzekeren;

Grensbeheer en migratie

21.  merkt op dat Montenegro tot nu toe bewezen heeft in staat te zijn om asielaanvragen te behandelen, maar wijst erop dat verdere vooruitgang nodig is; moedigt Montenegro aan om nauwer samen te werken met het Europees Grens- en kustwachtagentschap om het grensbeheer te verbeteren in overeenstemming met de Europese normen, irreguliere migratie aan te pakken en netwerken voor migrantensmokkel te verstoren; dringt aan op grotere inspanningen en grensoverschrijdende samenwerking om georganiseerde criminele netwerken in verband met mensenhandel, drugs- en tabaksmokkel te voorkomen en ontmantelen; wijst erop dat er grote problemen blijven bestaan met de illegale handel in tabaksproducten in Montenegro, met name in de vrijhandelszones; verzoekt de Commissie Montenegro verder te helpen bij het controleren van de vrijhandelszones en het bestrijden van de illegale handel;

22.  betreurt het gebrek aan vooruitgang bij het aanpakken van mensenhandel en dringt erop aan dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de preventie van georganiseerde gedwongen prostitutie en kinderbedelarij; onderstreept dat extra inspanningen nodig zijn ten aanzien van de identificatie van slachtoffers en hun toegang tot maatregelen voor bijstand, schadeloosstelling en bescherming; verzoekt Montenegro doeltreffende bescherming te bieden aan de slachtoffers van mensenhandel, en in het bijzonder aandacht te schenken aan het herstel van minderjarige slachtoffers van mensenhandel en aan Romameisjes en ‑vrouwen, wegens de kwetsbare omstandigheden waarin zij zich bevinden als gevolg van armoede en marginalisering;

Media

23.  is in toenemende mate bezorgd over de stand van zaken wat betreft de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media, waarover in drie opeenvolgende verslagen van de Commissie "geen vooruitgang" werd gemeld; herinnert eraan dat het desbetreffende hoofdstuk 23 werd geopend in december 2013 en dat de vooruitgang in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 24 het algehele tempo van de onderhandelingen bepalen; veroordeelt met klem de intimidatie, lastercampagnes en verbale en fysieke aanvallen aan het adres van journalisten; merkt op dat er in 2017 zeven gerapporteerde gevallen van aanvallen op journalisten waren; dringt er bij de regering op aan journalisten daadwerkelijk te beschermen; vraagt verdere stappen te zetten om de onafhankelijkheid van de media en van journalisten te verzekeren, en moedigt aan systematisch gegevens te verzamelen over bedreigingen van journalisten; merkt op dat de EU-delegatie in Montenegro de situatie nauwlettend volgt;

24.  is met name bezorgd over de aanslag op Olivera Lakić, journaliste bij Vijesti, op 8 mei 2018, en roept op de zaak grondig te onderzoeken; vindt het onaanvaardbaar dat er geen vooruitgang is geboekt in het onderzoek naar oude zaken van geweld tegen journalisten; verzoekt de autoriteiten alle aanvallen op journalisten krachtig te veroordelen en maatregelen in te voeren om journalisten te beschermen en straffeloosheid uit te bannen;

25.  betreurt de aanhoudende financiële en redactionele druk op de openbare omroep van Montenegro (RTCG) en op het agentschap voor digitale media; dringt erop aan dat waarborgen tegen ongeoorloofde politieke en zakelijke invloeden ingevoerd worden en dat volledige transparantie met betrekking tot staatsreclame in de media wordt verzekerd; herhaalt dat RTCG en alle andere media moeten worden beschermd tegen ongewenste politieke invloeden; dringt er bij de overheidsinstanties op aan te voorzien in voldoende middelen voor zowel de mediatoezichthouders als de openbare omroep om de financiële autonomie en onafhankelijkheid van de RTCG en het agentschap voor digitale media te waarborgen, omdat deze cruciaal zijn voor een degelijk mediaklimaat tijdens verkiezingscampagnes; betreurt de gewijzigde samenstelling van de raad van bestuur van RTCG en het ontslag van de directeur-generaal van RTCG, mevrouw Andrijana Kadija; meent dat ontslag slechts in beperkte omstandigheden mag worden toegestaan;

26.  waarschuwt ervoor dat een gebrek aan financiële autonomie van de media de politieke afhankelijkheid en polarisatie in de hand werkt; meent dat een transparante en niet‑discriminerende toewijzing van middelen voor staatsreclame nodig is en verzoekt de autoriteiten alternatieve vormen van indirecte steun te overwegen om de onafhankelijkheid van de media te bevorderen;

27.  benadrukt de rol van het agentschap voor digitale media en van efficiënte zelfregulering om de hoogste ethische normen in de Montenegrijnse media te waarborgen en het aantal gevallen van smaad terug te dringen; merkt op dat de precaire situatie van journalisten de kwaliteit en het professionalisme van de media ondermijnt;

Maatschappelijke organisaties en mensenrechten

28.  onderstreept de cruciale rol van maatschappelijke organisaties bij de verbetering van de werking van overheidsinstellingen en bij de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad; veroordeelt met klem de recente intimidatie- en onaanvaardbare lastercampagnes tegen maatschappelijke organisaties die zich kritisch uitlieten over de trage algemene vooruitgang of zelfs de afwezigheid van vooruitgang, in cruciale domeinen van de rechtsstaat;

29.  vraagt dat aandachtiger te werk wordt gegaan bij het opstellen en ten uitvoer leggen van wetgeving op gebieden die van invloed zijn op de armslag van het maatschappelijk middenveld, teneinde ervoor te zorgen dat die wetgeving maatschappelijke organisaties geen onevenredige lasten oplegt, dat zij hen niet discrimineert en dat zij de manoeuvreerruimte voor het maatschappelijk middenveld niet beperkt; benadrukt dat openbare financiering beschikbaar moet worden gemaakt voor organisaties uit het maatschappelijk middenveld die zich bezighouden met de mensenrechten, democratie en rechtsstaat, waaronder waakhond-, belangen- en kleine basisorganisaties; meent dat maatschappelijke organisaties het recht moeten hebben om financiering te ontvangen van andere donoren, bijvoorbeeld particulieren en internationale organisaties, organen of agentschappen;

30.  neemt kennis van de wetswijziging inzake ngo's, die erop gericht is de publieke financiering ervan te verbeteren, en pleit ervoor om zo spoedig mogelijk de nodige afgeleide wetgeving vast te stellen; herhaalt zijn oproep voor systematisch, inclusief, tijdig en echt overleg met maatschappelijke organisaties en het grote publiek over belangrijke hervormingen van EU‑gerelateerde wetgeving, met inbegrip van hun tenuitvoerlegging op lokaal niveau, om de besluitvorming democratischer en transparanter te maken; beveelt aan de financiële regelgeving voor maatschappelijke organisaties te verbeteren door meer middelen uit te trekken en duidelijke regels vast te stellen met betrekking tot de overheidsmechanismen voor de raadpleging van maatschappelijke organisaties;

31.  is verheugd over de lopende aanpassing van de wetgeving op het gebied van de grondrechten; dringt erop aan dat het institutionele kader dat een doeltreffende bescherming van de rechten mogelijk maakt, wordt versterkt, ook in het geval van mishandeling door wetshandhavingsinstanties, intimidatie en fysiek geweld; vraagt dat de wet over de godsdienstvrijheid wordt gemoderniseerd;

32.  is opgezet met de inspanningen tot dusver voor de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Istanbul, maar dringt aan op de verbetering van de handhavings- en monitoringsmechanismen voor mensenrechtenbescherming, onder meer door geweld tegen vrouwen en kinderen tegen te gaan; dringt bijgevolg aan op de effectieve uitvoering van het grondrechtenbeleid, met name inzake gendergelijkheid, het recht op sociale inclusie van personen met een beperking, kinderrechten en rechten van de Romagemeenschap, door te zorgen voor passende begrotingstoewijzingen en middelen om het beleid uit te voeren en de capaciteit van de bevoegde instanties uit te breiden; verzoekt de autoriteiten de noodzakelijke maatregelen te nemen om gedwongen kinderhuwelijken te voorkomen;

33.  dringt erop aan dat Montenegro de volledige en spoedige tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake gendergelijkheid en non‑discriminatie verzekert en toezicht houdt op de gevolgen van dit beleid voor vrouwen uit achtergestelde en gemarginaliseerde maatschappelijke groepen; roept Montenegro op de onbelemmerde toegang van alle vrouwen tot justitie te verzekeren en te voorzien in gratis juridische bijstand voor vrouwen die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld, met bijzondere aandacht voor Romavrouwen, vrouwen met een beperking en vrouwen die leven in landelijke en afgelegen gebieden; vraagt Montenegro de rol en capaciteit van de bevoegde instanties te versterken, zodat zij beter uitgerust zijn met het oog op de bescherming en rehabilitatie van slachtoffers, en om proactief samen te werken met mannen om geen geweld tegen vrouwen te plegen; dringt er bij Montenegro op aan het aantal en de capaciteit van zijn door de overheid beheerde opvangcentra te vergroten;

34.  roept de Montenegrijnse autoriteiten op om het klimaat van maatschappelijke inclusie en tolerantie te verbeteren en effectieve maatregelen tegen haatuitingen, sociale exclusie en de discriminatie van minderheden te nemen; merkt op dat Montenegro het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap nog steeds niet volledig naleeft; moedigt de bevoegde autoriteiten ertoe aan zich meer in te zetten voor de bescherming van de rechten van LGBTI-personen; blijft bezorgd over de moeilijke situatie ten aanzien van de aanvaarding van seksuele diversiteit in de Montenegrijnse samenleving; uit zijn bezorgdheid over de discriminatie van vrouwen en meisjes in de Romagemeenschap, en het feit dat gemarginaliseerde leden van de Romagemeenschap slechts beperkte toegang hebben tot mogelijkheden in elk aspect van menselijke ontwikkeling, zoals bleek uit een onderzoek naar deze kwestie in 2017; benadrukt dat de kmo-sector moet worden versterkt, en dat ondersteuning moet worden geboden door middel van betere wetgeving en de tenuitvoerlegging van een industriebeleid;

35.  stelt vast dat er voortdurend vooruitgang wordt geboekt bij het verbeteren van de situatie van minderheden; pleit voor eerbiediging van de multi-etnische identiteit van de Baai van Kotor en voor extra inspanningen om die identiteit te beschermen;

36.  verzoekt Montenegro met klem publieke bewustmakingscampagnes te organiseren om discriminatie en geweld tegen LGBTI-personen te bestrijden en eerlijk onderzoek en vervolging van misdrijven tegen LGBTI te verzekeren;

37.  verzoekt Montenegro met klem publieke bewustmakingscampagnes te organiseren om de melding van huiselijk geweld tegen vrouwen en meisjes aan te moedigen, het aantal goed opgeleide en genderbewuste rechters uit te breiden, gedegen onderzoek en vervolging van misdrijven te verzekeren, en juridische en psychologische bijstand en re‑integratiediensten te bieden aan slachtoffers;

Economie, sociaal beleid, werkgelegenheid en onderwijs

38.  is ingenomen met de vooruitgang die Montenegro heeft geboekt bij het waarborgen van macro-economische stabiliteit en begrotingsconsolidatie, en dringt aan op begrotingstransparantie en een goed werkgelegenheids- en ondernemingsklimaat; wijst erop dat corruptie, de informele economie, het tekortschieten van de rechtsstaat en omslachtige regelgevingsprocedures investeerders blijven afschrikken en groei bemoeilijken; wijst erop dat het Europees sociaal model berust op dialoog met alle economische spelers, met inbegrip van de vakbonden;

39.  dringt erop aan dat alle mogelijkheden van digitale instrumenten op het gebied van het kadaster, facturering en het afgeven van bouwvergunningen worden gebruikt; wijst op de noodzaak om vaart te zetten achter de uitrol van breedbandtoegang voor bedrijven en huishoudens; onderstreept de noodzaak van een regeringsbreed interoperabiliteitskader om de verdere digitalisering en vereenvoudiging van administratieve en bedrijfsprocedures te ondersteunen; toont zich verheugd over de ontwikkeling van een systeem voor elektronische online-registratie van bedrijven;

40.  is ingenomen met de wijzigingen in de onderwijsregelgeving en de inspanningen om de participatie aan voorschools onderwijs, ook door kinderen uit kansarme milieus, te verbeteren; wijst op het belang van een geïntegreerd beleid voor de ontwikkeling van jonge kinderen; dringt er bij de autoriteiten op aan de hoge langdurige werkloosheid onder jongeren en vrouwen aan te pakken, mede door gendereffectbeoordelingen uit te voeren waar passend; neemt kennis van de voorbereiding van een witboek ter bevordering van jongerenwerkgelegenheid, in samenwerking met de Internationale Arbeidsorganisatie; onderstreept de noodzaak van actieve arbeidsmarktmaatregelen, in het bijzonder ten behoeve van vrouwen die getroffen zijn door de intrekking van sociale voordelen;

41.  wijst erop dat daadwerkelijk en systematisch overleg moet worden gepleegd met de sociale partners over werkgelegenheidskwesties en sociale zaken; onderstreept de noodzaak om de capaciteiten van de Sociale Raad uit te breiden; is verheugd dat er regelingen zijn vastgesteld op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk maar is bezorgd over de talrijke dodelijke ongevallen op de werkvloer en het beperkte aantal arbeidsinspecteurs;

42.  is ingenomen met de verbeterde deelname van Montenegro aan het programma Erasmus+ en spreekt zijn steun uit voor het voorstel van de Commissie om de begroting van Erasmus+ te verdubbelen; pleit voor een betere coördinatie van horizontale kwesties in verband met jeugdwerkloosheid, inclusie, actief burgerschap, vrijwilligerswerk en onderwijs;

Milieu, energie en vervoer

43.  stelt met tevredenheid vast dat Montenegro volgens artikel 1 van de grondwet een milieuvriendelijke staat is; is verheugd dat de onderhandelingen met Montenegro over hoofdstuk 27 van het acquis mogelijk dit jaar worden geopend; verzoekt de autoriteiten de meest waardevolle gebieden, met name de biodiversiteit, beter te beschermen en beoordelingen te verrichten van bouwprojecten voor hotels en waterkrachtcentrales;

44.  merkt op dat de ontwikkeling van extra waterkracht en toeristische capaciteit, met name in beschermde gebieden, moet voldoen aan de milieunormen van de EU; spreekt zijn bezorgdheid uit over de niet-duurzame ontwikkeling van waterkracht, aangezien een groot deel van de 80 waterkrachtcentrales niet gepland is overeenkomstig internationale verdragen of EU-wetgeving, niettegenstaande de vereisten krachtens hoofdstuk 27; dringt aan op de verdere benutting van potentiële hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntiemaatregelen en de verbetering van water- en afvalbeheer; is verheugd dat de Montenegrijnse wet van 2016 betreffende het grensoverschrijdende vervoer van elektriciteit en aardgas in overeenstemming is met het derde energiepakket; looft Montenegro voor de vorderingen die zijn gemaakt wat betreft de aanpassing van de wetgeving inzake energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, maar dringt er bij de Montenegrijnse autoriteiten op aan de nationale wetgeving volledig in overeenstemming te brengen met de richtlijn hernieuwbare energie en de richtlijn energieprestatie van gebouwen;

45.  verzoekt de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) en de Europese Investeringsbank (EIB) met klem om hun steun aan projecten voor waterkrachtcentrales te herzien en de financiering van alle projecten in beschermde gebieden, alsook projecten waarvoor geen gedegen voorafgaande milieueffectbeoordeling is verricht, stop te zetten;

46.  onderstreept dat het publiek tijdig en correct over de gevolgen van de aanleg van de snelweg voor de rivier de Tara moet worden geïnformeerd en dat een einde moet worden gemaakt aan het afvalstorten en de verlegging van de rivierbedding, in overeenstemming met de toezegging van Montenegro om gebieden die krachtens nationale en internationale wetgeving beschermd zijn, in stand te houden;

47.  geeft uiting aan zijn bezorgdheid over het ruimtelijk plan voor speciale doeleinden voor het nationaal park van het Meer van Shkodër; benadrukt hoe belangrijk het is dat er geen grootschalige waterkrachtprojecten meer worden uitgevoerd langs de rivier de Morača, aangezien dergelijke projecten aanzienlijke nadelige gevolgen hebben voor het Meer van Shkodër en de rivier de Tara, die allebei krachtens internationale en nationale wetgeving beschermd zijn;

48.  is ingenomen met de positieve ontwikkelingen in de verdere aanpassing van de nationale wetgeving inzake milieu en klimaatverandering van Montenegro aan het acquis; verzoekt de Montenegrijnse regering om de site van Ulcinj Salina zowel op nationaal als op internationaal niveau te beschermen, in overeenstemming met de aanbevelingen die zijn geformuleerd in de door de EU gefinancierde studie over de bescherming van Ulcinj Salina; onderstreept dat het dringend noodzakelijk is Ulcinj Salina op te nemen in het Natura 2000-netwerk; dringt aan op de identificatie en inrichting van beschermde mariene gebieden;

49.  wijst op de proactieve participatie en de constructieve rol van Montenegro in de regionale en internationale samenwerking, via het proces van Berlijn en het initiatief van de zes landen van de Westelijke Balkan; is verheugd over het resultaat van de in 2018 in Sofia gehouden top tussen de EU en de Westelijke Balkan, en de goedkeuring van het IPA‑pakket 2018, dat financiering omvat voor twee belangrijke infrastructuurprojecten: de ringweg rond Budva in de Adriatisch-Ionische corridor en de spoorwegverbinding Vrbnica-Bar in de corridor Oriënt/Oostelijke Middellandse Zee; onderstreept het belang van verkeersroutes die een directe link vormen tussen de markten van de Balkanlanden en de EU;

50.  toont zich verheugd over het voornemen van Montenegro om de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (EU‑ETS) tijdens de komende drie jaar in te voeren en afgeleide wetgeving vast te stellen inzake het brandstofverbruik en de uitstoot van nieuwe voertuigen; wijst op het belang om aspecten van de EU‑ETS, de verordening inzake de verdeling van de inspanningen en het toezicht- en verslagleggingsmechanisme op te nemen in de Montenegrijnse nationale wetgeving;

51.  is verheugd over de voortgezette inspanningen ter verbetering van de regionale samenwerking, voornamelijk op het gebied van milieubescherming, zoals geschetst in het Trilateraal Adriatisch initiatief;

Regionale samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap

52.  is ingenomen met de langdurige inspanningen van Montenegro voor constructieve regionale samenwerking en goede bilaterale betrekkingen met de buurlanden; ondersteunt het voorstel om de roamingkosten in de Westelijke Balkan te verminderen;

53.  verneemt met instemming dat de overeenkomst inzake grensafbakening tussen Montenegro en Kosovo is geratificeerd; dringt aan op de snelle sluiting van overeenkomsten om onopgeloste grensgeschillen met andere buurlanden op te lossen;

54.  verneemt met instemming dat Montenegro en Albanië een gemeenschappelijke verklaring hebben ondertekend en twaalf overeenkomsten hebben gesloten betreffende wederzijdse bijstand op verschillende gebieden; beschouwt dit als een voorbeeld van positieve samenwerking in de regio;

55.  spoort Montenegro aan tot het opvoeren van zijn inspanningen om oorlogsmisdrijven proactief tot een prioriteit te maken en te bestraffen en het lot van vermiste personen te verduidelijken; is ingenomen met de inspanningen voor de re-integratie van ontheemde personen in het kader van het regionale huisvestingsprogramma; benadrukt dat het openbaar ministerie weliswaar vier documenten heeft aangenomen over een strategie voor het onderzoek naar oorlogsmisdaden, maar geen nieuwe onderzoeken heeft ingesteld, geen nieuwe rechtszaken heeft aangespannen of nieuwe aanklachten heeft ingediend; is bezorgd over het feit dat de speciale openbaar aanklager in 2016 acht nieuwe zaken aanhangig heeft gemaakt, waarvan er zes nog steeds in het stadium van vooronderzoek verkeren; spreekt nogmaals zijn steun uit voor het initiatief tot oprichting van de regionale commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan in het voormalige Joegoslavië (Recom); benadrukt het belang van dit proces en van de actieve inzet van alle regionale politieke leiders; is ingenomen met de publieke steun van de premier voor Recom;

56.  prijst het feit dat Montenegro zich ook het afgelopen jaar volledig is blijven richten naar de EU-standpunten en verklaringen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en verwelkomt de actieve participatie van het land in missies in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB); waardeert de wijze waarop Montenegro zijn buitenlands beleid voert; verzoekt Montenegro zich aan te passen aan het gemeenschappelijk standpunt van de EU over de integriteit van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof en aan de leidende beginselen inzake bilaterale immuniteitsovereenkomsten;

57.  roept op tot meer samenwerking tussen Montenegro en de EU op het gebied van cybercriminaliteit en cyberdefensie;

58.  herinnert aan het strategisch belang van de toetreding van Montenegro tot de NAVO voor het waarborgen van stabiliteit en vrede in de Westelijke Balkan;

o
o   o

59.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Montenegro.

(1) Het woord "Roma" wordt gebruikt als overkoepelende term voor verschillende verwante, al dan niet sedentaire bevolkingsgroepen; niet enkel de Romagemeenschap, maar ook Ashkali, Egyptenaren enz., die niet noodzakelijk dezelfde cultuur en levensstijl hebben.

Laatst bijgewerkt op: 30 november 2018Juridische mededeling