Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2098(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0373/2018

Ingediende teksten :

A8-0373/2018

Debatten :

PV 11/12/2018 - 17
CRE 11/12/2018 - 17

Stemmingen :

PV 12/12/2018 - 12.17
CRE 12/12/2018 - 12.17
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0515

Aangenomen teksten
PDF 204kWORD 76k
Woensdag 12 december 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Jaarverslag 2017 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake
P8_TA(2018)0515A8-0373/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 12 december 2018 over het jaarverslag 2017 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake (2018/2098(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de VN, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten die beide op 16 december 1966 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York zijn aangenomen,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de Conventie van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind (UNCRC),

–  gezien de artikelen 2, 3, 8, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien het actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019, aangenomen door de Raad op 20 juli 2015, en de tussentijdse evaluatie daarvan uit juni 2017,

–  gezien de 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) van de VN en de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling,

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, aangenomen in 1976 en herzien in 2011,

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld van 11 mei 2011 (Verdrag van Istanboel), dat op 13 juni 2017 door de EU is ondertekend,

–  gezien het VN-verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) van 18 december 1979,

–  gezien het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, dat op 18 januari 2002 in werking is getreden,

–  gezien het gezamenlijke werkdocument van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid getiteld "Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen: het leven van meisjes en vrouwen via de externe betrekkingen van de EU veranderen (2016-2020)", dat in 2015 is aangenomen (SWD(2015)0182),

–  gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD),

–  gezien resoluties 1325 (2000), 1820 (2008), 1888 (2009), 1889 (2009), 1960 (2010), 2106 (2013), 2122 (2013) en 2242 (2015) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid,

–  gezien resolutie 2250 (2015) en resolutie 2419 (2018) van de VN-Veiligheidsraad over jongeren, vrede en veiligheid,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie,

–  gezien resolutie 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid, waarin seksueel geweld als oorlogsmisdaad behandeld wordt,

–  gezien de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, die op 28 juni 2016 werd gepresenteerd door Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), alsook het eerste, in 2017 gepubliceerde verslag over de uitvoering ervan, getiteld "From Shared Vision to Common Action: Implementing the EU Global Strategy",

–  gezien de conclusies van de Raad van 15 mei 2017 over inheemse volkeren,

–  gezien Besluit 2011/168/GBVB van de Raad van 21 maart 2011 betreffende het Internationaal Strafhof en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2003/444/GBVB(1),

–  gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren en het slotdocument van 25 september 2014 van de plenaire zitting op hoog niveau van de Algemene Vergadering, de zogeheten Wereldconferentie over inheemse volkeren,

–  gezien de tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 19 september 2016 aangenomen Verklaring van New York voor Vluchtelingen en Migranten,

–  gezien Resolutie 69/167 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 18 december 2014, waarin opnieuw wordt gewezen op de noodzaak om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle migranten te beschermen en te bevorderen, ongeacht hun migratiestatus, en het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden uit 1990,

–  gezien Resolutie 67/139 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 december 2012, waarmee de open werkgroep over vergrijzing werd opgericht, met een mandaat om voorstellen te doen voor een internationaal wetgevingsinstrument om de rechten en de waardigheid van ouderen te bevorderen en te beschermen,

–  gezien het verslag van de onafhankelijke deskundige over het genot van alle mensenrechten door ouderen aan de 33e vergadering van de VN-Mensenrechtenraad van 8 juli 2016(2),

–  gezien het verslag van de open werkgroep over vergrijzing van de VN op zijn achtste vergadering van 28 juli 2017(3),

–  gezien de ministeriële verklaring van Lissabon van 2017 met als titel "A Sustainable Society for All Ages: Realizing the potential of living longer", aangenomen op de vierde ministeriële conferentie over vergrijzing van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties op 22 september 2017,

–  gezien de Europese migratieagenda van 13 mei 2015 (COM(2015)0240) en de mededeling van de Commissie van 7 juni 2016 over een nieuw partnerschapskader met derde landen in het kader van de Europese migratieagenda (COM(2016)0385),

–  gezien het geheel van thematische richtsnoeren van de EU met betrekking tot mensenrechten, met inbegrip van de richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers,

–  gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, vastgesteld door de Raad in 2014,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht, aangenomen in 2005 en herzien in 2009(4),

–  gezien de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten,

–  gezien de richtsnoeren van de EU ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind, als aangenomen in 2007 en herzien in 2017, en gezien de EU-UNICEF-toolkit "kinderrechten integreren in ontwikkelingssamenwerking",

–  gezien de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en interseksuele mensen (LGBTI), die de Raad in 2013 heeft aangenomen,

–  gezien de beginselen van Yogyakarta (beginselen en staatsverplichtingen betreffende de toepassing van het internationaal humanitair recht met betrekking tot seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken), aangenomen in november 2006 en de tien bijbehorende aanvullende beginselen ("plus 10"), aangenomen op 10 november 2017,

–  gezien de in 2013 door de Raad aangenomen richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

–  gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie, getiteld "De nieuwe Europese consensus over ontwikkeling – Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst", die op 7 juni 2017 door de Raad, het Parlement en de Commissie werd aangenomen,

–  gezien de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, die de Raad in 2013 heeft goedgekeurd,

–  gezien de EU-richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, die zijn aangenomen in 2001 en herzien in 2012,

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2018 getiteld "Naar een externe EU-strategie tegen huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken – volgende stadia"(5),

–  gezien de mededeling van de Commissie of 4 december 2017 over de follow-up van de EU-strategie betreffende mensenhandel (COM(2017)0728),

–  gezien zijn resolutie van 3 mei 2018 over de bescherming van migrerende kinderen(6),

–  gezien de VN-Verklaring betreffende het recht en de verantwoordelijkheid van personen, groeperingen en maatschappelijke instanties voor de bevordering en bescherming van universeel erkende mensenrechten en fundamentele vrijheden (mensenrechtenverdedigers) van december 1998,

–  gezien Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden(7),

–  gezien Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende inheemse en in stamverband levende volkeren, dat op 27 juni 1989 is aangenomen,

–  gezien zijn resolutie van 4 juli 2013 over wapenuitvoer: uitvoering van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad(8),

–  gezien zijn resolutie van 10 oktober 2013 over discriminatie op grond van kaste(9), het verslag van 28 januari 2016 over minderheden en discriminatie op grond van kaste van de speciale VN-rapporteur voor minderhedenkwesties en het oriënterende instrument van de VN met betrekking tot discriminatie op grond van afkomst,

–  gezien het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld (2017),

–  gezien zijn resolutie van 13 december 2017 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld 2016 en het beleid van de Europese Unie ter zake(10), en zijn eerdere resoluties over voorgaande jaarverslagen,

–  gezien zijn resoluties over gevallen van schendingen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in 2017,

–  gezien zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, die in 2017 werd toegekend aan de democratische oppositie in Venezuela: de Nationale Vergadering (Julio Borges) en alle politieke gevangenen op de lijst van Foro Penal Venezolano, vertegenwoordigd door Leopoldo López, Antonio Ledezma, Daniel Ceballos, Yon Goicoechea, Lorent Saleh, Alfredo Ramos en Andrea González,

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming)(11),

–  gezien Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad(12); gezien de werkzaamheden van de Bijzondere Commissie terrorisme (TERR), die volgens besluit van het Europees Parlement werd opgericht op 6 juli 2017 en die op 14 september 2017 werd aangesteld,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8-0373/2018),

A.  overwegende dat de eerbiediging, de bevordering, de ondeelbaarheid en de waarborging van de universaliteit van de mensenrechten, evenals de bevordering van democratische beginselen en waarden, waaronder de rechtsstaat, respect voor de menselijke waardigheid en het gelijkheids- en solidariteitsbeginsel, de hoekstenen vormen van het ethische en juridische acquis van de EU en haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), evenals van al haar externe acties; overwegende dat de EU ernaar moet blijven streven de toonaangevende wereldwijde speler te zijn bij de universele bevordering en bescherming van de mensenrechten, waaronder op multilateraal niveau, met name door een actief en constructief optreden in verschillende organen van de VN en met inachtneming van het Handvest van de Verenigde Naties, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het internationaal recht, evenals de verplichtingen op het gebied van de mensenrechten, en van de toezeggingen die zijn gedaan in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling;

B.  overwegende dat het maatschappelijk middenveld een centrale rol speelt bij de opbouw en versterking van de democratie, bij de controle op de macht van de staat en bij de bevordering van goed bestuur, transparantie en verantwoording; overwegende dat organisaties uit het maatschappelijk middenveld een wezenlijk rol spelen dankzij de vitale kracht die zij in de samenleving tentoonspreiden; overwegende dat er een verband bestaat tussen een verzwakt maatschappelijk middenveld, een beperkte politieke en maatschappelijke ruimte, toenemende corruptie, sociale en genderongelijkheid, een laag niveau van menselijke, sociale en economische ontwikkeling en sociale conflicten; overwegende dat passende middelen beschikbaar moeten worden gesteld en dat deze middelen op de efficiëntste manier moeten worden aangewend om mensenrechten en democratie in derde landen beter te kunnen bevorderen, en dat het maatschappelijk middenveld niet moet worden tegengewerkt door restrictieve wetgeving, financieringsplafonds, beperkende vergunningsprocedures of prohibitieve belastingen;

C.  overwegende dat veel landen wereldwijd te kampen hebben met straffeloosheid en onrechtvaardigheid, en onvoldoende doeltreffende behandeling, diensten voor steun aan slachtoffers en financiële hulp bieden voor slachtoffers van terrorisme, vooral de landen waar een groot deel van de burgers met terrorisme is geconfronteerd;

D.  overwegende dat in 2017 een zeer groot aantal spelers uit het maatschappelijk middenveld, waaronder advocaten, intellectuelen, journalisten, religieuze leiders en mensenrechtenverdedigers, met inbegrip van milieuactivisten, overal ter wereld geconfronteerd zijn met de inkrimping van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en het onderwerp zijn geweest van toenemende aanvallen, vervolging, pesterijen, willekeurige arrestatie of opsluiting en zelfs moordpartijen; overwegende dat ProtectDefenders.eu, het EU-mechanisme voor ondersteuning van mensenrechtenverdedigers, doeltreffend bijstand heeft verleend aan honderden activisten, maar nu wordt geconfronteerd met grotere behoeften; overwegende dat de EU en haar lidstaten meer middelen moeten besteden aan een grotere deelname van het maatschappelijk middenveld en zich sterker moeten inspannen voor de bescherming en ondersteuning van mensenrechtenverdedigers;

E.  overwegende dat beleidsmaatregelen ter ondersteuning van mensenrechten en democratie moeten worden geïntegreerd in alle EU-beleidslijnen met een externe dimensie, zoals ontwikkeling, migratie, veiligheid, terrorismebestrijding, rechten van vrouwen en gendergelijkheid, uitbreiding en handel, in het bijzonder door de voorwaarden inzake de mensenrechten toe te passen; overwegende dat een betere samenhang tussen het binnenlands en buitenlands beleid van de EU, evenals van het buitenlands beleid zelf, een absolute vereiste is voor een succesvol en doeltreffend EU-beleid op het gebied van de mensenrechten;

F.  overwegende dat de illegale bezetting van grondgebied of van een deel ervan een aanhoudende schending van het internationale recht vormt, die de bezettende macht uit hoofde van het internationale humanitaire recht verantwoordelijk stelt tegenover de burgerbevolking;

Algemene overwegingen

1.  toont zich diep bezorgd over de wereldwijde beknotting van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in 2017, en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan onvoorwaardelijk te streven naar de integratie van Europese en internationale normen betreffende mensenrechten, de rechtsstaat, democratie en de rechten van minderheden waartoe zij gebonden zijn, en te zorgen voor een grotere samenhang tussen het interne en externe mensenrechtenbeleid van de EU en meer coördinatie tussen het externe beleid van de lidstaten, op gebieden als migratie, terrorismebestrijding en handel, aangezien de invloed van de EU als geloofwaardige en legitieme internationale speler in belangrijke mate bepaald wordt door haar vermogen om de eerbiediging van de mensenrechten en de democratie te bevorderen, zowel intern als extern;

2.  bevestigt nogmaals dat staten de uiteindelijke verantwoordelijkheid dragen voor het waarborgen van alle mensenrechten door middel van het opstellen en uitvoeren van internationale mensenrechtenverdragen, het monitoren van mensenrechtenschendingen en het garanderen van effectieve voorziening in rechte voor slachtoffers; benadrukt dat vrede, veiligheid en ontwikkeling elkaar onderling versterken en afhankelijk zijn van het vermogen om misbruik, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide te bestrijden; waarschuwt voor beperkingen van vrij verkeer, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting;

3.  herinnert eraan dat de gelijkheid van mannen en vrouwen een kernbeginsel is van de EU en de lidstaten, zoals opgenomen in artikel 3, lid 3, VEU, en dat de bevordering ervan door middel van gendermainstreaming, ook in andere landen in de wereld door middel van haar buitenlands beleid, een van de voornaamste doelstellingen van de EU is;

4.  benadrukt dat de EU zich inzet om gendergelijkheid te bevorderen en gendermainstreaming binnen al haar acties te waarborgen, zoals vereist uit hoofde van de Verdragen, zodat gendergelijkheid een centrale prioriteit wordt binnen alle richtsnoeren, werkrelaties, beleidsgebieden en acties, waaronder externe acties, van de EU; ondersteunt bijgevolg de hieruit voortvloeiende gecoördineerde inspanningen in het kader van de multilaterale dialogen en activiteiten van de EU‑delegaties, zoals verkiezingswaarnemingsmissies; onderstreept de noodzaak om het werk in derde landen van de hoofdadviseur gender van de EDEO, dat gericht is op het bevorderen van vrede, veiligheid en fundamentele vrijheden, te versterken, door voor het desbetreffende bevoegdheidsgebied in een specifieke begroting te voorzien;

5.  is van mening dat een werkelijk onafhankelijk, pluralistisch en dynamisch maatschappelijk middenveld bijdraagt aan ontwikkeling en stabiliteit, de consolidatie van de democratie waarborgt, waaronder de scheiding der machten, sociale rechtvaardigheid en eerbiediging van de mensenrechten, en transparantie, verantwoordingsplicht en goed bestuur bevordert, in het bijzonder door maatregelen voor de bestrijding van corruptie en extremisme; benadrukt de vitale en centrale rol die mensenrechtenverdedigers en ngo's spelen bij de bevordering en ondersteuning van de toepassing van de rechten die verankerd zijn in de belangrijkste internationale mensenrechtenverdragen, onder meer aan de hand van educatieve programma's en bewustmaking van de activiteiten die internationale organisaties verrichten; onderstreept het belang van de tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenactivisten en de capaciteit van de EU om door middel van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) mensenrechtenverdedigers en ngo's voldoende te blijven ondersteunen in situaties waarin zij het meeste risico lopen, met name door te zorgen voor een versterkte capaciteit van het mechanisme ProtectDefenders.eu;

6.  merkt op hoe belangrijk het is om noodsteun aan mensenrechtenverdedigers te verlenen en dat de behandeling van alle gevangenen aan internationale normen moet voldoen; onderstreept hoezeer het begaan is met de veiligheid van mensenrechtenverdedigers en dat daders voor het gerecht moeten worden gebracht; verwelkomt de voortdurende inspanningen van het Europees Fonds voor Democratie ter bevordering van democratie en eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden in de oostelijke en zuidelijke buurlanden van de EU; erkent de risico's die mensenrechtenverdedigers lopen, waaronder vrouwelijke mensenrechtenverdedigers die worden geconfronteerd met genderspecifieke risico's en bedreigingen, evenals milieuactivisten, en vraagt de EDEO en de lidstaten om in de EU-richtsnoeren voor mensenrechtenverdedigers in het bijzonder rekening met hen te houden; benadrukt de noodzaak van een sterke coördinatie op EU-niveau van de samenwerking met overheden van derde landen betreffende mensenrechtenverdedigers en het maatschappelijk middenveld, en prijst de individuele initiatieven van de lidstaten als aanvulling op maatregelen van de EU;

7.  is ingenomen met de actieve deelname van de EU aan de Mensenrechtenraad van de VN (UNHRC), in het kader waarvan zij resoluties heeft ingediend of de indiening daarvan heeft ondersteund, verklaringen heeft afgelegd, heeft deelgenomen aan interactieve dialogen en debatten, en heeft opgeroepen tot het houden van bijzondere zittingen over mensenrechtensituaties; erkent de toezeggingen van de EU om situaties in bepaalde landen te bespreken in de UNHRC; onderstreept het belang van de inzet van de EU op het gebied van overleg en samenwerking inzake de mensenrechten op een multilateraal niveau; steunt de activiteiten en inzet van de UNHCR voor de wereldwijde verdediging van de mensenrechten volledig; prijst het werk van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN onder de leiding van Zeid al-Hussein; kijkt uit naar een nauwe dialoog en actieve samenwerking met de nieuw aangestelde Hoge Commissaris, Michelle Bachelet; roept de Commissie en de lidstaten op meer steun te verlenen aan de werking van het OHCHR en de speciale procedures;

8.  spreekt zijn waardering uit voor het werk dat wordt verricht door de mensenrechtendiensten van de Commissie en de EDEO bij hoofdkwartieren en in EU-delegaties, en van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten (SVEU), Stavros Lambrinidis, om de doeltreffendheid, samenhang en zichtbaarheid van de mensenrechten in het buitenlands beleid van de EU te vergroten, en herinnert aan het verzoek van het Parlement om dit mandaat permanent te maken en de bijbehorende verantwoordingsplicht te vergroten; is ingenomen met de recente benadering die naar voren komt in het EU-initiatief "Good Human Rights Stories", dat aandacht schenkt aan de beste praktijken die door verschillende landen worden gehanteerd; roept nogmaals op tot een herziening van het mandaat om de SVEU initiatiefbevoegdheden te geven, alsook gepaste middelen en de mogelijkheid om in het openbaar te spreken om verslag uit te brengen over verwezenlijkingen van bezoeken aan derde landen en om de standpunten van de EU over mensenrechtenkwesties mee te delen;

9.  is ingenomen met het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld (2017) en merkt op dat het dit jaar veel eerder werd aangenomen, overeenkomstig de verzoeken van het Parlement die het in zijn vorige verslagen had uitgedrukt; verzoekt de Raad om zich te blijven inspannen om deze jaarverslagen eerder in het jaar af te ronden; spoort de Raad aan om ervoor te zorgen dat de vaststelling van het volgende jaarverslag gebaseerd is op een gepast raadplegingsproces; meent dat het jaarverslag een onmisbaar instrument is voor een kritische blik op het EU-beleid inzake mensenrechten en democratie in de wereld, alsook voor de communicatie en het debat over dit beleid, en vraagt om de openbare verspreiding ervan overal ter wereld;

10.  onderkent de vooruitgang die is geboekt op het gebied van de procedure en het formaat van het verslag, maar verwacht dat de Raad en de VV/HV nog meer rekening zullen houden met de standpunten in de relevante resoluties en/of aanbevelingen van het Parlement teneinde een verdergaande en effectievere interactie tussen de EU-instellingen te waarborgen met betrekking tot mensenrechtenkwesties;

11.  wijst opnieuw op het belang van een overzicht van de belangrijkste positieve en negatieve trends om de doeltreffendheid van het EU-optreden te evalueren; meent in dit verband dat een meer gedetailleerde openbare verslaglegging, waar gepast in het bijzonder op basis van de prioriteiten en indicatoren die zijn geïdentificeerd in de landenstrategieën inzake mensenrechten van de EU, onder meer kan leiden tot meer samenhang bij de tenuitvoerlegging van de bepalingen betreffende voorwaarden inzake de mensenrechten en een consistentere beoordeling en bijstelling van de impact van het EU-beleid op de mensenrechten; benadrukt de noodzaak om de bestaande EU-richtsnoeren te monitoren en volledig ten uitvoer te leggen;

12.  erkent dat de mensenrechtendialogen van de EU een waardevol instrument van gemengde diplomatie vormen voor de bevordering van de mensenrechten en de democratie in de bilaterale betrekkingen met derde landen; wijst echter op de aanhoudende belemmeringen voor het bereiken van concrete resultaten via deze dialogen, zoals de prevalentie van dubbele standaarden, en roept in dit verband op tot een samenhangender standpunt van de lidstaten; verzoekt de Commissie en de EDEO om manieren te vinden om de mensenrechtendialogen doeltreffender en zinvoller te maken en snel te reageren en deze aan te vullen als zij niet constructief zijn door middel van politiek overleg en openbare diplomatie; moedigt de Commissie en de EDEO aan om de transparantie in dialogen te vergroten, ook door middel van de grotere deelname van spelers uit het maatschappelijk middenveld, en om duidelijke maatstaven te hanteren om het succes van iedere dialoog te evalueren; benadrukt dat het belangrijk is dat de EU in de mensenrechtendialogen de gevallen aanhaalt van individuele mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen, waarbij zij aandringt op de vrijlating van opgesloten verdedigers en op de bescherming van degenen die worden bedreigd; adviseert de EU-instellingen bovendien om de ambtenaren en functionarissen op alle niveaus bij de EU-delegaties gepaste middelen en opleidingen op het gebied van mensenrechten en democratie te bieden;

13.  wijst er opnieuw op dat het Actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019 en de tussentijdse evaluatie daarvan uit 2017 de bepalende instrumenten moeten vormen voor actie op het gebied van de mensenrechten, en benadrukt, in dit verband, de noodzaak om voldoende middelen en deskundigheid in te plannen om de voornaamste prioriteiten van de EU naar behoren ten uitvoer te leggen; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten ervoor te zorgen dat het huidige actieplan op een doeltreffende en samenhangende manier ten uitvoer wordt gelegd, onder meer door middel van daadwerkelijke samenwerking met maatschappelijke organisaties;

14.  vraagt de EU haar instrumenten en beleid betreffende institutionele ontwikkeling en de rechtsstaat te versterken en hier maatstaven in op te nemen om verantwoordingsplicht te waarborgen en straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen te voorkomen; vraagt de passende middelen op doeltreffende wijze aan te wenden om de mensenrechten en de democratie verder te bevorderen;

15.  herinnert in dit verband aan de cruciale steun die het EIDHR heeft geboden bij de tenuitvoerlegging van het strategisch kader en het actieplan van de EU inzake mensenrechten en democratie, de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten en de landenstrategieën, wat de EU in staat heeft gesteld om strategischer op dit gebied op te treden en heeft gezorgd voor verantwoording, zichtbaarheid en doeltreffendheid; roept met klem op tot de opname van het EIDHR als een afzonderlijk en onafhankelijk instrument in het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027, om de duidelijke diversiteit ervan niet te doen opgaan in een breder fonds voor extern optreden; moedigt ten sterkste samenwerking aan tussen de externe financieringsinstrumenten van de EU, om doublures en overlappingen te voorkomen en mogelijke leemten en financieringsbehoeften aan te kunnen wijzen;

16.  herinnert eraan dat de ervaring die is opgedaan met de overgang naar democratie in het kader van het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid op een positieve manier kan bijdragen tot de vaststelling van beste praktijken die kunnen worden gebruikt voor de ondersteuning en consolidering van andere democratiseringsprocessen overal ter wereld; is ervan overtuigd dat het herziene Europese nabuurschapsbeleid economische, sociale en politieke hervormingen moet ondersteunen, de mensenrechten moet beschermen en moet helpen bij de invoering van de rechtsstaat terwijl de toezeggingen van de EU aan haar partners behouden moeten blijven; wijst er nogmaals op dat de bevordering van mensenrechten en democratische beginselen in het belang van zowel partnerlanden als de EU is; wijst er nogmaals op dat er interparlementaire betrekkingen moeten worden opgezet tussen de Unie en haar partners, in het kader van een open dialoog op basis van wederzijds begrip en vertrouwen, teneinde de mensenrechten op doeltreffende wijze te bevorderen;

17.  wijst op de werkzaamheden van zijn Subcommissie mensenrechten (DROI), die nauw samenwerkt met andere EU-instellingen, de SVEU, de EDEO, het maatschappelijk middenveld, waaronder ngo's, en multilaterale mensenrechtenorganisaties; merkt op dat de Subcommissie mensenrechten in 2017 drie verslagen opstelde, die als resoluties werden aangenomen door de plenaire vergadering, te weten over staatloosheid in Zuid- en Zuidoost-Azië(13), over de bestrijding van mensenrechtenschendingen in de context van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, met inbegrip van genocide(14), en over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen(15);

18.  stelt voor om in het eerste trimester van 2019 een interne taskforce op te richten voor de evaluatie van de bevordering en integratie van mensenrechten door zijn commissies met een extern mandaat en door zijn delegaties voor betrekkingen met derde landen tijdens de periode 2014-2019; is van plan naar aanleiding van deze evaluatie aanbevelingen op te stellen voor ruimere parlementaire actie op het gebied van mensenrechten in de volgende zittingsperiode, ook met betrekking tot het toezicht op de activiteiten van de EDEO en de Commissie, de interne institutionele opzet, en de integratie van mensenrechten binnen zijn instanties;

19.  is van mening dat de functie van spoedresoluties op basis van artikel 135 van het Reglement, verder kan worden uitgewerkt om mensenrechten en democratie te versterken door meer tijdige beschouwingen, gerichtheid en doeltreffendheid;

Specifieke uitdagingen op het gebied van de mensenrechten

20.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de geleidelijke afname van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in 2017, en betreurt het feit dat mensenrechtenverdedigers, journalisten en ngo's te vaak het doelwit zijn van pesterijen, intimidatie en geweld, met inbegrip van moordpartijen; maakt zich zorgen over de voortzetting van de oplegging van reisverboden aan mensenrechtenactivisten die zittingen van de Mensenrechtenraad van de VN in Genève en andere internationale instellingen willen bijwonen, veroordeelt met klem deze verboden, en roept de betrokken regeringen op om ze op te heffen; beklemtoont dat het onacceptabel is dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de media ervan worden weerhouden om deel te nemen aan de werkzaamheden van internationale instanties en dringt aan op eerbiediging van de fundamentele politieke en mensenrechten van de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; is bezorgd over het feit dat sommige mensenrechtenactivisten bij terugkeer in hun herkomstland zijn vastgezet na te zijn gehoord in internationale instellingen;

21.  betreurt dat het in omvang toenemende wereldwijde fenomeen van inperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld ook in gevestigde democratieën en landen met een hoog of middelhoog inkomen kan voorkomen; roept de EU en haar lidstaten op het goede voorbeeld te geven; veroordeelt wetgeving die de activiteiten van sociale bewegingen beperkt, onder meer door de sluiting van ngo's of de bevriezing van hun activa; vraagt om de intrekking van wetgeving waarmee willekeurige of indringende eisen aan de werking van ngo's worden opgelegd, waaronder bepalingen die buitenlandse financiering beperken; veroordeelt de verspreiding van openbare verhalen die de rol van maatschappelijke organisaties in toenemende mate ondermijnen; moedigt de EU-delegaties en de diplomatieke vertegenwoordigingen van de lidstaten aan gevallen van schendingen van de vrijheid van vergadering en vereniging te blijven monitoren en aan de orde te blijven stellen, waaronder de verscheidene vormen van verboden op en beperkingen van maatschappelijke organisaties en hun activiteiten of het bevorderen van door sommige regeringen gesponsorde nep-ngo's; moedigt hen aan mensenrechtenverdedigers actief te blijven steunen, door op stelselmatige wijze toe te zien op processen, opgesloten activisten te bezoeken en in voorkomend geval verklaringen af te leggen over individuele zaken;

22.  veroordeelt het feit dat de mediavrijheid in 2017 sterk is bedreigd en dat de aanvallen tegen de pers volgens de jaarbalans van Verslaggevers Zonder Grenzen in 2017 een nieuw record hebben bereikt; benadrukt dat de beginselen van vrijheid van mening en meningsuiting, zoals opgenomen in artikel 19 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, moeten worden geëerbiedigd; benadrukt het belang van de vrijheid van meningsuiting, zowel online als offline, als voorwaarde voor de juiste werking van democratische gemeenschappen, aangezien deze bijdraagt aan een pluralistische cultuur die het maatschappelijk middenveld en de burgers in staat stelt om hun eigen regeringen en besluitvormers verantwoordelijk te stellen en aangezien deze de eerbiediging van de rechtsstaat versterkt; veroordeelt met klem bedreigingen, intimidatie en aanvallen gericht tegen journalisten, onafhankelijke media, bloggers en klokkenluiders, evenals haatzaaiende uitlatingen, lasterwetgeving en pogingen om tot geweld aan te zetten, aangezien deze een bedreiging vormen voor de rechtsstaat en de waarden die door de mensenrechten worden belichaamd; onderstreept dat in 2017 honderden vreedzame manifestanten en journalisten zijn gearresteerd, van wie er velen werden mishandeld of aan willekeurige detentie werden onderworpen en zware boetes moesten betalen tijdens rechtszaken waarin de minimale procedurenormen niet werden gegarandeerd; verzoekt de EU meer inspanningen te leveren om het recht op vrijheid van mening en van meningsuiting te beschermen in alle betrekkingen met derde landen; benadrukt dat het belangrijk is om de daadwerkelijke en systematische uitvoering van de EU-richtsnoeren inzake vrijheid van meningsuiting online en offline te verzekeren en de effecten ervan regelmatig te monitoren;

23.  benadrukt het essentiële belang van de academische vrijheid, als een mensenrecht dat wordt beschermd door internationale verdragen; veroordeelt ten stelligste elke aanval op de academische vrijheid zoals moorden, gedwongen verdwijningen, geweld, opsluiting, beëindiging van het dienstverband, aanvallen op de reputatie en onrechtmatige vervolging; benadrukt de ernst van elke aanval op de academische vrijheid, aangezien deze essentieel is bij de totstandbrenging van een pluralistische en democratische samenleving;

24.  veroordeelt ten stelligste het feit dat zoveel mensenrechtenverdedigers in 2017 te maken kregen met digitale bedreigingen, met inbegrip van gecompromitteerde gegevens als gevolg van in beslag genomen apparatuur, bewaking op afstand en datalekken; veroordeelt de praktijk van online-bewaking en hacking voor het vergaren van informatie die kan worden gebruikt voor rechtszaken of lastercampagnes; is ernstig bezorgd over het feit dat bepaalde technologieën voor cybertoezicht voor tweeërlei gebruik steeds vaker worden gebruikt tegen politici, activisten, bloggers en journalisten; roept in dit opzicht de EU-instellingen met klem op om de verordening inzake de controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik dringend en op doeltreffende wijze te actualiseren;

25.  stelt opnieuw dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de volledige transparantie van een systeem voor rechtsbedeling waarin alle betrokkenen hun rol op een onafhankelijke en eerlijke manier moeten vervullen, essentiële voorwaarden zijn voor de ontwikkeling van een democratische staat en de juridische bescherming van de mensenrechten; veroordeelt ondubbelzinnig alle pogingen om de vrijheid van rechters, openbare aanklagers en advocaten te beknotten evenals alle vormen van direct en indirect geweld tegen hen; verzoekt de EU om in het kader van haar diplomatieke betrekkingen met derde landen dit punt altijd maximaal voor ogen te houden;

26.  erkent dat het open karakter van het internet en de technologische vooruitgang het mogelijk hebben gemaakt om mensenrechtenschendingen sneller aan de kaak te stellen; hekelt de pogingen van bepaalde regeringen om massacommunicatiemiddelen, waaronder het internet, te beheersen; is bezorgd over de prevalentie van nepnieuws en desinformatie die in 2017 door statelijke en niet-statelijke actoren werden gegenereerd, die hebben bijgedragen aan de verspreiding van verhalen die tegen de mensenrechten indruisen, de toegang tot vrije, accurate en onpartijdige informatie hebben beperkt, hebben aangezet tot geweld, haat of discriminatie jegens bepaalde groepen of personen, en de uitslag van verkiezingen hebben beïnvloed, waardoor democratieën werden ondermijnd; benadrukt in dit verband dat de EU een sterker positief verhaal over mensenrechten moet ontwikkelen, om een duidelijk standpunt in te nemen tegenover regeringen die desinformatie aanmoedigen of de universaliteit en ondeelbaarheid van mensenrechten uitdagen, en meer inspanningen moet leveren om vrije en onafhankelijke media wereldwijd te ondersteunen; benadrukt het cruciale belang van onderwijs, cultuur, kennis en kritisch denken bij de bestrijding van nepnieuws en de verspreiding ervan;

27.  roept de VV/HV op een EU-cybervertegenwoordiger aan te stellen die de diplomatieke inspanningen van de EU moet coördineren om, in haar buitenlands beleid, aan te sturen op een open, interoperabel, veilig en betrouwbaar internet, waarop de mensenrechten worden geëerbiedigd en normen voor verantwoord staatsgedrag online worden bevorderd;

28.  stelt opnieuw dat vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging, met inbegrip van de vrijheid om te geloven of niet te geloven, om al dan niet uiting te geven aan een godsdienst naar keuze, om afstand te nemen van een godsdienst of op een andere godsdienst over te stappen, en het recht op geloofsafval en het recht om atheïstische standpunten te huldigen, onvoorwaardelijk moeten worden bevorderd door middel van interreligieuze en interculturele dialoog; veroordeelt discriminatie op grond van denkbeelden, geweten, godsdienst of overtuiging, en de vervolging van en aanvallen op alle etnische en religieuze groepen in 2017; wenst dat de instrumentalisering van godsdienst voor politieke doeleinden wordt vermeden; betreurt de pogingen van statelijke en niet-statelijke actoren om de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting te beperken door onder meer wetten tegen godslastering aan te nemen en ten uitvoer te leggen; vraagt om verdere maatregelen ter bescherming van religieuze minderheden, ongelovigen en atheïsten, met inbegrip van de slachtoffers van wetten tegen godslastering; verzoekt de EU en haar lidstaten om actiever deel te nemen aan politieke discussies over de afschaffing van dergelijke wetten, om meer inspanningen te leveren om de eerbiediging van de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging te verbeteren en om de interreligieuze dialoog en de dialoog tussen aanhangers van verschillende overtuigingen te bevorderen wanneer ze met derde landen samenwerken; verzoekt de Commissie en de EDEO om actief bij te dragen aan de veilige terugkeer naar eigen land, op vrijwillige basis, van personen die huis en haard hebben moeten verlaten vanwege vervolging op grond van godsdienst of overtuiging; vraagt om concrete maatregelen voor de effectieve tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging; ondersteunt de EU-praktijk om het voortouw te nemen bij thematische resoluties inzake vrijheid van denken, geweten, godsdienst en overtuiging in de UNHRC en de Algemene Vergadering van de VN (AVVN); ondersteunt het werk van Ján Figel, de speciale EU-vertegenwoordiger voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst en overtuiging buiten de EU;

29.  acht het buitengewoon betreurenswaardig dat in vele landen in de hele wereld nog altijd foltering, onmenselijke en onterende behandeling en de doodstraf worden toegepast, en roept de EU op om zich harder in te spannen om deze praktijken uit te bannen; vindt de detentieomstandigheden, met inbegrip van de toegang tot zorg en geneesmiddelen, en de staat van de gevangenissen in een aantal landen zeer zorgwekkend; is verheugd over de formele lancering op 18 september 2017 van de Alliantie voor handel zonder foltering en de oprichting van de EU-coördinatiegroep voor de bestrijding van foltering, die de opdracht heeft gekregen de tenuitvoerlegging daarvan te volgen; is in dit opzicht ingenomen met aanpassingen van de EU-wetgeving inzake de handel in bepaalde goederen die gebruikt kunnen worden voor de doodstraf, marteling of andere onmenselijke behandelingen of straffen; constateert dat het aantal executies dat in 2017 wereldwijd werd uitgevoerd met 4 % is gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar; roept landen die dit nog niet hebben gedaan op om onmiddellijk een moratorium op de uitvoering van de doodstraf in te stellen als een stap naar de afschaffing daarvan; acht het van essentieel belang dat alle vormen van foltering en mishandeling, waaronder psychische foltering, van gevangenen worden bestreden en dat meer wordt gedaan om ervoor te zorgen dat het internationaal recht ter zake wordt nageleefd en slachtoffers schadevergoeding krijgen;

30.  veroordeelt ten stelligste de gruwelijke misdaden en mensenrechtenschendingen die zijn gepleegd door statelijke en niet-statelijke actoren, ook tegen burgers die op vreedzame wijze hun mensenrechten uitoefenden; is geschokt door het brede scala aan begane misdaden, waaronder moord, foltering, verkrachting, slavernij en seksuele slavernij, het ronselen van kindsoldaten, gedwongen bekeringen en de systematische moord op leden van religieuze en etnische minderheden; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te bestrijden en ervoor te zorgen dat de daders ervan worden berecht; roept de EU op steun te verlenen aan organisaties en de VN-onderzoeksteams die – op digitale wijze of anderszins – bewijs verzamelen, bewaren en beschermen van de misdaden die door partijen bij deze conflicten worden begaan, teneinde hun vervolging op internationaal niveau te vergemakkelijken; merkt op dat internetplatforms videomateriaal dat verband houdt met mogelijke oorlogsmisdaden hebben gewist in het kader van hun inspanningen om terroristische inhoud en propaganda te verwijderen;

31.  steunt de belangrijke rol van het Internationaal Strafhof (ICC) in de gevallen waarin de betrokken staten niet in staat of bereid zijn hun rechtsmacht uit te oefenen; roept de EU en haar lidstaten op het ICC diplomatieke en financiële steun te verlenen; roept de EU en haar lidstaten op om alle lidstaten van de VN aan te sporen het Statuut van Rome inzake het ICC te ratificeren en toe te passen, en is ontzet over de terugtrekkingen uit het statuut en de dreigingen om dit te doen; roept bovendien de partijen die het Statuut van Rome hebben ondertekend op om met het ICC te overleggen en samen te werken; doet een beroep op alle lidstaten om de Kampala-amendementen over het misdrijf agressie te ratificeren en "gruweldaden" toe te voegen aan de lijst van misdrijven waarvoor de EU bevoegd is; herhaalt het belang van andere sleutelmechanismen die bedoeld zijn om een einde te maken aan straffeloosheid, met inbegrip van het gebruik van universele rechtsmacht, en roept de lidstaten op de nodige wetgeving aan te nemen; herhaalt in dit verband dat de rechten van slachtoffers de kern van elke actie moeten vormen; doet opnieuw een beroep op de VV/HV om een speciale vertegenwoordigers van de EU voor internationaal humanitair recht en internationale rechtspraak te benoemen die wordt belast met de bevordering, mainstreaming en vertegenwoordiging van de steun die de EU biedt aan de bestrijding van straffeloosheid;

32.  is ingenomen met de inspanningen van de EU om het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme (IIIM) te ondersteunen, dat door de VN in Syrië is opgezet ter ondersteuning van het onderzoek naar ernstige misdrijven; benadrukt dat in andere landen een soortgelijk onafhankelijk mechanisme moet worden opgezet; verzoekt de EU en de EU-lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, financieel aan het IIIM bij te dragen;

33.  herhaalt dat staten andere staten voor het Internationaal Gerechtshof kunnen dagen wegens schending van internationale verdragen, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering, met het oog op de vaststelling van aansprakelijkheid van de staat als indirect middel voor de vaststelling door de rechter van individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid in een later stadium;

34.  betreurt ten zeerste de gebrekkige eerbiediging van het internationale humanitaire recht en veroordeelt ten stelligste de dodelijke aanvallen die in 2017 met zorgwekkende regelmaat werden uitgevoerd op ziekenhuizen, scholen en andere burgerdoelwitten in gewapende conflicten wereldwijd; is van mening dat de internationale veroordeling van dergelijke aanvallen moet worden gestaafd door onafhankelijk onderzoek en daadwerkelijke rekenschap; prijst het werk dat hulpverleners hebben verricht bij het verlenen van humanitaire hulp; roept de lidstaten, de EU-instellingen en de VV/HV op om te waarborgen dat het beleid en de acties van de EU op het gebied van internationaal humanitair recht op samenhangende wijze en doeltreffend worden uitgevoerd, en om alle instrumenten te gebruiken die tot hun beschikking staan om deze kwestie aan te pakken; concludeert dat er uitgebreidere verslaglegging beschikbaar had moeten worden gesteld door de EU en haar lidstaten over de tenuitvoerlegging in specifieke conflictsituaties van de richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht, met inbegrip van en niet in de laatste plaats het jaarverslag van de EU over mensenrechten en democratie; roept de internationale gemeenschap op om instrumenten op te zetten die de kloof tussen waarschuwing en respons kunnen verkleinen om het ontstaan, het opnieuw oplaaien en de escalatie van gewelddadige conflicten te voorkomen, zoals het systeem voor vroegtijdige waarschuwing van de EU; vraagt de EU en haar lidstaten hun financiële bijdrage voor humanitaire hulp en ontwikkelingshulp te verhogen; wijst op de verlaging met 2,4 % van de officiële ontwikkelingshulp (ODA) in 2017 ten opzichte van 2016 en op het feit dat het doel om 0,7 % van het BNI aan ODA te besteden niet wordt gehaald;

35.  herinnert aan zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(16); geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de inzet van gewapende drones buiten het internationale rechtskader; verzoekt de EU nogmaals onverwijld een juridisch bindend kader te ontwikkelen voor de inzet van gewapende drones om ervoor te zorgen dat de lidstaten, overeenkomstig hun wettelijke verplichtingen, zich niet bezondigen aan onwettig doelgericht doden of het andere landen gemakkelijker maken dit te doen; verzoekt de Commissie om het Parlement naar behoren op de hoogte te houden van het gebruik van EU-middelen voor alle onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten in verband met de bouw van drones; verzoekt om beoordelingen van het effect op de mensenrechten van verdere ontwikkelingsprojecten van drones;

36.  roept de VV/HV en de lidstaten op om het EU-regime voor beperkende maatregelen uit te breiden met een EU-sanctieregime voor mensenrechten op grond waarvan GBVB-sanctiebeslissingen op ernstige mensenrechtenschendingen kunnen worden gebaseerd, naar het voorbeeld van de Magnitski-wet;

37.  dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan stappen te zetten op weg naar een internationaal verbod op wapensystemen met te weinig menselijke controle op het gebruik van geweld, waar het Parlement meermaals om heeft verzocht, en in voorbereiding op desbetreffende bijeenkomsten op VN-niveau dringend een gemeenschappelijk standpunt over autonome wapensystemen te ontwikkelen en vast te stellen, op desbetreffende fora met één stem te spreken en hiernaar te handelen;

38.  benadrukt dat corruptie de rechtsstaat, de democratie en het concurrentievermogen van economieën ondergraaft en mensenrechten in gevaar brengt; benadrukt dat mensenrechtenverdedigers en klokkenluiders die strijden tegen corruptie moeten worden ondersteund; dringt aan op verbetering van de mechanismen en praktijken voor de bestrijding van corruptie, zoals het opleggen van sancties aan personen en landen die ernstige corruptiemisdrijven begaan; vraagt de EDEO en de Commissie gezamenlijke programma's voor mensenrechten en corruptiebestrijding op te zetten, met name initiatieven voor de bevordering van transparantie, de bestrijding van straffeloosheid, de versterking van corruptiebestrijdingsinstanties en initiatieven om te zorgen voor grotere transparantie en betere traceerbaarheid van het gebruik van EU-middelen; verzoekt de Commissie om te onderhandelen over anticorruptiebepalingen in toekomstige handelsovereenkomsten; herhaalt de aanbevelingen over corruptie en mensenrechten die het deed in zijn resolutie van 13 september 2017 over corruptie en het effect op de mensenrechten in derde landen(17) en vraagt de EU-instellingen en lidstaten om een follow-up;

39.  uit zijn bezorgdheid over de vernietiging en de illegale plundering van en vandalistische aanvallen op erfgoedlocaties, en is sterke voorstander van initiatieven voor de vaststelling van de feiten en erfgoedbescherming en redding;

40.  benadrukt het belang van vrije en eerlijke verkiezingen voor democratische processen en is bezorgd over het toenemende aantal onwettige verkiezingen wereldwijd; herinnert eraan dat onafhankelijke media en diversiteit aan meningen essentieel zijn voor de waarborging van vrije en eerlijke verkiezingen; roept de EU op de resultaten van frauduleuze of vervalste verkiezingen niet te erkennen en alle diplomatieke, economische en beleidsmiddelen waarover zij beschikt in te zetten om de geloofwaardigheid van verkiezingen wereldwijd hoog te houden en landen ertoe te dwingen te voldoen aan de criteria voor vrije en eerlijke verkiezingen; is van mening dat de steun die de EU verleent aan verkiezingsprocessen en democratie overal ter wereld – haar verkiezingsmissies en de opvolging die daaraan wordt gegeven, verkiezingsondersteuning en met name de actieve rol van het Parlement in dit verband – van het grootste belang is; benadrukt het belang van verkiezingswaarneming in de context van vreedzame democratische transities, van de versterking van de rechtsstaat, van politiek pluralisme en de toenemende participatie van vrouwen in verkiezingsprocessen, en van transparantie en de eerbiediging van de mensenrechten; herinnert eraan hoe belangrijk het is lokale maatschappelijke organisaties te betrekken bij het verkiezingswaarnemingsproces en bij de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies; is van mening dat inmenging in de verkiezingen van andere landen via cyberoperaties een schending vormt van het recht van mensen om in vrijheid hun vertegenwoordigers te kiezen;

41.  is verheugd over de ondertekening door de EU van het Verdrag van Istanboel en benadrukt de noodzaak om geweld tegen vrouwen, waaronder huiselijk geweld, met alle middelen te voorkomen en te bestrijden; vraagt de lidstaten die dit nog niet gedaan hebben dit verdrag zo spoedig mogelijk te ratificeren en ten uitvoer te leggen; steunt in dit verband het gezamenlijke Spotlight-initiatief van de EU en de VN; spoort landen aan om hun wetgeving aan te scherpen om gendergerelateerd geweld, genitale verminking van vrouwen en seksueel geweld in een zo vroeg mogelijk stadium aan te pakken; herinnert eraan dat geweld tegen vrouwen diepgeworteld is in genderongelijkheid en dus ook op omvattende wijze moet worden aangepakt, en benadrukt het belang van sociale diensten en bescherming; benadrukt dat betrouwbare statistieken over het bestaan, de oorzaken en de gevolgen van alle soorten geweld tegen vrouwen van essentieel belang zijn om effectieve wetgeving en strategieën uit te werken om gendergerelateerd geweld te bestrijden; roept de EU dan ook op landen te helpen bij het verbeteren van de gegevensvergaring op dit gebied en het voldoen aan internationale wettelijke verplichtingen; vraagt de EU samen te werken met andere landen om in meer financiering en programmering te voorzien om seksueel en gendergerelateerd geweld wereldwijd te voorkomen en hierop een antwoord te bieden; veroordeelt alle andere vormen van fysieke, seksuele en psychologische geweldpleging en uitbuiting, massaverkrachtingen, mensenhandel en de schending van de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen; benadrukt dat adequate en betaalbare gezondheidszorg en de universele eerbiediging van en toegang tot seksuele en reproductieve rechten en onderwijs voor alle vrouwen moeten worden gegarandeerd en dat zij vrij en verantwoordelijk moeten kunnen beslissen over hun gezondheid, hun lichaam en hun seksuele en reproductieve rechten; herinnert eraan dat onderwijs een wezenlijk instrument is in de strijd tegen discriminatie en geweld tegen vrouwen en kinderen; veroordeelt de herinvoering van het Mexico City-beleid (de zogenaamde "global gag rule");

42.  benadrukt dat de EU zich moet blijven inzetten voor de volledige naleving van de verplichtingen en verbintenissen voor vrouwenrechten die zijn aangegaan in het CEDAW, het actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de Internationale Conferentie over Bevolking en Ontwikkeling, en de resultaten van de toetsingsconferenties van die programma's moet eerbiedigen;

43.  herinnert aan de publicatie van het eerste jaarlijkse uitvoeringsverslag voor 2016 over het EU-genderactieplan 2016-2020 (GAP II) in augustus 2017, waarin een aantal positieve trends worden benadrukt ten aanzien van de verandering van de levens van meisjes en vrouwen door de waarborging van hun fysieke en psychologische integriteit, de bevordering van hun economische en sociale rechten en de versterking van hun stem en deelname; is van mening dat de EU steun voor vrouwen moet blijven integreren in operaties van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), conflictpreventie en wederopbouw na conflicten; onderstreept wederom het belang van resolutie 1325 (2000) van 31 oktober 2000 van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen, vrede en veiligheid; beklemtoont dat een grotere betrokkenheid van de openbare en particuliere sector essentieel is om de rechten van vrouwen evenals hun deelname aan openbare en particuliere instellingen, beleidsvorming, het economische leven en vredesprocessen te ondersteunen; beklemtoont dat de bedrijfswereld een belangrijke rol moet vervullen bij de versterking van de vrouwenrechten; dringt er bij de Commissie op aan het voortouw te nemen bij de bestrijding van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik in de humanitaire sector en de ontwikkelingshulpsector, aangezien in deze sectoren de hoogste normen van verantwoordelijkheid en verantwoording voor werkzaamheden moeten gelden; benadrukt het belang van de herziening en de versterking van beschermingsprocedures en regels voor inzet;

44.  verzoekt de EDEO ervoor te zorgen dat de conclusies van de 62e bijeenkomst van de Commissie voor de status van de vrouw (CSW) worden geïntegreerd in het beleid en een nieuwe impuls geven aan de inspanningen voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes op het platteland;

45.  benadrukt dat onderwijs en opleidingen in STEM-vakken en de geesteswetenschappen toegankelijk moeten worden gemaakt voor vrouwen en meisjes, waarbij vooral nadruk moet worden gelegd op het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden en het doen toenemen van hun aanwezigheid in de STEM-sectoren;

46.  verzoekt de Commissie manieren en middelen te onderzoeken opdat de EU eenzijdig toetreedt tot het UNCRC, aangezien alle lidstaten het hebben geratificeerd en primaire en secundaire EU-wetgeving inhoudelijke bepalingen bevat over de bescherming van de rechten van het kind; roept alle landen die het UNCRC nog niet hebben geratificeerd op dit zo snel mogelijk te doen; is verheugd over de vaststelling van de herziene EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind en benadrukt de noodzaak om ervoor te zorgen dat alle kinderen worden bereikt, ook de meest gemarginaliseerde kinderen en kinderen in kwetsbare situaties; onderstreept het feit dat kinderen vaak het slachtoffer zijn van specifieke vormen van misbruik, zoals kinderhuwelijken, kinderprostitutie, het gebruik van kindsoldaten, genitale verminking, kinderarbeid en kinderhandel, met name tijdens humanitaire crises en gewapende conflicten, en daarom aanvullende bescherming nodig hebben; roept de EU op om met derde landen samen te werken om een einde te maken aan kinderhuwelijken en gedwongen huwelijken door vast te stellen dat 18 jaar de wettelijke minimumleeftijd is voor een huwelijk, te eisen dat de leeftijd van beide echtgenoten wordt gecontroleerd en dat wordt nagegaan of zij volledig en vrij instemmen, verplichte registratie van huwelijken in te voeren, en ervoor te zorgen dat deze regels worden nageleefd; benadrukt de noodzaak om de inspanningen van de EU voor de bescherming van kinderen, in het bijzonder niet-begeleide minderjarigen, op te voeren en speciale aandacht te besteden aan onderwijs en psychosociale bijstand; roept op tot de effectieve tenuitvoerlegging van de richtsnoeren voor de bescherming van scholen en universiteiten tegen militair gebruik tijdens gewapende conflicten; dringt aan op een snelle oplossing voor de kwestie van staatloze kinderen, zowel binnen als buiten de EU, en met name kinderen die buiten het land van herkomst van hun ouders worden geboren en migrantenkinderen, in overeenstemming met het internationale recht; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan een actieplan te ontwikkelen om een einde te maken aan het vasthouden van kinderen als gevolg van hun migratiestatus, overeenkomstig de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten; herinnert aan het recht op bijzondere bescherming in het beste belang van het kind;

47.  verzoekt de EU en haar lidstaten volledige transparantie aan de dag te leggen en volledige monitoring in te stellen met betrekking tot de middelen die aan derde landen worden toegekend voor de samenwerking op het gebied van migratie, en ervoor te zorgen dat veiligheidsdiensten, politiediensten en rechtsstelsels die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen in dit verband niet direct of indirect voordeel halen uit een dergelijke samenwerking; benadrukt de mogelijkheid om ontwikkelingssamenwerking te scheiden van samenwerking op het gebied van overname- en migratiebeheer; is bezorgd over de mogelijke instrumentalisering van het buitenlands beleid van de EU als "migratiebeheer", en benadrukt dat alle pogingen om samen te werken met derde landen, met inbegrip van landen van herkomst en doorreis, op het gebied van migratie hand in hand moeten gaan met de verbetering van de mensenrechtenomstandigheden in deze landen en dat hierbij de internationale mensenrechten en het internationale vluchtelingenrecht moeten worden nageleefd; betuigt zijn diepe bezorgdheid over en solidariteit met het grote aantal vluchtelingen, migranten en intern ontheemden dat gebukt gaat onder ernstige mensenrechtenschendingen als slachtoffers van conflicten, vervolging, bestuurlijk onvermogen en mensenhandel- en mensensmokkelnetwerken; beklemtoont de dringende noodzaak om de onderliggende oorzaken van migratiestromen aan te pakken en derhalve de externe dimensie van het migratiefenomeen aan te pakken, onder meer door duurzame oplossingen te vinden voor conflicten en economische onderontwikkeling, in ons nabuurschap en de rest van de wereld, door samenwerking en partnerschappen met de betrokken derde landen te ontwikkelen die stroken met het internationale recht, de eerbiediging van de mensenrechten waarborgen en de geloofwaardigheid van de EU hooghouden zowel binnen als buiten de EU; dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten humanitaire bijstand bieden op het gebied van onderwijs, huisvesting, gezondheid en andere gebieden waarop migranten en vluchtelingen steun nodig hebben, en dat het terugkeerbeleid naar behoren wordt uitgevoerd; herinnert eraan dat het belangrijk is dat de EU de betrokken landen aanmoedigt om het protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht te ondertekenen; merkt op dat volgens de VN in 2017 ongeveer 258 miljoen mensen in een ander land dan hun geboorteland woonden; dringt er bij de Commissie op aan de bescherming en de bevordering van de rechten van migranten en vluchtelingen als een prioriteit van haar beleid te blijven aanmerken; benadrukt de noodzaak om de kaders voor de bescherming van migranten en vluchtelingen verder uit te werken en beter ten uitvoer te leggen, in het bijzonder door veilige en wettelijke migratieroutes en door humanitaire visa te verlenen; wenst dat het Parlement toezicht houdt op migratieovereenkomsten; betreurt elke poging om humanitaire hulp te belemmeren, aan te tasten of zelfs te criminaliseren, en benadrukt de behoefte aan grotere opsporings- en reddingscapaciteiten voor mensen in nood op zee en aan land om de primaire verplichtingen van het internationaal recht na te komen; onderstreept dat het aantal mensen met burgerschap van een niet-lidstaat dat in een lidstaat verblijft op 1 januari 2017 21,6 miljoen bedroeg, hetgeen overeenkomt met 4,2 % van de bevolking van de EU-28; roept de lidstaten op een ernstige dialoog te beginnen om te komen tot gezamenlijk, inclusief begrip, gedeelde verantwoordelijkheden en één doelstelling met betrekking tot migratie; is verheugd over het VN-initiatief over het mondiaal pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie, het mondiaal pact inzake vluchtelingen van het UNHCR en de cruciale rol die mensenrechten in deze pacten hebben;

48.  betreurt het voortbestaan van mensenhandel; benadrukt dat mensenhandel mensen tot handelswaar maakt en een van de ernstigste vormen van mensenrechtenschendingen vormt; onderstreept in dit verband het belang van een consistente aanpak van de interne en externe aspecten van het EU-beleid ter bestrijding van mensenhandel op alle niveaus; roept de EU en haar lidstaten op om de samenwerking met derde landen op te voeren om alle fasen van mensenhandel in kaart te brengen, met inbegrip van alle vormen van uitbuiting van personen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, zoals de handel in organen, dwangarbeid en seksuele uitbuiting, en om met de VN en de maatschappelijke organisaties op dit gebied samen te werken; roept op tot duidelijke beginselen en wetgevingsinstrumenten die gericht zijn op mensenrechtenschendingen met betrekking tot draagmoederschap; geeft aan zich grote zorgen te maken over de grote kwetsbaarheid van migranten en vluchtelingen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, met betrekking tot uitbuiting, mensensmokkel en mensenhandel, ook in migratiehotspots; onderstreept de noodzaak om op slachtoffers gericht beleid te bevorderen, dit type misdrijf te voorkomen en te beperken, en op te treden tegen winst uit mensenhandel;

49.  moedigt alle landen, met inbegrip van de lidstaten en de EU, aan onderhandelingen aan te gaan over de vaststelling van een juridisch bindend internationaal mensenrechteninstrument voor transnationale ondernemingen en andere bedrijven door actief deel te nemen aan de door de VN opgerichte open intergouvernementele werkgroep; dringt nogmaals aan op de noodzaak van de snelle tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten (UNGP's), in het bijzonder met betrekking tot de derde pijler inzake toegang tot rechtsmiddelen; erkent het grote belang van het Global Compact van de VN en de nationale actieplannen inzake bedrijfsleven en mensenrechten; benadrukt het belang van een EU-actieplan inzake bedrijfsleven en mensenrechten, en dringt er bij de Commissie op aan de ontwikkeling ervan te versnellen met het oog op de volledige tenuitvoerlegging van de UNGP's; spoort alle bedrijven, waaronder in de EU gevestigde bedrijven, aan om zorgvuldigheidseisen in acht te nemen, en bevestigt dat het van belang is maatschappelijk verantwoord ondernemen te bevorderen, en dat Europese bedrijven de leiding nemen bij de bevordering van internationale normen inzake bedrijfsleven en mensenrechten; roept alle landen op om de UNGP's effectief en onverwijld toe te passen en ervoor te zorgen dat bedrijven de mensenrechten en de sociale arbeidsnormen in acht nemen in hun rechtsgebied; spoort alle landen aan om bedrijven aan te pakken die grondstoffen of andere basisproducten gebruiken die afkomstig zijn uit conflictgebieden; herhaalt zijn oproep om regels over de aansprakelijkheid van bedrijven voor mensenrechtenschendingen in overeenkomsten tussen de EU en derde landen op te nemen; benadrukt dat aan de slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen passende en doeltreffende toegang tot rechtsmiddelen moet worden gegarandeerd; bevestigt opnieuw de dringende noodzaak om schendingen van de mensenrechten en corruptie door bedrijven aan te pakken wanneer deze zich voordoen, en om ervoor te zorgen dat bedrijven aansprakelijk kunnen worden gesteld; betreurt dat de Commissie niet heeft gehandeld naar aanleiding van de oproepen die het Parlement heeft gedaan in zijn resolutie van 25 oktober 2016 over strafrechtelijke aansprakelijkheid van bedrijven voor ernstige schendingen van de mensenrechten in derde landen(18); dringt aan op maatregelen die de industrie binden aan het uitbannen van kinderarbeid en het voorkomen van mensenrechtenschendingen; verzoekt de Commissie een interinstitutionele taskforce inzake bedrijfsleven en mensenrechten in te stellen en een initiatief inzake zorgplicht op EU-niveau te onderzoeken;

50.  herinnert aan de inzet van de EU om mensenrechten en democratie centraal te stellen in haar betrekkingen met derde landen; benadrukt daarom dat de bevordering van de mensenrechten en de democratische beginselen, met inbegrip van conditionaliteitsclausules inzake de mensenrechten in internationale overeenkomsten, door alle EU-beleidsdomeinen met een externe dimensie moet worden ondersteund, met inbegrip van handelsbeleid; benadrukt de rol die handelsbetrekkingen kunnen vervullen bij de bevordering van groei in ontwikkelingslanden en het behoud van hun lokale markten; merkt op dat steun voor democratische stelsels en het streven naar vrijheid van de volkeren de leidende beginselen moeten blijven voor de economische belangen van de EU; herinnert eraan dat een samenhangend beleid van essentieel belang is voor ontwikkeling, en benadrukt dat het belangrijk is de mensenrechten in het handels- en ontwikkelingsbeleid te integreren in alle fasen ervan; roept de EU op ervoor te zorgen dat goederen die op haar grondgebied worden verhandeld volgens regelingen voor ethische certificering geen banden hebben met gedwongen arbeid en kinderarbeid; vraagt om de invoering van een instrument dat specifiek bedoeld is voor de monitoring en versterking van het genderbeleid in handelsovereenkomsten; is verheugd over de programma's, projecten en financiering van de EU in derde landen en benadrukt de noodzaak om schendingen te beoordelen en te voorkomen door een klachtenmechanisme in te voeren voor personen en groepen;

51.  beschouwt de SAP+-handelsregelingen voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur een van de voornaamste instrumenten van het handelsbeleid van de EU voor de bevordering van de democratie, mensenrechten, duurzame ontwikkeling en milieunormen met betrekking tot derde landen; verzoekt de Commissie om de SAP+-regelingen te evalueren en hierop beter toezicht te houden om ervoor te zorgen dat de mensenrechtennormen door de begunstigde landen worden nageleefd; benadrukt dat de Commissie in het kader van een herzien SAP+ ernaar moet streven de transparantie en verantwoordingsplicht van dit mechanisme te vergroten, duidelijke procedures voor een zinvolle en versterkte deelname van maatschappelijke organisaties moet opzetten, en doeltreffende mensenrechteneffectbeoordelingen moet uitvoeren voordat handelspreferenties worden toegekend en tijdens de tenuitvoerlegging; roept op tot de mogelijke toevoeging van het Statuut van Rome van het ICC aan de lijst van verdragen die vereist zijn voor de GSP+-status; dringt er bij de Commissie op aan initiatieven van het maatschappelijk middenveld die toezicht houden op de uitvoering van deze regeling te blijven financieren; benadrukt hoe belangrijk nieuwe vormen van samenwerking zijn om de economische en sociale ontwikkeling van derde landen te bevorderen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoeften van de bevolking;

52.  verzoekt alle lidstaten de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer strikt in acht te nemen, en met name alle leveringen stop te zetten van wapens en bewakings- en inlichtingenapparatuur en -materiaal die door regeringen zouden kunnen worden gebruikt voor de onderdrukking van de mensenrechten en om burgers aan te vallen; wijst erop dat de wereldwijde handel in wapens en oorlogsmateriaal bijdraagt tot het gebruik ervan in tal van conflicten in derde landen; merkt op dat de EU-lidstaten tot de grootste wapenexporteurs ter wereld behoren en acht de wereldwijde toepassing en versterking van internationale normen inzake de verkoop van wapens van cruciaal belang;

53.  veroordeelt met klem alle vormen van discriminatie, waaronder die op grond van ras, godsdienst, kaste of soortgelijke stelsels van geërfde status, seksuele geaardheid en genderidentiteit, handicap of elke andere status; is verontrust over het grote aantal uitingen van racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid en het gebrek aan politieke vertegenwoordiging van de kwetsbaarste groepen, zoals etnische, taalkundige en religieuze minderheden, mensen met een handicap, de LGBTI-gemeenschap, vrouwen en kinderen; roept de EU op om grotere inspanningen te verrichten om alle vormen van discriminatie, zonder enig onderscheid, uit te bannen en bewustwording, een cultuur van verdraagzaamheid en inclusie te bevorderen, alsook bijzondere bescherming voor de meest kwetsbare groepen door middel van mensenrechten en politieke dialoog, de werkzaamheden van de EU-delegaties en publieke diplomatie; roept alle landen op ervoor te zorgen dat hun respectieve instellingen binnen hun rechtsgebied doeltreffende rechtsbescherming bieden; benadrukt het belang van het ontwikkelen van onderwijsstrategieën op scholen om onder kinderen bewustzijn te creëren en hen de instrumenten te bieden die ze nodig hebben om alle vormen van discriminatie te identificeren;

54.  benadrukt dat het beginsel van universele toegankelijkheid en de rechten van personen met een handicap op geloofwaardige wijze in alle relevante EU-beleidsdomeinen moeten worden geïntegreerd, met inbegrip van ontwikkelingssamenwerking, en onderstreept daarbij het prescriptieve en horizontale karakter van dit vraagstuk; roept de EU op om de bestrijding van discriminatie op grond van handicap in haar externe optreden en ontwikkelingshulpbeleid op te nemen; verzoekt de regeringen van derde landen alle wetgeving te herzien met het oog op harmonisatie in overeenstemming met het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD); roept alle landen op om het CRDP te ratificeren en herhaalt het belang van de doeltreffende uitvoering ervan;

55.  is verheugd over de deelname van de EU en haar lidstaten aan de achtste zitting van de Open Werkgroep van de VN inzake vergrijzing, en in het bijzonder over hun gezamenlijke indieningen en verklaringen inzake gelijkheid, non-discriminatie, geweld, misbruik en verwaarlozing van ouderen; blijft bezorgd over de prevalentie van leeftijdsdiscriminatie en andere belemmeringen voor de naleving van de mensenrechten van ouderen; roept de EU en de lidstaten op om het proces van deze werkgroep ten volle te ondersteunen, onder meer door toewijzing en/of ondersteuning van de toewijzing van voldoende middelen voor de werking ervan, en ook om te reageren op komende oproepen tot inbreng en ouderen te raadplegen en te betrekken bij de voorbereiding daarvan, en ouderen in de respectieve delegaties op te nemen;

56.  is verheugd over de actieve deelname van de EU aan de bijeenkomst voor de herziening van de regionale uitvoeringsstrategie voor Europa van het Internationale Actieplan van Madrid inzake vergrijzing (MIPAA) die in 2017 in Lissabon plaatsvond; benadrukt dat het MIPAA aanzienlijk kan bijdragen aan een betere verwezenlijking van de rechten van ouderen;

57.  veroordeelt het willekeurig opsluiten, folteren, vervolgen en vermoorden van LGBTI-mensen; erkent dat seksuele geaardheid en genderidentiteit het risico op discriminatie, geweld en vervolging kunnen vergroten; merkt op dat in een aantal landen ter wereld LGBTI-mensen nog steeds te kampen hebben met vervolging en geweld op grond van hun seksuele geaardheid; veroordeelt schendingen gericht tegen vrouwen en minderheden die een inbreuk vormen op het grondrecht op lichamelijke integriteit en identiteit, zoals vrouwelijke genitale verminking en genitale verminking bij interseksuelen; merkt op dat in 72 landen relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht nog steeds strafbaar zijn en dat in 13 daarvan hiervoor de doodstraf geldt; doet een dringend beroep op deze staten om hun wetgeving onmiddellijk aan te passen; is ingenomen met de inspanningen van de EU om de rechten en wettelijke bescherming van LGBTI-mensen te versterken; dringt er bij de EU-delegaties en de ambassades van de lidstaten op aan de LGBTI-richtsnoeren van de EU volledig ten uitvoer te leggen; roept de Commissie op om jaarlijks verslag te doen van de toepassing van de conclusies van de Raad in dit verband; merkt op dat, volgens de beoordeling van het eerste jaar van het Genderactieplan 2016-2020 (GAP II), een derde van de delegaties LGBTI-rechten bevorderde;

58.  veroordeelt de aanhoudende schendingen van de mensenrechten van personen die het slachtoffer zijn van kastenhiërarchieën en van discriminatie op grond van kaste, segregatie en op kaste gebaseerde belemmeringen, zoals de weigering van de toegang tot werk, justitie en andere fundamentele mensenrechten; maakt zich ernstig zorgen over de hieruit voortvloeiende geïnstitutionaliseerde discriminatie en over de zorgwekkende regelmaat van gewelddadige aanvallen op grond van kaste; roept de EU en haar lidstaten op hun inspanningen en steuninitiatieven op het niveau van de VN en delegaties te intensiveren om discriminatie op grond van kaste uit te bannen;

59.  beklemtoont dat het belangrijk is te streven naar een gelijkheidsbeleid dat alle nationale, etnische, religieuze en taalkundige minderheden, evenals inheemse volkeren, in staat stelt hun grondrechten uit te oefenen; is verheugd over Resolutie 71/178 van 19 december 2016 van de Algemene Vergadering van de VN over de rechten van inheemse volkeren, waarin 2019 wordt uitgeroepen tot het internationale jaar van de inheemse talen; herinnert eraan dat volgens de speciale rapporteur voor de rechten van inheemse volkeren, het aantal gevallen van discriminatie, bedreiging en aanvallen tegen inheemse volkeren en van criminalisering van en moordpartijen op diegenen die hun land, grondgebied en hulpbronnen verdedigen, in het bijzonder vrouwen, de afgelopen jaren schrikbarend is toegenomen; benadrukt dat de EU moet waarborgen dat deze verdedigers worden beschermd en dat alle misdaden worden onderzocht en hier verantwoording voor wordt afgelegd; verzoekt de EU en haar lidstaten met aandrang om op te treden ten behoeve van de volledige erkenning, bescherming en bevordering van de rechten van inheemse volkeren; roept landen op om de bepalingen van IAO-verdrag nr. 169 betreffende inheemse en in stamverband levende volken te ratificeren;

60.  neemt nota van de talloze voordelen die door het internet worden geboden; maakt zich echter zorgen over de grote commerciële exploitanten die voor marketingdoeleinden op grote schaal de persoonsgegevens van gebruikers verzamelen, zonder dat zij hiervan volledig op de hoogte zijn en/of zonder hun toestemming, welke vervolgens op potentieel schadelijke wijze kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld om de activiteiten van mensenrechtenverdedigers te onderdrukken, hun vrijheid van meningsuiting te ondermijnen en de uitkomst van verkiezingen en politieke besluitvorming te beïnvloeden; roept gegevensbedrijven op om mensenrechtenbeoordelingen uit te voeren; betreurt ondernemingsmodellen die gebaseerd zijn op mensenrechtenschendingen, en dringt erop aan dat de verzameling van persoonsgegevens overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming en de mensenrechten plaatsvindt; roept de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU en haar lidstaten, op om dringend doeltreffende wetgeving op dit gebied aan te scherpen en uit te voeren;

61.  erkent dat terrorisme en radicalisering een acute bedreiging vormen voor de democratie en de mensenrechten en daardoor de samenleving schade berokkenen, en betreurt het feit dat de in 2017 gepleegde aanslagen vaak gericht waren tegen de personen of groepen die deze waarden juist belichamen; veroordeelt ten sterkste dat er in 2017 wereldwijd meer dan 1 000 terroristische aanslagen hebben plaatsgevonden die hebben geleid tot ongeveer 6 123 doden; steunt de inspanningen van de EU om terrorisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van EU-brede initiatieven en netwerken zoals het netwerk voor voorlichting over radicalisering, maar herhaalt dat alle maatregelen moeten voldoen aan de internationale wetgeving inzake mensenrechten; wijst erop dat onderwijs het beste instrument is om radicalisering aan te pakken; benadrukt de noodzaak om speciale aandacht en steun te geven aan slachtoffers van terrorisme, waaronder psychologische ondersteuning, individuele beoordeling van elk slachtoffer, rechtsbijstand, toegang tot de rechter, vertaling en vertolking, en algemene effectieve slachtofferhulpdiensten; benadrukt dat terrorismebestrijdingsstrategieën in overeenstemming moeten zijn met de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten moeten waarborgen; beveelt aan dat bij samenwerking met derde landen op het gebied van terrorismebestrijding wordt voorzien in een grondige beoordeling van de risico's voor de fundamentele vrijheden en de mensenrechten, evenals in waarborgen in geval van schendingen; verzoekt de Commissie om de uitwisseling en coördinatie van informatie via haar kanalen en instanties te verbeteren om snel terroristische dreigingen te voorkomen en te identificeren en de verantwoordelijken ervoor te berechten;

62.  herinnert eraan dat sancties een essentieel instrument zijn van het GBVB; vraagt de Raad met klem om te besluiten tot de in de EU-wetgeving voorziene sancties, indien dit nodig wordt geacht om de doelstellingen van het GBVB te verwezenlijken, in het bijzonder om de mensenrechten te beschermen en de democratie te consolideren en te ondersteunen, en daarbij ervoor te zorgen dat de sancties geen gevolgen voor de burgerbevolking hebben; vraagt deze sancties te richten tegen ambtenaren die zijn aangewezen als verantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen om hen te straffen voor de door hen begane misdaden en schendingen;

63.  is van mening dat sport een positieve rol kan spelen bij de bevordering van de mensenrechten; betreurt echter dat er een specifieke correlatie bestaat tussen bepaalde mensenrechtenschendingen en grote sportevenementen in organiserende landen of landen die hier kandidaat voor zijn; herinnert eraan dat het hier onder andere gaat om uitzettingen, het monddood maken van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers, en de exploitatie van arbeiders bij de aanleg van grootschalige sportvoorzieningen; roept de EU op om een beleidskader op het niveau van de Unie voor sport en mensenrechten te ontwikkelen en banden aan te gaan met nationale sportfederaties, bedrijfsactoren en maatschappelijke organisaties inzake de modaliteiten van hun deelname aan dergelijke evenementen; roept internationale en nationale sportorganen en -organisaties en de organiserende landen van grote evenementen op zich te verbinden tot behoorlijk bestuur en de bescherming van de mensenrechten, waaronder arbeidsrechten, mediavrijheid en milieubescherming, anticorruptiemaatregelen uit te voeren in de aanloop naar en tijdens grote sportevenementen, en rechtsmiddelen te verschaffen voor alle mensenrechtenschendingen; is verheugd over het in november 2017 door de Internationale Arbeidsorganisatie genomen besluit om een zaak te sluiten over de behandeling van migrerende werknemers in het kader van de voorbereiding voor het FIFA Wereldkampioenschap van 2022; wijst op de overeenstemming over hervormingen die, indien ze effectief worden uitgevoerd, tot betere bescherming van werknemers zullen leiden;

64.  dringt er bij de EU op aan doeltreffend en duurzaam beleid in te voeren om de wereldwijde klimaatverandering tegen te gaan; benadrukt dat klimaatverandering een van de belangrijkste oorzaken van de toenemende interne verplaatsingen en gedwongen migratie is; roept de internationale gemeenschap op met maatregelen te komen om klimaatverandering te bestrijden en de slachtoffers ervan te beschermen; merkt op dat in het kader van het buitenlands beleid van de EU capaciteiten moeten worden ontwikkeld om risico's op te volgen in verband met de klimaatverandering, waaronder crisispreventie en conflictgevoeligheid; is van mening dat consequente en snelle klimaatactie wezenlijk bijdraagt aan het voorkomen van sociale en economische risico's, maar ook veiligheidsrisico's, conflicten en instabiliteit, en uiteindelijk van hoge politieke, sociale en economische kosten; benadrukt daarom het belang van integratie van de klimaatdiplomatie in het EU-conflictpreventiebeleid, en van verbreding en aanpassing van de reikwijdte van EU-missies en -programma's in derde landen en conflictgebieden; benadrukt dan ook dat er snel beleidsmaatregelen ten uitvoer moeten worden gelegd waarmee de impact van de klimaatverandering overeenkomstig de Overeenkomst van Parijs kan worden beperkt;

o
o   o

65.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 70e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de hoofden van de EU‑delegaties.

(1) PB L 76 van 22.3.2011, blz. 56.
(2) A/HRC/33/44.
(3) A/AC.278/2017/2.
(4) PB C 303 van 15.12.2009, blz. 12.
(5) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0292.
(6) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0201.
(7) PB L 130 van 19.5.2017, blz. 1.
(8) PB C 75 van 26.2.2016, blz. 111.
(9) PB C 181 van 19.5.2016, blz. 69.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0494.
(11) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(12) PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6.
(13) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0247.
(14) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0288.
(15) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0346.
(16) PB C 285 van 29.8.2017, blz. 110.
(17) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0346.
(18) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0405.

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling