Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0254(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0412/2018

Ingediende teksten :

A8-0412/2018

Debatten :

PV 11/12/2018 - 22
CRE 11/12/2018 - 22
PV 17/04/2019 - 23
CRE 17/04/2019 - 23

Stemmingen :

PV 12/12/2018 - 19.1
CRE 12/12/2018 - 19.1
PV 18/04/2019 - 10.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0516
P8_TA(2019)0430

Aangenomen teksten
PDF 280kWORD 92k
Woensdag 12 december 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Oprichting van het Europees Defensiefonds ***I
P8_TA(2018)0516A8-0412/2018
Tekst
 Geconsolideerde tekst

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 december 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Defensiefonds (COM(2018)0476 – C8-0268/2018 – 2018/0254(COD))(1)
AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)
op het voorstel van de Commissie
---------------------------------------------------------

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

[Amendement 1, tenzij anders bepaald]

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0412/2018).
(2)* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.


Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot oprichting van het Europees Defensiefonds

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 4, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(-1 bis)   Defensie is een duidelijk voorbeeld van hoe meer effectiviteit kan worden bereikt door een aantal momenteel door de lidstaten uitgeoefende bevoegdheden en uitgevoerde acties en de daarmee corresponderende kredieten naar het Europese niveau over te hevelen, resulterend in een demonstratie van de Europese meerwaarde en in een beperking van de algehele last van overheidsuitgaven in de Unie.

(-1 ter)  De geopolitieke context van de Unie is de voorbije tien jaar drastisch veranderd. De situatie in de aangrenzende regio’s van Europa is instabiel en de Unie wordt geconfronteerd met een complexe en veeleisende omgeving waarin nieuwe dreigingen, zoals hybride en cyberaanvallen, in opmars zijn en traditioneler uitdagingen weer de kop opsteken. In deze context zijn de Europese burgers en hun politieke leiders het erover eens dat er meer gezamenlijk moet worden ondernomen op het gebied van defensie. 75 % van de Europeanen steunt een gemeenschappelijk defensie- en veiligheidsbeleid. In de Verklaring van Rome van 25 maart 2017 hebben de leiders van 27 lidstaten en van de Europese Raad, het Europees Parlement en de Commissie aangekondigd dat de Unie voornemens is haar gemeenschappelijke veiligheid en defensie te versterken en een meer concurrerende en geïntegreerde defensie-industrie te bevorderen.

(1)  In haar mededeling van 30 november 2016 over het op 30 november 2016 vastgestelde Europees defensieactieplan heeft de Commissie zich ertoe verbonden de gezamenlijke inspanningen van de lidstaten bij de ontwikkeling van technologische en industriële defensievermogens aan te vullen, te bevorderen en te consolideren om een antwoord te bieden op uitdagingen inzake veiligheid en om het concurrentievermogen, de innovatieve capaciteit en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie te ondersteunen en een meer geïntegreerde defensiemarkt in Europa tot stand te brengen. Zij stelde met name voor een Europees Defensiefonds (het "fonds") op te richten om investeringen in gezamenlijk onderzoek en de gezamenlijke ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën te ondersteunen en zo synergieën en kosteneffectiviteit te bevorderen, en om de gezamenlijke aankoop en het gezamenlijke onderhoud van defensie-uitrusting door de lidstaten te bevorderen. Het fonds zou een aanvulling vormen op de nationale financiering die reeds daartoe wordt gebruikt en moet lidstaten stimuleren om grensoverschrijdend samen te werken en meer te investeren in defensie. Uit het fonds zou steun worden verleend voor samenwerking tijdens de gehele cyclus van defensieproducten en -technologieën.

(1 bis)   De Commissie heeft op 7 juni 2017 een mededeling aangenomen tot oprichting van het Europees Defensiefonds. Hierin werd een aanpak in twee fasen voorgesteld: allereerst zijn er, voor het testen van de aanpak, initiële middelen voor zowel onderzoek als ontwikkeling beschikbaar gesteld in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 ("het MFK") met de aanneming van Verordening (EU) nr. 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad2; ten tweede zou er, in het kader van het MFK 2021-2027, een specifiek fonds worden opgezet met meer financiering voor gezamenlijk onderzoek naar innovatieve defensieproducten en -technologieën en voor de volgende fasen in de ontwikkelingscyclus, waaronder de ontwikkeling van prototypen. Er moet een consequente en samenhangende aanpak tussen die twee stappen bestaan.

(1 ter)   De defensiesector gekenmerkt zich door toenemende kosten van defensiematerieel en door hoge kosten van onderzoek en ontwikkeling (O&O), die de opzet van nieuwe defensieprogramma's belemmeren en rechtstreekse gevolgen hebben voor het concurrentie- en innovatievermogen van de industrie van de Unie. Vanwege de kostenstijgingen, de omvang van de eenmalige O&O-uitgaven en de kleine series die op nationaal niveau kunnen worden aangekocht, bevindt de ontwikkeling van een nieuwe generatie grote defensiesystemen en van nieuwe defensietechnologieën zich steeds verder buiten het bereik van de afzonderlijke lidstaten.

(1 quater)   In zijn resolutie van 14 maart 2018 over "Het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020" herhaalt het Europees Parlement zijn steun voor de oprichting van een Europese defensie-unie, met een specifiek onderzoeksprogramma op het gebied van defensie op Unie-niveau en een programma voor industriële ontwikkeling, met investeringen van de lidstaten, om overlappingen te vermijden en de strategische autonomie, alsook de efficiëntie, van de Europese defensie-industrie te vergroten. Er wordt ook herhaald dat een sterker en ambitieuzer Europa alleen kan worden verwezenlijkt als er meer financiële middelen voor worden vrijgemaakt, en aangedrongen op i) voortdurende ondersteuning in het kader van bestaand beleid, ii) verhoging van de middelen voor de vlaggenschipprogramma's van de Unie, en iii) terbeschikkingstelling van extra financiële middelen voor de bijkomende verantwoordelijkheden.

(1 quinquies)   De situatie van de defensiesector is nog verder verslechterd door aanzienlijke besparingen in de defensiebegrotingen in heel Europa gedurende de afgelopen tien jaar, wat met name gevolgen heeft gehad voor de uitgaven voor O&O en materieel. Tussen 2006 en 2013 daalde het werkelijke niveau van defensie-uitgaven in de aan het EDA deelnemende lidstaten met 12 %. Overwegende dat defensiegerelateerde O&O de basis vormt van de ontwikkeling van de toekomstige geavanceerde defensietechnologieën zijn dergelijke tendensen bijzonder zorgwekkend en vormen zij een ernstige uitdaging met betrekking tot het vermogen om het concurrentievermogen van de defensie-industrie van de Unie op de lange termijn op peil te houden.

(1 sexies)   Ondanks de wisselwerking tussen de toenemende kosten en de afnemende uitgaven zijn de defensiegerelateerde planning en de uitgaven aan O&O en de aanbesteding van materiaal grotendeels op nationaal niveau gebleven, met een zeer beperkte samenwerking tussen de lidstaten voor wat betreft investeringen in defensiematerieel. Bovendien zien we dat, indien geïmplementeerd, slechts een klein aantal programma's daadwerkelijk bij de prioriteiten van de Unie op het vlak van capaciteit aansluit; in 2015 is amper 16 % van het materieel via gezamenlijke Europese overheidsopdrachten aangekocht, wat ver onder de gezamenlijke benchmark van 35 % ligt.

(2)  Het fonds zou bijdragen tot de totstandbrenging van een sterke, concurrerende en innovatieve industriële en technologische defensiebasis en hand in hand gaan met de initiatieven van de Unie met het oog op een meer geïntegreerde defensiemarkt, met name de twee in 2009 vastgestelde richtlijnen(1) betreffende overheidsopdrachten en overdrachten in de defensiesector binnen de EU. Het is daarom essentieel dat aan de belangrijkste wet- en regelgeving wordt voldaan, en met name dat de desbetreffende richtlijnen volledig ten uitvoer worden gelegd. Het fonds vormt de hoeksteen van een gezond beleid voor de Europese defensie-industrie.

(3)  Aan de hand van een geïntegreerde aanpak en om bij te dragen aan het versterken van het concurrentievermogen en de innovatiecapaciteit van de defensie-industrie van de Unie, moet een Europees Defensiefonds (hierna "het fonds") worden opgericht. Het fonds moet gericht zijn op het vergroten van het concurrentievermogen, de innovatie, de efficiëntie en de technologische en industriële autonomie van de defensie-industrie van de Unie; op die manier moet het bijdragen tot de strategische autonomie van de Unie door zowel in de onderzoeksfase als in de ontwikkelingsfase van defensieproducten en -technologieën de grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en tussen ondernemingen, onderzoekscentra, nationale overheden, internationale organisaties en universiteiten in heel de Unie te ondersteunen. Om tot meer innovatieve oplossingen en een open interne markt te komen, moet het fonds ondersteuning bieden aan de grensoverschrijdende deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en middelgrote beursgenoteerde ondernemingen (midcaps) in de defensiesector. Om een open interne markt te bevorderen, moet het fonds bijdragen aan de intensivering van grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, in het bijzonder de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps.

(3 bis)   De Europese veiligheid staat of valt met sterke en robuuste betrekkingen met strategische partners in heel de wereld en het programma moet het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie vergroten door het verder versterken van partnerschappen middels O&O, hetgeen goed is voor Europa's strategische capaciteit en vermogens.

(4)  De onderzoeksfase is een cruciaal onderdeel aangezien zij bepalend is voor zowel het vermogen als de autonomie van de Europese industrie om producten te ontwikkelen evenals voor de onafhankelijkheid van lidstaten als eindgebruikers van defensietoepassingen. De onderzoeksfase in het kader van de ontwikkeling van defensievermogens kan significante risico's inhouden, met name in geval van lage maturiteit en disruptie van technologieën. Ook aan de ontwikkelingsfase, die volgt op de onderzoeksfase en de technologische fase, zijn aanzienlijke risico's en kosten verbonden die de verdere benutting van onderzoeksresultaten belemmeren en het concurrentievermogen en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie aantasten. Het fonds dient het verband tussen de O&O-fasen van defensieproducten en ‑technologieën te versterken om de "vallei des doods" te overbruggen.

(5)  Het fonds mag geen ondersteuning bieden aan zuiver fundamenteel onderzoek, dat in plaats daarvan uit andere stelsels moet worden gefinancierd, maar kan worden aangewend voor defensiegericht fundamenteel onderzoek dat mogelijk als basis kan dienen voor het oplossen van erkende of verwachte problemen of mogelijkheden.

(6)  Het fonds kan zowel ondersteuning bieden aan acties gericht op nieuwe producten en technologieën als aan acties voor de modernisering van bestaande producten en technologieën, voor zover het gebruik van reeds bestaande informatie die nodig is om de actie voor de modernisering te kunnen uitvoeren, niet is onderworpen aan beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen. Wanneer juridische entiteiten een aanvraag tot Uniefinanciering indienen, moeten zij worden verplicht informatie te verstrekken waaruit blijkt dat er geen sprake is van beperkingen. Indien dergelijke informatie ontbreekt, mag geen Uniefinanciering worden verstrekt.

(6 bis)   Het fonds moet adequate steun bieden voor O&O-acties op het gebied van disruptieve technologieën voor defensie. Aangezien disruptieve technologieën gebaseerd kunnen zijn op concepten of ideeën die afkomstig zijn van niet-traditionele actoren op het gebied van defensie-O&O dient het fonds voldoende flexibiliteit te bieden bij het raadplegen van belanghebbenden, alsook bij de financiering en het beheer van acties.

(7)  Opdat bij de uitvoering van deze verordening de internationale verbintenissen van de Unie en haar lidstaten worden geëerbiedigd, mag het fonds geen financiering verstrekken aan acties met betrekking tot producten of technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of de productie krachtens het internationaal recht verboden is. In dit verband dient de subsidiabiliteit van acties met het oog op nieuwe defensieproducten of -technologieën, zoals die welke specifiek zijn ontworpen om dodelijke aanvallen uit te voeren zonder menselijke controle over het besluit om tot de aanval over te gaan, eveneens te worden onderworpen aan ontwikkelingen in het internationaal recht.

(7 bis)   Met betrekking tot de uitvoer van producten die het resultaat zouden zijn van O&O-acties van het programma dient bijzondere aandacht te worden besteed aan artikel 7, lid 1, van het VN-wapenhandelsverdrag van 2013, waarin wordt bepaald dat, ook als de uitvoer niet verboden is, elke uitvoerende staat die partij bij het verdrag is op neutrale en niet-discriminerende wijze, rekening houdend met relevante factoren, moet vaststellen in hoeverre de conventionele wapens of producten: a) zou kunnen bijdragen aan of ten koste kunnen gaan van de vrede en veiligheid, of b) zou kunnen worden gebruikt om i) een ernstige schending van het internationaal humanitair recht te plegen of bevorderen, ii) een ernstige schending van het internationaal recht van de rechten van de mens te plegen of bevorderen, iii) een daad te plegen of bevorderen die een misdrijf vormt als bedoeld in internationale verdragen of protocollen inzake terrorisme waar de uitvoerende staat partij bij is, of iv) een daad te plegen of bevorderen die een misdrijf vormt als bedoeld in internationale verdragen of protocollen inzake internationale georganiseerde misdaad waar de uitvoerende staat partij bij is.

(8)  De moeilijkheden bij het overeenkomen van geconsolideerde defensievermogensvereisten en gemeenschappelijke technische specificaties of normen belemmeren de samenwerking tussen lidstaten en tussen juridische entiteiten in verschillende lidstaten. Het ontbreken van dergelijke vereisten, specificaties en normen heeft geleid tot meer versnippering van de defensiesector, technische complexiteit, vertragingen, ▌hogere kosten, het onnodig dupliceren van capaciteiten, evenals een verminderde interoperabiliteit. Een akkoord over gemeenschappelijke technische specificaties moet een voorwaarde zijn voor acties die een hogere mate van technologische paraatheid vereisen. Activiteiten van lidstaten die gericht zijn op de bevordering van interoperabiliteit en die leiden tot de vaststelling van gemeenschappelijke defensievermogensvereisten en ondersteuning bieden aan de uitvoering van studies en acties die de vaststelling van gemeenschappelijke technische specificaties of normen ondersteunen, moeten eveneens in aanmerking komen voor financiering uit het fonds, met als doel te verhinderen dat verschillen in specificaties en normen de interoperabiliteit ondermijnen.

(9)  Aangezien het fonds het concurrentievermogen, de efficiëntie, de industriële autonomie en de innovatie van de defensie-industrie van de Unie beoogt te ondersteunen door gezamenlijk defensieonderzoek en gezamenlijke technologische activiteiten te bevorderen en aan te vullen en de risico's van de ontwikkelingsfase van samenwerkingsprojecten te ondervangen, moeten acties met het oog op O&O van een defensieproduct of -technologie in aanmerking moeten komen voor steun uit het fonds. Hetzelfde geldt voor het moderniseren van bestaande defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van de interoperabiliteit daarvan.

(10)  Aangezien het fonds met name gericht is op sterkere samenwerking tussen juridische entiteiten en lidstaten in heel Europa, kunnen acties alleen in aanmerking komen voor financiering mits zij worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband binnen een consortium van ten minste drie juridische entiteiten die zijn gevestigd in ten minste drie verschillende lidstaten. Elke bijkomende juridische entiteit die in het consortium participeert, mag in een geassocieerd land gevestigd zijn. Bij elk soort samenwerking geldt dat de in lidstaten gevestigde juridische entiteiten binnen het consortium de meerderheid moeten vormen. Ten minste drie van die subsidiabele juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, mogen niet direct of indirect onder ▌zeggenschap van dezelfde entiteit staan, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan. Om de samenwerking tussen de lidstaten te stimuleren, kan het fonds gezamenlijke precommerciële inkoop ondersteunen.

(11)  Krachtens [verwijzing indien nodig actualiseren op basis van een nieuw besluit over de LGO's: artikel 94 van Besluit 2013/755/EU van de Raad(2)] dienen in landen en gebieden overzee (LGO's) gevestigde entiteiten in aanmerking te komen voor financiering, overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het fonds en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee de LGO banden heeft.

(12)  Aangezien het fonds tot doel heeft het concurrentievermogen, de efficiëntie en de autonomie van de defensie-industrie van de Unie te versterken, mogen in beginsel alleen in de Unie of geassocieerde landen gevestigde entiteiten die niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen staan, voor steun in aanmerking komen. Bovendien moeten de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die ontvangers en hun subcontractanten voor uit het fonds gefinancierde acties gebruiken, zich ▌op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde derde landen bevinden, teneinde de bescherming van de wezenlijke veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen.

(13)  Voor zover dit nodig is om de doelstellingen van de actie te bereiken, moet in bepaalde omstandigheden kunnen worden afgeweken van het beginsel dat ontvangers en hun subcontractanten niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen mogen staan. Zo kunnen in de Unie gevestigde juridische entiteiten die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan, voor financiering in aanmerking komen indien aan relevante en strenge voorwaarden met betrekking tot de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten is voldaan. De deelname van dergelijke entiteiten mag niet in strijd zijn met de doelstellingen van het fonds. Aanvragers moeten alle relevante informatie over bij de actie te gebruiken infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen verstrekken. Er mag in geen geval ontheffing worden verleend aan aanvragers of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen waarvoor beperkende maatregelen van de Unie gelden.

(14)  Indien een consortium wenst deel te nemen aan een actie die in aanmerking komt voor financiering en de financiële bijstand van de Unie in de vorm van een subsidie zal worden verstrekt, dient het consortium een van zijn leden te benoemen tot coördinator die zal optreden als voornaamste contactpersoon.

(15)  Indien een door het fonds gesteunde ontwikkelingsactie wordt beheerd door een door de lidstaten of geassocieerde landen benoemde projectbeheerder, moet de Commissie de projectbeheerder eerst raadplegen voordat zij overgaat tot betaling aan de ontvanger, zodat de projectbeheerder kan waarborgen dat de ontvangers zich aan de desbetreffende termijnen houden. ▌De projectbeheerder moet de Commissie zijn opmerkingen over de voortgang van de actie meedelen zodat de Commissie kan bevestigen of aan de voorwaarden om tot betaling over te gaan, is voldaan.

(16)  Om te waarborgen dat de gefinancierde acties financieel levensvatbaar zijn, moeten de begunstigden aantonen dat de kosten van de actie die niet in aanmerking komen voor Uniefinanciering, door andere financieringsmiddelen worden gedekt.

(17)  De lidstaten moeten verschillende soorten financiële regelingen tot hun beschikking hebben voor de gezamenlijke ontwikkeling en verwerving van defensievermogens. Het door de Commissie ontwikkelde financieel instrumentarium moet voorzien in verschillende soorten regelingen die lidstaten kunnen gebruiken om het hoofd te bieden aan uitdagingen voor gezamenlijke ontwikkeling en aanbesteding vanuit financieringsoogpunt. De toepassing van dergelijke financiële regelingen kan verder bijdragen tot het opzetten van gezamenlijke en grensoverschrijdende defensieprojecten, overlappingen helpen voorkomen en de efficiëntie van defensie-uitgaven verhogen, onder meer voor projecten die door het Europees Defensiefonds worden ondersteund.

(18)  De specifieke kenmerken van de defensie-industrie, waar de vraag nagenoeg uitsluitend afkomstig is van de lidstaten en geassocieerde landen, die ook de zeggenschap hebben over alle aankopen van defensiegerelateerde producten en technologieën, met inbegrip van de uitvoer, maken dat de werking van de defensiesector uniek is en niet onderworpen is aan de gebruikelijke regels en bedrijfsmodellen van traditionelere markten. De industrie kan bijgevolg geen zelfgefinancierde O&O-projecten opzetten, en doorgaans worden alle O&O-kosten volledig door de lidstaten en geassocieerde landen gefinancierd. Ter verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds, met name het stimuleren van de samenwerking tussen ondernemingen uit verschillende lidstaten en geassocieerde landen, en rekening houdend met de specifieke kenmerken van de defensiesector, moeten alle subsidiabele kosten voor acties die vóór de ontwikkelings- of prototypefase plaatsvinden volledig worden gedekt.

(19)  De prototypefase is een cruciale fase waarin de lidstaten of geassocieerde landen doorgaans over hun geconsolideerde investering beslissen en het proces voor de aankoop van hun toekomstige defensieproducten of -technologieën opstarten. Om die reden is het in die specifieke fase dat lidstaten en geassocieerde landen afspraken maken over de nodige toezeggingen, onder meer aangaande de kostendeling en het eigenaarschap van het project. Om de geloofwaardigheid van hun toezegging te waarborgen, mag de financiële bijstand van de Unie uit hoofde van het fonds normaal gezien niet meer dan 20 % van de subsidiabele kosten bedragen.

(20)  Voor acties na de prototypefase moet in financiering tot 80 % worden voorzien. Dergelijke acties, die dichter bij de voltooiing van het product en de technologie plaatsvinden, kunnen nog steeds aanzienlijke kosten inhouden.

(21)  Belanghebbenden in de defensiesector worden geconfronteerd met specifieke indirecte kosten, zoals kosten voor beveiliging. Daarnaast werken belanghebbenden in een specifieke markt waar ze, indien er geen vraag is aan de afnemerszijde, de kosten voor O&O niet kunnen recupereren zoals het geval is in de civiele sector. Daarom is het gerechtvaardigd te voorzien in een vast percentage van 25 %, net als in de mogelijkheid om ▌indirecte kosten in rekening te brengen die overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van begunstigden zijn berekend, als die methoden door hun nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard en aan de Commissie zijn meegedeeld. ▌

(21 bis)  Projecten met de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps dragen bij aan het openstellen van de toeleveringsketens en de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds. Dergelijke acties dienen daarom in aanmerking te komen voor een hoger financieringspercentage dat ten goede komt aan alle entiteiten die aan het consortium deelnemen.

(22)  Om ervoor te zorgen dat de gefinancierde acties zullen bijdragen tot het concurrentievermogen en de efficiëntie van de Europese defensie-industrie, is het van belang dat de lidstaten reeds voornemens zijn het eindproduct gezamenlijk aan te schaffen of de technologie gezamenlijk te gebruiken, met name via gezamenlijke grensoverschrijdende aanbestedingen, waarbij lidstaten hun aanbestedingsprocedures gezamenlijk opzetten, met name door gebruik te maken van een aankoopcentrale. Aangezien de ministeries van defensie van de lidstaten de enige klanten zijn en de defensie-industrieën de enige leveranciers van defensieproducten moeten de ministeries van defensie van de lidstaten, teneinde de aanbestedingen te vergemakkelijken, bij het project worden betrokken vanaf de vaststelling van de technische specificaties tot de afronding ervan.

(22 bis)  Teneinde het hoofd te bieden aan de toegenomen instabiliteit en conflicten in de buurlanden, alsook aan nieuwe veiligheids- en geopolitieke dreigingen, moeten de lidstaten en de Unie hun investeringsbeslissingen op elkaar afstemmen, wat de gemeenschappelijke vaststelling van dreigingen, behoeften en prioriteiten vergt, waaronder de verwachte militaire capaciteitsbehoeften, die vastgesteld kunnen worden door middel van procedures als het vermogensontwikkelingsplan (CDP).

(23)  De bevordering van innovatie en technologische ontwikkeling in de defensie-industrie van de Unie moet stroken met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie. Dienovereenkomstig moet de bijdrage die een actie levert aan die belangen en aan de onderzoeks- en vermogensprioriteiten op defensiegebied die gemeenschappelijk door de lidstaten zijn overeengekomen, een toekenningscriterium zijn voor financiering. Binnen de Unie worden tekortkomingen in gemeenschappelijk defensieonderzoek en ‑vermogen geïdentificeerd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GVDB), met name via de overkoepelende strategische onderzoeksagenda en het CDP, waaronder de "strategic context cases" van het CDP. Andere Unieprocedures, zoals de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie en de permanente gestructureerde samenwerking, zullen de uitvoering van relevante prioriteiten ondersteunen door kansen voor versterkte samenwerking te identificeren en te benutten teneinde het ambitieniveau van de EU inzake veiligheid en defensie te realiseren. In voorkomend geval moeten ook regionale en internationale prioriteiten, onder meer in de context van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, in aanmerking worden genomen, indien zij in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie en geen lidstaat of geassocieerd land beletten om deel te nemen, daarbij tevens voor ogen houdend dat onnodige overlappingen moeten worden vermeden.

(24)  Subsidiabele acties die worden ontwikkeld in het institutionele kader van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) in de Unie, moeten continu zorgen voor een betere samenwerking tussen juridische entiteiten in verschillende lidstaten en derhalve rechtstreeks bijdragen aan de doelstellingen van het fonds. Na selectie moeten die acties dus in aanmerking komen voor een verhoogd financieringspercentage.

(24 bis)  Binnen het fonds moet rekening worden gehouden met het actieplan voor militaire mobiliteit in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, de Europese vredesfaciliteit ter ondersteuning van, onder andere, de GBVB/GVDB-missies, en de inspanningen om hybride dreigingen tegen te gaan, die samen met het CDP, de CARD en de PESCO helpen om de vermogensplanning, productontwikkeling, aanbestedingen en operaties te coördineren.

(25)  De Commissie zal rekening houden met de andere uit hoofde van het kaderprogramma Horizon Europa gefinancierde activiteiten om onnodige overlappingen te vermijden, kruisbestuiving en synergie tussen civiel en defensieonderzoek te waarborgen, en ervoor te zorgen dat Horizon Europa een louter civiel onderzoeksprogramma blijft.

(26)  Cyberbeveiliging en cyberdefensie vormen alsmaar grotere uitdagingen en de Commissie en de hoge vertegenwoordiger hebben de noodzaak erkend om synergieën tot stand te brengen tussen cyberdefensieacties binnen het toepassingsgebied van het fonds en initiatieven van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging, zoals aangekondigd in de gezamenlijke mededeling over cyberbeveiliging. Met name het op te richten Europees onderzoeks- en kenniscentrum voor cyberbeveiliging moet zoeken naar synergieën tussen de civiele en defensiegerelateerde aspecten van cyberbeveiliging. Het zou actieve ondersteuning kunnen bieden aan de lidstaten en andere relevante actoren door advies te verlenen, deskundigheid te delen en samenwerking te bevorderen met betrekking tot projecten en acties, evenals op verzoek van lidstaten optreden als projectbeheerder in het kader van het Europees Defensiefonds.

(27)  Er moet voor een geïntegreerde aanpak worden gezorgd door het samenvoegen van activiteiten uit hoofde van de door de Commissie opgezette voorbereidende actie inzake defensieonderzoek in de zin van artikel [58, lid 2, onder b),] van Verordening (EU, Euratom) 2018/… van het Europees Parlement en de Raad (het Financieel Reglement) en het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. … van het Europees Parlement en de Raad, om de voorwaarden voor deelname te harmoniseren, om een meer coherente reeks instrumenten te creëren, om innovatie, samenwerking en economische voordelen te stimuleren, en daarbij onnodige overlappingen en versnippering te vermijden. Met deze geïntegreerde aanpak zou het fonds ook bijdragen tot een betere exploitatie van de resultaten van defensieonderzoek en zo de kloof tussen O&O overbruggen, rekening houdend met de eigenheden van de defensiesector, en alle vormen van innovatie bevorderen, en in de mate waarin eventuele positieve overloopeffecten in de civiele wereld te verwachten vallen, zo ook disruptieve innovatie, waar eventuele mislukkingen moeten worden aanvaard.

(28)  De beleidsdoelstellingen van dit fonds worden ook nagestreefd aan de hand van financiële instrumenten en begrotingsgaranties in het kader van het of de beleidsonderdelen [...] van het InvestEU-fonds.

(29)  De financiële steun moet worden gebruikt om op evenredige wijze marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, en de acties mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen noch de mededinging op de interne markt verstoren. De acties moeten een duidelijke Europese toegevoegde waarde hebben.

(30)  De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van de mogelijkheden die zij bieden voor het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, met name rekening houdend met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, evenals van financiering die niet gekoppeld is aan kosten, zoals bedoeld in artikel [125, lid 1,] van het Financieel Reglement.

(31)  De Commissie moet jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's opstellen die aansluiten op de doelstellingen van het fonds. De werkprogramma's moeten rekening houden met de eerste ervaringen die zijn opgedaan bij de uitvoering van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie, het proefproject en de voorbereidende actie inzake defensie-onderzoek.

(32)  Teneinde uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de onderhavige verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vaststelling van het werkprogramma en voor het toekennen van de financiering aan de geselecteerde ontwikkelingsacties. In het bijzonder moet bij de uitvoering van ontwikkelingsacties rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de defensiesector, met name het feit dat de lidstaten en/of geassocieerde landen verantwoordelijk zijn voor het plannings- en aankoopproces. Die uitvoeringsbevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) [nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad](3).

(33)  Ter ondersteuning van een open interne markt moet de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps, hetzij als leden van een consortium, hetzij als subcontractanten, eveneens worden aangemoedigd. Het werkprogramma moet waarborgen dat een geloofwaardig aandeel van het totale budget wordt toegewezen aan acties die grensoverschrijdende participatie van kmo's en midcaps mogelijk maken.

(34)  De Commissie moet ernaar streven de dialoog met het Europees Parlement, de lidstaten en de industrie op gang te houden om het welslagen van het fonds te waarborgen door middel van de impact ervan op de defensie-industrie.

(35)  In deze verordening worden voor het Europees Defensiefonds de financiële middelen vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [het nieuwe interinstitutioneel akkoord] tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(4). De Commissie moet ervoor zorgen dat de administratieve procedures zo eenvoudig mogelijk worden gehouden en minimale aanvullende kosten met zich meebrengen.

(36)  Tenzij anders aangegeven, is het Financieel Reglement op dit fonds van toepassing. Zij bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(37)  De horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(38)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(5), Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad(6), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(7) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(8) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(9). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(39)  Derde landen die lidstaat zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen deelnemen aan Unieprogramma's in het kader van de samenwerking binnen de EER-overeenkomst, die in de uitvoering van programma's bij een besluit uit hoofde van die overeenkomst voorziet. Er moet een specifieke bepaling in deze verordening worden opgenomen ter verlening van de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

(40)  Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven moet deze verordening worden geëvalueerd op basis van via specifieke monitoringvoorschriften verzamelde informatie, met vermijding van overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten. Deze voorschriften kunnen indien noodzakelijk meetbare indicatoren inhouden als basis om de effecten van de verordening op het terrein te evalueren. De Commissie moet uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen alsmede aan het einde van de uitvoeringsperiode van het fonds respectievelijk een tussentijdse evaluatie en eindevaluatie uitvoeren waarin zij de financiële activiteiten vanuit het oogpunt van de resultaten van de financiële uitvoering en, voor zover op dat moment mogelijk, de resultaten en het effect onderzoekt. In die verslagen moet eveneens een analyse worden verricht van de grensoverschrijdende deelname van kmo's en midcaps aan projecten die door het fonds worden ondersteund, alsmede van de deelname van kmo's en midcaps aan de mondiale waardeketen, en moet eveneens informatie worden opgenomen over de landen van herkomst van de begunstigden, over het aantal bij afzonderlijke projecten betrokken landen en, waar mogelijk, over de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten. De Commissie kan ook wijzigingen van deze verordening voorstellen om te reageren op mogelijke ontwikkelingen tijdens de uitvoering van het fonds.

(41)  Gezien het belang van de strijd tegen klimaatverandering en in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, zal dit fonds bijdragen aan de mainstreaming van klimaatactie in de beleidsdomeinen van de Unie en aan het algemene streven dat 25 % van de EU-begrotingsuitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen. Bij de voorbereiding en de uitvoering van het fonds zullen relevante acties worden vastgesteld en bij de tussentijdse evaluatie zullen deze opnieuw worden beoordeeld.

(42)  Aangezien het fonds enkel de O&O-fasen van defensieproducten en -technologieën ondersteunt, mag de Unie ▌niet over eigendomsrechten of intellectuele-eigendomsrechten beschikken op producten of technologieën die uit de gefinancierde acties voortkomen, tenzij de bijstand van de Unie wordt verstrekt via een overheidsopdracht. In het geval van onderzoeksacties moeten belanghebbende lidstaten en geassocieerde landen echter de mogelijkheid hebben om de resultaten van gefinancierde actie te gebruiken en deel te nemen in verdere gezamenlijke ontwikkeling, en om die reden moeten afwijkingen van dat beginsel worden toegestaan.

(43)  De financiële steun van de Unie moet hand in hand gaan met de volledige en correcte tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad(10) voor wat betreft de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Unie, en mag geen invloed hebben op de uitvoer van producten, apparatuur of technologieën.

(43 bis)   Entiteiten die door een rechtbank schuldig zijn bevonden aan een strafbaar feit, zoals, maar niet beperkt tot, het omkopen van een ambtenaar of het schenden van beperkende EU-maatregelen, mogen niet voor financiering in aanmerking komen. De Commissie kan besluiten dat een dergelijke entiteit, of een entiteit waarvan het kaderpersoneel schuldig is bevonden, gedurende een periode van minstens 36 maanden na de veroordeling geen financiering mag aanvragen. De Commissie houdt een openbaar toegankelijke gegevensbank bij van alle ondernemingen die geen financiering mogen aanvragen. Wanneer tegen een entiteit een geloofwaardig en relevant onderzoek voor een strafbaar feit loopt, moet de Commissie zich het recht voorbehouden om de uitkomst van het onderzoek af te wachten alvorens financiering toe te kennen. [Am. 4]

(43 ter)   Het fonds moet de beste praktijken van de industrie op het gebied van corporate governance en aanbestedingen ondersteunen. Hierbij moet onder andere anoniem en vertrouwelijk klokkenluiden mogelijk zijn via meldpunten die door derden worden beheerd en met procedures om vergelding te voorkomen. Deze normen voor corporate governance moeten worden weerspiegeld in de toekenningsprocedure, met als doel de normen voor verantwoord ondernemen in de Europese defensiesector te verhogen. [Am. 5]

(44)  Het gebruik van gevoelige achtergrondinformatie of toegang door onbevoegden tot gevoelige resultaten die door onderzoeksprojecten zijn gegenereerd, kunnen een negatief effect hebben op de belangen van de Unie of van één of meer van haar lidstaten. De behandeling van vertrouwelijke gegevens en gerubriceerde informatie moet dus worden onderworpen aan het relevante Unierecht, inclusief de interne regels van de instellingen, zoals Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie(11).

(45)  Om deze verordening te kunnen aanvullen of wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot de toekenning van financiering aan ontwikkelingsacties, en de vaststelling van de werkprogramma's en de indicatoren van de effecttrajecten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen worden verricht overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd in het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(46)  De Commissie moet het fonds beheren met inachtneming van de vereisten inzake geheimhouding en beveiliging, met name inzake gerubriceerde informatie en gevoelige informatie.

(46 bis)  Ondernemingen moeten zich, wanneer zij voorstellen doen voor nieuwe defensieproducten of -technologieën, of voorstellen om bestaande defensieproducten of -technologieën op andere wijze in te zetten, aan de toepasselijke wetgeving houden. Indien er geen toepasselijke wetgeving voorhanden is, moeten zij zich ertoe verbinden om een reeks universele ethische beginselen eerbiedigen met betrekking tot de grondrechten, het welzijn van de mens, de bescherming van het menselijk genoom, de behandeling van dieren, het behoud van de natuur, de bescherming van cultureel erfgoed, en gelijke toegang tot gemeenschappelijke natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van de ruimte en cyberspace. De Commissie moet ervoor zorgen dat voorstellen systematisch worden gescreend om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ernstige ethische kwesties en om deze aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Voor acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, mag geen EU-financiering worden verstrekt.

(46 ter)  De Raad moet ernaar streven vóór [31 december 2020] een besluit vast te stellen betreffende het gebruik van gewapende onbemande luchtvaartuigen. Zolang dat besluit nog niet in werking is getreden, wordt geen financiering verstrekt voor de ontwikkeling van gewapende onbemande luchtvaartuigen.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt het Europees Defensiefonds ("het fonds") vastgesteld.

In deze verordening worden de doelstellingen van het fonds, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor het verstrekken van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

2)  "zeggenschap": het vermogen om via een of meer intermediaire juridische entiteiten direct of indirect beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen;

3)  "ontwikkelingsactie": elke actie die voornamelijk bestaat uit defensiegerichte activiteiten in de ontwikkelingsfase, met betrekking tot nieuwe producten of technologieën of het moderniseren van bestaande producten en technologieën, met uitzondering van de productie of het gebruik van wapens;

4)  "disruptieve technologie voor defensie": een technologie waarvan de toepassing de concepten en de uitvoering van defensieactiviteiten ingrijpend kan veranderen;

5)  "uitvoerende bestuursstructuren": elk overeenkomstig nationaal recht aangewezen orgaan dat gemachtigd is de strategie, doelstellingen en algemene richting van de juridische entiteit vast te stellen, en dat belast is met het toezicht op en de monitoring van de bestuurlijke besluitvorming;

6)  "juridische entiteit": elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die is opgericht krachtens en als dusdanig wordt erkend in het nationale recht, het recht van de Unie of het internationale recht, die rechtspersoonlijkheid bezit en die, in eigen naam handelend, rechten en verplichtingen kan hebben, dan wel een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel [197, lid 2, onder c),] van het Financieel Reglement;

7)  "midcap-onderneming": onderneming die geen kleine, middelgrote of micro-onderneming ("kmo") is zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie(12) en die ten hoogste 3 000 werknemers telt, waarvan het aantal werkzame personen wordt berekend volgens de bijlage, titel I, artikelen 3 tot en met 6, bij die aanbeveling;

8)  "precommerciële inkoop": de inkoop van onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten waarbij op basis van de marktvoorwaarden sprake is van een deling van de risico's en voordelen, van een competitieve ontwikkeling in fasen en van een duidelijke scheiding tussen de ingekochte onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten en het gebruik van commerciële hoeveelheden eindproducten;

9)  "projectbeheerder": elke aanbestedende dienst die in een lidstaat of een geassocieerd land is gevestigd en door een lidstaat of een geassocieerd land of door een groep lidstaten en/of geassocieerde landen is opgericht om permanent of op ad-hocbasis multinationale bewapeningsprojecten te beheren;

10)  "ontvanger": elke juridische entiteit die uit dit fonds financiering ontvangt;

11)  "onderzoeksactie" elke actie bestaande uit onderzoeksactiviteiten die uitsluitend op defensietoepassingen zijn gericht; "resultaten":

12)  "resultaten": alle materiële of immateriële effecten van de actie, bijvoorbeeld gegevens, knowhow of informatie in welke vorm en van welke aard dan ook en ongeacht of deze kunnen worden beschermd, alsook alle daaraan verbonden rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten;

13)  "speciaal verslag": een specifieke prestatie in het kader van een onderzoeksactie, waarin de resultaten van die actie worden opgesomd en uitgebreide informatie wordt verstrekt over de basisbeginselen, de doelstellingen, de werkelijke uitkomsten, de basiseigenschappen, de verrichte tests, de mogelijke voordelen, de mogelijke defensietoepassingen en het verwachte exploitatietraject van het onderzoek;

14)  "systeemprototype": model van een product of technologie waarmee de prestaties in een operationele omgeving kunnen worden aangetoond;

15)  "derde land": land dat geen lid van de Unie is;

16)  "niet-geassocieerd derde land": derde land dat geen geassocieerd land in de zin van artikel 5 is;

17)  "entiteit uit een niet-geassocieerd derde land": een juridische entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd of waarvan de uitvoerende bestuursstructuren zich in een niet-geassocieerd derde land bevinden;

17 bis)  "kwalificatie": het gehele proces waarin wordt aangetoond dat het ontwerp van een defensieproduct, tastbaar of niet-tastbaar onderdeel of technologie aan de desbetreffende vereisten voldoet. In dit proces wordt objectief bewijs geleverd waarmee wordt aangetoond dat aan bepaalde vereisten van een ontwerp is voldaan;

17 ter)  "consortium": een samenwerkingsverband van juridische entiteiten dat is opgezet om een met dit fonds gefinancierde actie uit te voeren;

17 quater)  "certificering": het proces waarin een nationale instantie certificeert dat het defensieproduct, het tastbaar of niet-tastbaar onderdeel of de technologie aan de toepasselijke regelgeving voldoet;

17 quinquies)  "coördinator": een juridische entiteit die lid is van een consortium en door alle leden van het consortium is aangewezen als centraal aanspreekpunt voor de Commissie met betrekking tot de toekenning van de subsidie.

Artikel 3

Doelstellingen van het fonds

1.  De algemene doelstelling van het fonds bestaat in het bevorderen van het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de Europese defensie-industrie door ondersteuning te bieden aan gezamenlijke acties en grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten in de hele Unie, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcap-ondernemingen (midcaps), en door de flexibiliteit van de toeleverings- en waardeketens van defensieproducten te versterken en te verbeteren en door een betere benutting van het industriële potentieel voor innovatie, onderzoek en technologische ontwikkeling te bevorderen in elke fase van de ▌levenscyclus van defensieproducten en -technologieën. ▌Het fonds draagt bij tot de handelingsvrijheid van de Unie en haar strategische autonomie, met name op technologisch en industrieel gebied.

2.  De specifieke doelstellingen van het fonds zijn:

a)  ondersteuning bieden aan uiterst efficiënte gezamenlijke onderzoeksprojecten die de prestaties van toekomstige Europese vermogens aanzienlijk kunnen stimuleren, met het oog op het maximaliseren van de innovatie en de introductie van nieuwe defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van disruptieve producten en technologieën;

b)  ondersteuning bieden aan gezamenlijke Europese projecten voor de ontwikkeling van defensieproducten en -technologieën conform de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten gemeenschappelijk zijn overeengekomen binnen het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en met name in de context van het vermogensontwikkelingsplan van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en zo bijdragen tot efficiëntere defensie-uitgaven in de Unie, grotere schaalvoordelen creëren, het risico op ▌overlappingen beperken, de overmatige afhankelijkheid van invoer uit derde landen reduceren en daarmee bewerkstelligen dat de lidstaten meer Europees materieel kopen, en op die manier de versnippering van de markt van defensieproducten en -technologieën in de hele Unie verminderen, alsook streven naar een grotere standaardisatie van defensiesystemen en de interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten vergroten.

Artikel 4

Budget

1.  De financiële middelen voor de uitvoering van het Europees Defensiefonds voor de periode 2021-2027 bedragen 11 453 260 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2018 (13 000 000 000 EUR in lopende prijzen).

2.  De ▌verdeling van het in lid 1 bedoelde bedrag is als volgt:

a)  3 612 182 000 EUR in prijzen van 2018 (4 100 000 000 EUR voor onderzoeksacties in lopende prijzen);

b)  ▌7 841 078 000 EUR in prijzen van 2018 (8 900 000 000 EUR voor ontwikkelingsacties in lopende prijzen).

2 bis.   Om in te spelen op onvoorziene situaties of nieuwe ontwikkelingen en behoeften kan de Commissie in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure maximaal 10 % afwijken van de in lid 2 bedoelde bedragen.

3.  Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het fonds, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen. Dit bedrag mag niet hoger zijn dan 5 % van de waarde van de in lid 1 genoemde financiële middelen.

4.  Ten minste 5 % en maximaal 10 % van de in lid 1 genoemde financiële middelen wordt uitgetrokken ter ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensiedoeleinden.

Artikel 5

Geassocieerde landen

Het fonds staat open voor de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden. Financiële bijdragen aan het programma op grond van dit artikel worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5], van het Financieel Reglement.

Artikel 6

Ondersteuning van disruptieve technologieën voor defensie

1.  De Commissie verleent financiering op basis van openbare raadplegingen over disruptieve technologieën, met bijzondere aandacht voor defensietoepassingen op de in de werkprogramma's vastgestelde actiegebieden, overeenkomstig de in artikel 27 bedoelde procedure.

2.  De Commissie beslist per geval welke de meest geschikte financieringsvorm is om disruptieve technologieën te financieren.

Artikel 7

Ethiek

1.  In het kader van het fonds verrichte acties zijn in overeenstemming met:

–  de ethische beginselen en de toepasselijke nationale, internationale en Uniewetgeving, inclusief het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de protocollen daarbij, alsook het internationaal humanitair recht;.

–  de regels en initiatieven inzake de bestrijding van corruptie en witwaspraktijken. [Ams. 6/rev en 13]

2.  Voorstellen worden systematisch en vooraf gescreend door de Commissie om na te gaan welke acties aanleiding geven tot ingewikkelde of ernstige ethische kwesties en om deze, in voorkomend geval, aan een ethische beoordeling te onderwerpen. Ethische screenings en beoordelingen worden uitgevoerd door de Commissie met de hulp van onafhankelijke deskundigen op meerdere vakgebieden. De Commissie waarborgt dat de ethische procedures zo transparant mogelijk zijn en brengt hier verslag over uit in het kader van haar verslagleggings- en evaluatieverplichtingen krachtens de artikelen 31 en 32. Alle deskundigen zijn burgers van de Unie en komen uit een zo groot mogelijk aantal lidstaten.

3.  Entiteiten die aan de actie deelnemen, verkrijgen vóór de aanvang van de desbetreffende activiteiten alle goedkeuringen of andere verplichte documenten van de betrokken nationale of lokale ethische commissies of andere organen, bijvoorbeeld gegevensbeschermingsautoriteiten. Die documenten worden aangehouden en aan de Commissie overgelegd.

5.  Acties die ethisch niet aanvaardbaar zijn, worden verworpen ▌.

HOOFDSTUK II

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 8

Uitvoering en vormen van EU-financiering

1.  Het fonds wordt door de Commissie uitgevoerd in direct beheer overeenkomstig het Financieel Reglement.

2.  In het kader van het fonds kan financiering worden verstrekt in de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement, met name subsidies, prijzen en aanbestedingen. ▌

Artikel 9

Cumulatieve, aanvullende en gecombineerde financiering

1.  Voor een actie waarvoor een bijdrage uit een ander programma van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van het fonds worden ontvangen, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. De regels van elk bijdragend programma/fonds van de Unie gelden voor de respectievelijke bijdrage daaruit aan de actie. De cumulatieve financiering bedraagt niet meer dan de totale subsidiabele kosten van de actie, en de ondersteuning vanuit de verschillende programma's van de Unie kan pro rata worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de voorwaarden voor ondersteuning zijn vastgelegd.

HOOFDSTUK III

SUBSIDIABILITEITSVOORWAARDEN, GUNNINGSCRITERIA EN FINANCIERING

Artikel 10

Subsidiabele entiteiten

1.  Aanvragers en hun subcontractanten die betrokken zijn bij de actie komen in aanmerking voor financiering indien zij in de Unie of een geassocieerd land als bedoeld in artikel 5 zijn gevestigd, hun uitvoerende bestuursstructuren zich in de Unie of in een geassocieerd land bevinden, en zij niet onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staan.

2.  In afwijking van lid 1 kan een in de Unie of in een geassocieerd land gevestigde bij de actie betrokken aanvrager of subcontractant die onder zeggenschap van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land staat, een in aanmerking komende entiteit voor financiering vormen indien dit noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat zijn deelname de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten of de in artikel 3 vermelde doelstellingen niet in gevaar brengt. Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, wordt in de oproep tot het indienen van voorstellen vereist dat de aanvrager zich ertoe verbindt om vóór de aanvang van de actie passende maatregelen uit te voeren om te waarborgen dat:

a)  ▌zeggenschap over de aanvrager niet wordt uitgeoefend op een wijze waardoor zijn vermogen om de actie uit te voeren en resultaten voor te leggen op een of andere manier wordt beperkt, op een wijze waardoor er beperkingen worden opgelegd met betrekking tot de infrastructuur, faciliteiten, activa, middelen, intellectuele eigendom of kennis van de aanvrager die nodig zijn voor de actie, of op een wijze waardoor de vermogens of normen die nodig zijn voor de uitvoering van de actie worden ondermijnd;

b)  ▌toegang van niet-geassocieerde derde landen of van entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land tot gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie met betrekking tot de actie wordt voorkomen; de bij de actie betrokken werknemers of andere personen over een door een lidstaat of geassocieerd land afgegeven nationale veiligheidsmachtiging beschikken;

c)  de uit de actie voortgekomen intellectuele eigendom, evenals de resultaten van de actie tijdens de looptijd ervan en gedurende een gespecificeerde periode na voltooiing ervan in handen blijven van de begunstigde en niet worden onderworpen aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of andere entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land, en niet worden uitgevoerd naar of beschikbaar worden gesteld aan een derde land of een entiteit uit een derde land zonder de goedkeuring van de lidstaten waar de begunstigde is gevestigd en overeenkomstig de doelstellingen vermeld in artikel 3.

Een afwijking op grond van dit lid geldt niet voor een bij de actie betrokken aanvrager of subcontractant van wie de uitvoerende bestuursstructuren zich in de Unie of in een geassocieerd land bevinden en die onder zeggenschap staat van een niet-geassocieerd derde land dat is onderworpen aan beperkende maatregelen van de Unie, of van een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land die is onderworpen aan beperkende maatregelen van de Unie.

3.  Alle infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die worden gebruikt in uit het fonds gefinancierde acties bevinden zich op het grondgebied van de Unie of van geassocieerde landen en worden niet onderworpen aan eender welke controle of beperking door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd land. Daarnaast werken bij de actie betrokken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt alleen met juridische entiteiten die in de Unie of in een geassocieerd land zijn gevestigd en niet onder zeggenschap van niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit een niet-geassocieerde derde land staan.

4.  In afwijking van lid 3 mogen bij de actie betrokken begunstigden en subcontractanten, indien er geen concurrerende plaatsvervangers beschikbaar zijn in de Unie, gebruikmaken van activa, infrastructuur, faciliteiten, en middelen in hun bezit die zich op het grondgebied van een niet-geassocieerd derde land bevinden of worden gehouden, indien dat noodzakelijk is om de doelstellingen van de actie te bereiken en op voorwaarde dat het de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten of de in artikel 3 vermelde doelstellingen niet in gevaar brengt. Onder dezelfde voorwaarden mogen bij de actie betrokken begunstigden en hun subcontractanten bij de uitvoering van een actie die voor financiering in aanmerking komt, samenwerken met een entiteit die in een niet-geassocieerd derde land is gevestigd. De kosten die met het gebruik van dergelijke infrastructuur, faciliteiten, activa of middelen en met dergelijke samenwerking gepaard gaan, komen niet in aanmerking voor financiering uit het fonds. In elk geval geldt deze afwijking niet indien deze activa, infrastructuur, faciliteiten of middelen zich op het grondgebied bevinden of op het grondgebied worden gehouden van een niet-geassocieerd derde land dat is onderworpen aan beperkende maatregelen van de Unie.

5.  Om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten te waarborgen, worden in de oproep tot het indienen van voorstellen of in de subsidieovereenkomst alle voorwaarden gespecificeerd, met inbegrip van de voorwaarden als bedoeld in lid 2 van dit artikel. Die voorwaarden hebben met name betrekking op de bepalingen inzake de eigendom van resultaten van de actie en de toegang tot gerubriceerde en niet-gerubriceerde gevoelige informatie, en op waarborgen inzake voorzieningszekerheid.

6.  Aanvragers verstrekken alle relevante informatie die nodig is om de in de leden 1 tot en met 4 genoemde subsidiabiliteitscriteria en voorwaarden te kunnen beoordelen.

7.  Aanvragen die op de voorwaarden van lid 2 of 4 moeten worden getoetst, mogen alleen worden ingediend met toestemming van de lidstaat of het geassocieerde land waarin de aanvrager is gevestigd.

8.  Indien zich tijdens de uitvoering van een actie een verandering voordoet waardoor aan de naleving van die criteria en voorwaarden kan worden getwijfeld, brengt de begunstigde dit ter kennis van de Commissie, die nagaat of nog steeds aan die criteria en voorwaarden is voldaan en de mogelijke gevolgen voor de financiering van de actie (opschorting, annulering) beoordeelt.

9.  In dit artikel wordt onder "subcontractanten" verstaan: subcontractanten met een directe contractuele relatie met een begunstigde, overige subcontractanten waaraan ten minste 10 % van de totale subsidiabele kosten van de actie wordt toegewezen, en subcontractanten die mogelijk toegang moeten hebben tot gerubriceerde informatie in de zin van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie om de actie te kunnen uitvoeren.

Artikel 11

Subsidiabele acties

1.  Alleen acties voor de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen komen in aanmerking voor financiering.

2.  Het fonds biedt zowel ondersteuning aan acties voor nieuwe producten en technologieën als aan acties voor de modernisering van bestaande producten en technologieën, voor zover het gebruik van reeds bestaande informatie die nodig is om die modernisering te kunnen uitvoeren, niet direct of indirect is onderworpen aan een beperking door niet-geassocieerde derde landen of entiteiten uit niet-geassocieerde derde landen.

3.  Een subsidiabele actie houdt verband met één of meer van de volgende activiteiten:

a)  activiteiten gericht op het creëren, onderbouwen en verbeteren van ▌kennis en defensieproducten of ‑technologieën, waaronder disruptieve defensietechnologieën, die significante effecten kunnen hebben op defensiegebied;

b)  activiteiten gericht op het verhogen van de interoperabiliteit en de weerbaarheid, waaronder de beveiligde productie en uitwisseling van gegevens, op het beheersen van cruciale defensietechnologieën, op het versterken van de voorzieningszekerheid of op het mogelijk maken van een doeltreffende benutting van resultaten voor defensieproducten en -technologieën;

c)  studies, zoals haalbaarheidsstudies om de haalbaarheid van een nieuwe of verbeterde technologie, product, proces, dienst, oplossing ▌te onderzoeken ▌;

d)  het ontwerp van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel, alsook de vaststelling van de technische specificaties op basis waarvan dat ontwerp is ontwikkeld, evenals eventuele deeltesten met het oog op risicobeperking in een industriële of representatieve omgeving;

e)  de ontwikkeling van een model of een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel waarmee de prestaties van dat element in een operationele omgeving kunnen worden aangetoond (systeemprototype);

f)  het testen van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel;

g)  de kwalificering van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel ▌;

h)  de certificering van een defensieproduct, defensietechnologie of tastbaar of niet-tastbaar onderdeel ▌;

i)  de ontwikkeling van technologieën of middelen die de efficiëntie van defensieproducten en -technologieën gedurende hun gehele levenscyclus verhogen;

4.  ▌De actie wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband in het kader van een consortium van ten minste drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in ten minste drie verschillende lidstaten ▌. Elke bijkomende juridische entiteit die in het consortium participeert, mag in een geassocieerd land als bedoeld in artikel 5 gevestigd zijn. Ten minste drie van deze subsidiabele entiteiten die gevestigd zijn in ten minste twee verschillende lidstaten en/of geassocieerde landen, staan niet gedurende de hele uitvoering van de actie direct of indirect onder ▌zeggenschap van dezelfde entiteit, noch mogen zij onder zeggenschap van elkaar staan.

5.  Lid 4 is niet van toepassing op acties als bedoeld in lid 3, onder c) ▌, noch op acties als bedoeld in artikel 6.

6.  Acties met het oog op de ontwikkeling van producten en technologieën waarvan het gebruik, de ontwikkeling of productie op grond van het toepasselijke internationaal recht verboden is, komen niet voor financiering in aanmerking. In het bijzonder wordt in het kader van het programma geen financiering verstrekt voor brandwapens, met inbegrip van witte fosfor, munitie met verarmd uranium, dodelijke autonome wapens, waaronder onbemande luchtvaartuigen, die zonder beduidende menselijke controle de kritische taken van het kiezen en aanvallen van afzonderlijke doelwitten verrichten, handvuurwapens en lichte wapens die hoofdzakelijk voor uitvoerdoeleinden worden ontwikkeld, meer bepaald indien geen van de lidstaten te kennen heeft gegeven dat de actie noodzakelijk moet worden uitgevoerd. [Am. 29/rev]

6 bis.   Acties voor de ontwikkeling van producten en technologieën die het mogelijk maken de volgende daden te plegen of te bevorderen, komen niet in aanmerking voor financiering uit hoofde van het programma:

i)  een ernstige schending van het internationaal humanitair recht;

ii)  een ernstige schending van het internationaal recht inzake de mensenrechten;

iii)  een daad die in internationale verdragen of protocollen inzake terrorisme als misdrijf is aangewezen;

iv)  een daad die in internationale verdragen of protocollen inzake transnationale georganiseerde misdaad als misdrijf is aangewezen.

6 ter.   Acties die geheel of gedeeltelijk op direct of indirect wijze bijdragen aan de ontwikkeling van massavernietigingswapens en raketkoppen en rakettechnologie voor dat soort wapens komen niet in aanmerking. [Am. 21]

Artikel 12

Selectie- en toekenningsprocedure

[Am. 30]

2.  De Commissie kent de financiering voor de geselecteerde acties toe na elke oproep of na de toepassing van [artikel 195, onder e),] van het Financieel Reglement.

3.  Financiering voor ontwikkelingsacties kent de Commissie toe middels gedelegeerde handelingen die overeenkomstig de in artikel 28 bis bedoelde procedure zijn vastgesteld.

Artikel 13

Toekenningscriteria

1.  Elk voorstel wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a)  bijdrage aan excellentie of disruptiepotentieel op defensiegebied, waarbij in het bijzonder wordt aangetoond dat de verwachte resultaten van de voorgestelde actie significante voordelen bieden ten aanzien van bestaande producten of technologieën;

b)  bijdrage aan de innovatie en technologische ontwikkeling van de Europese defensie-industrie, waarbij in het bijzonder wordt aangetoond dat de voorgestelde actie betrekking heeft op baanbrekende of vernieuwende concepten en benaderingen, nieuwe veelbelovende technologische verbeteringen in de toekomst of de toepassing van technologieën of concepten die voorheen niet in de defensiesector werden gebruikt;

c)  de bijdrage aan het concurrentievermogen van de Europese defensie-industrie, in het bijzonder door in heel de Unie nieuwe marktkansen te creëren en de groei van bedrijven te versnellen;

c bis)   bijdrage aan de industriële en technologische autonomie van de Unie door defensietechnologieën of -producten uit te breiden overeenkomstig de vermogensprioriteiten op defensiegebied die de lidstaten zijn overeengekomen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en met name in de context van het vermogensontwikkelingsplan (CDP) van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);

d)  bijdrage aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie in overeenstemming met de prioriteiten zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, en, in voorkomend geval, zoals vastgesteld in regionale en internationale samenwerkingsovereenkomsten;

e)  bijdrage aan de oprichting van nieuwe grensoverschrijdende samenwerking tussen juridische entiteiten, met name voor kmo's en midcaps die zijn gevestigd in andere lidstaten en/of geassocieerde landen dan die waar de entiteiten in het consortium die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

f)  kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering van de actie.

2.  Op grond van lid 1, onder d), kan rekening worden gehouden met regionale en internationale prioriteiten, met name om onnodige overlappingen te vermijden, op voorwaarde dat zij de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie dienen en geen lidstaat van deelname uitsluiten.

Artikel 14

Medefinancieringspercentage

1.  Onverminderd het medefinancieringsbeginsel financiert het fonds ▌100 % van de subsidiabele kosten van een actie.

2.  In afwijking van lid 1 geldt het volgende:

a)  voor acties zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e), bedraagt de financiële bijstand uit het fonds niet meer dan 20 % van de subsidiabele kosten van de actie;

b)  voor acties zoals bedoeld in artikel 11, lid 3, onder f) tot en met h), bedraagt de financiële bijstand uit het fonds niet meer dan 80 % van de subsidiabele kosten van de actie.

3.  Voor ontwikkelingsacties wordt het financieringspercentage verhoogd in de volgende gevallen, zonder dat het echter hoger kan zijn dan de totale subsidiabele kosten:

a)  een actie die wordt ontwikkeld in de context van de permanente gestructureerde samenwerking zoals ingesteld bij Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 geniet een percentage dat met 10 procentpunten is verhoogd;

b)  een actie geniet een financieringspercentage dat is verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan kmo's die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

c)  een actie geniet een financieringspercentage dat wordt verhoogd met het aantal procentpunten dat overeenkomt met een kwart van het percentage van de totale subsidiabele kosten dat is toegekend aan midcaps die zijn gevestigd in een andere lidstaat en/of geassocieerd land dan de lidstaat en/of het land waar de consortiumleden die geen kmo's of midcaps zijn, zijn gevestigd;

d)  de totale verhoging van het financieringspercentage van een actie mag niet meer bedragen dan 30 procentpunten.

Artikel 15

Financiële draagkracht

In afwijking van artikel [198] van het Financieel Reglement:

a)  wordt enkel de financiële draagkracht van de coördinator geverifieerd en enkel indien de aangevraagde financiering van de Unie 500 000 EUR of meer bedraagt. Wanneer er echter redenen bestaan om aan de financiële draagkracht te twijfelen, verifieert de Commissie tevens de financiële draagkracht van andere aanvragers of van coördinatoren die onder de in de eerste zin bedoelde drempelwaarde blijven;

b)  wordt de financiële draagkracht niet geverifieerd bij juridische entiteiten waarvan de levensvatbaarheid wordt gegarandeerd door een lidstaat, noch bij universiteiten en openbare onderzoekscentra;

c)  wordt, indien de financiële draagkracht structureel wordt gegarandeerd door een andere juridische entiteit, de financiële draagkracht van deze laatste geverifieerd.

Artikel 16

Indirecte kosten

1.  Indirecte subsidiabele kosten worden bepaald door een vast percentage van 25 % toe te passen op de totale directe subsidiabele kosten, met uitzondering van directe subsidiabele kosten voor onderaanneming, financiële ondersteuning aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten.

2.  Bij wijze van alternatief kunnen indirecte subsidiabele kosten ▌worden bepaald overeenkomstig de gebruikelijke kostenberekeningsmethoden van de begunstigde op basis van werkelijke indirecte kosten, voor zover die kostenberekeningsmethoden door nationale autoriteiten onder vergelijkbare financieringsstelsels zijn aanvaard in overeenstemming met artikel [185] van het Financieel Reglement en aan de Commissie zijn meegedeeld.

Artikel 17

Gebruik van eenmalige vaste bedragen of niet aan kosten gekoppelde bijdragen

1.  Voor subsidies die worden toegekend aan acties als bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e), en andere acties waarbij lidstaten en/of geassocieerde landen meer dan 50 % van de begroting financieren, kan de Commissie gebruikmaken van:

a)  een niet aan kosten gekoppelde bijdrage als bedoeld in artikel [180, lid 3,] van het Financieel Reglement en gebaseerd op de verwezenlijking van resultaten gemeten ten opzichte van eerder vastgestelde mijlpalen of middels prestatie-indicatoren; of

b)  een eenmalig vast bedrag als bedoeld in artikel [182] van het Financieel Reglement en gebaseerd op de voorlopige begroting van de actie die reeds door de nationale autoriteiten van de medefinancierende lidstaten en geassocieerde landen is goedgekeurd.

2.  Indirecte kosten worden opgenomen in het vaste bedrag.

Artikel 18

Precommerciële inkoop

1.  De Unie kan precommerciële inkoop ondersteunen door een subsidie toe te kennen aan aanbestedende diensten of aanbestedende instanties in de zin van de Richtlijnen 2014/24/EU(13), 2014/25/EU(14) en 2009/81/EG(15) van het Europees Parlement en de Raad die gezamenlijk defensiegerelateerd onderzoek en ontwikkeling van diensten aanbesteden of hun aanbestedingsprocedures coördineren.

2.  De aanbestedingsprocedures:

a)  zijn in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening;

b)  kunnen voorzien in de gunning van meerdere contracten binnen dezelfde procedure ("multiple sourcing");

c)  voorzien in de gunning van contracten aan de inschrijving(en) die de beste prijs/kwaliteitsverhouding biedt/bieden.

Artikel 19

Garantiefonds

Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen dienen ter dekking van het risico dat verbonden is aan de terugvordering van door de begunstigden verschuldigde middelen en worden beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. De bepalingen van [artikel X van] Verordening XXX [opvolger van de verordening betreffende het Garantiefonds] zijn van toepassing.

Artikel 21

Toegang tot financieringsinstrumenten

De begunstigden van het fonds komen in aanmerking voor toegang tot speciale financiële producten die in het kader van InvestEU worden aangeboden, in overeenstemming met ▌titel X van het Financieel Reglement.

TITEL II

SPECIFIEKE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP ONDERZOEK

Artikel 22

Eigendom van resultaten

1.  De resultaten van de acties zijn eigendom van de begunstigden die de resultaten genereren. Indien juridische entiteiten gezamenlijk resultaten genereren, en indien hun respectieve bijdragen niet kunnen worden geverifieerd of indien het niet mogelijk is dergelijke gezamenlijke resultaten op te splitsen, houden de juridische entiteiten de resultaten gezamenlijk in eigendom. De gezamenlijke eigenaren sluiten een overeenkomst betreffende de verdeling en de voorwaarden voor de uitoefening van dit gezamenlijke eigendomsrecht, met inachtneming van hun verplichtingen uit hoofde van de subsidieovereenkomst.

2.  Indien de bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van een overheidsopdracht, zijn de resultaten eigendom van de Unie. De lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot de resultaten voor zover zij daar schriftelijk om verzoeken;

3.  ▌De resultaten van de acties die ondersteuning ontvangen uit het fonds, mogen noch direct, noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, onderworpen zijn aan controles of beperkingen, zo ook wat betreft de overdracht van technologie door een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land.

4.  In de subsidieovereenkomst wordt, voor zover gerechtvaardigd, vastgesteld dat de Commissie het recht heeft in kennis gesteld te worden van en bezwaar te maken tegen een overdracht van eigendom van resultaten of het verlenen van een licentie voor resultaten aan een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land. Dergelijke overdracht mag niet ingaan tegen de defensie- en veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten of tegen de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen van deze verordening.

5.  De nationale autoriteiten van de lidstaten en geassocieerde landen hebben toegangsrechten tot het speciaal verslag van acties die Uniefinanciering hebben ontvangen. Dergelijke toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend en door de Commissie aan de lidstaten en de geassocieerde landen overgedragen nadat in passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien. Deelnemers zijn in geen geval gehouden in het speciaal verslag gegevens of informatie te verstrekken die tot het intellectuele eigendom behoren.

6.  De nationale autoriteiten van de lidstaten en de geassocieerde landen gebruiken het speciaal verslag uitsluitend voor doeleinden met betrekking tot het gebruik door of voor hun strijdkrachten of veiligheids- of inlichtingendiensten, onder meer in het kader van hun samenwerkingsprogramma's. Dergelijk gebruik omvat, maar is niet beperkt tot studie, evaluatie, beoordeling, onderzoek, ontwerp, ontwikkeling, vervaardiging, verbetering, wijziging, onderhoud, reparatie, renovatie, productaanvaarding en -certificering, bediening, opleiding, verwijdering en andere ontwerpdiensten en productuitrol, evenals de beoordeling en opstelling van technische voorschriften voor aanbesteding.

7.  De begunstigden verlenen de instellingen, organen of agentschappen van de Unie royaltyvrij toegangsrechten tot hun resultaten, voor zover dit naar behoren gerechtvaardigd is voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van Uniebeleid of -programma's. Dergelijke toegangsrechten hebben enkel betrekking op niet-commercieel en niet-competitief gebruik.

8.  Met betrekking tot precommerciële inkoop worden in de subsidieovereenkomsten en contracten specifieke bepalingen inzake de eigendom, de toegangsrechten en de licentieverlening vastgesteld om een maximaal effect van de resultaten te bewerkstelligen en oneerlijke voordelen te voorkomen. ▌Indien een contractant er niet in slaagt de resultaten binnen een bepaalde periode na de precommerciële inkoop zoals vastgesteld in de overeenkomst, te exploiteren, draagt hij de eigendom van de resultaten waar mogelijk over aan de aanbestedende diensten.

8 bis.   Drie of meer lidstaten of geassocieerde landen die, multilateraal of in het kader van een organisatie van de Unie, gezamenlijk een of meer contracten hebben gesloten met een of meer deelnemers om de verkregen resultaten in het kader van een specifieke actie die financiering heeft ontvangen uit hoofde van een subsidieovereenkomst voor een onderzoeksactie op defensiegebied, samen verder te ontwikkelen, hebben toegangsrechten tot de resultaten van de actie die eigendom zijn van die deelnemer en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het contract. Deze toegangsrechten worden vrij van royalty's verleend en onder specifieke voorwaarden die ervoor zorgen dat deze rechten uitsluitend voor het doel van het contract worden gebruikt en dat in de passende geheimhoudingsverplichtingen is voorzien.

TITEL III

SPECIFIEKE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP ONTWIKKELING

Artikel 23

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria

1.  In voorkomend geval toont het consortium aan dat de resterende kosten van een subsidiabele actie die niet voor ondersteuning door de Unie in aanmerking komen, door andere financieringsmiddelen worden gedekt, zoals bijdragen van lidstaten en/of bijdragen van geassocieerde landen, of medefinanciering van juridische entiteiten.

2.  In artikel 11, lid 3, onder d), bedoelde acties zijn gebaseerd op geharmoniseerde vermogensvereisten die gezamenlijk door de desbetreffende lidstaten en/of geassocieerde landen zijn overeengekomen.

3.  Voor acties als bedoeld in artikel 11, lid 3, onder e) tot en met h), toont het consortium middels door nationale autoriteiten afgegeven documenten aan dat:

a)  ten minste twee lidstaten ▌of ten minste één lidstaat met geassocieerde landen garanties bieden om het eindproduct aan te schaffen of de technologie op gecoördineerde wijze te gebruiken. Dit kan onder meer via gezamenlijke aanbestedingen;

b)  de actie gebaseerd is op gemeenschappelijke technische specificaties die gezamenlijk zijn overeengekomen door de lidstaten en/of geassocieerde landen die de actie medefinancieren.

Artikel 24

Aanvullende toekenningscriteria

Naast de toekenningscriteria als bedoeld in artikel 13 kan voor het werkprogramma ook rekening gehouden worden met:

a)  de bijdrage aan het verhogen van de efficiëntie in de hele levenscyclus van defensieproducten en -technologieën, met inbegrip van kosteneffectiviteit en het potentieel voor synergieën in het aanbestedings- en onderhoudsproces en de verwijderingsprocessen;

b)  het niveau van samenwerking tussen bij de subsidiabele actie betrokken lidstaten.

b bis)  het voorziene aanbestedingsvolume en de verwachte gevolgen voor de defensievermogens en -uitgaven van de lidstaten en de Europese strategische autonomie.

Artikel 25

Eigendom van resultaten

1.  De Unie is geen eigenaar van de producten of technologieën die voortkomen uit ontwikkelingsacties, noch maakt zij aanspraak op enige intellectuele-eigendomsrechten met betrekking tot de resultaten van de acties.

1 bis.   De resultaten van de acties zijn eigendom van de begunstigden die de resultaten hebben gegenereerd. Indien juridische entiteiten gezamenlijk resultaten genereren, en indien hun respectieve bijdragen niet kunnen worden geverifieerd of indien het niet mogelijk is dergelijke gezamenlijke resultaten op te splitsen, houden de juridische entiteiten de resultaten gezamenlijk in eigendom. De gezamenlijke eigenaren sluiten een overeenkomst betreffende de verdeling en de voorwaarden voor de uitoefening van dit gezamenlijke eigendomsrecht, met inachtneming van hun verplichtingen uit hoofde van de subsidieovereenkomst.

2.  De resultaten van acties die uit het fonds worden gefinancierd, mogen direct noch indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, aan zeggenschap of beperkingen door niet-geassocieerde derde landen of door entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land worden onderworpen, zo ook wat de overdracht van technologie betreft.

3.  Wat de door ontvangers uit hoofde van deze verordening gegenereerde resultaten betreft en onverminderd lid 2 van dit artikel, wordt de Commissie ten minste zes weken vooraf ex ante in kennis gesteld van elke overdracht van eigendom of verlening van een licentie aan een niet-geassocieerd derde land of aan entiteiten uit een niet-geassocieerd derde land. Indien een dergelijke overdracht van eigendom of verlening van een licentie ingaat tegen de defensie- en veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten, of tegen de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen van deze verordening ▌, dan wordt de in het kader van het fonds verstrekte financiering terugbetaald.

4.  In afwijking van lid 1 geldt dat, indien de bijstand van de Unie wordt verleend in de vorm van een overheidsopdracht, de Unie eigenaar is van de resultaten en de lidstaten en/of geassocieerde landen het recht hebben om kosteloos en mits zij daar schriftelijk om verzoeken, een niet-exclusieve licentie te verkrijgen voor het gebruik van de resultaten.

Artikel 26

Inkennisstelling van de projectbeheerder

Ingeval de lidstaten en geassocieerde landen een projectbeheerder benoemen, raadpleegt de Commissie ▌ de projectbeheerder over de voortgang die is geboekt bij de actie voordat zij de betaling verricht aan de begunstigde van de subsidiabele actie.

TITEL IV

BEHEER, MONITORING, EVALUATIE EN CONTROLE

Artikel 27

Werkprogramma's

1.  Het fonds wordt uitgevoerd door middel van jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel [110] van het Financieel Reglement. ▌

1 bis.   De werkprogramma's kunnen met name rekening houden met de strategieën die zijn ontwikkeld in het kader van de overkoepelende strategische onderzoeksagenda (OSRA) en de gevalstudies in strategische context (SCC's) van het CDP.

1 ter.  De Commissie waarborgt de samenhang van de werkprogramma's tijdens het beheer van de volledige levenscyclus van defensieproducten en -technologieën.

2.  De Commissie stelt de werkprogramma's vast middels gedelegeerde handelingen in overeenstemming met de in artikel 28 bis bedoelde procedure.

2 bis.   In de werkprogramma's worden details verstrekt over de uit hoofde van het fonds te financieren categorieën van projecten. Deze werkprogramma's sluiten aan bij de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

2 ter.   De Commissie voert aan de hand van het proces voor de opstelling van de werkprogramma's een voorafgaande beoordeling uit van mogelijke overlappingen met bestaande vermogens of reeds gefinancierde onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten binnen de Unie.

Artikel 28 bis

Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 27 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zeven jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding].

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 27 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(16).

Artikel 29

Onafhankelijke deskundigen

1.  De Commissie stelt overeenkomstig artikel [237] van het Financieel Reglement onafhankelijke deskundigen aan om haar bij te staan bij de evaluatie van voorstellen. ▌

2.  Onafhankelijke deskundigen zijn burgers van de Unie uit een zo groot mogelijk aantal lidstaten die zijn aangeduid en geselecteerd op basis van oproepen tot het indienen van blijken tot belangstelling ▌met het oog op het vaststellen van een lijst met deskundigen ▌. In afwijking van artikel [237] van het Financieel Reglement wordt die lijst niet bekendgemaakt, volledig noch gedeeltelijk, indien dit vereist is op grond van de bescherming van de openbare veiligheid.

3.  Onafhankelijke deskundigen beschikken over een passende, door een lidstaat afgegeven veiligheidsmachtiging.

5.  Onafhankelijke deskundigen worden gekozen op basis van de vaardigheden, ervaring en kennis waarover zij moeten beschikken om de aan hen opgedragen taken te kunnen uitvoeren.

5 bis.  De Commissie zorgt er tevens voor dat een deskundige die met een belangenconflict wordt geconfronteerd ten aanzien van een aangelegenheid waarover hij een advies dient te verstrekken, geen beoordeling verricht of advies of assistentie verleent met betrekking tot genoemde aangelegenheid.

Artikel 30

Toepassing van de regelgeving inzake gerubriceerde informatie

1.  Binnen het toepassingsgebied van deze verordening:

a)  zorgt elke lidstaat of elk geassocieerd land ervoor dat zijn nationale beveiligingsvoorschriften eenzelfde mate van bescherming van gerubriceerde informatie van de Europese Unie bieden als de veiligheidsvoorschriften in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie(17) en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlagen bij Besluit 2013/488/EU(18);

b)  stellen de lidstaten en geassocieerde landen de Commissie onverwijld in kennis van de onder a) bedoelde nationale beveiligingsvoorschriften;

c)  kunnen in niet-geassocieerde derde landen verblijvende natuurlijke personen en aldaar gevestigde rechtspersonen enkel met gerubriceerde informatie van de EU met betrekking tot het fonds werken indien in die landen voor hen beveiligingsvoorschriften gelden die ten minste eenzelfde mate van bescherming bieden als de veiligheidsvoorschriften van de Commissie in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie en de beveiligingsvoorschriften van de Raad in de bijlagen bij Besluit 2013/488/EU. De gelijkwaardigheid van beveiligingsvoorschriften die in een derde land of een internationale organisatie worden toegepast, wordt omschreven in een overeenkomst over beveiliging van informatie, waar relevant met inbegrip van kwesties inzake industriële beveiliging, tussen de Unie en dat derde land of die internationale organisatie, overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 218 VWEU en met inachtneming van artikel 13 van Besluit 2013/488/EU;

d)  kan, onverminderd artikel 13 van Besluit 2013/488/EU en de voorschriften inzake industriële beveiliging in Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie, aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, derde land of internationale organisatie toegang worden verleend tot gerubriceerde informatie van de Europese Unie, wanneer dat nodig wordt geacht en per geval, afhankelijk van de aard en de inhoud van die informatie, de noodzaak dat de ontvanger er kennis van neemt en het voordeel daarvan voor de Unie.

2.  Bij acties waarvoor gerubriceerde informatie nodig is of die dergelijke informatie vereisen en/of bevatten, vermeldt het betrokken financieringsorgaan in de oproep tot het indienen van voorstellen of in de aanbestedingsdocumenten de maatregelen en voorschriften die noodzakelijk zijn om het vereiste beveiligingsniveau van deze informatie te waarborgen.

3.  Om de uitwisseling van gevoelige informatie tussen de Commissie, de ontvangers en, in voorkomend geval, de lidstaten te vergemakkelijken, zet de Commissie een beveiligd elektronisch uitwisselingssysteem op.

Artikel 31

Toezicht en verslaglegging

1.  De bijlage bij deze verordening bevat indicatoren voor het toezicht op de uitvoering en voortgang van het fonds bij de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde algemene en specifieke doelstellingen.

2.  Om ervoor te zorgen dat de voortgang van het fonds bij het behalen van de doelstellingen ervan doeltreffend wordt beoordeeld, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 36 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen met het oog op herziening of aanvulling van de indicatoren, indien nodig, en deze verordening aan te vullen met bepalingen betreffende de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie.

3.  De Commissie houdt regelmatig toezicht op de uitvoering van het fonds en evalueert deze regelmatig, en brengt jaarlijks verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over de geboekte vooruitgang. Dat jaarlijks verslag bevat een onderdeel over de uitvoering van artikel 7. Daartoe stelt de Commissie de nodige toezichtsregelingen in.

4.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het toezicht op de uitvoering en de resultaten van het fonds op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de ontvangers van middelen van de Unie.

Artikel 32

Evaluatie van het fonds

1.  Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

2.  De tussentijdse evaluatie van het fonds wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het fonds beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het fonds is begonnen. In het verslag van de tussentijdse evaluatie tegen 31 juli 2024 wordt met name ingegaan op het beheer van het fonds, de ervaring die is opgedaan met het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek, de toepassing van de ethische procedures als bedoeld in artikel 7, de uitvoeringspercentages, de projecttoekenningsresultaten met inbegrip van de betrokkenheid van kmo's en midcaps en de mate van grensoverschrijdende deelname, de verdeling van financiering onder de verschillende categorieën subcontractanten volgens de definitie van artikel 10, punt 9, de begroting die wordt toegewezen aan disruptieve technologieën, alsmede overeenkomstig artikel [195] van het Financieel Reglement verstrekte financiering. De tussentijdse evaluatie bevat ook informatie over de landen van herkomst van de ontvangers, het aantal landen dat betrokken is bij afzonderlijke projecten en, waar mogelijk, de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten. De Commissie kan voorstellen voor passende wijzigingen van deze verordening indienen.

3.  Aan het einde van de uitvoeringsperiode, maar uiterlijk vier jaar na 31 december 2027, verricht de Commissie een eindevaluatie van de uitvoering van het fonds. Het eindevaluatieverslag omvat de resultaten van de uitvoering van en, voor zover dit gezien de timing mogelijk is, de effecten van het fonds. In dat verslag wordt op basis van de relevante raadplegingen van de lidstaten en geassocieerde landen en de belangrijkste belanghebbenden met name een beoordeling gemaakt van de geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen. Ook wordt in dat verslag een analyse verricht van de grensoverschrijdende participatie, onder meer van kmo's en midcaps, in de in het kader van het fonds uitgevoerde projecten, alsook van de integratie van kmo's en midcaps in de mondiale waardeketen. De evaluatie bevat ook informatie over de landen van herkomst van de ontvangers en, waar mogelijk, over de verdeling van de gegenereerde intellectuele-eigendomsrechten.

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

Artikel 33

Audits

Audits naar het gebruik van de bijdrage van de Unie door personen of entiteiten, met inbegrip van andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van artikel [127] van het financieel reglement. Overeenkomstig artikel 287 VWEU onderzoekt de Europese Rekenkamer de rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de Unie.

Artikel 34

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Wanneer een derde land deelneemt aan het fonds uit hoofde van een besluit in het kader van een internationale overeenkomst of op grond van enig ander rechtsinstrument, verleent dat derde land de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en aan de Europese Rekenkamer, zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten deze rechten het recht om onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Artikel 35

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie, met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten, door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het fonds, de acties en de resultaten ervan. De aan het fonds toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de communicatie van de Commissie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen. Deze financiële middelen mogen worden gebruikt voor projecten inzake statistieken over de defensie-industrie en projecten om de verzameling van gegevens te organiseren.

TITEL V

GEDELEGEERDE HANDELINGEN, EN OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 36

Gedelegeerde handelingen

1.  De in artikel 31 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

2.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 31 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

3.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 31 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 37

Intrekking

Verordening (EU) nr. .../… (industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie) wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 38

Overgangsbepalingen

1.  Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties tot de afsluiting ervan op grond van [verordening betreffende het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie] en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek, die op de betrokken acties van toepassing blijven tot zij worden afgesloten.

2.  De financiële middelen voor het fonds kunnen eveneens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang te waarborgen tussen het fonds en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van zijn voorlopers, de [verordening betreffende het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie] en de voorbereidende actie inzake defensieonderzoek.

3.  Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 4, lid 4, bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel 39

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

(1) Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1); Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).2 Verordening (EU) nr. 2018/1092 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot instelling van het industrieel ontwikkelingsprogramma voor de Europese defensie ter ondersteuning van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteit van de defensie-industrie van de Unie (PB L 200 van 7.8.2018, blz. 30).
(2) Besluit 2013/755/EU van de Raad van 25 november 2013 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie ("LGO-besluit") (PB L 344 van 19.12.2013, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(4) Te actualiseren verwijzing: PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. Het akkoord is beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv:OJ.C_.2013.373.01.0001.01.NLD&toc=OJ:C:2013:373:TOC
(5) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(6) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(7) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(8) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.
(9) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(10) Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1).
(11) Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).
(12) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
(13) Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).
(14) Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243).
(15) Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76).
(16) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(17) PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53.
(18) PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling