Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0236(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0405/2018

Ingediende teksten :

A8-0405/2018

Debatten :

PV 12/12/2018 - 28
CRE 12/12/2018 - 28

Stemmingen :

PV 13/12/2018 - 9.3
CRE 13/12/2018 - 9.3
Stemverklaringen
PV 17/04/2019 - 8.10
CRE 17/04/2019 - 8.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0520
P8_TA(2019)0402

Aangenomen teksten
PDF 348kWORD 111k
Donderdag 13 december 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie en het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma ***I
P8_TA(2018)0520A8-0405/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 13 december 2018 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie en het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 912/2010, (EU) nr. 1285/2013 en (EU) nr. 377/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU (COM(2018)0447 – C8-0258/2018 – 2018/0236(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Ontwerpwetgevingsresolutie   Amendement
Amendement 1
Ontwerpwetgevingsresolutie
Visum 5 bis (nieuw)
–   gezien de mededeling van de Commissie van 14 september 2016, getiteld "Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt – Naar een Europese gigabitmaatschappij" (COM(2016)0587) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0300),
Amendement 2
Ontwerpwetgevingsresolutie
Visum 5 ter (nieuw)
–   gezien de mededeling van de Commissie van 14 september 2016, getiteld "5G voor Europa: een actieplan" (COM(2016)0588) en het begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016)0306),
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Ruimtevaarttechnologie, -gegevens en -diensten zijn onmisbaar geworden in het dagelijks leven van de Europeanen en spelen een essentiële rol in de instandhouding van tal van strategische belangen. De ruimtevaartindustrie van de Unie is reeds een van de meest concurrerende ter wereld. De opkomst van nieuwe spelers en de ontwikkeling van nieuwe technologieën brengen echter een omwenteling teweeg in de traditionele industriële modellen. Het is derhalve van cruciaal belang dat de Unie een leidende speler op het wereldtoneel blijft met een ruime vrijheid van handelen op het gebied van de ruimtevaart, dat zij wetenschappelijke en technische vooruitgang aanmoedigt en het concurrentie- en innovatievermogen van de bedrijfstakken van de ruimtevaartsector in de Unie ondersteunt, met name kleine en middelgrote ondernemingen, start-ups en innovatieve ondernemingen.
(1)  Ruimtevaarttechnologie, -gegevens en -diensten zijn onmisbaar geworden in het dagelijks leven van de Europeanen en spelen een essentiële rol in de instandhouding van tal van strategische belangen. De ruimtevaartindustrie van de Unie is reeds een van de meest concurrerende ter wereld. De opkomst van nieuwe spelers en de ontwikkeling van nieuwe technologieën brengen echter een omwenteling teweeg in de traditionele industriële modellen. Het is derhalve van cruciaal belang dat de Unie een leidende speler op het wereldtoneel blijft met een ruime vrijheid van handelen op het gebied van de ruimtevaart, dat zij wetenschappelijke en technische vooruitgang aanmoedigt en het concurrentie- en innovatievermogen van de bedrijfstakken van de ruimtevaartsector in de Unie ondersteunt, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, start-ups en innovatieve ondernemingen. Tegelijkertijd is het belangrijk om een passende omgeving tot stand te brengen waarin ondernemingen die actief zijn in de ruimtevaartsector, op gelijke voet kunnen concurreren.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  De ontwikkeling van de ruimtevaartsector is van oudsher gekoppeld aan veiligheid. In veel gevallen zijn de uitrusting, onderdelen en instrumenten die worden gebruikt in de ruimtevaartsector goederen voor tweeërlei gebruik. De mogelijkheden die de ruimtevaart biedt voor de veiligheid van de Unie en haar lidstaten moeten derhalve worden benut.
(2)  De ontwikkeling van de ruimtevaartsector is van oudsher gekoppeld aan veiligheid. In veel gevallen kunnen de uitrusting, onderdelen en instrumenten die in de ruimtevaartsector worden gebruikt, op meerdere gebieden worden ingezet. De mogelijkheden die de ruimtevaart en autonome toegang tot de ruimte bieden op het gebied van de veiligheid en onafhankelijkheid van de Unie en haar lidstaten moeten derhalve worden benut.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  De Unie heeft sinds het eind van de jaren 1990 op het vlak van de ruimtevaart haar eigen initiatieven en programma's ontwikkeld, namelijk het Europees overlaysysteem voor geostationaire navigatie (Egnos) en vervolgens Galileo en Copernicus, die tegemoetkomen aan de behoeften van de EU-burgers en de vereisten van het overheidsbeleid. Niet alleen moet de continuïteit van deze initiatieven worden gewaarborgd, ze moeten ook worden verbeterd, zodat ze een prominente rol blijven spelen in het licht van nieuwe technologische ontwikkelingen en de veranderingen in de digitale, informatie- en communicatietechnologie, voldoen aan de nieuwe behoeften van de gebruikers en kunnen worden ingeschakeld voor politieke prioriteiten zoals klimaatverandering, met inbegrip van het monitoren van de veranderingen in het noordpoolgebied, veiligheid en defensie.
(3)  De Unie heeft sinds het eind van de jaren 1990 op het vlak van de ruimtevaart haar eigen initiatieven en programma's ontwikkeld, namelijk het Europees overlaysysteem voor geostationaire navigatie (Egnos) en vervolgens Galileo en Copernicus, die tegemoetkomen aan de behoeften van de EU-burgers en de vereisten van het overheidsbeleid. De continuïteit van deze initiatieven, evenals de acceptatie en het gebruik ervan, moeten worden gewaarborgd en verbeterd, zodat ze een prominente rol kunnen blijven spelen met het oog op nieuwe technologische ontwikkelingen en veranderingen in de digitale, informatie- en communicatietechnologie, aan de nieuwe behoeften van de gebruikers kunnen voldoen en kunnen worden ingezet voor politieke prioriteiten. Daarnaast moet het Programma het gebruik van op ruimtevaart gebaseerde diensten bevorderen, zodat alle lidstaten en hun burgers ten volle van het Programma kunnen profiteren.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  De Unie moet haar handelingsvrijheid en autonomie waarborgen om toegang te hebben tot de ruimte en er veilig gebruik van te kunnen maken. Het is derhalve van essentieel belang dat zij autonome, betrouwbare en kosteneffectieve toegang tot de ruimte handhaaft, in het bijzonder wat betreft kritieke infrastructuur en technologie, openbare veiligheid en de veiligheid van de Unie en haar lidstaten. De Commissie moet daarom de mogelijkheid hebben om lanceerdiensten te aggregeren op Europees niveau, zowel voor haar eigen behoeften en, op hun verzoek, voor die van andere entiteiten, met inbegrip van de lidstaten, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 189, lid 2, van het Verdrag. Het is tevens van cruciaal belang dat de Unie blijft beschikken over moderne, efficiënte en flexibele lanceerinfrastructuren. Naast maatregelen die door de lidstaten en het Europees Ruimteagentschap worden genomen, moet de Commissie manieren in overweging nemen om dergelijke infrastructuren te ondersteunen. Met name indien grondinfrastructuur die nodig is om lanceringen uit te voeren in overeenstemming met de behoeften van het programma moet worden gehandhaafd of verbeterd, moet het mogelijk zijn om dergelijke aanpassingen deels in het kader van het Programma te financieren, overeenkomstig het Financieel Reglement en indien een duidelijke meerwaarde van de EU kan worden vastgesteld, om een betere kostenefficiëntie te bekomen voor het Programma.
(4)  De Unie moet haar handelingsvrijheid en autonomie waarborgen om toegang te hebben tot de ruimte en er veilig gebruik van te kunnen maken. Het is derhalve van essentieel belang dat haar autonome, betrouwbare en kosteneffectieve toegang tot de ruimte in stand wordt gehouden, met inbegrip van alternatieve lanceringstechnologieën en innovatieve systemen of diensten, in het bijzonder wat betreft kritieke infrastructuur en technologie, openbare veiligheid en de veiligheid van de Unie en haar lidstaten. De Commissie moet daarom de mogelijkheid hebben om lanceringsdiensten te aggregeren op Europees niveau, zowel voor haar eigen behoeften en, op hun verzoek, voor die van andere entiteiten, met inbegrip van de lidstaten, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 189, lid 2, van het Verdrag. Het is tevens van cruciaal belang dat de Unie blijft beschikken over moderne, efficiënte en flexibele lanceringsfaciliteiten. Naast maatregelen die door de lidstaten en het Europees Ruimteagentschap worden genomen, moet de Commissie manieren in overweging nemen om dergelijke faciliteiten te ondersteunen. Met name indien de ondersteunende ruimtevaartinfrastructuur op de grond die nodig is om lanceringen in lijn met de behoeften van het Programma uit te voeren, moet worden onderhouden of verbeterd, moet het mogelijk zijn om dergelijke aanpassingen overeenkomstig het Financieel Reglement deels via het Programma te financieren, alsook indien een duidelijke Europese meerwaarde kan worden vastgesteld, met het oog op de bevordering van de kostenefficiëntie van het Programma.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  Teneinde het concurrentievermogen van de Europese ruimtevaartindustrie te versterken en capaciteiten te verwerven in het ontwerpen, bouwen en exploiteren van haar eigen systemen, moer de Unie steun verlenen aan de oprichting, groei en ontwikkeling van de gehele ruimtevaartindustrie. De opkomst van een ondernemings- en innovatiegezind model zal eveneens worden ondersteund op Europees, regionaal en nationaal niveau, door middel van de oprichting van ruimtevaarthubs waarin de ruimtevaart-, digitale en gebruikerssectoren samen worden gebracht. De Unie moet de groei ondersteunen van ruimtevaartondernemingen die hun hoofdzetel in de Unie hebben, o.a. door hen te steunen bij het verkrijgen van toegang tot risicofinanciering, gezien het feit dat er binnen de Unie een gebrek is aan passende toegang tot particulier risicokapitaal voor start-ups op het gebied van ruimtevaart, en door innovatiepartnerschappen te creëren (de "first-contract"-benadering).
(5)  Teneinde het concurrentievermogen van de Europese ruimtevaartindustrie te versterken en haar vermogen op het gebied van de vormgeving, bouw en exploitatie van haar eigen systemen op te bouwen, moet de Unie de oprichting, groei en ontwikkeling van de gehele ruimtevaartindustrie ondersteunen. De opkomst van een ondernemings- en innovatiegezind model moet op Europees, regionaal en nationaal niveau worden ondersteund door middel van initiatieven zoals ruimtevaarthubs, waarin de ruimtevaart-, de digitale en de gebruikerssector samen worden gebracht. Ter bevordering van ondernemerschap en vaardigheden moet door de ruimtevaarthubs en de digitale-innovatiehubs worden samengewerkt. De Unie moet de oprichting en groei van ruimtevaartondernemingen die hun hoofdzetel in de Unie hebben, ondersteunen door hen onder meer te steunen bij het verkrijgen van toegang tot risicofinanciering, aangezien er binnen de Unie een gebrek is aan passende toegang tot particulier risicokapitaal voor start-ups die actief zijn op het gebied van de ruimtevaart, en door innovatiepartnerschappen tot stand te brengen (de "first contract"-benadering).
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  Dankzij een brede dekking en de capaciteit om te helpen bij de aanpak van wereldwijde uitdagingen heeft het ruimtevaartprogramma van de Unie (het "Programma") een sterke internationale dimensie. De Commissie moet derhalve de mogelijkheid krijgen om namens de Unie activiteiten op het internationale toneel te beheren en te coördineren, met name om de belangen van de Unie en haar lidstaten, o.a. op het vlak van frequenties, te behartigen op internationale fora, de technologie en industrie van de Unie te promoten, en samenwerking aan te moedigen op het vlak van opleiding, met inachtname van het belang van het waarborgen van de wederkerigheid van de rechten en plichten van de partijen. Het is van bijzonder belang dat de Unie wordt vertegenwoordigd door de Commissie in de organen van het internationale programma Cospas-Sarsat of in de relevante sectorale VN-organen, met inbegrip van de Voedsel- en Landbouworganisatie en de Mondiale Meteorologische Organisatie.
(6)  Dankzij een brede dekking en het vermogen om te helpen bij de aanpak van wereldwijde uitdagingen heeft het ruimtevaartprogramma van de Unie (het "Programma") een sterke internationale dimensie. De Commissie moet derhalve de mogelijkheid krijgen om namens de Unie activiteiten op het internationale toneel te beheren en te coördineren, met name om de belangen van de Unie en haar lidstaten, o.a. op het vlak van frequenties, te behartigen op internationale fora. De Commissie moet de economische diplomatie versterken om de technologie en industrie van de Unie te promoten, en samenwerking aan te moedigen op het vlak van opleiding, met inachtneming van het belang van het waarborgen van de wederkerigheid van de rechten en plichten van de partijen en eerlijke concurrentie op internationaal niveau. Het is van bijzonder belang dat de Unie wordt vertegenwoordigd door de Commissie in de organen van het internationale programma Cospas-Sarsat of in de relevante sectorale VN-organen, met inbegrip van de Voedsel- en Landbouworganisatie en de Mondiale Meteorologische Organisatie.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  De Commissie moet samen met de lidstaten en de Hoge Vertegenwoordiger verantwoord gedrag in de ruimte bevorderen en de mogelijkheid om toe te treden tot de relevante VN-verdragen onderzoeken.
(7)  De Commissie moet samen met de lidstaten en de hoge vertegenwoordiger verantwoordelijk gedrag in de ruimte bevorderen, met name door te zoeken naar oplossingen om de verspreiding van ruimteschroot tegen te gaan, en de mogelijkheid onderzoeken om toe te treden tot de relevante VN-verdragen, waaronder het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte met inbegrip van de maan en andere hemellichamen (het "Verdrag inzake de kosmische ruimte").
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
(8)  Het programma heeft doelstellingen die soortgelijk zijn aan die van andere programma's van de Unie, met name Horizon Europa, InvestEU, het Europees Defensiefonds en de fondsen in het kader van Verordening (EU) [verordening gemeenschappelijke bepalingen]. Cumulatieve financiering uit deze programma's moet derhalve worden voorzien, op voorwaarde dat zij betrekking hebben op dezelfde kostenposten, in het bijzonder via regelingen voor aanvullende financiering uit EU-programma's waar de beheersvoorschriften dit toelaten – hetzij achtereenvolgens, afwisselend of door een combinatie van middelen voor de gezamenlijke financiering van acties, met, waar mogelijk, innovatiepartnerschappen en blendingverrichtingen. Tijdens de uitvoering van het programma moet de Commissie daarom de bevordering van synergieën met andere aanverwante programma's van de Unie mogelijk maken, met, waar mogelijk, gebruikmaking van de toegang tot risicokapitaal, innovatiepartnerschappen en cumulatieve of gecombineerde financiering.
(8)  Het programma heeft doelstellingen die soortgelijk zijn aan die van andere programma's van de Unie, met name Horizon Europa, InvestEU, het Europees Defensiefonds en de fondsen in het kader van Verordening (EU) [verordening gemeenschappelijke bepalingen]. Daarom moet uit deze programma's cumulatieve financiering worden verstrekt, op voorwaarde dat zij betrekking hebben op dezelfde kosten, in het bijzonder via regelingen voor aanvullende financiering uit EU-programma's waar de beheersvoorschriften dit toelaten – hetzij achtereenvolgens, afwisselend of door een combinatie van middelen voor de gezamenlijke financiering van acties, met, waar mogelijk, innovatiepartnerschappen en blendingverrichtingen. Tijdens de uitvoering van het programma moet de Commissie daarom de bevordering van synergieën met andere aanverwante programma's van de Unie mogelijk maken, met, waar mogelijk, gebruikmaking van de toegang tot risicokapitaal, innovatiepartnerschappen en cumulatieve of gecombineerde financiering. Het is van belang dat er voor continuïteit wordt gezorgd tussen de oplossingen die in het kader van Horizon Europa en andere programma's van de Unie worden ontwikkeld en de onderdelen van het Programma.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)  Er zijn meer dan 200 000 mensen werkzaam in de Europese ruimtevaartsector. Het is derhalve van essentieel belang dat de ontwikkeling van moderne infrastructuur in deze sector wordt voortgezet om zo economische upstream- en downstreamactiviteiten te stimuleren. Om het concurrentievermogen van de Europese ruimtevaartindustrie in de toekomst te waarborgen, moet het Programma bovendien de ontwikkeling van geavanceerde vaardigheden op verwante gebieden alsook onderwijs- en opleidingsactiviteiten ondersteunen, en moet daarbij bijzondere aandacht worden besteed aan meisjes en vrouwen, teneinde het volledige potentieel van de burgers van de Unie op dit gebied te benutten.
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 13 bis (nieuw)
(13 bis)   Het Programma moet de synergieën tussen de ruimte- en de vervoerssector benutten, aangezien ruimtevaarttechnologieën een strategische rol spelen in het slimmer, efficiënter, veiliger en duurzamer maken en het beter integreren van vervoer over land, ter zee, in de lucht en in de ruimte, en tegelijkertijd zal een groeiende, innovatieve vervoerssector de vraag naar innovatieve en moderne ruimtevaarttechnologieën doen toenemen.
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Eventuele inkomsten die gegenereerd zouden worden door het Programma moeten door de Unie worden geïnd ter gedeeltelijke compensatie van de investeringen die zij reeds heeft gedaan, en worden gebruikt ter ondersteuning van de doelstellingen van het Programma. In contracten die met organisaties uit de privésector worden gesloten, kan om dezelfde reden worden voorzien in een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten.
(14)  Inkomsten die gegenereerd worden door onderdelen van het Programma, moeten door de Unie worden geïnd ter gedeeltelijke compensatie van de investeringen die zij reeds heeft gedaan, en worden gebruikt ter ondersteuning van de verwezenlijking van de doelstellingen van het Programma. In contracten die met organisaties uit de privésector worden gesloten, kan om dezelfde reden worden voorzien in een mechanisme voor het delen van deze ontvangsten.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
(16)  Het programma steunt op complexe technologieën die continu in ontwikkeling zijn. Het steunen op dergelijke technologieën zorgt voor onzekerheden en risico's voor aanbestedingsovereenkomsten die in het kader van dit programma worden afgesloten, voor zover deze overeenkomsten betrekking hebben op toezeggingen op lange termijn ten aanzien van uitrusting of diensten. Specifieke maatregelen inzake aanbestedingsovereenkomsten zijn derhalve vereist naast de regels die zijn vastgesteld in het Financieel Reglement. Het moet dus mogelijk zijn om een opdracht te gunnen in de vorm van een opdracht met voorwaardelijke tranches, onder bepaalde voorwaarden in het kader van de uitvoering van een contract een wijziging door middel van aanhangsels bij dat contract te introduceren, of een minimumniveau van uitbesteding aan onderaannemers op te leggen. Ten slotte kunnen prijzen van overeenkomsten, gezien de technologische onzekerheden die de onderdelen van het Programma kenmerken, niet altijd accuraat worden voorspeld, en moet het derhalve mogelijk zijn om overeenkomsten af te sluiten zonder een strikte vaste prijs vast te leggen en om clausules in te bouwen om de financiële belangen van de Unie te waarborgen.
(16)  Het programma steunt op complexe technologieën die continu in ontwikkeling zijn. Het steunen op dergelijke technologieën zorgt voor onzekerheden en risico's voor aanbestedingsovereenkomsten die in het kader van dit programma worden afgesloten, voor zover deze overeenkomsten betrekking hebben op toezeggingen op lange termijn ten aanzien van uitrusting of diensten. Specifieke maatregelen inzake aanbestedingsovereenkomsten zijn derhalve vereist naast de regels die zijn vastgesteld in het Financieel Reglement. Het moet dus mogelijk zijn om een opdracht te gunnen in de vorm van een opdracht met voorwaardelijke tranches, onder bepaalde voorwaarden in het kader van de uitvoering van een contract een wijziging door middel van aanhangsels bij dat contract te introduceren, of een minimumniveau van uitbesteding aan onderaannemers, en met name aan kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups, op te leggen. Ten slotte kunnen prijzen van overeenkomsten, gezien de technologische onzekerheden die de onderdelen van het Programma kenmerken, niet altijd accuraat worden voorspeld, en moet het derhalve mogelijk zijn om overeenkomsten af te sluiten zonder een strikte vaste prijs vast te leggen en om clausules in te bouwen om de financiële belangen van de Unie te waarborgen.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
(25)  Een goed publiek bestuur van het Programma vereist een strikte verdeling van de verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken entiteiten om dubbel werk te voorkomen en kostenoverschrijdingen en vertragingen te voorkomen.
(25)  Een goed publiek bestuur van het Programma vereist een strikte verdeling van de verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken entiteiten om dubbel werk te voorkomen en kostenoverschrijdingen en vertragingen te voorkomen, en moet erop gericht zijn prioriteit toe te kennen aan het gebruik van de bestaande Europese infrastructuur en de ontwikkeling van de industriële en beroepssector van de Unie.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis)  De ruimtevaartprogramma's zijn gebruikersgestuurd en vereisen daarom de daadwerkelijke en voortdurende betrokkenheid van vertegenwoordigers van de gebruikers bij de uitvoering en ontwikkeling ervan.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
(26)  De lidstaten zijn reeds lange tijd actief op het gebied van de ruimtevaart. Zij beschikken over systemen, infrastructuur, nationale agentschappen en organen die verband houden met de ruimtevaart. Zij kunnen bijgevolg een grote bijdrage aan het Programma leveren, met name de uitvoering ervan, en moeten worden verplicht ten volle samen te werken met de Unie voor de promotie van de diensten en toepassingen van het programma. De Commissie moet in staat zijn om de middelen waarover de lidstaten beschikken te mobiliseren, de lidstaten te belasten met taken van niet-regelgevende aard bij de uitvoering van het Programma en een beroep te doen op hun bijstand. Bovendien moeten de betrokken lidstaten alle nodige maatregelen moeten nemen om de op hun grondgebied gevestigde grondstations te beschermen. Daarnaast moeten de lidstaten en de Commissie met elkaar en met de bevoegde internationale organen en regelgevende instanties samenwerken om ervoor te zorgen dat de frequenties die nodig zijn voor het Programma beschikbaar zijn en beschermd worden, om de volledige ontwikkeling en exploitatie van op de aangeboden diensten gebaseerde toepassingen mogelijk te maken, overeenkomstig Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid15.
(26)  De lidstaten zijn reeds lange tijd actief op het gebied van de ruimtevaart. Zij beschikken over systemen, infrastructuur, nationale agentschappen en organen die verband houden met de ruimtevaart. Zij kunnen bijgevolg een grote bijdrage aan het Programma leveren, en met name aan de uitvoering ervan, en moeten ter bevordering van de diensten en toepassingen van het programma worden verplicht ten volle samen te werken met de Unie. De Commissie moet in staat zijn om de middelen waarover de lidstaten beschikken te mobiliseren, de lidstaten te belasten met taken van niet-regelgevende aard bij de uitvoering van het Programma en een beroep te doen op hun bijstand. Bovendien moeten de betrokken lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de op hun grondgebied gevestigde grondstations te beschermen. Daarnaast moeten de lidstaten en de Commissie met elkaar en met de bevoegde internationale organen en regelgevende instanties samenwerken om ervoor te zorgen dat de frequenties die nodig zijn voor het Programma beschikbaar zijn en adequaat worden beschermd, om de volledige ontwikkeling en exploitatie van op de aangeboden diensten gebaseerde toepassingen mogelijk te maken, overeenkomstig Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid15.
__________________
__________________
15 Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).
15 Besluit nr. 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (PB L 81 van 21.3.2012, blz. 7).
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
(27)  Als promotor van het algemene belang van de Unie, is het de taak van de Commissie om het Programma uit te voeren, de algehele verantwoordelijkheid te dragen en het gebruik ervan te bevorderen. Om de middelen en competenties van de verschillende belanghebbenden te optimaliseren, moet de Commissie bepaalde taken kunnen delegeren. De Commissie is ook het best geplaatst om de belangrijkste technische en operationele specificaties vast te stellen die noodzakelijk zijn om de ontwikkeling van systemen en diensten uit te voeren.
(27)  Als voorvechtster van het algemene belang van de Unie, is het de taak van de Commissie om toezicht te houden op de uitvoering van het Programma, de algehele verantwoordelijkheid te dragen en het gebruik ervan te bevorderen. Om de middelen en competenties van de verschillende belanghebbenden te optimaliseren, moet de Commissie bepaalde taken kunnen delegeren. Bovendien is de Commissie het best geplaatst om de belangrijkste vereisten vast te stellen die nodig zijn om de ontwikkeling van systemen en diensten ten uitvoer te leggen.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
(28)  De missie van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma ("het Agentschap"), dat is opgericht als vervanger en opvolger van het bij Verordening (EU) nr. 912/2010 opgerichte Europees GNSS-Agentschap, is om bij te dragen aan het Programma, met name wat betreft veiligheid. Bepaalde taken die verband houden met de beveiliging en de promotie van het Programma moeten derhalve worden toegewezen aan het Agentschap. In het bijzonder met betrekking tot veiligheid en gezien de ervaring van het Agentschap op dit gebied, moet het Agentschap worden belast met de beveiligingshomologatietaken voor alle acties van de Unie op het gebied van ruimtevaart. Bovendien moet het Agentschap de taken uitvoeren die de Commissie aan het Agentschap overdraagt door middel van een of meerdere bijdrageovereenkomsten die betrekking hebben op verschillende andere specifieke taken die verband houden met het Programma.
(28)  De missie van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma ("het Agentschap"), dat is opgericht als vervanger en opvolger van het bij Verordening (EU) nr. 912/2010 opgerichte Europese GNSS-Agentschap, is om bij te dragen aan het Programma, met name wat betreft veiligheid, cyberbeveiliging en de bevordering van de diensten en de downstreamsector. Taken die verband houden met deze gebieden moeten derhalve worden toegewezen aan het Agentschap. Het Agentschap moet in het bijzonder, gezien zijn ervaring op het gebied van veiligheid, worden belast met de beveiligingshomologatietaken voor alle acties van de Unie op het gebied van ruimtevaart. Voortbouwend op zijn goede staat van dienst op het gebied van de bevordering van de acceptatie van Galileo en Egnos door de gebruikers en de markt en met het oog op de bevordering van de programma's als pakket, moet het Agentschap ook worden belast met promotie- en commercialiseringsactiviteiten in het kader van Copernicus. Bovendien moet het Agentschap de taken uitvoeren die de Commissie aan het Agentschap overdraagt door middel van een of meerdere bijdrageovereenkomsten die betrekking hebben op verschillende andere specifieke taken die verband houden met het Programma.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
(29)  Het Europees Ruimteagentschap is een internationale organisatie met uitgebreide expertise op het vlak van ruimtevaart die in 2004 een kaderovereenkomst afsloot met de Europese Gemeenschap. Het is derhalve een belangrijke partner bij de uitvoering van het Programma waarmee gepaste relaties moeten worden aangeknoopt. In dit verband, en in overeenstemming met het Financieel Reglement, is het belangrijk om een overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap te sluiten met het Europees Ruimteagentschap die van toepassing is op alle financiële relaties tussen de Commissie, het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap en die hun samenhang waarborgt, in overeenstemming met de kaderovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap, en met name met artikel 5 daarvan. Aangezien het Europees Ruimteagentschap geen EU-orgaan is en niet is onderworpen aan het recht van de Unie, is het echter van essentieel belang dat, ter bescherming van de belangen van de Unie en haar lidstaten, een dergelijke overeenkomst afhankelijk wordt gesteld van de invoering van passende bedrijfsvoorschriften in het Europees Ruimteagentschap. De overeenkomst moet ook alle nodige bepalingen bevatten om de financiële belangen van de Unie te vrijwaren.
(29)  Het Europees Ruimteagentschap (ESA) is een internationale organisatie met uitgebreide expertise op het vlak van ruimtevaart die in 2004 een kaderovereenkomst afsloot met de Europese Gemeenschap. Het ESA is derhalve een belangrijke partner bij de uitvoering van het Programma waarmee gepaste betrekkingen moeten worden aangeknoopt. In dit verband, en in overeenstemming met het Financieel Reglement, is het belangrijk om een overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap te sluiten met het Europees Ruimteagentschap die van toepassing is op alle financiële betrekkingen tussen de Commissie, het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap en hun samenhang waarborgt, in overeenstemming met de kaderovereenkomst met het Europees Ruimteagentschap, en met name met artikel 5. Aangezien het Europees Ruimteagentschap geen EU-orgaan is en niet is onderworpen aan het recht van de Unie, is het van essentieel belang dat deze overeenkomst, ter bescherming van de belangen van de Unie en haar lidstaten, adequate vereisten bevat met betrekking tot de bedrijfsvoorschriften van het Europees Ruimteagentschap. De overeenkomst moet ook alle nodige bepalingen bevatten ter waarborging van de financiële belangen van de Unie.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
(31)  Teneinde de vertegenwoordiging van gebruikers structureel te verankeren in het bestuur van Govsatcom en de behoeften en vereisten van gebruikers over nationale grenzen en burgerlijk-militaire tussenschotten te aggregeren, moeten de relevante entiteiten van de Unie die nauwe betrekkingen hebben met de gebruikers, zoals het Europees Defensieagentschap, het Europees Grens- en kustwachtagentschap, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, het Europees Bureau voor visserijcontrole, het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, het militair plannings- en uitvoeringsvermogen, het civiel plannings- en uitvoeringsvermogen en het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties, coördinatietaken hebben ten aanzien van bepaalde groepen gebruikers. Op geaggregeerd niveau moeten het Agentschap en het Europees Defensieagentschap respectievelijk de burgerlijke en de militaire gebruikersgemeenschappen vertegenwoordigen en kunnen zij het operationele gebruik, de vraag, de naleving van vereisten en veranderende behoeften en vereisten monitoren.
(31)  Teneinde de vertegenwoordiging van gebruikers structureel in het bestuur van Govsatcom op te nemen en hun behoeften en vereisten over nationale grenzen te tillen en te verenigen, moeten de relevante entiteiten van de Unie die nauwe betrekkingen hebben met de gebruikers, zoals het Europees Grens- en kustwachtagentschap, het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid, het Europees Bureau voor visserijcontrole, het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, het civiel plannings- en uitvoeringsvermogen en het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties, een coördinerende rol spelen ten aanzien van specifieke gebruikersgroepen. Op dit verenigde niveau moet het Agentschap de gebruikersgemeenschap vertegenwoordigen en het operationele gebruik, de vraag, de naleving van vereisten en veranderende behoeften en vereisten kunnen monitoren.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
(36)  Om de veilige uitwisseling van informatie te garanderen, moeten passende regels worden vastgesteld om te zorgen voor gelijkwaardigheid van beveiligingsregels voor de verschillende overheids- en particuliere entiteiten, alsook natuurlijke personen die betrokken zijn bij de uitvoering van het Programma.
(36)  Om de veilige uitwisseling van informatie te garanderen, moeten passende regels worden vastgesteld om te zorgen voor gelijkwaardigheid van beveiligingsregels voor de verschillende overheids- en private entiteiten, alsook natuurlijke personen die betrokken zijn bij de uitvoering van het Programma. Daartoe moeten diverse niveaus van toegang tot informatie worden vastgesteld, die uiteraard ook moeten worden beveiligd.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 bis (nieuw)
(36 bis)  De cyberbeveiliging van Europese ruimtevaartinfrastructuur, zowel op de grond als in de ruimte, is essentieel om de continuïteit van de exploitatie van de systemen te waarborgen, alsook hun effectieve vermogen om de taken continu uit te voeren en de vereiste diensten te verlenen.
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
(38)  In een toenemend aantal economische sleutelsectoren, met name vervoer, telecommunicatie, landbouw en energie, neemt het gebruik van satellietnavigatiesystemen gestaag toe, om nog maar te zwijgen van de synergieën met activiteiten in verband met de veiligheid en defensie van de Europese Unie en haar lidstaten. Volledige controle van satellietnavigatie moet daarom de technologische onafhankelijkheid van de Unie, ook op de langere termijn voor de onderdelen van de infrastructuur, garanderen en zorgen voor de strategische autonomie van de Unie.
(38)  In een toenemend aantal belangrijke economische sectoren, en met name in de sectoren vervoer, telecommunicatie, landbouw en energie, neemt het gebruik van satellietnavigatiesystemen gestaag toe. Satellietnavigatie speelt ook een belangrijke rol op het gebied van de veiligheid van de Europese Unie en haar lidstaten. Volledige controle van satellietnavigatie moet daarom de technologische onafhankelijkheid van de Unie, ook op de langere termijn voor de onderdelen van de infrastructuur, garanderen en zorgen voor de strategische autonomie van de Unie.
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
(40)  Het doel van Egnos is de verbetering van de kwaliteit van open signalen van bestaande mondiale systemen voor satellietnavigatie, met name die welke worden uitgestoten door het Galileo-systeem. De door Egnos geboden diensten moeten als prioriteit het binnen Europa gelegen grondgebied van de lidstaten dekken, voor deze doelstelling met inbegrip van de Azoren, de Canarische eilanden en Madeira, met als doel dit grondgebied te dekken tegen het einde van 2025. Afhankelijk van de technische haalbaarheid en, voor de bescherming van mensenlevens, op basis van internationale overeenkomsten, kan de geografische dekking van de door Egnos geleverde diensten naar andere regio's in de wereld worden uitgebreid. Onverminderd Verordening [2018/XXXX] [EASA-Verordening] en de noodzakelijke kwaliteitsmonitoring van de dienstverlening van Galileo voor doeleinden in de luchtvaart moet worden opgemerkt dat hoewel de door Galileo uitgezonden signalen doeltreffend kunnen worden gebruikt om de positionering van vliegtuigen te vergemakkelijken, enkel plaatselijke of regionale augmentatiesystemen zoals Egnos in Europa diensten op het vlak van luchtverkeersbeheer (ATM) en luchtvaartnavigatie (ANS) mogen verlenen.
(40)  Egnos is gericht op de verbetering van de kwaliteit van open signalen van bestaande mondiale systemen voor satellietnavigatie, en met name van signalen die worden uitgezonden door het Galileo-systeem. De door Egnos geboden diensten moeten als prioriteit het binnen Europa gelegen grondgebied van de lidstaten dekken, voor deze doelstelling met inbegrip van de Azoren, de Canarische eilanden en Madeira, met als doel dit grondgebied te dekken tegen het einde van 2025. Afhankelijk van de technische haalbaarheid en, voor de bescherming van mensenlevens, op basis van internationale overeenkomsten, kan de geografische dekking van de door Egnos geleverde diensten naar andere regio's in de wereld worden uitgebreid. Onverminderd Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad1 bis en de noodzakelijke kwaliteitsmonitoring van de dienstverlening en veiligheidsprestaties van Galileo voor doeleinden in de luchtvaart moet worden opgemerkt dat hoewel de door Galileo uitgezonden signalen doeltreffend kunnen worden gebruikt om de positionering van vliegtuigen te vergemakkelijken, enkel plaatselijke of regionale augmentatiesystemen zoals Egnos in Europa diensten op het vlak van luchtverkeersbeheer (ATM) en luchtvaartnavigatie (ANS) mogen verlenen.
_________________
1 bis Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1).
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 40 bis (nieuw)
(40 bis)   Egnos kan van nut zijn voor de precisielandbouw en kan Europese landbouwers helpen om verspilling tegen te gaan, het overmatig gebruik van meststoffen en herbiciden te verminderen, en de oogstopbrengsten te optimaliseren. Egnos heeft al een belangrijke "gebruikersgemeenschap", maar het aantal landbouwmachines dat verenigbaar is met navigatietechnologie, is beperkter. Deze kwestie moet worden aangepakt.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
(41)  Het is van essentieel belang dat de continuïteit, de duurzaamheid en de toekomstige beschikbaarheid van de door de Galileo- en Egnossystemen geleverde diensten worden gewaarborgd. In een veranderende omgeving en een snel veranderende markt moet hun ontwikkeling ook worden voortgezet en nieuwe generaties van deze systemen moeten worden voorbereid.
(41)  Het is van essentieel belang dat de continuïteit, de duurzaamheid, de veiligheid, de betrouwbaarheid, de nauwkeurigheid en de toekomstige beschikbaarheid van de door de Galileo- en Egnossystemen geleverde diensten worden gewaarborgd. Met het oog op de veranderende omgeving en de markt die zich in snel tempo ontwikkelt, moeten deze diensten verder worden ontwikkeld en moeten daarnaast voorbereidingen worden getroffen voor de nieuwe generaties van deze systemen.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 44 bis (nieuw)
(44 bis)    Ter ondersteuning van de exploitatie van de door Galileo en Egnos verleende diensten en ter ondersteuning van de downstreamdiensten, met name in de vervoerssector, moeten de bevoegde autoriteiten gemeenschappelijke normen en certificeringen ontwikkelen op internationaal niveau. 
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 45
(45)  Gezien het belang voor Galileo en Egnos van hun grondinfrastructuur en het effect ervan op hun veiligheid, moet de bepaling van de locatie van de infrastructuur door de Commissie gebeuren. De stationering van de grondinfrastructuur van de systemen moet volgens een open en transparant proces blijven verlopen.
Schrappen
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 46
(46)  Teneinde de socio-economische voordelen van Galileo en Egnos te maximaliseren, voornamelijk op het vlak van veiligheid, moet het gebruik van de door Egnos en Galileo verleende diensten in andere beleidsdomeinen van de Unie worden bevorderd waar dit gerechtvaardigd is en voordelen kan opleveren.
(46)  Teneinde de socio-economische voordelen van Galileo en Egnos te maximaliseren, voornamelijk op het vlak van veiligheid, moet het gebruik van de door Egnos en Galileo verleende diensten waar mogelijk in andere beleidsdomeinen van de Unie worden opgenomen. Daarnaast is het van belang om tijdens dit proces maatregelen te treffen ter bevordering van het gebruik van deze diensten in alle lidstaten.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 47
(47)  Copernicus moet zorgen voor autonome toegang tot milieukennis en cruciale technologieën voor aardobserverings- en geo-informatiediensten, waardoor de Unie tot onafhankelijke besluitvorming en zelfstandig optreden in staat is, o.a. op het gebied van milieu, klimaatverandering, civiele bescherming, veiligheid en de digitale economie.
(47)  Copernicus moet zorgen voor autonome toegang tot milieukennis en cruciale technologieën voor aardobserverings- en geo-informatiediensten, waardoor de Unie tot onafhankelijke besluitvorming en zelfstandig optreden in staat is, onder meer op het gebied van milieu, met inbegrip van landbouw, biodiversiteit, grondgebruik, bosbouw, plattelandsontwikkeling, visserij en klimaatverandering, alsook op het gebied van cultureel erfgoed, civiele bescherming, veiligheid, ook van infrastructuur, en de digitale economie.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 48
(48)  Copernicus moet tevens voortbouwen op en continuïteit verzekeren met de werkzaamheden en verworvenheden in het kader van Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma van de Europese Unie voor aardobservatie en ‑monitoring (Copernicus)17 en Verordening (EU) nr. 911/2010 van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn initiële operationele diensten18 ter oprichting van zijn voorloper, het programma voor wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES), en de voorschriften voor de implementatie van zijn initiële operationele diensten. Hierbij moet rekening worden gehouden met recente tendensen op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkelingen en innovaties die gevolgen hebben voor het domein van de aardobservatie, alsook ontwikkelingen op het vlak van de analyse van big data en artificiële intelligentie en verwante strategieën en initiatieven op het niveau van de Unie19. In de mate van het mogelijke moet gebruik worden gemaakt van de capaciteiten voor satellietobservaties van de lidstaten, het Europees Ruimteagentschap, Eumetsat20 en andere entiteiten, met inbegrip van commerciële initiatieven in Europa, waardoor ook wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een levensvatbare commerciële ruimtevaartsector in Europa. Indien haalbaar en passend moet tevens gebruik worden gemaakt van de beschikbare in-situ- en aanvullende gegevens die in hoofdzaak door de lidstaten worden verstrekt overeenkomstig Richtlijn 2007/2/EG21. De Commissie moet samenwerken met de lidstaten en het Europees Milieuagentschap om voor Copernicus een efficiënte toegang tot en een efficiënt gebruik van de in-situgegevens te verzekeren.
(48)  Er moet worden voortgebouwd op bestaande vermogens en deze moeten worden aangevuld met nieuwe elementen, die gezamenlijk kunnen worden ontwikkeld door de bevoegde entiteiten. Daartoe moet de Commissie nauw samenwerken met het Europees Ruimteagentschap, de lidstaten en, in voorkomend geval, andere entiteiten die over ruimtevaartactiva en activa in de ruimte beschikken. Copernicus moet tevens voortbouwen op en de continuïteit verzekeren van de werkzaamheden en verworvenheden in het kader van Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad17, waarbij het programma van de Europese Unie voor aardobservatie en ‑monitoring (Copernicus) werd vastgesteld, en Verordening (EU) nr. 911/2010 van het Europees Parlement en de Raad18, waarbij de voorloper van Copernicus werd vastgesteld, het programma voor wereldwijde monitoring van milieu en veiligheid (GMES), evenals de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de initiële operationele diensten van het programma. Hierbij moet rekening worden gehouden met recente tendensen op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkelingen en innovaties die gevolgen hebben voor het domein van aardobservatie, alsook ontwikkelingen op het vlak van de analyse van big data en kunstmatige intelligentie en verwante strategieën en initiatieven op het niveau van de Unie19. Er moet zo goed mogelijk gebruik worden gemaakt van het satellietobservatievermogen van de lidstaten, het Europees Ruimteagentschap, Eumetsat20 en andere entiteiten, met inbegrip van commerciële initiatieven in Europa, waardoor ook wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een levensvatbare commerciële ruimtevaartsector in Europa. Indien dit haalbaar en passend wordt geacht, moet tevens gebruik worden gemaakt van de beschikbare in-situ- en aanvullende gegevens die in hoofdzaak door de lidstaten worden verstrekt overeenkomstig Richtlijn 2007/2/EG21. De Commissie moet samenwerken met de lidstaten en het Europees Milieuagentschap om voor Copernicus een efficiënte toegang tot en een efficiënt gebruik van de in-situgegevens te verzekeren.
__________________
__________________
17 Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot vaststelling van het Copernicus-programma en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 911/2010 (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 44).
17 Verordening (EU) nr. 377/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot vaststelling van het Copernicus-programma en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 911/2010 (PB L 122 van 24.4.2014, blz. 44).
18 Verordening (EU) nr. 911/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011 tot 2013) (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1).
18 Verordening (EU) nr. 911/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011-2013) (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1).
19 Mededeling "Artificial Intelligence for Europe" (Kunstmatige intelligentie voor Europa) (COM(2018)0237), Mededeling "Towards a common European data space" (Naar een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte) (COM(2018)0232), Proposal for a Council Regulation on establishing the European High Performance Computing Joint Undertaking (Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming high performance computing) (COM(2018)0008).
19 Mededeling "Kunstmatige intelligentie voor Europa" (COM(2018)0237), mededeling "Naar een gemeenschappelijke Europese gegevensruimte" (COM(2018)0232), voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing (COM(2018)0008).
20 De Europese Organisatie voor de Exploitatie van Meteorologische Satellieten.
20 De Europese Organisatie voor de Exploitatie van Meteorologische Satellieten.
21 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire).
21 Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire).
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 49 bis (nieuw)
(49 bis)  Het potentieel van Copernicus moet volledig worden benut en moet ten goede komen aan de gehele Europese gemeenschap en economie, en niet alleen aan de rechtstreekse begunstigden. Daartoe moeten meer maatregelen worden genomen om de acceptatie ervan door gebruikers aan te moedigen en meer te doen om niet-specialisten in staat te stellen de gegevens te gebruiken, hetgeen de groei, de werkgelegenheid en de kennisoverdracht zal stimuleren.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
(52)  Met betrekking tot gegevensverwerving moeten de activiteiten in het kader van Copernicus gericht zijn op de voltooiing en handhaving van de bestaande ruimtevaartinfrastructuur, de voorbereiding van de vervanging van de satellieten aan het einde van hun levensduur, evenals het opstarten van nieuwe missies met betrekking tot nieuwe observatiesystemen ter ondersteuning van de succesvolle aanpak van mondiale klimaatverandering (bv. monitoring van antropogene CO2- en andere broeikasgasemissies). Wat de activiteiten in het kader van Copernicus betreft, moet de wereldwijde monitoring uitgebreid worden tot de poolgebieden en de naleving van milieuvoorschriften, verplichte milieumonitoring en -verslaglegging en innovatieve milieutoepassingen (bv. voor de monitoring van gewassen, waterbeheer en betere brandmonitoring) ondersteunen. Copernicus moet daarbij zoveel mogelijk als hefboom worden aangewend en maximaal voordeel halen uit de investeringen die in het kader van de vorige financieringsperiode (2014-2020) zijn gedaan, en tezelfdertijd nieuwe operationele en zakelijke modellen onderzoeken ter verdere aanvulling van de capaciteiten van Copernicus. Copernicus moet ook voortbouwen op de succesvolle partnerschappen met lidstaten om de veiligheidsdimensie verder te ontwikkelen in het kader van passende bestuursmechanismen om tegemoet te komen aan de veranderende gebruikersbehoeften in de veiligheidssector.
(52)  Met betrekking tot gegevensverwerving moeten de activiteiten in het kader van Copernicus gericht zijn op de voltooiing en handhaving van de bestaande ruimtevaartinfrastructuur, de voorbereiding van de vervanging van de satellieten aan het einde van hun levensduur, evenals het opstarten van nieuwe missies, waarvan de haalbaarheid momenteel door het Europees Ruimteagentschap wordt bestudeerd, met betrekking tot nieuwe observatiesystemen ter ondersteuning van de succesvolle aanpak van de mondiale klimaatverandering (bv. monitoring van antropogene CO2- en andere broeikasgasemissies). Wat de activiteiten in het kader van Copernicus betreft, moet de wereldwijde monitoring worden uitgebreid tot de poolgebieden en moeten de naleving van milieuvoorschriften, verplichte milieumonitoring en -verslaglegging en innovatieve milieutoepassingen (bv. voor de monitoring van gewassen, waterbeheer en betere brandmonitoring) worden ondersteund. Copernicus moet daarbij zoveel mogelijk als hefboom worden aangewend en maximaal voordeel halen uit de investeringen die in het kader van de vorige financieringsperiode (2014-2020) zijn gedaan, en tezelfdertijd nieuwe operationele en zakelijke modellen onderzoeken om het vermogen van Copernicus verder aan te vullen. Copernicus moet ook voortbouwen op de succesvolle partnerschappen met lidstaten om de veiligheidsdimensie verder te ontwikkelen in het kader van passende bestuursmechanismen en zo tegemoet te komen aan de veranderende gebruikersbehoeften in de veiligheidssector.
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 53
(53)  In het kader van de taak van Copernicus op het vlak van gegevens- en informatieverwerking moet het programma de duurzaamheid op lange termijn en de verdere ontwikkeling van zijn kerndiensten waarborgen door informatie te verstrekken om te voldoen aan de behoeften van de overheidssector en de behoeften die voortvloeien uit de internationale verplichtingen van de Unie, en om optimaal gebruik te maken van de kansen voor commerciële exploitatie. In het bijzonder moet Copernicus op lokaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau, informatie leveren over de toestand van de atmosfeer; informatie over de toestand van de oceanen; informatie inzake landmonitoring ter ondersteuning van de uitvoering van lokale, nationale en Europese beleidsmaatregelen; informatie ter ondersteuning van de aanpassing aan of de mitigatie van klimaatverandering; geospatiale informatie ter ondersteuning van crisisbeheersing, met inbegrip van preventiemaatregelen, waarborging van de naleving van milieuvoorschriften, evenals civiele bescherming, met inbegrip van ondersteuning van het externe optreden van de Unie. De Commissie dient passende contractuele regelingen vast te stellen ter bevordering van de continuïteit van de dienstverlening.
(53)  In het kader van de taak van Copernicus op het vlak van gegevens- en informatieverwerking moet het programma de duurzaamheid op lange termijn en de verdere ontwikkeling van zijn kerndiensten waarborgen, en informatie verstrekken om te voldoen aan de behoeften van de overheidssector en de behoeften die voortvloeien uit de internationale verplichtingen van de Unie, alsook om optimaal gebruik te maken van de kansen voor commerciële exploitatie. In het bijzonder moet Copernicus op lokaal, nationaal, Europees en mondiaal niveau, informatie verstrekken over de toestand van de atmosfeer, waaronder informatie over de luchtkwaliteit, informatie over de toestand van de oceanen, informatie inzake landmonitoring, ter ondersteuning van de uitvoering van lokale, nationale en Europese beleidsmaatregelen, informatie ter ondersteuning van de aanpassing aan en de beperking van de klimaatverandering, en geospatiale informatie ter ondersteuning van het beheer van noodsituaties, onder andere door middel van preventiemaatregelen, de waarborging van de naleving van milieuvoorschriften, en civiele bescherming, met inbegrip van steun voor het externe optreden van de Unie. De Commissie dient passende contractuele regelingen vast te stellen ter bevordering van de continuïteit van de dienstverlening.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 54 bis (nieuw)
(54 bis)  Om de doelstellingen van Copernicus op duurzame wijze te verwezenlijken, kan een comité (het Copernicus-subcomité) worden opgericht om de Commissie bij te staan bij de coördinatie van de bijdragen aan Copernicus door de Unie, de gebruikersfora en de lidstaten, alsook door intergouvernementele organisaties en de private sector, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van het bestaande vermogen en lacunes op het niveau van de Unie worden vastgesteld.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
(55)  Door de uitvoering van de Copernicusdiensten moeten diensten bovendien gemakkelijker ingang kunnen vinden bij het publiek, aangezien gebruikers zo kunnen inspelen op de beschikbaarheid en de ontwikkeling van diensten, alsmede op samenwerking met lidstaten en andere partijen. Daartoe moeten de Commissie en de entiteiten waaraan zij de levering van diensten heeft toevertrouwd nauw samenwerken met verschillende gebruikersgemeenschappen in Europa bij de verdere ontwikkeling van het aanbod van Copernicusdiensten en -informatie, om aan de veranderende behoeften van de publieke sector en het beleid te voldoen en zodoende een zo breed mogelijke benutting van aardobservatiegegevens te verwezenlijken. De Commissie en de lidstaten moeten samenwerken om de in-situcomponent van Copernicus te ontwikkelen en om de integratie van in-situgegevensreeksen met gegevensreeksen uit de ruimtevaart te vergemakkelijken met het oog op verbeterde Copernicusdiensten.
(55)  Door de uitvoering van de Copernicusdiensten moeten diensten bovendien gemakkelijker ingang kunnen vinden bij het publiek, aangezien gebruikers zo kunnen inspelen op de beschikbaarheid en de ontwikkeling van diensten, alsmede op samenwerking met lidstaten en andere partijen. Daartoe moeten het Agentschap en de aan Copernicus toevertrouwde entiteiten nauw samenwerken met verschillende gebruikersgemeenschappen in Europa bij de verdere ontwikkeling van het aanbod van Copernicusdiensten en -informatie, om aan de veranderende behoeften van de overheidssector en het beleid te voldoen en zodoende in het belang van de Europese burgers een zo breed mogelijke benutting van aardobservatiegegevens te verwezenlijken. De Commissie en de lidstaten moeten samenwerken om het in-situ-onderdeel van Copernicus te ontwikkelen en om de integratie van in-situgegevensreeksen met gegevensreeksen uit de ruimtevaart te vergemakkelijken met het oog op verbeterde Copernicusdiensten.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 56 bis (nieuw)
(56 bis)  De lidstaten, de Commissie en de bevoegde entiteiten moeten op gezette tijden informatiecampagnes over de voordelen van Copernicus voeren, zodat alle potentiële gebruikers toegang hebben tot de relevante informatie en gegevens.
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 57 bis (nieuw)
(57 bis)  De klimaatveranderingsdiensten van Copernicus bevinden zich nog in een pre-operationele fase, maar liggen desalniettemin goed op schema, aangezien het aantal gebruikers tussen 2015 en 2016 is verdubbeld. Alle klimaatveranderingsdiensten moeten zo snel mogelijk volledig operationeel worden om zo de continue stroom van gegevens te leveren die nodig is voor doeltreffende maatregelen ter beperking van en ter aanpassing aan de klimaatverandering.
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 59
(59)  Teneinde het gebruik van aardobservatiegegevens en -technologieën door lokale overheden, kleine en middelgrote ondernemingen, wetenschappers en onderzoekers te bevorderen en te faciliteren, moeten speciale netwerken voor Copernicus-gegevensdistributie, waaronder nationale en regionale instanties, worden bevorderd middels op gebruikersacceptatie gerichte activiteiten. Hiertoe moeten de Commissie en de lidstaten ernaar streven nauwere banden te smeden tussen Copernicus en beleidsmaatregelen op EU- en nationaal niveau teneinde de vraag naar commerciële toepassingen en diensten aan te moedigen, en ondernemingen, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups, in staat te stellen toepassingen te ontwikkelen op basis van gegevens en informatie van Copernicus met het oog op de ontwikkeling van een concurrerend ecosysteem voor aardobservatiegegevens in Europa.
(59)  Teneinde het gebruik van aardobservatiegegevens en -technologieën door lokale en regionale overheden, kleine en middelgrote ondernemingen, wetenschappers en onderzoekers te bevorderen en te faciliteren, moeten speciale netwerken voor Copernicus-gegevensdistributie, waaronder nationale en regionale instanties, worden bevorderd door middel van activiteiten die gericht zijn op de acceptatie ervan door gebruikers. Hiertoe moeten de Commissie en de lidstaten ernaar streven nauwere banden te smeden tussen Copernicus en beleidsmaatregelen op EU- en nationaal niveau teneinde de vraag naar commerciële toepassingen en diensten te stimuleren en ondernemingen, in het bijzonder kleine en middelgrote ondernemingen en start-ups, in staat te stellen toepassingen te ontwikkelen op basis van gegevens en informatie van Copernicus met het oog op de ontwikkeling van een concurrerend ecosysteem voor aardobservatiegegevens in Europa.
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 59 bis (nieuw)
(59 bis)   Gezien het grote potentieel van satellietbeelden voor een duurzaam en efficiënt beheer van hulpbronnen, waarbij bijvoorbeeld tijdig betrouwbare informatie over de toestand van gewassen en de bodemgesteldheid wordt verstrekt, moet die dienst verder worden verbeterd om aan de behoeften van de eindgebruiker te voldoen en de koppeling van gegevens te waarborgen.
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 62
(62)  Naar aanleiding van de verzoeken van het Europees Parlement en de Raad heeft de Unie een ondersteuningskader voor ruimtebewaking en monitoring (SST) vastgesteld bij Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van een ondersteuningskader voor ruimtebewaking en monitoring24. Ruimteschroot is inmiddels een ernstige bedreiging voor de beveiliging, de veiligheid en de haalbaarheid van ruimtevaartactiviteiten. Het SST is derhalve essentieel om de continuïteit van de componenten van het Programma en hun bijdragen aan het beleid van de Unie te vrijwaren. Door de verspreiding van ruimteschroot te proberen voorkomen, draagt het SST bij aan het waarborgen van duurzame en gegarandeerde toegang tot en het gebruik van de ruimte, een mondiaal gemeengoed.
(62)  Naar aanleiding van de verzoeken van het Europees Parlement en de Raad heeft de Unie een ondersteuningskader voor ruimtebewaking en -monitoring (SST) vastgesteld bij Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad24. Ruimteschroot is inmiddels een ernstige bedreiging voor de beveiliging, de veiligheid en de haalbaarheid van ruimtevaartactiviteiten. Het SST is derhalve essentieel om de continuïteit van de onderdelen van het Programma en de bijdrage daarvan aan het beleid van de Unie te verzekeren. Door te trachten de verspreiding van ruimteschroot voorkomen, draagt het SST bij aan de waarborging van duurzame en gegarandeerde toegang tot en het gebruik van de ruimte – een mondiaal gemeengoed. Het SST is ook bedoeld om de voorbereiding van Europese "saneringsprojecten" in een baan om de aarde te vergemakkelijken.
__________________
__________________
24 PB L 158 van 27.5.2014, blz. 227.
24 Besluit nr. 541/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot oprichting van een ondersteuningskader voor ruimtebewaking en monitoring (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 227).
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 63
(63)  Binnen het SST moet verder worden gewerkt aan de ontwikkeling van de prestaties en autonomie van SST-capaciteiten. Te dien einde moet het leiden tot de oprichting van een autonome Europese catalogus van voorwerpen in de ruimte, die is gebaseerd op gegevens uit het netwerk van SST-sensoren. De SST moet ook steun blijven verlenen voor de exploitatie en verstrekking van SST-diensten. Aangezien het SST een gebruikersgestuurd systeem is, moeten passende mechanismen worden ingevoerd om de behoeften van de gebruikers te verzamelen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de veiligheid.
(63)  Binnen het SST moet verder worden gewerkt aan de ontwikkeling van de prestaties en autonomie van het SST-vermogen. Te dien einde moet het leiden tot de oprichting van een autonome Europese catalogus van voorwerpen in de ruimte, die is gebaseerd op gegevens uit het netwerk van SST-sensoren. De catalogus zou het voorbeeld kunnen volgen van andere landen die actief zijn in de ruimtevaart en een deel van de gegevens beschikbaar kunnen stellen voor niet-commerciële en onderzoeksdoeleinden. Het SST moet ook de exploitatie en verstrekking van SST-diensten blijven ondersteunen. Aangezien het SST een gebruikersgestuurd systeem is, moeten passende mechanismen worden ingevoerd om de behoeften van de gebruikers te verzamelen, waaronder behoeften op het gebied van veiligheid en de doorgifte van nuttige informatie aan en door openbare instellingen, ter verbetering van de doeltreffendheid van het systeem.
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 67
(67)  Daarnaast moet het SST een aanvulling vormen op de bestaande beperkingsmaatregelen, zoals de richtlijnen inzake het beperken van ruimteschroot van de Commissie voor het vreedzaam gebruik van de kosmische ruimte (COPUOS) en de richtsnoeren voor de houdbaarheid op lange termijn van activiteiten in de ruimte of andere initiatieven om de veiligheid, de beveiliging en de duurzaamheid van activiteiten in de ruimte te garanderen. Met het oog op het verminderen van de risico's op botsingen moet het SST ook synergieën nastreven met initiatieven voor actieve verwijdering en passivering van ruimteschroot. Het SST moet bijdragen tot het vreedzame gebruik en de vreedzame verkenning van de ruimte. De toename van de activiteiten in de ruimte kan gevolgen hebben voor de internationale initiatieven op het gebied van het ruimteverkeersbeheer. De Unie moet deze ontwikkelingen monitoren en kan ze in aanmerking nemen in het kader van de tussentijdse evaluatie van het huidige meerjarig financieel kader.
(67)  Daarnaast moet het SST een aanvulling vormen op de bestaande beperkingsmaatregelen, zoals de richtlijnen inzake het beperken van ruimteschroot van de Commissie voor het vreedzaam gebruik van de kosmische ruimte (COPUOS) en de richtsnoeren voor de houdbaarheid op lange termijn van activiteiten in de ruimte of andere initiatieven om de veiligheid, de beveiliging en de duurzaamheid van activiteiten in de ruimte te garanderen. Om het risico op botsingen te verminderen, moet het SST ook synergieën nastreven met initiatieven die gericht zijn op de bevordering van de ontwikkeling en de uitrol van de voor actieve verwijdering van ruimteschroot ontworpen technologische systemen. Het SST moet bijdragen tot het vreedzame gebruik en de vreedzame verkenning van de ruimte. De toename van de activiteiten in de ruimte kan gevolgen hebben voor de internationale initiatieven op het gebied van het beheer van ruimteverkeer. De Unie moet deze ontwikkelingen monitoren en kan ze in aanmerking nemen in het kader van de tussentijdse evaluatie van het huidige MFK.
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Overweging 70
(70)  Extreme en grootschalige ruimteweersverschijnselen kunnen een bedreiging vormen voor de veiligheid van de burgers en de exploitatie van infrastructuur in de ruimte en op de grond verstoren. Een ruimteweerfunctie moet derhalve worden ingesteld als onderdeel van het Programma met het oog op de beoordeling van risico's in verband met ruimteweersverschijnselen en daaraan verbonden gebruikersbehoeften, om de bewustwording van risico's in verband met ruimteweersverschijnselen te verhogen, het verstrekken van gebruikersgestuurde ruimteweerdiensten te waarborgen, en het vermogen van lidstaten om ruimteweerdiensten te produceren te verbeteren. De Commissie moet prioriteit toekennen aan de sectoren waaraan de operationele ruimteweerdiensten moeten worden verleend, rekening houdend met de behoeften van de gebruikers, de risico's en de technologische paraatheid. Op de lange termijn kunnen de behoeften van andere sectoren worden aangepakt. De verstrekking van diensten op het niveau van de Unie in overeenstemming met de behoeften van de gebruikers zal gericht, gecoördineerd en voortgezet onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten vereisen om de ontwikkeling van ruimteweerdiensten te ondersteunen. De verstrekking van de ruimteweerdiensten moet voortbouwen op de bestaande capaciteiten op nationaal niveau en op het niveau van de Unie en moet brede deelname van lidstaten en betrokkenheid van de private sector mogelijk maken.
(70)  Extreme en grootschalige weersverschijnselen in de ruimte kunnen een bedreiging vormen voor de veiligheid van de burgers en de exploitatie van infrastructuur in de ruimte en op de grond verstoren. Er moet derhalve een ruimteweerfunctie worden ingesteld als onderdeel van het Programma met het oog op de beoordeling van risico's in verband met weersverschijnselen in de ruimte en daaraan verbonden gebruikersbehoeften, om de bewustwording van risico's in verband met weersverschijnselen in de ruimte te verhogen, het verstrekken van gebruikersgestuurde ruimteweerdiensten te waarborgen, en het vermogen van lidstaten om ruimteweerdiensten te produceren te verbeteren. De Commissie moet prioriteit toekennen aan de sectoren waaraan de operationele ruimteweerdiensten moeten worden verleend, rekening houdend met de behoeften van de gebruikers, de risico's en de technologische paraatheid. Op de lange termijn kunnen de behoeften van andere sectoren worden aangepakt. De verstrekking van diensten op het niveau van de Unie in overeenstemming met de behoeften van de gebruikers zal gericht, gecoördineerd en voortgezet onderzoek en ontwikkelingsactiviteiten vereisen om de ontwikkeling van ruimteweerdiensten te ondersteunen. De verstrekking van de ruimteweerdiensten moet voortbouwen op het bestaande vermogen op nationaal en EU-niveau en moet de brede betrokkenheid van lidstaten, internationale organisaties en de private sector mogelijk maken.
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Overweging 73
(73)  Govsatcom is een gebruikersgericht programma met een sterke veiligheidsdimensie. De gebruikstoepassingen van Govsatcom kunnen worden geanalyseerd voor drie hoofdgroepen: crisisbeheersing, waaronder mogelijk civiele en militaire missies van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen, humanitaire crises en maritieme noodsituaties; bewaking, waaronder mogelijk bewaking aan en voor de grenzen, aan de zeegrenzen en op zee, en monitoring van de illegale handel; en belangrijke infrastructuur, waaronder mogelijk het diplomatieke netwerk, politiecommunicatie, kritieke infrastructuur (bijvoorbeeld energie, vervoer, waterkeringen) en ruimte-infrastructuur.
(73)  Govsatcom is een gebruikersgericht programma met een sterke veiligheidsdimensie. De gebruikstoepassingen van Govsatcom kunnen worden geanalyseerd voor drie hoofdgroepen: crisisbeheersing, natuurlijke en door de mens veroorzaakte rampen, humanitaire crises en maritieme noodsituaties; bewaking, waaronder mogelijk bewaking aan en voor de grenzen, aan de zeegrenzen en op zee, en monitoring van de illegale handel; en belangrijke infrastructuur, waaronder mogelijk het diplomatieke netwerk, politiecommunicatie, digitale infrastructuur (zoals datacentra en servers), kritieke infrastructuur (zoals energie, vervoer, waterkeringen, bv. dammen) en ruimte-infrastructuur.
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Overweging 78
(78)  Voor de gebruikers van satellietcommunicatie is de gebruikersapparatuur de uiterst belangrijke operationele interface. De EU-Govsatcom-aanpak maakt het voor de meeste gebruikers mogelijk om gebruik te blijven maken van hun bestaande gebruikersapparatuur voor Govsatcom-diensten voor zover zij gebruikmaken van technologieën van de Unie.
(78)  De operationele interface is voor de gebruikers van satellietcommunicatie de cruciale gebruikersapparatuur. De EU-Govsatcom-aanpak moet het voor gebruikers mogelijk maken om gebruik te blijven maken van hun bestaande gebruikersapparatuur voor Govsatcom-diensten.
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Overweging 86
(86)  Specifieke infrastructuur voor het Programma kan extra onderzoek en innovatie vereisen, wat kan worden ondersteund in het kader van Horizon Europa. Hierbij moet worden gestreefd naar samenhang met de werkzaamheden op dit gebied van het Europees Ruimteagentschap. Synergieën met Horizon Europa moeten ervoor zorgen dat de onderzoeks- en innovatiebehoeften van de ruimtevaartsector worden geïdentificeerd en als onderdeel van het strategische planningsproces op het gebied van onderzoek en innovatie worden opgevat. Ruimtevaartgegevens en -diensten die gratis beschikbaar worden gesteld door het Programma zullen worden gebruikt voor de ontwikkeling van baanbrekende oplossingen via onderzoek en innovatie, onder meer in het kader van Horizon Europa, in het bijzonder op het vlak van duurzaam voedsel en duurzame natuurlijke hulpbronnen, klimaatmonitoring, slimme steden, geautomatiseerde voertuigen, veiligheid en rampenbeheersing. De strategische planningsprocedure in het kader van Horizon Europa zal onderzoeks- en innovatieactiviteiten identificeren die gebruik moeten maken van infrastructuren die de Unie bezit, zoals Galileo, Egnos en Copernicus. Onderzoeksinfrastructuren, met name netwerken voor observatie ter plaatse, zullen essentiële elementen zijn van de infrastructuur voor observatie ter plaatse waardoor de Copernicus-diensten mogelijk worden.
(86)  Specifieke infrastructuur voor het Programma kan extra onderzoek en innovatie vereisen, wat kan worden ondersteund in het kader van Horizon Europa. Hierbij moet worden gestreefd naar samenhang met de werkzaamheden van het Europees Ruimteagentschap op dit gebied. Synergieën met Horizon Europa moeten ervoor zorgen dat de onderzoeks- en innovatiebehoeften van de ruimtevaartsector worden geïdentificeerd en als onderdeel van het strategische planningsproces op het gebied van onderzoek en innovatie worden opgevat. Het is van belang dat de continuïteit tussen de via Horizon Europa ontwikkelde oplossingen en de activiteiten van de onderdelen van het Programma wordt gewaarborgd. Ruimtevaartgegevens en -diensten die gratis beschikbaar worden gesteld door het Programma zullen worden gebruikt voor de ontwikkeling van baanbrekende oplossingen via onderzoek en innovatie, onder meer in het kader van Horizon Europa, met betrekking tot de voornaamste Europese beleidsmaatregelen. De strategische planningsprocedure in het kader van Horizon Europa zal onderzoeks- en innovatieactiviteiten identificeren waarbij gebruik moet worden gemaakt van infrastructuur waarover de Unie reeds beschikt, zoals Galileo, Egnos en Copernicus. De onderzoeksinfrastructuur, en met name de netwerken voor observatie ter plaatse, zal van essentieel belang zijn voor de observatie-infrastructuur ter plaatse die ter ondersteuning dient van de Copernicus-diensten.
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Overweging 87
(87)  Bij Verordening (EU) nr. 912/2010 is een EU-agentschap genaamd Europees GNSS-Agentschap opgericht om bepaalde aspecten van de Galileo- en Egnos-satellietnavigatieprogramma's te beheren. De onderhavige verordening bepaalt met name dat het Europees GNSS-Agentschap nieuwe taken krijgt, niet alleen ten aanzien van Galileo en Egnos, maar ook voor andere onderdelen van het programma, met name op het gebied van beveiligingshomologatie. De naam, de taken en de organisatorische aspecten van het Europese GNSS-Agentschap moeten daarom dienovereenkomstig worden aangepast.
(87)  Bij Verordening (EU) nr. 912/2010 werd het zogenaamde Europese GNSS-Agentschap opgericht, dat zich moest richten op het beheer van bepaalde aspecten van de Galileo- en Egnos-satellietnavigatieprogramma's. In de verordening werd in het bijzonder bepaald dat het Europese GNSS-Agentschap nieuwe taken zou krijgen, niet alleen in het kader van Galileo en Egnos, maar ook in verband met andere onderdelen van het Programma, met name op het gebied van beveiligingshomologatie en cyberbeveiliging. De naam, de taken en de organisatorische aspecten van het Europese GNSS-Agentschap moeten daarom dienovereenkomstig worden aangepast.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Overweging 88
(88)  Met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied, dat niet langer beperkt zal zijn tot Galileo en Egnos, moet het Europees GNSS-Agentschap worden aangepast. De continuïteit van de activiteiten van de het Europees GNSS-Agentschap, onder andere op het gebied van rechten en verplichtingen, personeel en de geldigheid van genomen besluiten, moet echter door het Agentschap worden gewaarborgd.
(88)  Met het oog op de uitbreiding van het toepassingsgebied, dat niet langer beperkt zal zijn tot Galileo en Egnos, moet het Europees GNSS-Agentschap veranderingen ondergaan. Wanneer de Commissie taken aan het Agentschap toevertrouwt, moet zij voor passende financiering voor het beheer en de uitvoering van die taken zorgen, waaronder voor voldoende personele en financiële middelen. De continuïteit van de activiteiten van het Europees GNSS-Agentschap, onder andere op het gebied van rechten en verplichtingen, personeel en de geldigheid van genomen besluiten, moet echter door het Agentschap worden gewaarborgd.
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 2
(2)  "weersomstandigheden in de ruimte": van nature optredende veranderingen in de omstandigheden tussen de zon en de aarde, waaronder zonnevlammen, energierijke zonnedeeltjes, zonnewind en plasmawolken, die kunnen leiden tot zonnestormen (geomagnetische stormen, stralingsstormen en ionosferische verstoringen) en mogelijk gevolgen voor de aarde kunnen hebben;
(2)  "weersverschijnselen in de ruimte": van nature optredende variaties in de ruimte tussen de zon en de aarde, waaronder zonnevlammen, energierijke zonnedeeltjes, zonnewind en plasmawolken, die kunnen leiden tot zonnestormen (geomagnetische stormen, stralingsstormen en ionosferische verstoringen) en mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de aarde of voor de infrastructuur in de ruimte;
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 5
(5)  "omgevingsbewustzijn in de ruimte" (space situational awareness, "SSA"): een alomvattende benadering van de voornaamste gevaren in de ruimte, waaronder botsingen tussen satellieten en ruimteschroot, ruimteweerverschijnselen en aardscheerders;
(5)  "omgevingsbewustzijn in de ruimte" (space situational awareness, SSA): diepgaande kennis van en uitgebreid inzicht in de voornaamste gevaren in de ruimte, waaronder botsingen tussen satellieten en ruimteschroot, weersverschijnselen in de ruimte en aardscheerders;
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 6
(6)  "blendingverrichtingen": door de EU-begroting ondersteunde acties, onder meer in het kader van blendingfaciliteiten overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de EU-begroting worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;
(6)  "blendingverrichting": een door de EU-begroting ondersteunde actie, ook binnen blendingfaciliteiten, overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het Financieel Reglement, waarbij niet-terugvorderbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten en/of begrotingsgaranties uit de EU-begroting worden gecombineerd met terugvorderbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders;
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 10
(10)  "SST-gegevens": de fysieke parameters van voorwerpen in de ruimte die door SST-sensoren zijn geregistreerd of de baanparameters van voorwerpen in de ruimte die zijn afgeleid van de waarnemingen van SST-sensoren in het kader van het SST-onderdeel (ruimtebewaking en -monitoring, "space surveillance and tracking");
(10)  "SST-gegevens": de fysieke parameters van voorwerpen in de ruimte, met inbegrip van ruimteschroot, die door SST-sensoren zijn geregistreerd of de baanparameters van voorwerpen in de ruimte die zijn afgeleid van de waarnemingen van SST-sensoren in het kader van het onderdeel met betrekking tot het ondersteuningskader voor ruimtebewaking en -monitoring (het SST-onderdeel);
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 14 bis (nieuw)
(14 bis)   "Copernicusinformatie van derden": informatie die op basis van een vergunning via andere kanalen dan de Sentinel-satellieten van Copernicus wordt verstrekt om binnen activiteiten in het kader van Copernicus te worden gebruikt;
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 23 – alinea 1
"Copernicuskerngebruikers" die profiteren van Copernicusgegevens en -informatie en de aanvullende taak hebben de evolutie van Copernicus aan te drijven; hieronder vallen de instellingen en organen van de Unie en Europese nationale of regionale openbare instanties die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak voor de vaststelling, uitvoering, handhaving of monitoring van beleid op het gebied van milieu, civiele bescherming, veiligheid of beveiliging;
"Copernicuskerngebruikers": gebruikers die profiteren van Copernicusgegevens en -informatie en de aanvullende taak hebben de evolutie van Copernicus aan te drijven; hieronder vallen de instellingen en organen van de Unie en Europese nationale of regionale overheidsinstanties die belast zijn met een openbaredienstverleningstaak in verband met de vaststelling, uitvoering, handhaving of monitoring van beleid op het gebied van milieu, cultureel erfgoed, civiele bescherming, veiligheid, ook van infrastructuur, of beveiliging;
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 23 – alinea 2 bis (nieuw)
"Copernicuskerndiensten": de operationele diensten die geclusterd zijn in het gegevens- en informatieverwerkingsonderdeel of het dienstenonderdeel, die van algemeen en gemeenschappelijk belang zijn voor de lidstaten en de Unie;
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 1 – punt 23 bis (nieuw)
(23 bis)  "ruimtevaartsector": sector die in de volgende twee sectoren kan worden onderverdeeld:
"upstreamsector": sector die activiteiten omvat die gericht zijn op de verwezenlijking van een operationeel ruimtevaartsysteem en de verkenning van de ruimte;
"downstreamsector": sector die activiteiten omvat met betrekking tot de exploitatie van satellietgegevens voor de ontwikkeling van ruimtevaartgerelateerde producten en diensten voor eindgebruikers.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – letter a
a)  een autonoom wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) voor civiel gebruik dat onder civiele controle staat en bestaat uit een constellatie van satellieten, centra en een mondiaal netwerk van grondstations, dat diensten voor plaatsbepaling, navigatie en tijdmeting verleent en de veiligheidsbehoeften- en vereisten volledig integreert ("Galileo");
a)  een autonoom wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) voor civiel gebruik dat onder civiele controle staat en bestaat uit een constellatie van satellieten, centra en een mondiaal netwerk van grondstations, dat diensten voor plaatsbepaling, navigatie en tijdmeting verleent, waarbij in voorkomend geval de veiligheidsbehoeften- en vereisten in acht worden genomen ("Galileo");
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – letter c
c)  een autonoom, door gebruikers gestuurd aardobservatiesysteem dat onder civiele controle staat en geo-informatiegegevens en -diensten verleent, en dat bestaat uit satellieten, infrastructuur op de grond, faciliteiten voor gegevens- en informatieverwerking en verspreidingsinfrastructuur, en de veiligheidsbehoeften- en vereisten volledig integreert ("Copernicus");
c)  een autonoom, gebruikersgestuurd aardobservatiesysteem dat onder civiele controle staat en op basis van een beleid van kosteloze en open gegevens geo-informatiegegevens en -diensten verleent, en dat bestaat uit satellieten, infrastructuur op de grond, faciliteiten voor gegevens- en informatieverwerking en verspreidingsinfrastructuur, waarbij de veiligheidsbehoeften- en vereisten volledig in acht worden genomen ("Copernicus");
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – letter d
d)  een systeem voor ruimtebewaking en -monitoring dat is gericht op de het verbeteren, opereren en leveren van gegevens, informatie en diensten op het gebied van de bewaking en monitoring van actieve en inactieve ruimtevaartuigen, afgeworpen trappen van draagraketten, schroot en schrootfragmenten die zich in een baan om de aarde bewegen, en dat wordt aangevuld door observatieparameters in verband met de monitoring weeromstandigheden in de ruimte en het risico van aardscheerders die de aarde naderen ("SST");
d)  een systeem voor ruimtebewaking en -monitoring dat gericht is op de verbetering, exploitatie en verstrekking van gegevens, informatie en diensten op het gebied van de bewaking en monitoring van ruimteschroot en (in)actieve ruimtevaartuigen die zich in een baan om de aarde bewegen, dat wordt aangevuld door observatieparameters met betrekking tot de monitoring van weersverschijnselen in de ruimte en de risico's in verband met aardscheerders (het "SST");
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 2
Voorts omvat het programma maatregelen om voor de waarborging van efficiënte toegang tot de ruimte voor het programma en voor de bevordering van een innovatieve ruimtevaartsector.
Voorts omvat het Programma maatregelen voor de waarborging van autonome toegang tot de ruimte, alsook maatregelen voor het aanpakken van cyberbedreigingen, voor de bevordering van een innovatieve en concurrerende ruimtevaartsector en voor de ondersteuning van diplomatie op het gebied van ruimtevaart.
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – alinea 1 – inleidende formule
1.  De doelstellingen van het programma zijn:
1.  Met het Programma worden de volgende algemene doelstellingen nagestreefd:
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter a
a)  het verstrekken, of het leveren van een bijdrage tot het verstrekken van, hoogwaardige, geactualiseerde en, in voorkomend geval, veilige met de ruimtevaart verband houdende gegevens, informatie en diensten zonder onderbrekingen en zoveel mogelijk op mondiaal niveau, waarbij aan de bestaande en toekomstige behoeften wordt voldaan en dit in overeenstemming met de politieke prioriteiten van de Unie, onder meer wat betreft klimaatverandering, veiligheid en defensie;
a)  het verstrekken van of het leveren van een bijdrage aan de verstrekking van hoogwaardige, geactualiseerde en, in voorkomend geval, beveiligde gegevens, informatie en diensten die verband houden met de ruimtevaart, zonder onderbrekingen en zoveel mogelijk op mondiaal niveau, waarbij aan de bestaande en toekomstige behoeften en de politieke prioriteiten van de Unie wordt voldaan; alsook het ondersteunen van het vermogen van de Unie en haar lidstaten om onafhankelijk empirisch onderbouwde besluiten te nemen;
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter b
b)  het maximaliseren van de socio-economische voordelen, onder meer door bevordering van een zo ruim mogelijk gebruik van de gegevens, informatie en diensten die door de onderdelen van het programma worden verstrekt;
b)  het maximaliseren van de socio-economische voordelen, zowel binnen als buiten de Unie, met name door de Europese downstreamsector te versterken en zo de groei en de werkgelegenheid in de Unie te bevorderen, alsook door een optimale acceptatie van de diensten en een zo ruim mogelijk gebruik van de gegevens, informatie en diensten die door de onderdelen van het Programma worden verstrekt, te bevorderen;
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter c
c)  het verhogen van de veiligheid van de Unie en haar lidstaten, haar handelingsvrijheid en haar strategische onafhankelijkheid, met name op het vlak van technologische, op bewijzen gestoelde besluitvorming;
c)  het verhogen van de veiligheid evenals de cyberbeveiliging van de Unie en haar lidstaten en het versterken van haar strategische onafhankelijkheid, met name op industrieel en technologisch vlak;
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  het versterken van het Europese industriële en wetenschappelijke ecosysteem op het gebied van de ruimtevaart door een samenhangend kader tot stand te brengen waarin de uitmuntendheid van Europese opleidingen en knowhow, de ontwikkeling van hoogwaardige ontwerpen, het productievermogen en de strategische visie die nodig is in een steeds concurrerendere sector worden gecombineerd;
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter d
d)  het bevorderen van de rol van Unie op het internationale niveau als een voortrekker in de ruimtevaartsector en het versterken van de rol van de Unie bij de aanpak van wereldwijde uitdagingen en de ondersteuning van internationale initiatieven, onder meer wat betreft klimaatverandering en duurzame ontwikkeling.
d)  het bevorderen van de rol van Unie als voortrekster in de ruimtevaartsector op internationaal niveau en het versterken van haar rol bij de aanpak van wereldwijde uitdagingen en de ondersteuning van internationale initiatieven, onder meer met betrekking tot duurzame ontwikkeling.
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter d bis (nieuw)
d bis)  het versterken van de diplomatie van de Unie in de ruimtevaartsector en het aanmoedigen van internationale samenwerking om het bewustzijn van de ruimte als gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid te vergroten;
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter d ter (nieuw)
d ter)  het bevorderen van de technologie en industrie van de Unie, alsook van het beginsel van wederkerigheid en eerlijke concurrentie op internationaal niveau;
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – letter d quater (nieuw)
d quater)  het verbeteren van de veiligheid van de Unie en haar lidstaten op diverse gebieden, en met name op het gebied van vervoer (luchtvaart, met inbegrip van onbemande luchtvaartuigen, spoorwegvervoer, navigatie, wegvervoer, autonoom rijden), de aanleg en monitoring van infrastructuur, landmonitoring en milieu.
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter a
a)  voor Galileo en Egnos: het verstrekken van geavanceerde en, waar dat gepast is, beveiligde diensten voor plaatsbepaling, navigatie en tijdsbepaling;
a)  voor Galileo en Egnos: het op lange termijn en continu verstrekken van geavanceerde en, waar dat gepast is, beveiligde diensten voor plaatsbepaling, navigatie en tijdsbepaling;
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter b
b)  voor Copernicus: het verstrekken van nauwkeurige en betrouwbare aardobservatiegegevens en -informatie op langetermijnbasis, ter ondersteuning van de uitvoering en monitoring van het beleid van de Unie en haar lidstaten op het gebied van milieu, klimaatverandering, landbouw en plattelandsontwikkeling, civiele bescherming, veiligheid en beveiliging en de digitale economie;
b)  voor Copernicus: het op lange termijn verstrekken van nauwkeurige en betrouwbare aardobservatiegegevens en ‑informatie, ter ondersteuning van de uitvoering en monitoring van de gebruikersgestuurde beleidsmaatregelen en acties van de Unie en haar lidstaten;
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter c
c)  voor omgevingsbewustzijn in de ruimte ("SSA"): het versterken van de SST-capaciteiten om voorwerpen in de ruimte te monitoren, bewaken en identificeren, ruimteweer te monitoren en de NEO-capaciteiten van de lidstaten in kaart te brengen en met elkaar te verbinden;
c)  voor omgevingsbewustzijn in de ruimte (SSA): het versterken van het SST-vermogen om voorwerpen in de ruimte en ruimteschroot te bewaken, te monitoren en te identificeren, alsook van het vermogen om weersverschijnselen in de ruimte te monitoren en de NEO-vermogens van de lidstaten in kaart te brengen en met elkaar te verbinden;
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter e
e)  het bijdragen, waar dat voor het programma vereist is, tot een autonoom, veilig en kostenefficiënt ruimtevaartvermogen;
e)  het waarborgen van een autonoom, veilig en kostenefficiënt ruimtevaartvermogen;
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2 – letter f
f)  het ondersteunen en versterken van het concurrentievermogen, ondernemerschap, vaardigheden en de innovatiecapaciteiten van natuurlijke en -rechtspersonen in de Unie die in die sector actief zijn of dat wensen te worden, met name wat de positie en de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemingen betreft.
f)  het bevorderen van de ontwikkeling van een krachtige en concurrerende Europese ruimtevaarteconomie en het maximaliseren van de mogelijkheden voor Europese ondernemingen uit alle regio's van de Unie, ongeacht hun omvang.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule
Het programma ondersteunt:
Het Programma ondersteunt door middel van synergieën met andere programma's en financieringsregelingen van de EU en het ESA:
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter a
a)  de levering van lanceerdiensten voor behoeften van het programma;
a)  de verlening van lanceringsdiensten in het kader van het Programma, met inbegrip van geaggregeerde lanceringsdiensten voor de Unie en voor andere entiteiten, op hun verzoek, rekening houdend met de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie overeenkomstig artikel 25, om het concurrentievermogen van Europese draagraketten en industrieën op de wereldmarkt te vergroten;
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter b
b)  ontwikkelingsactiviteiten in verband met de autonome, betrouwbare en kostenefficiënte toegang tot de ruimte;
b)  ontwikkelingsactiviteiten in verband met de autonome, betrouwbare en kostenefficiënte toegang tot de ruimte, waaronder alternatieve lanceringstechnologieën en innovatieve systemen of diensten, rekening houdend met de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie en haar lidstaten overeenkomstig artikel 25;
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1 – letter c
c)  de noodzakelijke aanpassingen aan de ruimtevaartinfrastructuur op de grond, waar dat voor de behoeften van het programma vereist is.
c)  waar dit met het oog op de doelstellingen van het Programma vereist is, de nodige steun voor het onderhoud, de aanpassing en de ontwikkeling van de ruimtevaartinfrastructuur, en met name van bestaande infrastructuur, rakettrajecten en onderzoekscentra.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – titel
Acties ter ondersteuning van een innovatieve ruimtevaartsector voor de Unie
Acties ter ondersteuning van een innovatieve en concurrerende Europese ruimtevaartsector
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter a
a)  innovatieactiviteiten voor een optimaal gebruik van ruimtevaarttechnologieën, -infrastructuur en -diensten;
a)  innovatieactiviteiten die gericht zijn op de ontwikkeling en het optimaal gebruik van ruimtevaarttechnologieën, -infrastructuur en -diensten;
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
a bis)  passende maatregelen om het gebruik van innovatieve oplossingen die voortvloeien uit onderzoeks- en innovatieactiviteiten te vergemakkelijken, met name door middel van synergieën met andere fondsen van de Unie, zoals Horizon Europa en InvestEU, ter ondersteuning van de ontwikkeling van de downstreamsectoren van alle onderdelen van het Programma;
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter a ter (nieuw)
a ter)  versterking van de Europese ruimtevaartsector in de exportmarkt;
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter b
b)  de oprichting van innovatiepartnerschappen op het gebied van ruimtevaart voor de ontwikkeling van innovatieve producten of diensten en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende diensten;
b)  de oprichting van innovatiepartnerschappen op het gebied van ruimtevaart met het oog op de ontwikkeling van innovatieve producten of diensten en de daaropvolgende aankoop van de daaruit resulterende producten of diensten om aan de behoeften in het kader van het Programma te voldoen;
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
b bis)  de vormgeving, beproeving, tenuitvoerlegging en toepassing van gegevensgestuurde interoperabele ruimtevaartoplossingen voor overheidsdiensten, de bevordering van innovatie en de vaststelling van gemeenschappelijke kaders om het volledige potentieel van overheidsdiensten voor burgers en bedrijven te benutten;
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter c
c)  ondernemerschap, vanaf de eerste fasen tot de opschaling, overeenkomstig artikel 21 en andere financieringsbepaling als bedoeld in artikel 18 en hoofdstuk II van titel III:
c)  ondernemerschap, ook in een vroeg stadium tot schaalvergroting, overeenkomstig artikel 21 en door een beroep te doen op andere bepalingen inzake toegang tot financiering als bedoeld in artikel 18 en titel III, hoofdstuk I;
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter d
d)  samenwerking tussen ondernemingen, in de vorm van ruimtevaarthubs op regionaal en nationaal niveau, waarin actoren en gebruikers uit de ruimtevaartsector en de digitale sector worden samengebracht en waarmee steun wordt verleend aan burgers en ondernemingen bij de ontwikkeling van ondernemerschap en vaardigheden;
d)  samenwerking in de vorm van een netwerk van ruimtevaarthubs, waarin actoren en gebruikers uit de ruimtevaartsector en de digitale sector worden samengebracht, met name op regionaal en nationaal niveau, en waarmee steun, faciliteiten en diensten worden verleend aan burgers en ondernemingen ter ontwikkeling van ondernemerschap en vaardigheden; de bevordering van samenwerking tussen de ruimtevaarthubs en de digitale-innovatiehubs die in het kader van het programma Digitaal Europa zijn opgericht;
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
d bis)  de mogelijke ontwikkeling van een "first contract"-strategie voor de benadering van alle relevante spelers uit de overheidssector en de private sector om de ontwikkeling van start-ups op het gebied van ruimtevaart te ondersteunen;
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter d ter (nieuw)
d ter)  synergieën met de vervoerssector, de ruimtevaartsector en de digitale sector om het bredere gebruik van nieuwe technologieën (zoals e-call, de digitale tachograaf, verkeerstoezicht en -beheer, autonoom rijden, onbemande voertuigen en drones) te bevorderen en in te spelen op behoeften zoals veilige en naadloze connectiviteit, precieze plaatsbepaling, intermodaliteit en interoperabiliteit, om zo het concurrentievermogen van vervoersdiensten en de vervoersindustrie te vergroten;
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter e
e)  activiteiten op het gebied van onderwijs en opleiding;
e)  activiteiten op het gebied van onderwijs en opleiding, zodat geavanceerde vaardigheden op het vlak van ruimtevaart kunnen worden ontwikkeld;
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – alinea 1 – letter f
f)  toegang tot verwerkings- en testinstallaties;
f)  toegang tot verwerkings- en testfaciliteiten voor beroepsbeoefenaren uit de overheidssector en de private sector, studenten en ondernemers;
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter c
c)  het derde land of de internationale organisatie geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het programma verleent;
c)  het derde land of de internationale organisatie in kwestie geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het Programma of toegang tot gevoelige of gerubriceerde informatie verleent;
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
d bis)  de strategische en soevereine belangen van de Unie op alle relevante gebieden, met inbegrip van de Europese strategische autonomie op technologisch of industrieel gebied, in voorkomend geval in stand houdt;
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3
3.  De Commissie treft de nodige maatregelen om te waarborgen dat de contracten, overeenkomsten of andere regelingen in verband met de in lid 1 bedoelde activiteiten bepalingen bevatten waarin voor die activa een passende eigendomsregeling wordt vastgesteld en, wat punt c) betreft, waarin wordt vastgelegd dat de Unie de PRS-ontvangers vrijelijk kan gebruiken overeenkomstig Besluit nr. 1104/2011/EU.
3.  De Commissie treft de nodige maatregelen om te waarborgen dat de contracten, overeenkomsten of andere regelingen in verband met de in lid 2 bedoelde activiteiten bepalingen bevatten waarin voor die activa een passende eigendoms- en gebruiksregeling wordt vastgesteld en, wat punt c) betreft, waarin wordt vastgelegd dat de Unie de PRS-ontvangers vrijelijk kan gebruiken en het gebruik ervan kan toestaan overeenkomstig Besluit nr. 1104/2011/EU.
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – alinea 1
De door de onderdelen van het programma geleverde diensten, gegevens en informatie worden verstrekt zonder enige expliciete of impliciete garantie ten aanzien van de kwaliteit, nauwkeurigheid, beschikbaarheid, betrouwbaarheid en geschiktheid voor een bepaald doel ervan. Daartoe treft de Commissie de nodige maatregelen om te waarborgen dat de gebruikers van die diensten, gegevens en informatie op gepaste wijze in kennis worden gesteld van het ontbreken van dergelijke garantie.
De door de onderdelen van het Programma geleverde diensten, gegevens en informatie worden verstrekt zonder enige expliciete of impliciete garantie ten aanzien van de kwaliteit, nauwkeurigheid, beschikbaarheid, betrouwbaarheid en geschiktheid ervan voor een bepaald doel, tenzij een dergelijke garantie door de toepasselijke Uniewetgeving wordt vereist voor de verlening van de desbetreffende diensten. Daartoe treft de Commissie de nodige maatregelen om te waarborgen dat de gebruikers van die diensten, gegevens en informatie op gepaste wijze in kennis worden gesteld van het ontbreken van dergelijke garantie.
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 – alinea 1
De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021 - 2027 bedragen [16] miljard EUR in lopende prijzen.
De financiële middelen voor de uitvoering van het Programma voor de periode 2021-2027 bedragen [16,9] miljard EUR in lopende prijzen.
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2 – letter b
b)  voor Copernicus: [5,8] miljard EUR;
b)  voor Copernicus: [6] miljard EUR;
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 1 – alinea 2 – letter c
c)  voor SSA/Govsatcom: [0,5] miljard EUR.
c)  voor SSA/Govsatcom: [1,2] miljard EUR.
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 – lid 2
2.  Horizontale activiteiten als voorzien in artikel 3 worden in het kader van de onderdelen van het programma gefinancierd.
2.  Horizontale activiteiten als voorzien in de artikelen 3, 5 en 6 worden in het kader van de onderdelen van het programma gefinancierd.
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – alinea 1 – letter a
a)  in alle lidstaten, in de hele toeleveringsketen, een zo breed en open mogelijke deelname van startende ondernemingen, nieuwe marktdeelnemers en kleine en middelgrote ondernemingen en andere marktdeelnemers bevorderen, waaronder de vereiste van onderaanneming door de inschrijvers;
a)  in de hele Unie en in de hele toeleveringsketen, een zo breed en open mogelijke deelname van alle marktdeelnemers, en in het bijzonder startende ondernemingen, nieuwe marktdeelnemers en kleine en middelgrote ondernemingen bevorderen, waaronder de vereiste van onderaanneming door de inschrijvers;
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – alinea 1 – letter d
d)  de onafhankelijkheid van de Unie bevorderen, met name op technologisch vlak;
d)  de strategische onafhankelijkheid van de Unie bevorderen, met name op industrieel en technologisch vlak, in de hele waardeketen;
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – alinea 1 – letter d bis (nieuw)
d bis)  de beginselen van open toegang en eerlijke mededinging in de gehele industriële bevoorradingsketen in acht te nemen, inschrijving op basis van transparante en tijdige informatie, duidelijke bekendmaking van de geldende voorschriften voor aanbestedingen, selectie- en gunningscriteria en eventuele andere relevante informatie die ervoor zorgen dat alle potentiële inschrijvers gelijke kansen hebben;
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 1
1.  Om nieuwe marktdeelnemers, kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemingen aan te moedigen en om een zo groot mogelijke geografische dekking te bieden en de strategische autonomie van de Unie te beschermen, kan de aanbestedende dienst de inschrijver verzoeken een deel van de opdracht door middel van een open aanbesteding op het passende niveau van onderaanneming uit te besteden aan bedrijven buiten de groep waartoe de inschrijver behoort.
1.  Om nieuwe marktdeelnemers, met name kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemingen aan te moedigen en om een zo groot mogelijke geografische dekking te bieden en de strategische autonomie van de Unie te beschermen, tracht de aanbestedende dienst de inschrijver te verzoeken een deel van de opdracht door middel van een open aanbesteding op het passende niveau van onderaanneming uit te besteden aan bedrijven buiten de groep waartoe de inschrijver behoort.
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 2
2.  De aanbestedende dienst drukt het deel van de opdracht dat in onderaanneming moet worden gegeven, uit door middel van een minimum- en een maximumpercentage.
2.  De aanbestedende dienst drukt het deel van de opdracht dat in onderaanneming moet worden gegeven aan de industrie op alle niveaus, overeenkomstig lid 1, uit door middel van een minimum- en een maximumpercentage.
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
3.  Eventuele afwijking van een verzoek overeenkomstig lid 1 wordt door de inschrijver gemotiveerd.
3.  Eventuele afwijking van een verzoek overeenkomstig lid 1 wordt door de inschrijver gemotiveerd en door de aanbestedende autoriteit beoordeeld.
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – alinea 2
Bij een gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen worden gezamenlijke procedures voor de selectie en beoordeling van voorstellen vastgesteld. Bij die procedures moet een evenwichtige groep deskundigen betrokken zijn, benoemd door elke partij.
Bij een gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen worden gezamenlijke procedures voor de selectie en beoordeling van voorstellen vastgesteld. Bij de procedures wordt een evenwichtige groep van door alle partijen aangestelde deskundigen betrokken. Dergelijke deskundigen voeren geen evaluaties uit en adviseren en ondersteunen niet in aangelegenheden waarin zij tegenstrijdige belangen hebben.
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 1
1.  In aanvulling op de bepalingen van [artikel 165] van het Financieel Reglement kunnen de Commissie en het Agentschap gezamenlijke aanbestedingsprocedures uitvoeren met het Europees Ruimteagentschap of andere internationale organisaties die bij de uitvoering van de onderdelen van het programma zijn betrokken.
1.  In aanvulling op de bepalingen van [artikel 165] van het Financieel Reglement kunnen de Commissie en/of het Agentschap gezamenlijke aanbestedingsprocedures uitvoeren met het Europees Ruimteagentschap of andere internationale organisaties die bij de uitvoering van de onderdelen van het programma zijn betrokken.
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – alinea 1 – letter a
a)  een strikte verdeling van de taken en verantwoordelijkheden tussen de bij de uitvoering van het programma betrokken entiteiten, met name tussen de lidstaten, de Commissie, het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap;
a)  een strikte verdeling van de taken en verantwoordelijkheden tussen de bij de uitvoering van het programma betrokken entiteiten, met name tussen de lidstaten, de Commissie, het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap, op basis van de bevoegdheden van elk van de entiteiten, wat zorgt voor meer transparantie, een betere doeltreffendheid en kostenefficiëntie en wat een overlapping van activiteiten vermijdt;
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – alinea 1 – letter b
b)  een strenge controle van het programma, onder meer om te waarborgen dat alle entiteiten zich, binnen hun respectieve bevoegdheden en overeenkomstig deze verordening, strikt aan de ramingen voor de kosten en het tijdschema houden;
b)  een strenge controle van het programma, onder meer om te waarborgen dat alle entiteiten zich, binnen hun respectieve bevoegdheden en overeenkomstig deze verordening, strikt aan de ramingen voor de kosten en technische prestaties houden;
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – alinea 1 – letter d
d)  systematisch aandacht besteden aan de gebruikersbehoeften van de door de onderdelen van het programma geleverde diensten, en van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang op het gebied van die diensten;
d)  systematisch aandacht besteden aan de gebruikersbehoeften van de door de onderdelen van het programma geleverde diensten, en van de wetenschappelijke en technologische vooruitgang op het gebied van die diensten, onder meer door de raadpleging van de adviserende gebruikersfora op nationaal en Unieniveau;
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
2.  De Commissie, of voor de in artikel 30 bedoelde taken, het Agentschap, kan specifieke taken toevertrouwen aan lidstaten of nationale agentschappen of aan groepen lidstaten of nationale agentschappen. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te zorgen voor een goede werking van het programma en om het gebruik ervan te bevorderen, waaronder door de voor het programma benodigde frequenties te helpen beschermen.
2.  De Commissie, of voor de in artikel 30 bedoelde taken, het Agentschap, kan specifieke taken toevertrouwen aan lidstaten of aan groepen lidstaten, op basis van een specifieke goedkeuring per geval. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te zorgen voor een goede werking van het programma en om het gebruik ervan te bevorderen, waaronder door de voor het programma benodigde frequenties op een gepast niveau te helpen beschermen.
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De lidstaten streven naar een proactieve en gecoördineerde raadpleging van gemeenschappen van eindgebruikers, in het bijzonder met betrekking tot Galileo, Egnos en Copernicus, ook via adviserende gebruikersfora.
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 1
1.  De Commissie heeft de algemene verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma, met inbegrip van het beveiliging. In overeenstemming met deze verordening stelt zij de prioriteiten en de ontwikkeling op de lange termijn van het programma vast, en houdt zij toezicht op de uitvoering ervan, waarbij de nodige aandacht wordt besteed aan het effect ervan op andere beleidsterreinen van de Unie.
1.  De Commissie heeft de algemene verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma en de verantwoordelijkheid met betrekking tot beveiliging voor de onderdelen van het programma die niet aan het Agentschap zijn toevertrouwd krachtens artikel 30. In overeenstemming met deze verordening stelt zij de prioriteiten en de ontwikkeling op de lange termijn van het programma vast, en houdt zij toezicht op de uitvoering ervan, waarbij de nodige aandacht wordt besteed aan het effect ervan op andere beleidsterreinen van de Unie.
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 2
2.  De Commissie beheert die onderdelen van het programma waarvan het beheer niet aan andere entiteiten is toevertrouwd.
2.  De Commissie beheert die onderdelen van het programma waarvan het beheer niet aan de andere in artikel 30, 31 en 32 bedoelde entiteiten is toevertrouwd.
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 3
3.  De Commissie zorgt voor een duidelijke taakverdeling tussen de verschillende entiteiten die betrokken zijn bij het programma en coördineert de activiteiten van die entiteiten.
3.  De Commissie zorgt voor een duidelijke taakverdeling tussen de verschillende entiteiten die betrokken zijn bij het programma en coördineert de activiteiten van die entiteiten, en waarborgt de volledige bescherming van de belangen van de Unie, het behoorlijke beheer van haar middelen en de toepassing van haar voorschriften, in het bijzonder die met betrekking tot aanbestedingen. Derhalve sluit de Commissie een overeenkomst over een financieel kaderpartnerschap met het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap in verband met de taken die aan deze twee entiteiten zijn toevertrouwd, zoals bedoeld in artikel 31 bis.
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig artikel 105 betreffende de specifieke bepaling met betrekking tot de werking en de governance van de functie met betrekking tot ruimteweer en de NEO-functie.
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 4 – alinea 1
Indien dat voor de goede werking van het programma en de soepele dienstverlening door de onderdelen van het programma noodzakelijk is, stelt de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, de technische en operationele specificaties voor de uitvoering en ontwikkeling van die onderdelen en de daardoor geleverde diensten vast, na raadpleging van de gebruikers en alle andere relevante belanghebbenden. Bij het vaststellen van die technische en operationele specificaties voorkomt de Commissie dat het algemene beveiligingsniveau wordt verlaagd en zorgt zij voor achterwaartse compatibiliteit.
Indien dat voor de goede werking van het programma en de soepele dienstverlening door de onderdelen van het programma noodzakelijk is, stelt de Commissie, door middel van gedelegeerde handelingen, de eisen van hoog niveau voor de uitvoering en ontwikkeling van die onderdelen en de daardoor geleverde diensten vast, na raadpleging van de gebruikers en alle andere relevante belanghebbenden, met inbegrip van de downstreamsector. Bij het vaststellen van die eisen van hoog niveau voorkomt de Commissie dat het algemene beveiligingsniveau wordt verlaagd en zorgt zij voor achterwaartse compatibiliteit.
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 4 – alinea 2
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Deze gedelegeerde handelingen worden vastgesteld overeenkomstig artikel 21.
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 5
5.  De Commissie bevordert en waarborgt de ingebruikneming en het gebruik van de door de onderdelen van het programma geleverde gegevens en diensten in de publieke en de private sectoren, waaronder door de juiste ontwikkeling van die diensten te ondersteunen en een stabiel klimaat op de lange termijn te bevorderen. Zij ontwikkelt synergieën tussen de toepassingen van de verschillende onderdelen van het programma. Ook zorgt zij voor complementariteit, consistentie, synergieën en de koppeling tussen het programma en andere acties en programma's van de Unie.
5.  De Commissie zorgt voor complementariteit, consistentie, synergieën en de koppeling tussen het programma en andere acties en programma's van de Unie. Zij ondersteunt en levert in nauwe samenwerking met het Agentschap en, waar van toepassing, het Europees Ruimteagentschap en de aan Copernicus toegewezen entiteiten bijdragen aan:
—  de activiteiten in verband met de acceptatie en het gebruik van de door de onderdelen van het programma geleverde gegevens en diensten in de publieke en private sector,
—  de ontwikkeling van synergieën tussen de aanvragen,
—  de toereikende ontwikkeling van deze diensten,
—  de bevordering van een stabiel klimaat op lange termijn.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 6
6.  Waar passend zorgt zij voor de coördinatie met de activiteiten in de ruimtevaartsector die worden verricht op nationaal, internationaal en Unieniveau. De Commissie moedigt samenwerking tussen de lidstaten aan en bevordert de convergentie van hun technische vermogens en ontwikkeling op het gebied van ruimtevaart.
6.  Waar passend en in samenwerking met het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap zorgt de Commissie voor de coördinatie met de activiteiten in de ruimtevaartsector die worden verricht op nationaal, internationaal en Unieniveau. De Commissie moedigt samenwerking tussen de lidstaten aan en bevordert de convergentie van hun technische vermogens en ontwikkeling op het gebied van ruimtevaart.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter b bis (nieuw)
b bis)  de acceptatie en het gebruik bevorderen en waarborgen van de door de onderdelen van het programma geleverde gegevens en diensten, met inbegrip van de ontwikkeling van downstreamtoepassingen en -diensten op basis van de onderdelen van het programma;
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter b ter (nieuw)
b ter)  maatregelen nemen ter ondersteuning van een innovatie ruimtesector in de Unie, overeenkomstig artikel 6;
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter b quater (nieuw)
b quater)  toegang ondersteunen tot financiering via de financiële instrumenten onder titel III en InvestEU, alsook, in samenwerking met de EIB, via de financieringsinstrumenten die door deze laatste zijn ingevoerd en die met name gericht zijn op kmo's;
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter c
c)  communicatie- en promotieactiviteiten verrichten, alsmede activiteiten in verband met de commercialisering van de door Galileo en Egnos geboden diensten;
c)  communicatie- en promotieactiviteiten verrichten, alsmede activiteiten in verband met de commercialisering van met name de door Galileo, Egnos en Copernicus geboden diensten;
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  wat Galileo en Egnos betreft: Galileo en Egnos beheren, als bedoeld in artikel 43;
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 1 – letter d
d)  de Commissie technische deskundigheid leveren.
d)  de Commissie technische deskundigheid leveren, en daarbij vermijden dat dubbel werk geleverd wordt met de taken van het ESA uit hoofde van artikel 27 en artikel 31.
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – letter a
a)  de exploitatie van Egnos en Galileo beheren, als bedoeld in artikel 43;
Schrappen
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – letter b bis (nieuw)
b bis)  aanbevelingen verstrekken aan de Commissie over de prioriteiten op ruimtevaartgebied in Horizon Europa, en deelnemen aan de tenuitvoerlegging daarvan;
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – letter c
c)  uitvoeringsactiviteiten in verband met de ontwikkeling van downstreamtoepassingen en -diensten op basis van de onderdelen van het programma.
Schrappen
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 3
3.  De Commissie kan andere taken aan het Agentschap toevertrouwen, waaronder activiteiten op het gebied van communicatie, promotie en marketing van gegevens en informatie, alsook activiteiten op het gebied van ingebruikneming door gebruikers wat de andere onderdelen van het programma dan Galileo en Egnos betreft.
3.  De Commissie kan andere taken aan het Agentschap toevertrouwen, maar moet daarbij dubbel werk vermijden en zich baseren op een verbeterde efficiëntie bij de uitvoering van de doelstellingen van het programma.
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Het Agentschap kan, met het oog op de vervulling van zijn taken, partnerschapsovereenkomsten of andere overeenkomsten afsluiten met nationale ruimtevaartagentschappen, een groep van nationale ruimtevaartagentschappen of andere entiteiten.
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 4
4.  De in de leden 2 en 3 bedoelde taken worden door de Commissie toegewezen door middel van een bijdrageovereenkomst overeenkomstig [artikel 2, lid 18] en [titel VI] van het Financieel Reglement.
4.  De in de leden 2 en 3 bedoelde taken worden door de Commissie toegewezen door middel van een bijdrageovereenkomst overeenkomstig [artikel 2, lid 18] en [titel VI] van het Financieel Reglement en worden geëvalueerd in overeenstemming met artikel 102, lid 6, van deze verordening, in het bijzonder wat betreft het Copernicus-onderdeel.
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 4 bis (nieuw)
4 bis.  Wanneer de Commissie taken aan het Agentschap toevertrouwt, zorgt zij voor passende financiering voor het beheer en de uitvoering van die taken, waaronder voldoende personele en financiële middelen.
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 – letter a
a)  wat Copernicus betreft: de ontwikkeling, het ontwerp en de constructie van de ruimtevaartinfrastructuur van Copernicus, met inbegrip van de werkzaamheden van die infrastructuur;
a)  wat Copernicus betreft: de ontwikkeling, het ontwerp en de constructie van de grond- en ruimtevaartinfrastructuur van Copernicus, met inbegrip van de werkzaamheden van die infrastructuur;
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 – letter b
b)  wat Galileo en Egnos betreft: evolutie van systemen, ontwikkeling van het grondsegment en het ontwerp en de ontwikkeling van satellieten;
b)  wat Galileo en Egnos betreft: steun voor het Agentschap bij de uitvoering van zijn kerntaken. Wanneer daarin is voorzien in specifieke overeenkomsten tussen het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap, aanbestedingen in naam van en voor het Agentschap met betrekking tot de evolutie van systemen, ontwikkeling van het grondsegment en het ontwerp en de ontwikkeling van het ruimtesegment;
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 – letter c
c)  wat alle onderdelen van het programma betreft: onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op zijn vakgebied.
c)  wat alle onderdelen van het programma betreft: onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten betreffende de infrastructuur van onderdelen van het programma.
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  aanmoediging van de samenwerking tussen de lidstaten en bevordering van de convergentie van hun technische vermogens en ontwikkelingen in het ruimtesegment.
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 2
2.  De Commissie sluit een overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap met het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap zoals voorzien in [artikel 130] van het Financieel Reglement. In de overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap:
Schrappen
–  worden de verantwoordelijkheden en verplichtingen van het Europees Ruimteagentschap met betrekking tot het programma duidelijk gedefinieerd;
–  wordt vereist dat het Europees Ruimteagentschap voldoet aan de veiligheidsvoorschriften van het Unie-programma, met name wat de verwerking van gerubriceerde informatie betreft;
–  worden de voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees Ruimteagentschap toegewezen fondsen vastgelegd, met name op het gebied van openbare aanbestedingen, beheersprocedures, de te verwachten resultaten, gemeten aan de hand van prestatie-indicatoren, de te treffen maatregelen in geval van een gebrekkige of uitvoering frauduleuze van contracten voor wat betreft de kosten, het tijdschema en de resultaten, de communicatiestrategie en de eigendomsregeling voor alle materiële en immateriële activa; die voorwaarden zijn conform de titels III en V van deze verordening en het Financieel Reglement;
–  wordt deelname van de Commissie vereist, en indien relevant van het Agentschap, bij de bijeenkomsten van de Raad voor de beoordeling van de inschrijvingen va het Europees Ruimteagentschap die betrekking hebben op het programma;
–  worden de toezicht- en controlemaatregelen vastgesteld, die met name een systeem voor kostenraming omvatten, alsmede systematische verstrekking van informatie aan de Commissie of, waar passend, aan het Agentschap, over de kosten en het tijdschema en, indien er een verschil is tussen de voorziene begrotingen, prestaties en tijdschema, corrigerende maatregelen om te waarborgen dat de activiteiten binnen de grenzen van de begrotingstoewijzingen worden gerealiseerd en aan het Europees Ruimteagentschap op te leggen sancties indien dat verschil rechtstreeks te wijten is aan dat agentschap;
–  worden de beginselen voor de vergoeding van het Europees Ruimteagentschap vastgelegd, die evenredig moet zijn aan de moeilijkheidsgraad van de uit te voeren taken, conform de marktprijzen en de vergoedingen van de andere betrokken entiteiten, waaronder de Unie, en, waar dat passend is, op prestatie-indicatoren kan worden gebaseerd; die vergoeding mag geen betrekking hebben op algemene kosten die niet zijn verbonden aan de activiteiten die door de Unie aan het Europees Ruimteagentschap zijn toevertrouwd.
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 3
3.  Het sluiten van de overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap als bedoeld in lid 2 is afhankelijk van de oprichting binnen het Europees Ruimteagentschap van interne structuren en een operationele methode, met name voor besluitvorming, beheermethoden en aansprakelijkheid, waarmee de belangen van de Unie maximaal kunnen worden beschermd en waarmee haar besluiten kunnen worden nageleefd, waaronder die met betrekking op de door het Europees Ruimteagentschap gefinancierde activiteiten die gevolgen voor het programma hebben.
Schrappen
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 4
4.  Onverminderd de overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap als bedoeld in lid 4 kunnen de Commissie of het Agentschap het Europees Ruimteagentschap verzoeken om de technische deskundigheid en de informatie die nodig zijn voor de uitoefening van de aan hen toegewezen taken in het kader van deze verordening.
Schrappen
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 bis (nieuw)
Artikel 31 bis
De overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap
1.  De Commissie sluit een overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap met het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap zoals voorzien in [artikel 130] van het Financieel Reglement. In de overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap:
a)  worden de rollen, verantwoordelijkheden en verplichtingen van de Commissie, het Agentschap en het Europees Ruimteagentschap met betrekking tot het programma duidelijk gedefinieerd;
b)  worden de instrumenten voor de coördinatie en beheersing van de uitvoering van de programmaonderdelen duidelijk gedefinieerd, met inachtneming van de rol en verantwoordelijkheden die de Commissie heeft met betrekking tot de algehele coördinatie van de programmaonderdelen;
c)  wordt vereist dat het Europees Ruimteagentschap voldoet aan de veiligheidsvoorschriften van het Unie-programma, met name wat de verwerking van gerubriceerde informatie betreft;
d)  worden de voorwaarden voor het beheer van de aan het Europees Ruimteagentschap toegewezen fondsen vastgelegd, waaronder de toepassing van de Unieregels voor openbare aanbestedingen indien uit naam van en namens de Unie wordt aanbesteed, beheersprocedures, de te verwachten resultaten, gemeten aan de hand van prestatie-indicatoren, de te treffen maatregelen in geval van een gebrekkige of uitvoering frauduleuze van contracten voor wat betreft de kosten, het tijdschema en de resultaten, de communicatiestrategie en de eigendomsregeling voor alle materiële en immateriële activa; die voorwaarden zijn conform de titels III en V van deze verordening en het Financieel Reglement;
e)  wordt deelname van de Commissie en, wanneer relevant, van het Agentschap vereist bij de bijeenkomsten van de Raad voor de beoordeling van de inschrijvingen van het Europees Ruimteagentschap die betrekking hebben op het programma indien deze laatste aanbesteedt uit naam van en namens de Unie op grond van lid 1 bis;
f)  worden de toezicht- en controlemaatregelen vastgesteld, die met name een systeem voor kostenraming omvatten, alsmede systematische verstrekking van informatie aan de Commissie of, waar passend, aan het Agentschap, over de kosten en het tijdschema en, indien er een verschil is tussen de voorziene begrotingen, prestaties en tijdschema, corrigerende maatregelen om te waarborgen dat de activiteiten binnen de grenzen van de begrotingstoewijzingen worden gerealiseerd en aan het Europees Ruimteagentschap op te leggen sancties indien dat verschil rechtstreeks te wijten is aan dat agentschap;
g)  worden de beginselen voor de vergoeding van het Europees Ruimteagentschap vastgelegd, rekening houdend met het kostenmodel als openbare entiteit, die evenredig moet zijn aan de moeilijkheidsgraad van de uit te voeren taken, conform de marktprijzen en de vergoedingen van de andere betrokken entiteiten, waaronder de Unie, en, waar dat passend is, op prestatie-indicatoren kan worden gebaseerd; die vergoeding mag geen betrekking hebben op algemene kosten die niet zijn verbonden aan de activiteiten die door de Unie aan het Europees Ruimteagentschap zijn toevertrouwd;
h)  wordt geëist dat het Europees Ruimteagentschap volledige bescherming waarborgt van de belangen van de Unie en haar beslissingen, wat ook kan betekenen dat het Europees Ruimteagentschap zijn besluitvormings- en beheermethoden en aansprakelijkheidsbepalingen moet aanpassen.
2.  Onverminderd de overeenkomst inzake financieel kaderpartnerschap als bedoeld in artikel 31 bis kan de Commissie of het Agentschap het Europees Ruimteagentschap verzoeken om de technische deskundigheid en de informatie die nodig zijn voor de uitoefening van de aan hen toegewezen taken in het kader van deze verordening. De voorwaarden voor dergelijke verzoeken en de tenuitvoerlegging ervan worden wederzijds overeengekomen.
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – titel
Rol van andere entiteiten
Rol van Eumetsat en andere entiteiten
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 1 – inleidende formule
1.  De Commissie kan de uitvoering van de onderdelen van het programma door middel van bijdrageovereenkomsten geheel of gedeeltelijk toewijzen aan andere entiteiten dan de in artikel 30 en 31 bedoelde entiteiten, waaronder:
1.  De Commissie kan de uitvoering van de volgende taken door middel van bijdrageovereenkomsten geheel of gedeeltelijk toewijzen aan andere entiteiten dan de in artikel 30 en 31 bedoelde entiteiten, waaronder:
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 1 – letter a
a)  de werking van de ruimtevaartinfrastructuur van Copernicus of van delen daarvan, aan Eumetsat;
a)  de modernisering en werking van de ruimtevaartinfrastructuur van Copernicus of van delen daarvan, aan Eumetsat;
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 1 – letter b
b)  de uitvoering van de Copernicusdiensten of onderdelen daarvan, aan relevante agentschappen, organen of organisaties.
b)  de uitvoering van de Copernicusdiensten of onderdelen daarvan, aan relevante agentschappen, organen of organisaties, die ook de verwerving van informatie van derde partijen beheren.
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 32 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  De Commissie zal bij de uitvoering van het programma het wetenschappelijke en technische advies van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek in acht nemen.
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – alinea 1 – inleidende formule
De beveiliging van het programma moet worden gebaseerd op de volgende beginselen:
De beveiliging van het programma wordt gebaseerd op de volgende beginselen:
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – alinea 1 – letter a
a)  rekening houden met de ervaringen van de lidstaten op het gebied van beveiliging en inspiratie putten uit hun beste praktijken;
a)  rekening houden met de ervaringen van de lidstaten op het gebied van beveiliging en inspiratie putten uit hun beste praktijken en nationale wetten;
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
a bis)  rekening houden met de ervaring die is opgedaan tijdens de exploitatie van Galileo, Egnos en Copernicus;
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
De Commissie zorgt op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen voor een hoge mate van beveiliging, in het bijzonder met betrekking tot:
De Commissie en het Agentschap zorgen op de gebieden die onder hun bevoegdheid vallen voor een hoge mate van beveiliging, in het bijzonder met betrekking tot:
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1 – alinea 2
Te dien einde zorgt de Commissie ervoor dat voor elk onderdeel van het programma een risico- en dreigingsanalyse wordt uitgevoerd. Op basis van die risico- en dreigingsanalyse, stelt zij, door middel van uitvoeringshandelingen, voor elk onderdeel van het programma de algemene beveiligingsvereisten vast. Daarbij houdt de Commissie rekening met de gevolgen van die vereisten voor de goede werking van dat onderdeel, met name wat de kosten, het risicobeheer en het tijdschema betreft, en zorgt zij ervoor het algemene beveiligingsniveau niet te verlagen en geen afbreuk te doen aan de werking van de op dat onderdeel gebaseerde bestaande apparatuur. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Te dien einde voeren de Commissie en het Agentschap, in overleg met de eindgebruikers in de lidstaten en met de relevante entiteiten die de uitvoering van een onderdeel van het programma beheren, een risico- en dreigingsanalyse uit voor de onderdelen Copernicus, SST en Govsatcom. Het Agentschap voert een risico- en dreigingsanalyse uit voor de onderdelen Galileo en Egnos. Op basis van die risico- en dreigingsanalyse stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen voor elk onderdeel van het programma de algemene beveiligingsvereisten vast in overleg met eindgebruikers in de lidstaten en met de relevante entiteiten die de uitvoering van een onderdeel van het programma beheren. Daarbij houdt de Commissie rekening met de gevolgen van die vereisten voor de goede werking van dat onderdeel, met name wat de kosten, het risicobeheer en het tijdschema betreft, en zorgt zij ervoor het algemene beveiligingsniveau niet te verlagen en geen afbreuk te doen aan de werking van de op dat onderdeel gebaseerde bestaande apparatuur. De algemene beveiligingsvereisten bevatten de procedures die moeten worden gevolgd wanneer de beveiliging van de Unie of haar lidstaten door de exploitatie van een onderdeel in het gedrang kan komen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 2
2.  De entiteit die verantwoordelijk is voor het beheer van een onderdeel van het programma is verantwoordelijk voor het beheer van de beveiliging van dat onderdeel en verricht te dien einde een risico- en dreigingsanalyse en alle nodige activiteiten om de beveiliging van dat onderdeel te waarborgen en in het oog te houden, waaronder met name het vaststellen van technische specificaties en operationele procedures, en ziet erop toe dat deze aan de in lid 1 bedoelde algemene beveiligingsvereisten voldoen.
2.  De Commissie is verantwoordelijk voor het beheer van de beveiliging van de onderdelen Copernicus, SST en Govsatcom. Het Agentschap is verantwoordelijk voor het beheer van de beveiliging van de onderdelen Galileo en Egnos. Te dien einde verrichten zij alle nodige activiteiten om de beveiliging van de onderdelen waarvoor zij verantwoordelijk zijn te waarborgen en in het oog te houden, waaronder met name het vaststellen van technische specificaties en operationele procedures, en zien zij erop toe dat deze aan de in lid 1, derde alinea, bedoelde algemene beveiligingsvereisten voldoen.
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 3 – inleidende formule
3.  Het Agentschap:
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 3 – letter d bis (nieuw)
d bis)  waarborgt de cyberbeveiliging van het programma;
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 4 – letter a
a)  nemen maatregelen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke noodzakelijk zijn voor de bescherming van Europese kritieke infrastructuren zoals bedoeld in Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren29 en aan die welke noodzakelijk zijn voor de bescherming van de eigen nationale kritieke infrastructuren, teneinde zorg te dragen voor de bescherming van de ruimtevaartinfrastructuren op de grond die integraal deel uitmaken van het programma en die op hun grondgebied gelegen zijn;
a)  nemen maatregelen die ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke noodzakelijk zijn voor de bescherming van Europese kritieke infrastructuren zoals bedoeld in Richtlijn 2008/114/EG van de Raad van 8 december 2008 inzake de identificatie van Europese kritieke infrastructuren, de aanmerking van infrastructuren als Europese kritieke infrastructuren en de beoordeling van de noodzaak de bescherming van dergelijke infrastructuren te verbeteren29 en aan die welke noodzakelijk zijn voor de bescherming van de eigen nationale kritieke infrastructuren, teneinde zorg te dragen voor de bescherming van de ruimtevaartinfrastructuren die integraal deel uitmaken van het programma en die op hun grondgebied gelegen zijn;
__________________
__________________
29 PB L 345 van 23.12.2008, blz. 75.
29 PB L 345 van 23.12.2008, blz. 75.
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 5
5.  De entiteiten die betrokken zijn bij het programma nemen alle nodige maatregelen om de beveiliging van het programma te waarborgen.
5.  De entiteiten die betrokken zijn bij het programma nemen alle nodige maatregelen om de beveiliging van het programma te waarborgen, ook in het licht van de in de risicoanalyse vastgestelde problemen.
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 2
2.  Een vertegenwoordiger van het Europees Ruimteagentschap wordt uitgenodigd om de vergaderingen van de Raad voor de beveiligingshomologatie als waarnemer bij te wonen. Bij uitzondering kunnen ook vertegenwoordigers van agentschappen van de Unie, derde landen of internationale organisaties worden uitgenodigd om vergaderingen als waarnemers bij te wonen voor aangelegenheden die die derde landen of internationale organisaties rechtstreeks aanbelangen, in het bijzonder aangelegenheden met betrekking tot de aan hen toebehorende of op hun grondgebied ingerichte infrastructuur. Regelingen voor die deelname van vertegenwoordigers van derde landen of internationale organisaties en de voorwaarden ervan worden in de desbetreffende overeenkomsten vastgelegd en stemmen overeen met het reglement van orde van de Raad voor de beveiligingshomologatie.
2.  Een vertegenwoordiger van het Europees Ruimteagentschap wordt uitgenodigd om de vergaderingen van de Raad voor de beveiligingshomologatie als waarnemer bij te wonen. Bij uitzondering kunnen ook vertegenwoordigers van agentschappen van de Unie, derde landen of internationale organisaties worden uitgenodigd om vergaderingen als waarnemers bij te wonen, in het bijzonder voor aangelegenheden met betrekking tot de aan hen toebehorende of op hun grondgebied ingerichte infrastructuur. Regelingen voor die deelname van vertegenwoordigers van derde landen of internationale organisaties en de voorwaarden ervan worden in de desbetreffende overeenkomsten vastgelegd en stemmen overeen met het reglement van orde van de Raad voor de beveiligingshomologatie.
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter b
b)  het beheer, het onderhoud, de voortdurende verbetering, de ontwikkeling en de bescherming van de grondinfrastructuur, in het bijzonder netwerken, locaties en ondersteuningsfaciliteiten, met inbegrip van opwaardering en het beheer inzake veroudering;
b)  het beheer, het onderhoud, de voortdurende verbetering, de ontwikkeling en de bescherming van de grondinfrastructuur, met inbegrip van de infrastructuur die zich buiten het grondgebied van de Unie bevindt, maar die noodzakelijk is met het oog op een volledige dekking door Galileo en Egnos van de grondgebieden van de lidstaten die geografisch in Europa liggen, in het bijzonder netwerken, locaties en ondersteuningsfaciliteiten, met inbegrip van opwaardering en het beheer inzake veroudering;
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter c
c)  de ontwikkeling van toekomstige generaties van de systemen en de evolutie van de door Galileo en Egnos aangeboden diensten, onverminderd toekomstige besluiten over de financiële vooruitzichten van de Unie;
c)  de ontwikkeling van toekomstige generaties van de systemen en de evolutie van de door Galileo en Egnos aangeboden diensten, onverminderd toekomstige besluiten over de financiële vooruitzichten van de Unie, rekening houdend met de behoeften van relevante belanghebbenden;
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  de ondersteuning van de ontwikkeling en evolutie van fundamentele technologische elementen, zoals met Galileo compatibele chipsets en ontvangers;
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter c ter (nieuw)
c ter)  de ondersteuning van de ontwikkeling van downstreamtoepassingen van Egnos en Galileo, en van geïntegreerde downstreamtoepassingen met gebruikmaking van zowel Egnos/Galileo als Copernicus;
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter e
e)  de levering en de marktontwikkeling van de door Galileo en Egnos aangeboden diensten;
e)  de levering en de marktontwikkeling van de door Galileo en Egnos aangeboden diensten, met name om de in artikel 4, lid 1, bedoelde sociaal-economische voordelen te maximaliseren;
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 – letter c
c)  een dienst beveiliging van levens (de "Safety-of-Life Service" of SoL), zonder heffingen voor de rechtstreekse gebruiker, die informatie verschaft voor plaatsbepaling en synchronisering met een hoog niveau van continuïteit, beschikbaarheid en nauwkeurigheid en die een integriteitsfunctie omvat waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd voor slecht functioneren of "buiten tolerantie"-signalen van Galileo en andere GNSS'en die het versterkt binnen het dekkingsgebied, met name ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is, in het bijzonder voor luchtvaartnavigatiediensten in de burgerluchtvaart.
c)  een dienst beveiliging van levens (de "Safety-of-Life Service" of SoL), zonder heffingen voor de rechtstreekse gebruiker, die informatie verschaft voor plaatsbepaling en tijdsynchronisering met een hoog niveau van continuïteit, beschikbaarheid, nauwkeurigheid en integriteit. Deze dienst wordt verleend in overeenstemming met de EASA-verordening om te verzekeren dat de eisen voor de luchtvaartveiligheid worden nageleefd, en omvat een integriteitsfunctie waarmee de gebruiker wordt gewaarschuwd voor slecht functioneren of "buiten tolerantie"-signalen van Galileo en andere GNSS'en die het versterkt binnen het dekkingsgebied, met name ten behoeve van gebruikers voor wie veiligheid essentieel is, in het bijzonder voor luchtvaartnavigatiediensten in de burgerluchtvaart.
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 2 – alinea 1
De in lid 1 bedoelde diensten worden met voorrang aangeboden op het grondgebied van de lidstaten dat zich geografisch in Europa bevindt.
De in lid 1 bedoelde diensten worden met voorrang aangeboden op het grondgebied van de lidstaten dat zich geografisch in Europa bevindt, met als doel uiterlijk eind 2023 de continentale grondgebieden te dekken en uiterlijk eind 2025 alle grondgebieden.
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 3
3.  De kosten van een dergelijke uitbreiding, met inbegrip van de daaraan verbonden specifieke exploitatiekosten voor deze regio's, worden niet gedekt door de in artikel 11 bedoelde begroting. Een dergelijke uitbreiding mag niet leiden tot vertraging in het aanbieden van de in lid 1 bedoelde diensten op het gehele grondgebied van de lidstaten dat zich geografisch in Europa bevindt.
3.  De kosten van een dergelijke uitbreiding, met inbegrip van de daaraan verbonden specifieke exploitatiekosten voor deze regio's, worden niet gedekt door de in artikel 11 bedoelde begroting, maar de Commissie neemt de exploitatie van partnerschapsprogramma's en -overeenkomsten en, indien van toepassing, de ontwikkeling van specifieke financiële instrumenten ter ondersteuning ervan in overweging. Een dergelijke uitbreiding mag niet leiden tot vertraging in het aanbieden van de in lid 1 bedoelde diensten op het gehele grondgebied van de lidstaten dat zich geografisch in Europa bevindt.
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – titel
Compatibiliteit en interoperabiliteit
Compatibiliteit, interoperabiliteit en normalisering
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2
2.  Galileo en Egnos, en de daardoor aangeboden diensten, zijn compatibel en operabel met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen, indien de nodige vereisten van compatibiliteit en interoperabiliteit in internationale overeenkomsten zijn vastgelegd.
2.  Galileo en Egnos, en de daardoor aangeboden diensten, zijn wederzijds compatibel en operabel met andere satellietnavigatiesystemen en met conventionele radionavigatiemiddelen, indien de nodige vereisten van compatibiliteit en interoperabiliteit in internationale overeenkomsten zijn vastgelegd.
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 47 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.  Galileo en Egnos streven ernaar te voldoen aan internationale normen en certificeringen.
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 1
1.  Copernicus wordt uitgevoerd door voort te bouwen op eerdere investeringen van de Unie en, in voorkomend geval, gebruik te maken van de nationale of regionale capaciteiten van de lidstaten, rekening houdend met de capaciteiten van commerciële leveranciers van vergelijkbare gegevens en informatie en de noodzaak om de concurrentie en de marktontwikkeling.
1.  Copernicus wordt uitgevoerd door voort te bouwen op eerdere investeringen van de Unie, het Europees Ruimteagentschap en Eumetsat en, in voorkomend geval, gebruik te maken van de nationale of regionale capaciteiten van de lidstaten, rekening houdend met de capaciteiten van commerciële leveranciers van vergelijkbare gegevens en informatie en de noodzaak om de concurrentie en de marktontwikkeling.
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 2
2.  Bij de levering van gegevens en informatie streeft Galileo naar een volledig, vrij en open gegevensbeleid.
2.  Bij de levering van gegevens en informatie past Galileo een volledig, vrij en open gegevensbeleid toe.
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 3 – letter a – streepje 1
–  de ontwikkeling en de exploitatie van de Sentinels van Copernicus;
–  de ontwikkeling en de exploitatie van de Sentinel-satellieten van Copernicus;
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 3 – letter c
c)  een onderdeel voor de toegang tot en de verspreiding van gegevens, dat infrastructuur en diensten omvat voor het waarborgen van het opzoeken en raadplegen van, het toegang krijgen tot en de verspreiding en benutting van Copernicusgegevens en -informatie;
c)  een onderdeel voor de toegang tot en de verspreiding van gegevens, dat infrastructuur en diensten omvat voor het waarborgen van het opzoeken en raadplegen van, de archivering op lange termijn van, het toegang krijgen tot en de verspreiding en benutting van Copernicusgegevens en -informatie, op een gebruiksvriendelijke manier;
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 3 – letter d
d)  een onderdeel voor de acceptatie door de gebruikers en de marktontwikkeling overeenkomstig artikel 29, lid 5, dat relevante activiteiten, middelen en diensten omvat om Copernicus en gegevens en diensten ervan op alle niveaus te bevorderen teneinde de in artikel 4, lid 1, bedoelde socio-economische voordelen te maximaliseren.
d)  een onderdeel voor de acceptatie door de gebruikers, de capaciteitsopbouw en de marktontwikkeling overeenkomstig artikel 29, lid 5, dat relevante activiteiten, middelen en diensten omvat om Copernicus en gegevens en diensten ervan op alle niveaus te bevorderen teneinde de in artikel 4, lid 1, bedoelde socio-economische voordelen te maximaliseren.
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 4
4.  Om zijn mondiale dimensie en complementariteit te versterken, rekening houdend met de bestaande internationale overeenkomsten en coördinatieprocessen, bevordert Galileo de internationale coördinatie van de observatiesystemen en de desbetreffende uitwisseling van gegevens.
4.  Om zijn mondiale dimensie en complementariteit te versterken, rekening houdend met de bestaande en toekomstige internationale overeenkomsten en coördinatieprocessen, bevordert Galileo de internationale coördinatie van de observatiesystemen en de desbetreffende uitwisseling van gegevens.
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – titel
Gegevensverwerving
In aanmerking komende acties
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – alinea 1 – letter a
a)  acties om te zorgen voor continuïteit van de bestaande Sentinel-missies en om verdere Sentinels te ontwikkelen, lanceren, onderhouden en exploiteren, waarbij prioriteit wordt gegeven aan: observatiecapaciteiten voor het monitoren van de antropogene emissies van CO2 en andere broeikasgassen, waardoor de polen kunnen worden bestreken en innovatieve milieutoepassingen in de domeinen landbouw, bossen en waterbeheer mogelijk worden gemaakt;
a)  acties om te zorgen voor continuïteit van de bestaande Sentinel-missies en om verdere Sentinels te ontwikkelen, lanceren, onderhouden en exploiteren, zoals: observatiecapaciteiten voor het monitoren van de antropogene emissies van CO2 en andere broeikasgassen, waardoor de polen kunnen worden bestreken en innovatieve milieutoepassingen in de domeinen landbouw, bossen en waterbeheer mogelijk worden gemaakt;
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – alinea 1 – letter b
b)  acties om toegang te verlenen tot gegevens van derden die nodig zijn voor het genereren van Copernicusdiensten of voor gebruik door de instellingen, agentschappen en gedecentraliseerde diensten van de Unie;
b)  acties om toegang te verlenen tot gegevens van derden die nodig zijn voor het genereren van Copernicusdiensten of voor gebruik door de eindgebruikers, waarbij prioriteit wordt gegeven aan gegevens verstrekt en/of gefinancierd openbare entiteiten in de lidstaten, zoals nationale agentschappen;
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – alinea 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  ondersteuning van de ontwikkeling van relevante downstreamtoepassingen en -diensten van Copernicus.
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – alinea 1 – inleidende formule
Copernicus omvat acties ter ondersteuning van de volgende diensten:
Copernicus omvat acties ter ondersteuning van de volgende kerndiensten:
Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – alinea 1 – letter a – streepje 3
–  landmonitoring en landbouw om informatie te verschaffen over landbedekking, landgebruik en verandering in landgebruik, stedelijke gebieden, kwantiteit en kwaliteit van binnenwateren, bossen, landbouw en andere natuurlijke hulpbronnen, biodiversiteit en cryosfeer;
–  landmonitoring en landbouw om informatie te verschaffen over landbedekking, landgebruik en verandering in landgebruik, bodemkwaliteit, woestijnvorming, culturele erfgoedsites, kwantiteit en kwaliteit van binnenwateren, bossen en met name ontbossing, landbouw en andere natuurlijke hulpbronnen, biodiversiteit en cryosfeer; de lidstaten zullen de informatie en gegevens als gevolg van de monitoring van het landbouwareaal met betrekking tot de mate van landbedekking en het gebruik van landbouwgrond kunnen gebruiken om de administratieve lasten bij het toekennen van landbouwsubsidies verder te verminderen;
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – alinea 1 – letter a – streepje 4 bis (nieuw)
–  het in kaart brengen van landbouwgronden die geïrrigeerd moeten worden, oogstprognoses en landgebruik, en het zorgen voor een betere voedselveiligheid en -kwaliteit door het beschermen van het milieu;
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – alinea 1 – letter a – streepje 4 ter (nieuw)
–   monitoring van visserijactiviteiten, teneinde voor een betere voedselveiligheid en -kwaliteit te zorgen door het beschermen van het milieu;
Amendement 185
Voorstel voor een verordening
Artikel 50 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)
a bis)  de monitoring van de steun voor de tenuitvoerlegging van het beleid van de Unie;
Amendement 186
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – alinea 1 – inleidende formule
Het SST-onderdeel ondersteunt de volgende activiteiten:
Het SST-programma streeft ernaar de Unie geleidelijk aan uit te rusten met een autonome SST-capaciteit.
Het SST-onderdeel ondersteunt de volgende activiteiten:
Amendement 187
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – alinea 1 – letter a
a)  de oprichting, ontwikkeling en exploitatie van een netwerk van op de grond en/of in de ruimte gestationeerde sensoren van de lidstaten, met inbegrip van sensoren die zijn ontwikkeld met tussenkomst van het Europees Ruimteagentschap en op nationaal niveau beheerde sensoren van de Unie, voor het bewaken en volgen van voorwerpen en voor het ontwikkelen van een Europese catalogus van voorwerpen in de ruimte die is aangepast aan de behoeften van de in artikel 55 bedoelde gebruikers;
a)  de oprichting, ontwikkeling en exploitatie van een netwerk van op de grond en/of in de ruimte gestationeerde sensoren van de lidstaten of van de Unie, met inbegrip van sensoren die zijn ontwikkeld met tussenkomst van het Europees Ruimteagentschap en op nationaal niveau beheerde sensoren van de Unie, voor het bewaken en volgen van voorwerpen en voor het ontwikkelen van een Europese catalogus van voorwerpen in de ruimte die is aangepast aan de behoeften van de in artikel 55 bedoelde gebruikers;
Amendement 188
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule
Lidstaten die wensen deel te nemen aan de levering van de in artikel 54 bedoelde SST-diensten, dienen een gezamenlijk voorstel in bij de Commissie waarin wordt aangetoond dat aan de onderstaande criteria is voldaan:
Lidstaten die wensen deel te nemen aan de levering van de in artikel 54 bedoelde SST-diensten, dienen een individueel of gezamenlijk voorstel in bij de Commissie waarin wordt aangetoond dat aan de onderstaande criteria is voldaan:
Amendement 189
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 – lid 8
8.  De Commissie stelt, door middel van uitvoeringshandelingen, nadere regels vast met betrekking tot de werking van het organisatorisch kader van de deelname van de lidstaten aan SST. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
8.  De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig artikel 105 betreffende de specifieke bepaling ter bepaling van nadere regels met betrekking tot de werking van het organisatorisch kader van de deelname van de lidstaten aan SST. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 190
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 bis (nieuw)
Artikel 58 bis
Toezicht op vraag en aanbod voor SST
Voor 31 december 2024 evalueert de Commissie de uitvoering van het SST-onderdeel, met name met betrekking tot de ontwikkeling van de gebruikersbehoeften met betrekking tot de capaciteit van sensoren op de grond en in de ruimte, en voltooit zij de productie van de Europese catalogus waarin in artikel 53, lid 1 bis, is voorzien.
Bij de evaluatie wordt met name onderzocht of aanvullende ruimte- en grondinfrastructuur nodig is.
De evaluatie gaat zo nodig vergezeld van een passend voorstel voor de ontwikkeling van aanvullende ruimte- en grondinfrastructuur in het kader van het SST-onderdeel.
Amendement 191
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  het opzetten van een Europese NEO-catalogus.
Amendement 192
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 – alinea 1 – inleidende formule
In het kader van het Govsatcom-onderdeel worden capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie samengebracht in een gemeenschappelijke pool op het niveau van de Unie van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie. Dit onderdeel omvat:
In het kader van het Govsatcom-onderdeel worden capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie samengebracht in een gemeenschappelijke pool op het niveau van de Unie van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie met gepaste beveiligingsvereisten. Dit onderdeel kan bestaan uit::
Amendement 193
Voorstel voor een verordening
Artikel 61 – alinea 1 – letter a
a)  de ontwikkeling, bouw en exploitatie van de infrastructuur van het grondsegment;
a)  de ontwikkeling, bouw en exploitatie van de infrastructuur van het grond- en ruimtesegment;
Amendement 194
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – lid 3
3.  De Commissie stelt, door middel van uitvoeringshandelingen, het dienstenpakket vast voor in het kader van Govsatcom aangeboden diensten, in de vorm van een lijst van categorieën van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie en de eigenschappen daarvan, met inbegrip van geografische dekking, frequentie, bandbreedte, gebruikersapparatuur en beveiligingsaspecten. Die maatregelen worden gebaseerd op de in lid 1 bedoelde operationele en beveiligingsvereisten en geven prioriteit aan diensten die op het niveau van de Unie aan gebruikers worden aangeboden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3.  De Commissie stelt, door middel van uitvoeringshandelingen, het dienstenpakket vast voor in het kader van Govsatcom aangeboden diensten, in de vorm van een lijst van categorieën van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie en de eigenschappen daarvan, met inbegrip van geografische dekking, frequentie, bandbreedte, gebruikersapparatuur en beveiligingsaspecten. Die maatregelen worden gebaseerd op de in lid 1 bedoelde operationele en beveiligingsvereisten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Amendement 195
Voorstel voor een verordening
Artikel 62 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Het in lid 3 bedoelde dienstenpakket houdt rekening met bestaande commercieel beschikbare diensten om de concurrentie op de interne markt niet te verstoren.
Amendement 196
Voorstel voor een verordening
Artikel 63 – alinea 1 – letter b
b)  rechtspersonen die overeenkomstig de procedure voor beveiligingshomologatie van artikel 36 naar behoren zijn gehomologeerd voor het aanbieden van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie, op basis van de in artikel 34, lid 1, bedoelde specifieke beveiligingsvereisten voor het Govsatcom-onderdeel.
b)  rechtspersonen die overeenkomstig de procedure voor beveiligingshomologatie van artikel 36 naar behoren zijn gehomologeerd voor het aanbieden van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie.
Amendement 197
Voorstel voor een verordening
Artikel 63 – alinea 1 – letter b bis (nieuw)
b bis)  De aanbieders van capaciteiten en diensten op het gebied van satellietcommunicatie in het kader van dit onderdeel voldoen aan de specifieke beveiligingsvereisten voor het Govsatcom-onderdeel als bedoeld in artikel 34, lid 1.
Amendement 198
Voorstel voor een verordening
Artikel 65 – lid 1
1.  De in een gezamenlijk pool samengebrachte capaciteiten, diensten en gebruikersapparatuur op het gebied van satellietcommunicatie worden gedeeld en geprioriteerd tussen Govsatcom-deelnemers op basis van een analyse van de beveiligingsrisico's door de gebruikers op het niveau van de Unie en de lidstaten. Bij deze deling en prioritering wordt voorrang gegeven aan gebruikers op het niveau van de Unie.
1.  De in een gezamenlijk pool samengebrachte capaciteiten, diensten en gebruikersapparatuur op het gebied van satellietcommunicatie worden gedeeld en geprioriteerd tussen Govsatcom-deelnemers op basis van een analyse van de beveiligingsrisico's door de gebruikers op het niveau van de Unie en de lidstaten.
Amendement 199
Voorstel voor een verordening
Artikel 66 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Govsatcom-hubs houden rekening met bestaande commercieel beschikbare diensten om de concurrentie op de interne markt niet te verstoren.
Amendement 200
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 – alinea 1
Voor het einde van 2024 evalueert de Commissie de uitvoering van het Govsatcom-onderdeel, met name met betrekking tot de ontwikkeling van de gebruikersbehoeften met betrekking tot de capaciteit op het gebied van satellietcommunicatie. Bij de evaluatie wordt met name onderzocht of er aanvullende ruimte-infrastructuur nodig is. De evaluatie gaat zo nodig vergezeld van een passend voorstel voor de ontwikkeling van aanvullende ruimte-infrastructuur in het kader van het Govsatcom-onderdeel.
Voor het einde van 2024 evalueert de Commissie, in samenwerking met de verantwoordelijke entiteiten, de uitvoering van het Govsatcom-onderdeel, met name met betrekking tot de ontwikkeling van de gebruikersbehoeften met betrekking tot de capaciteit op het gebied van satellietcommunicatie. Bij de evaluatie wordt met name onderzocht of er aanvullende ruimte-infrastructuur nodig is. De evaluatie gaat zo nodig vergezeld van een passend voorstel voor de ontwikkeling van aanvullende ruimte-infrastructuur in het kader van het Govsatcom-onderdeel.
Amendement 201
Voorstel voor een verordening
Artikel 71 – alinea 1
De zetel van het Agentschap is gevestigd in Praag (Tsjechië).
De zetel van het Agentschap is gevestigd in Praag (Tsjechië). Overeenkomstig de behoeften van het programma kunnen er lokale kantoren van het Agentschap als bedoeld in artikel 79, lid 2, worden geopend.
Amendement 202
Voorstel voor een verordening
Artikel 73 – lid 4
4.  De leden van de Raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van de kerntaken van het Agentschap, met inachtneming van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. Het Europees Parlement, de Commissie en de lidstaten trachten het verloop van hun vertegenwoordigers in de Raad van bestuur te beperken om te zorgen voor continuïteit in de activiteiten. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de Raad van bestuur.
4.  De leden van de Raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van de taken van het Agentschap, met inachtneming van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. Het Europees Parlement, de Commissie en de lidstaten trachten het verloop van hun vertegenwoordigers in de Raad van bestuur te beperken om te zorgen voor continuïteit in de activiteiten. Alle partijen streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de Raad van bestuur.
Amendement 203
Voorstel voor een verordening
Artikel 73 – lid 5
5.  De ambtstermijn van de leden van de Raad van bestuur en van hun plaatsvervangers bedraagt vier jaar en kan eenmaal worden verlengd.
5.  De ambtstermijn van de leden van de raad van bestuur en van hun plaatsvervangers bedraagt vier jaar en kan worden verlengd.
Amendement 204
Voorstel voor een verordening
Artikel 75 – lid 3
3.  De Raad van bestuur houdt tweemaal per jaar een gewone vergadering. Daarnaast komt de Raad van bestuur, op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden, bijeen.
3.  De Raad van bestuur houdt ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. Daarnaast komt de Raad van bestuur, op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden, bijeen.
Amendement 205
Voorstel voor een verordening
Artikel 75 – lid 5
5.  Voor onderdelen van het programma die het gebruik van gevoelige nationale infrastructuur met zich meebrengen, mogen enkel de vertegenwoordigers van de lidstaten die over dergelijke infrastructuur beschikken en de vertegenwoordiger van de Commissie deelnemen aan de vergaderingen en de beraadslagingen van de Raad van bestuur en aan de stemming. Indien de voorzitter van de Raad van bestuur geen lidstaat vertegenwoordigt die over dergelijke infrastructuur beschikt, wordt hij/zij vervangen door een van de vertegenwoordigers van een lidstaat die over dergelijke infrastructuur beschikt.
5.  Voor onderdelen van het programma die het gebruik van gevoelige nationale infrastructuur met zich meebrengen, mogen de vertegenwoordigers van de lidstaten en de vertegenwoordiger van de Commissie deelnemen aan de vergaderingen en de beraadslagingen van de Raad van bestuur, maar mogen enkel de vertegenwoordigers van de lidstaten die dergelijke infrastructuur bezitten deelnemen aan de stemming. Indien de voorzitter van de Raad van bestuur geen lidstaat vertegenwoordigt die over dergelijke infrastructuur beschikt, wordt hij/zij vervangen door een van de vertegenwoordigers van een lidstaat die over dergelijke infrastructuur beschikt.
Amendement 206
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 – lid 2 – letter a bis (nieuw)
a bis)  hij stelt uiterlijk op 30 juni van het eerste jaar van het meerjarig financieel kader als bedoeld in artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het meerjarig werkprogramma van het Agentschap op voor de periode die onder het meerjarig financieel kader valt, na er, zonder enige wijziging, het deel in te hebben opgenomen dat de Raad voor de veiligheidsaccreditatie overeenkomstig artikel 80, onder a), heeft opgesteld en na het advies van de Commissie te hebben ontvangen. Het Europees Parlement wordt geraadpleegd over dit meerjarig werkprogramma;
Amendement 207
Voorstel voor een verordening
Artikel 77 – lid 2 – letter d bis (nieuw)
d bis)  hij stelt transparantieregelingen over industriële contracten vast en wordt hiervan regelmatig op de hoogte gehouden door de uitvoerend directeur;
Amendement 208
Voorstel voor een verordening
Artikel 79 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
c bis)  hij voldoet aan de transparantieregelingen over industriële contracten en brengt de Raad van bestuur hiervan op de hoogte;
Amendement 209
Voorstel voor een verordening
Artikel 79 – lid 2
2.  De uitvoerend directeur beslist of het voor de efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van het Agentschap noodzakelijk is een of meer personeelsleden te vestigen in een of meer lidstaten. Alvorens te beslissen een plaatselijk kantoor te openen, vraagt de uitvoerend directeur de toestemming van de Commissie, de Raad van bestuur en de betrokken lidstaat/lidstaten. In het besluit wordt het toepassingsgebied van de in dat lokale kantoor te verrichten activiteiten omschreven, op zodanige wijze dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van het Agentschap worden vermeden. Het kan nodig zijn een zetelovereenkomst met de betrokken lidstaat/lidstaten te sluiten.
2.  De uitvoerend directeur beslist of het voor de efficiënte en effectieve uitvoering van de taken van het Agentschap noodzakelijk is een of meer personeelsleden te vestigen in een of meer lidstaten. Alvorens te beslissen een plaatselijk kantoor te openen, vraagt de uitvoerend directeur de toestemming van de Raad van bestuur en de betrokken lidstaat/lidstaten. In het besluit wordt het toepassingsgebied van de in dat lokale kantoor te verrichten activiteiten omschreven, op zodanige wijze dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van het Agentschap worden vermeden. Het kan nodig zijn een zetelovereenkomst met de betrokken lidstaat/lidstaten te sluiten. Waar mogelijk wordt de impact met betrekking tot personeelstoewijzing en begroting opgenomen in het jaarlijkse werkprogramma, en dit project wordt in elk geval ter kennis van de begrotingsautoriteit gebracht overeenkomstig artikel 84, lid 11.
Amendement 210
Voorstel voor een verordening
Artikel 88 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Het personeel van het Agentschap wordt betaald uit de eigen middelen van het Agentschap en in voorkomend geval via de middelen die door de Commissie worden toegewezen indien door de Commissie aan het Agentschap gedelegeerde taken worden uitgevoerd.
Amendement 211
Voorstel voor een verordening
Artikel 89 – lid 1 – alinea 2
De uitvoerend directeur wordt op grond van verdiensten en van door bewijsstukken gedocumenteerde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, alsook relevante bekwaamheid en ervaring, door de Raad van bestuur benoemd aan de hand van een door de Commissie voorgestelde lijst van kandidaten, na een transparant algemeen vergelijkend onderzoek volgend op de bekendmaking van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie of elders.
De uitvoerend directeur wordt op grond van verdiensten en van door bewijsstukken gedocumenteerde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, alsook relevante bekwaamheid en ervaring, door de Raad van bestuur benoemd aan de hand van een door de Commissie voorgestelde lijst van ten minste drie kandidaten, na een transparant algemeen vergelijkend onderzoek volgend op de bekendmaking van een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling in het Publicatieblad van de Europese Unie of elders.
Amendement 212
Voorstel voor een verordening
Artikel 89 – lid 2 – alinea 2
Op basis van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in de eerste alinea bedoelde beoordeling, kan de Raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal met ten hoogste vier jaar verlengen.
Op basis van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in de eerste alinea bedoelde beoordeling, kan de Raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal met ten hoogste vijf jaar verlengen.
Amendement 213
Voorstel voor een verordening
Artikel 92 – titel
Zetelovereenkomst en operationele voorwaarden
Overeenkomst met betrekking tot de zetel en de lokale kantoren en operationele voorwaarden
Amendement 214
Voorstel voor een verordening
Artikel 92 – lid 1
1.  De nodige regelingen betreffende de huisvesting van het Agentschap in de lidstaat van vestiging en de voorzieningen die deze lidstaat moet treffen, alsmede de bijzondere regels die in de lidstaat van vestiging van toepassing zijn op de uitvoerend directeur, de leden van de Raad van bestuur, de werknemers van het Agentschap en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een zetelovereenkomst tussen het Agentschap en de lidstaat van vestiging, die gesloten wordt nadat de Raad van bestuur deze heeft goedgekeurd.
1.  De nodige regelingen betreffende de huisvesting van het Agentschap in de lidstaten van vestiging en de voorzieningen die deze lidstaat moet treffen, alsmede de bijzondere regels die in de lidstaten van vestiging van toepassing zijn op de uitvoerend directeur, de leden van de Raad van bestuur, de werknemers van het Agentschap en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een overeenkomst met betrekking tot de zetel en de lokale kantoren tussen het Agentschap en de lidstaat waar de zetel of de lokale infrastructuur zich bevindt, die gesloten wordt nadat de Raad van bestuur deze heeft goedgekeurd.
Amendement 215
Voorstel voor een verordening
Artikel 98 – lid 1
1.  Het Agentschap staat open voor deelname van derde landen die met de Unie overeenkomsten in die zin hebben gesloten.
1.  Het Agentschap staat open voor deelname van derde landen en internationale organisaties die met de Unie overeenkomsten in die zin hebben gesloten.
Amendement 216
Voorstel voor een verordening
Artikel 101 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   De Commissie stelt een methode vast voor de vaststelling van kwalitatieve indicatoren voor een nauwkeurige beoordeling van de vorderingen bij de verwezenlijking van de in artikel 4, lid 1, onder a), b) en c), genoemde algemene doelstellingen. Op basis van deze methode vult de Commissie de bijlage uiterlijk op 1 januari 2021 aan.
Amendement 217
Voorstel voor een verordening
Artikel 102 – lid 2
2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen.
2.  De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, maar uiterlijk drie jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Een specifiek deel van deze evaluatie is gewijd aan de governance van het programma, bedoeld om informatie op te leveren over of er wijzigingen moeten worden aangebracht aan taken en bevoegdheden die aan de verschillende actoren van het programma zijn toevertrouwd.
Amendement 218
Voorstel voor een verordening
Artikel 102 – lid 4
4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties samen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.
4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties samen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, en laat de evaluatie waar nodig gepaard gaan met een nieuw wetgevingsvoorstel.
Amendement 219
Voorstel voor een verordening
Artikel 102 – lid 6 – alinea 1
Uiterlijk op 30 juni 2024, en vervolgens om de vijf jaar, evalueert de Commissie de prestaties van het Agentschap, in het bijzonder met betrekking tot de doelstellingen, het mandaat, de taken en de locatie ervan overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie. De evaluatie richt zich met name op de vraag of het noodzakelijk is het mandaat van het Agentschap te wijzigen, alsmede op de financiële implicaties van zulke wijziging. Deze evaluatie betreft ook het beleid van het Agentschap inzake belangenconflicten en de onafhankelijkheid en de autonomie van de Raad voor de beveiligingshomologatie.
Uiterlijk op 30 juni 2024, en vervolgens om de drie jaar, evalueert de Commissie de prestaties van het Agentschap, in het bijzonder met betrekking tot de doelstellingen, het mandaat, de taken en de locatie ervan overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie. De evaluatie richt zich op de vraag of het noodzakelijk is het mandaat van het Agentschap te wijzigen, met name ten aanzien van de mogelijkheid er overeenkomstig artikel 30 aanvullende taken aan toe te vertrouwen, alsmede op de financiële implicaties van zulke wijziging. Deze evaluatie betreft ook het beleid van het Agentschap inzake belangenconflicten en de onafhankelijkheid en de autonomie van de Raad voor de beveiligingshomologatie.
Amendement 220
Voorstel voor een verordening
Artikel 105 – lid 2
2.  De in de artikelen 52 en 101 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd tot en met 31 december 2028.
2.  De in de artikelen 52 en 101 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2028.
Amendement 221
Voorstel voor een verordening
Artikel 107 – lid 1
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité dat samenkomt in specifieke configuraties/subgroepen voor elk van de onderdelen van het programma (Galileo en Egnos, Copernicus, SSA, Govsatcom). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
Amendement 222
Voorstel voor een verordening
Artikel 107 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Door de Unie gesloten internationale overeenkomsten kunnen, voor zover van toepassing, voorzien in de deelname van vertegenwoordigers van derde landen of van internationale organisaties aan de werkzaamheden van het comité, onder de bij het reglement van orde ervan vastgestelde voorwaarden, met inachtneming van de veiligheid van de Unie.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0405/2018).

Laatst bijgewerkt op: 21 november 2019Juridische mededeling