Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0073(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0428/2018

Ingediende teksten :

A8-0428/2018

Debatten :

PV 12/12/2018 - 18
CRE 12/12/2018 - 18

Stemmingen :

PV 13/12/2018 - 9.6

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0523

Aangenomen teksten
PDF 206kWORD 76k
Donderdag 13 december 2018 - Straatsburg Definitieve uitgave
Gemeenschappelijk stelsel van een digitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten *
P8_TA(2018)0523A8-0428/2018

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 december 2018 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van een digitaledienstenbelasting op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten (COM(2018)0148 – C8-0137/2018 – 2018/0073(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2018)0148),

–  gezien artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C8-0137/2018),

–  gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Deense parlement, de Ierse Houses of the Oireachtas, het Maltese parlement en de Nederlandse volksvertegenwoordiging, waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–  gezien artikel 78 quater van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A8-0428/2018),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 1
(1)  De wereldeconomie is in ijltempo aan het digitaliseren en daardoor zijn nieuwe vormen van zakendoen ontstaan. Kenmerkend voor digitale bedrijven is dat hun activiteiten sterk zijn verbonden met het internet. Digitale bedrijfsmodellen steunen met name sterk op de mogelijkheid om activiteiten op afstand te verrichten zonder of met beperkte fysieke aanwezigheid, op de bijdrage van eindgebruikers aan de waardecreatie en op het belang van immateriële activa.
(1)  De wereldeconomie is in ijltempo aan het digitaliseren en daardoor zijn nieuwe vormen van zakendoen ontstaan. Kenmerkend voor digitale bedrijven is dat hun activiteiten sterk zijn verbonden met het internet. Digitale bedrijfsmodellen steunen met name sterk op de mogelijkheid om activiteiten op afstand te verrichten zonder of met beperkte fysieke of belastbare aanwezigheid in een bepaald land, op de bijdrage van eindgebruikers aan de waardecreatie en op het belang van immateriële activa.
Amendement 2
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2
(2)  De huidige vennootschapsbelastingregels zijn voornamelijk geschreven in de 20e eeuw met het oog op traditionele bedrijven. Zij zijn gebaseerd op het idee dat belasting moet worden geheven waar waarde wordt gecreëerd. Door de toepassing van de bestaande regels op de digitale economie is er evenwel een spagaat ontstaan tussen de plaats waar winsten worden belast en de plaats waar waarde wordt gecreëerd, met name bij bedrijfsmodellen die sterk steunen op gebruikersparticipatie. Daardoor is duidelijk geworden dat de huidige vennootschapsbelastingregels voor de belasting van de winst in de digitale economie tekortschieten en herzien moeten worden.
(2)  De huidige vennootschapsbelastingregels zijn voornamelijk geschreven in de 20e eeuw met het oog op traditionele bedrijven. Zij zijn gebaseerd op het idee dat belasting moet worden geheven waar waarde wordt gecreëerd. Door de toepassing van de bestaande regels op de digitale economie is er evenwel een spagaat ontstaan tussen de plaats waar winsten worden belast en de plaats waar waarde wordt gecreëerd, met name bij bedrijfsmodellen die sterk steunen op gebruikersparticipatie. De digitalisering heeft de rol van gebruikers veranderd en hen in staat gesteld steeds meer te worden betrokken bij het proces van waardecreatie. Daardoor is duidelijk geworden dat de huidige vennootschapsbelastingregels voor de belasting van de winst in de digitale economie geen rekening houden met deze nieuwe factor en dringend herzien moeten worden.
Amendement 3
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 2 bis (nieuw)
(2 bis)   De doelstelling bestaat erin de kloof tussen de belasting van digitale inkomsten en traditionele inkomsten te dichten. Momenteel bedraagt het effectieve belastingtarief voor digitale bedrijven gemiddeld slechts 9,5 %, ten opzichte van 23,2 % voor traditionele bedrijfsmodellen1 bis. Belastingstelsels moeten eerlijk zijn en de samenleving in haar geheel ten goede komen. Er moet sprake zijn van een gelijk speelveld voor alle bedrijven die werkzaam zijn op de eengemaakte markt.
_________________
1 bis Bron: Computations from the Impact Assessment of the European Commission, gebaseerd op ZEW (2016, 2017) en ZEW et al.(2017).
Amendement 4
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 3
(3)  Deze herziening speelt een belangrijke rol in de digitale eengemaakte markt3, omdat die markt een modern en stabiel fiscaal kader voor de digitale economie vereist dat innovatie stimuleert, de versnippering van de markt aanpakt en alle spelers in staat stelt onder eerlijke en evenwichtige voorwaarden gebruik te maken van de nieuwe marktdynamiek.
(3)  Deze herziening speelt een belangrijke rol in de digitale eengemaakte markt3, omdat die markt een billijk, modern en stabiel fiscaal kader voor de gedigitaliseerde economie vereist dat innovatie en inclusieve groei stimuleert, de versnippering van de markt aanpakt en alle spelers in staat stelt onder eerlijke en evenwichtige voorwaarden gebruik te maken van de nieuwe marktdynamiek. Digitalisering beïnvloedt de hele economie, wat verder gaat dan het instellen van een digitaledienstenbelasting; de belastingregels moeten daarom worden herzien. De ad-hocmaatregelen die zijn opgenomen in deze richtlijn mogen de werkzaamheden met betrekking tot de belasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid en met betrekking tot de opname van een dergelijke belasting in een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting niet vertragen.
__________________
__________________
3 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa (COM(2015)0192 van 6.5.2015).
3 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Strategie voor een digitale eengemaakte markt voor Europa (COM(2015)0192 van 6.5.2015).
Amendement 5
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 5
(5)  Aangezien de belastingheffing van de digitale economie een probleem met een mondiaal karakter is, zou een multilaterale, internationale oplossing de ideale aanpak zijn. De Commissie is om die reden zeer sterk betrokken bij het internationale debat. De OESO-werkzaamheden zijn momenteel aan de gang. Het is evenwel moeilijk om op internationaal niveau vooruitgang te boeken. Daarom wordt met dit optreden beoogd de vennootschapsbelastingregels op het niveau van de Unie bij te werken6 en de aanzet te geven tot afspraken met niet-Unierechtsgebieden7, zodat het vennootschapsbelastingstelsel in de pas kan worden gebracht met de nieuwe digitale bedrijfsmodellen.
(5)  Aangezien de belastingheffing van de digitale economie een probleem met een mondiaal karakter is, zou een multilaterale, internationale oplossing de ideale aanpak zijn. De Commissie is om die reden zeer sterk betrokken bij het internationale debat. De werkzaamheden bij de OESO, het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Verenigde Naties (VN) en de Wereldbankgroep (WBG), die het platform bieden voor samenwerking op belastinggebied, zijn momenteel aan de gang. Het is evenwel moeilijk om op internationaal niveau vooruitgang te boeken. Daarom wordt met dit optreden beoogd de vennootschapsbelastingregels op het niveau van de Unie bij te werken6 en de aanzet te geven tot afspraken met niet-Unierechtsgebieden7, zodat het vennootschapsbelastingstelsel in de pas kan worden gebracht met de nieuwe digitale bedrijfsmodellen. Er moet worden gezorgd voor coherentie met het kader van de OESO inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS), zodat niet wordt afgeweken van internationale normen en meervoudige complexiteit wordt voorkomen.
__________________
__________________
6 Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid (COM(2018)0147).
6 Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid (COM(2018)0147).
7 Aanbeveling van de Commissie betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid (C(2018)1650).
7 Aanbeveling van de Commissie betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid (C(2018)1650).
Amendement 6
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 6
(6)  In afwachting van dit optreden, waarvan de goedkeuring en implementatie tijd kan vergen, staan de lidstaten onder druk om in dit verband actie te ondernemen, omdat het risico bestaat dat de grondslag van hun vennootschapsbelasting na verloop van tijd sterk wordt uitgehold. Ongecoördineerde maatregelen van individuele lidstaten houden het risico in dat de eengemaakte markt versnippert en de concurrentie wordt verstoord, en zo ook de ontwikkeling van nieuwe digitale oplossingen en het concurrentievermogen van de Unie als geheel wordt belemmerd. Daarom moet er een geharmoniseerde aanpak komen die voorziet in een tijdelijke oplossing waarmee het probleem doelgericht wordt aangepakt totdat een alomvattende oplossing voorhanden is.
(6)  In afwachting van dit optreden, waarvan de goedkeuring en implementatie tijd kan vergen, staan de lidstaten onder druk om in dit verband actie te ondernemen, omdat het risico bestaat dat de grondslag van hun vennootschapsbelasting na verloop van tijd sterk wordt uitgehold. Ongecoördineerde maatregelen van individuele lidstaten houden het risico in dat de eengemaakte markt versnippert en de concurrentie wordt verstoord, en zo ook de ontwikkeling van nieuwe digitale oplossingen en het concurrentievermogen van de Unie als geheel wordt belemmerd. Daarom moet er een geharmoniseerde aanpak komen die voorziet in een tijdelijke oplossing waarmee het probleem doelgericht wordt aangepakt totdat een alomvattende oplossing voorhanden is. De tijdelijke oplossing moet beperkt worden in tijd, teneinde te voorkomen dat deze ongewild permanent wordt. Derhalve wordt een vervalbepaling ingevoerd die ertoe leidt dat deze richtlijn automatisch niet meer van toepassing is wanneer een permanente en alomvattende oplossing is gevonden, bij voorkeur op internationaal niveau. Indien op 31 december 2020 geen alomvattende oplossing is overeengekomen, moet de Europese Commissie overwegen een nieuw voorstel te doen op basis van artikel 116 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, ten aanzien waarvan het Europees Parlement en de Raad optreden volgens de gewone wetgevingsprocedure. Dit is essentieel om onverwijld een overeenkomst te bereiken en te voorkomen dat dubbele unilaterale nationale digitale belastingen worden geheven door de lidstaten.
Amendement 7
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 7
(7)  Met deze tijdelijke oplossing moet een gemeenschappelijk stelsel van een digitaledienstenbelasting ("DDB") op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten door bepaalde entiteiten worden opgezet. Zij moet gemakkelijk uitvoerbaar zijn en gericht zijn op de inkomsten uit de levering van digitale diensten waarbij gebruikers een aanmerkelijke bijdrage leveren aan het proces van waardecreatie. Deze factor (waardecreatie door de gebruiker) is ook de hoeksteen van de maatregelen met betrekking tot de vennootschapsbelastingregels, zoals beschreven in overweging 5.
(7)  Met deze tijdelijke oplossing moet een gemeenschappelijk stelsel van een digitaledienstenbelasting ("DDB") op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten, inclusief online-inhoud, door bepaalde entiteiten worden opgezet. Zij moet gemakkelijk uitvoerbaar zijn en gericht zijn op de inkomsten uit de levering van digitale diensten waarbij gebruikers en immateriële activa een aanmerkelijke bijdrage leveren aan het proces van waardecreatie. Deze factoren (waardecreatie door de gebruiker en het intensieve gebruik van immateriële activa) zijn ook de hoeksteen van de maatregelen met betrekking tot de vennootschapsbelastingregels, zoals beschreven in overweging 5.
Amendement 8
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 9
(9)  De DDB moet uitsluitend toepassing vinden op inkomsten uit de levering van bepaalde digitale diensten. Het betreft de digitale diensten die sterk steunen op waardecreatie door de gebruiker, waarbij de kloof tussen de plaats waar de winsten worden belast en de plaats waar de gebruikers zijn gevestigd, in de regel het grootst is. Wat belast moet worden, zijn de inkomsten die worden verworven met de verwerking van de input van de gebruiker, en niet de gebruikersparticipatie als zodanig.
(9)  De DDB moet toepassing vinden op inkomsten uit de levering van digitale diensten die sterk steunen op waardecreatie door de gebruiker en op het vermogen om diensten te leveren zonder of met een zeer beperkte fysieke aanwezigheid. In deze gevallen is de kloof tussen de plaats waar de winsten worden belast en de plaats waar de gebruikers zijn gevestigd, in de regel het grootst.
Amendement 9
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 10
(10)  De inkomsten die met name moeten worden belast, zijn de inkomsten uit de levering van de volgende diensten: i) het plaatsen van advertenties op een digitale interface, gericht op de gebruikers van die interface; ii) het ter beschikking stellen van veelzijdige digitale interfaces die gebruikers in staat stellen andere gebruikers te vinden en in interactie met hen te treden, en die ook de verrichting van onderliggende leveringen van goederen of diensten rechtstreeks tussen gebruikers kunnen faciliteren (soms "bemiddelingsdiensten" genoemd); en iii) de doorgifte van over gebruikers verzamelde data die zijn gegenereerd uit de activiteiten van die gebruikers op digitale interfaces. Als de levering van dergelijke diensten geen inkomsten oplevert, ontstaat er geen DDB-plicht. Andere inkomsten die worden verworven door de entiteit die dergelijke diensten verleent maar niet rechtstreeks uit die diensten voortvloeien, moeten ook buiten het toepassingsgebied van de belasting vallen.
(10)  De inkomsten die met name moeten worden belast, zijn de inkomsten uit de levering van de volgende diensten: i) het plaatsen van advertenties op een digitale interface, gericht op de gebruikers van die interface; ii) het ter beschikking stellen van veelzijdige digitale interfaces die gebruikers in staat stellen andere gebruikers te vinden en in interactie met hen te treden, en die ook de verrichting van onderliggende leveringen van goederen of diensten rechtstreeks tussen gebruikers kunnen faciliteren (soms "bemiddelingsdiensten" genoemd); iii)de verwerking, de doorgifte en de verkoop van over gebruikers verzamelde data die zijn gegenereerd uit de activiteiten van die gebruikers op digitale interfaces; en iv) de levering van digitale inhoud, zoals video, audio, games of teksten; Als de levering van dergelijke content, goederen en diensten geen inkomsten oplevert, ontstaat er geen DDB-plicht. Andere inkomsten die worden verworven door de entiteit die dergelijke diensten verleent maar niet rechtstreeks uit die diensten voortvloeien, moeten ook buiten het toepassingsgebied van de belasting vallen.
Amendement 10
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 13
(13)  In het geval van veelzijdige digitale interfaces die een onderliggende levering van goederen of diensten rechtstreeks tussen gebruikers van de interface faciliteren, moeten de onderliggende transacties en de inkomsten die gebruikers met die transacties verwerven, buiten het toepassingsgebied van de belasting blijven. De inkomsten uit retailactiviteiten bestaande in de verkoop van goederen of diensten waarbij de overeenkomst online wordt aangegaan via de website van de leverancier van die goederen of diensten, en waarbij die leverancier niet optreedt als een intermediair, moeten ook buiten het toepassingsgebied van de DDB vallen omdat de waardecreatie voor de retailer in de geleverde goederen of diensten zit en de digitale interface alleen wordt gebruikt als een communicatiemiddel. Of een leverancier goederen of diensten online voor eigen rekening verkoopt dan wel bemiddelingsdiensten verleent, moet worden bepaald aan de hand van de juridische en economische realiteit van een transactie, zoals die tot uiting komt in de afspraken tussen de betrokken partijen. Een leverancier van een digitale interface bijvoorbeeld waar goederen van derden ter beschikking worden gesteld, kan worden geacht een bemiddelingsdienst te verlenen (met andere woorden het ter beschikking stellen van een veelzijdige digitale interface) wanneer geen grote voorraadrisico's worden gedragen of wanneer de prijs van de goederen wordt vastgesteld door de derde partij.
(13)  In het geval van veelzijdige digitale interfaces die een onderliggende levering van goederen of diensten rechtstreeks tussen gebruikers van de interface faciliteren, moeten de onderliggende transacties en de inkomsten die gebruikers met die transacties verwerven, buiten het toepassingsgebied van de belasting blijven. De inkomsten uit retailactiviteiten bestaande in de verkoop van goederen of diensten waarbij de overeenkomst online wordt aangegaan via de website van de leverancier van die goederen of diensten, en waarbij die leverancier niet optreedt als een intermediair, moeten ook buiten het toepassingsgebied van de DDB vallen. Omdat het evenwel mogelijk is gebruikersgegevens via een digitale interface te verwerken en aldus met de transactie een grotere waardecreatie te realiseren, en omdat het ontbreken van een fysieke aanwezigheid agressieve belastingplanning mogelijk kan maken, moet bij de herziening van deze richtlijn worden overwogen het toepassingsgebied van deze diensten uit te breiden.
Amendement 11
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 14
(14)  Diensten bestaande in de levering van digitale content door een entiteit via een digitale interface moeten van het toepassingsgebied van de belasting worden uitgesloten, ongeacht of de entiteit de eigenaar van de digitale content is dan wel de distributierechten ervan heeft verworven. Ook als er een zekere vorm van interactie tussen de ontvangers van dergelijke digitale content mogelijk zou zijn en de leverancier van dergelijke diensten dus zou kunnen worden geacht een veelzijdige digitale interface ter beschikking te stellen, is het minder duidelijk dat de gebruiker een centrale rol speelt bij de creatie van waarde voor het bedrijf dat de digitale content levert. In plaats daarvan ligt de nadruk, wat waardecreatie betreft, op de digitale content zelf die door de entiteit wordt geleverd. Daarom moeten de inkomsten uit dergelijke leveringen buiten het toepassingsgebied van de belasting vallen.
(14)  Diensten bestaande in de levering van digitale content door een entiteit via een digitale interface moeten onder het toepassingsgebied van de belasting worden opgenomen, ongeacht of de entiteit de eigenaar van de digitale content is dan wel de distributierechten ervan heeft verworven. De inkomsten uit dergelijke leveringen moeten binnen [twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn] door de Commissie worden geëvalueerd
Amendement 12
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15
(15)  Onder digitale content moet worden verstaan data die in digitale vorm wordt geleverd, zoals computerprogramma's, toepassingen, spellen, muziek, video's of teksten, ongeacht of de toegang tot deze data wordt verkregen via downloaden of streaming, met uitzondering van de tot de digitale interface zelf behorende data. Hiermee worden de verschillende vormen bestreken die digitale content kan aannemen wanneer hij door een gebruiker wordt verworven, hetgeen niet afdoet aan het feit dat het enige of belangrijkste doel van de gebruiker erin bestaat de digitale content te verwerven.
(15)  Onder digitale content moet worden verstaan data die in digitale vorm wordt geleverd, zoals computerprogramma's, toepassingen, spellen, muziek, video's of teksten, ongeacht of de toegang tot deze data wordt verkregen via downloaden of streaming, met uitzondering van de tot de digitale interface zelf behorende data.
Amendement 13
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 15 bis (nieuw)
(15 bis)   Digitale bedrijven investeren vaak minder in gebouwen en machines dan traditionele bedrijven.
Amendement 14
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 16
(16)   Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen de in overweging 14 beschreven dienst en het ter beschikking stellen van een veelzijdige digitale interface waarlangs gebruikers digitale content kunnen uploaden en delen met andere gebruikers, of het ter beschikking stellen van een interface die een onderliggende levering van digitale content rechtstreeks tussen gebruikers faciliteert. Laatstgenoemde diensten vormen een bemiddelingsdienst en moeten dus onder de DDB vallen, ongeacht de aard van de onderliggende transactie.
Schrappen
Amendement 15
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 17
(17)  Belastbare diensten bestaande in de doorgifte van over gebruikers verzamelde data mogen uitsluitend betrekking hebben op data die zijn gegenereerd op basis van de activiteiten van die gebruikers op digitale interfaces, en niet op data die op basis van sensoren of andere middelen zijn gegenereerd en digitaal zijn verzameld. Onder het toepassingsgebied van de DDB moeten immers de diensten vallen die gebruikmaken van digitale interfaces als een middel om gebruikersinput te creëren die dan te gelde wordt gemaakt, in tegenstelling tot diensten die alleen gebruikmaken van interfaces als een middel om anderszins gegenereerde data door te geven. De DDB mag dus geen belasting zijn op het verzamelen van data, of het gebruik van door een bedrijf verzamelde data voor de interne doeleinden van het bedrijf zelf, of het delen van door een bedrijf verzamelde data met derden zonder tegenprestatie. De DDB moet gericht zijn op de inkomsten die worden verworven uit de doorgifte van data die zijn verzameld over een zeer specifieke activiteit (de activiteiten van gebruikers op digitale interfaces).
(17)  Belastbare diensten bestaande in de verwerking, de doorgifte of de verkoop van over gebruikers verzamelde data moeten betrekking hebben op data die zijn gegenereerd op basis van de activiteiten van die gebruikers op digitale interfaces. Deze belastbare diensten moeten de diensten zijn die gebruikmaken van digitale interfaces als een middel om gebruikersinput te creëren die dan te gelde wordt gemaakt. De DDB is geen belasting op het verzamelen van data als zodanig. De DDB moet gericht zijn op de inkomsten die worden verworven uit de verwerking, de verkoop of de doorgifte aan een derde partij van deze data die zijn verzameld over een zeer specifieke activiteit (de activiteiten van gebruikers op digitale interfaces).
Amendement 16
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 22
(22)  Alleen bepaalde entiteiten mogen kwalificeren als belastingplichtigen voor de toepassing van de DDB, ongeacht of zij in een lidstaat dan wel in een niet-Unierechtsgebied gevestigd zijn. Een entiteit mag met name alleen als belastingplichtige kwalificeren als zij aan de twee onderstaande voorwaarden voldoet: i) het totale bedrag aan wereldwijde inkomsten dat door de entiteit is gerapporteerd voor het laatste volledige boekjaar waarvoor er een jaarrekening beschikbaar is, is hoger dan 750 000 000 EUR; en ii) het totale bedrag aan belastbare inkomsten dat door de entiteit in de Unie in de loop van dat boekjaar is verworven, is hoger dan 50 000 000 EUR.
(22)  Alleen bepaalde entiteiten mogen kwalificeren als belastingplichtigen voor de toepassing van de DDB, ongeacht of zij in een lidstaat dan wel in een niet-Unierechtsgebied gevestigd zijn. Een entiteit mag met name alleen als belastingplichtige kwalificeren als zij aan de twee onderstaande voorwaarden voldoet: i) het totale bedrag aan wereldwijde inkomsten dat door de entiteit is gerapporteerd voor het laatste volledige boekjaar waarvoor er een jaarrekening beschikbaar is, is hoger dan 750 000 000 EUR; en ii) het totale bedrag aan belastbare inkomsten dat door de entiteit in de Unie in de loop van dat boekjaar is verworven, is hoger dan 40 000 000 EUR.
Amendement 17
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 23
(23)  De eerste drempel (totale jaarlijkse wereldwijde inkomsten) moet de toepassing van de DDB beperken tot bedrijven van een bepaalde omvang, zijnde voornamelijk de bedrijven die de digitale diensten kunnen verlenen waarin gebruikersbijdragen een wezenlijke rol vervullen, en die sterk steunen op omvangrijke gebruikersnetwerken, druk gebruikersverkeer en de exploitatie van een sterke marktpositie. Dergelijke bedrijfsmodellen, die afhankelijk zijn van waardecreatie door de gebruiker om inkomsten te verwerven en slechts levensvatbaar zijn als ze worden toegepast door bedrijven van een bepaalde omvang, zijn de modellen die verantwoordelijk zijn voor de grotere kloof tussen de plaats waar hun winsten worden belast en de plaats waar waarde wordt gecreëerd. Bovendien is agressieve fiscale planning ook een praktijk die meer binnen de mogelijkheden van grotere bedrijven ligt. Om die reden is dezelfde drempel voorgesteld in andere initiatieven van de Unie9. De drempel moet ook voor rechtszekerheid zorgen, omdat het voor bedrijven en belastingautoriteiten eenvoudiger en goedkoper zou worden om te bepalen of een entiteit DDB-plichtig is. Tevens sluit hij kleine ondernemingen en starters van het toepassingsgebied van de belasting uit omdat de nalevingslasten naar alle waarschijnlijkheid een onevenredig effect op hen zouden hebben.
(23)  De eerste drempel (totale jaarlijkse wereldwijde inkomsten) moet de toepassing van de DDB beperken tot bedrijven van een bepaalde omvang, zijnde voornamelijk de bedrijven die de digitale diensten kunnen verlenen die sterk afhankelijk zijn van mobiele immateriële en/of digitale activa waarin gebruikersbijdragen een wezenlijke rol vervullen, en die sterk steunen op omvangrijke gebruikersnetwerken, druk gebruikersverkeer en de exploitatie van een sterke marktpositie. Dergelijke bedrijfsmodellen, die afhankelijk zijn van waardecreatie door de gebruiker om inkomsten te verwerven en slechts levensvatbaar zijn als ze worden toegepast door bedrijven van een bepaalde omvang, zijn de modellen die verantwoordelijk zijn voor de grotere kloof tussen de plaats waar hun winsten worden belast en de plaats waar waarde wordt gecreëerd. Bovendien is agressieve fiscale planning ook een praktijk die meer binnen de mogelijkheden van grotere bedrijven ligt. De drempel moet ook voor rechtszekerheid zorgen, omdat het voor bedrijven en belastingautoriteiten eenvoudiger en goedkoper zou worden om te bepalen of een entiteit DDB-plichtig is. Tevens sluit hij kleine ondernemingen en starters van het toepassingsgebied van de belasting uit omdat de nalevingslasten naar alle waarschijnlijkheid een onevenredig effect op hen zouden hebben.
__________________
9 Zie artikel 2 van het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) (COM(2016)0683).
Amendement 18
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 27
(27)  Om mogelijke gevallen van dubbele belasting te verzachten wanneer dezelfde inkomsten zowel aan de vennootschapsbelasting als aan de DDB onderworpen zijn, wordt verwacht dat de lidstaten bedrijven zullen toestaan de DDB als kosten af te trekken van de vennootschapsbelastinggrondslag op hun grondgebied, ongeacht of beide belastingen in dezelfde lidstaat of in verschillende lidstaten worden betaald.
(27)  Om mogelijke gevallen van dubbele belasting te verzachten wanneer dezelfde inkomsten zowel aan de vennootschapsbelasting als aan de DDB onderworpen zijn, moet een toekomstige Uniebrede gemeenschappelijke oplossing worden gebaseerd op de mogelijkheid voor bedrijven om de DDB als kosten af te trekken van de vennootschapsbelastinggrondslag op hun grondgebied, ongeacht of beide belastingen in dezelfde lidstaat of in verschillende lidstaten worden betaald.
Amendement 19
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 29
(29)  Wanneer de gebruikers met betrekking tot een bepaalde belastbare dienst zich in verschillende lidstaten of niet-Unierechtsgebieden bevinden, moeten de desbetreffende belastbare inkomsten uit die dienst naar evenredigheid aan elke lidstaat worden toegerekend op basis van bepaalde specifieke verdeelsleutels. Deze sleutels moeten worden vastgesteld rekening houdende met de aard van elke belastbare dienst en met name de onderscheidende elementen die aanleiding geven tot inkomsten voor de dienstverlener.
(29)  Wanneer de gebruikers met betrekking tot een bepaalde belastbare dienst zich in verschillende lidstaten of niet-Unierechtsgebieden bevinden, moeten de desbetreffende belastbare inkomsten uit die dienst naar evenredigheid aan elke lidstaat worden toegerekend op basis van bepaalde specifieke verdeelsleutels. Deze sleutels moeten worden vastgesteld rekening houdende met de aard van elke belastbare dienst en met name de onderscheidende elementen die aanleiding geven tot inkomsten voor de dienstverlener. Wanneer de verdeelsleutel leidt tot een onevenwichtige verdeling waarin de werkelijke economische activiteit niet tot uitdrukking komt, kan een geschillenbeslechtingsmechanisme worden gebruikt om een dergelijke situatie op te lossen. In het licht van het bovenstaande moet de Commissie de mogelijke instelling van een geschillenbeslechtingsmechanisme beoordelen om ervoor te zorgen dat geschillen naar behoren worden beslecht wanneer hierbij verschillende lidstaten betrokken zijn.
Amendement 20
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 30
(30)  In het geval van een belastbare dienst bestaande in de plaatsing van advertenties op een digitale interface moet worden aangeknoopt bij het aantal keren dat een advertentie is verschenen op apparaten of toestellen van gebruikers in een belastingtijdvak in een lidstaat, om te bepalen welk aandeel van de belastbare inkomsten in dat belastingtijdvak aan die lidstaat moet worden toegerekend.
(30)  In het geval van een belastbare dienst bestaande in de plaatsing van advertenties of het leveren van inhoud op een digitale interface moet worden aangeknoopt bij het aantal keren dat een advertentie of digitale inhoud is verschenen op apparaten of toestellen van gebruikers in een belastingtijdvak in een lidstaat, om te bepalen welk aandeel van de belastbare inkomsten in dat belastingtijdvak aan die lidstaat moet worden toegerekend.
Amendement 22
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 32
(32)  Wat de doorgifte van over gebruikers verzamelde data betreft, moet bij de toerekening van belastbare winsten in een belastingtijdvak aan een lidstaat rekening worden gehouden met het aantal gebruikers van wie in dat belastingtijdvak doorgegeven data zijn gegenereerd doordat zij een apparaat of toestel in die lidstaat hebben gebruikt.
(32)  Wat de verwerking, de verkoop of de doorgifte van over gebruikers verzamelde data betreft, moet bij de toerekening van belastbare winsten in een belastingtijdvak aan een lidstaat rekening worden gehouden met het aantal gebruikers van wie in dat belastingtijdvak gebruikte, verkochte of doorgegeven data zijn gegenereerd doordat zij een apparaat of toestel in die lidstaat hebben gebruikt.
Amendement 23
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 34
(34)  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de DDB, inclusief gegevens die vereist kunnen zijn in verband met internetprotocoladressen (IP-adressen) of andere plaatsbepalingsmethoden, dient in overeenstemming te zijn met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad10. Er moet met name aandacht worden gegeven aan passende technische en organisatorische maatregelen om te voldoen aan de regels betreffende de rechtmatigheid en de beveiliging van de verwerking alsook betreffende de informatieverstrekking aan en de rechten van de betrokkenen. In de mate van het mogelijke moeten persoonsgegevens anoniem worden gemaakt.
(34)  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de DDB, inclusief gegevens die vereist kunnen zijn in verband met internetprotocoladressen (IP-adressen) of andere plaatsbepalingsmethoden, dient in overeenstemming te zijn met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad10, zonder dat de identificatie van gebruikers wordt toegestaan. De belastingautoriteiten van de lidstaten worden geïnformeerd over de methode die wordt gebruikt om de locatie van gebruikers te bepalen. Er moet met name aandacht worden gegeven aan passende technische en organisatorische maatregelen om te voldoen aan de regels betreffende de rechtmatigheid en de beveiliging van de verwerking, en met name aan de beginselen van de noodzakelijkheid en evenredigheid, alsook betreffende de informatieverstrekking aan en de rechten van de betrokkenen. In de mate van het mogelijke moeten persoonsgegevens anoniem worden gemaakt.
_________________
_________________
10 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
10 Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
Amendement 24
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 35
(35)  De belastbare inkomsten moeten gelijk zijn aan het totale bedrag van de door een belastingplichtige verworven bruto-inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde en andere soortgelijke belastingen. Belastbare inkomsten moeten worden opgevoerd als door een belastingplichtige verworven inkomsten op het tijdstip dat zij verschuldigd worden, ongeacht of zij op dat ogenblik al dan niet betaald zijn. De DDB moet in een lidstaat verschuldigd worden over het aandeel in de door een belastingplichtige in een belastingtijdvak verworven belastbare inkomsten die als in die lidstaat verworven inkomsten worden aangemerkt, en moet worden berekend bij toepassing van het DDB-tarief op dat aandeel. Om verstoringen op de eengemaakte te vermijden, moet er één DDB-tarief op Unieniveau worden vastgesteld. Het DDB-tarief moet worden vastgesteld op 3 %, dat een passend evenwicht biedt tussen enerzijds het genereren van inkomsten door de belasting en anderzijds de differentiële impact van de DDB op bedrijven met verschillende winstmarges.
(35)  De belastbare inkomsten moeten gelijk zijn aan het totale bedrag van de door een belastingplichtige verworven bruto-inkomsten, exclusief belasting over de toegevoegde waarde en andere soortgelijke belastingen. Belastbare inkomsten moeten worden opgevoerd als door een belastingplichtige verworven inkomsten op het tijdstip dat zij verschuldigd worden, ongeacht of zij op dat ogenblik al dan niet betaald zijn. De DDB moet in een lidstaat verschuldigd worden over het aandeel in de door een belastingplichtige in een belastingtijdvak verworven belastbare inkomsten die als in die lidstaat verworven inkomsten worden aangemerkt, en moet worden berekend bij toepassing van het DDB-tarief op dat aandeel. Om verstoringen op de eengemaakte te vermijden, moet er één DDB-tarief op Unieniveau worden vastgesteld. Het DDB-tarief van 3 % moet een passend evenwicht bewerkstelligen tussen enerzijds het genereren van inkomsten door de belasting en anderzijds de differentiële impact van de DDB op bedrijven met verschillende winstmarges.
Amendement 26
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 37
(37)  De lidstaten moeten verplichtingen kunnen vaststellen op het gebied van boekhouding en administratievoering of op andere gebieden, die ervoor moeten zorgen dat de verschuldigde DDB ook werkelijk wordt betaald, alsmede andere maatregelen ter voorkoming van belastingontduiking, -ontwijking en -misbruik.
(37)  De lidstaten moeten verplichtingen kunnen vaststellen op het gebied van boekhouding en administratievoering of op andere gebieden, die ervoor moeten zorgen dat de verschuldigde DDB ook werkelijk wordt betaald, alsmede andere maatregelen, met inbegrip van boetes en sancties, ter voorkoming van belastingontduiking, -ontwijking en -misbruik.
Amendement 27
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 37 bis (nieuw)
(37 bis)   De DDB die een belastingplichtige per lidstaat betaalt, moet deel uitmaken van het stelsel om per land aangifte te doen.
Amendement 28
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 38 bis (nieuw)
(38 bis)  Indien een belastingplichtige in meer dan één lidstaat voor de DDB wordt aangeslagen, moet de Commissie de DDB-aangifte in de lidstaat van identificatie om de drie jaar aan een controle onderwerpen.
Amendement 29
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40 bis (nieuw)
(40 bis)  DDB is een tijdelijke maatregel in afwachting van een permanente oplossing, en mag in geen geval de inwerkingtreding van een permanente oplossing vertragen. Deze richtlijn moet komen te vervallen met de vaststelling van de richtlijn van de Raad houdende regels voor de vennootschapsbelasting in verband met een aanmerkelijke digitale aanwezigheid, of de richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, met inbegrip van de digitale vaste inrichting, als voorgesteld in de wetgevingsresoluties van het Europees Parlement van 15 maart 2018 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting en het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, of een richtlijn tot uitvoering van een politieke overeenkomst die binnen een internationaal forum is bereikt, zoals de OESO of de VN.
Amendement 30
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40 ter (nieuw)
(40 ter)   De lidstaten moeten regelmatig verslag uitbrengen aan de Commissie over de betaling van de DDB door entiteiten, de werking van het éénloketsysteem en de samenwerking met andere lidstaten op het vlak van belastingheffing en -betaling.
Amendement 31
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 40 quater (nieuw)
(40 quater)   Twee jaar na ... [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] moet de Commissie de toepassing van deze richtlijn aan een beoordeling onderwerpen en aan het Europees Parlement en de Raad een verslag doen toekomen met, in voorkomend geval, voorstellen voor de herziening ervan, in overeenstemming met de beginselen van billijke belastingheffing van de digitale sector.
Amendement 32
Voorstel voor een richtlijn
Overweging 41
(41)  De doelstellingen van deze richtlijn bestaan erin de integriteit van de eengemaakte markt te beschermen, de goede werking ervan te garanderen en verstoring van de concurrentie te voorkomen. Daar deze doelstellingen van dien aard zijn dat zij niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
(41)  De doelstellingen van deze richtlijn bestaan erin de integriteit van de eengemaakte markt te beschermen, de eerlijke en goede werking ervan te garanderen en verstoring van de concurrentie te voorkomen. Daar deze doelstellingen van dien aard zijn dat zij niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,
Amendement 33
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 2 – alinea 1 – punt 7 bis (nieuw)
(7 bis)  "verwerking van gegevens": een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;
Amendement 34
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 1 – letter c
(c)  de doorgifte van over gebruikers verzamelde data die zijn gegenereerd uit de activiteiten van gebruikers op digitale interfaces.
(c)  de verwerking en doorgifte van over gebruikers verzamelde data die zijn gegenereerd uit de activiteiten van gebruikers op digitale interfaces.
Amendement 35
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 1 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  het aan gebruikers op een digitale interface ter beschikking stellen van content, zoals video, audio, games of tekst, met gebruikmaking van een digitale interface;
Amendement 36
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 3 – lid 4 – letter a
(a)  het ter beschikking stellen van een digitale interface wanneer de entiteit die de interface ter beschikking stelt, daarmee als enige of belangrijkste doel heeft digitale content te leveren aan gebruikers of communicatiediensten te verlenen voor gebruikers of betaaldiensten te verlenen aan gebruikers;
(a)  het ter beschikking stellen van een digitale interface wanneer de entiteit die de interface ter beschikking stelt, daarmee als enige of belangrijkste doel heeft communicatiediensten te verlenen voor gebruikers of betaaldiensten te verlenen aan gebruikers, mits geen verdere inkomsten worden gegenereerd middels de verwerking, de doorgifte of de verkoop van gegevens van gebruikers;
Amendement 37
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 4 – lid 1 – letter b
(b)  het totale bedrag aan belastbare inkomsten dat door de entiteit in de Unie in de loop van het relevante boekjaar is verworven, is hoger dan 50 000 000 EUR.
(b)  het totale bedrag aan belastbare inkomsten dat door de entiteit in de Unie in de loop van het relevante boekjaar is verworven, is hoger dan 40 000 000 EUR.
Amendement 38
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 2 – letter c bis (nieuw)
(c bis)  in het geval van een onder artikel 3, lid 1, onder c bis), vallende dienst, de digitale content in kwestie op het toestel of apparaat van de gebruiker verschijnt op een tijdstip dat dit toestel of apparaat in dat belastingtijdvak in die lidstaat wordt gebruikt om toegang te krijgen tot een digitale interface;
Amendement 39
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 6
6.  De data die met het oog op de toepassing van deze richtlijn van gebruikers kunnen worden verzameld, zijn beperkt tot data die uitsluitsel geven over de lidstaat waar de gebruiker zich bevindt zonder dat zijn identiteit kan worden bepaald.
6.  De data die met het oog op de toepassing van deze richtlijn van gebruikers kunnen worden verzameld, zijn beperkt tot data die uitsluitsel geven over de lidstaat waar de gebruiker zich bevindt zonder dat zijn identiteit kan worden bepaald. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van de DDB, inclusief gegevens die vereist kunnen zijn in verband met internetprotocoladressen (IP-adressen) of andere plaatsbepalingsmethoden, dient in overeenstemming te zijn met Verordening (EU) 2016/679.
Amendement 40
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 5 – lid 6 bis (nieuw)
6 bis.   De Commissie analyseert of de instelling van een geschillenbeslechtingsmechanisme de doeltreffendheid en doelmatigheid van de beslechting van geschillen tussen lidstaten verder zou verbeteren. De Commissie dient hierover een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad, indien passend vergezeld van een wetgevingsvoorstel.
Amendement 41
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 8 – alinea 1
Het DDB-tarief bedraagt 3 %.
Het DDB-tarief wordt vastgesteld op 3 %.
Amendement 42
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 10 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)
Indien letter b) van dit lid van toepassing is, onderwerpt de Commissie de DDB-aangifte in de lidstaat van identificatie om de drie jaar aan een controle.
Amendement 43
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 2
2.  Indien de belastingplichtige evenwel niet langer DDB-plichtig is in die overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder b), gekozen lidstaat van identificatie, wijzigt hij zijn lidstaat van identificatie in overeenstemming met de vereisten van artikel 10.
2.  Indien de belastingplichtige evenwel niet langer DDB-plichtig is in die overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder b), gekozen lidstaat van identificatie, wijzigt hij zijn lidstaat van identificatie in overeenstemming met de vereisten van artikel 10, onverminderd lid 2 bis.
Amendement 44
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 13 – lid 2 bis (nieuw)
2 bis.   Indien de belastingplichtige niet langer DDB-plichtig is in de overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder b), gekozen de lidstaat van identificatie, kan de belastingplichtige ervoor kiezen de in eerste instantie gekozen lidstaat van identificatie te behouden, aangezien de belastingplichtige in het volgende belastingtijdvak weer DDB-plichtig kan zijn in die lidstaat. Indien de belastingplichtige langer dan twee opeenvolgende belastingtijdvakken niet DDB-plichtig is in die lidstaat, wijzigt hij zijn lidstaat van identificatie in overeenstemming met de vereisten van artikel 10.
Amendement 45
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 17 – lid 2
2.  De in lid 1 bedoelde wijzigingen worden langs elektronische weg ingediend bij de lidstaat van identificatie gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend. Voor wijzigingen na die periode gelden de regels en procedures die van toepassing zijn in elke lidstaat waar DDB verschuldigd is.
2.  De in lid 1 bedoelde wijzigingen worden langs elektronische weg ingediend bij de lidstaat van identificatie gedurende een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend. Voor wijzigingen na die periode gelden de regels en procedures die van toepassing zijn in elke lidstaat waar DDB verschuldigd is.
Amendement 46
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 – lid 3
3.  De lidstaten kunnen maatregelen aannemen om belastingontduiking, -ontwijking en -misbruik met betrekking tot de DDB te voorkomen.
3.  De lidstaten nemen maatregelen aan, met inbegrip van boetes en sancties, om belastingontduiking, -ontwijking en misbruik met betrekking tot de DDB te voorkomen.
Amendement 47
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 18 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.   Na de goedkeuring van deze richtlijn doet de Commissie een wetgevingsvoorstel voor opname in Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de vermelding van informatie over de inkomstenbelasting door bepaalde bedrijven en sectoren, waarbij het totale bedrag aan DDB dat door een belastingplichtige aan de verschillende lidstaten wordt betaald, wordt opgenomen op de lijst van verplichte standaarden voor financiële verslaglegging per land.
Amendement 48
Voorstel voor een richtlijn
Hoofdstuk 4 – titel
ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING EN VERPLICHTE INLICHTINGENUITWISSELING
Amendement 49
Voorstel voor een richtlijn
Artikel -20 (nieuw)
Artikel -20
Automatische en verplichte inlichtingenuitwisseling
De inlichtingenuitwisseling met betrekking tot belastingzaken is automatisch en verplicht, zoals vastgesteld in Richtlijn 2011/16/EU van de Raad, zodat de belastingautoriteiten de verschuldigde belasting naar behoren kunnen bepalen en om te zorgen voor de juiste en uniforme uitvoering van deze richtlijn. De lidstaten zorgen voor voldoende personeel en deskundigheid en een toereikende begroting voor hun nationale belastingautoriteiten, alsook voor middelen voor de opleiding van het personeel van belastingautoriteiten die zich richten op grensoverschrijdende samenwerking op fiscaal gebied en de automatische inlichtingenuitwisseling, teneinde de volledige uitvoering van deze richtlijn te waarborgen.
Amendement 50
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 24 bis (nieuw)
Artikel 24 bis
Verslag en evaluatie
Twee jaar na ... [datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] onderwerpt de Commissie de toepassing van deze richtlijn aan een beoordeling en doet zij aan het Europees Parlement en de Raad een verslag toekomen met, in voorkomend geval, voorstellen voor de herziening ervan, in overeenstemming met de beginselen van billijke belastingheffing van de digitale sector.
De Commissie beoordeelt met name:
(a)  de verhoging van het DDB-tarief van 3 % naar 5 % samen met een dienovereenkomstige belastingkorting, teneinde het verschil in effectieve belastingtarieven voor traditionele en digitale ondernemingen te beperken;
(b)  het toepassingsgebied van de DDB, met inbegrip van een uitbreiding van dit toepassingsgebied naar de verkoop van goederen of diensten waarbij de overeenkomst online wordt aangegaan via digitale interfaces;
(c)  het bedrag aan belasting dat in elke lidstaat is betaald;
(d)  het soort digitale activiteiten dat onder het toepassingsgebied van deze richtlijn valt;
(e)  de potentiële praktijken met betrekking tot fiscale planning die door entiteiten werden toegepast om de DDB te ontwijken.
(f)  de werking van het éénloketsysteem, de samenwerking tussen de lidstaten; en
(g)  de algehele gevolgen voor de interne markt, daarbij rekening houdend met mogelijke concurrentieverstoring.
Amendement 51
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 24 ter (nieuw)
Artikel 24 ter
Verslagleggingsverplichtingen
De lidstaten brengen elk jaar verslag uit aan de Commissie over relevante cijfers en informatie over de betaling van de DDB door entiteiten, de werking van het éénloketsysteem en de samenwerking met andere lidstaten op het vlak van belastingheffing en -betaling.
Amendement 52
Voorstel voor een richtlijn
Artikel 25 bis (nieuw)
Artikel 25 bis
Uitdovingsclausule afhankelijk van permanente maatregelen
De DDB is een tijdelijke maatregel in afwachting van een permanente oplossing; dit houdt in dat deze richtlijn ophoudt van toepassing te zijn op het moment van vaststelling - al naargelang welke het eerste wordt vastgesteld - van:
(a)  de richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels betreffende de vennootschapsbelasting op een aanmerkelijke digitale aanwezigheid;
(b)  de richtlijnen van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting en betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting zoals bedoeld in de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 15 maart 2018 over het voorstel voor respectievelijk een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting en het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting; of
(c)  een richtlijn tot uitvoering van een politieke overeenkomst die binnen een internationaal forum is bereikt, zoals de OESO of de VN.
Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling