Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0202(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0445/2018

Ingediende teksten :

A8-0445/2018

Debatten :

PV 15/01/2019 - 19
CRE 15/01/2019 - 19

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 12.6
CRE 16/01/2019 - 12.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0019

Aangenomen teksten
PDF 280kWORD 88k
Woensdag 16 januari 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) ***I
P8_TA(2019)0019A8-0445/2018
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2019 over het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) (COM(2018)0380 – C8-0231/2018 – 2018/0202(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2018)0380),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 175, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8‑0231/2018),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 december 2018(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 5 december 2018 (2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de adviezen van de Commissie internationale handel, de Begrotingscommissie, de Commissie begrotingscontrole en de Commissie regionale ontwikkeling, en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A8‑0445/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1) Nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt.
(2) Nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt.


Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op xx januari 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) transitie (EFT) [Am. 1. Dit amendement is van toepassing op de gehele tekst]
P8_TC1-COD(2018)0202

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 175, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Bij de uitvoering van de fondsen moeten de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en in artikel de artikelen 9 en  10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) neergelegde horizontale beginselen, met inbegrip van de in artikel 5 VEU neergelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, worden geëerbiedigd, rekening houdend met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Overeenkomstig artikel 8 VWEU moeten de lidstaten en de Commissie moeten ernaar streven ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen, het genderperspectief te integreren en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid te bestrijden. De doelstellingen van de fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen 11 en 191, lid 1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel "de vervuiler betaalt" wordt toegepast. [Am. 2]

(2)  Op 17 november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk de Europese pijler van sociale rechten(4) afgekondigd als reactie op de sociale uitdagingen in Europa. Rekening houdend met de veranderende realiteit van de arbeidsmarkt, moet de Unie voorbereid worden op de huidige en toekomstige uitdagingen van de globalisering en digitalisering, door groei inclusiever te maken en het sociaal en werkgelegenheidsbeleid te verbeteren. De twintig kernbeginselen van de pijler zijn opgebouwd rond drie categorieën: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsvoorwaarden, en sociale bescherming en inclusie. De Europese pijler van sociale rechten fungeert als overkoepelende leidraad voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering transitie (EFG) (EFT) en stelt de Unie in staat de toepasselijke beginselen in de praktijk te brengen in het geval van grote herstructureringen.

(3)  Op 20 juni 2017 heeft de Raad de reactie van de Unie(5) op de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties (VN)(6), "Een duurzame Europese toekomst", bekrachtigd. De Raad onderstreept hoe belangrijk het is om duurzame ontwikkeling te bereiken in al haar drie dimensies (economisch, sociaal en milieu), en om dit op een evenwichtige en geïntegreerde wijze te doen. Het is cruciaal dat duurzame ontwikkeling integraal deel gaat uitmaken van het beleidskader van de EU en dat de Unie ambitieus beleid voert om wereldwijde uitdagingen aan te pakken. De Raad verwelkomde de mededeling van de Commissie "Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst" van 22 november 2016 als een eerste stap naar het integreren van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen en het centraal stellen van duurzame ontwikkeling in alle beleidsdomeinen van de Unie, ook via haar financieringsinstrumenten.

(4)  In februari 2018 heeft de Commissie haar mededeling "Een nieuw, modern meerjarig financieel kader voor een Europese Unie die efficiënt haar prioriteiten verwezenlijkt na 2020"(7) vastgesteld. In de mededeling wordt onderstreept dat de Uniebegroting eveneens de unieke sociale markteconomie van Europa moet ondersteunen. Daarom zal het van het grootste belang zijn om de werkgelegenheidskansen te verbeteren en de knelpunten op het gebied van vaardigheden aan te pakken, in het bijzonder ook die welke verband houden met de digitalisering, de automatisering en de overgang naar een hulpbronnenefficiënte economie, met volledige inachtneming van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, die in 2015 is gesloten na afloop van de 21e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering. Budgettaire flexibiliteit moet een belangrijk beginsel zijn van het volgende meerjarig financieel kader. De flexibiliteitsmechanismen moeten worden behouden om de Unie in staat te stellen tijdiger te reageren op onvoorziene gebeurtenissen en ervoor te zorgen dat de begrotingsmiddelen worden gebruikt waar zij het hardst nodig zijn. [Am. 3]

(5)  In haar "Witboek over de toekomst van Europa"(8) uit de Commissie haar bezorgdheid over isolationistische bewegingen, toenemende twijfels over de voordelen van open handel en de sociale markteconomie van de Unie in het algemeen.

(6)  In haar "discussienota over het in goede banen leiden van de mondialisering"(9) wijst de Commissie de combinatie van handelsgerelateerde globalisering en technologische verandering aan als de belangrijkste factor voor een stijgende vraag naar geschoolde arbeidskrachten en een verminderd aantal banen waarvoor lagere kwalificaties vereist zijn. Niettegenstaande de over het algemeen aanzienlijke Hoewel de voordelen van meer open handel en de verdere integratie van de wereldeconomieën, moeten deze worden erkend, moeten er passende manieren worden gevonden om de negatieve neveneffecten worden aangepakt ervan aan te pakken. Aangezien de huidige voordelen van globalisering reeds ongelijk verdeeld zijn over mensen en regio's, wat een zeer grote impact heeft voor diegenen voor wie globalisering negatieve gevolgen heeft, bestaat het gevaar dat de steeds sneller evoluerende technologische vooruitgang technologische en milieuveranderingen deze gevolgen nog zal zullen versterken. Daarom zal het, in overeenstemming met de beginselen van solidariteit en duurzaamheid, noodzakelijk zijn ervoor te zorgen dat de voordelen van globalisering billijker worden verdeeld door . Door middel van de structuurfondsen van de Unie, zoals het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), moet sterker worden geanticipeerd op de algehele negatieve gevolgen van de globalisering en de technologische en milieugerelateerde transities, om zo de economische omgeving en de arbeidsmarkt beter aan te passen door economische openheid groei en technologische vooruitgang te verzoenen met passende sociale bescherming. [Am. 4]

(7)  In haar "discussienota over de toekomst van de EU-financiën"(10) onderstreept de Commissie de noodzaak om economische en sociale verschillen tussen en binnen de lidstaten te verkleinen. Investeren in duurzame ontwikkeling, gelijke behandeling, sociale inclusie, onderwijs en opleiding en gezondheid is daarom een kernprioriteit. [Am. 5]

(8)  De klimaatverandering, globalisering en technologische veranderingen zullen de onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid van de wereldeconomieën wellicht nog versterken. Herverdeling van arbeid maakt integraal en onvermijdelijk deel uit van een dergelijke economische verandering. Indien de voordelen van verandering op billijke wijze moeten worden verdeeld, is steun verlenen aan ontslagen werknemers en personen die het risico lopen te worden ontslagen van cruciaal belang. De belangrijkste instrumenten van de Unie om steun te verlenen aan getroffen werknemers zijn het ESF+, dat is opgezet om anticiperende bijstand te bieden, en het EFT, dat is opgezet om reactieve steun te verlenen in het geval van onverwachte grote herstructureringen. Het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering(11) is het beleidsinstrument van de Unie dat het kader vaststelt voor beste praktijken voor anticipatie op en omgang met bedrijfsherstructurering. Het biedt een uitgebreid kader voor de wijze waarop de uitdagingen van economische aanpassing en herstructurering en de sociale gevolgen en de gevolgen voor de werkgelegenheid daarvan moeten worden aangepakt met adequate beleidsmiddelen. In het kader worden de lidstaten opgeroepen om op zodanige wijze gebruik te maken van nationale en EU-financiering dat de sociale gevolgen van herstructureringen, en met name de negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid, beter kunnen worden opgevangen. De belangrijkste instrumenten van de Unie om steun te verlenen aan getroffen werknemers zijn het ESF+, dat is opgezet om anticiperende bijstand te bieden, en het EFG, dat is opgezet om reactieve steun te verlenen in geval van onverwachte grote herstructureringen. [Am. 6]

(9)  Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad(12) voor het meerjarig financieel kader van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013 om de Unie in staat te stellen solidariteit te betonen met werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

(10)  In het kader van het Europees economisch herstelplan is het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1927/2006 in 2009 bij Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad(13) uitgebreid tot werknemers die worden ontslagen als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

(11)  Voor de looptijd van het meerjarig financieel kader van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 is bij Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad(14) het toepassingsgebied uitgebreid zodat niet alleen ontslagen eronder vallen die voortvloeien uit een ernstige economische ontwrichting, veroorzaakt doordat de in Verordening (EG) nr. 546/2009 behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, maar ook ontslagen die voortvloeien uit een eventuele nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis.

(11 bis)  Het EFT-programma moet zichtbaar zijn en er moeten meer en betere gegevens worden verstrekt, teneinde een deugdelijke wetenschappelijke beoordeling van het EFT mogelijk te maken en administratieve beperkingen bij de uitvoering van het programma voor bijstand bij de aanpassing van handel te voorkomen. [Am. 7]

(12)  De Commissie heeft een tussentijdse evaluatie van het EFG uitgevoerd om te beoordelen hoe en in welke mate de doelstellingen van het EFG worden bereikt. Het EFG bleek doeltreffend, met een hoger herintredingspercentage van ontslagen werknemers dan in de vorige programmeringsperiode. Uit de evaluatie is gebleken dat het EFG voor Europese meerwaarde zorgde. Dit geldt met name voor de volume-effecten ervan, wat betekent dat de EFG-steun niet alleen het aantal en de verscheidenheid van de aangeboden diensten verhoogt, maar ook het intensiteitsniveau ervan. Bovendien zijn EFG-maatregelen zeer zichtbaar en tonen zij de meerwaarde van EU-steun rechtstreeks aan het grote publiek. Er werden echter verschillende uitdagingen vastgesteld. Enerzijds werd de procedure voor beschikbaarstelling als overdreven lang beschouwd. Daarnaast hebben veel lidstaten melding gemaakt van problemen bij het opstellen van de uitgebreide achtergrondanalyse van de gebeurtenis die aanleiding gaf tot de gedwongen ontslagen. De belangrijkste reden die lidstaten met een potentieel EFG-dossier ervan weerhoudt een aanvraag in te dienen, zijn problemen op het vlak van financiële en institutionele capaciteit. Daarbij kan het louter gaan om een tekort aan arbeidskrachten — momenteel kunnen de lidstaten slechts om technische bijstand verzoeken wanneer zij een EFG-dossier uitvoeren. Aangezien gedwongen ontslagen onverwacht kunnen plaatsvinden, zou het belangrijk zijn dat de lidstaten in staat zijn om onmiddellijk te reageren en zonder vertraging een aanvraag kunnen indienen. Verder lijken in bepaalde lidstaten zwaardere inspanningen nodig voor het opbouwen van institutionele capaciteit om te zorgen voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van EFG-dossiers. De drempel van 500 ontslagen kreeg kritiek omdat hij te hoog wordt geacht, in het bijzonder in minder bevolkte gebieden(15).

(13)  De Commissie onderstreept het blijvende belang van de rol van het EFG EFT als een flexibel fonds om werknemers die bij grootschalige herstructureringen hun baan verliezen, te ondersteunen en te helpen zo snel mogelijk een nieuwe baan te vinden. De Unie moet specifieke, eenmalige steun blijven verlenen om werknemers in door een ernstige economische ontwrichting getroffen regio's, bedrijfstakken, gebieden of arbeidsmarkten te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt in een hoogwaardig en duurzaam dienstverband. Gezien de wisselwerking tussen en de wederzijdse effecten van open handel, technologische veranderingen, digitalisering en automatisering of andere factoren, zoals de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie of de overgang naar een koolstofarme economie, en aangezien het bijgevolg steeds moeilijker wordt om een specifieke factor aan te wijzen die leidt tot ontslagen, moet de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG EFT in de toekomst niet enkel gebaseerd zijn op de ingrijpende gevolgen van een herstructurering. Gezien het doel van het EFG EFT, namelijk steun te verlenen in spoedeisende situaties en onverwachte omstandigheden, waarmee het een aanvulling is op de meer anticipatieve bijstand van het ESF+, moet het een flexibel en speciaal instrument buiten de maxima van het meerjarig financieel kader blijven, zoals in de mededeling van de Commissie "Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt, en verdedigt: Het meerjarig financieel kader 2021 – 2027" en de bijlage(16) erbij is vermeld. [Ams. 8 en 97]

(13 bis)  In zijn resolutie van 30 mei 2018 over het meerjarig financieel kader en eigen middelen handhaafde het Parlement zijn ferme standpunt met betrekking tot het vereiste niveau van financiering voor essentiële beleidsmaatregelen van de Unie binnen het MFK 2021-2027, teneinde ervoor te zorgen dat de opdracht en de doelstellingen ervan kunnen worden verwezenlijkt. Het Parlement riep in het bijzonder ertoe op de specifieke MFK-financiering voor kmo's en de aanpak van de jeugdwerkloosheid te verdubbelen, was ingenomen met diverse voorstellen ter verbetering van de huidige bepalingen, met name de verhoogde toewijzingen voor speciale instrumenten, en verklaarde voornemens te zijn indien nodig over aanvullende verbeteringen te onderhandelen. [Am. 9]

(14)  Zoals aangegeven moet, om het Europese karakter van het EFG EFT te handhaven, een aanvraag voor steun worden ingediend wanneer een grote herstructurering een zeer grote impact heeft op de lokale of regionale economie. Dergelijke impact moet worden bepaald door een minimumaantal ontslagen binnen een specifieke referentieperiode. Rekening houdend met de bevindingen van de tussentijdse evaluatie, moet de drempel worden vastgesteld op 250 200 ontslagen binnen een referentieperiode van vier maanden (of zes maanden in sectordossiers) de respectievelijke referentieperioden. Rekening houdend met het feit dat ontslaggolven die in verschillende sectoren in dezelfde regio plaatsvinden een even grote impact hebben op de lokale arbeidsmarkt, moet het ook mogelijk zijn een aanvraag in te dienen voor een regio. Op kleine arbeidsmarkten, zoals kleine lidstaten of afgelegen gebieden, met inbegrip van de in artikel 349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden, of in uitzonderlijke omstandigheden, zou moet er een aanvraag kunnen worden ingediend in geval van een geringer aantal ontslagen. [Am. 10]

(14 bis)  Het EFT moet ernaar streven, met inachtneming van het beginsel van subsidiariteit en rekening houdend met de noodzaak van een aanzienlijke impact van de herstructurering als drempel voor een EFT-aanvraag, om solidariteit te tonen met de ontslagen werknemers van alle soorten ondernemingen, ongeacht de omvang ervan. [Am. 11]

(14 ter)  Het EFT moet een speciaal EU-instrument blijven, waarmee wordt gereageerd op situaties die grote herstructureringen teweegbrengen op de Europese arbeidsmarkt. De Unie moet echter blijven zoeken naar duurzamere manieren om de structurele veranderingen en problemen aan te pakken die de arbeidsmarkt treffen en dergelijke gebeurtenissen in de lidstaten tot gevolg hebben. [Am. 12]

(15)  Als blijk van de solidariteit van de Unie met ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd, moet het medefinancieringspercentage van de kosten van het pakket van individuele dienstverlening gelijk zijn aan het medefinancieringspercentage van het ESF+ in de respectieve betrokken lidstaat.

(16)  Het deel van de begroting van de Unie dat aan het EFG EFT wordt toegewezen, moet door de Commissie worden uitgevoerd onder gedeeld beheer met de lidstaten in de zin van Verordening (EU, Euratom) [number of the new Financial Regulation] van het Europees Parlement en de Raad(17) ("het Financieel Reglement"). Bijgevolg nemen de Commissie en de lidstaten de in het Financieel Reglement vermelde beginselen, zoals goed financieel beheer, transparantie en non-discriminatie, in acht bij de uitvoering van het EFG EFT onder gedeeld beheer.

(17)  Het Europees waarnemingscentrum voor het veranderingsproces, dat is ondergebracht bij de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) in Dublin, staat de Commissie en de lidstaten bij de beoordeling van trends in op het gebied van de globalisering en technologische en milieuveranderingen, van herstructureringen en van de aanwending van het EFG EFT bij met kwalitatieve en kwantitatieve analyses. Dergelijke analyses moeten voldoende uitgesplitste gegevens omvatten, met name naar geslacht uitgesplitste gegevens, teneinde genderongelijkheden doelmatiger te kunnen bestrijden. [Am. 13]

(17 bis)  De Europese herstructureringsmonitor (ERM) van Eurofound houdt met behulp van een netwerk van nationale correspondenten real-time toezicht op de verslaglegging van grootschalige herstructureringen in de gehele Unie. De ERM is uiterst relevant voor het EFT en zou zijn werkzaamheden moeten ondersteunen, met name door te helpen met het vroegtijdig in kaart brengen van situaties waarin mogelijk moet worden ingegrepen. [Am. 14]

(18)  Ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd, moeten, ongeacht hun arbeidsovereenkomst of -verhouding, op voet van gelijkheid toegang hebben tot het EFG EFT. Daarom moeten zowel ontslagen werknemers, ongeacht de aard en duur van hun arbeidsverhouding, als zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd, als mogelijke EFG-EFT-begunstigden in de zin van deze verordening worden beschouwd. [Am. 15]

(19)  Financiële bijdragen uit het EFG EFT moeten in de eerste plaats gericht zijn op actieve arbeidsmarktmaatregelen en individuele diensten die een snelle en duurzame terugkeer van de begunstigden op de arbeidsmarkt beogen in een hoogwaardig en duurzaam dienstverband binnen een toekomstgerichte sector, binnen of buiten de sector waar zij oorspronkelijk werkzaam waren, maar moeten daarnaast ook zelfstandig ondernemerschap en het oprichten van ondernemingen en coöperaties stimuleren. De maatregelen moeten de verwachte toekomstige behoeften van de lokale of regionale arbeidsmarkt weerspiegelen. Waar nodig moet echter ook de mobiliteit van ontslagen werknemers worden ondersteund om hen te helpen elders een nieuwe baan te vinden. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de verspreiding van vaardigheden die vereist zijn in het digitale tijdperk, en aan de uitbanning, waar nodig, van genderstereotypen op de arbeidsmarkt. Er moeten beperkingen worden gesteld aan het opnemen van geldelijke toelagen in een gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening. De geldelijke toelagen moeten een aanvulling vormen op, en mogen dus niet in de plaats komen van eventuele maatregelen die op lidstaten en/of ondernemingen rusten uit hoofde van het nationaal recht of collectieve overeenkomsten. Bedrijven zouden kunnen moeten worden aangemoedigd om deel te nemen aan de nationale medefinanciering van de door het EFG EFT gesteunde maatregelen. [Am. 16]

(19 bis)  Bij de uitvoering en het ontwerp van een gecoördineerd pakket van individuele diensten gericht op bevordering van de herintegratie van de beoogde begunstigden, moeten de lidstaten de doelstellingen van de Digitale agenda en de strategie voor een digitale eengemaakte markt beter en gerichter benutten, met als uiteindelijk doel de aanzienlijke genderkloof binnen de ICT‑en STEM-sector (exacte wetenschappen, technologie, technische wetenschappen en wiskunde) te dichten en de omscholing en herkwalificatie van vrouwen binnen deze sectoren te bevorderen. Daarnaast moeten de lidstaten bij de uitvoering en het ontwerp van een gecoördineerd pakket van individuele diensten zien te vermijden dat, binnen die industrieën en sectoren waar dit van oudsher het geval is, het ene geslacht de overhand heeft. Een betere vertegenwoordiging van het minder vertegenwoordigde geslacht in diverse sectoren, zoals de financiële wereld en de ICT- en STEM-sector, zou de loon- en pensioenkloof tussen mannen en vrouwen helpen dichten. [Am. 17]

(20)  Bij de opstelling van het gecoördineerde pakket van actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen moeten de lidstaten de voorkeur geven aan maatregelen die in aanzienlijke mate zullen bijdragen tot de inzetbaarheid van de begunstigden. De lidstaten moeten ernaar streven dat zo spoedig mogelijk binnen de termijn van zes zeven maanden voor de datum waarop het eindverslag over de uitvoering van de financiële bijdrage moet worden ingediend, zoveel mogelijk alle begunstigden die aan deze maatregelen deelnemen in een hoogwaardig en duurzaam dienstverband op de arbeidsmarkt terugkeren. Bij de opstelling van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening moet, in voorkomend geval, rekening worden gehouden met de achterliggende oorzaken van de ontslagen en worden vooruitgelopen op de toekomstperspectieven van de arbeidsmarkt en de dan benodigde vaardigheden. Het gecoördineerde pakket moet aansluiten bij de overgang naar een klimaatvriendelijke en hulpbronnenefficiënte economie. [Am. 18]

(21)  Bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan kansarme begunstigden, onder wie mensen met een handicap, mensen met familieleden te hunnen laste, jongere en oudere werklozen, mensen met een laag opleidingsniveau, mensen met een migrantenachtergrond en mensen die risico lopen op armoede, aangezien die groepen specifieke problemen ondervinden om terug te keren naar de arbeidsmarkt. Desondanks moeten de beginselen van gendergelijkheid en non-discriminatie, die tot de kernwaarden van de Unie behoren en in de Europese pijler van sociale rechten zijn verankerd, bij de uitvoering van het EFG EFT in acht worden genomen en worden bevorderd. [Am. 19]

(21 bis)  Tussen maart 2007 en maart 2017 heeft de Commissie 148 aanvragen voor medefinanciering uit het EFG ontvangen uit 21 lidstaten, voor een totaalbedrag van bijna 600 miljoen EUR, om steun te verlenen aan 138 888 ontslagen werknemers en 2 944 personen die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen (NEET's). [Am. 20]

(22)  Met het oog op een doeltreffende en snelle ondersteuning van de begunstigden moeten de lidstaten alles in het werk stellen zo snel mogelijk om volledige aanvragen voor een financiële bijdrage uit het EFG EFT in te dienen en moeten de EU-instellingen al het mogelijke doen om een snelle beoordeling van de aanvragen te waarborgen. Indien de Commissie om aanvullende informatie verzoekt voor de beoordeling van een aanvraag, moet het verstrekken van aanvullende informatie worden beperkt in de tijd. [Am. 21]

(22 bis)  Om de uitvoering en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening te bevorderen moet er meer ruchtbaarheid worden gegeven aan het EFT en de mogelijkheden ervan, in het bijzonder op het niveau van de relevante instanties in de lidstaten. [Am. 22]

(22 ter)  De Commissie moet de toegang tot nationale en regionale autoriteiten vergemakkelijken door middel van een specifieke helpdesk die algemene informatie verstrekt en uitleg geeft over de procedures en over de manier waarop een aanvraag moet worden ingediend. Met het oog op statistieken en verdere analyse moet deze helpdesk standaardformulieren beschikbaar stellen. [Am. 23]

(23)  In het belang van de begunstigden en van de organen die bevoegd zijn voor de uitvoering van de maatregelen, moet de aanvragende lidstaat alle betrokkenen bij de aanvraagprocedure, op de hoogte houden van de behandeling van de aanvraag en gedurende het gehele uitvoeringsproces betrokken houden. [Am. 24]

(24)  Conform het beginsel van goed financieel beheer mogen kunnen de financiële bijdragen uit het EFG niet in de plaats komen van, maar moeten zij zo mogelijk eerder een aanvulling vormen op steunmaatregelen die voor de begunstigden in het kader van de fondsen van de Unie of in het kader van ander beleid of van andere programma's van de Unie beschikbaar zijn. Evenmin kan de financiële bijdrage van het EFT in de plaats komen van nationale maatregelen of maatregelen waarvoor de bedrijven die de werknemers ontslaan, verantwoordelijk zijn op grond van het nationaal recht en collectieve overeenkomsten. Zij moet daarentegen zorgen voor reële Europese meerwaarde. [Am. 25]

(25)  In het licht van het beginsel van gelijkheid moeten de lidstaten binnen hun gehele grondgebied, met inbegrip van plattelandsgebieden, zorgen voor effectieve toegang tot informatie over het EFT. De Commissie moet met name de verspreiding van bestaande goede praktijken bevorderen, de criteria voor steunverlening en de aanvraagprocedures van het EFT meer onder de aandacht brengen en meer inspanningen leveren om het Fonds bekend te maken bij de bevolking, in het bijzonder de beroepsbevolking. Er moeten bijzondere bepalingen worden opgenomen voor informatie- en communicatieactiviteiten betreffende EFG- EFT-dossiers en -resultaten. [Am. 26]

(26)  Ter bevordering van de uitvoering van deze verordening moeten de uitgaven voor financiering in aanmerking komen, hetzij met ingang van de datum waarop de lidstaat begint met de individuele dienstverlening, hetzij met ingang van de datum waarop een lidstaat de administratieve uitgaven voor de uitvoering van het EFG EFT op zich neemt.

(27)  Om te voorzien in de behoeften die zich met name de eerste maanden van ieder jaar voordoen, wanneer het bijzonder moeilijk is bedragen over te schrijven uit andere begrotingslijnen, moet tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure een toereikend bedrag aan betalingskredieten worden opgenomen onder de begrotingslijn van het EFG EFT.

(27 bis)  Om te voorzien in de behoeften die zich met name de eerste maanden van ieder jaar voordoen, wanneer er bijzonder weinig mogelijkheden zijn om bedragen over te schrijven uit andere begrotingslijnen, moet tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure een toereikend bedrag aan betalingskredieten worden opgenomen onder de begrotingslijn van het EFT. [Am. 27]

(28)  [Het begrotingskader van het EFG EFT wordt vastgesteld in het meerjarig financieel kader en het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van [tijdstip in de toekomst] betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(18) ("het Interinstitutioneel Akkoord")].

(29)  In het belang van de begunstigden moet de steun zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking worden gesteld. De lidstaten en de bij het EFG- EFT-besluitvormingsproces betrokken instellingen van de Unie moeten alles in het werk stellen om de voor de behandeling benodigde tijd te verminderen en de procedures te vereenvoudigen zodat de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG EFT probleemloos en snel kunnen worden vastgesteld. Daarom zal de begrotingsautoriteit in de toekomst besluiten over door de Commissie ingediende verzoeken om overschrijving, en zal een voorstel van de Commissie voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG niet langer nodig zijn. [Aparte stemming]

(30)  Wanneer een onderneming sluit, kunnen de ontslagen werknemers worden geholpen om sommige of alle activiteiten van hun voormalige werkgever over te nemen, en kan de lidstaat waar de onderneming is gevestigd, eventueel de middelen voorschieten die dringend noodzakelijk zijn om dit mogelijk te maken. [Am. 29]

(31)  Om politiek toezicht door het Europees Parlement en voortdurend toezicht door de Commissie op de met de EFG-EFT-steunverlening behaalde resultaten mogelijk te maken, moeten de lidstaten een eindverslag indienen over de uitvoering van het EFG EFT, dat moet voldoen aan vereisten voor helder toezicht en dat een follow-up van de begunstigden alsook een effectbeoordeling inzake gendergelijkheid moet bevatten. [Am. 30]

(32)  Overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad ("het Financieel Reglement")(19) of de opvolger daarvan moeten de lidstaten verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de financiële bijdrage en voor het beheer van en de controle op de door de financiering van de Unie ondersteunde acties. De lidstaten moeten verantwoorden hoe de uit het EFG EFT ontvangen financiële bijdrage is gebruikt. Aangezien de uitvoeringsperiode van de EFG EFT maatregelen kort is, moeten de verslagleggingsverplichtingen rekening houden met de bijzondere aard van de steunverlening door het EFG EFT.

(32 bis)  De lidstaten moeten doeltreffende communicatieactiviteiten ontplooien om financiële bijdragen van het EFT te promoten, erop te wijzen dat de financiering van de Unie afkomstig is en de zichtbaarheid van de maatregelen die de Unie in het kader van dit fonds heeft gefinancierd, te vergroten. [Am. 31]

(33)  De lidstaten moeten ook alle onregelmatigheden, met inbegrip van fraude door begunstigden, voorkomen, opsporen en doeltreffend aanpakken. Daarnaast kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013(20) en de Verordeningen (Euratom, EG) nr. 2988/95(21) en 2185/96(22) administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939(23) kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt(24). De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen zodat personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de Europese Rekenkamer (ERK) alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten de vastgestelde onregelmatigheden, waaronder fraude, aan de Commissie rapporteren en verslag uitbrengen over het gevolg dat eraan wordt gegeven alsook het gevolg dat wordt gegeven aan de onderzoeken van het OLAF.

(34)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[1], Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad[2], Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad[3] en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad[4] moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(35)  Op deze verordening zijn de door het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goedgekeurde horizontale financiële regels van toepassing. Deze regels zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor de vaststelling en uitvoering van de begroting door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en in de regels is voorzien in controle van de verantwoordelijkheid van de financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële voorwaarde is voor goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(36)  Uit hoofde van de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 voor beter wetgeven(25), is het nodig dit programma te evalueren op basis van de informatie die is verzameld via specifieke voorschriften voor monitoring, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van het programma op het terrein worden verzameld.

(37)  Dit programma weerspiegelt het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, en zal ertoe bijdragen dat klimaatactie in alle beleidsdomeinen van de Unie wordt geïntegreerd en dat , dat gedurende de MFK-periode 2021-2027 het algemene streefdoel van 25 % van de EU-begrotingsuitgaven voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen wordt bereikt, en dat zo spoedig mogelijk, en uiterlijk in 2027, een jaarlijks streefcijfer van 30 % wordt gehaald. Relevante acties zullen in kaart worden gebracht tijdens de voorbereiding en uitvoering van het Fonds, en opnieuw worden beoordeeld in het kader van de evaluatie ervan. [Am. 32]

(38)  Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(39)  Rekening houdend met het feit dat de beroepsbevolking gezien de digitale transformatie van de economie over een bepaald niveau van digitale vaardigheden moet beschikken, moet de verspreiding van vaardigheden die vereist zijn in het digitale tijdperk een verplicht horizontaal onderdeel vormen van de aangeboden gecoördineerde pakketten van individuele diensten en moet het doel om de deelname van vrouwen in de STEM-beroepen te vergroten daarvan deel uitmaken, [Am. 33]

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening wordt het Europees Fonds voor transitie (EFG EFT) opgericht.

In deze verordening worden de doelstellingen van het EFG EFT, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels en criteria voor de verstrekking van die financiering vastgelegd, met inbegrip van de aanvragen van de lidstaten voor financiële bijdragen uit het EFG EFT voor maatregelen die gericht zijn op de in artikel 7 bedoelde begunstigden. [Am. 34]

Artikel 2

Taken

Het EFG draagt bij tot een betere verdeling van de voordelen van Het EFT heeft ten doel de sociaaleconomische veranderingen te ondersteunen die voortvloeien uit de globalisering en de technologische vooruitgang door ontslagen werknemers te helpen aan te passen aan structurele veranderingen en milieugerelateerde veranderingen, door alternatieve en duurzame werkgelegenheid te bevorderen en zodoende ontslagen werknemers de helpende hand te bieden. Het EFT is een noodfonds dat reactief opereert en bijdraagt aan een rechtvaardige overgang. Als zodanig draagt het EFG EFT bij tot de uitvoering van de in de Europese pijler van sociale rechten bepaalde beginselen en verbetert het de economische samenhang tussen de regio's en de lidstaten. [Am. 35]

Artikel 3

Doelstellingen

1.  De algemene doelstelling van het programma is om, met het oog op hun herintegratie op de arbeidsmarkt, solidariteit te betonen met en financiële steun te verlenen aan ontslagen werknemers, ongeacht de aard en duur van hun arbeidsverhouding, en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van onverwachte grote herstructureringen, zoals bedoeld in artikel 5, leden 1 tot en met 3. [Am. 36]

2.  De specifieke doelstelling van het EFG is steun te verlenen EFT is om werknemers te steunen en bij te staan bij hun herintegratie op de arbeidsmarkt in het geval van onverwachte grote herstructureringen, met name wanneer die zijn veroorzaakt door uitdagingen die verband houden met de globalisering, zoals veranderingen in de wereldhandelspatronen, handelsgeschillen, financiële of economische crises, de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, de overgang naar een koolstofarme economie of als gevolg van de digitalisering, of automatisering en technologische veranderingen. Bijzondere nadruk wordt zowel gelegd op maatregelen die de meest kansarme groepen helpen als op de bevordering van gendergelijkheid. [Ams. 37 en 98 ]

Artikel 4

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder

a)  "ontslagen werknemer": een werknemer wiens arbeidsovereenkomst, ongeacht de aard en duur van zijn arbeidsverhouding, voortijdig is beëindigd door gedwongen ontslag, of wiens arbeidsovereenkomst om economische redenen niet is verlengd; [Am. 38]

b)  "zelfstandige": een persoon die niet meer dan tien werknemers in dienst had;

c)  "begunstigde": een persoon die deelneemt aan de door het EFG EFT medegefinancierde maatregelen;

d)  "onregelmatigheid": elke inbreuk op het toepasselijke recht als gevolg van een handeling of nalatigheid van een bij de uitvoering van het EFG EFT betrokken economisch subject waarbij de begroting van de Unie door een onverschuldigde uitgave wordt of zou kunnen worden benadeeld.

Artikel 5

Criteria voor steunverlening

1.  De lidstaten kunnen financiële steun uit het EFG EFT aanvragen voor maatregelen die gericht zijn op ontslagen werknemers en zelfstandigen, in overeenstemming met de in dit artikel vastgelegde bepalingen.

2.  Een financiële bijdrage uit het EFG EFT wordt toegekend bij grote herstructureringen die tot gevolg hebben:

a)  de beëindiging van de werkzaamheden van meer dan 250 ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen binnen een referentieperiode van vier zes maanden in een onderneming in een lidstaat, ook wanneer die beëindiging van toepassing is bij leveranciers of downstreamproducenten; [Am. 39]

b)  de beëindiging van de werkzaamheden van meer dan 250 ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen binnen een referentieperiode van zes negen maanden, met name in kmo's, die alle actief zijn in dezelfde NACE Rev. 2-afdeling en gelegen zijn in een NUTS 2-regio of twee aan elkaar grenzende NUTS 2‑regio's of in meer dan twee aan elkaar grenzende NUTS 2-regio's, mits meer dan 250  ten minste 200 werknemers of zelfstandigen zijn getroffen in twee van de regio's tezamen; [Am. 40]

c)  de beëindiging van de werkzaamheden van meer dan 250 ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen binnen een referentieperiode van vier negen maanden, met name in kmo's, die actief zijn in dezelfde of verschillende NACE Rev. 2-afdelingen en gelegen zijn in dezelfde NUTS 2-regio. [Am. 41]

3.  Op kleine arbeidsmarkten of in uitzonderlijke omstandigheden, met name ten aanzien met inbegrip van aanvragen door kmo's, die door de aanvragende lidstaat naar behoren worden onderbouwd, kan een aanvraag voor een financiële bijdrage op grond van dit artikel, zelfs als niet volledig voldaan wordt aan de criteria van lid 1, onder a), b) of c), als ontvankelijk worden aangemerkt, wanneer de gedwongen ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid werkgelegenheidsniveaus en de lokale, regionale of regionale nationale economie. De aanvragende lidstaat vermeldt aan welke van de criteria voor steunverlening van lid 1, onder a), b) of c), niet volledig wordt voldaan. Het totaalbedrag van de aanvragen voor uitzonderlijke omstandigheden mag niet meer bedragen dan 15 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG EFT. [Am. 42]

4.  Het EFG EFT kan niet worden ingezet wanneer werknemers worden ontslagen als gevolg van bezuinigingen van een lidstaat op de begroting waardoor sectoren worden getroffen die in eerste instantie afhankelijk zijn van overheidsfinanciering. [Am. 43]

Artikel 6

Berekening van de ontslagen en beëindigingen van werkzaamheden

1.  De aanvragende lidstaat specificeert de methode die gebruikt wordt om het in artikel 4 vermelde aantal ontslagen werknemers en zelfstandigen te berekenen voor de toepassing van artikel 5, leden 1 tot en met 3. [Am. 44]

2.  De aanvragende lidstaat berekent het in lid 1 bedoelde aantal door uit te gaan van een van de volgende data:

a)  de datum waarop de werkgever overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 98/59/EG van de Raad(26) de bevoegde overheidsinstantie schriftelijk kennisgeeft van het voorgenomen collectief ontslag;

b)  de datum van de individuele kennisgeving door de werkgever dat de arbeidsovereenkomst van de betrokken werknemer tijdelijk of definitief beëindigd wordt;

c)  de datum van de feitelijke beëindiging of de afloop van de arbeidsovereenkomst;

d)  de beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de inlenende onderneming; of

e)  voor een zelfstandige, de datum van beëindiging van de werkzaamheden zoals bepaald in overeenstemming met de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

In de onder a) bedoelde gevallen verstrekt de aanvragende lidstaat de Commissie aanvullende informatie over het werkelijke aantal gedwongen ontslagen overeenkomstig artikel 5, lid 1, van deze verordening, voordat de evaluatie door de Commissie wordt afgerond.

Artikel 7

In aanmerking komende begunstigden

De aanvragende lidstaat kan een door het EFG EFT medegefinancierd gecoördineerd pakket van individuele diensten in overeenstemming met artikel 8 aanbieden aan in aanmerking komende begunstigden, onder wie:

a)  ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd, berekend overeenkomstig artikel 6, binnen de in artikel 5, leden 1 tot en met 3 bedoelde referentieperioden; [Am. 45]

b)  ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd, berekend overeenkomstig artikel 6, buiten de in artikel 5 bedoelde referentieperioden, namelijk zes maanden voor het begin van de referentieperiode of tussen het einde van de referentieperiode en de laatste dag vóór de datum van de voltooiing van de beoordeling door de Commissie.

De in de eerste alinea, onder b), bedoelde werknemers en zelfstandigen worden geacht in aanmerking te komen, op voorwaarde dat een duidelijk oorzakelijk verband kan worden gelegd met de gebeurtenis die aanleiding gaf tot de gedwongen ontslagen in de referentieperiode.

In afwijking van artikel 5 mogen de aanvragende lidstaten door het EFT medegefinancierde individuele diensten aanbieden aan een aantal NEET's (personen die geen werk hebben en evenmin onderwijs of een opleiding volgen), die op de datum van de indiening van de aanvraag jonger dan 25 jaar of (indien lidstaten daartoe besluiten) jonger dan 30 jaar zijn. Dit aantal mag niet hoger zijn dan het aantal beoogde begunstigden en er wordt prioriteit gegeven aan personen die gedwongen zijn ontslagen of hun werkzaamheden hebben beëindigd, op voorwaarde dat ten minste enkele van de gedwongen ontslagen in regio's van NUTS 2-niveau zijn gevallen. [Am. 46]

Artikel 8

Subsidiabele maatregelen

1.  Een financiële bijdrage uit het EFG EFT kan worden bestemd voor actieve arbeidsmarktmaatregelen in het kader van een gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening, om waarbij vakbondsorganisaties en/of werknemersvertegenwoordiger zijn betrokken, teneinde de beoogde begunstigden, en in het bijzonder de meest kansarme ontslagen werknemers, weer aan een hoogwaardige en duurzame dienstbetrekking of aan hoogwaardige en duurzame zelfstandige arbeid te helpen. [Am. 47]

De verspreiding van vaardigheden die vereist zijn in het digitale industriële tijdperk in een hulpbronnenefficiënte economie moet een verplicht horizontaal onderdeel vormen van de gecoördineerde pakketten van individuele opleiding en/of diensten die worden aangeboden. Het opleidingsniveau moet worden aangepast aan de kwalificaties, vaardigheden en specifieke behoeften van de betrokken begunstigde. [Am. 48]

Het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening kan met name het volgende omvatten:

a)  opleiding en omscholing op maat, onder meer op het gebied van informatie-en communicatietechnologie en andere vaardigheden die vereist zijn in het digitale tijdperk, certificering van opgedane ervaring, individuele hulp bij het zoeken van een baan, loopbaanbegeleiding, adviesverlening, begeleiding door een mentor, outplacementbegeleiding, bevordering van ondernemerschap, steun bij het uitoefenen van een zelfstandige activiteit, het opzetten van een eigen bedrijf en een overname door werknemers, en samenwerkingsactiviteiten; [Am. 49]

b)  speciale tijdelijke maatregelen, zoals sollicitatietoelagen, premies bij indiensttreding voor werkgevers, mobiliteitstoelagen mobiliteitstoelagen, toelagen voor kinderopvang, opleidings- of dagvergoedingen, waaronder toelagen voor verzorgers, en premies bij indiensttreding voor werkgevers, waaronder premies om ontslagen werknemers flexibele arbeidsregelingen aan te bieden. [Am. 50]

De kosten van de onder b) bedoelde maatregelen mogen bedragen niet meer bedragen dan 35 % van de totale kosten voor het gecoördineerde pakket van de in dit lid vermelde individuele dienstverlening. [Am. 51]

De investeringskosten voor wie zich als zelfstandige vestigt of een eigen bedrijf of coöperatie opricht of voor overnames door werknemers mogen bedragen niet meer dan 20 000 25 000 EUR per ontslagen werknemer bedragen. [Am. 52]

Bij het samenstellen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening wordt rekening gehouden met de toekomstperspectieven op de arbeidsmarkt en de vereiste vaardigheden. Het gecoördineerde pakket is verenigbaar met de overgang naar een hulpbronnenefficiënte en duurzame economie en in het pakket ligt de nadruk op de verspreiding van vaardigheden die in het digitale industriële tijdperk vereist zijn en wordt rekening gehouden met de vraag op de lokale arbeidsmarkt, evenals met de mogelijkheid van herintegratie van werknemers in de beroepssector van hun voormalige dienstverband, waar een grote herstructurering voor vraag naar nieuwe of aanvullende vaardigheden heeft gezorgd, en waar bestaande vaardigheden het efficiëntst kunnen worden ingezet. [Am. 53]

2.  De volgende maatregelen komen niet in aanmerking voor een financiële bijdrage uit het EFG EFT:

a)  speciale tijdelijke maatregelen als bedoeld in lid 1, onder b), waaraan niet de voorwaarde verbonden is dat de beoogde begunstigden actief deelnemen aan activiteiten op het gebied van het zoeken naar werk of opleiding;

b)  maatregelen waarvoor ondernemingen krachtens het nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten verantwoordelijk zijn;

b bis)  maatregelen om met name kansarme werknemers, mensen met een verhoogd risico op armoede of oudere werknemers te stimuleren om te blijven werken dan wel zich weer aan te bieden op de arbeidsmarkt; [Am. 54]

b ter)  maatregelen waarvoor lidstaten verantwoordelijk zijn krachtens het nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten. [Am. 55]

De door het EFG EFT ondersteunde maatregelen treden niet onder geen beding in de plaats van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming. [Am. 56]

3.  Het gecoördineerde pakket van dienstverlening wordt uitgewerkt in overleg met de beoogde begunstigden of hun vertegenwoordigers, en/of met de sociale partners. [Am. 57]

4.  Op initiatief van de aanvragende lidstaat kan een financiële bijdrage uit het EFG EFT beschikbaar worden gesteld voor de activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage.

Artikel 9

Aanvragen

1.  De aanvragende lidstaat dient binnen een periode van twaalf weken na de datum waarop is voldaan aan de criteria in artikel 5, lid 2 of 3, een aanvraag in bij de Commissie.

2.  Binnen tien werkdagen na de datum van indiening van de aanvraag of, in voorkomend geval, na de datum waarop de Commissie de vertaling van de aanvraag heeft ontvangen, naargelang van welke datum het laatst valt, deelt bevestigt de Commissie de ontvangst van de aanvraag en deelt zij de lidstaat eventueel mee welke aanvullende gegevens zij nodig heeft om de aanvraag te kunnen beoordelen. [Am. 58]

3.  Indien de lidstaat hierom verzoekt, verleent de Commissie reeds vroeg in de procedure technische bijstand. Indien de Commissie om aanvullende gegevens verzoekt, antwoordt de lidstaat binnen tien werkdagen na de datum van het verzoek. Op het naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat verlengt de Commissie die termijn met tien werkdagen. [Am. 59]

4.  Aan de hand van de door de lidstaat verstrekte gegevens beoordeelt de Commissie binnen zestig veertig werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag of, indien van toepassing, de vertaling daarvan, definitief of de aanvraag aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage voldoet. Indien de Commissie bij uitzondering niet aan deze deadline kan voldoen, licht zij schriftelijk toe om welke reden mag deze met twintig werkdagen worden verlengd, op voorwaarde dat zij de betrokken lidstaat voorafgaand een schriftelijke toelichting van de reden van haar vertraging toezendt. [Am. 60]

5.  Een aanvraag moet de volgende gegevens bevatten:

a)  een beoordeling van het aantal gedwongen ontslagen overeenkomstig artikel 6, met inbegrip van de berekeningsmethode;

b)  indien de onderneming waar de gedwongen ontslagen zijn gevallen, haar activiteiten na die ontslagen heeft voortgezet, de bevestiging dat zij aan al haar wettelijke verplichtingen ten aanzien van de gedwongen ontslagen heeft voldaan en dienovereenkomstig voorzieningen heeft getroffen voor haar werknemers; [Am. 61]

b bis)   een duidelijke indicatie van de activiteiten die reeds door de lidstaten zijn ondernomen om ontslagen werknemers bij te staan, en van de complementaire aard van de aangevraagde financiering uit het EFT wanneer het nationale of regionale autoriteiten aan middelen ontbreekt; [Am. 62]

b ter)   een overzicht van de financiering van de Unie die de onderneming waar de ontslagen zijn gevallen, reeds heeft ontvangen in de vijf jaren voorafgaand aan de collectieve ontslagen; [Am. 63]

c)  een korte beschrijving van de gebeurtenissen die tot het ontslag van de werknemers hebben geleid;

d)  indien van toepassing, gegevens van de ondernemingen, leveranciers of downstreamproducenten en sectoren waar de gedwongen ontslagen zijn gevallen, en categorieën beoogde begunstigden, uitgesplitst naar gender, leeftijdscategorie en onderwijsniveau;

e)  het verwachte effect van de gedwongen ontslagen op de lokale, regionale, nationale of nationale , in voorkomend geval, grensoverschrijdende economie en de werkgelegenheid; [Am. 64]

f)  een gedetailleerde beschrijving van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening en de daarmee verband houdende uitgaven, waaronder met name maatregelen ter ondersteuning van werkgelegenheidsinitiatieven voor kansarme, laaggeschoolde, oudere en jongere begunstigden en begunstigden uit achtergestelde gebieden; [Am. 65]

g)  een toelichting van de mate waarin de aanbevelingen van het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering in aanmerking zijn genomen en over de complementariteit van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening met door andere nationale fondsen of fondsen van de Unie gefinancierde acties, met inbegrip van informatie over maatregelen die voor de betrokken ondernemingen waar de ontslagen zijn gevallen krachtens het nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten verplicht zijn;

h)  de geraamde begroting voor de afzonderlijke onderdelen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening ter ondersteuning van de beoogde begunstigden, en voor elke vorm van activiteiten inzake voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage;

i)  indicatieve, door de lidstaat bepaalde dossierspecifieke doelstellingen met betrekking tot het herintredingspercentage van begunstigden zes maanden na het einde van de uitvoeringsperiode, met het oog op evaluatie;

j)  de data waarop met de individuele dienstverlening aan de beoogde begunstigden en de activiteiten tot uitvoering van het EFG EFT, zoals vermeld in artikel 8, is begonnen of waarop verwacht wordt daarmee te beginnen;

k)  de procedures aan de hand waarvan de beoogde begunstigden of hun vertegenwoordigers, of de sociale partners alsmede lokale en regionale overheden of andere belanghebbenden zijn geraadpleegd, voor zover van toepassing;

l)  een verklaring dat de aangevraagde EFG EFT-steun in overeenstemming is met de procedurele en materiële voorschriften van de Unie inzake staatssteun, alsook een verklaring waarin wordt aangegeven waarom het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening niet in de plaats komt van maatregelen waarvoor bedrijven krachtens het nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten verantwoordelijk zijn;

m)  de bronnen van nationale voorfinanciering of medefinanciering en andere medefinanciering, indien van toepassing;

m bis)   een verklaring dat de voorgestelde maatregelen complementair zijn met de door de structuurfondsen gefinancierde maatregelen en dat dubbele financiering zal worden voorkomen. [Am. 66]

Artikel 10

Complementariteit, naleving en coördinatie

1.  Een financiële bijdrage uit het EFG EFT is geen vervanging van de maatregelen die bedrijven krachtens het nationale recht of collectieve arbeidsovereenkomsten moeten nemen.

2.  De ondersteuning van de beoogde begunstigden vormt een aanvulling op de nationale, regionale, lokale en lokale , in voorkomend geval, grensoverschrijdende maatregelen van de lidstaten, met inbegrip van maatregelen die worden medegefinancierd uit fondsen en programma's van de Unie, in overeenstemming met de aanbevelingen van het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering. [Am. 67]

3.  De financiële bijdrage uit het EFG EFT blijft beperkt tot hetgeen noodzakelijk is om aan de beoogde begunstigden solidariteit te betonen met en tijdelijke, eenmalige steun te verlenen aan de beoogde begunstigden. De door het EFG EFT ondersteunde maatregelen zijn in overeenstemming met het recht van de Unie en dat van de lidstaten, met inbegrip van de voorschriften inzake staatssteun. [Am. 68]

4.  Overeenkomstig hun respectieve verantwoordelijkheden dragen de Commissie en de aanvragende lidstaat zorg voor de coördinatie van de steun uit de fondsen en programma's van de Unie. [Am. 69]

5.  De aanvragende lidstaat garandeert dat voor de specifieke maatregelen waarvoor uit het EFG EFT een financiële bijdrage wordt ontvangen, geen steun uit andere financieringsinstrumenten van de Unie ter beschikking wordt gesteld.

Artikel 11

Gelijkheid van mannen en vrouwen en non-discriminatie

De Commissie en de lidstaten garanderen dat de gelijkheid van mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief een wezenlijk deel uitmaken van en bevorderd worden in de verschillende alle passende stadia van de uitvoering van de financiële bijdrage uit het EFG EFT. [Am. 70]

De Commissie en de lidstaten nemen alle nodige maatregelen ter voorkoming van elke discriminatie op grond van gender, genderidentiteit, ras, etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid bij de toegang tot het EFG EFT en in de verschillende stadia van de uitvoering van de financiële bijdrage.

Artikel 12

Technische bijstand op initiatief van de Commissie

1.  Op initiatief van de Commissie kan maximaal 0,5 % van het jaarlijkse maximumbedrag van het EFG EFT worden gebruikt voor ter financiering van technische en administratieve bijstand voor de uitvoering ervan, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, gegevensverzameling, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen, communicatiemaatregelen en maatregelen die de zichtbaarheid van het EFG EFT vergroten, alsook andere maatregelen voor administratieve en technische bijstand. De synergieën met bestaande systemen voor de monitoring van structurele verandering, zoals de ERM, worden versterkt. Dergelijke maatregelen kunnen betrekking hebben op toekomstige en eerdere programmeringsperioden. [Am. 71]

2.  Met inachtneming van het in lid 1 genoemde maximumbedrag dient de Commissie een verzoek in tot overschrijving van kredieten voor technische bijstand naar de desbetreffende begrotingsonderdelen, in overeenstemming met artikel 31 van het Financieel Reglement.

3.  De Commissie voert de technische bijstand uit op eigen initiatief onder direct of indirect beheer in overeenstemming met [artikel 62, lid 1, onder a) en c),] van het Financieel Reglement.

Wanneer de Commissie de technische bijstand onder indirect beheer uitvoert, waarborgt zij de transparantie van de procedure voor aanwijzing van de derde die de haar opgelegde taak uitvoert en deelt zij alle bij het EFT betrokken partijen, met inbegrip van het Europees Parlement, mee welke onderaannemer hiervoor is gekozen. [Am. 72]

4.  De technische bijstand van de Commissie omvat het verstrekken van informatie en richtsnoeren aan de lidstaten voor het gebruik van, het toezicht op en de evaluatie van het EFG EFT, met inbegrip van de oprichting van een helpdesk. De Commissie verstrekt ook informatie over en duidelijke richtsnoeren voor het gebruik van het EFG EFT aan de Europese en nationale sociale partners. De richtsnoeren kunnen ook betrekking hebben op de oprichting van taskforces in gevallen van ernstige economische ontwrichtingen in een lidstaat. [Am. 73]

Artikel 13

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De lidstaten erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie door aan meerdere doelgroepen samenhangende, doeltreffende en doelgerichte informatie te verstrekken, waaronder doelgerichte informatie aan de beoogde begunstigden, de lokale en regionale autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek. De lidstaten zorgen ervoor dat de Europese meerwaarde van de financiering wordt benadrukt, en ondersteunen de Commissie bij haar inspanningen op het gebied van gegevensverzameling teneinde de begrotingstransparantie te vergroten. [Am. 74]

De lidstaten gebruiken het EU-embleem in overeenstemming met [bijlage VIII bij de verordening gemeenschappelijke bepalingen] in combinatie met een financieringsverklaring ("gefinancierd/medegefinancierd door de Europese Unie").

2.  De Commissie verzorgt een online aanwezigheid met informatie in alle officiële talen van de instellingen van de Unie die zij regelmatig bijwerkt, voor het verstrekken van geactualiseerde informatie over het EFG EFT, richtsnoeren voor de indiening van aanvragen en voor subsidiabele acties, een regelmatig bijgewerkte lijst met contactpersonen in de lidstaten en informatie over ingewilligde en afgewezen aanvragen en over de rol van het Europees Parlement en de Raad in de begrotingsprocedure. [Am. 75]

3.  De Commissie bevordert de verspreiding van bestaande goede communicatiepraktijken, voert aan de hand van ervaringen informatie- en communicatieactiviteiten uit betreffende EFG EFT-dossiers en -resultaten met als doel de zichtbaarheid van het EFT te vergroten, informatie te verstrekken over de criteria voor steunverlening en over de aanvraagprocedures met betrekking tot het EFT, de effectiviteit van het EFG Fonds te verbeteren en ervoor te zorgen dat burgers en werknemers in de Unie, met inbegrip van burgers en werknemers in plattelandsgebieden, die beperkt toegang hebben tot informatie, op de hoogte zijn van het bestaan van het EFG EFT. [Am. 76]

De lidstaten zorgen ervoor dat alle materiaal voor communicatie en zichtbaarheid beschikbaar wordt gesteld op verzoek van de instellingen, organen of agentschappen van de Unie en dat aan de Unie een kosteloze, niet-exclusieve en onherroepelijke licentie wordt toegekend voor het gebruik van dergelijk materiaal en eventuele reeds bestaande daaraan verbonden rechten. Via de licentie worden aan de Unie de volgende rechten toegekend:

–  intern gebruik, d.w.z. het recht om het materiaal voor communicatie en zichtbaarheid te reproduceren, te kopiëren en beschikbaar te stellen aan de instellingen en agentschappen van de EU en van de EU-lidstaten en hun personeel;

–  reproductie van het materiaal voor communicatie en zichtbaarheid, geheel of gedeeltelijk, met welk middel en in welke vorm dan ook;

–  communicatie van het materiaal voor communicatie en zichtbaarheid aan het publiek met gebruikmaking van alle mogelijke communicatiemiddelen;

–  verspreiding van het materiaal voor communicatie en zichtbaarheid (of kopieën daarvan) in alle mogelijke vormen onder het publiek;

–  opslag en archivering van het materiaal voor communicatie en zichtbaarheid;

–  recht om sublicenties voor het materiaal voor communicatie en zichtbaarheid te verlenen aan derden.

Aan de Unie kunnen aanvullende rechten worden toegekend.

4.  De uit hoofde van deze verordening voor communicatie toegewezen middelen dragen ook bij tot de institutionele communicatie van de beleidsprioriteiten van de Unie, mits deze verband houden met de in artikel 3 vermelde algemene doelstelling.

Artikel 14

Bepaling van de financiële bijdrage

1.  Op basis van de overeenkomstig artikel 9 uitgevoerde beoordeling voert de Commissie, aan de hand van met name het aantal beoogde begunstigden, de voorgestelde maatregelen en de geraamde kosten, een evaluatie uit en doet zo snel mogelijk binnen de in artikel 9, lid 4, vastgestelde termijn een voorstel inzake de hoogte van de eventuele financiële bijdrage uit het EFG EFT die kan worden verstrekt binnen de grenzen van de beschikbare middelen. [Am. 77]

2.  Het medefinancieringspercentage van het EFG EFT voor de aangeboden maatregelen wordt afgestemd op het hoogste medefinancieringspercentage van het ESF+ in de respectieve lidstaat.

3.  Als de Commissie op basis van de overeenkomstig artikel 9 uitgevoerde beoordeling van mening is dat aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage op grond van deze verordening wordt voldaan, zet zij onmiddellijk de in artikel 16 bedoelde procedure in gang en stelt zij de aanvragende lidstaat hiervan in kennis. [Am. 78]

4.  Als de Commissie op grond van de in artikel 9 uitgevoerde beoordeling van mening is dat niet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit hoofde van deze verordening wordt voldaan, stelt zij de aanvragende lidstaat daarvan en alle andere betrokken partijen, met inbegrip van het Europees Parlement, onmiddellijk daarvan in kennis. [Am. 79]

Artikel 15

Subsidiabiliteitsperiode

1.  Uitgaven komen in aanmerking voor een financiële bijdrage uit het EFG EFT vanaf de in de aanvraag op grond van artikel 9, lid 5, onder j), bedoelde data waarop de betrokken lidstaat aanvangt of verwacht wordt aan te vangen met individuele dienstverlening aan de beoogde begunstigden of betalingsverplichtingen op zich neemt voor de administratieve uitgaven betreffende de uitvoering van het EFG EFT overeenkomstig artikel 8, leden 1 en 4.

2.  De lidstaat voert de in artikel 8 bedoelde subsidiabele maatregelen zo spoedig mogelijk uit. In ieder geval moeten de maatregelen uiterlijk 6 maanden na de datum van inwerkingtreding van het besluit inzake de financiële bijdrage ten uitvoer worden gelegd en uiterlijk 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het besluit betreffende de financiële bijdrage uit worden volbracht. [Am. 80]

3.  De uitvoeringsperiode is de periode vanaf de in de aanvraag op grond van artikel 9, lid 5, onder j), bedoelde data waarop de betrokken lidstaat aanvangt met de individuele dienstverlening aan de beoogde begunstigden en met de in artikel 8 bedoelde activiteiten tot uitvoering van het EFG EFT, en eindigt 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het besluit betreffende de financiële bijdrage.

4.  Wanneer een begunstigde een onderwijs- of opleidingscursus volgt die twee jaar of langer duurt, komen de uitgaven voor een dergelijke cursus in aanmerking voor medefinanciering door het EFG EFT tot de datum waarop het in artikel 20, lid 1, bedoelde eindverslag moet worden ingediend, mits de desbetreffende uitgaven zijn gedaan vóór die datum.

5.  Uitgaven uit hoofde van artikel 8, lid 4, zijn subsidiabel tot de uiterste termijn voor de indiening van het eindverslag overeenkomstig artikel 20, lid 1.

Artikel 16

Begrotingsprocedure en uitvoering van de begroting

1.  Als de Commissie heeft geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor de toekenning van een financiële bijdrage uit het EFG EFT is voldaan, dient zij een verzoek in tot overschrijving naar de desbetreffende begrotingsonderdelen overeenkomstig artikel 31 van het Financieel Reglement voorstel in tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFT. Het besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFT wordt gezamenlijk genomen door het Europees Parlement en de Raad, binnen een maand nadat het voorstel bij hen is ingediend. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en het Europees Parlement met een meerderheid van de stemmen van zijn leden en van drie vijfde van het aantal uitgebrachte stemmen.

Tegelijk met haar voorstel voor een besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFT dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in tot overschrijving naar de betrokken begrotingsonderdelen. Indien er geen eensgezindheid bestaat, wordt een trialoogprocedure ingeleid.

De overschrijvingen die betrekking hebben op het EFT worden verricht overeenkomstig artikel 31 van het Financieel Reglement. [Am. 81]

2.  Het verzoek tot overschrijving moet vergezeld gaan van een samenvatting van het onderzoek van de subsidiabiliteit van de aanvraag. [Am. 82]

3.  De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een besluit betreffende een financiële bijdrage vast, dat in werking treedt op de datum waarop het Europees Parlement en de Raad de Commissie in kennis stellen van de goedkeuring van de begrotingsoverschrijving. Dit besluit vormt een financieringsbesluit in de zin van artikel 110 van het Financieel Reglement het besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFT vaststellen. [Am. 83]

3 bis.  Een voorstel voor een besluit tot beschikbaarstelling van middelen uit het EFT krachtens lid 1 omvat onder meer:

a)  de overeenkomstig artikel 9, lid 4, uitgevoerde beoordeling en een samenvatting van de gegevens waarop die beoordeling is gebaseerd;

b)  bewijs dat aan de criteria van de artikelen 5 en 10 is voldaan; en

c)  een onderbouwing van de voorgestelde bedragen. [Am. 84]

Artikel 16 bis

Uitzonderlijke gevallen

In uitzonderlijke gevallen en indien de resterende beschikbare financiële middelen van het Fonds in het jaar waarin de ingrijpende herstructurering zich voordoet, niet toereikend zijn voor de hulp die de begrotingsautoriteit nodig acht, mag de Commissie met het voorstel komen om het verschil uit het Fonds van het volgende jaar te financieren. Het begrotingsplafond van het Fonds dat is vastgesteld voor het jaar waarin de ingrijpende herstructurering zich voordoet en voor het volgende jaar, mag in geen geval overschreden worden. [Am. 85]

Artikel 17

Betaling en gebruik van de financiële bijdrage

1.  Na de inwerkingtreding van een besluit betreffende een financiële bijdrage overeenkomstig artikel 16, lid 3, betaalt de Commissie de financiële bijdrage, in een enkele voorfinancieringsbetaling van 100 %, in principe binnen 15 werkdagen aan de betrokken lidstaat uit. De voorfinanciering wordt vereffend wanneer de lidstaat de gecertificeerde uitgavenstaat indient overeenkomstig artikel 20, lid 1. Het ongebruikte bedrag wordt aan de Commissie terugbetaald.

2.  De in lid 1 bedoelde financiële bijdrage valt onder het gedeeld beheer overeenkomstig artikel 63 van het Financieel Reglement.

3.  De gedetailleerde technische financieringsvoorwaarden worden door de Commissie bepaald in het in artikel 16, lid 3, bedoelde besluit betreffende een financiële bijdrage.

4.  Bij de uitvoering van de maatregelen van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening kan de betrokken lidstaat bij de Commissie een voorstel indienen om de opgenomen acties te wijzigen door andere, in artikel 8, lid 1, onder a) en b), vermelde subsidiabele maatregelen toe te voegen, mits die wijzigingen naar behoren gemotiveerd zijn en in totaal niet meer bedragen dan de in artikel 16, lid 3, bedoelde financiële bijdrage. De Commissie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen; indien zij ermee akkoord gaat, wijzigt zij het besluit betreffende een financiële bijdrage dienovereenkomstig.

5.  De betrokken lidstaat heeft het recht bedragen te herverdelen tussen de begrotingsonderdelen van het op grond van artikel 16, lid 3, vastgestelde besluit betreffende een financiële bijdrage. Indien de herverdeling een verhoging met meer dan 20 % inhoudt voor een of meer van de vermelde onderdelen, stelt de lidstaat de Commissie vooraf in kennis.

Artikel 18

Gebruik van de euro

De in de aanvragen, besluiten betreffende financiële bijdragen en verslagen in verband met deze verordening genoemde bedragen worden in euro's uitgedrukt.

Artikel 19

Indicatoren

1.  Indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 3 vermelde doelstellingen zijn vastgesteld in de bijlage.

2.  Het prestatieverslagleggingssysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige verslagleggingsvereisten opgelegd aan de lidstaten.

3.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de indicatoren in de bijlage te wijzigen, als zulks noodzakelijk wordt geacht om het gebruik van het Fonds doeltreffend te kunnen beoordelen.

Artikel 19 bis

Model voor de enquête onder begunstigden

De enquête onder begunstigden, waarnaar wordt verwezen in artikel 20, lid 1, onder d), moet gebaseerd zijn op het model dat door middel van een uitvoeringshandeling door de Commissie wordt vastgesteld. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit artikel te waarborgen, stelt de Commissie deze uitvoeringshandeling vast volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. [Am. 86]

Artikel 20

Eindverslag en afsluiting

1.  Uiterlijk aan het einde van de zevende maand na afloop van de in artikel 15, lid 3, bedoelde termijn, dient de betrokken lidstaat bij de Commissie een eindverslag in over de uitvoering van de financiële bijdrage, met onder andere informatie over:

a)  het soort maatregelen en de belangrijkste verkregen resultaten, met toelichting van de uitdagingen, de opgedane ervaring, de synergieën en de complementariteit met andere EU-fondsen, in het bijzonder ESF+, en met vermelding van eventuele complementariteit met maatregelen die door andere nationale of Unieprogramma's worden gefinancierd in overeenstemming met het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering; [Am. 87]

b)  de namen van de organen die het maatregelenpakket in de lidstaten verzorgen;

c)  de in artikel 19 bedoelde indicatoren;

d)  de resultaten van een enquête onder begunstigden die binnen zes maanden na het einde van de uitvoeringsperiode wordt gehouden en die informatie bevat over de waargenomen verandering in de inzetbaarheid van de begunstigden, of, voor degenen die al werk hebben gevonden, meer informatie bevat over de kwaliteit en de aard van het gevonden werk, zoals de wijzigingen op het vlak van arbeidstijden, de mate van verantwoordelijkheid of de wijziging van het salarisniveau in vergelijking met het vorige werk, en de sector waarin de betrokkene werk heeft gevonden, met uitsplitsing per gender, leeftijdsgroep en onderwijsniveau; [Am. 88]

e)  het feit of de onderneming waar de ontslagen vallen, met uitzondering van start‑ups, micro-ondernemingen en kmo's, de afgelopen vijf jaar staatssteun heeft ontvangen of eerdere financiering uit het Cohesiefonds of de structuurfondsen van de Unie; [Am. 89]

f)  een verklaring waarin de uitgaven worden verantwoord.

2.  Uiterlijk aan het einde van de negentiende maand na afloop van de in artikel 15, lid 3, bedoelde termijn, dient de betrokken lidstaat de volledige en naar behoren geverifieerde gegevensverzameling in met informatie over de in punt 3 van de bijlage vermelde resultaatindicator op langere termijn. [Am. 90]

3.  Uiterlijk zes maanden nadat de Commissie alle overeenkomstig lid 1 vereiste gegevens heeft ontvangen, sluit zij de financiële bijdrage af door het eindbedrag van de financiële bijdrage uit het EFG EFT te bepalen alsook het eventuele saldo dat de betrokken lidstaat verschuldigd is overeenkomstig artikel 24. De afsluiting vindt enkel plaats indien de resultaatindicator op langere termijn wordt verstrekt overeenkomstig lid 2.

Artikel 21

Tweejaarlijks verslag

1.  Uiterlijk 1 augustus 2021 en vervolgens om de twee jaar, dient de Commissie een omvattend kwantitatief en kwalitatief verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de activiteiten die in de twee voorafgaande jaren op grond van deze verordening en Verordening (EU) nr. 1309/2013 zijn ondernomen. Het verslag heeft in hoofdzaak betrekking op de door het EFG EFT behaalde resultaten en bevat met name informatie over de ingediende aanvragen, de snelheid waarmee zij werden verwerkt en eventuele tekortkomingen in de bestaande regels, de goedgekeurde besluiten, de gefinancierde maatregelen, met inbegrip van statistieken betreffende de in de bijlage vastgestelde indicatoren, en de complementariteit van die maatregelen met maatregelen die worden gefinancierd uit andere fondsen van de Unie, met name het ESF+, alsook informatie over de afsluiting van de financiële bijdragen, en het bevat tevens een overzicht van de aanvragen die zijn afgewezen of gereduceerd omdat er onvoldoende middelen beschikbaar waren of omdat zij niet aan de criteria voldeden. [Am. 91]

2.  Het verslag wordt ter informatie aan de lidstaten, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de sociale partners toegezonden. [Am. 92]

Artikel 22

Evaluatie

1.  De Commissie verricht om de vier jaar op eigen initiatief en in nauwe samenwerking met de lidstaten een evaluatie van de financiële bijdragen uit het EFG EFT, met inbegrip van een daaropvolgende effectbeoordeling van de toepassing ervan op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

Met het oog op de in de eerste alinea bedoelde evaluatie verzamelen de lidstaten alle beschikbare gegevens over EFT-dossiers en werknemers die steun hebben gekregen. [Am. 93]

2.  De resultaten van de in lid 1 bedoelde evaluaties worden ter informatie toegezonden aan het Europees Parlement, de Raad, de Rekenkamer, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de sociale partners. Bij de ontwikkeling van nieuwe programma's op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken of de verdere ontwikkeling van bestaande programma's moet rekening worden gehouden met de aanbevelingen in de evaluaties.

3.  De in lid 1 bedoelde evaluaties bevatten relevante statistieken betreffende de financiële bijdragen, uitgesplitst per sector en lidstaat. [Am. 94]

4.  Om ervoor te zorgen dat de voortgang van het EFG EFT bij het behalen van de doelstellingen ervan doeltreffend wordt beoordeeld, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen met het oog op herziening of aanvulling van de indicatoren, indien nodig, en deze verordening aan te vullen met bepalingen betreffende de vaststelling van een kader voor toezicht en evaluatie.

Artikel 23

Beheer en financiële controle

1.  Onverminderd de verantwoordelijkheid van de Commissie voor de uitvoering van de algemene begroting van de Unie, zijn de lidstaten verantwoordelijk voor het beheer en de financiële controle van de door het EFG EFT gefinancierde maatregelen. Dit houdt in dat zij:

a)  verifiëren dat de nodige beheers- en controleregelingen zijn getroffen en dat deze zodanig worden toegepast dat de middelen van de Unie op efficiënte en correcte wijze worden gebruikt en dat het beginsel van goed financieel beheer wordt nageleefd;

b)  ervoor zorgen dat in de overeenkomsten met de organen die het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening verzorgen het verstrekken van toezichtsgegevens als een verplichting is opgenomen;

c)  verifiëren dat de gefinancierde maatregelen naar behoren zijn uitgevoerd;

d)  vaststellen dat de gefinancierde uitgaven worden onderbouwd door verifieerbare bewijsstukken, wettelijk zijn en geen onregelmatigheden vertonen;

e)  onregelmatigheden, waaronder fraude, voorkomen, opsporen en corrigeren, en onterecht betaalde bedragen terugvorderen, in voorkomend geval verhoogd met rente wegens laattijdige betaling. De lidstaten rapporteren onregelmatigheden, waaronder fraude, aan de Commissie.

2.  Voor de toepassing van artikel [63, lid 3,?] van het Financieel Reglement wijzen de lidstaten de organen aan die bevoegd zijn om de uit het EFG EFT gefinancierde maatregelen te beheren en te controleren. Deze organen verstrekken de Commissie de in [artikel 63, leden 5, 6) en 7)?] van het Financieel Reglement bedoelde informatie over de uitvoering van de financiële bijdrage wanneer het in artikel 20, lid 1, van deze verordening bedoelde eindverslag wordt ingediend.

Wanneer de uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aangewezen autoriteiten voldoende garanties bieden dat de betalingen wettig en regelmatig zijn en correct worden geboekt, kan de betrokken lidstaat de Commissie ervan in kennis stellen dat deze autoriteiten uit hoofde van deze verordening worden bevestigd. In dat geval geeft de lidstaat aan welke autoriteiten worden bevestigd en welke functie zij hebben.

3.  Bij het vaststellen van een onregelmatigheid gaan de lidstaten over tot de nodige financiële correcties. De correcties door de lidstaten houden in dat de financiële bijdrage geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken. Bedragen die door een geconstateerde onregelmatigheid ten onrechte zijn uitbetaald, worden door de lidstaat teruggevorderd en aan de Commissie terugbetaald; indien terugbetaling door de desbetreffende lidstaat niet binnen de daarvoor gestelde termijn plaatsvindt, is achterstandsrente verschuldigd.

4.  In het kader van haar verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de algemene begroting van de Unie stelt de Commissie alles in het werk om te verifiëren of de gefinancierde acties conform het beginsel van goed financieel beheer zijn uitgevoerd. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvragende lidstaat zorg te dragen voor een goed functionerend systeem voor beheer en controle. De Commissie verifieert of dergelijke systemen inderdaad aanwezig zijn.

Onverminderd de bevoegdheden van de Rekenkamer en de controles van de lidstaten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, mogen ambtenaren of vertegenwoordigers van de Commissie de door het EFG EFT gefinancierde maatregelen ter plaatse controleren, waaronder door middel van steekproeven, mits deze controles ten minste één werkdag van tevoren worden aangekondigd. De Commissie stelt de aanvragende lidstaat in kennis van de controle teneinde alle nodige medewerking te verkrijgen. Aan deze controles mogen ambtenaren of vertegenwoordigers van de betrokken lidstaat deelnemen.

5.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 25 gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 1, onder e), aan te vullen met de criteria waarbij wordt bepaald welke onregelmatigheden moeten worden gerapporteerd en welke gegevens moeten worden verstrekt.

6.  Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van dit artikel, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling het model vast voor de rapportering van onregelmatigheden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

7.  De lidstaat zorgt ervoor dat alle bewijsstukken met betrekking tot uitgaven gedurende een periode van drie jaar na de afsluiting van een financiële bijdrage uit het EFG EFT ter beschikking van de Commissie en de Rekenkamer worden gehouden.

Artikel 24

Terugvordering van de financiële bijdrage

1.  Als de daadwerkelijke kosten van het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening lager uitvallen dan de financiële bijdrage uit hoofde van artikel 16, vordert de Commissie het overeenkomstige bedrag terug nadat zij de betrokken lidstaat de gelegenheid heeft gegeven opmerkingen te maken.

2.  Als de Commissie na de nodige verificatie vaststelt dat een lidstaat niet voldoet, hetzij aan de in het besluit betreffende een financiële bijdrage vastgelegde verplichtingen, hetzij aan zijn verplichtingen op grond van artikel 23, lid 1, geeft zij de betrokken lidstaat de gelegenheid opmerkingen te maken. Indien geen overeenstemming is bereikt, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een besluit vast om tot de vereiste financiële correcties over te gaan door de bijdrage uit het EFG EFT aan de desbetreffende maatregel geheel of gedeeltelijk in te trekken. Zij neemt dit besluit binnen twaalf maanden na ontvangst van de opmerkingen van de lidstaat. Bedragen die door een geconstateerde onregelmatigheid ten onrechte zijn uitbetaald, worden door de betrokken lidstaat teruggevorderd; indien terugbetaling door de aanvragende lidstaat niet binnen de daarvoor gestelde termijn plaatsvindt, is achterstandsrente verschuldigd.

Artikel 25

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 19, lid 3, en artikel 23, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 19, lid 3, en artikel 23, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 19, lid 3, en artikel 23, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 26

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad(27).

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 27

Overgangsbepaling

Verordening (EU) nr. 1309/2013 blijft van toepassing op aanvragen die tot en met 31 december 2020 worden ingediend. Zij is van toepassing tot de afsluiting van de respectieve dossiers.

Artikel 28

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing op de aanvragen die vanaf 1 januari 2021 worden ingediend.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te ...,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE

Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren voor EFG-EFT-aanvragen

Alle persoonsgegevens(28) moeten worden uitgesplitst naar gender (vrouw, man, non-binair).

(1)  Gemeenschappelijke outputindicatoren betreffende de begunstigden

—  werklozen*;

—  inactieven*;

—  werknemers*;

—  zelfstandigen*;

—  jonger dan 30 jaar*;

—  ouder dan 54 jaar*;

—  met lager secundair onderwijs of minder (ISCED 0-2)*;

—  met hoger secundair (ISCED 3) of postsecundair onderwijs (ISCED 4)*;

—  met hoger onderwijs (ISCED 5 tot en met 8)*;

—  met minder dan twee jaar beroepservaring;

—  met tussen de twee en tien jaar beroepservaring;

—  met meer dan tien jaar beroepservaring. [Am. 95]

Het totale aantal begunstigden moet automatisch worden berekend op basis van de gemeenschappelijke outputindicatoren in verband met de beroepsstatus(29).

Die gegevens over begunstigden die deelnemen aan de door het EFG EFT medegefinancierde maatregelen moeten in het in artikel 20, lid 1, bedoelde eindverslag worden verstrekt.

(2)  Gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor de begunstigden

—  percentage EFG-EFT-begunstigden met een arbeidsovereenkomst (uitgesplitst naar soort arbeidsovereenkomst: voltijds/deeltijds, bepaalde/onbepaalde tijd) en percentage dat werkt als zelfstandige, zes maanden na het einde van de uitvoeringsperiode*;

—  percentage EFG-EFT-begunstigden dat een kwalificatie behaalt zes maanden na het einde van de uitvoeringsperiode*;

—  percentage EFG-EFT-begunstigden dat onderwijs of opleiding volgt zes maanden na het einde van de uitvoeringsperiode*.

Deze gegevens moeten in het in artikel 20, lid 1, bedoelde eindverslag worden verstrekt en moeten met behulp van door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en via enquêtes onder begunstigden (als aangegeven in artikel 20, lid 1, onder d)) verstrekte gegevens worden verzameld. Die gegevens moeten betrekking hebben op het berekende totale aantal volgens de gemeenschappelijke outputindicatoren (punt 1) gerapporteerde begunstigden. De percentages moeten dus ook betrekking hebben op dit berekende totaal.

(3)  Gemeenschappelijke resultaatindicator op langere termijn voor de begunstigden

—  percentage EFG-EFT-begunstigden dat aan het werk is, met inbegrip van werk als zelfstandige, achttien maanden na het einde van de in het financieringsbesluit vermelde uitvoeringsperiode*.

Deze gegevens moeten uiterlijk op het einde van de negentiende maand na het einde van de uitvoeringsperiode beschikbaar worden gesteld. De gegevens moeten betrekking hebben op het berekende totale aantal volgens de gemeenschappelijke outputindicatoren (punt 1) gerapporteerde begunstigden. De percentages moeten dus ook betrekking hebben op dit berekende totaal. Bij grotere dossiers met meer dan 1 000 begunstigden kunnen de gegevens ook worden verzameld op basis van een representatieve steekproef van het totale aantal volgens een outputindicator (punt 1) gerapporteerde begunstigden.

(1)PB C ....
(2)PB C .
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 16 janauri 2019.
(4)https://ec.europa.eu/commission/priorities/deeper-and-fairer-economic-and-monetary-union/european-pillar-social-rights_nl
(5)http://eu-un.europa.eu/eu-response-2030-agenda-sustainable-development-sustainable-european-future/
(6)https://sustainabledevelopment.un.org/post2015/transformingourworld
(7)http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52018DC0098&qid=1527070810305&from=NL
(8)https://ec.europa.eu/commission/white-paper-future-europe-reflections-and-scenarios-eu27_nl
(9)https://ec.europa.eu/commission/publications/reflection-paper-harnessing-globalisation_nl
(10)https://ec.europa.eu/commission/publications/reflection-paper-future-eu-finances_nl
(11)Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering", COM(2013)0882 van 13 december 2013.
(12)Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1).
(13)Verordening (EG) nr. 546/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1927/2006 tot oprichting van een Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26).
(14)Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (OJ L 347, 20.12.2013, p. 855).
(15)COM(2018)0297 en het begeleidende SWD(2018)0192.
(16)SWD(2018)0171 van de Commissie en de bijlage erbij (COM(2018)0321).
(17)PB L […] van […], blz. […].
(18)De verwijzing moet nog worden geactualiseerd.
(19)De verwijzing moet nog worden geactualiseerd.
(20)Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(21)Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(22)Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraude en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(23)Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(24)Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(25) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(26)De verwijzing moet nog worden gecontroleerd/geactualiseerd: Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag (PB L 225 van 12.8.1998, blz. 16).
(27) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(28)De managementautoriteiten moeten een systeem opzetten dat de individuele gegevens van elke deelnemer in gecomputeriseerde vorm vastlegt en opslaat. De door de lidstaten ingevoerde regelingen voor de verwerking van gegevens moeten stroken met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1), en met name de artikelen 4, 6 en 9. De onder de met een * aangemerkte indicatoren vermelde gegevens zijn persoonsgegevens overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. De verwerking daarvan is noodzakelijk om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de voor de verwerking verantwoordelijke is onderworpen (artikel 6, lid 1, onder c), van Verordening (EU) 2016/679).
(29)Werkloos, inactief, werknemer, zelfstandige.

Laatst bijgewerkt op: 13 december 2019Juridische mededeling