Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0199(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0470/2018

Ingediende teksten :

A8-0470/2018

Debatten :

PV 15/01/2019 - 21
CRE 15/01/2019 - 21

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 12.8
CRE 16/01/2019 - 12.8
Stemverklaringen
PV 26/03/2019 - 7.18
CRE 26/03/2019 - 7.18

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0021
P8_TA(2019)0238

Aangenomen teksten
PDF 551kWORD 98k
Woensdag 16 januari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ***I
P8_TA-PROV(2019)0021A8-0470/2018

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 16 januari 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en financieringsinstrumenten voor extern optreden (COM(2018)0374 – C8-0229/2018 – 2018/0199(COD))(1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Door de Commissie voorgestelde tekst   Amendement
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
(1)  Krachtens artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en artikel 174, tweede en derde alinea, VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan bepaalde categorieën regio's, waaronder grensoverschrijdende regio's expliciet zijn vermeld.
(1)  Krachtens artikel 176 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de Unie. Uit hoofde van dat artikel en artikel 174, tweede en derde alinea, VWEU moet het EFRO een bijdrage leveren om de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's te verkleinen en de achterstand te verkleinen van de minst begunstigde regio's, plattelandsgebieden, de regio's die een industriële overgang doormaken, regio's met een geringe bevolkingsdichtheid en insulaire en berggebieden.
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
(2)  In Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] van het Europees Parlement en de Raad21 zijn de gemeenschappelijke bepalingen voor het EFRO en enkele andere fondsen vastgelegd en in Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] van het Europees Parlement en de Raad22 zijn bepalingen betreffende de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van EFRO-steun vastgelegd. Er moeten nu specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg), in het kader waarvan een of meer lidstaten grensoverschrijdend samenwerken met het oog op effectieve programmering, met inbegrip van bepalingen over technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsmede financieel beheer.
(2)  In Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] van het Europees Parlement en de Raad21 zijn de gemeenschappelijke bepalingen voor het EFRO en enkele andere fondsen vastgelegd en in Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] van het Europees Parlement en de Raad22 zijn bepalingen betreffende de specifieke doelstellingen en het toepassingsgebied van EFRO-steun vastgelegd. Er moeten nu specifieke bepalingen worden vastgesteld betreffende de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg), in het kader waarvan een of meer lidstaten en hun regio's grensoverschrijdend samenwerken met het oog op effectieve programmering, met inbegrip van bepalingen over technische bijstand, toezicht, evaluatie, communicatie, subsidiabiliteit, beheer en controle, alsmede financieel beheer.
_________________
_________________
21 [Referentie].
21 [Referentie].
22 [Referentie].
22 [Referentie].
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
(3)  Teneinde de harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking.
(3)  Teneinde een op samenwerking gebaseerde en harmonieuze ontwikkeling van de Unie op verschillende niveaus te ondersteunen en de bestaande verschillen te verkleinen, moet het EFRO in het kader van de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" (Interreg) steun verlenen voor grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. Bij dit proces moeten de beginselen inzake meerlagig bestuur en partnerschap in aanmerking worden genomen en moeten plaatsgebonden benaderingen worden versterkt.
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
(3 bis)  De verschillende componenten van Interreg moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, zoals beschreven in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling die in september 2015 werd goedgekeurd.
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve worden beperkt tot samenwerking rond landgrenzen; grensoverschrijdende samenwerking rond zeegrenzen moet in de transnationale component worden opgenomen.
(4)  De component grensoverschrijdende samenwerking moet tot doel hebben gemeenschappelijke uitdagingen die in de grensregio's door de betrokkenen gezamenlijk zijn vastgesteld, aan te gaan en het onbenutte groeipotentieel in grensgebieden te exploiteren, zoals aangetoond in de mededeling van de Commissie "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU"23 ("mededeling over grensregio's"). De grensoverschrijdende component moet derhalve samenwerking rond land- of zeegrenzen omvatten, zonder afbreuk te doen aan de nieuwe component voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden.
__________________
__________________
23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017)0534 van 20.9.2017.
23 Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement, "Groei en cohesie stimuleren in grensregio's van de EU", COM(2017)0534 van 20.9.2017.
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
(5)  De component grensoverschrijdende samenwerking heeft ook betrekking op samenwerking tussen een of meer lidstaten en een of meer landen of gebieden buiten de Unie. Het opnemen van interne en externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van deze verordening moet voor de programma-autoriteiten in de lidstaten en voor de autoriteiten van partners en begunstigden buiten de Unie tot een flinke vereenvoudiging en stroomlijning van de toepasselijke bepalingen leiden in vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020.
(5)  De component grensoverschrijdende samenwerking heeft ook betrekking op samenwerking tussen een of meer lidstaten of hun regio's, en een of meer landen of regio's, of andere gebieden buiten de Unie. Het opnemen van interne en externe grensoverschrijdende samenwerking in het kader van deze verordening moet voor de programma-autoriteiten in de lidstaten en voor de autoriteiten van partners en begunstigden buiten de Unie tot een flinke vereenvoudiging en stroomlijning van de toepasselijke bepalingen leiden in vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020.
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
(6)  De component transnationale samenwerking en maritieme samenwerking moet tot doel hebben de samenwerking te versterken door middel van acties die bijdragen tot de geïntegreerde territoriale ontwikkeling in samenhang met de prioriteiten van het cohesiebeleid van de Unie, en moet tevens maritieme grensoverschrijdende samenwerking omvatten. Tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 moest transnationale samenwerking grotere gebieden op het vasteland van de Unie bestrijken, terwijl maritieme samenwerking gebieden rond zeebekkens moest bestrijken en grensoverschrijdende samenwerking langs zeegrenzen moest integreren. Teneinde eerdere maritieme grensoverschrijdende samenwerking in een groter kader van maritieme samenwerking te kunnen blijven uitvoeren, is maximale flexibiliteit nodig, met name door het te bestrijken gebied, de specifieke doelstellingen voor een dergelijke samenwerking, de vereisten voor een projectpartnerschap vast te stellen en subprogramma's en specifieke directiecomités op te zetten.
(6)  De component transnationale samenwerking en maritieme samenwerking moet tot doel hebben de samenwerking te versterken door middel van acties die bijdragen tot de geïntegreerde territoriale ontwikkeling in samenhang met de prioriteiten van het cohesiebeleid van de Unie, met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel. Transnationale samenwerking moet grotere transnationale gebieden bestrijken en, in voorkomend geval, gebieden rond zeebekkens die een grotere geografische reikwijdte hebben dan de gebieden die onder grensoverschrijdende programma's vallen.
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk met naburige landen en gebieden samen te werken.
(7)  Op basis van de ervaringen met grensoverschrijdende en transnationale samenwerking in de ultraperifere gebieden tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, waar de combinatie van beide componenten in één programma per samenwerkingsgebied voor programma-autoriteiten en begunstigden niet tot voldoende vereenvoudiging heeft geleid, moet een specifieke aanvullende component ultraperifere gebieden worden vastgesteld om ultraperifere gebieden in staat te stellen zo doeltreffend en eenvoudig mogelijk samen te werken met derde landen, landen en gebieden overzee (LGO's) of organisaties voor regionale integratie en samenwerking, waarbij rekening wordt gehouden met hun specifieke kenmerken.
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
(8)  Op basis van de ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020, moet de component interregionale samenwerking met zich meer in het bijzonder richten op de verbetering van de effectiviteit van het cohesiebeleid. Die component moet derhalve tot twee programma's worden beperkt, één om alle mogelijke ervaringen, innovatieve benaderingswijzen en capaciteitsopbouw voor programma's in het kader van beide doelstellingen mogelijk te maken en om Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) te stimuleren die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1082/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad24 zijn of worden opgezet, en één om de analyse van ontwikkelingstrends te verbeteren. Projectgebaseerde samenwerking in de gehele Unie moet in de nieuwe component betreffende investeringen in interregionale innovatie worden opgenomen en moet nauw aansluiten bij de uitvoering van de mededeling van de Commissie "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei"25, met name om platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als energie, industriële modernisering of landbouw en voedingsmiddelen. Geïntegreerde territoriale ontwikkeling gericht op functionele stedelijke gebieden of stedelijke gebieden moet ten slotte in programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" en in één begeleidend instrument, het "Stedelijk Europa-initiatief", worden geconcentreerd. De twee programma's in het kader van de component interregionale samenwerking moeten voor de gehele Unie gelden en ook openstaan voor de deelname van derde landen.
(8)  Op basis van de positieve ervaringen met de programma's voor interregionale samenwerking in het kader van Interreg enerzijds, en het gebrek aan dergelijke samenwerking bij programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 anderzijds, vormt interregionale samenwerking, door middel van de uitwisseling van ervaringen en capaciteitsontwikkeling voor programma's in het kader van beide doelstellingen (Europese territoriale samenwerking en investeren in werkgelegenheid en groei), tussen steden en regio's een belangrijke component met het oog op het vinden van gemeenschappelijke oplossingen in het kader van het cohesiebeleid en het opbouwen van blijvende partnerschappen. De bestaande programma's en met name de bevordering van projectgebaseerde samenwerking, met inbegrip van de bevordering van Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS), evenals macroregionale strategieën moeten daarom worden voortgezet.
__________________
24 Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19).
25 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's "Versterking van innovatie in de Europese regio's: strategieën voor veerkrachtige, inclusieve en duurzame groei", COM(2017)0376 van 18.7.2017.
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
(8 bis)   Het nieuwe initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie moet worden gebaseerd op slimme specialisatie, en worden ingezet ter ondersteuning van platforms voor thematische slimme specialisatie op gebieden als energie, industriële modernisering, circulaire economie, sociale innovatie, milieu of landbouw- en voedingsmiddelen, en om degenen die bij strategieën voor slimme specialisatie betrokken zijn te helpen clusteren om innovatie op te schalen en innovatieve producten, processen en ecosystemen naar de Europese markt te brengen. Er zijn aanwijzingen dat nog steeds sprake is van systematische tekortkomingen in het stadium van het testen en valideren van de demonstratie van nieuwe technologieën (bv. sleuteltechnologieën), met name wanneer innovatie het resultaat is van de integratie van complementaire regionale specialisaties die innovatieve waardeketens creëren. Deze tekortkomingen zijn met name kritiek in het stadium tussen de proefprojecten en de volledige marktintroductie. Op sommige strategische technologische en industriële gebieden kunnen kmo's momenteel niet rekenen op een uitstekende en open, verbonden pan-Europese demonstratie-infrastructuur. De programma's in het kader van het initiatief voor interregionale samenwerking moeten de gehele Europese Unie bestrijken en moeten ook openstaan voor deelname van LGO's, derde landen, hun regio's, en organisaties voor regionale integratie en samenwerking, met inbegrip van de ultraperifere aangrenzende regio's. Synergieën tussen investeringen in interregionale innovatie en andere relevante EU-programma's zoals die in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen, Horizon 2020, de digitale markt voor Europa en het programma voor de eengemaakte markt moeten worden bevorderd, aangezien zij de impact van investeringen zullen vergroten en ervoor zorgen dat de waarde voor burgers wordt verhoogd.
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
(9)  Er moeten objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.
(9)  Er moeten gemeenschappelijke objectieve criteria worden vastgesteld om te bepalen welke regio's en gebieden subsidiabel zijn. De aanwijzing van subsidiabele regio's en gebieden op het niveau van de Unie moet daarom worden gebaseerd op de gemeenschappelijke indeling van de regio's die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad26.
__________________
__________________
26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
26 Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
(10)  Het is nodig samenwerking in alle mogelijke dimensies met de naburige derde landen van de Unie verder te ondersteunen of, waar nodig, tot stand te brengen, aangezien zulke samenwerking een belangrijke beleidsinstrument voor regionale ontwikkeling is en de regio's van de lidstaten die aan derde landen grenzen, daarvan profijt moeten trekken. Te dien einde moeten het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, IPA27, NDICI28 en OCTP29, programma's ondersteunen in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De steunverlening uit het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie moeten op wederkerigheid en evenredigheid zijn gebaseerd. Voor het IPA III-CBC en het NDICI-CBC moet de steunverlening uit het EFRO worden aangevuld met ten minste een gelijkwaardige bedrag uit het IPA III-CBC en het NDICI-CBC, tot een maximumbedrag als vastgesteld in de respectieve rechtshandeling, dat wil zeggen maximaal 3 % van de financiële toewijzing in het kader van het IPA III en maximaal 4 % van de financiële toewijzing in het kader van het geografische nabuurschapsprogramma uit hoofde van artikel 4, lid 2, onder a), van het NDICI.
(10)  Het is nodig samenwerking in alle mogelijke dimensies met de naburige derde landen van de Unie verder te ondersteunen of, waar nodig, tot stand te brengen, aangezien zulke samenwerking een belangrijk beleidsinstrument voor regionale ontwikkeling is en de regio's van de lidstaten die aan derde landen grenzen, daarvan profijt moeten trekken. Te dien einde moeten het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, IPA27, NDICI28 en OCTP29, programma's ondersteunen in het kader van grensoverschrijdende samenwerking, transnationale samenwerking, samenwerking tussen ultraperifere gebieden en interregionale samenwerking. De steunverlening uit het EFRO en de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie moeten op wederkerigheid en evenredigheid zijn gebaseerd. Voor het IPA III-CBC en het NDICI-CBC moet de steunverlening uit het EFRO worden aangevuld met ten minste een gelijkwaardig bedrag uit het IPA III-CBC en het NDICI-CBC, tot een maximumbedrag als vastgesteld in de respectieve rechtshandeling.
__________________
__________________
27 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).
27 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).
28 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).
28 Verordening (EU) XXX tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).
29 Besluit (EU) XXX betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).
29 Besluit (EU) XXX van de Raad betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds (PB L xx van xx.xx.xxxx, blz. y).
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
(10 bis)   Er moet bijzondere aandacht worden geschonken aan regio's die nieuwe buitengrenzen van de Unie gaan vormen, teneinde voor de lopende samenwerkingsprogramma's voldoende continuïteit te waarborgen.
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.
(11)  Steunverlening uit het IPA III moet voornamelijk gericht zijn op het ondersteunen van begunstigden van het IPA bij de versterking van democratische instellingen en de rechtsstaat, de hervorming van justitie en het openbaar bestuur, de naleving van grondrechten en de bevordering van gendergelijkheid, tolerantie, sociale inclusie en non-discriminatie, evenals regionale en lokale ontwikkeling. IPA-steun moet gericht blijven op het ondersteunen van de inspanningen van de begunstigden van het IPA om de regionale, macroregionale en grensoverschrijdende samenwerking, alsmede de territoriale ontwikkeling te verbeteren, onder andere door het uitvoeren van macroregionale strategieën van de Unie. Daarnaast moet IPA-steun zich richten op veiligheid, migratie en grensbeheer, waarbij toegang tot internationale bescherming wordt gewaarborgd, relevante informatie wordt gedeeld, grenscontrole wordt versterkt en gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen irreguliere migratie en migrantensmokkel worden geleverd.
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
(12 bis)  Het ontwikkelen van synergieën met het externe optreden en de ontwikkelingsprogramma's van de Unie moet tevens bijdragen tot een maximaal effect waarbij het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling, zoals vastgelegd in artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), wordt nageleefd. Coherentie op alle terreinen van het EU-beleid is van cruciaal belang voor de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling.
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
(14)  Gezien de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden in de Unie moeten maatregelen worden vastgesteld betreffende de voorwaarden waaronder deze regio's toegang tot de structuurfondsen kunnen krijgen. Derhalve moeten sommige bepalingen van deze verordening aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's worden aangepast om de samenwerking met hun buurlanden te vereenvoudigen en te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"31.
(14)  Gezien de specifieke situatie van de ultraperifere gebieden in de Unie moeten maatregelen worden vastgesteld betreffende de verbetering van de voorwaarden waaronder deze regio's toegang tot de structuurfondsen kunnen krijgen. Derhalve moeten sommige bepalingen van deze verordening aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere regio's worden aangepast om hun samenwerking met derde landen en LGO's te vereenvoudigen en te bevorderen, waarbij rekening wordt gehouden met de mededeling van de Commissie "Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU"31.
_________________
_________________
31 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank - Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU, COM(2017)0623 van 24.10.2017.
31 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en de Europese Investeringsbank - Een nieuw en sterker strategisch partnerschap met de ultraperifere gebieden van de EU, COM(2017)0623 van 24.10.2017.
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 14 bis (nieuw)
(14 bis)  Deze verordening maakt het voor LGO's mogelijk om deel te nemen aan Interreg-programma's. De specifieke kenmerken en uitdagingen van de LGO's moeten in aanmerking worden genomen om hun daadwerkelijke toegang en deelname te vergemakkelijken.
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
(15)  Het is nodig de middelen die aan elk van de verschillende componenten van Interreg moeten worden toegewezen, vast te stellen, met inbegrip van het aandeel van elke lidstaat in de totale bedragen voor de grensoverschrijdende samenwerking, de transnationale samenwerking en maritieme samenwerking, de samenwerking tussen ultraperifere gebieden en de interregionale samenwerking en de mogelijkheden voor de lidstaten, wat de flexibiliteit tussen deze componenten betreft. In vergelijking met de programmeringsperiode 2014-2020 moet het aandeel voor grensoverschrijdende samenwerking worden verminderd, terwijl het aandeel voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking wegens de integratie van maritieme samenwerking moet worden vergroot, en er moet een nieuwe component samenwerking tussen ultraperifere gebieden worden gecreëerd.
(15)  Het is nodig de middelen die aan elk van de verschillende componenten van Interreg moeten worden toegewezen, vast te stellen, met inbegrip van het aandeel van elke lidstaat in de totale bedragen voor de grensoverschrijdende samenwerking, de transnationale samenwerking, de samenwerking tussen ultraperifere gebieden en de interregionale samenwerking en de mogelijkheden voor de lidstaten, wat de flexibiliteit tussen deze componenten betreft. Vanwege de globalisering moet samenwerking die gericht is op de bevordering van investeringen in werkgelegenheid en groei en gezamenlijke investeringen met andere regio's, echter ook worden bepaald door de gemeenschappelijke kenmerken en ambities van de regio's en niet noodzakelijkerwijs door grenzen; daarom moeten voldoende aanvullende middelen ter beschikking worden gesteld van het nieuwe initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie, teneinde te kunnen inspelen op de situatie op de wereldmarkt.
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
(18)  In de context van de unieke en specifieke omstandigheden op het eiland Ierland en met het oog op de ondersteuning van de Noord-Zuid-samenwerking in het kader van het Goede Vrijdagakkoord, moet een nieuw grensoverschrijdend Peace-Plus-programma worden voortgezet en voortbouwen op de werkzaamheden van eerdere programma's van de aangrenzende graafschappen van Ierland en Noord-Ierland. Rekening houdend met het praktische belang van het programma, is het noodzakelijk om te waarborgen dat, wanneer het functioneert ter ondersteuning van vrede en verzoening, het EFRO ook bijdraagt tot de bevordering van sociale en economische stabiliteit in de betrokken regio's, met name door maatregelen ter bevordering van de samenhang tussen de gemeenschappen. Gezien de specifieke kenmerken van het programma moet het op een geïntegreerde manier worden beheerd, waarbij de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als externe bestemmingsontvangsten in het programma worden opgenomen. Bovendien mogen bepaalde voorschriften voor de selectie van concrete acties in deze verordening niet op dat programma van toepassing zijn voor wat betreft concrete acties ter ondersteuning van vrede en verzoening.
(18)  In de context van de unieke en specifieke omstandigheden op het eiland Ierland en met het oog op de ondersteuning van de Noord-Zuid-samenwerking in het kader van het Goede Vrijdagakkoord, moet een nieuw grensoverschrijdend Peace-Plus-programma worden voortgezet en voortbouwen op de werkzaamheden van eerdere programma's van de aangrenzende graafschappen van Ierland en Noord-Ierland. Rekening houdend met het praktische belang van het programma, is het noodzakelijk om te waarborgen dat, wanneer het functioneert ter ondersteuning van vrede en verzoening, het EFRO ook bijdraagt tot de bevordering van sociale, economische en regionale stabiliteit en samenwerking in de betrokken regio's, met name door maatregelen ter bevordering van de samenhang tussen de gemeenschappen. Gezien de specifieke kenmerken van het programma moet het op een geïntegreerde manier worden beheerd, waarbij de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk als externe bestemmingsontvangsten in het programma worden opgenomen. Bovendien mogen bepaalde voorschriften voor de selectie van concrete acties in deze verordening niet op dat programma van toepassing zijn voor wat betreft concrete acties ter ondersteuning van vrede en verzoening.
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
(20)  Het grootste gedeelte van de steun van de Unie moet aan een beperkt aantal beleidsdoelstellingen worden besteed om het effect van Interreg zo groot mogelijk te maken.
(20)  Het grootste gedeelte van de steun van de Unie moet aan een beperkt aantal beleidsdoelstellingen worden besteed om het effect van Interreg zo groot mogelijk te maken. Synergieën en complementariteit tussen de componenten van Interreg moeten worden versterkt.
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
(21)  Bepalingen over de voorbereiding, goedkeuring en wijziging van Interreg-programma's, alsmede over territoriale ontwikkeling, over de selectie van concrete acties, over toezicht en evaluatie, over de programma-autoriteiten, over audit van concrete acties en over transparantie en communicatie moeten aan de specifieke kenmerken van de Interreg-programma's worden aangepast in vergelijking met de bepalingen van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
(21)  Bepalingen over de voorbereiding, goedkeuring en wijziging van Interreg-programma's, alsmede over territoriale ontwikkeling, over de selectie van concrete acties, over toezicht en evaluatie, over de programma-autoriteiten, over audit van concrete acties en over transparantie en communicatie moeten aan de specifieke kenmerken van de Interreg-programma's worden aangepast in vergelijking met de bepalingen van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]. Deze specifieke bepalingen moeten eenvoudig en duidelijk worden gehouden om overregulering en extra administratieve lasten voor de lidstaten en de begunstigden te voorkomen.
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
(22)  De bepalingen over de criteria die voor concrete acties gelden om als echt gezamenlijk en coöperatief te worden beschouwd, over het partnerschap binnen een concrete Interreg-actie en over de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner, zoals tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 vastgelegd, moeten worden voortgezet. Interreg-partners moeten echter in alle vier dimensies (ontwikkeling, uitvoering, personeelsvoorziening en financiering) samenwerken en in het kader van de samenwerking tussen ultraperifere gebieden drie van de vier, aangezien het eenvoudiger moet worden steun van het EFRO en van financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie zowel op programmaniveau als op het niveau van een concrete actie te combineren.
(22)  De bepalingen over de criteria die voor concrete acties gelden om als echt gezamenlijk en coöperatief te worden beschouwd, over het partnerschap binnen een concrete Interreg-actie en over de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner, zoals tijdens de programmeringsperiode 2014-2020 vastgelegd, moeten worden voortgezet. Interreg-partners moeten samenwerken inzake ontwikkeling en uitvoering evenals personeelsvoorziening of financiering, of beide, en in het kader van de samenwerking tussen ultraperifere gebieden in drie van de vier dimensies, aangezien het eenvoudiger moet worden steun van het EFRO en van financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie zowel op programmaniveau als op het niveau van een concrete actie te combineren.
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
(22 bis)  In programma's voor grensoverschrijdende samenwerking vormen people-to-people- en kleinschalige projecten een belangrijk en succesvol instrument om grensobstakels en grensoverschrijdende obstakels uit de weg te ruimen, lokale interpersoonlijke contacten te bevorderen en zo grensgebieden en hun burgers dichter bij elkaar te brengen. People-to-people- en kleinschalige projecten worden uitgevoerd op vele terreinen, waaronder cultuur, sport, toerisme, algemeen onderwijs en beroepsopleidingen, economie, wetenschap, milieubescherming en ecologie, gezondheidszorg, vervoer en projecten voor kleinschalige infrastructuur, administratieve samenwerking en publieksvoorlichting. Zoals ook blijkt uit het advies van het Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking32, bieden people-to-people- en kleinschalige projecten een grote Europese toegevoegde waarde en dragen zij aanzienlijk bij tot de algemene doelstelling van programma's voor grensoverschrijdende samenwerking.
__________________
32 Advies van het Europees Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking van 12 juli 2017 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 38).
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
(23)  Sinds de start van Interreg zijn er fondsen voor kleinschalige projecten in het leven geroepen die niet onder specifieke bepalingen vielen; de voorschriften voor deze fondsen moeten worden verduidelijkt. Zoals ook blijkt uit het advies van het Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking32, spelen dergelijke fondsen voor kleinschalige projecten een belangrijke rol bij het opbouwen van vertrouwen tussen burgers en instellingen, bieden zij een grote Europese toegevoegde waarde en dragen zij aanzienlijk bij tot de algemene doelstelling van programma's voor grensoverschrijdende samenwerking doordat belemmeringen voor grensoverschrijdende interactie worden overwonnen en grensgebieden en de bewoners ervan met elkaar geïntegreerd raken. Om het beheer van de financiering van kleine projecten door de eindontvangers, die vaak niet gewend zijn EU-financiering aan te vragen, te vereenvoudigen, moet onder een bepaalde drempel het gebruik van vereenvoudigde kostenopties en vaste bedragen verplicht worden gesteld.
(23)  Sinds de start van Interreg worden people-to-people- en kleinschalige projecten ondersteund via fondsen voor kleinschalige projecten of soortgelijke instrumenten die niet onder specifieke bepalingen vielen, zodat de voorschriften voor deze fondsen moeten worden verduidelijkt. Om de toegevoegde waarde en de voordelen van people-to-people- en kleinschalige projecten te behouden, ook met betrekking tot lokale en regionale ontwikkeling, en om het beheer van de financiering van kleine projecten door de eindontvangers, die vaak niet gewend zijn EU-financiering aan te vragen, te vereenvoudigen, moet onder een bepaalde drempel het gebruik van vereenvoudigde kostenopties en vaste bedragen verplicht worden gesteld.
__________________
32 Advies van het Europees Comité van de Regio's over people-to-people- en kleinschalige projecten in programma's voor grensoverschrijdende samenwerking van 12 juli 2017 (PB C 342 van 12.10.2017, blz. 38).
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
(24)  Vanwege de deelneming van meer dan één lidstaat en de daaruit voortvloeiende hogere administratieve kosten, met name voor controles en vertalingen, moet het maximumbedrag van de uitgaven voor technische bijstand hoger zijn dan in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei". Ter compensatie van de hogere administratieve kosten moeten de lidstaten worden aangespoord om de administratieve lasten van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke projecten waar mogelijk te verminderen. Bovendien moeten Interreg-programma's met beperkte steun van de Unie of programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking een bepaald minimumbedrag voor technische bijstand ontvangen om voldoende financiering voor doeltreffende activiteiten inzake technische bijstand te garanderen.
(24)  Vanwege de deelneming van meer dan één lidstaat en de daaruit voortvloeiende hogere administratieve kosten, onder meer voor de regionale contactpunten (of "steunpunten"), die dienstdoen als belangrijke contactpunten voor projectaanvragers en -uitvoerders en rechtstreeks in verbinding staan met de gezamenlijke secretariaten of de relevante autoriteiten, maar in het bijzonder ook voor controles en vertalingen, moet het maximumbedrag van de uitgaven voor technische bijstand hoger zijn dan in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei". Ter compensatie van de hogere administratieve kosten moeten de lidstaten worden aangespoord om de administratieve lasten van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke projecten waar mogelijk te verminderen. Bovendien moeten Interreg-programma's met beperkte steun van de Unie of programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking een bepaald minimumbedrag voor technische bijstand ontvangen om voldoende financiering voor doeltreffende activiteiten inzake technische bijstand te garanderen.
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 25 bis (nieuw)
(25 bis)  De Commissie, lidstaten en regio's moeten bij het terugdringen van de administratieve lasten nauw samenwerken om de verbeterde evenredige regelingen voor het beheers- en controlesysteem voor een Interreg-programma in de zin van artikel 77 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] te kunnen benutten.
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
(27)  De lidstaten moeten worden aangemoedigd om de taken van de beheersautoriteit toe te vertrouwen aan een EGTS of om een dergelijke groepering, net als andere grensoverschrijdende juridische entiteiten, verantwoordelijk te stellen voor het beheer van een subprogramma, een geïntegreerde territoriale investering of een of meer fondsen voor kleinschalige projecten of als enige partner te laten optreden.
(27)  De lidstaten moeten in voorkomend geval de taken van de beheersautoriteit overdragen aan een nieuwe of, indien van toepassing, bestaande EGTS of een dergelijke groepering, net als andere grensoverschrijdende juridische entiteiten, verantwoordelijk stellen voor het beheer van een subprogramma of een geïntegreerde territoriale investering of als enige partner laten optreden. De lidstaten moeten regionale en lokale autoriteiten en andere overheidsinstanties van verschillende lidstaten in staat stellen om dergelijke groeperingen voor samenwerking met rechtspersoonlijkheid op te zetten en moeten lokale en regionale autoriteiten bij de werking daarvan betrekken.
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
(28)  Om de voor de programmeringsperiode 2014-2020 ingestelde betalingsketen voort te zetten, d.w.z. van de Commissie via de certificeringsautoriteit naar de eerstverantwoordelijke partner, moet die betalingsketen onder de boekhoudfunctie worden voortgezet. De steun van de Unie moet aan de eerstverantwoordelijke partner worden betaald, tenzij dit tussen de eerstverantwoordelijke en de andere partners tot dubbele vergoedingen voor omzetting naar euro en terug naar een andere valuta of omgekeerd leidt.
(28)  Om de voor de programmeringsperiode 2014-2020 ingestelde betalingsketen voort te zetten, d.w.z. van de Commissie via de certificeringsautoriteit naar de eerstverantwoordelijke partner, moet die betalingsketen onder de boekhoudfunctie worden voortgezet. De steun van de Unie moet aan de eerstverantwoordelijke partner worden betaald, tenzij dit tussen de eerstverantwoordelijke en de andere partners tot dubbele vergoedingen voor omzetting naar euro en terug naar een andere valuta of omgekeerd leidt. Tenzij anders aangegeven, moet de eerstverantwoordelijke partner ervoor zorgen dat de andere partners het totale bedrag van de bijdragen van het respectieve EU-fonds integraal ontvangen binnen de door alle partners overeengekomen termijn en volgens dezelfde procedure als die welke voor de eerstverantwoordelijke partner geldt.
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
(29)  Uit hoofde van artikel [63, lid 9,] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus] moet in sectorspecifieke regelgeving rekening worden gehouden met de behoeften van de programma's voor Europese territoriale samenwerking (Interreg), met name wat betreft de auditfunctie. De bepalingen over het jaarlijks auditoordeel, het jaarlijkse controleverslag en de audits van concrete acties moeten derhalve worden vereenvoudigd en worden aangepast aan die programma's waarbij meer dan één lidstaat is betrokken.
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
(30)  Met betrekking tot de terugvordering wegens onregelmatigheden moet een duidelijke keten van financiële aansprakelijkheid worden vastgesteld van de enige of andere partners via de eerstverantwoordelijke partner en de beheersautoriteit naar de Commissie. Er moet een bepaling worden opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van lidstaten, derde landen, partnerlanden of landen en gebieden overzee (LGO's), wanneer terugvordering van de enige of andere of eerstverantwoordelijke partner niet mogelijk is, in de zin dat de lidstaat dan aan de beheersautoriteit terugbetaald. In het kader van Interreg-programma's is derhalve geen ruimte voor oninbare bedragen op het niveau van begunstigden. De voorschriften moeten echter worden verduidelijkt voor het geval dat een lidstaat, derde land, partnerland of LGO niet aan de beheersautoriteit terugbetaald. Ook de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner voor terugbetaling moeten worden verduidelijkt. De beheersautoriteit mag met name de eerstverantwoordelijke partner er niet toe verplichten in de ander land een gerechtelijke procedure te starten.
(30)  Met betrekking tot de terugvordering wegens onregelmatigheden moet een duidelijke keten van financiële aansprakelijkheid worden vastgesteld van de enige of andere partners via de eerstverantwoordelijke partner en de beheersautoriteit naar de Commissie. Er moet een bepaling worden opgenomen betreffende de aansprakelijkheid van lidstaten, derde landen, partnerlanden of landen en gebieden overzee (LGO's), wanneer terugvordering van de enige of andere of eerstverantwoordelijke partner niet mogelijk is, in de zin dat de lidstaat dan aan de beheersautoriteit terugbetaalt. In het kader van Interreg-programma's is derhalve geen ruimte voor oninbare bedragen op het niveau van begunstigden. De voorschriften moeten echter worden verduidelijkt voor het geval dat een lidstaat, derde land, partnerland of LGO niet aan de beheersautoriteit terugbetaalt. Ook de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner voor terugbetaling moeten worden verduidelijkt. Bovendien moeten de procedures in verband met terugvorderingen worden vastgesteld en overeengekomen door het toezichtcomité. De beheersautoriteit mag de eerstverantwoordelijke partner er echter niet toe verplichten in een ander land een gerechtelijke procedure te starten.
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 30 bis (nieuw)
(30 bis)   Het is passend om financiële discipline aan te moedigen. Tegelijkertijd moet bij regelingen voor de vrijmaking van begrotingsvastleggingen rekening worden gehouden met de complexiteit van Interreg-programma's en de tenuitvoerlegging ervan.
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
(32)  Hoewel Interreg-programma's waarin derde landen, partnerlanden of LGO's deelnemen, in gedeeld beheer moeten worden uitgevoerd, mag samenwerking tussen ultraperifere gebieden in indirect beheer worden uitgevoerd. Er moeten specifieke voorschriften worden opgesteld over hoe die programma's geheel of gedeeltelijk in indirect beheer moeten worden uitgevoerd.
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking moeten echter, indien van toepassing, voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.
(35)  Om eenvormige voorwaarden voor de vaststelling of wijziging van Interreg-programma's te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Indien van toepassing moeten programma's voor externe grensoverschrijdende samenwerking echter voldoen aan de comitéprocedures die in de Verordeningen (EU) [IPA III] en (EU) [NDICI] zijn vastgelegd betreffende het eerste goedkeuringsbesluit van die programma's.
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 bis (nieuw)
(36 bis)  Het bevorderen van Europese territoriale samenwerking is een belangrijke prioriteit van het cohesiebeleid van de Unie. Steun aan kmo's ten behoeve van kosten die bij projecten voor Europese territoriale samenwerking worden gemaakt, is reeds vrijgesteld op grond van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie1 bis (algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV)). Bijzondere bepalingen voor regionale steun voor investeringen door zowel kleine als grote ondernemingen zijn ook opgenomen in de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-20202 bis en in het deel regionale steun van de algemene groepsvrijstellingsverordening. De opgedane ervaring leert dat steun voor projecten voor Europese territoriale samenwerking doorgaans slechts beperkte gevolgen heeft voor de concurrentie en het handelsverkeer tussen de lidstaten, zodat de Commissie dergelijke steun verenigbaar kan verklaren met de interne markt en de verstrekte financiering voor projecten voor Europese territoriale samenwerking vrijgesteld kan worden.
_____________________
1 bis Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).
2 bis Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014-2020 (PB C 209 van 23.7.2013, blz. 1).
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – lid 1
1.  Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" met het oog op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten binnen de Unie en tussen lidstaten en respectievelijk aangrenzende derde landen, partnerlanden, andere gebieden of landen en gebieden overzee (LGO's).
1.  Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" met het oog op de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten en hun regio's binnen de Unie en tussen lidstaten, hun regio's en respectievelijk derde landen, partnerlanden, andere gebieden of landen en gebieden overzee (LGO's), of organisaties voor regionale integratie en samenwerking, of een groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie.
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1 – punt 4
4)  "grensoverschrijdende juridische entiteit": een juridische entiteit die is opgericht naar het recht van een van de deelnemende landen aan een Interreg-programma, mits deze is opgezet door de territoriale autoriteiten of andere instanties uit ten minste twee deelnemende landen.
4)  "grensoverschrijdende juridische entiteit": een juridische entiteit, met inbegrip van een Euroregio, die is opgericht naar het recht van een van de deelnemende landen aan een Interreg-programma, mits deze is opgezet door de territoriale autoriteiten of andere instanties uit ten minste twee deelnemende landen.
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – lid 1– punt 4 bis (nieuw)
4 bis)  "organisatie voor regionale integratie en samenwerking": groep lidstaten of regio's in eenzelfde geografisch gebied die gericht is op nauwe samenwerking inzake kwesties van gemeenschappelijk belang.
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – inleidende formule
1)  grensoverschrijdende samenwerking tussen aan elkaar grenzende regio's ter bevordering van de geïntegreerde regionale ontwikkeling (component 1):
1)  grensoverschrijdende samenwerking tussen aan elkaar grenzende regio's ter bevordering van geïntegreerde en harmonieuze regionale ontwikkeling (component 1):
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter a
a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; of
a)  interne grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van twee of meer lidstaten of tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer derde landen die zijn vermeld in artikel 4, lid 3; of
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 – letter b – inleidende formule
b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:
b)  externe grensoverschrijdende samenwerking tussen aan land of via de zee aan elkaar grenzende regio's van ten minste één lidstaat en één of meer van de volgende:
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 2
2)  transnationale samenwerking en maritieme samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en Groenland betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2"; wanneer enkel naar transnationale samenwerking wordt verwezen: "component 2A"; wanneer enkel naar maritieme samenwerking wordt verwezen: "component 2B";
2)  transnationale samenwerking over grotere transnationale gebieden of rond zeebekkens, waarbij lokale, regionale en nationale programmapartners in de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's betrokken zijn, met het oog op een hogere mate van territoriale integratie ("component 2");
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 3
3)  onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling en met een of meer van hun naburige derde landen, partnerlanden of LGO's, om hun regionale integratie in de regio te vergemakkelijken ("component 3");
3)  onderlinge samenwerking tussen ultraperifere gebieden onderling en met een of meer van hun naburige derde landen, partnerlanden of LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking, om hun regionale integratie en harmonieuze ontwikkeling in de regio te vergemakkelijken ("component 3");
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt i bis (nieuw)
i bis)  de uitvoering van gemeenschappelijke interregionale ontwikkelingsprojecten;
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – letter i ter (nieuw)
i ter)  capaciteitsontwikkeling tussen partners in de gehele Unie in samenhang met:
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt ii bis (nieuw)
ii bis)  de vaststelling en verspreiding van goede praktijken teneinde deze vooral over te dragen naar operationele programma's in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei";
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – letter ii ter (nieuw)
ii ter)  de uitwisseling van ervaringen betreffende de vaststelling, de overdracht en de verspreiding van beste praktijken inzake duurzame stedelijke ontwikkeling, met inbegrip van onderlinge banden tussen stedelijke en plattelandsgebieden;
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 4 – letter a – punt iii bis (nieuw)
iii bis)  de opzet, de werking en het gebruik van het Europees grensoverschrijdend mechanisme als bedoeld in Verordening (EU) [nieuw Europees grensoverschrijdend mechanisme];
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – alinea 1 – punt 5
5)  investeringen in interregionale innovatie door commercialisering en opschaling van interregionale innovatieve projecten met het potentieel om de ontwikkeling van Europese waardeketens te stimuleren ("component 5").
Schrappen
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1
1.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het EFRO te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie aan alle interne en externe landgrenzen met derde landen of partnerlanden.
1.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het EFRO te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie aan alle interne en externe land- of zeegrenzen met derde landen of partnerlanden, behoudens eventuele aanpassingen om te zorgen voor de samenhang en continuïteit van gebieden van samenwerkingsprogramma's die voor de programmeringsperiode 2014-2020 zijn vastgesteld.
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 2
2.  Regio's aan maritieme grenzen die door middel van een vaste verbinding over de zee verbonden zijn, worden ook ondersteund in het kader van grensoverschrijdende samenwerking.
Schrappen
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 3
3.  Interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Interreg kunnen regio's in Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio's van NUTS-niveau 3, alsook Liechtenstein, Andorra en Monaco.
3.  Interne programma's voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van Interreg kunnen regio's in Noorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk omvatten, die gelijkwaardig zijn aan regio's van NUTS-niveau 3, alsook Liechtenstein, Andorra, Monaco en San Marino.
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 4
4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle landgrenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.
4.  Voor grensoverschrijdende samenwerking zijn de door het IPA III of NDICI te steunen regio's de regio's van NUTS-niveau 3 van het betrokken partnerland of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden aan alle land- of zeegrenzen tussen lidstaten en partnerlanden die in het kader van IPA III of NDICI in aanmerking komen.
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – titel
5 Geografische dekking voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking
Geografische dekking voor transnationale samenwerking
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1
1.  Voor transnationale samenwerking en de samenwerking op maritiem gebied, zijn de door het EFRO te ondersteunen regio's de regio's van NUTS-niveau 2 van de Unie die aangrenzende functionele gebieden bestrijken, indien van toepassing rekening houdend met macroregionale strategieën of zeegebiedstrategieën.
1.  Voor transnationale samenwerking zijn de door het EFRO te ondersteunen regio's de regio's van NUTS-niveau 2 van de Unie die aangrenzende functionele gebieden bestrijken, behoudens eventuele aanpassingen om te zorgen voor de samenhang en continuïteit van deze samenwerking in grotere coherente gebieden op basis van de programma's die voor de programmeringsperiode 2014-2020 zijn vastgesteld, en indien van toepassing rekening houdend met macroregionale strategieën of zeegebiedstrategieën.
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – inleidende formule
Interreg-programma's voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking kunnen de volgende landen of gebieden omvatten:
Interreg-programma's voor transnationale samenwerking kunnen de volgende landen of gebieden omvatten:
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 2 – alinea 1 – letter b
b)  Groenland;
b)  de LGO's die steun ontvangen in het kader van het LGO-programma;
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 3
3.  De in lid 2 genoemde regio's, derde landen of partnerlanden zijn regio's van NUTS-niveau 2 of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.
3.  De in lid 2 genoemde regio's, derde landen, partnerlanden of LGO's zijn regio's van NUTS-niveau 2 of, indien er geen NUTS-classificatie is, daarmee vergelijkbare gebieden.
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 – lid 2
2.  De Interreg-programma's voor ultraperifere regio's kunnen door het NDICI ondersteunde aangrenzende partnerlanden en/of door het OCTP ondersteunde LGO's bestrijken.
2.  De Interreg-programma's voor ultraperifere regio's kunnen door het NDICI ondersteunde partnerlanden bestrijken, door het OCTP ondersteunde LGO's, organisaties voor regionale samenwerking, of een combinatie van twee ervan of alle drie.
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – titel
Geografische dekking voor interregionale samenwerking en investeringen in interregionale innovatie
Geografische dekking voor interregionale samenwerking
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 1
1.  Voor Interreg-programma's van component 4 of voor investeringen in interregionale innovatie in het kader van component 5 wordt het gehele grondgebied van de Unie ondersteund door het EFRO.
1.  Voor Interreg-programma's van component 4 wordt het gehele grondgebied van de Unie ondersteund door het EFRO, met inbegrip van de ultraperifere gebieden.
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – lid 2
2.  Interreg-programma's van component 4 kunnen het geheel of een deel van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde derde landen, partnerlanden, andere gebieden of LGO's bestrijken, ongeacht of zij worden ondersteund door de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.
2.  Interreg-programma's van component 4 kunnen het geheel of een deel van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde derde landen, partnerlanden, andere gebieden of LGO's bestrijken, ongeacht of zij worden ondersteund door de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie. Derde landen mogen aan deze programma's deelnemen, op voorwaarde dat zij een financiële bijdrage leveren in de vorm van externe bestemmingsontvangsten.
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2
2.  De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling bevat ook een lijst waarin de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie zijn vermeld die in aanmerking zijn genomen voor de EFRO-toewijzing voor grensoverschrijdende samenwerking aan alle binnengrenzen en aan alle buitengrenzen die onder de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie vallen, alsmede een lijst met deze regio's van NUTS-niveau 3 die in aanmerking zijn genomen voor toewijzingsdoeleinden in het kader van component 2B als bedoeld in artikel 9, lid 3, onder a).
2.  De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling bevat ook een lijst waarin de regio's van NUTS-niveau 3 van de Unie zijn vermeld die in aanmerking zijn genomen voor de EFRO-toewijzing voor grensoverschrijdende samenwerking aan alle binnengrenzen en aan alle buitengrenzen die onder de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie vallen.
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 3
3.  Regio's van derde landen of landen of gebieden buiten de Europese Unie die geen steun ontvangen uit het EFRO of een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, moeten eveneens worden vermeld in de in lid 1 bedoelde lijst.
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
1.  De EFRO-middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" bedragen 8 430 000 000 EUR van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2021-2027 en die vermeld zijn in artikel [102, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
1.  De middelen voor de doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" bedragen 11 165 910 000 EUR (prijzen 2018) van de totale middelen die beschikbaar zijn voor vastleggingen in de begroting uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds voor de programmeringsperiode 2021-2027 en die vermeld zijn in artikel [103, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – inleidende formule
2.  De in lid 1 bedoelde middelen worden als volgt toegewezen:
2.  10 195 910 000 EUR (91,31 %) van de in lid 1 bedoelde middelen wordt als volgt toegewezen:
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter a
a)  52,7 % (d.w.z. in totaal 4 440 000 000 EUR) voor grensoverschrijdende samenwerking (component 1);
a)  7 500 000 000 EUR (67,16 %) voor grensoverschrijdende samenwerking (component 1);
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter b
b)  31,4 % (d.w.z. in totaal 2 649 900 000 EUR) voor transnationale samenwerking en maritieme samenwerking (component 2);
b)  1 973 600 880 EUR (17,68 %) voor transnationale samenwerking (component 2);
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter c
c)  3,2 % (d.w.z. in totaal 270 100 000 EUR) voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden (component 3);
c)  357 309 120 EUR (3,2 %) voor samenwerking tussen ultraperifere gebieden (component 3);
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter d
d)  1,2 % (d.w.z. in totaal 100 000 000 EUR) voor interregionale samenwerking (component 4);
d)  365 000 000 EUR (3,27 %) voor interregionale samenwerking (component 4);
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – letter e
e)  11,5 % (d.w.z. in totaal 970 000 000 EUR) voor investeringen in interregionale innovatie (component 5).
Schrappen
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – alinea 2 – letter a
a)  regio's van NUTS-niveau 3 voor component 1 en de regio's van NUTS-niveau 3 als bedoeld in artikel 8, lid 2, van de uitvoeringshandeling voor component 2B;
a)  regio's van NUTS-niveau 3 voor component 1 die zijn vermeld in de uitvoeringshandeling als bedoeld in artikel 8, lid 2;
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – alinea 2 – letter b
b)  regio's van NUTS-niveau 2 voor de componenten 2A en 3.
b)  regio's van NUTS-niveau 2 voor component 2.
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3 – alinea 2 – letter b bis (nieuw)
b bis)  regio's van NUTS-niveau 2 en 3 voor component 3.
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 5 bis (nieuw)
5 bis.  970 000 000 EUR (8,69 %) van de in lid 1 bedoelde middelen wordt toegewezen aan het nieuwe initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie als bedoeld in artikel 15 bis (nieuw).
Indien de Commissie op 31 december 2026 niet alle in lid 1 bedoelde beschikbare middelen voor in het kader van dat initiatief geselecteerde projecten heeft vastgelegd, worden de resterende niet-vastgelegde saldi naar evenredigheid herverdeeld over de componenten 1 tot en met 4.
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3 – alinea 1
Er wordt steun uit het EFRO verleend aan individuele externe grensoverschrijdend Interreg-programma's op voorwaarde dat het IPA III CBC en het NDICI CBC ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken in het kader van het relevante strategische programmeringsdocument. Voor deze gelijkwaardigheid geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de IPA III-wetgevingshandeling of de NDICI-wetgevingshandeling.
Er wordt steun uit het EFRO verleend aan individuele externe grensoverschrijdende Interreg-programma's op voorwaarde dat het IPA III CBC en het NDICI CBC ten minste gelijkwaardige bedragen verstrekken in het kader van het relevante strategische programmeringsdocument. Voor deze bijdrage geldt een maximumbedrag dat is vastgesteld in de IPA III-wetgevingshandeling of de NDICI-wetgevingshandeling.
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 3 – alinea 1 – letter b
b)  het Interreg-programma niet kan worden uitgevoerd als gepland omdat zich tussen de deelnemende landen problemen hebben voorgedaan.
b)  in naar behoren gemotiveerde gevallen, wanneer het Interreg-programma niet kan worden uitgevoerd als gepland omdat zich tussen de deelnemende landen problemen hebben voorgedaan.
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4 – alinea 1
Wat een reeds door de Commissie goedgekeurd Interreg-programma van component 2 betreft, wordt de deelname van een partnerland of van Groenland beëindigd, indien zich een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), voordoet.
Wat een reeds door de Commissie goedgekeurd Interreg-programma van component 2 betreft, wordt de deelname van een partnerland of van een LGO beëindigd, indien zich een van de situaties als bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a) en b), voordoet.
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4 – alinea 2 – letter a
a)  dat het Interreg-programma in zijn geheel wordt beëindigd, met name wanneer de belangrijkste gezamenlijke ontwikkelingsproblemen ervan niet kunnen worden verwezenlijkt zonder de deelname van die partner of Groenland;
a)  dat het Interreg-programma in zijn geheel wordt beëindigd, met name wanneer de belangrijkste gezamenlijke ontwikkelingsproblemen ervan niet kunnen worden verwezenlijkt zonder de deelname van die partner of dat LGO;
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 4 – alinea 2 – letter c
c)  dat het Interreg-programma doorgaat zonder de deelname van het betrokken partnerland of van Groenland.
c)  dat het Interreg-programma doorgaat zonder de deelname van het betrokken partnerland of een LGO.
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 – lid 6
6.  Wanneer een derde land of een partnerland dat met nationale middelen bijdraagt aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage vermindert tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, vermelde opties.
6.  Wanneer een derde land, partnerland of LGO dat met nationale middelen bijdraagt aan een Interreg-programma, waarbij het niet gaat om de nationale medefinanciering van steun uit het EFRO of uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie, deze bijdrage vermindert tijdens de uitvoering van het Interreg-programma, hetzij in het algemeen of in verband met gezamenlijke concrete acties die reeds zijn geselecteerd en na ontvangst van het document zoals bedoeld in artikel 22, lid 6, verzoeken de deelnemende lidstaat of lidstaten om één van de in lid 4, tweede alinea, van dit artikel vermelde opties.
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 – alinea 1
Het medefinancieringspercentage op het niveau van elk Interreg-programma bedraagt niet meer dan 70 %, tenzij met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's of Interreg-programma's van componenten 3 een hoger percentage is vastgesteld in de Verordeningen (EU) [IPA III] of (EU) [NDICI] of Besluit (EU) [OCTP] van de Raad, of in elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.
Het medefinancieringspercentage op het niveau van elk Interreg-programma bedraagt niet meer dan 80 %, tenzij met betrekking tot externe grensoverschrijdende Interreg-programma's of Interreg-programma's van component 3 een hoger percentage is vastgesteld in de Verordeningen (EU) [IPA III] of (EU) [NDICI] of Besluit (EU) [OCTP] van de Raad, of in elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3 – inleidende formule
3.  In aanvulling op de specifieke doelstellingen van het EFRO zoals vastgesteld in artikel [2] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], kunnen het EFRO en, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie als volgt bijdragen tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen in het kader van BD 4:
3.  In aanvulling op de specifieke doelstellingen van het EFRO zoals vastgesteld in artikel [2] van Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], dragen het EFRO en, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie als volgt bij tot de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen in het kader van BD 4:
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4 – letter a – inleidende formule
a)  onder Interreg-programma's van component 1 en 2B:
a)  onder Interreg-programma's van component 1 en 2:
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4 – letter a – punt ii
ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;
ii)  verbetering van de efficiëntie van het openbaar bestuur door de bevordering van juridische en administratieve samenwerking en samenwerking tussen burgers, met inbegrip van people-to-people-projecten, het maatschappelijk middenveld en instellingen, met name om een oplossing te vinden voor juridische en andere obstakels in grensregio's;
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
5.  In het kader van de externe grensoverschrijdende Interreg-programma's en Interreg-programma's van component 2 en 3 verlenen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming van migranten.
5.  In het kader van de Interreg-programma's van component 1, 2 en 3 kunnen het EFRO en, indien toepasselijk, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie ook steun verlenen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa", met name door acties op het gebied van het beheer van grensoverschrijdingen, mobiliteit en migratie, met inbegrip van de bescherming en economische en sociale integratie van migranten en vluchtelingen die internationale bescherming genieten.
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 2
2.  Een aanvullende 15 % van de toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand aan elk Interreg-programma in het kader van de componenten 1, 2 en 3, wordt toegewezen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een beter bestuur voor Interreg" of aan de externe specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa".
2.  Ten hoogste 15 % van de toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand aan elk Interreg-programma in het kader van de componenten 1, 2 en 3, wordt toegewezen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een beter bestuur voor Interreg" en ten hoogste 10 % daarvan kan worden toegewezen aan de specifieke doelstelling voor Interreg "een veiliger, zekerder Europa".
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 3
3.  Wanneer een Interreg-programma van component 2A een macroregionale strategie ondersteunt, worden de totale toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, de totale financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand toegewezen aan de doelstellingen van die strategie.
3.  Wanneer een Interreg-programma van component 1 of 2 een macroregionale strategie of zeegebiedstrategie ondersteunt, draagt ten minste 80 % van de toewijzingen van het EFRO evenals, indien van toepassing, een gedeelte van de toewijzingen van de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand bij aan de doelstellingen van die strategie.
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 – lid 4
4.  Wanneer een Interreg-programma van component 2B een macroregionale strategie of zeegebiedstrategie ondersteunt, wordt ten minste 70 % van de totale toewijzingen van het EFRO en, indien van toepassing, de totale financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie voor andere prioriteiten dan technische bijstand toegewezen aan de doelstellingen van die strategie.
Schrappen
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 bis (nieuw)
Artikel 15 bis
Investeringen in interregionale innovatie
1.  De in artikel 9, lid 5 bis, bedoelde middelen worden toegewezen aan een nieuw initiatief inzake investeringen in interregionale innovatie dat bestemd is voor:
a)  de commercialisering en opschaling van gemeenschappelijke innovatieve projecten die de ontwikkeling van Europese waardeketens kunnen stimuleren;
b)  het samenbrengen van onderzoekers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden die betrokken zijn bij op nationaal of regionaal niveau vastgestelde strategieën voor slimme specialisatie en sociale innovatie;
c)  proefprojecten om nieuwe oplossingen voor ontwikkeling op regionaal en lokaal niveau vast te stellen of te testen die gebaseerd zijn op strategieën voor slimme specialisatie; of
d)  de uitwisseling van ervaringen met innovatie om de opgedane ervaring op het gebied van regionale of lokale ontwikkeling te kunnen benutten.
2.  Om het beginsel van Europese territoriale samenhang te handhaven, met een ongeveer gelijk aandeel van de financiële middelen, zijn deze investeringen gericht op het scheppen van banden tussen minder ontwikkelde regio's en leidende regio's door de capaciteit van regionale innovatieve ecosystemen in minder ontwikkelde regio's te vergroten om de bestaande of opkomende EU-waarde te integreren en te bevorderen, evenals de capaciteit om deel te nemen aan partnerschappen met andere regio's.
3.  De Commissie zorgt voor de uitvoering van die investeringen in direct of indirect beheer. Zij wordt ondersteund door een deskundigengroep bij de opstelling van een werkprogramma op lange termijn en daarmee verband houdende oproepen.
4.  Voor investeringen in interregionale innovatie wordt het gehele grondgebied van de Unie ondersteund door het EFRO. Derde landen mogen aan deze investeringen deelnemen, op voorwaarde dat zij een financiële bijdrage leveren in de vorm van externe bestemmingsontvangsten.
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1
1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd, en programma's van component 5 die in direct of indirect beheer worden uitgevoerd.
1.  De doelstelling "Europese territoriale samenwerking (Interreg)" wordt uitgevoerd via Interreg-programma's in gedeeld beheer, met uitzondering van programma's van component 3, die geheel of gedeeltelijk in indirect beheer kunnen worden uitgevoerd na raadpleging van de belanghebbenden.
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 2
2.  De deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's stellen een Interreg-programma op overeenkomstig het model zoals vermeld in de bijlage voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.
2.  De deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking stellen een Interreg-programma op overeenkomstig het model zoals vermeld in de bijlage voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 3 – alinea 1
De deelnemende lidstaten bereiden een Interreg-programma voor in samenwerking met de programmapartners als bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
De deelnemende lidstaten bereiden een Interreg-programma voor in samenwerking met de programmapartners als bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]. Bij de voorbereiding van de Interreg-programma's die betrekking hebben op macroregionale of zeegebiedstrategieën houden de lidstaten en de programmapartners rekening met de thematische prioriteiten van de relevante macroregionale en zeegebiedstrategieën en raadplegen zij de relevante actoren. De lidstaten en de programmapartners zetten een mechanisme ex ante op om ervoor te zorgen dat alle actoren op macroregionaal niveau en op het niveau van de zeegebieden, programma-autoriteiten in het kader van Europese territoriale samenwerking, regio's en landen aan het begin van de programmeringsperiode worden samengebracht om gezamenlijk een besluit te nemen over de prioriteiten voor elk programma. Deze prioriteiten worden waar nodig afgestemd op de actieplannen voor macroregionale of zeegebiedstrategieën.
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 4 – alinea 1
De lidstaat waar de kandidaat-beheersautoriteit gevestigd is, dient een Interreg-programma uiterlijk [datum van inwerkingtreding plus negen maanden;] in bij de Commissie namens alle deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's.
De lidstaat waar de kandidaat-beheersautoriteit gevestigd is, dient een of meer Interreg-programma's uiterlijk [datum van inwerkingtreding plus twaalf maanden;] in bij de Commissie namens alle deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking.
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 4 – alinea 2
Een Interreg-programma dat steun wordt ondersteund door een extern financieringsinstrument van de Unie, wordt uiterlijk zes maanden na de goedkeuring door de Commissie van de desbetreffende strategische programmeringsdocumenten uit hoofde van artikel 10, lid 1, of indien dit vereist is uit hoofde van de respectieve basishandeling van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, ingediend door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is.
Een Interreg-programma dat wordt ondersteund door een extern financieringsinstrument van de Unie, wordt uiterlijk twaalf maanden na de goedkeuring door de Commissie van de desbetreffende strategische programmeringsdocumenten uit hoofde van artikel 10, lid 1, of indien dit vereist is uit hoofde van de respectieve basishandeling van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, ingediend door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is.
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 3
3.  In naar behoren gemotiveerde gevallen en in overleg met de Commissie kan de betrokken lidstaat besluiten tot de overdracht aan Interreg-programma's van tot [x]% van het bedrag aan steun uit het EFRO dat is toegewezen aan het desbetreffende programma in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor dezelfde regio, teneinde de efficiëntie van de programma-uitvoering te vergroten en grootschaligere concrete acties te verwezenlijken. Het overgemaakte bedrag vormt een afzonderlijke prioriteit of afzonderlijke prioriteiten.
3.  De betrokken lidstaat kan besluiten tot de overdracht aan Interreg-programma's van tot 20 % van het bedrag aan steun uit het EFRO dat is toegewezen aan het desbetreffende programma in het kader van de doelstelling "investeren in werkgelegenheid en groei" voor dezelfde regio, teneinde de efficiëntie van de programma-uitvoering te vergroten en grootschaligere concrete acties te verwezenlijken. Elke lidstaat stelt de Commissie vooraf in kennis van zijn voornemen om gebruik te maken van de mogelijkheid tot overdracht en zet voor de Commissie de redenen voor zijn besluit uiteen. Het overgemaakte bedrag vormt een afzonderlijke prioriteit of afzonderlijke prioriteiten.
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter b – inleidende formule
b)  een samenvatting van de voornaamste gemeenschappelijke problemen, rekening houdend met:
b)  een samenvatting van de voornaamste gemeenschappelijke problemen, met name rekening houdend met:
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt ii
ii)  gemeenschappelijke investeringsbehoeften en complementariteit met andere vormen van steun;
ii)  gemeenschappelijke investeringsbehoeften en complementariteit met andere vormen van steun en te verwezenlijken potentiële synergieën;
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter b – punt iii
iii)  lessen uit ervaringen uit het verleden;
iii)  lessen uit ervaringen uit het verleden en de wijze waarop zij in het programma in aanmerking zijn genomen;
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter c
c)  een motivering voor de geselecteerde beleidsdoelstellingen en specifieke doelstellingen voor Interreg, bijbehorende prioriteiten, specifieke doelstellingen en de vormen van steun, waarbij indien nodig ontbrekende schakels in de grensoverschrijdende infrastructuur worden aangepakt;
c)  een motivering voor de geselecteerde beleidsdoelstellingen en specifieke doelstellingen voor Interreg en bijbehorende prioriteiten, waarbij indien nodig ontbrekende schakels in de grensoverschrijdende infrastructuur worden aangepakt;
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt i
i)  de gerelateerde actietypes, met inbegrip van een lijst met geplande concrete acties die van strategisch belang zijn, en hun bijdrage aan die specifieke doelstellingen en aan macroregionale en zeegebiedstrategieën, indien van toepassing;
i)  de gerelateerde actietypes, met inbegrip van een lijst met geplande concrete acties die van strategisch belang zijn, en hun bijdrage aan die specifieke doelstellingen en aan macroregionale en zeegebiedstrategieën, indien van toepassing, respectievelijk de reeks criteria en de overeenkomstige transparante selectiecriteria voor een dergelijke concrete actie;
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt iii
iii)  de voornaamste doelgroepen;
Schrappen
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 4 – letter e – punt v
v)  het voorgenomen gebruik van financieringsinstrumenten;
Schrappen
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 5 – letter a – punt iii
iii)  voor Interreg-programma's van component 2 die worden ondersteund door het OCTP, uitgesplitst naar financieringsinstrument ("EFRO" en "OCTP Groenland");
iii)  voor Interreg-programma's van component 2 die worden ondersteund door het OCTP, uitgesplitst naar financieringsinstrument ("EFRO" en "OCTP");
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 5 – letter b
b)  de in lid 4, onder g), ii), bedoelde tabel bevat enkel de bedragen voor de jaren 2021 tot en met 2025.
Schrappen
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 – lid 7 – letter b
b)  de procedure voor het instellen van het gezamenlijke secretariaat vastleggen;
b)  de procedure voor het instellen van het gezamenlijke secretariaat vastleggen alsook, indien van toepassing, de ondersteunende beheersstructuren in de lidstaten of derde landen;
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1
1.  De Commissie beoordeelt elk Interreg-programma en de mate waarin het Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en, in het geval van steun uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie en, indien van toepassing, de samenhang ervan met het in artikel 10, lid 1, bedoelde meerjarig strategiedocument of het desbetreffende strategische programmeringskader uit hoofde van het respectieve basishandeling van één of meer van die instrumenten.
1.  De Commissie beoordeelt volledig transparant elk Interreg-programma en de mate waarin het Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en, in het geval van steun uit een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie en indien van toepassing, de samenhang ervan met het in artikel 10, lid 1, van deze verordening bedoelde meerjarig strategiedocument of het desbetreffende strategische programmeringskader uit hoofde van de respectieve basishandeling van één of meer van die instrumenten.
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 3
3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's evalueren het Interreg-programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.
3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking evalueren het Interreg-programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 4
4.  De Commissie stelt uiterlijk zes maanden na indiening van elk Interreg-programma door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van het programma vast.
4.  De Commissie stelt uiterlijk drie maanden na indiening van de herziene versie van elk Interreg-programma door de lidstaat waar de toekomstige beheersautoriteit gevestigd is, door middel van een uitvoeringshandeling een besluit tot goedkeuring van het programma vast.
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 1
1.  De lidstaat waar de beheersautoriteit gevestigd is, kan een gemotiveerd verzoek tot wijziging van een Interreg-programma indienen samen met het gewijzigde programma waarin wordt uiteengezet wat het verwachte effect van die wijziging op de verwezenlijking van de doelstellingen is.
1.  Na raadpleging van de lokale en regionale autoriteiten en in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], kan de lidstaat waar de beheersautoriteit gevestigd is, een gemotiveerd verzoek tot wijziging van een Interreg-programma indienen samen met het gewijzigde programma waarin wordt uiteengezet wat het verwachte effect van die wijziging op de verwezenlijking van de doelstellingen is.
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 2
2.  De Commissie beoordeelt de mate waarin de wijziging Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en kan binnen drie maanden na de datum waarop het gewijzigde programma door de lidstaat is ingediend, opmerkingen formuleren.
2.  De Commissie beoordeelt de mate waarin de wijziging Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], Verordening (EU) [EFRO] en deze verordening nakomt en kan binnen een maand na de datum waarop het gewijzigde programma is ingediend, opmerkingen formuleren.
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 3
3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden of LGO's evalueren het gewijzigde programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.
3.  Deelnemende lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking evalueren het gewijzigde programma, rekening houdend met de opmerkingen van de Commissie.
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 4
4.  De Commissie keurt de wijziging van een Interreg-programma uiterlijk zes maanden na de indiening ervan door de lidstaat, goed.
4.  De Commissie keurt de wijziging van een Interreg-programma uiterlijk drie maanden na de indiening ervan door de lidstaat, goed.
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 19 – lid 5 – alinea 1
De lidstaat kan tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 5 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 3 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Interreg-programma.
Na raadpleging van de lokale en regionale autoriteiten en in overeenstemming met artikel 6 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], kan de lidstaat tijdens de programmeringsperiode een bedrag van maximaal 10 % van de initiële toewijzing van een prioriteit en niet meer dan 5 % van de programmabegroting overdragen naar een andere prioriteit van hetzelfde Interreg-programma.
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1 – alinea 2
Dat toezichtcomité kan voor de selectie van concrete acties één of, met name in het geval van subprogramma's, meerdere directiecomités oprichten, die optreden onder zijn verantwoordelijkheid.
Dat toezichtcomité kan voor de selectie van concrete acties één of, met name in het geval van subprogramma's, meerdere directiecomités oprichten, die optreden onder zijn verantwoordelijkheid. Directiecomités passen het partnerschapsbeginsel van artikel 6 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] toe en betrekken partners uit alle deelnemende lidstaten.
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3
3.  De beheersautoriteit raadpleegt de Commissie en houdt rekening met haar opmerkingen voorafgaand aan de eerste indiening van de selectiecriteria bij het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité. Hetzelfde geldt voor eventuele latere wijzigingen van deze criteria.
3.  De beheersautoriteit stelt de Commissie in kennis voorafgaand aan de eerste indiening van de selectiecriteria bij het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité. Hetzelfde geldt voor eventuele latere wijzigingen van deze criteria.
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 4 – inleidende formule
4.  Bij de selectie van de concrete acties heeft het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité de volgende taken:
4.  Voor het toezichtcomité of, indien van toepassing, het directiecomité de concrete acties selecteert, heeft de beheersautoriteit de volgende taken:
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 6 – alinea 2
In dit document worden eveneens de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner met betrekking tot terugvorderingen op grond van artikel 50 vastgesteld. Deze verplichtingen worden vastgesteld door het toezichtcomité. Een eerstverantwoordelijke partner die is gevestigd in een andere lidstaat, derde land, partnerland of LGO, dan de partner is niet verplicht om door middel van een gerechtelijke procedure terug te vorderen.
In dit document worden eveneens de verplichtingen van de eerstverantwoordelijke partner met betrekking tot terugvorderingen op grond van artikel 50 vastgesteld. De procedures in verband met terugvorderingen worden vastgesteld en overeengekomen door het toezichtcomité. Een eerstverantwoordelijke partner die is gevestigd in een andere lidstaat, derde land, partnerland of LGO dan de partner is niet verplicht om door middel van een gerechtelijke procedure terug te vorderen.
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 1 – alinea 1
Bij concrete acties die in het kader van de componenten 1, 2 en 3 worden geselecteerd, zijn actoren uit ten minste twee deelnemende landen betrokken, waarvan er ten minste één begunstigde uit een lidstaat afkomstig is.
Bij concrete acties die in het kader van de componenten 1, 2 en 3 worden geselecteerd, zijn actoren uit ten minste twee deelnemende landen of LGO's betrokken, waarvan er ten minste één begunstigde uit een lidstaat afkomstig is.
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 2
2.  Een concrete actie in het kader van Interreg kan in één land worden uitgevoerd, mits de gevolgen voor en de voordelen van het programmagebied zijn vastgesteld in de aanvraag voor de concrete actie.
2.  Een concrete actie in het kader van Interreg kan in één land of LGO worden uitgevoerd, mits de gevolgen voor en de voordelen van het programmagebied zijn vastgesteld in de aanvraag voor de concrete actie.
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 4 – alinea 1
De partners werken samen bij de ontwikkeling, uitvoering en financiering van en de personeelsvoorziening voor concrete acties in het kader van Interreg.
De partners werken samen bij de ontwikkeling en uitvoering van concrete acties in het kader van Interreg, evenals bij de personeelsvoorziening daarvoor en/of financiering daarvan. Er wordt getracht het aantal partners voor elke concrete actie in het kader van Interreg te beperken tot maximaal tien.
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 4 – alinea 2
Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO slechts voor drie van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.
Voor concrete acties in het kader van Interreg-programma's van component 3 moeten de partners uit ultraperifere regio's en derde landen, partnerlanden of LGO's slechts voor twee van de vier in de eerste alinea vermelde aspecten samenwerken.
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 6 – alinea 1
Een grensoverschrijdende juridische entiteit of EGTS kan de enige partner zijn van een concrete actie in het kader van een Interreg-programma van de componenten 1, 2 en 3 zijn, mits de leden daarvan bestaan uit partners uit ten minste twee deelnemende landen.
Een grensoverschrijdende juridische entiteit of EGTS kan de enige partner zijn van een concrete actie in het kader van een Interreg-programma van de componenten 1, 2 en 3 zijn, mits de leden daarvan bestaan uit partners uit ten minste twee deelnemende landen of LGO's.
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 23 – lid 7 – alinea 2
Een enige partner kan evenwel geregistreerd zijn in een lidstaat die niet aan dat programma deelneemt, mits aan de voorwaarden van artikel 23, wordt voldaan.
Schrappen
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 1 – alinea 1
De bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, uit de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie aan een fonds voor kleinschalige projecten in het kader van een Interreg-programma mag niet meer bedragen dan 20 000 000 EUR of, als dat minder is, 15 % van de totale toewijzing aan het Interreg-programma.
De totale bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, uit de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie aan een of meer fondsen voor kleinschalige projecten in het kader van een Interreg-programma mag niet meer bedragen dan 20 % van de totale toewijzing aan het Interreg-programma en bedraagt in het kader van een Interreg-programma voor grensoverschrijdende samenwerking ten minste 3 % van de totale toewijzing.
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 2
2.  De begunstigde van een fonds voor kleinschalige projecten is een grensoverschrijdende juridische entiteit of een EGTS.
2.  De begunstigde van een fonds voor kleinschalige projecten is een publiek- of privaatrechtelijke instantie, een entiteit met of zonder rechtspersoonlijkheid of een natuurlijke persoon, die verantwoordelijk is voor het opzetten of het opzetten en uitvoeren van concrete acties.
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 5
5.  Personeelskosten en indirecte kosten die op het niveau van de begunstigde worden gemaakt voor het beheer van het fonds voor kleinschalige projecten, bedragen ten hoogste 20 % van de totale subsidiabele kosten van het respectieve fonds voor kleinschalige projecten.
5.  Personeelskosten en andere directe kosten die overeenstemmen met de kostencategorieën van de artikelen 39 tot en met 42, evenals indirecte kosten die op het niveau van de begunstigde worden gemaakt voor het beheer van het fonds of de fondsen voor kleinschalige projecten, bedragen ten hoogste 20 % van de totale subsidiabele kosten van het respectieve fonds of de respectieve fondsen voor kleinschalige projecten.
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 6 – alinea 1
Wanneer de overheidsbijdrage aan een klein project niet meer bedraagt dan 100 000 EUR, bestaat de bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, een financieringsinstrument voor extern optreden van de Europese Unie uit eenheidskosten of vaste bedragen of bevat deze vaste percentages, behalve voor projecten waarvoor de steun staatssteun vormt.
Wanneer de overheidsbijdrage aan een kleinschalig project niet meer bedraagt dan 100 000 EUR, bestaat de bijdrage uit het EFRO of, indien van toepassing, een financieringsinstrument voor extern optreden van de Unie uit eenheidskosten of vaste bedragen of bevat deze vaste percentages.
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 – lid 6 – alinea 1 bis (nieuw)
Wanneer de totale kosten van elke concrete actie niet meer bedragen dan 100 000 EUR, kan het steunbedrag voor een of meer kleinschalige projecten worden vastgesteld op basis van een ontwerpbegroting, die per geval wordt opgesteld en vooraf wordt goedgekeurd door de instantie die de concrete actie selecteert.
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 2
2.  Tenzij anders bepaald in regelingen die zijn vastgelegd overeenkomstig lid 1, onder a), ziet de eerstverantwoordelijke partner erop toe dat de andere partners het totale bedrag van de bijdragen van het respectieve EU-fonds zo spoedig mogelijk en integraal ontvangen. Er mogen geen bedragen in mindering worden gebracht of worden ingehouden, noch specifieke heffingen of andere heffingen met gelijke werking worden toegepast waardoor die bedragen voor de andere partners worden verminderd.
2.  Tenzij anders bepaald in regelingen die zijn vastgelegd overeenkomstig lid 1, onder a), ziet de eerstverantwoordelijke partner erop toe dat de andere partners het totale bedrag van de bijdragen van het respectieve EU-fonds integraal ontvangen binnen de door alle partners overeengekomen termijn en volgens dezelfde procedure als die welke voor de eerstverantwoordelijke partner geldt. Er mogen geen bedragen in mindering worden gebracht of worden ingehouden, noch specifieke heffingen of andere heffingen met gelijke werking worden toegepast waardoor die bedragen voor de andere partners worden verminderd.
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 3 – alinea 1
Een begunstigde in een aan een Interreg-programma deelnemend(e) lidstaat, derde land, partnerland of LGO kan worden aangewezen als de eerstverantwoordelijke partner.
Een begunstigde in een aan een Interreg-programma deelnemende lidstaat kan worden aangewezen als de eerstverantwoordelijke partner.
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 25 – lid 3 – alinea 2
De aan een Interreg-programma deelnemende lidstaten, derde landen, partnerlanden of LGO's kunnen overeenkomen dat een partner die geen steun ontvangt uit het EFRO of financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie, kan worden aangewezen als eerstverantwoordelijke partner.
Schrappen
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1
1.  Technische bijstand voor elk Interreg-programma wordt vergoed volgens een vast percentage door de in lid 2 vermelde percentages toe te passen op de subsidiabele uitgaven die in iedere betalingsaanvraag zijn opgenomen krachtens [artikel 85, lid 3, onder a) of onder c),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
1.  Technische bijstand voor elk Interreg-programma wordt vergoed volgens een vast percentage door de in lid 2 vermelde percentages op de jaarlijkse gedeelten van de voorfinanciering krachtens artikel 49, lid 2, onder a) en b), van deze verordening toe te passen voor 2021 en 2022 en vervolgens op de subsidiabele uitgaven die in iedere betalingsaanvraag zijn opgenomen krachtens [artikel 85, lid 3, onder a) of onder c),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] voor de volgende jaren, in voorkomend geval.
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter a
a)  voor interne Interreg-programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden gesteund door het EFRO: 6 %;
a)  voor interne Interreg-programma's voor grensoverschrijdende samenwerking die worden gesteund door het EFRO: 7 %;
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 2 – letter c
c)  voor Interreg-programma's van component 2, 3 en 4 voor zowel het EFRO als, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie: 7 %.
c)  voor Interreg-programma's van component 2, 3 en 4 voor zowel het EFRO als, indien van toepassing, de financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie: %.
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1
1.  De lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan dat programma, richten binnen drie maanden na de datum van kennisgeving aan de lidstaat van het besluit van de Commissie tot vaststelling van een Interreg-programma, in overleg met de beheersautoriteit een comité op dat toezicht houdt op de uitvoering van het Interreg-programma ("toezichtcomité"),
1.  De lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking die deelnemen aan dat programma, richten binnen drie maanden na de datum van kennisgeving aan de lidstaat van het besluit van de Commissie tot vaststelling van een Interreg-programma, in overleg met de beheersautoriteit een comité op dat toezicht houdt op de uitvoering van het Interreg-programma ("toezichtcomité"),
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 2
2.  Het toezichtcomité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de lidstaat waar de beheersautoriteit gevestigd is, of van de beheersautoriteit.
Schrappen
Wanneer in het reglement van orde van het toezichtcomité een roulerend voorzitterschap is vastgesteld, wordt het toezichtcomité voorgezeten door een vertegenwoordiger van een derde land, partnerland of LGO, en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de lidstaat of van de beheersautoriteit, en vice versa.
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 6
6.  De beheersautoriteit publiceert het reglement van orde van het toezichtcomité en alle gegevens en informatie die met het comité worden gedeeld op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.
6.  De beheersautoriteit publiceert het reglement van orde van het toezichtcomité, de samenvatting van gegevens en informatie evenals alle besluiten die met het comité worden gedeeld op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – alinea 1
De samenstelling van het toezichtcomité van elk Interreg-programma wordt overeengekomen door de lidstaten en, indien van toepassing, door de aan dat programma deelnemende derde landen, partnerlanden en LGO's, waarbij wordt gezorgd voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de relevante autoriteiten, intermediaire instanties en vertegenwoordigers van de programmapartners zoals bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] uit de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's.
De samenstelling van het toezichtcomité van elk Interreg-programma kan worden overeengekomen door de lidstaten en, indien van toepassing, door de aan dat programma deelnemende derde landen, partnerlanden en LGO's, waarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de relevante autoriteiten, intermediaire instanties en vertegenwoordigers van de programmapartners zoals bedoeld in artikel [6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] uit de lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's.
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – alinea 2
Bij de samenstelling van het toezichtcomité wordt rekening gehouden met het aantal deelnemende lidstaten, derde landen, partnerlanden en LGO's in het betrokken Interreg-programma.
Schrappen
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – alinea 3
Het toezichtcomité omvat ook vertegenwoordigers van instanties die gezamenlijk zijn opgericht in het hele programmagebied of die een deel daarvan bestrijken, met inbegrip van EGTS.
Het toezichtcomité omvat ook vertegenwoordigers van regionale en lokale overheden evenals andere instanties die gezamenlijk zijn opgericht in het hele programmagebied of die een deel daarvan bestrijken, met inbegrip van EGTS.
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
2.  De beheersautoriteit publiceert de ledenlijst van het toezichtcomité op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.
2.  De beheersautoriteit publiceert een lijst van de autoriteiten of instanties die zijn aangewezen als leden van het toezichtcomité op de in artikel 35, lid 2, bedoelde website.
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 3
3.  Vertegenwoordigers van de Commissie nemen met raadgevende stem deel aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.
3.  Vertegenwoordigers van de Commissie kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.  Vertegenwoordigers van instanties die zijn opgericht in het hele programmagebied of die een deel daarvan bestrijken, met inbegrip van EGTS, kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van het toezichtcomité.
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 1 – letter g
g)  de vooruitgang bij de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing.
g)  de vooruitgang bij de capaciteitsopbouw voor overheidsinstanties en begunstigden, indien van toepassing, waarbij het indien noodzakelijk verdere ondersteunende maatregelen voorstelt.
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 – lid 2 – letter a
a)  de methoden en de criteria die worden gebruikt voor de selectie van concrete acties, met inbegrip van veranderingen daaraan, na overleg met de Commissie in overeenstemming met artikel 22, lid 2, onverminderd artikel 27, lid 3, onder b), c) en d), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];
a)  de methoden en de criteria die worden gebruikt voor de selectie van concrete acties, met inbegrip van veranderingen daaraan, na kennisgeving aan de Commissie in overeenstemming met artikel 22, lid 2, van deze verordening, onverminderd [artikel 27, lid 3, onder b), c) en d),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – lid 2 – inleidende formule
2.  Op verzoek van de Commissie verstrekt de beheersautoriteit binnen één maand de informatie over de in artikel 29, lid 1, genoemde elementen aan de Commissie:
2.  Op verzoek van de Commissie verstrekt de beheersautoriteit binnen drie maanden de informatie over de in artikel 29, lid 1, genoemde elementen aan de Commissie:
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 – alinea 1
Elke beheersautoriteit dient uiterlijk op 31 januari, 31 maart, 31 mei, 31 juli, 30 september en 30 november de cumulatieve gegevens voor het respectieve Interreg-programma in bij de Commissie op basis van het in bijlage [VII] bij Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] opgenomen model.
Elke beheersautoriteit dient bij de Commissie uiterlijk op 31 januari, 31 mei en 30 september van elk jaar de gegevens voor het respectieve Interreg-programma elektronisch in overeenkomstig artikel 31, lid 2, onder a), van deze verordening, evenals een maal per jaar de gegevens overeenkomstig artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening op basis van het in bijlage [VII] bij Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] opgenomen model.
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)
De gegevens worden ingediend met behulp van de bestaande systemen voor gegevensrapportage, voor zover die systemen in de vorige programmeringsperiode betrouwbaar zijn gebleken.
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 2 – letter b
b)  de waarden van de output- en resultaatindicatoren voor de geselecteerde concrete acties in het kader van Interreg en de door de concrete acties in het kader van Interreg bereikte waarden.
b)  de waarden van de output- en resultaatindicatoren voor de geselecteerde concrete acties in het kader van Interreg en de door de afgeronde concrete acties in het kader van Interreg bereikte waarden.
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 1
1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage [I] bij Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening] en, waar nodig, programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], en artikel 17, lid 3, onder d), ii), en artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening.
1.  Gemeenschappelijke output- en resultaatindicatoren, als vervat in bijlage [I] bij Verordening (EU) [nieuwe EFRO-verordening], die het meest geschikt worden geacht om de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma Europese territoriale samenwerking (Interreg) te meten, worden gebruikt overeenkomstig artikel [12, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], en artikel 17, lid 4, onder e), ii), en artikel 31, lid 2, onder b), van deze verordening.
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.  Waar nodig en in door de beheersautoriteit naar behoren gemotiveerde gevallen worden programmaspecifieke output- en resultaatindicatoren gebruikt naast de indicatoren die overeenkomstig de eerste alinea zijn geselecteerd.
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 1
1.  De beheersautoriteit voert een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.
1.  De beheersautoriteit voert ten hoogste eenmaal per jaar een evaluatie van elk Interreg-programma uit. Elke evaluatie bevat een beoordeling van de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang en EU-meerwaarde van het programma met het oog op de verbetering van de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering van het respectieve Interreg-programma.
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 34 – lid 4
4.  De beheersautoriteit zorgt voor procedures voor het opstellen en verzamelen van de voor evaluaties vereiste gegevens.
4.  De beheersautoriteit wil zorgen voor de procedures die nodig zijn voor het opstellen en verzamelen van de voor evaluaties vereiste gegevens.
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 3
3.  Artikel [44, leden 2 tot en met 7] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] inzake de verantwoordelijkheden van de beheersautoriteit is van toepassing.
3.  Artikel [44, leden 2 tot en met 6] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] inzake de verantwoordelijkheden van de beheersautoriteit is van toepassing.
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter c
c)  een plaat of bord op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie in het kader van Interreg die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal waarvan de totale kosten meer bedragen dan 100 000 EUR, van start gaat;
c)  een plaat of bord op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen zodra de materiële uitvoering van de concrete actie in het kader van Interreg die gepaard gaat met fysieke investeringen of de aankoop van materiaal waarvan de totale kosten meer bedragen dan 50 000 EUR, van start gaat;
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter d
d)  voor concrete acties die niet onder c) vallen, ten minste één affiche of elektronisch beeldscherm (minimaal in A3-formaat) met informatie over de concrete actie in het kader van Interreg met vermelding van de steun uit een Interreg-fonds, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;
d)  voor concrete acties die niet onder c) vallen, ten minste één affiche en, indien van toepassing, elektronisch beeldscherm (minimaal in A2-formaat) met informatie over de concrete actie in het kader van Interreg met vermelding van de steun uit een Interreg-fonds, op een voor het publiek zichtbare plek te plaatsen;
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 4 – alinea 1 – letter e
e)  voor concrete acties van strategisch belang en concrete acties waarvan de totale kosten meer dan 10 000 000 EUR bedragen, een communicatie-evenement te organiseren en de Commissie en de bevoegde beheersautoriteit daar tijdig bij te betrekken.
e)  voor concrete acties van strategisch belang en concrete acties waarvan de totale kosten meer dan 5 000 000 EUR bedragen, een communicatie-evenement te organiseren en de Commissie en de bevoegde beheersautoriteit daar tijdig bij te betrekken.
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 – lid 6
6.  Wanneer de begunstigde de in artikel [42] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] of in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde verplichtingen niet nakomt, past de lidstaat een financiële correctie toe door maximaal 5 % van de bijdrage van de fondsen aan de betrokken concrete actie in te trekken.
6.  Wanneer de begunstigde de in artikel [42] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] of in het eerste en tweede lid van dit artikel vermelde verplichtingen niet nakomt, noch zijn verzuim tijdig herstelt, past de beheersautoriteit een financiële correctie toe door maximaal 5 % van de bijdrage van de fondsen aan de betrokken concrete actie in te trekken.
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 3 – letter c
c)  op basis van een vast percentage overeenkomstig artikel [50, lid 1,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening].
c)  directe personeelskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage van maximaal 20 % van de andere directe kosten dan de directe personeelskosten van die concrete actie, zonder verplichting voor de lidstaat om te berekenen welk percentage van toepassing is.
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 5 – letter a
a)  het delen van de bruto maandelijkse arbeidskosten door de maandelijkse arbeidstijd vastgesteld in het arbeidsdocument, uitgedrukt in uren; of
a)  het delen van de meest recente met documenten gestaafde maandelijkse bruto arbeidskosten door de maandelijkse werktijd van de betrokken persoon overeenkomstig het in het arbeidscontract vermelde toepasselijke recht en artikel 50, lid 2, onder b), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening]; of
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 – lid 6
6.  Wat betreft personeelskosten van personen die volgens het arbeidsdocument op uurbasis werken, zijn dergelijke kosten subsidiabel op basis van toepassing van het in het arbeidsdocument overeengekomen uurtarief op het aantal feitelijk aan de concrete actie bestede uren, aan de hand van een systeem voor de registratie van werktijden.
6.  Wat betreft personeelskosten van personen die volgens het arbeidsdocument op uurbasis werken, zijn dergelijke kosten subsidiabel op basis van toepassing van het in het arbeidsdocument overeengekomen uurtarief op het aantal feitelijk aan de concrete actie bestede uren, aan de hand van een systeem voor de registratie van werktijden. Indien de in artikel 38, lid 2, onder b), bedoelde salariskosten nog niet in het overeengekomen uurtarief zijn begrepen, kunnen zij bij dat uurtarief worden opgeteld, overeenkomstig het toepasselijke nationale recht.
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 39 – alinea 1 – inleidende formule
Kantoor- en administratieve kosten zijn beperkt tot de volgende posten:
Kantoor- en administratieve kosten zijn beperkt tot 15 % van de totale directe kosten van een concrete actie en tot de volgende posten:
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 4
4.  Rechtstreekse betaling van de uitgaven voor kosten in het kader van dit artikel door een medewerker van de begunstigde wordt aangetoond door een bewijs van vergoeding door de begunstigde aan die werknemer.
4.  Rechtstreekse betaling van de uitgaven voor kosten in het kader van dit artikel door een medewerker van de begunstigde wordt aangetoond door een bewijs van vergoeding door de begunstigde aan die werknemer. Deze kostencategorie kan worden gebruikt voor de reiskosten van het personeel dat verantwoordelijk is voor een concrete actie en van andere belanghebbenden met het oog op de uitvoering en promotie van de concrete actie in het kader van Interreg en het programma.
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 – lid 5
5.  Reis- en verblijfskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage, met een maximum van 15 % van de directe kosten, met uitzondering van de directe personeelskosten, van die concrete actie.
5.  Reis- en verblijfskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage, met een maximum van 15 % van de directe kosten van die concrete actie.
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – alinea 1 – inleidende formule
Kosten voor externe expertise en diensten blijven beperkt tot de volgende diensten en deskundigheid van een publiek- of privaatrechtelijke instantie of een natuurlijke persoon, anders dan de begunstigde van de concrete actie:
Kosten voor externe expertise en diensten omvatten, maar zijn niet beperkt tot de volgende diensten en deskundigheid van een publiek- of privaatrechtelijke instantie of een natuurlijke persoon, anders dan de begunstigde van de concrete actie, elke partner daaronder begrepen:
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 – alinea 1 – letter o
o)  reis- en verblijfkosten van externe deskundigen, sprekers, voorzitters van vergaderingen en dienstverleners;
o)  reis- en verblijfkosten van externe deskundigen;
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 – lid 1 – inleidende formule
1.  Kosten van uitrusting die is gekocht, gehuurd of geleased door de begunstigde van de concrete actie, afgezien van de in artikel 39 bedoelde uitrusting, zijn beperkt tot het volgende:
1.  Kosten van uitrusting die is gekocht, gehuurd of geleased door de begunstigde van de concrete actie, afgezien van de in artikel 39 bedoelde uitrusting, omvatten, maar zijn niet beperkt tot het volgende:
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 – alinea 1 – letter a
a)  de aankoop van land overeenkomstig [artikel 58, lid 1, onder c),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];
a)  de aankoop van land overeenkomstig [artikel 58, lid 1, onder b),] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening];
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 1
1.  De lidstaten en, indien van toepassing, de derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan een Interreg-programma wijzen, voor de toepassing van artikel [65] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] één enkele beheersautoriteit en één enkele auditautoriteit aan.
1.  De lidstaten en, indien van toepassing, de derde landen, partnerlanden, LGO's en organisaties voor regionale integratie en samenwerking die deelnemen aan een Interreg-programma wijzen, voor de toepassing van artikel [65] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] één enkele beheersautoriteit en één enkele auditautoriteit aan.
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 2
2.  De beheersautoriteit en de auditautoriteit zijn in dezelfde lidstaat gevestigd.
2.  De beheersautoriteit en de auditautoriteit kunnen in dezelfde lidstaat gevestigd zijn.
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 5
5.  Wanneer een Interreg-programma van component 2B of component 1 lange grenzen met heterogene ontwikkelingsproblemen en -behoeften bestrijkt, kunnen de lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en de LGO die deelnemen aan een Interreg-programma, subprogrammagebieden vaststellen.
5.  Wanneer een Interreg-programma van component 1 lange grenzen met heterogene ontwikkelingsproblemen en ‑behoeften bestrijkt, kunnen de lidstaten en, indien van toepassing, derde landen, partnerlanden en de LGO die deelnemen aan een Interreg-programma, subprogrammagebieden vaststellen.
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 44 – lid 6
6.  Als de beheersautoriteit een intermediaire instantie aanwijst in het kader van een Interreg-programma overeenkomstig artikel [65, lid 3,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], voert de intermediaire instantie de taken uit in meer dan één deelnemende lidstaat of, indien van toepassing, derde land, partnerland of LGO.
6.  Als de beheersautoriteit een of meer intermediaire instanties aanwijst in het kader van een Interreg-programma overeenkomstig artikel [65, lid 3,] van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening], voert/voeren de betrokken intermediaire instantie(s) de taken uit in meer dan één deelnemende lidstaat, of in hun respectieve lidstaten, of, indien van toepassing, in meer dan één derde land, partnerland of LGO.
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 bis (nieuw)
1 bis.   In afwijking van artikel 87, lid 2, van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] vergoedt de Commissie bij wijze van tussentijdse betaling 100 % van de in de betalingsaanvraag opgenomen bedragen, hetgeen wordt berekend door het medefinancieringspercentage van het programma toe te passen op de totale subsidiabele uitgaven of de overheidsbijdrage, in voorkomend geval.
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 ter (nieuw)
1 ter.   Indien de beheersautoriteit de verificaties als bedoeld in artikel 68, lid 1, onder a), van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] niet in het gehele programmagebied verricht, wijst elke lidstaat de instantie of persoon aan die deze verificaties met betrekking tot de begunstigden op zijn grondgebied verricht.
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 – lid 1 quater (nieuw)
1 quater.   In afwijking van artikel 92 van Verordening (EU) [nieuwe GB-verordening] is de jaarlijkse goedkeuring van de rekeningen niet van toepassing op de Interreg-programma's. De rekeningen worden aan het einde van een programma goedgekeurd op basis van het eindverslag over de prestaties.
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 7
7.  Wanneer het in lid 6 bedoelde algehele geëxtrapoleerde foutenpercentage meer dan 2 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, berekent de Commissie een algeheel resterend foutenpercentage, met inachtneming van door de respectieve Interreg-programma-autoriteiten toegepaste financiële correcties voor individuele onregelmatigheden die zijn ontdekt tijdens de audits van uit hoofde van lid 1 geselecteerde concrete acties.
7.  Wanneer het in lid 6 bedoelde algehele geëxtrapoleerde foutenpercentage meer dan 3,5 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, berekent de Commissie een algeheel resterend foutenpercentage, met inachtneming van door de respectieve Interreg-programma-autoriteiten toegepaste financiële correcties voor individuele onregelmatigheden die zijn ontdekt tijdens de audits van uit hoofde van lid 1 geselecteerde concrete acties.
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 – lid 8
8.  Wanneer het in lid 7 bedoelde algehele resterend foutenpercentage meer dan 2 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, bepaalt de Commissie of het nodig is de auditautoriteit van een specifiek Interreg-programma of een groep Interreg-programma's die het meest beïnvloed zijn, te verzoeken aanvullende controlewerkzaamheden te verrichten, teneinde het foutenpercentage verder te evalueren en de vereiste corrigerende maatregelen voor de Interreg-programma's die bij de geconstateerde onregelmatigheden betrokken zijn, te beoordelen.
8.  Wanneer het in lid 7 bedoelde algehele resterend foutenpercentage meer dan 3,5 % bedraagt van de totale gedeclareerde uitgaven voor de Interreg-programma's in de populatie waaruit de gemeenschappelijke steekproef was geselecteerd, bepaalt de Commissie of het nodig is de auditautoriteit van een specifiek Interreg-programma of een groep Interreg-programma's die het meest beïnvloed zijn, te verzoeken aanvullende controlewerkzaamheden te verrichten, teneinde het foutenpercentage verder te evalueren en de vereiste corrigerende maatregelen voor de Interreg-programma's die bij de geconstateerde onregelmatigheden betrokken zijn, te beoordelen.
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 – letter a
a)  2021: 1 %;
a)  2021: %;
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 – letter b
b)  2022: 1 %;
b)  2022: 2,25 %;
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 – letter c
c)  2023: 1 %;
c)  2023: 2,25 %;
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 – letter d
d)  2024: 1 %;
d)  2024: 2,25 %;
Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 – letter e
e)  2025: 1 %;
e)  2025: 2,25 %;
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 2 – letter f
f)  2026: 1 %.
f)  2026: 2,25 %.
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 3 – alinea 1
Indien externe grensoverschrijdende Interreg-programma's worden ondersteund door het EFRO en het IPA III CBC of het NDICI CBC, wordt de voorfinanciering voor alle fondsen die een dergelijk Interreg-programma ondersteunen, verricht overeenkomstig Verordening (EU) [IPA III] of [NDICI] of elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.
Indien externe Interreg-programma's worden ondersteund door het EFRO en het IPA III CBC of het NDICI CBC, wordt de voorfinanciering voor alle fondsen die een dergelijk Interreg-programma ondersteunen, verricht overeenkomstig Verordening (EU) [IPA III] of [NDICI] of elke handeling die op grond daarvan is vastgesteld.
Amendement 185
Voorstel voor een verordening
Artikel 49 – lid 3 – alinea 3
Het totaalbedrag dat als voorfinanciering is uitgekeerd, wordt aan de Commissie terugbetaald indien geen enkele betalingsaanvraag voor het voor grensoverschrijdende Interreg-programma is toegezonden binnen een termijn van 24 maanden, te rekenen vanaf de uitkering van het eerste gedeelte van de voorfinanciering door de Commissie. Een dergelijke terugbetaling wordt beschouwd als interne bestemmingsontvangsten en brengt geen verlaging mee van de steun uit het EFRO, IPA III CBC of NDICI CBC aan het programma.
Het totaalbedrag dat als voorfinanciering is uitgekeerd, wordt aan de Commissie terugbetaald indien geen enkele betalingsaanvraag voor het voor grensoverschrijdende Interreg-programma is toegezonden binnen een termijn van 36 maanden, te rekenen vanaf de uitkering van het eerste gedeelte van de voorfinanciering door de Commissie. Een dergelijke terugbetaling wordt beschouwd als interne bestemmingsontvangsten en brengt geen verlaging mee van de steun uit het EFRO, IPA III CBC of NDICI CBC aan het programma.
Amendement 186
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk 8 – titel
Deelname van derde landen, partnerlanden of LGO's aan Interreg-programma's in gedeeld beheer
Deelname van derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking aan Interreg-programma's in gedeeld beheer
Amendement 187
Voorstel voor een verordening
Artikel 51 – alinea 1
De hoofdstukken I tot en met VII en hoofdstuk X zijn van toepassing op de deelname van derde landen, partnerlanden en LGO's aan Interreg-programma's die onderworpen zijn aan de specifieke bepalingen van dit hoofdstuk.
De hoofdstukken I tot en met VII en hoofdstuk X zijn van toepassing op de deelname van derde landen, partnerlanden, LGO's of organisaties voor regionale integratie en samenwerking aan Interreg-programma's die onderworpen zijn aan de specifieke bepalingen van dit hoofdstuk.
Amendement 188
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 3
3.  Derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan een Interreg-programma, delegeren personeel aan het gezamenlijke secretariaat van dat programma en/of zetten op hun respectieve grondgebied een filiaal op.
3.  Derde landen, partnerlanden en LGO's die deelnemen aan een Interreg-programma, kunnen personeel delegeren aan het gezamenlijke secretariaat van dat programma en/of zetten, in overleg met de beheersautoriteit, op hun respectieve grondgebied een filiaal van het gezamenlijke secretariaat op.
Amendement 189
Voorstel voor een verordening
Artikel 52 – lid 4
4.  De nationale autoriteit of een orgaan dat is gelijkgesteld aan de communicatiemedewerker van het Interreg-programma als bedoeld in artikel 35, lid 1, ondersteunen de beheersautoriteit en de partners in het betreffende derde land, partnerland of LGO met betrekking tot de in artikel 35, leden 2 tot en met 7, bedoelde taken.
4.  De nationale autoriteit of een orgaan dat is gelijkgesteld aan de communicatiemedewerker van het Interreg-programma als bedoeld in artikel 35, lid 1, kunnen de beheersautoriteit en de partners in het betreffende derde land, partnerland of LGO ondersteunen met betrekking tot de in artikel 35, leden 2 tot en met 7, bedoelde taken.
Amendement 190
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 2
2.  Interreg-programma's van de component 2 en 4 die bijdragen uit het EFRO en één of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie combineren, worden in gedeeld beheer uitgevoerd in de lidstaten en in een eventueel deelnemende derde land of partnerland of, met betrekking tot component 3, LGO, ongeacht of deze LGO steun ontvangt uit een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.
2.  Interreg-programma's van de component 2 en 4 die bijdragen uit het EFRO en één of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie combineren, worden in gedeeld beheer uitgevoerd in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land, partnerland of LGO of, met betrekking tot component 3, in eender welk LGO, ongeacht of dit LGO steun ontvangt uit een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie.
Amendement 191
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 1 – letter a
a)  in gedeeld beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land of LGO;
a)  in gedeeld beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land of LGO of groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie;
Amendement 192
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 1 – letter b
b)  alleen in gedeeld beheer in de lidstaten en in het deelnemende derde land of LGO met betrekking tot EFRO-uitgaven buiten de Unie voor één of meer concrete acties, terwijl de bijdragen van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie in indirect beheer worden beheerd;
b)  alleen in gedeeld beheer in de lidstaten en in een deelnemend derde land of LGO, of groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie, met betrekking tot EFRO-uitgaven buiten de Unie voor één of meer concrete acties, terwijl de bijdragen van een of meer financieringsinstrumenten voor extern optreden van de Unie in indirect beheer worden beheerd;
Amendement 193
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 1 – letter c
c)  in indirect beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemende derde land of LGO.
c)  in indirect beheer in de lidstaten en in een eventueel deelnemend derde land of LGO of groep van derde landen die deel uitmaken van een regionale organisatie.
Amendement 194
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 – alinea 2
Wanneer een Interreg-programma's van component 3 geheel of gedeeltelijk in indirect beheer wordt uitgevoerd, is artikel 60 van toepassing.
Wanneer een Interreg-programma van component 3 geheel of gedeeltelijk in indirect beheer wordt uitgevoerd, is voorafgaande overeenstemming tussen de betrokken lidstaten en regio's vereist en is artikel 60 van toepassing.
Amendement 195
Voorstel voor een verordening
Artikel 53 – lid 3 bis (nieuw)
3 bis.   Gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen om financiering uit bilaterale of meerlandenprogramma's in het kader van NDICI en Europese territoriale samenwerking beschikbaar te stellen, kunnen bekendgemaakt worden indien de respectieve beheersautoriteiten daarmee instemmen. In de oproep wordt de geografische reikwijdte en de verwachte bijdrage ervan aan de doelstellingen van de respectieve programma's gespecificeerd. De beheersautoriteiten besluiten of de regels in het kader van NDICI, dan wel de regels in het kader van Europese territoriale samenwerking van toepassing zijn op de oproep. Zij kunnen besluiten een eerstverantwoordelijke beheersautoriteit aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de beheers- en controletaken die verband houden met de oproep.
Amendement 196
Voorstel voor een verordening
Artikel 55 – lid 3
3.  Wanneer de selectie van één of meer grote infrastructuurprojecten op de agenda staat van een toezichtcomité of, indien van toepassing, een directiecomité, zendt de beheersautoriteit uiterlijk twee maanden vóór de datum van de vergadering een conceptnota voor elk van deze projecten aan de Commissie. De conceptnota telt maximaal drie bladzijden en bevat de naam, de locatie, de begroting, de eerstverantwoordelijke partner en de overige partners, alsmede de belangrijkste doelstellingen en verwachte prestaties daarvan. Als de conceptnota met betrekking tot een of meer grote infrastructuurprojecten niet binnen de vastgestelde termijn aan de Commissie is toegezonden, kan de Commissie verlangen dat de voorzitter van het toezichtcomité of het directiecomité de betrokken projecten van de agenda van de vergadering schrapt.
3.  Wanneer de selectie van één of meer grote infrastructuurprojecten op de agenda staat van een toezichtcomité of, indien van toepassing, een directiecomité, zendt de beheersautoriteit uiterlijk twee maanden vóór de datum van de vergadering een conceptnota voor elk van deze projecten aan de Commissie. De conceptnota telt maximaal vijf bladzijden en bevat de naam, de locatie, de begroting, de eerstverantwoordelijke partner en de overige partners, alsmede de belangrijkste doelstellingen en verwachte prestaties daarvan, en bevat een geloofwaardig bedrijfsplan waaruit blijkt dat voortzetting van het project of de projecten ook zonder de verstrekking van middelen uit de Interreg-fondsen mogelijk is. Als de conceptnota met betrekking tot een of meer grote infrastructuurprojecten niet binnen de vastgestelde termijn aan de Commissie is toegezonden, kan de Commissie verlangen dat de voorzitter van het toezichtcomité of het directiecomité de betrokken projecten van de agenda van de vergadering schrapt.
Amendement 197
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 – lid 1
1.  Indien een Interreg-programma van component 3 gedeeltelijk of geheel in indirect beheer wordt uitgevoerd overeenkomstig respectievelijk artikel 53, lid 3, onder b), of artikel 53, lid 3, onder c), worden de uitvoeringstaken toevertrouwd aan een van de instanties die zijn vermeld in [artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c),] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus], met name aan een dergelijke instantie die gevestigd is in de deelnemende lidstaat, met inbegrip van de beheersautoriteit van het betrokken Interreg-programma.
1.  Indien na raadpleging van de belanghebbenden een Interreg-programma van component 3 gedeeltelijk of geheel in indirect beheer wordt uitgevoerd overeenkomstig respectievelijk artikel 53, lid 3, onder b), of artikel 53, lid 3, onder c), van deze verordening, worden de uitvoeringstaken toevertrouwd aan een van de instanties die zijn vermeld in [artikel 62, lid 1, eerste alinea, onder c),] van Verordening (EU, Euratom) [FR-Omnibus], met name aan een dergelijke instantie die gevestigd is in de deelnemende lidstaat, met inbegrip van de beheersautoriteit van het betrokken Interreg-programma.
Amendement 198
Voorstel voor een verordening
Artikel 61
Artikel 61
Schrappen
Investeringen in interregionale innovatie
Op initiatief van de Commissie kan het EFRO steun verlenen aan investeringen in interregionale innovatie, zoals omschreven in artikel 3, lid 5, waarbij onderzoekers, bedrijven, het maatschappelijk middenveld en overheden samen worden gebracht die betrokken zijn bij op nationaal of regionaal niveau vastgestelde strategieën voor slimme specialisatie.
Amendement 199
Voorstel voor een verordening
Artikel -61 bis (nieuw)
Artikel -61 bis
Vrijstelling van aanmeldingsverplichting overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU
De Commissie kan verklaren dat steun voor projecten voor Europese territoriale samenwerking die door de EU worden ondersteund, verenigbaar is met de interne markt en niet onderworpen is aan de aanmeldingsverplichting van artikel 108, lid 3, VWEU.

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0470/2018).

Laatst bijgewerkt op: 17 januari 2019Juridische mededeling