Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/0229(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0482/2018

Ingediende teksten :

A8-0482/2018

Debatten :

PV 15/01/2019 - 16
CRE 15/01/2019 - 16
PV 17/04/2019 - 26
CRE 17/04/2019 - 26

Stemmingen :

PV 16/01/2019 - 21.3
CRE 16/01/2019 - 21.3
Stemverklaringen
PV 18/04/2019 - 10.13
CRE 18/04/2019 - 10.13

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0026
P8_TA(2019)0433

Aangenomen teksten
PDF 386kWORD 118k
Woensdag 16 januari 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Vaststelling van het InvestEU-programma ***I
P8_TA(2019)0026A8-0482/2018
Tekst
 Geconsolideerde tekst

Amendementen aangenomen door het Europees Parlement op 16 januari 2019 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het InvestEU-programma (COM(2018)0439 – C8-0257/2018 – 2018/0229(COD))(1)
AMENDEMENTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT(2)
op het voorstel van de Commissie
---------------------------------------------------------

(Gewone wetgevingsprocedure – eerste lezing)

(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissies op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A8-0482/2018).
(2)* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.


Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van het InvestEU-programma

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 173 en artikel 175, derde alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(-1)  Het Europees Fonds voor strategische investeringen is een waardevol instrument gebleken voor de mobilisatie van private investeringen via het gebruik van de EU-garantie en de eigen middelen van de EIB-groep.

(1)  Met 1,8 % van het bbp van de EU, tegen 2,2 % in 2009, lagen de activiteiten op het gebied van infrastructuurinvesteringen in de Unie in 2016 ongeveer 20 % onder de investeringspercentages van vóór de wereldwijde financiële crisis. Hoewel de investeringsquotes in de Unie zich blijken te herstellen, blijven zij zo onder het niveau dat in een krachtige herstelperiode mag worden verwacht en zijn zij ontoereikend om de jarenlange onderinvesteringen te compenseren. Belangrijker is dat de huidige niveaus en prognoses van publieke en private investeringen niet de structurele investeringsbehoeften van de Unie dekken om op lange termijn groei te handhaven in het licht van de technologische veranderingen en het mondiale concurrentievermogen, onder meer voor innovatie, vaardigheden, infrastructuur, kleine en middelgrote ondernemingen ("kmo's") en de noodzaak om belangrijke maatschappelijke uitdagingen zoals duurzaamheid of vergrijzing aan te pakken. Voortzetting van de steun is dan ook nodig om marktfalen en suboptimale investeringssituaties aan te pakken en de investeringskloof in bepaalde sectoren te verkleinen teneinde de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken.

(2)  Uit evaluaties is gebleken dat de verscheidenheid aan financiële instrumenten die in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zijn gecreëerd, tot overlappingen heeft geleid. Deze verscheidenheid heeft ook tot complexiteit geleid voor intermediairs en eindontvangers, die met verschillende subsidiabiliteits- en rapportageregels werden geconfronteerd. Het ontbreken van verenigbare regels belemmerde ook de combinatie van verschillende fondsen van de Unie, hoewel een dergelijke combinatie gunstig zou zijn geweest voor de ondersteuning van projecten die verschillende soorten financiering nodig hadden. Er moet dan ook één fonds, het InvestEU-fonds, worden opgericht om de steun aan de eindontvangers efficiënter te laten functioneren door het financiële aanbod in het kader van één enkele begrotingsgarantie te integreren en te vereenvoudigen, waardoor de impact van het optreden van de Unie wordt verbeterd en de kosten voor de begroting van de Unie worden verminderd.

(3)  De afgelopen jaren heeft de Unie ambitieuze strategieën goedgekeurd om de eengemaakte markt te voltooien en duurzame en inclusieve groei en banen te stimuleren, zoals de Europa 2020 strategie, de kapitaalmarktenunie, de strategie voor een digitale eengemaakte markt, de Europese agenda voor cultuur, het pakket schone energie voor alle Europeanen, het actieplan van de Unie voor de circulaire economie, de strategie voor emissiearme mobiliteit, de ▌ruimtevaartstrategie voor Europa en de Europese pijler van sociale rechten. Het InvestEU-fonds moet de synergieën tussen deze elkaar wederzijds versterkende strategieën benutten en versterken door steun te verlenen voor investeringen en toegang tot financiering.

(4)  Op het niveau van de Unie vormt het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch beleid het kader voor de vaststelling van de nationale hervormingsprioriteiten en de monitoring van de uitvoering ervan. De lidstaten ontwikkelen, in samenwerking met lokale en regionale autoriteiten, hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategieën ter ondersteuning van deze hervormingsprioriteiten. De strategieën moeten samen met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma's worden gepresenteerd om een overzicht te bieden van en te zorgen voor de coördinatie van de prioritaire investeringsprojecten die met nationale middelen of EU-middelen, of met beide, moeten worden ondersteund. Voorts kan met deze strategieën de EU-financiering op een samenhangende wijze worden gebruikt en kan de toegevoegde waarde van met name uit hoofde van de Europese structuur- en investeringsfondsen, de Stabilisatiefunctie voor Europese investeringen en het InvestEU-fonds te ontvangen financiële steun in voorkomend geval worden gemaximaliseerd.

(5)  Het InvestEU-fonds dient bij te dragen aan de verbetering van het concurrentievermogen en de sociaal-economische convergentie van de Unie, onder meer op het gebied van innovatie, digitalisering, efficiënt gebruik van middelen conform een circulaire economie, de duurzaamheid en inclusiviteit van de economische groei van de Unie en de sociale veerkracht ▌en de integratie van de kapitaalmarkten van de Unie, met inbegrip van oplossingen voor de aanpak van de fragmentatie ervan en de diversifiëring van de financieringsbronnen voor de ondernemingen in de Unie. Dit zou de economie en het financiële stelsel van de Unie veerkrachtiger maken en het vermogen van de Unie om te reageren op een conjuncturele neergang vergroten. Daartoe moet het InvestEU-fonds projecten ondersteunen die technisch, economisch en maatschappelijk levensvatbaar zijn door een kader te bieden voor het gebruik van vreemdvermogens-, risicodelings- en eigenvermogensinstrumenten, op basis van een garantie uit hoofde van de begroting van de Unie en door financiële bijdragen van de uitvoerende partners, indien relevant. Het moet vraaggestuurd zijn, en de steun in het kader van het InvestEU-fonds moet er tegelijkertijd op gericht zijn strategische voordelen op lange termijn op te leveren op essentiële beleidsterreinen van de Unie die anders niet of onvoldoende worden gefinancierd, en zo bij te dragen tot de verwezenlijking van beleidsdoelstellingen van de Unie.

(5 bis)  De Commissie en de uitvoerende partners moeten erop toezien dat het InvestEU-programma elke vorm van synergie en complementariteit met subsidiefinanciering en andere acties op de beleidsterreinen die het ondersteunt benut, in overeenstemming met de doelstellingen van andere programma's van de Unie, zoals Horizon Europa, de Connecting Europe Facility, het programma Digitaal Europa, het programma Eengemaakte markt, het Europees Ruimtevaartprogramma, het Europees Sociaal Fonds+, Creatief Europa en het Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE).

(5 ter)  De culturele en creatieve sectoren zijn veerkrachtige en snel groeiende sectoren in de Unie die zowel economische als culturele waarde genereren uit intellectuele eigendom en individuele creativiteit. Het immateriële karakter van hun activa beperkt echter hun toegang tot private financiering, wat onontbeerlijk is om op internationaal niveau te kunnen investeren, uitbreiden en concurreren. De daartoe opgerichte garantiefaciliteit binnen Creatief Europa heeft de financiële capaciteit en het concurrentievermogen van culturele en creatieve bedrijven met succes versterkt. Daarom moet het InvestEU-programma de toegang tot financiering voor kmo's en organisaties uit de culturele en creatieve sectoren blijven bevorderen.

(6)  Het InvestEU-fonds moet steun verlenen voor investeringen in materiële en immateriële activa, waaronder cultureel erfgoed, om duurzame en inclusieve groei, investeringen en werkgelegenheid te bevorderen en aldus bij te dragen tot een beter welzijn, een eerlijkere inkomensverdeling en meer economische, sociale en territoriale cohesie in de Unie. InvestEU-projecten moeten voldoen aan de sociale en milieunormen van de Unie, zoals naleving van de arbeidsrechten en klimaatvriendelijk gebruik van energie en afvalbeheer. Steun uit het InvestEU-fonds moet een aanvulling vormen op steun van de Unie die wordt verleend via subsidies.

(7)  De Unie heeft haar goedkeuring gehecht aan de doelstellingen van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling daarvan en het Akkoord van Parijs in 2015, alsook het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030. Om de overeengekomen doelstellingen te bereiken, met inbegrip van de doelstellingen die deel uitmaken van het milieubeleid van de Unie, moeten de maatregelen voor duurzame ontwikkeling significant worden geïntensiveerd. Bijgevolg moeten de beginselen van duurzame ontwikkeling en veiligheid de basis vormen voor de vormgeving van het InvestEU-fonds en mogen investeringen in verband met fossiele brandstoffen niet worden gesteund, tenzij dat naar behoren wordt gemotiveerd door het feit dat de investering bijdraagt tot de doelstellingen van de energie-unie.

(8)  Het InvestEU-programma moet bijdragen tot de opbouw van een duurzaam financieel stelsel in de Unie dat de heroriëntering van privaat kapitaal op sociale en duurzame investeringen ondersteunt overeenkomstig de doelstellingen die zijn geformuleerd in het actieplan van de Commissie voor de financiering van duurzame groei(3).

(8 bis)   Om langetermijnfinanciering en duurzame groei te bevorderen, dienen langetermijninvesteringsstrategieën van verzekeringsmaatschappijen te worden aangemoedigd door een herziening van de solvabiliteitsvereisten voor de bijdragen voor de financiering van investeringsprojecten die worden ondersteund door de EU-garantie in het kader van het InvestEU-programma. Om de prikkels van verzekeraars in lijn te brengen met de doelstelling van de Unie van duurzame groei op lange termijn en om belemmeringen voor investeringen in het kader van het InvestEU-programma weg te nemen, moet de Commissie rekening houden met deze herziening als onderdeel van de evaluatie waarvan sprake is in artikel 77 septies, lid 3, van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad(4).

(9)  Als uitdrukking van het belang van de aanpak van de klimaatverandering in lijn met de toezeggingen van de Unie om het Akkoord van Parijs en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, zal het InvestEU-programma bijdragen tot de integratie van klimaatmaatregelen en tot het bereiken van een algemene doelstelling van 25 % van de begrotingsuitgaven van de Unie ter ondersteuning van klimaatdoelstellingen onder het MFK 2021-2027 en zo spoedig mogelijk, en uiterlijk in 2027, van een jaarlijkse doelstelling van 30 %. Bij de acties in het kader van het InvestEU-programma zal naar verwachting minstens 40 % van de totale financiële middelen van het InvestEU-programma aan de realisatie van klimaatdoelstellingen bijdragen. De betrokken acties zullen tijdens de voorbereiding en de uitvoering van het InvestEU-programma worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de betrokken evaluatie- en herzieningsprocedures.

(10)  De bijdrage van het InvestEU-fonds aan de verwezenlijking van de klimaatdoelstelling en de sectorale doelstellingen van het klimaat- en energiekader 2030 zal worden gevolgd aan de hand van een EU-klimaatvolgsysteem dat door de Commissie in samenwerking met de uitvoerende partners is ontwikkeld en waarbij op passende wijze gebruik wordt gemaakt van de criteria die in [de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame investeringen(5)] zijn vastgesteld om te bepalen of een economische activiteit uit milieuoogpunt duurzaam is. Het InvestEU-programma moet ook bijdragen tot de uitvoering van andere dimensies van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's).

(11)  Volgens het Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum heeft de helft van de tien meest kritieke risico's die de wereldeconomie bedreigen, betrekking op het milieu. Dergelijke risico's zijn onder meer lucht-, bodem-, binnenwater- en oceaanverontreiniging, extreme weersomstandigheden, biodiversiteitsverlies en het falen van de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering. Milieubeginselen zijn sterk verankerd in de Verdragen en veel van het beleid van de Unie. Bijgevolg moet de integratie van milieudoelstellingen in de verrichtingen in verband met het InvestEU-fonds worden bevorderd. Milieubescherming en de daarmee samenhangende preventie en het beheer van risico's moeten worden geïntegreerd in de voorbereiding en uitvoering van investeringen. De EU moet ook haar uitgaven in verband met biodiversiteit en luchtverontreiniging volgen om te voldoen aan de rapportageverplichtingen krachtens het Verdrag inzake biologische diversiteit en Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad(6). Investeringen ten behoeve van ecologische duurzaamheidsdoelstellingen moeten daarom worden gevolgd met behulp van gemeenschappelijke methoden die coherent zijn met die welke zijn ontwikkeld in het kader van andere programma's van de Unie die betrekking hebben op klimaat, biodiversiteit en beheer van luchtverontreiniging, zodat het individuele en gecombineerde effect van investeringen op de belangrijkste componenten van het natuurlijke kapitaal, waaronder lucht, water, land en biodiversiteit, kan worden beoordeeld.

(12)  Investeringsprojecten waarvoor met name op het gebied van infrastructuur substantiële steun van de Unie wordt verleend, moeten worden onderworpen aan een duurzaamheidstoets in overeenstemming met de richtsnoeren die de Commissie in nauwe samenwerking met de uitvoerende partners in het kader van het InvestEU-programma en na openbare raadplegingen moet ontwikkelen en waarbij op passende wijze gebruik wordt gemaakt van de criteria die zijn vastgesteld in [de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame investeringen] om te bepalen of een economische activiteit ecologisch duurzaam is en coherent met de richtsnoeren die voor andere programma's van de Unie zijn ontwikkeld. Dergelijke richtsnoeren dienen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel passende bepalingen te omvatten om overmatige administratieve lasten te voorkomen, en projecten die een bepaalde omvang zoals omschreven in de richtsnoeren niet overschrijden, moeten worden uitgesloten van de duurzaamheidstoets.

(13)  De lage investeringspercentages in infrastructuur in de Unie tijdens de financiële crisis ondermijnden het vermogen van de Unie om duurzame groei, concurrentievermogen en convergentie te stimuleren. Forse investeringen in de Europese infrastructuur, met name in interconnectie en energie-efficiëntie en de totstandbrenging van een interne Europese vervoersruimte, zijn van fundamenteel belang om de duurzaamheidsdoelstellingen van de Unie, waaronder de verbintenissen van de Unie met betrekking tot de SDG's, en de energie- en klimaatdoelstellingen voor 2030 te halen. De steun uit het InvestEU-fonds moet dan ook gericht zijn op investeringen in vervoer, energie, met inbegrip van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, het milieu, klimaatmaatregelen en maritieme en digitale infrastructuur, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de ontwikkeling en uitrol van intelligente vervoerssystemen (ITS). Het InvestEU-programma moet prioriteit geven aan gebieden waarop te weinig wordt geïnvesteerd en waar extra investeringen nodig zijn, zoals duurzame mobiliteit, energie-efficiëntie en acties die bijdragen tot de verwezenlijking van de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 en de lange termijn. Om het effect en de toegevoegde waarde van de financieringssteun van de Unie te maximaliseren, is het aangewezen een gestroomlijnd investeringsproces te bevorderen dat zichtbaarheid van de projectpijplijn mogelijk maakt en de synergieën tussen de relevante programma's van de Unie op gebieden zoals vervoer, energie en digitalisering maximaliseert. Rekening houdend met de bedreigingen voor de veiligheid moet bij investeringsprojecten waarvoor steun van de Unie wordt verleend, rekening worden gehouden met de beginselen inzake de bescherming van de burgers in de publieke ruimte. Een en ander moet een aanvulling vormen op de inspanningen van andere fondsen van de Unie, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, waarmee steun wordt verleend voor de veiligheidscomponenten van investeringen met betrekking tot de publieke ruimte, vervoer, energie en andere kritieke infrastructuur.

(13 bis)  Het InvestEU-programma moet burgers en gemeenschappen die dat willen, in staat stellen te investeren in een duurzamere, koolstofarme samenleving, onder meer in het kader van de energietransitie. Overwegende dat burger­energiegemeenschappen, hernieuwbare-energiegemeenschappen en consumenten van zelfgeproduceerde hernieuwbare energie inmiddels volgens de [herziene richtlijn hernieuwbare energie] en [herziene elektriciteitsrichtlijn] worden erkend als essentiële actoren in de energietransitie van de EU en in die hoedanigheid ondersteuning ontvangen, moet InvestEU de marktdeelname van die actoren helpen bevorderen. [Am. 3]

(13 ter)  Het InvestEU-programma moet in voorkomend geval bijdragen tot de doelstellingen van de [herziene richtlijn hernieuwbare energiebronnen] en de [verordening governance van de energie-unie], en bij investeringsbesluiten de energie-efficiëntie bevorderen. Het moet ook bijdragen aan de langetermijnrenovatiestrategie voor gebouwen die de lidstaten moeten opstellen uit hoofde van de [richtlijn energieprestatie van gebouwen]. Het programma moet de digitale eengemaakte markt versterken en bijdragen tot het verkleinen van de digitale kloof en tegelijkertijd de dekking en connectiviteit in de hele Unie vergroten.

(13 quater)   Het waarborgen van de veiligheid van weggebruikers is een enorme uitdaging bij de ontwikkeling van de vervoerssector, en het huidige beleid en de recente investeringen dragen slechts in beperkte mate bij aan de beperking van het aantal doden of zwaargewonden bij verkeersongevallen. Het InvestEU-programma moet de inspanningen helpen opvoeren om technologieën te ontwerpen en toe te passen die bijdragen aan veiligere voertuigen en weginfrastructuur.

(13 quinquies)   Echte multimodaliteit is een kans om een efficiënt en milieuvriendelijk vervoersnetwerk te ontwerpen dat het maximale potentieel van alle vervoersmiddelen benut en synergieën tussen de vervoersmiddelen tot stand brengt. Het InvestEU-programma kan een belangrijk middel worden voor ondersteuning van investeringen in multimodale vervoersknooppunten die, ondanks hun aanzienlijk economisch potentieel en zakelijke haalbaarheid, een wezenlijk risico voor private investeerders inhouden.

(14)  Hoewel het niveau van de totale investeringen in de Unie stijgt, zijn investeringen in activiteiten met een hoger risico, zoals onderzoek en innovatie, nog steeds ontoereikend. Aangezien de publieke financiering van onderzoeks- en innovatieactiviteiten de productiviteitsgroei bevordert en cruciaal is om private onderzoeks- en innovatieactiviteiten te stimuleren, zijn de daaruit voortvloeiende onderinvesteringen in onderzoek en innovatie schadelijk voor het industriële en economische concurrentievermogen van de Unie en de levenskwaliteit van haar burgers. Het InvestEU-fonds moet passende financiële producten aanbieden voor de verschillende stadia van de innovatiecyclus en een breed scala van belanghebbenden, met name om opschaling en toepassing van oplossingen op commerciële schaal in de Unie mogelijk te maken, teneinde dergelijke oplossingen concurrerend te maken op de wereldmarkten en excellentie van de Unie inzake groene technologieën op mondiaal niveau te bevorderen. Om investeringen in activiteiten met een hoger risico, zoals onderzoek en innovatie, te ondersteunen, is het van essentieel belang dat Horizon Europa, met name de Europese Innovatieraad, in synergie werkt met de financiële producten die in het kader van het InvestEU-programma zullen worden ingezet. Bovendien ondervinden innovatieve kmo's en start-ups moeilijkheden om financiering te verkrijgen – met name als ze op immateriële activa zijn gericht –, waardoor de Europese Innovatieraad op uiterst complementaire wijze met de specifieke financiële producten in het kader van het InvestEU-programma moet werken met het oog op continue steun voor dergelijke kmo's. In dat opzicht moet de ervaring die is opgedaan met de in het kader van Horizon 2020 ingezette financiële instrumenten, zoals InnovFin en de leninggarantie voor kmo's in het kader van Cosme, dienen als een stevige basis om deze gerichte steun te verstrekken.

(14 bis)  Toerisme is een belangrijke sector van de economie van de Unie en het InvestEU-programma moet bijdragen aan het versterken van het concurrentievermogen van de sector op lange termijn door acties te ondersteunen die gericht zijn op een overgang naar duurzaam, innovatief en digitaal toerisme.

(15)  Er zijn dringend significante inspanningen nodig om te investeren in en een stimulans te geven aan digitale transformatie en de voordelen ervan onder alle burgers en bedrijven in de Unie, in steden en op het platteland, te verspreiden. Tegenover het sterke beleidskader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt moeten nu investeringen met een soortgelijke ambitie staan, onder meer in kunstmatige intelligentie, in overeenstemming met het programma Digitaal Europa, met name op het gebied van ethiek, machine learning, het internet der dingen, biotechnologie en fintech, wat de efficiëntie kan verhogen bij het mobiliseren van kapitaal voor ondernemingsprojecten.

(16)  Kmo's vertegenwoordigen meer dan 99 % van de bedrijven in de Unie en hun economische waarde is van significant en cruciaal belang. Bij de toegang tot financiering staan zij echter voor problemen vanwege het hoge risico en het ontbreken van voldoende onderpand. Bijkomende uitdagingen vloeien voort uit de behoefte van kmo's en ondernemingen van de sociale economie om concurrerend te blijven door deel te nemen aan activiteiten op het gebied van digitalisering, internationalisering, transformatie in de geest van een circulaire economie en innovatie en door hun personeel bij- en na te scholen. Bovendien hebben zij, in vergelijking met grotere ondernemingen, toegang tot een beperkter aantal financieringsbronnen: zij geven gewoonlijk geen obligaties uit en hebben slechts beperkte toegang tot effectenbeurzen of grote institutionele beleggers. De gebrekkige toegang tot kapitaal voor kmo's wordt bovendien versterkt door de relatief zwakke risico- en durfkapitaalsector in de Unie. De toegang tot financiering is nog moeilijker voor kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de activiteiten op immateriële activa zijn gericht. Kmo's in de Unie zijn in hoge mate afhankelijk van banken en schuldfinanciering in de vorm van rekening-courantkredieten, bankleningen of leasing. Om kmo's beter in staat te stellen hun oprichting, groei, innovatie en duurzame ontwikkeling te financieren, hun concurrentievermogen te waarborgen, economische neergangen op te vangen en de economie en het financiële stelsel veerkrachtiger te maken in tijden van economische neergang of schokken en beter in staat te stellen werkgelegenheid en sociaal welzijn te scheppen, is het noodzakelijk kmo's te ondersteunen die met de bovengenoemde uitdagingen worden geconfronteerd door hun toegang tot financiering te vergemakkelijken en meer gediversifieerde financieringsbronnen ter beschikking te stellen. Een en ander vormt ook een aanvulling op de initiatieven die reeds zijn genomen in het kader van de kapitaalmarktenunie. Programma's zoals Cosme zijn van belang geweest voor kmo's in de zin dat zij de toegang tot financiering in alle fasen van de levenscyclus van kmo's hebben vergemakkelijkt, en daarbij is nog het EFSI gekomen, waarvan kmo's snel gebruik hebben gemaakt. Het InvestEU-fonds moet daarom voortbouwen op die successen en gedurende de gehele levenscyclus van een bedrijf werkkapitaal en investeringen alsook financiering voor leasingtransacties verstrekken en een kans bieden om te focussen op specifieke, meer doelgroepgerichte financiële producten.

(16 bis)   Ondernemingen die diensten van algemeen belang aanbieden, vervullen een essentiële en strategische rol in belangrijke sectoren met grote netwerkindustrieën (energie, water, afvalstoffen, milieu, postdiensten, vervoer en telecommunicatie), en in de gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale diensten. Door deze ondernemingen te steunen, waarborgt de Unie het welzijn van haar burgers en democratische keuzes, bijvoorbeeld met betrekking tot de kwaliteit van diensten.

(17)  Zoals aangegeven in de discussienota over de sociale dimensie van Europa(7) en de Europese pijler van sociale rechten(8) en het kader van de Unie betreffende het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, is het opbouwen van een meer inclusieve en eerlijkere Unie voor de Unie een topprioriteit om ongelijkheid aan te pakken en beleid inzake sociale insluiting in Europa te bevorderen. Ongelijkheid van kansen is met name van invloed op de toegang tot onderwijs, opleiding, cultuur, werkgelegenheid, gezondheidszorg en sociale diensten. Investeringen in de sociale, vaardigheden- en met menselijk kapitaal verband houdende economie, alsmede in de integratie van kwetsbare bevolkingsgroepen in de samenleving, kunnen de economische kansen vergroten, vooral als de investeringen op het niveau van de Unie worden gecoördineerd. Het InvestEU-fonds moet worden gebruikt om investeringen in onderwijs en opleiding te ondersteunen, met inbegrip van het bijscholen en nascholen van werknemers, onder meer in regio's die afhankelijk zijn van een koolstofintensieve economie en die getroffen worden door de structurele overgang naar een koolstofarme economie, bij te dragen tot een toename van de werkgelegenheid, met name onder ongeschoolden en langdurig werklozen, en de situatie te verbeteren met betrekking tot gendergelijkheid, gelijke kansen, solidariteit tussen de generaties, de gezondheidssector en de sector van sociale diensten, sociale woningbouw, dakloosheid, digitale inclusiviteit, gemeenschapsontwikkeling, de rol en de plaats van jongeren in de samenleving en van kwetsbare mensen, waaronder onderdanen van derde landen. Het InvestEU-programma moet ook bijdragen aan de ondersteuning van de Europese cultuur en creativiteit. Om de ingrijpende transformaties van samenlevingen in de Unie en de arbeidsmarkt in het komende decennium tegen te gaan, is het noodzakelijk te investeren in menselijk kapitaal, sociale infrastructuur, duurzame en sociale financiering, microfinanciering, financiering van sociale ondernemingen en nieuwe bedrijfsmodellen voor sociale economie, waaronder investeringen in sociale effecten en sociale uitbesteding. Het InvestEU-programma moet het zich ontwikkelende socialemarktecosysteem versterken door het aanbod van en de toegang tot financiering voor micro- en sociale ondernemingen en charitatieve instellingen te vergroten, om tegemoet te komen aan de vraag van degenen die dit het meest nodig hebben. In het verslag van de taskforce op hoog niveau inzake investeringen in sociale infrastructuur in Europa(9) is vastgesteld dat er een totale investeringskloof is van ten minste 1,5 triljoen EUR voor de periode tussen 2018 en 2030 met betrekking tot sociale infrastructuur en diensten, onder meer op het gebied van onderwijs, opleiding, gezondheid en huisvesting, die ook op het niveau van de Unie steun vergen. Bijgevolg moeten de collectieve kracht van publiek, commercieel en filantropisch kapitaal en de steun van alternatieve soorten financiële dienstverleners zoals ethische, sociale en duurzame actoren, en van stichtingen worden aangewend om de ontwikkeling van de waardeketen van de sociale markt en een veerkrachtigere Unie te ondersteunen.

(18)  Het InvestEU fonds moet in het kader van vier beleidsvensters opereren, die de belangrijkste beleidsprioriteiten van de Unie weerspiegelen, namelijk duurzame infrastructuur; onderzoek, innovatie en digitalisering; kleine en middelgrote ondernemingen; en sociale investeringen en vaardigheden.

(19)  Elk beleidsvenster moet uit twee compartimenten bestaan, namelijk een EU-compartiment en een lidstaatcompartiment. Het EU-compartiment moet marktfalen of suboptimale investeringssituaties in de hele Unie of in specifieke lidstaten aanpakken, onder meer met betrekking tot beleidsdoelstellingen van de Unie. Het lidstaatcompartiment moet marktfalen of suboptimale investeringssituaties in een of meerdere lidstaten aanpakken. Daarnaast moet het voor de lidstaten mogelijk zijn bij te dragen aan het lidstaatcompartiment in de vorm van garanties of contanten. De EU- en lidstaatcompartimenten moeten, waar nodig, op complementaire wijze worden gebruikt ter ondersteuning van een financierings- of investeringsverrichting, onder meer door steun van beide compartimenten te combineren. Regionale autoriteiten moeten de mogelijkheid hebben om via de lidstaten een deel van de door hen beheerde middelen onder gedeeld beheer over te maken aan het InvestEU-fonds, dat wordt gereserveerd voor InvestEU-projecten in dezelfde regio. Acties die uit hoofde van het InvestEU fonds worden gesteund via EU- of lidstaatcompartimenten mogen private financiering niet overlappen of verdringen en mogen de concurrentie op de interne markt niet verstoren.

(20)  Het lidstaatcompartiment moet specifiek zijn geconcipieerd om het mogelijk te maken middelen onder gedeeld beheer te gebruiken voor de voorziening van een garantie die door de Unie wordt verleend. Die mogelijkheid zou de meerwaarde van de door de Unie ondersteunde begrotingsgarantie verhogen door deze te verstrekken aan een breder publiek van ontvangers van financiering en voor meer soorten projecten, en door de manieren te diversifiëren om de doelstellingen van de fondsen onder gedeeld beheer te bereiken, terwijl tegelijkertijd een consistent risicobeheer van de voorwaardelijke verplichtingen wordt gewaarborgd door de garantie van de Commissie onder indirect beheer te implementeren. De Unie moet de financierings- en investeringsverrichtingen garanderen waarin de garantieovereenkomsten tussen de Commissie en de uitvoerende partners in het kader van het lidstaatcompartiment voorzien, de Fondsen onder gedeeld beheer moeten voor de voorziening van de garantie zorgen, volgens een voorzieningspercentage dat door de Commissie, in overleg met de lidstaat, wordt vastgesteld op basis van de aard van de verrichtingen en de daaruit voortvloeiende verwachte verliezen, en de lidstaat en/of de uitvoerende partners of particuliere investeerders moet(en) de verliezen boven de verwachte verliezen dragen door de verlening van een back-to-backgarantie aan de Unie. Dergelijke regelingen moeten worden gesloten in de vorm van één enkele bijdrageovereenkomst met elke lidstaat die vrijwillig voor deze optie kiest. De bijdrageovereenkomst moet een of meer specifieke garantieovereenkomsten omvatten die in de betrokken lidstaat moeten worden uitgevoerd. De vaststelling van het voorzieningspercentage per geval vereist een afwijking van [artikel 211, lid 1,] van Verordening (EU, Euratom) nr. XXXX(10) (het "Financieel Reglement"). Bij deze opzet is ook voorzien in één regeling voor begrotingsgaranties die worden ondersteund door centraal beheerde fondsen of door fondsen onder gedeeld beheer, waardoor de combinatie ervan zou worden vergemakkelijkt.

(21)  Het InvestEU-fonds moet openstaan voor bijdragen van derde landen die lid zijn van de Europese Vrijhandelsassociatie, toetredende landen, kandidaten en potentiële kandidaten , landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen en andere landen, overeenkomstig de voorwaarden die tussen de Unie en die landen zijn vastgesteld. Dit moet in voorkomend geval verdere samenwerking met de betrokken landen mogelijk maken, met name op het gebied van onderzoek en innovatie en kleine en middelgrote ondernemingen.

(22)  Deze verordening stelt de financiële middelen vast voor andere maatregelen van het InvestEU-programma dan de voorziening van de EU-garantie, die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [verwijzing die in voorkomend geval moet worden bijgewerkt overeenkomstig het nieuw interinstitutioneel akkoord: punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer(11)].

(23)  De EU-garantie van 40 817 500 000 EUR (lopende prijzen) op het niveau van de Unie zal naar verwachting meer dan 698 194 079 000 EUR aan extra investeringen in de hele Unie mobiliseren en moet ▌over de beleidsvensters worden verdeeld.

(23 bis)  De lidstaten kunnen bijdragen aan het lidstaatcompartiment in de vorm van garanties of contanten. Zonder afbreuk te doen aan de prerogatieven van de Raad bij de tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact (SGP), moeten eenmalige bijdragen door de lidstaten aan het lidstaatcompartiment in de vorm van garanties of contanten of bijdragen door een lidstaat of door nationale stimuleringsbanken die tot de algemene overheidssector worden gerekend of namens een lidstaat handelen op investeringsplatformen, in beginsel worden opgevat als eenmalige maatregelen in de zin van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad(12) en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad(13).

(24)  De EU-garantie die het InvestEU-fonds ondersteunt, moet indirect door de Commissie worden geïmplementeerd en is voor het benaderen van financiële intermediairs, indien van toepassing, en eindontvangers van uitvoerende partners afhankelijk. De selectie van de uitvoerende partners moet transparant en vrij van belangenconflicten zijn. De Commissie dient met elke uitvoerende partner een garantieovereenkomst voor de toewijzing van garantiecapaciteit uit het InvestEU-fonds te sluiten om de financierings- en investeringsverrichtingen ervan te ondersteunen die aan de doelstellingen en subsidiabiliteitscriteria van het InvestEU-fonds voldoen. Het risicobeheer van de garantie mag de rechtstreekse toegang van de uitvoerende partners tot de garantie niet belemmeren. Zodra de garantie in het kader van het EU-compartiment aan uitvoerende partners is verleend, moeten zij volledig verantwoordelijk zijn voor het gehele investeringsproces en het zorgvuldigheidsonderzoek van de financierings- of investeringsverrichtingen. Het InvestEU-fonds moet projecten ondersteunen die doorgaans een hoger risicoprofiel hebben dan de projecten die door normale verrichtingen van de uitvoerende partners worden ondersteund en die in de periode waarin de EU-garantie kan worden benut, zonder InvestEU-steun niet, of niet in dezelfde mate, door uitvoerende partners zouden kunnen worden uitgevoerd.

(24 bis)  Het InvestEU-fonds dient een passende governancestructuur te hebben, waarvan de functie in verhouding moet staan tot diens enige doel, namelijk het zeker stellen van een passend gebruik van de EU-garantie, waarbij de politieke onafhankelijkheid van investeringsbesluiten en, in voorkomend geval, het beginsel van de marktgestuurde aard van het InvestEU-fonds moeten worden gewaarborgd. Die governancestructuur dient te bestaan uit een bestuur, een adviesraad en een volledig onafhankelijk investeringscomité. De Commissie moet beoordelen in welke mate de door de uitvoerende partners ingediende investerings- en financieringsverrichtingen verenigbaar zijn met het recht en het beleid van de Unie, terwijl de besluiten over financierings- en investeringsverrichtingen uiteindelijk door een uitvoerende partner moeten worden genomen. Bij de algemene samenstelling van de governancestructuur moet worden gezorgd voor een genderevenwicht.

(25)  Er dient een adviesraad te worden ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de Commissie, de Europese Investeringsbank (EIB)-groep, de uitvoerende partners en vertegenwoordigers van de lidstaten, één deskundige voor elk van de vier beleidsvensters, benoemd door het Europees Economisch en Sociaal Comité, en een door het Comité van de Regio's benoemde deskundige, om informatie uit te wisselen en van gedachten te wisselen over de benutting van de financiële producten die in het kader van het InvestEU-fonds worden ingezet, en om te discussiëren over veranderende behoeften en nieuwe producten, met inbegrip van specifieke territoriale marktkloven.

(26)  Het bestuur moet de strategische koers van het InvestEU-fonds bepalen en de regels vaststellen die noodzakelijk zijn voor de werking ervan, evenals de regels die van toepassing zijn op de verrichtingen met investeringsplatformen. Het bestuur moet uit de volgende zes leden bestaan: drie door de Commissie benoemde leden, één door de Europese Investeringsbank benoemd lid, één door de adviesraad uit de groep vertegenwoordigers van de uitvoerende partners benoemd lid, dat geen vertegenwoordiger van de EIB-groep mag zijn, en één door het Europees Parlement benoemde deskundige, die geen instructies vraagt of aanvaardt van instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie, van enige regering van een lidstaat of van enige andere publieke of private entiteit, en volstrekt onafhankelijk moet handelen. De deskundige dient zijn taken onpartijdig en in het belang van het InvestEU-fonds uit te voeren. Gedetailleerde notulen van de bestuursvergaderingen moeten worden bekendgemaakt zodra ze door het bestuur zijn goedgekeurd, en het Europees Parlement moet onmiddellijk in kennis worden gesteld van de bekendmaking ervan.

(27)  Voordat een project aan het investeringscomité wordt voorgelegd, moet een door de Commissie georganiseerd secretariaat dat verantwoording verschuldigd is aan de voorzitter van het investeringscomité nagaan of de door de uitvoerende partners verstrekte documentatie volledig is en de Commissie bijstaan bij het beoordelen in welke mate investerings- en financieringsverrichtingen verenigbaar zijn met het recht en het beleid van de Unie. Het secretariaat moet ook het bestuur bijstaan.

(28)  Een investeringscomité, bestaande uit onafhankelijke deskundigen, dient tot een besluit te komen over de verlening van steun uit hoofde van de EU-garantie voor financierings- en investeringsverrichtingen die aan de subsidiabiliteitscriteria voldoen, en externe deskundigheid te leveren bij de beoordeling van investeringsprojecten. Het investeringscomité dient verschillende formaties te hebben om de verschillende beleidsterreinen en sectoren zo goed mogelijk te bestrijken.

(29)  Bij de selectie van de uitvoerende partners voor de inzet van het InvestEU-fonds moet de Commissie rekening houden met de capaciteit van de tegenpartij om de doelstellingen van het InvestEU-fonds te verwezenlijken en eraan bij te dragen, teneinde een adequate geografische dekking en diversificatie te waarborgen, private investeerders aan te trekken en te zorgen voor voldoende risicodiversificatie alsmede voor nieuwe oplossingen om marktfalen en suboptimale investeringssituaties aan te pakken en economische, sociale en territoriale cohesie te garanderen. Gezien de rol van de EIB krachtens de Verdragen, haar capaciteit om in alle lidstaten actief te zijn en de ervaring die zij heeft opgedaan in het kader van de huidige financiële instrumenten en het EFSI, dient de EIB-groep een bevoorrechte uitvoeringspartner te blijven in het kader van het EU-compartiment van het InvestEU-fonds. Naast de EIB-groep moeten nationale stimuleringsbanken of -instellingen in staat zijn om een aanvullend financieel productassortiment aan te bieden, aangezien hun ervaring en capaciteiten op regionaal niveau gunstig kunnen zijn voor het maximaliseren van de impact van publieke middelen op het gehele grondgebied van de Unie, en om een billijk geografisch evenwicht tussen de projecten te waarborgen en zo bij te dragen aan het verminderen van regionale verschillen. Bij het opstellen van de regels betreffende de deelname van nationale stimuleringsbanken of -instellingen aan het InvestEU-programma moet rekening worden gehouden met het evenredigheidsbeginsel met betrekking tot de complexiteit, de omvang en het risico van de betrokken uitvoerende partners zodat een gelijk speelveld wordt gewaarborgd voor kleinere en jongere stimuleringsbanken of -instellingen. Bovendien moet het mogelijk zijn andere internationale financiële instellingen als uitvoerende partner te hebben, met name wanneer zij in bepaalde lidstaten een comparatief voordeel bieden in termen van specifieke deskundigheid en ervaring. Ook andere entiteiten die aan de criteria van het Financieel Reglement voldoen, moeten als uitvoeringspartner kunnen optreden.

(29 bis)  Investeringsplatformen moeten, in voorkomend geval, mede-investeerders, overheidsinstanties, deskundigen, onderwijs-, opleidings- en onderzoeksinstellingen, de betrokken sociale partners en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, en andere relevante actoren op Unie-, nationaal en regionaal niveau bij elkaar brengen.

(30)  Om ervoor te zorgen dat de interventies in het kader van het EU-compartiment van het InvestEU-fonds op marktfalen en suboptimale investeringssituaties ▌zijn gericht en tegelijkertijd de doelstellingen van een optimale geografische reikwijdte verwezenlijken, moet de EU-garantie worden toegewezen aan uitvoerende partners, die alleen of samen met andere uitvoerende partners een of meer lidstaten kunnen bestrijken. In het laatste geval blijft de contractuele verantwoordelijkheid van de uitvoerende partners beperkt tot hun respectieve nationale mandaten. Om een betere geografische diversificatie te bevorderen, kunnen speciale regionale investeringsplatformen worden opgericht die zijn gericht op belanghebbende groepen van lidstaten, waarbij de inspanningen en de deskundigheid van financiële instellingen die werden onderworpen aan een pijlerbeoordeling, worden gecombineerd met nationale stimuleringsbanken met beperkte ervaring op het gebied van het gebruik van financiële instrumenten. Dergelijke structuren moeten worden aangemoedigd, onder andere met beschikbare steun uit de InvestEU-advieshub. Ten minste 75 % van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment moet worden toegewezen aan de EIB-groep. Er kunnen bedragen van meer dan 75 % van de EU-garantie beschikbaar worden gesteld aan de EIB-groep indien de nationale stimuleringsbanken of -instellingen het resterende deel van de garantie niet volledig kunnen gebruiken. Evenzo kunnen bedragen van meer dan 25 % van de EU-garantie beschikbaar worden gesteld aan andere uitvoerende partners indien de EIB-groep haar deel van de garantie niet volledig kan gebruiken. Nationale stimuleringsbanken of -instellingen kunnen volledig profiteren van de EU-garantie, ook indien zij besluiten deze via de EIB-groep of het Europees Investeringsfonds te laten lopen.

(31)  De EU-garantie in het kader van het lidstaatcompartiment moet worden toegewezen aan elke uitvoerende partner die overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder c)], van het [Financieel Reglement] subsidiabel is, met inbegrip van nationale of regionale stimuleringsbanken of -instellingen, de EIB, het Europees Investeringsfonds en andere multilaterale ontwikkelingsbanken. Bij de selectie van de uitvoerende partners in het kader van het lidstaatcompartiment moet de Commissie rekening houden met de voorstellen van elke lidstaat. Overeenkomstig [artikel 154] van het [Financieel Reglement] moet de Commissie de regels en procedures van de uitvoerende partner beoordelen om zich ervan te vergewissen dat deze een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie bieden dat gelijkwaardig is aan het door de Commissie geboden niveau.

(32)  Financierings- en investeringsverrichtingen moeten uiteindelijk in eigen naam door een uitvoerende partner worden vastgesteld, overeenkomstig zijn interne regels en procedures worden uitgevoerd en in zijn eigen financiële staten administratief worden verwerkt. De Commissie dient dan ook uitsluitend verantwoording af te leggen over elke financiële verplichting die uit de EU-garantie voortvloeit, en het maximumbedrag van de garantie bekend te maken, met inbegrip van alle relevante informatie over de verstrekte garantie.

(33)  Het InvestEU-fonds dient in voorkomend geval een soepele en efficiënte combinatie van subsidies of financiële instrumenten, of beide, mogelijk te maken, die uit de begroting van de Unie of uit andere fondsen zoals het EU-innovatiefonds voor de handel in emissierechten (ETS) worden gefinancierd, waarbij die garantie wordt verleend in situaties waarin dit noodzakelijk is om investeringen optimaal te ondersteunen om bepaald marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken.

(34)  Projecten die door de uitvoerende partners worden ingediend voor steun in het kader van het InvestEU-programma, met inbegrip van de combinatie met steun van andere programma's van de Unie, moeten als geheel ook in overeenstemming zijn met de doelstellingen en subsidiabiliteitscriteria die zijn vervat in de regels van de relevante programma's van de Unie. Over het gebruik van de EU-garantie moet worden beslist volgens de regels van het InvestEU-programma.

(35)  De InvestEU-advieshub moet de ontwikkeling van een robuuste pijplijn van investeringsprojecten in elk beleidsvenster ondersteunen door te voorzien in de daadwerkelijke uitvoering van geografische diversificatie om bij te dragen aan de doelstelling van de Unie om te zorgen voor economische, sociale en territoriale samenhang en regionale verschillen te verminderen. De advieshub dient bijzondere aandacht te besteden aan de noodzaak om kleine projecten te verzamelen en in grotere portefeuilles te bundelen. De Commissie moet overeenkomsten ondertekenen met de EIB-groep en andere uitvoerende partners om deze aan te wijzen als advieshub-partners. De Commissie, de EIB-groep en de andere uitvoerende partners moeten nauw samenwerken om te zorgen voor doeltreffendheid, synergieën en een doeltreffende geografische ondersteuning in de gehele Unie, rekening houdend met de deskundigheid en lokale capaciteit van lokale uitvoerende partners, alsook met bestaande structuren, zoals de Europese investeringsadvieshub. Daarnaast moet in een sectoroverschrijdende component in het kader van het InvestEU-programma worden voorzien om te zorgen voor één enkel aanspreekpunt en beleidsoverschrijdende projectontwikkelingsbijstand voor centraal beheerde programma's van de Unie. [Am. 5]

(36)  Om te zorgen voor een brede geografische spreiding van de adviesdiensten in de hele Unie en om met succes gebruik te maken van de lokale kennis over het InvestEU-fonds, moet waar nodig worden gezorgd voor een lokale aanwezigheid van de InvestEU-advieshub, als aanvulling op de bestaande steunregelingen en de aanwezigheid van lokale partners, teneinde tastbare, proactieve maatwerkhulp ter plaatse te bieden. Om het verlenen van adviserende ondersteuning op lokaal niveau te vergemakkelijken en te zorgen voor doeltreffendheid, synergieën en een doeltreffende geografische ondersteuning in de gehele Unie, moet de InvestEU-advieshub samenwerken met nationale stimuleringsbanken of -instellingen en de beheersautoriteiten van de Europese structuur- en investeringsfondsen en hun expertise benutten en toepassen. In de lidstaten waar geen nationale stimuleringsbanken of -instellingen bestaan, moet de InvestEU-advieshub in voorkomend geval en op verzoek van de betrokken lidstaat, proactieve adviserende ondersteuning voor de oprichting van een dergelijke bank of instelling verlenen.

(36 bis)  De InvestEU-advieshub moet adviserende ondersteuning verlenen aan kleine projecten en projecten voor start-ups, in het bijzonder wanneer start-ups hun investeringen in onderzoek en innovatie willen beschermen door intellectuele eigendomsrechten als patenten aan te vragen.

(37)  In het kader van het InvestEU-fonds is er behoefte aan steun voor projectontwikkeling en capaciteitsopbouw om de organisatorische capaciteiten en marktmakende activiteiten te ontwikkelen die nodig zijn om kwaliteitsprojecten tot stand te brengen. Bovendien is het de bedoeling de voorwaarden te scheppen voor de uitbreiding van het potentiële aantal subsidiabele ontvangers in zich ontwikkelende en lokale marktsegmenten, met name wanneer de geringe omvang van individuele projecten de transactiekosten op projectniveau aanzienlijk verhoogt, zoals voor het socialefinancieringsecosysteem. De steun voor capaciteitsopbouw moet dan ook complementair en additioneel zijn ten opzichte van acties in het kader van andere EU-programma's die een specifiek beleidsterrein bestrijken. Er moet voor worden gezorgd dat de capaciteitsopbouw van potentiële projectontwikkelaars, met name lokale organisaties van dienstverleners en autoriteiten, wordt ondersteund.

(38)  Het InvestEU-portaal moet worden opgezet om te voorzien in een gemakkelijk toegankelijke en gebruikersvriendelijke projectdatabank ter bevordering van de zichtbaarheid van investeringsprojecten die financiering zoeken, met een sterkere focus op het verstrekken aan de uitvoerende partners van een mogelijke pijplijn van investeringsprojecten die verenigbaar is met het recht en het beleid van de Unie.

(39)  Ingevolge de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven van 13 april 2016(14) moet het InvestEU-programma worden geëvalueerd op basis van informatie die aan de hand van specifieke monitoringvereisten is verzameld, waarbij overregulering en administratieve lasten, met name voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Deze vereisten kunnen in voorkomend geval meetbare indicatoren omvatten als basis voor de evaluatie van de effecten van het InvestEU-programma in de praktijk.

(40)  Er moet een solide monitoringkader, gebaseerd op output-, resultaat- en impactindicatoren, worden geïmplementeerd om de vorderingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie te volgen. Om ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd aan de Europese burgers, moeten de Commissie en het bestuur jaarlijks verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad over de voortgang, het effect en de verrichtingen van het InvestEU-programma.

(41)  De horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(42)  Verordening (EU, Euratom) nr. [het nieuwe FR] is van toepassing op het InvestEU-programma. Zij stelt regels vast voor de uitvoering van de begroting van de Unie, met inbegrip van de regels inzake begrotingsgaranties.

(43)  Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad(15), Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad(16), Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(17) en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad(18) moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, invordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EMO) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad(19). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EMO en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(44)  Derde landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen aan programma's van de Unie deelnemen in het kader van de samenwerking die is ingesteld bij de EER-Overeenkomst, die voorziet in de uitvoering van de programma's door middel van een besluit op grond van die overeenkomst. Derde landen kunnen ook op basis van andere rechtsinstrumenten deelnemen. Er moet een specifieke bepaling in deze verordening worden opgenomen om offshorebedrijven en ondernemingen die zijn gevestigd in "niet-meewerkende" landen uit te sluiten en de nodige rechten en toegang te verlenen aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen en het recht van de Unie kunnen waarborgen om te zorgen voor goed financieel beheer en haar financiële belangen te beschermen.

(45)  Krachtens [referentie in voorkomend geval bijwerken overeenkomstig een nieuw LGO-besluit: artikel 88 van Besluit 2013/755/EU van de Raad] zijn personen en entiteiten die zijn gevestigd in landen en gebieden overzee subsidiabel overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het InvestEU-programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het betrokken land of gebied overzee banden heeft.

(46)  Om de niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen met investeringsrichtsnoeren, die de Commissie in nauwe samenwerking met de uitvoerende partners en na raadplegingen moet ontwikkelen, en waaraan financierings- en investeringsverrichtingen moeten voldoen, om een snelle en flexibele aanpassing van de prestatie-indicatoren te vergemakkelijken en om het voorzieningspercentage aan te passen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de opstelling van de investeringsrichtsnoeren voor de financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van verschillende beleidsvensters, de wijziging van bijlage III bij deze verordening om de indicatoren te herzien of aan te vullen en de aanpassing van het voorzieningspercentage. Dergelijke investeringsrichtsnoeren dienen, in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, passende bepalingen te omvatten om overmatige administratieve lasten te voorkomen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen."

(47)  Het InvestEU-programma moet marktfalen en suboptimale investeringssituaties in de hele Unie en/of in specifieke lidstaten aanpakken en voorzien in Uniebrede markttests van innovatieve financiële producten en systemen om deze te verspreiden voor nieuw of complex marktfalen. Bijgevolg is optreden op het niveau van de Unie gerechtvaardigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening wordt het InvestEU-fonds ingesteld dat voorziet in een EU-garantie voor financierings- en investeringsverrichtingen van de uitvoerende partners ter ondersteuning van het interne beleid van de Unie.

Bij deze verordening wordt ook een adviesmechanisme ingesteld om de ontwikkeling van duurzame en voor investering in aanmerking komende projecten en de toegang tot financiering te ondersteunen en te voorzien in daarmee samenhangende capaciteitsopbouw ("InvestEU-advieshub"). Voorts wordt voorzien in een databank om zichtbaarheid te verlenen aan projecten waarvoor projectontwikkelaars financiering zoeken, en om investeerders informatie te verstrekken over investeringskansen ("InvestEU-portaal").

In deze verordening worden de doelstellingen van het InvestEU-programma, de begroting en de bedragen voor de EU-garantie voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(-1)  "additionaliteit": additionaliteit als omschreven in artikel 7 bis van deze verordening en als bedoeld in artikel 209, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement;

(-1 bis)  "advieshub-partner": de in aanmerking komende tegenpartij waarmee de Commissie een overeenkomst ondertekent voor de uitvoering van een dienst die door de InvestEU-advieshub wordt geleverd;

(1)  "blendingverrichtingen": door de EU-begroting ondersteunde verrichtingen, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun of terugbetaalbare steun of beide instrumenten uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders; voor de toepassing van deze definitie kunnen programma's van de Unie die worden gefinancierd uit andere bronnen dan de begroting van de Unie, zoals het innovatiefonds van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS), worden gelijkgesteld met door de begroting van de Unie gefinancierde programma's van de Unie;

(1 bis)  "bijdrageovereenkomst": het juridische instrument waarin de Commissie en de lidstaten de voorwaarden voor de EU-garantie in het kader van het in artikel 9 gespecificeerde lidstaatcompartiment vastleggen;

(1 ter)  "EIB-groep": de Europese Investeringsbank en haar dochterondernemingen;

(2)  "EU-garantie": een door de begroting van de Unie verstrekte algemene garantie volgens welke de begrotingsgaranties overeenkomstig [artikel 219, lid 1,] van het [Financieel Reglement] van kracht worden door de ondertekening van individuele garantieovereenkomsten met uitvoerende partners;

(2 bis)  "financiële bijdrage": een bijdrage van een uitvoerende partner in de vorm van bepaalde risico's die de partner voor zijn rekening neemt en/of financiële steun voor een verrichting die onder deze verordening valt;

(3)  "financieel product": een financieel mechanisme of een financiële regeling die is overeengekomen tussen de Commissie en de uitvoerende partner krachtens welke de uitvoerende partner directe financiering of financiering via intermediairs aan eindontvangers verstrekt in een van de vormen bedoeld in artikel 13;

(4)  "financierings- en/of investeringsverrichtingen": verrichtingen waarbij financiering aan eindontvangers op directe of indirecte wijze in de vorm van financiële producten wordt verstrekt, die door een uitvoerende partner in eigen naam worden uitgevoerd, in overeenstemming met zijn interne regels worden verstrekt en in zijn eigen financiële rekeningen worden verwerkt;

(5)  "fondsen onder gedeeld beheer": fondsen die in de mogelijkheid voorzien om een bedrag daarvan toe te wijzen aan de voorziening voor een begrotingsgarantie in het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds, namelijk het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+), het Cohesiefond, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO);

(6)  "garantieovereenkomst": het rechtsinstrument waarbij de Commissie en een uitvoerende partner bepalen onder welke voorwaarden voor financierings- of investeringsverrichtingen het voordeel van de EU-garantie moet worden voorgesteld, de begrotingsgarantie voor deze verrichtingen moet worden verleend en deze in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening moeten worden uitgevoerd;

(7)  "uitvoerende partner": de in aanmerking komende tegenpartij zoals een financiële instelling of een andere intermediair waarmee de Commissie een garantieovereenkomst ▌ondertekent;

(8)  "InvestEU-advieshub": de technische bijstand als omschreven in artikel 20;

(9)  "InvestEU-portaal": de databank als omschreven in artikel 21;

(10)  "InvestEU-programma": het InvestEU-fonds, de InvestEU-advieshub, het InvestEU-portaal en de blendingverrichtingen gezamenlijk;

(10 bis)  "investeringsrichtsnoeren": de reeks criteria, gebaseerd op de beginselen die in deze verordening worden vastgesteld met betrekking tot de algemene doelstellingen, subsidiabiliteitscriteria en in aanmerking komende instrumenten, die wordt gebruikt door het investeringscomité om op transparante en onafhankelijke wijze te besluiten hoe de EU-garantie wordt gebruikt;

(10 ter)  "investeringsplatformen": special purpose vehicles, beheerde rekeningen, contractuele regelingen voor medefinanciering of risicodeling dan wel met andere middelen opgezette regelingen die entiteiten als middel gebruiken om bij te dragen aan de financiering van een aantal investeringsprojecten, en waartoe kunnen behoren:

(a)  nationale of subnationale platformen waarin diverse investeringsprojecten op het grondgebied van een bepaalde lidstaat worden gebundeld;

(b)  meerlanden- of regionale platformen waarin partners uit diverse lidstaten of derde landen worden samengebracht die geïnteresseerd zijn in projecten in een bepaald geografisch gebied;

(c)  thematische platformen waarin investeringsprojecten binnen een bepaalde sector worden gebundeld;

(11)  "microfinanciering": microfinanciering als omschreven in Verordening [[ESF+] nummer];

(12)  "midcap-ondernemingen": entiteiten met maximaal 3000 werknemers die geen kmo of kleine midcap-onderneming zijn;

(13)  "nationale stimuleringsbanken of -instellingen" ("NPBI"): juridische entiteiten die beroepsmatig financiële activiteiten verrichten en van een lidstaat of een entiteit van een lidstaat op centraal, regionaal of lokaal niveau de opdracht hebben gekregen om ontwikkelings- of stimuleringsactiviteiten te verrichten;

(14)  "kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's)": micro-, kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie(20);

(15)  "kleine midcap-ondernemingen": entiteiten met maximaal 499 werknemers die geen kmo zijn;

(16)  "sociale onderneming": een sociale onderneming als omschreven in Verordening [[ESF+] nummer];

(16 bis)  "duurzame financiering": het proces waarin naar behoren rekening wordt gehouden met milieu- en sociale overwegingen bij het nemen van beslissingen over investeringen, hetgeen leidt tot meer investeringen in langetermijn- en duurzame activiteiten;

(17)  "derde land": een land dat geen lidstaat van de Unie is.

Artikel 3

Doelstellingen van het InvestEU-programma

1.  De algemene doelstelling van het InvestEU-programma is de ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de Unie door middel van financierings- en investeringsverrichtingen die bijdragen tot:

(a)  het concurrentievermogen van de Unie, waaronder onderzoek, innovatie en digitalisering;

(a bis)  een toename van de werkgelegenheid in de Unie en het scheppen van hoogwaardige banen in de Unie;

(b)  de groei en de duurzaamheid van de economie van de Unie, waardoor de Unie de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen van de Klimaatovereenkomst van Parijs kan halen;

(c)  de sociale innovatie, veerkracht en inclusiviteit van de Unie;

(c bis)  de bevordering van wetenschappelijke en technologische vooruitgang, van cultuur, onderwijs en opleiding;

(c ter)  economische, territoriale en sociale samenhang;

(d)  de integratie van de kapitaalmarkten van de Unie en de versterking van de eengemaakte markt, met inbegrip van oplossingen om de fragmentatie van de kapitaalmarkten van de Unie aan te pakken, meer diversiteit te brengen in de financieringsbronnen voor ondernemingen in de Unie en houdbare financiering te bevorderen.

2.  De specifieke doelstellingen van het InvestEU-programma zijn:

(a)  ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in duurzame infrastructuur op de gebieden bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a);

(b)  ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in onderzoek, innovatie en digitalisering in alle beleidsvensters, waaronder ondersteuning voor de opschaling van innovatieve bedrijven en het op de markt brengen van technologieën;

(c)  verbetering en vereenvoudiging van de toegang tot en de beschikbaarheid van financiering voor en versterking van het mondiale concurrentievermogen van innovatieve start-ups, kleine, middelgrote en micro-ondernemingen en, in gerechtvaardigde gevallen, voor kleine midcap-ondernemingen;

(d)  verbetering van de toegang tot en de beschikbaarheid van microfinanciering en financiering voor kmo's, sociale ondernemingen en de culturele, creatieve en onderwijssectoren, ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen met betrekking tot sociale investeringen, competenties en vaardigheden en ontwikkeling en consolidatie van markten voor sociale investeringen, op de gebieden als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder d).

Artikel 4

Begroting en bedrag van de EU-garantie

1.  De EU-garantie ten behoeve van het EU-compartiment als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), bedraagt 40 817 500 000 EUR (lopende prijzen). Er wordt een voorzieningspercentage van 40 % ingesteld.

Een bijkomend bedrag van de EU-garantie kan worden verstrekt ten behoeve van het lidstaatcompartiment bedoeld in artikel 8, lid 1, onder b), op voorwaarde dat de overeenstemmende bedragen overeenkomstig [artikel 10, lid 1,] van Verordening [[VGB] nummer](21) en artikel [75, lid 1,] van Verordening [inzake GLB-plannen.] nummer](22) door de lidstaten worden toegewezen.

Naast de bijdrage waarnaar wordt verwezen in de tweede alinea, kunnen lidstaten bijdragen aan het lidstaatcompartiment in de vorm van garanties of contanten.

De bijdragen van derde landen als bedoeld in artikel 5 verhogen eveneens de EU-garantie als bedoeld in de eerste alinea, door het verstrekken van een volledige voorziening in contanten overeenkomstig [artikel 218, lid 2,] van het [Financieel Reglement].

2.  De ▌verdeling van het bedrag bedoeld in de eerste alinea van lid 1 van dit artikel wordt vastgesteld in bijlage I. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door, indien nodig, de in bijlage I bedoelde bedragen voor elk venster met maximaal 15 % aan te passen.

3.  De financiële middelen voor de uitvoering van de maatregelen bedoeld in de hoofdstukken V en VI bedragen 525 000 000 EUR (lopende prijzen).

4.  Het in lid 3 bedoelde bedrag kan ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het InvestEU-programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

Artikel 5

Met het InvestEU-fonds geassocieerde derde landen

Het EU-compartiment van het InvestEU-fonds bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), en elk van de beleidsvensters bedoeld in artikel 7, lid 1, kunnen bijdragen van de volgende derde landen ontvangen om deel te nemen aan bepaalde financiële producten overeenkomstig [artikel 218, lid 2,] van het [Financieel Reglement]:

(a)  landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden;

(b)  toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor hun deelname aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

(c)  landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

(d)  derde landen, in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan programma's van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:

(i)  een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan programma's van de Unie deelneemt;

(ii)  de voorwaarden voor deelname aan de programma's vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke programma's en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5,] van het [Financieel Reglement];

(iii)  het derde land geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het programma verleent;

(iv)  de rechten van de Unie waarborgt om te zorgen voor een goed financieel beheer en haar financiële belangen te beschermen.

Artikel 6

Uitvoering en vormen van financiering door de Unie

1.  De EU-garantie wordt ten uitvoer gelegd in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel [62, lid 1, onder c), ii) tot en met vii),] van het [Financieel Reglement]. Andere vormen van EU-financiering uit hoofde van deze verordening worden ten uitvoer gelegd in direct of indirect beheer in overeenstemming met het [Financieel Reglement], met inbegrip van subsidies die ten uitvoer worden gelegd in overeenstemming met [titel VIII] daarvan.

2.  Door de EU-garantie gedekte financierings- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van blendingverrichtingen waarbij steun uit hoofde van deze verordening wordt gecombineerd met steun uit hoofde van een of meerdere andere programma's van de Unie of uit hoofde van het innovatiefonds van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS):

(a)  zijn in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen en voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen die zijn vastgesteld in de regels van het programma van de Unie op grond waarvan de steun is toegekend;

(b)  nemen de bij deze verordening vastgestelde regels in acht.

2 bis.  Blendingverrichtingen waarbij steun uit hoofde van deze verordening wordt gecombineerd, moeten zo probleemloos mogelijk verlopen.

3.  Blendingverrichtingen met een financieringsinstrument dat volledig door andere programma's van de Unie of door het ETS-innovatiefonds zonder gebruik van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening wordt gefinancierd, voldoen aan de beleidsdoelstellingen en criteria om in aanmerking te komen die zijn vastgesteld in de regels van het programma van de Unie op grond waarvan de steun is toegekend.

4.  Overeenkomstig artikel 6, lid 2, wordt over de niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de begroting van de Unie die deel uitmaken van de blendingverrichting bedoeld in de leden 2 en 3, beslist volgens de regels van het desbetreffende programma van de Unie en worden deze in de blendingverrichting ten uitvoer gelegd in overeenstemming met deze verordening en [titel X] van het [Financieel Reglement].

De verslaglegging omvat ook informatie over de overeenstemming met de beleidsdoelstellingen en de criteria om in aanmerking te komen die zijn vastgesteld in de regels van het programma van de Unie op grond waarvan de steun is toegekend, alsmede over de naleving van deze verordening.

HOOFDSTUK II

InvestEU-fonds

Artikel 7

Beleidsvensters

1.  Het InvestEU-fonds verricht zijn activiteiten via de volgende beleidsvensters die tekortkomingen van de markt en/of suboptimale investeringssituaties behandelen binnen hun specifiek toepassingsgebied:

(a)  beleidsvenster voor duurzame infrastructuur: omvat duurzame investeringen op het gebied van vervoer, met inbegrip van multimodaal vervoer, verkeersveiligheid, renovatie en onderhoud van spoor- en weginfrastructuur, toerisme, energie, met name een groter gebruik van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie overeenkomstig de energiekaders voor 2030 en 2050, projecten voor de renovatie van gebouwen die gericht zijn op energiebesparing en de integratie van gebouwen in een communicerend energie-, opslag-, digitaal en transportsysteem, een grotere mate van interconnectie, digitale connectiviteit en toegang, ook in plattelandsgebieden, levering en verwerking van grondstoffen, ruimtevaart, oceanen, binnenwateren, afvalpreventie en de circulaire economie, natuur en andere milieu-infrastructuur, uitrusting, mobiele activa en invoering van innovatieve technologieën die bijdragen aan de doelstellingen inzake milieu of sociale duurzaamheid van de Unie of aan beide, en voldoen aan de normen van de Unie inzake milieu of sociale duurzaamheid;

(b)  beleidsvenster voor onderzoek, innovatie en digitalisering: omvat activiteiten op het gebied van onderzoek, productontwikkeling en innovatie, overdracht van technologieën en onderzoeksresultaten aan de markt, ondersteuning van marktaanjagers en samenwerking tussen ondernemingen, demonstratie en invoering van innovatieve oplossingen en steun voor opschaling van innovatieve ondernemingen, met inbegrip van start-ups en kmo's, en digitalisering van het bedrijfsleven in de EU op basis van de opgedane ervaringen, in het bijzonder met het InnovFin;

(c)  beleidsvenster voor kleine en middelgrote ondernemingen: vereenvoudigde toegang tot en beschikbaarheid van financiering voor start-ups en kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van innovatieve kmo's, en, in gerechtvaardigde gevallen, voor kleine midcap-ondernemingen, met name om hun mondiale concurrentievermogen, innovatie, digitalisering en duurzaamheid te verbeteren;

(d)  beleidsvenster voor sociale investeringen en vaardigheden: omvat ethische en duurzame financiering, microfinanciering, buy-outs door werknemers, financiering voor sociale ondernemingen en sociale economie en maatregelen ter bevordering van gendergelijkheid en actieve deelname van vrouwen en kwetsbare groepen; vaardigheden, educatie, opleiding en aanverwante diensten; sociale infrastructuur (met inbegrip van sociale woningen en studentenwoningen); sociale innovatie; gezondheidszorg en langdurige zorg; inclusiviteit en toegankelijkheid; culturele activiteiten met een maatschappelijk doel; culturele en creatieve sectoren, onder meer met doelstellingen op het gebied van interculturele dialoog en sociale cohesie; integratie van kwetsbare personen, waaronder onderdanen van derde landen;

2.  Wanneer een financierings- of investeringsverrichting die aan het in artikel 19 bedoelde investeringscomité wordt voorgesteld, onder meer dan één beleidsvenster valt, wordt deze toegewezen aan het venster waaronder haar voornaamste doelstelling of de voornaamste doelstelling van de meeste van haar subprojecten valt, tenzij de investeringsrichtsnoeren anders bepalen.

3.  Financierings- en investeringsverrichtingen die onder alle beleidsvensters ▌als bedoeld in lid 1 ▌vallen, worden in voorkomend geval onderworpen aan een toetsing van hun duurzaamheid op het gebied van klimaat-, milieu- en sociale effecten, om milieuschade te beperken en om maximale klimaat-, milieu- en sociale voordelen te verwezenlijken. Met dat doel verstrekken ontwikkelaars die om financiering verzoeken, passende informatie op basis van door de Commissie op te stellen richtsnoeren in de vorm van een gedelegeerde handeling en rekening houdend met de criteria die in Verordening (EU) nr. .../... betreffende de totstandbrenging van een raamwerk om duurzame beleggingen te bevorderen (COM(2018)0353) zijn vastgesteld om te bepalen of een economische activiteit uit milieuoogpunt duurzaam is. Projecten die een bepaalde omvang zoals omschreven in de richtsnoeren niet overschrijden, kunnen zo nodig worden uitgesloten van de toetsing.

De richtsnoeren van de Commissie maken het mogelijk:

a)  wat aanpassing betreft, de weerbaarheid ten aanzien van potentiële ongunstige gevolgen van klimaatverandering te verzekeren door middel van een kwetsbaarheids- en risicobeoordeling, met inbegrip van toepasselijke aanpassingsmaatregelen, en wat beperking betreft, de kosten van broeikasgasemissies en de positieve effecten van mitigerende maatregelen in de kosten-batenanalyse op te nemen en te zorgen voor naleving van de milieudoelstellingen en -normen van de Unie;

b)  rekenschap te geven van geconsolideerde projectimpact met betrekking tot de voornaamste bestanddelen van het natuurlijk kapitaal op het gebied van lucht, water, land en biodiversiteit;

b bis)  de gevolgen in te schatten voor de werkgelegenheid en het creëren van kwalitatief hoogwaardige banen;

c)  de gevolgen in te schatten voor de sociale inclusie van bepaalde gebieden of bevolkingsgroepen.

4.  De uitvoerende partners verstrekken de nodige informatie voor het volgen van investeringen die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake klimaat en milieu, op basis van de door de Commissie te verstrekken richtsnoeren, en om zo nodig te beoordelen of de verrichtingen aan Verordening (EU) .../... [betreffende de totstandbrenging van een raamwerk om duurzame beleggingen te bevorderen] voldoen.

4 bis.  In het beleidsvenster voor kleine en middelgrote ondernemingen wordt ook steun verleend aan begunstigden die steun kregen van de verschillende EU-garantiefaciliteiten die in het kader van InvestEU zijn samengevoegd, met name de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sector van het programma Creatief Europa.

5.  De uitvoerende partners streven ernaar dat:

(a)   ten minste 65 % van de investeringen uit hoofde van het beleidsvenster voor duurzame infrastructuur aanzienlijk bijdraagt tot de doelstellingen van de Unie inzake klimaat en milieu, overeenkomstig de Overeenkomst van Parijs;

(b)  op het gebied van vervoer ten minste 10 % van de investeringen uit hoofde van het beleidsvenster voor duurzame infrastructuur bijdraagt tot de realisatie van de EU-doelstelling om uiterlijk in 2050 een einde te maken aan de dodelijke verkeersongevallen en ernstige verwondingen en om spoor- en verkeersbruggen en -tunnels te renoveren met het oog op de veiligheid ervan;

(c)  ten minste 35 % van de investeringen uit hoofde van het beleidsvenster voor onderzoek, innovatie en digitalisering bijdraagt tot de doelstellingen van Horizon Europa;

(d)  een aanzienlijk percentage van de aan kleine en middelgrote ondernemingen en kleine midcap-ondernemingen aangeboden garantie uit hoofde van het beleidsvenster voor kleine en middelgrote ondernemingen innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen ondersteunt.

De Commissie tracht er samen met de uitvoerende partners voor te zorgen dat het deel van de begrotingsgarantie dat wordt gebruikt voor het beleidsvenster voor duurzame infrastructuur, wordt verdeeld met het oog op een evenwicht tussen de acties op de verschillende gebieden.

6.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de investeringsrichtsnoeren voor elk van de beleidsvensters te bepalen.

6 bis.  Wanneer de Commissie informatie over de interpretatie van de investeringsrichtsnoeren verstrekt, stelt ze die informatie ter beschikking van de uitvoerende partners, het investeringscomité en de InvestEU-advieshub.

Artikel 7 bis

Additionaliteit

Voor de toepassing van deze verordening wordt het volgende verstaan onder "additionaliteit": steun van het InvestEU-fonds voor verrichtingen die tot doel hebben marktfalen of suboptimale investeringssituaties in de hele Unie en/of in specifieke lidstaten aan te pakken en die in de periode waarin de EU-garantie kan worden benut, zonder steun van het InvestEU-fonds niet, of niet in dezelfde mate, door uitvoerende partners zouden kunnen worden uitgevoerd.

Artikel 8

Compartimenten

1.  De beleidsvensters bedoeld in artikel 7, lid 1, bestaan elk uit twee compartimenten die ▌tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties als volgt behandelen:

(a)  het EU-compartiment behandelt een van de volgende situaties:

(i)  tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties met betrekking tot beleidsprioriteiten van de Unie ▌;

(ii)  tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties in de hele Unie en/of in specifieke lidstaten; of

(iii)  nieuwe of complexe tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties met het oog op de ontwikkeling van nieuwe financiële oplossingen en marktstructuren;

(b)  het lidstaatcompartiment behandelt specifieke tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties in een of meerdere lidstaten om te voldoen aan de doelstellingen van de bijdragende fondsen onder gedeeld beheer.

2.  De in lid 1 bedoelde compartimenten worden in voorkomend geval op complementaire wijze gebruikt ter ondersteuning van een financierings- of investeringsverrichting, onder meer door steun van beide compartimenten te combineren.

Artikel 9

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het lidstaatcompartiment

1.  Bedragen die door een lidstaat zijn toegewezen krachtens artikel [10, lid 1,] van Verordening [[VGB] nummer] of artikel [75, lid 1,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer] worden gebruikt voor de voorziening van het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment ter dekking van financiering- en investeringsverrichtingen in de betrokken lidstaat.

1 bis.  De lidstaten kunnen ook bijdragen aan het lidstaatcompartiment in de vorm van garanties of contanten. Deze bijdragen mogen, wanneer er een beroep wordt gedaan op de garantie, pas worden gebruikt voor betalingen nadat de middelen uit de eerste alinea van artikel 4, lid 1, zijn gebruikt.

2.  Om dat gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment in te stellen wordt een bijdrageovereenkomst gesloten tussen de lidstaat en de Commissie.

Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke bijdrageovereenkomst met de Commissie sluiten.

In afwijking van [artikel 211, lid 1,] van het [Financieel Reglement] wordt het voorzieningspercentage voor de EU-garantie in het lidstaatcompartiment vastgesteld op 40 % en kan het in elke bijdrageovereenkomst opwaarts of neerwaarts worden aangepast om rekening te houden met de risico's die verbonden zijn aan de voor gebruik in aanmerking komende financiële producten.

3.  De bijdrageovereenkomst bevat ten minste de volgende elementen:

a)  het totale bedrag van het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment dat aan de lidstaat toebehoort, het voorzieningspercentage daarvan, het bedrag van de bijdrage uit fondsen onder gedeeld beheer, de opbouwperiode van de voorziening in overeenstemming met het jaarlijks financieel plan en het bedrag van de daaruit voortspruitende voorwaardelijke verplichting die met de door de betrokken lidstaat en/of de uitvoerende partners of particuliere investeerders te verstrekken back-to-backgarantie moet worden gedekt;

b)  de strategie met de financiële producten en hun minimale hefboomeffect, de geografische dekking, de investeringsperiode en indien van toepassing, de categorieën van eindontvangers en in aanmerking komende intermediairs;

c)  ▌de geselecteerde uitvoerende partner of partners in overleg met de lidstaten;

d)  de mogelijke bijdrage uit de fondsen onder gedeeld beheer aan investeringsplatformen en de InvestEU-advieshub;

e)  de jaarlijkse verslagleggingsverplichtingen ten aanzien van de lidstaat, met inbegrip van de verslaglegging in overeenstemming met de in de bijdrageovereenkomst vermelde indicatoren;

f)  bepalingen over de vergoeding van het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment;

g)  mogelijke combinatie met middelen uit het EU-compartiment, onder meer in een gelaagde structuur om in overeenstemming met artikel 8, lid 2, een betere risicodekking te bereiken.

Bijdragen van fondsen onder gedeeld beheer mogen, indien de lidstaten hiervoor kiezen en in overleg met de uitvoerende partners, worden gebruikt om een deel van gestructureerde financieringsinstrumenten te garanderen.

4.  De bijdrageovereenkomsten worden door de Commissie ten uitvoer gelegd door middel van garantieovereenkomsten gesloten met de uitvoerende partners overeenkomstig artikel 14.

Indien binnen negen maanden na de ondertekening van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst is gesloten of het bedrag van de bijdrageovereenkomst niet volledig is vastgelegd door middel van een of meerdere garantieovereenkomsten, wordt in het eerste geval de bijdrageovereenkomst beëindigd of in het tweede geval dienovereenkomstig gewijzigd, en wordt het niet-gebruikte bedrag van de voorziening opnieuw gebruikt in overeenstemming met [artikel 10, lid 5,] van Verordening [[VGB] nummer] en artikel [75, lid 5,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer].

Indien de garantieovereenkomst niet naar behoren ten uitvoer is gelegd binnen een termijn vastgesteld in artikel [10, lid 6,] van Verordening [[VGB] nummer] of in artikel [75, lid 5,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer], wordt de bijdrageovereenkomst beëindigd en wordt het niet-gebruikte bedrag van de voorziening opnieuw gebruikt in overeenstemming met [artikel 10, lid 6,] van Verordening [[VGB] nummer] en artikel [75, lid 6,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer].

5.  De volgende regels zijn van toepassing op de voorziening voor het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment dat bij de bijdrageovereenkomst is ingesteld:

(a)  na de opbouwfase bedoeld in lid 3, onder a), van dit artikel wordt elk jaarlijks overschot van voorzieningen, berekend door vergelijking tussen het bedrag van voorzieningen dat vereist is door het voorzieningspercentage en de daadwerkelijke voorzieningen, opnieuw gebruikt in overeenstemming met [artikel 10, lid 6,] van het [VGB] en artikel [75, lid 6,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer];

(b)  in afwijking van [artikel 213, lid 4,] van het [Financieel Reglement] geeft de voorziening na de in lid 3, onder a), van dit artikel bedoelde opbouwfase tijdens de beschikbaarheid van dat gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment geen aanleiding tot jaarlijkse aanvullingen;

(c)  de Commissie stelt de lidstaat onmiddellijk in kennis wanneer het niveau van de voorzieningen voor het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment als gevolg van een beroep op dat gedeelte van de EU-garantie onder 20 % van de initiële voorziening valt;

(d)  ▌

HOOFDSTUK III

EU-garantie

Artikel 10

EU-garantie

1.  De EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds wordt aan de uitvoerende partners verleend in overeenstemming met [artikel 219, lid 1,] van het [Financieel Reglement] en wordt beheerd overeenkomstig [titel X] van het [Financieel Reglement]. De EU-garantie is onherroepelijk, onvoorwaardelijk en op eerste aanvraag verschuldigd aan in aanmerking komende tegenpartijen voor de financierings- en investeringsverrichtingen die onder deze verordening vallen en de kosten ervan zijn exclusief gekoppeld aan de kenmerken en het risicoprofiel van de onderliggende verrichtingen, met inachtneming van de aard van de onderliggende verrichtingen en de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen die worden nagestreefd, met inbegrip van, indien naar behoren gemotiveerd, de mogelijke toepassing van specifieke gunstige voorwaarden en prikkels, in het bijzonder:

(a)  in situaties waarin gespannen omstandigheden op de financiële markten de uitvoering van een haalbaar project zouden belemmeren;

(b)  indien dit noodzakelijk is voor het faciliteren van de oprichting van investeringsplatformen of de financiering van projecten in sectoren of gebieden waar sprake is van ernstig marktfalen en/of een suboptimale investeringssituatie.

Bovendien voorziet de EU-garantie in:

(a)  een robuust mechanisme zodat er snel gebruik van kan worden gemaakt;

(b)  een duur die in overeenstemming is met de looptijd van de laatste vordering van de laatste begunstigde;

(c)  een adequaat toezicht op de risico's en de garantieportefeuille;

(d)  een betrouwbaar mechanisme voor het ramen van verwachte kasstromen indien van de garantie gebruik wordt gemaakt;

(e)  adequate documentatie met betrekking tot beslissingen over risicobeheer;

(f)  afdoende flexibiliteit met betrekking tot de manier waarop de garantie wordt gebruikt, zodat uitvoerende partners onmiddellijk kunnen profiteren van de garantie wanneer/als dat nodig is, met name als er geen andere garantieregeling voorhanden is;

(g)  indien relevant, de naleving van alle aanvullende eisen die de relevante toezichthouder stelt voor effectieve, volledige risicomitigatie.

1 bis.  De EU-garantie in het kader van het EU-compartiment wordt toegewezen aan de uitvoerende partners. Ten minste 75 % van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment wordt toegewezen aan de EIB-groep. Er kunnen bedragen van meer dan 75 % van de EU-garantie beschikbaar worden gesteld aan de EIB-groep indien de nationale stimuleringsbanken of -instellingen het resterende deel van de garantie niet volledig kunnen gebruiken. Evenzo kunnen bedragen van meer dan 25 % van de EU-garantie beschikbaar worden gesteld aan andere uitvoerende partners indien de EIB-groep haar deel van de garantie niet volledig kan gebruiken. Nationale stimuleringsbanken of -instellingen kunnen volledig profiteren van de EU-garantie, ook indien zij besluiten deze via de EIB-groep of het Europees Investeringsfonds te laten lopen.

2.  Ondersteuning met de EU-garantie kan voor onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen worden verleend voor een investeringsperiode die eindigt op 31 december 2027. Contracten tussen de uitvoerende partner en de eindontvanger of de financiële intermediair of een andere entiteit bedoeld in artikel 13, lid 1, onder a), worden ondertekend vóór 31 december 2028.

Artikel 11

In aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen

1.  Het InvestEU-fonds ondersteunt alleen publieke en private financierings- en investeringsverrichtingen die

(a)  voldoen aan de voorwaarden gesteld in [de punten a) tot en met e) van artikel 209, lid 2, van [het Financieel Reglement], en het in artikel 7 bis van deze verordening gestelde additionaliteitsvereiste, en indien van toepassing door de particuliere investeringen in overeenstemming met [artikel 209, lid 2,] van [het Financieel Reglement] te maximaliseren;

(b)  bijdragen tot, een aanvulling vormen op en stroken met de beleidsdoelstellingen van de Unie en binnen het toepassingsgebied vallen van de beleidsdomeinen die in aanmerking komen voor financierings- en investeringsverrichtingen volgens het passende beleidsvenster in overeenstemming met bijlage II bij deze verordening; en

(c)  overeenstemmen met de investeringsrichtsnoeren.

2.  Naast projecten die zich in de Unie bevinden, kan het InvestEU-fonds de volgende projecten en activiteiten ondersteunen via financierings- en investeringsverrichtingen:

(a)  ▌ projecten tussen entiteiten die in een of meer lidstaten zijn gevestigd en zich uitstrekken over een of meerdere derde landen, waaronder toetredende landen, kandidaat-landen en potentiële kandidaten, landen die binnen het toepassingsgebied van het nabuurschapsbeleid vallen, leden van de Europese Economische Ruimte of van de Europese Vrijhandelsassociatie, of over landen en gebieden overzee als bedoeld in bijlage II bij het VWEU of een geassocieerd derde land, ongeacht of er een partner is in die derde landen of overzeese landen of gebieden;

(b)  financierings- en investeringsverrichtingen in de in artikel 5 bedoelde landen die tot een specifiek financieel product hebben bijgedragen.

3.  Het InvestEU-fonds kan financierings- en investeringsverrichtingen ondersteunen voor het verstrekken van financiering aan ontvangende juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

(a)  een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

(b)  een derde land of gebied dat met het InvestEU-programma geassocieerd is in overeenstemming met artikel 5;

(c)  een derde land als bedoeld in lid 2, onder a), indien van toepassing;

(d)  andere landen waar dat nodig is voor de financiering van een project in een land of een gebied als bedoeld in de punten a) tot en met c).

Artikel 12

Selectie van uitvoerende partners

1.  De Commissie selecteert overeenkomstig [artikel 154] van het [Financieel Reglement] de uitvoerende partners of een groep van uitvoerende partners, als bedoeld in de tweede alinea van dit lid, uit de in aanmerking komende tegenpartijen.

Voor het EU-compartiment hebben de in aanmerking komende tegenpartijen hun interesse laten blijken en zijn zij in staat financierings- en investeringsverrichtingen in één of meer lidstaten of regio's te dekken. De uitvoerende partners kunnen samen ook financierings- en investeringsverrichtingen in één of meer lidstaten of regio's dekken door een groep te vormen. De uitvoerende partners, wier contractuele verantwoordelijkheid is beperkt tot hun respectieve nationale mandaten, kunnen marktfalen of suboptimale investeringssituaties ook aanpakken met behulp van vergelijkbare, op de lokale omstandigheden afgestemde instrumenten.

Naar gelang de rijpheid van elk project kan de groep uitvoerende partners op elk moment en met verschillende samenstellingen worden gevormd om op efficiënte wijze aan de markteisen te kunnen voldoen.

Voor het lidstaatcompartiment kan de betrokken lidstaat een of meerdere in aanmerking komende tegenpartijen als uitvoerende partners voorstellen uit die welke hun interesse overeenkomstig artikel 9, lid 3, onder c), hebben laten blijken.

Wanneer de betrokken lidstaat geen uitvoerende partner voorstelt, handelt de Commissie in overeenstemming met de tweede alinea van dit lid ten aanzien van de uitvoerende partners die in staat zijn financierings- en investeringsverrichtingen te dekken in de betrokken geografische gebieden.

2.  Bij de selectie van de uitvoerende partners zorgt de Commissie ervoor dat de portefeuille van financiële producten in het InvestEU-fonds:

(a)  de dekking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen maximaliseert;

(b)  de impact van de EU-garantie maximaliseert door middel van de eigen middelen die door de uitvoerende partner worden ingezet;

(c)  waar mogelijk particuliere investeringen maximaliseert;

(d)  geografische diversificatie nastreeft en de financiering van kleinere projecten mogelijk maakt;

(e)  voor voldoende risicodiversificatie zorgt;

(f)  innoverende financiële en risico-oplossingen bevordert om tekortkomingen van de markt en suboptimale investeringssituaties aan te pakken;

(f bis)  additionaliteit bewerkstelligt.

3.  Bij de selectie van de uitvoerende partners houdt de Commissie ook rekening met:

(a)  de mogelijke kosten en vergoeding voor de begroting van de Unie;

(b)  de capaciteit van de uitvoerende partner om de vereisten van [artikel 155, lid 2, en artikel 155, lid 3,] van het [Financieel Reglement] met betrekking tot belastingontwijking, belastingfraude, belastingontduiking, witwassen, financiering van terrorisme en niet-coöperatieve rechtsgebieden nauwgezet ten uitvoer te leggen.

(b bis)  het vermogen van de uitvoerende partner om de financierings- en investeringsverrichtingen te evalueren aan de hand van internationaal erkende sociale-beoordelingsnormen, met bijzondere aandacht voor maatschappelijke en milieu-effecten;

(b ter)  het vermogen van de uitvoerende partner om publiekelijk bewijs te leveren van en te zorgen voor transparantie en openbare toegang tot informatie in verband met elke financierings- en investeringsverrichting;

(b quater)  in voorkomend geval, het vermogen van de uitvoerende partner om financiële instrumenten te beheren, rekening houdend met zijn in het verleden opgedane ervaring met financiële instrumenten en beheersautoriteiten, als bedoeld in Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad(23).

4.  Nationale stimuleringsbanken of -instellingen kunnen als uitvoerende partner worden geselecteerd op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorschriften neergelegd in dit artikel en in artikel 14, lid 1, tweede alinea.

Artikel 13

In aanmerking komende soorten financiering

1.  De EU-garantie kan worden gebruikt ten behoeve van risicodekking voor de volgende soorten financiering die door uitvoerende partners worden verstrekt:

(a)  leningen, garanties, tegengaranties, kapitaalmarktinstrumenten, andere vormen van financiering of kredietaanvulling, waaronder achtergestelde schulden, deelnemingen of quasi-deelnemingen in aandelenkapitaal die direct of indirect door financiële intermediairs, fondsen, investeringsplatforms of andere platforms worden verstrekt om aan eindontvangers te worden doorgegeven;

(b)  financiering of garanties door een uitvoerende partner aan een andere financiële instelling om deze in staat te stellen de onder a) bedoelde financieringsactiviteiten te verrichten.

Voor de dekking door de EU-garantie wordt de onder a) en b) van de eerste alinea bedoelde financiering verleend, verkregen of uitgegeven ten behoeve van de in artikel 11, lid 1, bedoelde financierings- of investeringsverrichtingen wanneer de financiering door de uitvoerende partner is verleend in overeenstemming met een financieringsovereenkomst of -transactie die is ondertekend of is aangegaan door de uitvoerende partner na de ondertekening van de garantieovereenkomst tussen de Commissie en de uitvoerende partner en die niet is verstreken of niet is geannuleerd.

2.  Financierings- en investeringsverrichtingen via fondsen of andere intermediaire structuren worden door de EU-garantie gedekt overeenkomstig in de investeringsrichtsnoeren neer te leggen bepalingen, zelfs indien een minderheid van de geïnvesteerde middelen via deze structuur wordt belegd buiten de Unie en in de in artikel 11, lid 2, bedoelde landen of in andere activa die niet in aanmerking komen uit hoofde van deze verordening.

Artikel 14

Garantieovereenkomsten

1.  De Commissie sluit met elke uitvoerende partner een garantieovereenkomst overeenkomstig de voorschriften van deze verordening met betrekking tot de verlening van de EU-garantie ten belope van een door de Commissie vast te stellen bedrag.

Ingeval uitvoerende partners een groep als bedoeld in artikel 12, lid 1, tweede alinea, vormen, wordt één enkele garantieovereenkomst gesloten tussen de Commissie en elke uitvoerende partner binnen de groep of één uitvoerende partner namens de groep.

2.  De garantieovereenkomst bevat in het bijzonder bepalingen betreffende:

(a)  het bedrag en de voorwaarden van de door de uitvoerende partner te verstrekken financiële bijdrage;

(b)  de voorwaarden van de financiering of de garanties die door de uitvoerende partner aan een andere aan de uitvoering deelnemende juridische entiteit worden verstrekt, indien dat het geval is;

(c)  in overeenstemming met artikel 16, nadere regels betreffende de verlening van de EU-garantie, waaronder de dekking van portefeuilles van specifieke soorten instrumenten en de respectieve gebeurtenissen die aanleiding geven tot een mogelijk beroep op de EU-garantie;

(d)  de vergoeding voor het nemen van risico's, te verdelen tussen de Unie en de uitvoerende partner in verhouding tot hun respectieve aandeel in het nemen van risico's;

(e)  de betalingsvoorwaarden;

(f)  de verbintenis van de uitvoerende partner om de besluiten van de Commissie en het investeringscomité te aanvaarden met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie ten behoeve van de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting, onverminderd de door de uitvoerende partner genomen beslissingen over de voorgestelde verrichting zonder de EU-garantie;

(g)  regelingen en procedures met betrekking tot de invordering van schulden waarmee de uitvoerende partner wordt belast;

(h)  financiële en operationele verslaglegging en monitoring van de verrichtingen onder EU-garantie;

(i)  essentiële prestatie-indicatoren, met name met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie, de verwezenlijking van de in de artikelen 3, 7 en 11 bedoelde doelstellingen en criteria alsmede het aantrekken van particulier kapitaal;

(j)  indien van toepassing, de regelingen en procedures met betrekking tot blendingverrichtingen;

(k)  andere toepasselijke bepalingen overeenkomstig de vereisten van [titel X] van het [Financieel Reglement].

3.  De garantieovereenkomst bepaalt eveneens dat de vergoeding die de Unie toekomt uit hoofde van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen, wordt verminderd met betalingen als gevolg van een beroep op de EU-garantie.

4.  Voorts bepaalt de garantieovereenkomst dat aan de uitvoerende partner verschuldigde bedragen met betrekking tot de EU-garantie worden afgetrokken van het totale bedrag van de vergoeding, de inkomsten en de terugbetalingen die de uitvoerende partner aan de Unie verschuldigd is uit hoofde van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen. Wanneer dit bedrag niet toereikend is om het overeenkomstig artikel 15, lid 3, aan de uitvoerende partner verschuldigde bedrag te dekken, wordt het uitstaande bedrag opgenomen uit de voorziening voor de EU-garantie.

5.  Wanneer de garantieovereenkomst uit hoofde van het lidstaatcompartiment wordt gesloten, kan zij voorzien in participatie door vertegenwoordigers van de lidstaten of de regio's die betrokken zijn bij het toezicht op de uitvoering van de garantieovereenkomst.

Artikel 15

Voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie

1.  De verlening van de EU-garantie wordt afhankelijk gesteld van de inwerkingtreding van de garantieovereenkomst met de betrokken uitvoerende partner.

2.  Financierings- en investeringsverrichtingen worden alleen door de EU-garantie gedekt als ze aan de in deze verordening en in de desbetreffende investeringsrichtsnoeren neergelegde criteria voldoen en als het investeringscomité heeft geconcludeerd dat ze voldoen aan de vereisten om door de EU-garantie te worden ondersteund. De uitvoerende partners blijven verantwoordelijk voor het waarborgen dat de financierings- en investeringsverrichtingen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren voldoen.

3.  Voor de uitvoering van financierings- en investeringsverrichtingen met de EU-garantie is de Commissie geen administratieve uitgaven of vergoedingen verschuldigd aan de uitvoerende partner, tenzij de uitvoerende partner op grond van de aard van de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden nagestreefd, kan aantonen dat een uitzondering moet worden gemaakt. De dekking van die kosten wordt geregeld in de garantieovereenkomst en voldoet aan [artikel 209, lid 2, onder g),] van het [Financieel Reglement].

4.  Bovendien mag de uitvoerende partner de EU-garantie overeenkomstig artikel 14, lid 4, gebruiken voor de dekking van het betreffende aandeel in de mogelijke invorderingskosten, tenzij dit in mindering wordt gebracht op de opbrengst van de invordering.

Artikel 16

Dekking en voorwaarden van de EU-garantie

1.  De vergoeding voor het nemen van risico's wordt verdeeld tussen de Unie en een uitvoerende partner in verhouding tot hun respectieve aandeel in het nemen van risico's met een portefeuille van financierings- en investeringsverrichtingen of, in voorkomend geval, met afzonderlijke verrichtingen en wordt exclusief gebaseerd op de kenmerken en het risicoprofiel van de onderliggende verrichtingen. De uitvoerende partner heeft op eigen risico een passende blootstelling aan financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden ondersteund, tenzij uitzonderlijk de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden nagestreefd, van die aard zijn dat de uitvoerende partner redelijkerwijs niet zijn eigen risicodragende capaciteit daaraan kan bijdragen.

2.  De EU-garantie dekt:

(a)  met betrekking tot de in artikel 13, lid 1, onder a), bedoelde schuldproducten:

(i)  de hoofdsom en alle rente en overeenkomstig de voorwaarden van de financieringsverrichtingen aan de uitvoerende partner verschuldigde maar niet door hem ontvangen bedragen tot het moment van de wanbetaling; met betrekking tot achtergestelde schuld worden uitstel, verlaging of een vereiste exit als wanbetaling beschouwd;

(ii)  herstructureringsverliezen;

(iii)  verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta's dan de euro op markten waarop de mogelijkheden tot langetermijnhedging beperkt zijn;

(b)  met betrekking tot de in artikel 13, lid 1, onder a), bedoelde investeringen in de vorm van deelnemingen of quasi-deelnemingen: de geïnvesteerde bedragen en de eraan verbonden financieringskosten en verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta's dan de euro;

(c)  met betrekking tot financiering of garanties door een uitvoerende partner aan een andere juridische entiteit dan de in artikel 13, lid 1, onder b), bedoelde juridische entiteiten:

3.  de gebruikte bedragen en de eraan verbonden financieringskosten. Ingeval de Unie na een beroep op de EU-garantie een betaling aan de uitvoerende partner doet, treedt zij in de desbetreffende rechten, in zoverre die blijven bestaan, van de uitvoerende partner met betrekking tot zijn financierings- of investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden gedekt.

De uitvoerende partner gaat namens de Unie over tot invordering van de schuldvorderingen voor de bedragen waarvoor de Unie in de rechten is getreden, en betaalt de Unie terug met de ingevorderde bedragen.

HOOFDSTUK IV

BESTUUR

Artikel 16 bis

Bestuur

1.  Het InvestEU-fonds wordt beheerd door een bestuur dat, met het oog op het gebruik van de EU-garantie, in overeenstemming met de algemene doelstellingen van artikel 3 beslist over:

(a)  de strategische koers van het InvestEU-fonds;

(b)  het operationele beleid en de operationele procedures die noodzakelijk zijn voor de werking van het InvestEU-fonds;

(c)  de regels die van toepassing zijn op verrichtingen met investeringsplatformen.

2.  Het bestuur:

(a)  bestaat uit de volgende zes leden:

(i)  drie door de Commissie benoemde leden,

(ii)  één door de EIB-groep benoemd lid,

(iii)  één door de adviesraad uit de groep vertegenwoordigers van de uitvoerende partners benoemd lid; dit lid is geen vertegenwoordiger van de EIB-groep,

(iv)  één door het Europees Parlement benoemde deskundige. Die deskundige vraagt of aanvaardt geen instructies van instellingen of organen van de Unie, van enige regering van een lidstaat of van enige andere publieke of private entiteit, en handelt volstrekt onafhankelijk. De deskundige voert zijn of haar taken onpartijdig en in het belang van het InvestEU-fonds uit;

(b)  kiest een voorzitter uit de drie door de Commissie benoemde leden voor een eenmalig hernieuwbare vaste termijn van drie jaar;

(c)  bespreekt en houdt zo veel mogelijk rekening met de standpunten van alle leden. Indien de leden het niet met elkaar eens kunnen worden, neemt het bestuur zijn besluiten met een meerderheid van stemmen van zijn leden. In de notulen van de bestuursvergaderingen worden de standpunten van alle leden inhoudelijk weergegeven.

3.  Het bestuur stelt de Commissie wijzigingen voor in de verdeling van de in bijlage I bedoelde bijdragen.

4.  Het bestuur organiseert regelmatig een raadpleging van de relevante belanghebbenden – met name mede-investeerders, overheidsorganen, deskundigen, onderwijs-, opleidings- en onderzoeksinstellingen, filantropische organisaties, de relevante sociale partners en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld – over de koers en de tenuitvoerlegging van het uit hoofde van deze verordening uitgevoerde investeringsbeleid.

5.  De uitvoerige notulen van de bestuursvergaderingen worden zo snel mogelijk na goedkeuring ervan door het bestuur bekendgemaakt.

Artikel 17

Adviesraad

1.  De Commissie en het bestuur worden geadviseerd door een adviesraad ▌.

1 bis.  De adviesraad streeft naar een genderevenwicht en bestaat uit:

(a)  één vertegenwoordiger van elke uitvoerende partner;

(b)  één vertegenwoordiger van elke lidstaat;

(c)  één vertegenwoordiger van de EIB-groep;

(d)  één vertegenwoordiger van de Commissie;

(e)  één deskundige voor elk beleidsvenster, benoemd door het Europees Economisch en Sociaal Comité;

(f)  één door het Comité van de Regio's benoemde deskundige.

2.  ▌

3.  ▌

4.  De bijeenkomst van de adviesraad ▌wordt ▌voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. De vertegenwoordiger van de EIB-groep is de vicevoorzitter.

De adviesraad komt op gezette tijden bijeen en ten minste tweemaal per jaar op verzoek van de voorzitter. ▌

De uitvoerige notulen van de bijeenkomsten van de adviesraad worden zo snel mogelijk na goedkeuring ervan door de adviesraad bekendgemaakt.

De Commissie stelt de werkingsregels en -procedures vast en beheert het secretariaat van de adviesraad.

5.  De adviesraad:

(a)   verleent advies over het ontwerp van op grond van deze verordening uit te voeren financiële producten;

(b)   verleent de Commissie en het bestuur advies over marktfalen en suboptimale investeringssituaties en marktomstandigheden;

(c)   informeert de lidstaten over de uitvoering van het InvestEU-fonds binnen elk beleidsvenster;

(d)   wisselt met de lidstaten standpunten over marktontwikkelingen uit en deelt beste praktijken.

Artikel 17 bis

Methodologie voor risicobeoordeling

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door een methodologie voor risicobeoordeling vast te stellen. Deze methodologie voor risicobeoordeling wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met de EIB-groep en de andere uitvoerende partners en omvat:

(a)  een risicobeoordelingsclassificatie om een consistente en gestandaardiseerde behandeling van alle verrichtingen te garanderen, ongeacht de bemiddelende instelling;

(b)  een methodologie voor het beoordelen van de potentieelverlieswaarde en de kans op wanbetaling, gebaseerd op duidelijke statistische methoden en met inachtneming van milieu-, sociale en governancecriteria (ESG);

(c)  een methode voor de beoordeling van het uitstaande bedrag en het verlies bij wanbetaling, rekening houdend met de waarde van de financiering, het projectrisico, de terugbetalingstermijnen, het onderpand en andere relevante indicatoren.

Artikel 17 ter

Scorebord

1.  Er wordt door elke uitvoerende partner een scorebord met indicatoren (het "scorebord") gebruikt om de kwaliteit en de degelijkheid te beoordelen van investeringen die mogelijk zullen worden ondersteund via de EU-garantie. Het scorebord garandeert een onafhankelijke, transparante en geharmoniseerde beoordeling van het potentiële en daadwerkelijke gebruik van de EU-garantie.

2.  Elke uitvoerende partner vult het scorebord in voor de financierings- en investeringsverrichtingen die hij voorstelt. Als een investeringsverrichting wordt voorgesteld door meerdere uitvoerende partners, wordt het scorebord door de verschillende betrokken uitvoerende partners gezamenlijk ingevuld.

3.  Het scorebord bevat met name een beoordeling van:

(a)  het risicoprofiel van de voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen, dat het resultaat is van de toepassing van de in artikel 17 bis bedoelde risicobeoordelingsmethode;

(b)  het voordeel voor de eindontvangers;

(c)  nakoming van de verbintenissen van de Unie op het gebied van de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, de Europese pijler van sociale rechten en het Handvest van de grondrechten;

(d)  de naleving van de criteria om in aanmerking te komen;

(e)  de kwaliteit van de investeringsverrichting en de bijdrage ervan aan duurzame groei en werkgelegenheid;

(f)  de bijdrage van de investeringsverrichting aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het InvestEU-programma;

(g)  de technische en financiële bijdrage aan het project;

(h)  de mate waarin de vastgestelde gevallen van marktfalen of suboptimale investeringssituaties worden aangepakt met de voorgestelde verrichting.

4.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door regels vast te stellen voor het scorebord dat door de uitvoerende partners moet worden gebruikt.

5.  Indien noodzakelijk kan de Commissie uitvoerende partners ondersteunen bij de toepassing van de methodologieën voor risicobeoordeling en het invullen van het scorebord. Zij garandeert dat de beoordelingsmethode correct wordt toegepast en dat de scoreborden die in het investeringscomité worden gepresenteerd van hoge kwaliteit zijn.

Artikel 18

Artikel 19

Investeringscomité

1.  Er wordt een volledig onafhankelijk investeringscomité opgericht. Het investeringscomité:

(a)  onderzoekt de voorstellen voor financierings- en investeringsverrichtingen die door uitvoerende partners met het oog op dekking door de EU-garantie worden ingediend en waarvan de Commissie heeft bepaald dat zij in overeenstemming zijn met het recht en het beleid van de Unie;

(b)  gaat na of die voorstellen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren voldoen, waarbij het bijzondere aandacht schenkt aan het in artikel 7 bis van deze verordening bedoelde vereiste van additionaliteit en, in voorkomend geval, aan het in [artikel 209, lid 2, onder d),] van het [Financieel Reglement] bedoelde vereiste van betrokkenheid van particuliere investeringen; en

(c)  controleert of de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie zouden worden ondersteund, aan alle desbetreffende vereisten voldoen.

2.  Het investeringscomité komt in vier verschillende formaties bijeen, die overeenstemmen met de in artikel 7, lid 1, bedoelde beleidsvensters.

Elke formatie van het investeringscomité bestaat uit zes bezoldigde externe deskundigen. De deskundigen worden overeenkomstig [artikel 237] van het [Financieel Reglement] geselecteerd en worden door de Commissie benoemd voor een vaste termijn van ten hoogste vier jaar. Deze termijn kan worden hernieuwd maar mag in totaal niet langer dan zeven jaar duren. Het bestuur kan besluiten de ambtstermijn van een zittend lid van het investeringscomité te hernieuwen zonder de in dit lid vastgestelde procedure te hoeven volgen.

De deskundigen beschikken over veel relevante marktervaring inzake projectstructurering en -financiering of financiering van kmo's of grote ondernemingen.

De samenstelling van het investeringscomité garandeert dat het een ruime kennis heeft van de sectoren die door de in artikel 7, lid 1, bedoelde beleidsvensters worden bestreken, en van de geografische markten in de Unie en dat het in zijn geheel genderevenwicht realiseert.

Vier leden zijn permanente leden van alle vier formaties van het investeringscomité. Bovendien hebben de vier formaties elk twee deskundigen met ervaring op het gebied van investeringen in de sectoren die door dat beleidsvenster worden bestreken. Ten minste één van de permanente leden beschikt over deskundigheid op het gebied van duurzame investeringen. Het bestuur wijst de leden van het investeringscomité aan de passende formatie of formaties toe. Het investeringscomité kiest een voorzitter uit zijn permanente leden.

De Commissie stelt de procedureregels vast en organiseert het secretariaat voor het investeringscomité. Het secretariaat staat tevens het bestuur bij.

3.  Wanneer zij deelnemen aan de activiteiten van het investeringscomité voeren de leden ervan hun taken in onpartijdigheid en uitsluitend in het belang van het InvestEU-fonds uit. Zij vragen noch aanvaarden instructies van de uitvoerende partners, de instellingen van de Unie, de lidstaten of andere publieke of private organen.

De cv's en belangenverklaringen van alle leden van het investeringscomité worden openbaar gemaakt en voortdurend bijgewerkt. Elk lid van het investeringscomité deelt de Commissie en het bestuur onverwijld alle informatie mee die nodig is om op continue basis de afwezigheid van belangenconflicten na te gaan.

Het bestuur kan een lid uit zijn functie ontheffen als hij de in dit lid vastgestelde vereisten niet naleeft, of om andere naar behoren gemotiveerde redenen.

4.  Wanneer het investeringscomité overeenkomstig dit artikel handelt, wordt het ondersteund door een door de Commissie georganiseerd secretariaat en is het verantwoording verschuldigd aan de voorzitter van het investeringscomité. Het secretariaat gaat na of de documentatie die door de uitvoerende partners is verstrekt, te weten een gestandaardiseerd aanvraagformulier, het scorebord en alle andere documenten die het investeringscomité relevant acht, volledig is. Het investeringscomité kan de uitvoerende partners tijdens de bijeenkomsten om verduidelijkingen vragen, of hen verzoeken aanvullende informatie te verstrekken tijdens een volgende bijeenkomst. Voor financierings- of investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden gedekt, zijn projectbeoordelingen door een uitvoerende partner niet bindend voor het investeringscomité.

Het investeringscomité gebruikt voor zijn beoordeling en controle van de voorstellen het in artikel 17 ter bedoelde scorebord van indicatoren.

5.  De conclusies van het investeringscomité worden bij gewone meerderheid van alle leden genomen, waarbij deze gewone meerderheid onder meer wordt gevormd door ten minste één van de deskundigen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het investeringscomité doorslaggevend.

De conclusies van het investeringscomité waarbij de steun van de EU-garantie voor een financierings- of investeringsverrichting wordt goedgekeurd, worden openbaar gemaakt en bevatten de redenen voor de goedkeuring. Zij verwijzen eveneens naar de algemene beoordeling op basis van het scorebord. In de lijst van conclusies waarmee de steun van de EU-garantie wordt goedgekeurd, neemt het investeringscomité waar mogelijk informatie op over de verrichtingen, met name een beschrijving, de identiteit van de projectontwikkelaars of financiële intermediairs en de doelstellingen van het project. De openbaarmaking bevat geen commercieel gevoelige informatie. Voor commercieel gevoelige besluiten maakt het investeringscomité de besluiten en de informatie over de projectontwikkelaars of financiële intermediairs openbaar op de datum waarop de relevante financiering tot een einde komt, of op een eerdere datum indien er geen sprake meer is van commerciële gevoeligheid.

Het scorebord wordt openbaar gemaakt vóór de ondertekening van een financierings- of investeringsverrichting of subproject ▌. De openbaarmaking bevat geen commercieel gevoelige informatie of persoonsgegevens die op grond van de gegevensbeschermingsregels van de Unie niet openbaar mogen worden gemaakt.

▌Twee maal per jaar dient het investeringscomité bij het Europees Parlement en de Raad een lijst in met alle conclusies, evenals de scoreborden die betrekking hebben op al deze beslissingen. Bij het indienen van deze informatie worden strikte vertrouwelijkheidseisen in acht genomen.

De conclusies van het investeringscomité waarmee het gebruik van de EU-garantie wordt afgewezen, worden tijdig beschikbaar gesteld aan de betrokken uitvoerende partner.

6.  Wanneer het investeringscomité wordt gevraagd het gebruik van de EU-garantie goed te keuren voor een financierings- of investeringsverrichting die een faciliteit, programma of structuur met onderliggende subprojecten is, ziet die goedkeuring ook op de onderliggende subprojecten, tenzij het investeringscomité in naar behoren gemotiveerde gevallen besluit zich het recht voor te behouden die subprojecten afzonderlijk goed te keuren.

6 bis.  Het investeringscomité kan, wanneer het dat noodzakelijk acht, bij de Commissie voorstellen tot wijziging van de investeringsrichtsnoeren indienen.

HOOFDSTUK V

InvestEU-advieshub

Artikel 20

InvestEU-advieshub

1.  De InvestEU-advieshub verleent adviserende ondersteuning voor de identificatie, voorbereiding, ontwikkeling, structurering, aanbesteding en uitvoering van investeringsprojecten, of versterkt de capaciteit van ontwikkelaars en financiële intermediairs om financierings- en investeringsverrichtingen uit te voeren. Zijn adviserende ondersteuning kan betrekking hebben op alle fasen van de levenscyclus van een project of financiering van een ondersteunde entiteit, naargelang het geval.

De Commissie ondertekent overeenkomsten met de EIB-groep en andere uitvoerende partners om deze aan te wijzen als advieshub-partners en hen te belasten met de verlening van de in de vorige alinea bedoelde adviserende ondersteuning en de in lid 2 bedoelde diensten. De Commissie richt het centrale toegangspunt tot de InvestEU-advieshub op en wijst de verzoeken om adviserende ondersteuning toe aan de geschikte advieshub-partner. De Commissie, de EIB-groep en de andere uitvoerende partners werken nauw samen om te zorgen voor doeltreffendheid, synergieën en een doeltreffende geografische ondersteuning in de gehele Unie, terdege rekening houdend met de bestaande structuren en werkzaamheden.

De InvestEU-advieshub is beschikbaar als een onderdeel in elk in artikel 7, lid 1, bedoeld beleidsvenster en bestrijkt alle sectoren binnen dat beleidsvenster. Bovendien zijn sectoroverschrijdende adviesdiensten en adviesdiensten voor capaciteitsopbouw beschikbaar.

2.  De InvestEU-advieshub verricht met name de volgende diensten:

(a)  het inrichten van een centraal contactpunt voor bijstand voor projectontwikkeling aan autoriteiten en projectontwikkelaars voor centraal beheerde programma's van de Unie;

(a bis)  het verstrekken van alle beschikbare aanvullende informatie aan autoriteiten en projectontwikkelaars over de investeringsrichtsnoeren en de interpretatie van die richtsnoeren;

(b)  het bijstaan van projectontwikkelaars, in voorkomend geval, bij de ontwikkeling van hun projecten zodat die voldoen aan de in de artikelen 3, 7 en 11 vastgestelde doelstellingen en criteria om in aanmerking te komen, en het vergemakkelijken van de ontwikkeling van aggregatoren voor kleinschalige projecten; die bijstand loopt echter niet vooruit op de conclusies van het investeringscomité over de dekking van de steun van de EU-garantie voor die projecten;

(b bis)  het benutten van het potentieel om, onder meer via investeringsplatformen, kleinschalige projecten aan te trekken en te financieren;

(c)  het ondersteunen van acties en het mobiliseren van lokale kennis om het gebruik van de steun van het InvestEU-fonds in de hele Unie te vergemakkelijken en het actief bijdragen waar mogelijk aan de doelstelling van sectorale en geografische diversificatie van het InvestEU-fonds door de uitvoerende partners te ondersteunen bij het creëren en ontwikkelen van potentiële financierings- en investeringsverrichtingen;

(d)  het faciliteren van de oprichting van samenwerkingsplatformen voor collegiale uitwisseling en deling van gegevens, knowhow en beste praktijken ter ondersteuning van een pijplijn van projecten en sectorontwikkeling, met inbegrip van het helpen bevorderen van samenwerking tussen enerzijds filantropische organisaties en anderzijds andere potentiële investeerders en projectontwikkelaars, met name met betrekking tot het beleidsvenster voor sociale investeringen en vaardigheden;

(e)  het verlenen van proactieve adviserende ondersteuning, waar nodig door middel van lokale aanwezigheid, bij de oprichting van investeringsplatformen, in het bijzonder grensoverschrijdende en macroregionale investeringsplatformen en investeringsplatformen waarin kleine en middelgrote projecten in één of meer lidstaten worden samengevoegd op basis van thema of regio;

(e bis)   het vergemakkelijken en ondersteunen van het gebruik van combinaties met subsidies of financiële instrumenten die uit de begroting van de Unie of andere bronnen worden gefinancierd, teneinde de synergieën en complementariteit tussen de instrumenten van de Unie te versterken, en de hefboomwerking en de impact van het InvestEU-programma te maximaliseren;

(f)  het ondersteunen van acties voor capaciteitsopbouw voor de ontwikkeling van organisatiecapaciteiten, vaardigheden en processen en de versnelling van de investeringsbereidheid van organisaties, zodat ontwikkelaars en autoriteiten pijplijnen van investeringsprojecten kunnen uitbouwen, financiële instrumenten en investeringsplatformen kunnen ontwikkelen en projecten kunnen beheren, en financiële intermediairs financierings- en investeringsverrichtingen kunnen uitvoeren voor entiteiten die moeilijkheden ondervinden om toegang tot financiering te krijgen, inclusief door steun voor de ontwikkeling van risicobeoordelingscapaciteit of sectorspecifieke kennis, met bijzondere aandacht voor de culturele en creatieve sectoren;

(f bis)  het proactief verlenen van adviserende ondersteuning voor start-ups, in het bijzonder wanneer deze hun investeringen in onderzoek en innovatie willen beschermen door intellectuele eigendomsrechten zoals patenten aan te vragen.

3.  De InvestEU-advieshub is beschikbaar voor publieke en private projectontwikkelaars, met inbegrip van nationale stimuleringsbanken, investeringsplatformen, kmo's en start-ups, alsook voor overheidsorganen en voor financiële en andere intermediairs.

4.  Er mogen vergoedingen in rekening worden gebracht voor de in lid 2 bedoelde diensten om een deel van de kosten van de dienstverrichting te dekken, met uitzondering van diensten voor publieke projectontwikkelaars en instellingen zonder winstoogmerk, die kosteloos worden aangeboden. De vergoedingen die voor de in lid 2 bedoelde diensten in rekening worden gebracht bij kmo's bedragen maximaal een derde van de kosten van de dienstverrichting.

5.  Om de in lid 1 bedoelde doelstelling te bereiken en om het verlenen van adviserende ondersteuning te vergemakkelijken, bouwt de InvestEU-advieshub voort op de deskundigheid van de Commissie, de EIB-groep en de andere uitvoerende partners.

6.  De InvestEU-advieshub heeft waar nodig lokale aanwezigheid. Er wordt met name voorzien in een lokale aanwezigheid in lidstaten of regio's die moeilijkheden ondervinden bij de ontwikkeling van projecten in het kader van het InvestEU-fonds. De InvestEU-advieshub biedt ondersteuning bij de overdracht van kennis aan regionale en lokale instanties teneinde voor de in lid 1 bedoelde steun regionale en lokale capaciteit en deskundigheid op te bouwen en kleine projecten ten uitvoer te leggen en te ondersteunen.

6 bis.  Om de in lid 1 bedoelde adviserende ondersteuning te verlenen en om het verlenen van die adviserende ondersteuning op lokaal niveau te vergemakkelijken, werkt de InvestEU-advieshub samen met en profiteert hij van de expertise van nationale stimuleringsbanken of -instellingen. Samenwerking tussen enerzijds de InvestEU-advieshub en anderzijds een nationale stimuleringsbank of -instelling kan de vorm aannemen van een contractueel partnerschap. De InvestEU-advieshub streeft ernaar ten minste één samenwerkingsovereenkomst met een nationale stimuleringsbank of -instelling per lidstaat te sluiten. In de lidstaten waar geen nationale stimuleringsbanken of -instellingen bestaan, verleent de InvestEU-advieshub in voorkomend geval en op verzoek van de betrokken lidstaat, proactieve adviserende ondersteuning voor de oprichting van een dergelijke bank of instelling.

7.  De uitvoerende partners adviseren projectontwikkelaars die financiering aanvragen, met name wanneer het kleinschaligere projecten betreft, om hun projecten aan de InvestEU-advieshub voor te leggen, met het oog op, in voorkomend geval, een betere voorbereiding van hun projecten en een beoordeling van een mogelijke bundeling van projecten.

De uitvoerende partners brengen in voorkomend geval ontwikkelaars ook op de hoogte van de mogelijkheid hun projecten op het in artikel 21 bedoelde InvestEU-portaal te plaatsen.

HOOFDSTUK VI

Artikel 21

InvestEU-portaal

1.  Het InvestEU-portaal wordt door de Commissie opgericht. Het is een openbaar toegankelijke en gebruiksvriendelijke projectendatabank, waarin relevante informatie over elk project wordt verstrekt.

2.  Het InvestEU-portaal biedt een kanaal voor projectontwikkelaars om hun projecten waarvoor zij financiering zoeken, zichtbaarheid te geven en er investeerders informatie over te verstrekken. De opname van projecten in het InvestEU-portaal heeft geen invloed op de besluiten betreffende de projecten die uiteindelijk worden geselecteerd voor ondersteuning uit hoofde van deze verordening, enig ander Unie-instrument, of voor publieke financiering.

3.  Alleen projecten die met het recht en het beleid van de Unie verenigbaar zijn, worden op het portaal geplaatst.

4.  Projecten die aan de in lid 3 vastgestelde voorwaarden voldoen, worden door de Commissie aan de relevante uitvoerende partners en, in voorkomend geval, aan de InvestEU-advieshub toegezonden.

5.  De uitvoerende partners onderzoeken de projecten die binnen hun geografische en activiteitenbereik vallen.

HOOFDSTUK VII

Verantwoordingsplicht, monitoring en rapportage, evaluatie en controle

Artikel 21 bis

Verantwoordingsplicht

1.  Op verzoek van het Europees Parlement of de Raad brengt de voorzitter van het bestuur aan de verzoekende instelling verslag uit over de prestaties van het InvestEU-fonds, onder meer door deel te nemen aan een hoorzitting voor het Europees Parlement.

2.  De voorzitter van het bestuur antwoordt mondeling of schriftelijk op de door het Europees Parlement of de Raad tot het InvestEU-fonds gerichte vragen, in elk geval binnen vijf weken na de datum van ontvangst van een vraag.

3.  Op verzoek van het Europees Parlement of van de Raad legt de Commissie een verslag voor over de toepassing van deze verordening.

Artikel 22

Monitoring en rapportage

1.  De indicatoren om te rapporteren over de voortgang van het InvestEU-programma in de richting van de algemene en specifieke doelstellingen die in artikel 3 zijn vastgesteld, zijn opgenomen in bijlage III bij deze verordening.

2.  Teneinde te zorgen voor een effectieve beoordeling van de voortgang van het InvestEU-programma naar de verwezenlijking van zijn doelstellingen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III bij deze verordening om indien nodig de indicatoren te herzien of aan te vullen en tot aanvulling van deze verordening met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor monitoring en evaluatie.

3.  Het prestatierapportagesysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige rapportagevereisten opgelegd aan de uitvoerende partners en andere ontvangers van middelen van de Unie, naargelang het geval.

4.  De Commissie rapporteert over de uitvoering van het InvestEU-programma overeenkomstig [de artikelen 241 en 250] van het [Financieel Reglement]. De EIB-groep en de uitvoerende partners verstrekken daartoe jaarlijks de informatie, onder meer over de werking van de garantie, die de Commissie nodig heeft om haar rapportageverplichting te kunnen nakomen.

5.  Daarnaast dient iedere uitvoerende partner elke zes maanden een verslag bij het Europees Parlement en de Commissie in over de financierings- en investeringsverrichtingen die onder deze verordening vallen, uitgesplitst tussen het EU-compartiment en het lidstaatcompartiment per lidstaat, naargelang het geval. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie en van de in bijlage III bij deze verordening vastgestelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat in de ruimst mogelijke mate ook operationele, statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens over elke financierings- en investeringsverrichting en op het niveau van de compartimenten, de beleidsvensters en het InvestEU-fonds, met inachtneming van de bescherming van persoonsgegevens en commercieel gevoelige informatie. Een van deze verslagen bevat de informatie die de uitvoerende partners verstrekken overeenkomstig [artikel 155, lid 1, onder a),] van het [Financieel Reglement]. De Commissie verzamelt en beoordeelt de verslagen van de uitvoerende partners en dient een samenvatting in de vorm van openbare jaarverslagen in, waarin informatie wordt verstrekt over de mate waarin de uitvoering van het programma voldoet aan de doelstellingen en prestatie-indicatoren, met vermelding van de risico's en kansen voor de financierings- en investeringsverrichtingen die door het InvestEU-programma worden ondersteund.

Artikel 23

Evaluatie

1.  Evaluaties worden tijdig verricht zodat ze in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

2.  Tegen 30 september 2024 verricht de Commissie een tussentijdse evaluatie van het InvestEU-programma, in het bijzonder van het gebruik van de EU-garantie.

3.  Aan het einde van de uitvoering van het InvestEU-programma, doch uiterlijk twee jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, verricht de Commissie een eindevaluatie van het InvestEU-programma, in het bijzonder van het gebruik van de EU-garantie.

4.  De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

5.  De uitvoerende partners dragen bij aan en verstrekken de Commissie de nodige informatie voor het verrichten van de in de leden 1 en 2 bedoelde evaluaties.

6.  In overeenstemming met [artikel 211, lid 1,] van het [Financieel Reglement] neemt de Commissie elke drie jaar in het in [artikel 250] van het [Financieel Reglement] bedoelde jaarverslag een herziening op van de toereikendheid van het in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde voorzieningspercentage in het licht van het werkelijke risicoprofiel van de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden gedekt. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde voorzieningspercentage op basis van die herziening met ten hoogste 15 % aan te passen.

Artikel 24

Audits

Audits naar het gebruik van de financiering van de Unie uitgevoerd door de Europese Rekenkamer alsmede door personen of entiteiten, daaronder begrepen door andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van [artikel 127] van het [Financieel Reglement].

Artikel 25

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Wanneer een derde land aan het InvestEU-programma deelneemt op grond van een besluit in het kader van een internationale overeenkomst of op grond van een ander rechtsinstrument, verleent het derde land de nodige rechten en toegang aan de verantwoordelijke ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten deze rechten het recht om onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Artikel 26

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. Gedelegeerde handelingen die betrekking hebben op activiteiten die worden uitgevoerd door of met medewerking van de uitvoerende partners worden in nauwe samenspraak met deze uitvoerende partners voorbereid.

2.  De in artikel 4, lid 2, artikel 7, leden 3 en 6, artikel 17 bis, artikel 17 ter, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 6, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [de inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van die termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.  De in artikel 4, lid 2, artikel 7, leden 3 en 6, artikel 17 bis, artikel 17 ter, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 6, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.  Een overeenkomstig artikel 4, lid 2, artikel 7, leden 3 en 6, artikel 17 bis, artikel 17 ter, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 6, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

HOOFDSTUK VIII

Transparantie en zichtbaarheid

Artikel 27

Informatie, communicatie en publiciteit

1.  De uitvoerende partners erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten), door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende en doeltreffende wijze te informeren, en hierbij ook aandacht te besteden aan sociale en milieu-effecten.

2.  De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het InvestEU-programma en de acties en de resultaten ervan. De aan het InvestEU-programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover ze verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

HOOFDSTUK IX

OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 28

Overgangsbepalingen

1.  Ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen van financieringsinstrumenten die zijn ingevoerd bij de in bijlage IV bij deze verordening genoemde programma's kunnen worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening.

2.  Ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingevoerde EU-garantie kunnen worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening, tenzij ze worden gebruikt voor de in de artikelen 4, 9 en 12 van Verordening (EU) 2015/1017 bedoelde doeleinden.

Artikel 29

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE I

Indicatieve bedragen per specifieke doelstelling

Voor financierings- en investeringsverrichtingen geldt overeenkomstig artikel 4, lid 2, de volgende ▌verdeling:

(a)  ▌11 500 000 000 EUR voor de in artikel 3, lid 2, onder a), genoemde doelstellingen;

(b)  ▌11 250 000 000 EUR voor de in artikel 3, lid 2, onder b), genoemde doelstellingen;

(c)  ▌12 500 000 000 EUR voor de in artikel 3, lid 2, onder c), genoemde doelstellingen;

(d)  ▌5 567 500 000 EUR voor de in artikel 3, lid 2, onder d), genoemde doelstellingen.

BIJLAGE II

In aanmerking komende gebieden voor financierings- en investeringsverrichtingen

De financierings- en investeringsverrichtingen kunnen betrekking hebben op een of meer van de volgende gebieden:

1.  Ontwikkeling van de energiesector, overeenkomstig de prioriteiten van de energie-unie, met inbegrip van energievoorzieningszekerheid en de verbintenissen die in de agenda 2030 en het akkoord van Parijs zijn aangegaan, in het bijzonder door middel van:

(a)  uitbreiding van de opwekking, bespoediging van de uitrol, levering of toepassing van schone en duurzame hernieuwbare-energieoplossingen;

(b)  energie-efficiëntie, energietransitie en energiebesparing (met klemtoon op het verminderen van de vraag door middel van vraagzijdebeheer en de renovatie van gebouwen);

(c)  het ontwikkelen, slimmer maken en moderniseren van duurzame energie-infrastructuur (transmissie- en distributieniveau, opslagtechnologieën, slimme netten), en het vergroten van de mate van interconnectie tussen de elektriciteitsnetwerken van de lidstaten;

(d)  productie en levering van duurzame synthetische brandstoffen uit hernieuwbare/koolstofneutrale bronnen, en alternatieve brandstoffen, onder meer voor alle vervoerswijzen, overeenkomstig de bepalingen van [richtlijn hernieuwbare energie 2009/28/EG];

(e)  infrastructuur voor koolstofafvang en voor koolstofopslag in industriële processen, bio-energie-installaties en productiefaciliteiten met het oog op de energietransitie.

2.  Ontwikkeling van duurzame, veilige vervoersinfrastructuren en mobiliteitsoplossingen en uitrusting en innovatieve technologieën overeenkomstig de prioriteiten van de Unie op het gebied van vervoer en de verbintenissen die in het akkoord van Parijs zijn aangegaan, in het bijzonder door middel van:

(a)  projecten ter ondersteuning van de TEN-T-infrastructuur, met inbegrip van stedelijke knooppunten, zee- en binnenhavens, luchthavens, multimodale terminals en hun verbinding met de hoofdnetwerken en de telematicatoepassingen in Verordening (EU) nr. 1315/2013;

(a bis)  TEN-T-infrastructuurprojecten die het gebruik mogelijk maken van ten minste twee verschillende vervoerswijzen, met name multimodale vrachtterminals en knooppunten voor personenvervoer;

(b)  slimme en duurzame projecten op het gebied van stedelijke mobiliteit, met inbegrip van binnenvaart en luchtvervoer (gericht op stadsvervoersmiddelen met lage emissie, niet-discriminerende toegankelijkheid, luchtvervuiling en lawaai, energieverbruik en meer veiligheid, inclusief voor fietsers en voetgangers);

(c)  ondersteuning van de hernieuwing en modernisering van rollend materieel om mobiliteitsoplossingen met lage emissie te benutten, met inbegrip van het gebruik van alternatieve brandstoffen en synthetische brandstoffen van hernieuwbare/koolstofneutrale bronnen in voertuigen van alle vervoerswijzen;

(d)  spoorweginfrastructuur, overige spoorwegprojecten, binnenvaartinfrastructuur en zeehavens en snelwegen op zee;

(e)  infrastructuur voor alternatieve brandstoffen voor alle vervoerswijzen, waaronder elektrische laadpunten;

(e bis)  slimme en duurzame mobiliteitsprojecten die gericht zijn op

(i)  verkeersveiligheid (inclusief verbetering van de veiligheid van bestuurders en passagiers en vermindering van het aantal dodelijke ongevallen en zwaargewonden),

(ii)  toegankelijkheid (inclusief in plattelandsgebieden),

(iii)  emissievermindering,

(iv)  de ontwikkeling en toepassing van nieuwe vervoerstechnologieën en -diensten, met name door kmo's en met betrekking tot geconnecteerde en autonome vervoerswijzen, alsmede geïntegreerde ticketing;

(e ter)  projecten voor het onderhoud of de modernisering van bestaande vervoersinfrastructuur, met inbegrip van snelwegen op het TEN-T, indien nodig om de verkeersveiligheid te verbeteren of te handhaven, ITS-diensten te ontwikkelen of de integriteit en normen van de infrastructuur te waarborgen, met name veilige parkeerterreinen en -voorzieningen, stations voor alternatieve brandstoffen en oplaadsystemen voor elektrische voertuigen;

(e quater)  weginfrastructuur voor het vervoer in cohesielanden, minder ontwikkelde regio's of grensoverschrijdende vervoersprojecten.

3.  Milieu en hulpbronnen, in het bijzonder door middel van:

(a)  water, met inbegrip van watervoorziening en -zuivering, kustinfrastructuur en andere watergerelateerde groene infrastructuur;

(b)  infrastructuur voor afvalbeheer;

(c)  projecten en ondernemingen op het gebied van milieubronnenbeheer en duurzame technologieën;

(d)  verbetering en herstel van ecosystemen en hun diensten;

(e)  duurzame stads-, plattelands- en kustontwikkeling en -regeneratie;

(f)  maatregelen op het gebied van klimaatverandering, met inbegrip van vermindering van het risico op natuurrampen, aanpassing aan en beperking van de klimaatverandering;

(g)  projecten en ondernemingen die de circulaire economie uitvoeren door in de productie en de levenscyclus van producten aspecten van hulpbronnenefficiëntie te integreren, met inbegrip van de duurzame voorziening van primaire en secundaire grondstoffen;

(h)  koolstofarm maken van en substantieel verminderen van de emissies van energie-intensieve industrieën, met inbegrip van grootschalige demonstratie van innovatieve lage-emissietechnologieën en de uitrol daarvan;

(h bis)  projecten ter bevordering van een duurzaam cultureel erfgoed, met name strategieën en instrumenten om het Europese materiële en immateriële culturele erfgoed te beschermen.

4.  Ontwikkeling van infrastructuur voor digitale connectiviteit, in het bijzonder door middel van projecten ter ondersteuning van de uitrol van digitale netwerken met zeer hoge capaciteit, 5G-connectiviteit en verbetering van digitale connectiviteit en toegang, met name wat plattelandsgebieden en perifere regio's betreft.

5.  Onderzoek, ontwikkeling en innovatie, in het bijzonder door middel van:

(a)  ondersteuning van onderzoeksinfrastructuur en onderzoeks- en innovatieprojecten op alle thematische gebieden, die zijn omschreven in en bijdragen aan de doelstellingen van Horizon Europa;

(b)  projecten van ondernemingen, met inbegrip van opleiding en de bevordering van het opzetten van clusters en bedrijfsnetwerken;

(c)  demonstratieprojecten en -programma's evenals de uitrol van de bijbehorende infrastructuren, technologieën en processen;

(d)  samenwerkingsprojecten inzake onderzoek en innovatie tussen de academische wereld, organisaties voor onderzoek en innovatie en de industrie; publiek-private partnerschappen en maatschappelijke organisaties;

(e)  kennis- en technologieoverdracht;

(f)  nieuwe doeltreffende en toegankelijke gezondheidsproducten, inclusief geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, diagnostiek en medicinale producten voor geavanceerde therapie, nieuwe antimicrobiële stoffen en innovatieve ontwikkelingsprocessen waarbij het gebruik van dierproeven wordt vermeden.

6.  Ontwikkeling, uitrol en opschaling van digitale technologieën en diensten, in het bijzonder door middel van:

(a)  kunstmatige intelligentie, in overeenstemming met het programma Digitaal Europa, met name met betrekking tot ethiek;

(a bis)  kwantumtechnologie;

(b)  infrastructuren voor cyberveiligheid en netwerkbescherming;

(c)  internet der dingen;

(d)  blockchain en andere distributed-ledgertechnologieën;

(e)  geavanceerde digitale vaardigheden;

(f)  andere geavanceerde digitale technologieën en diensten die bijdragen aan de digitalisering van de industrie van de Unie en de integratie van digitale technologieën, diensten en vaardigheden in de vervoerssector van de Unie;

(f bis)  robotica en automatisering.

7.  Financiële steun voor entiteiten met maximaal 3 000 werknemers. Het kmo-venster focust alleen op kmo's en kleine midcap-ondernemingen en sociale ondernemingen die kmo's zijn, in het bijzonder door middel van:

(a)  het verstrekken van werkkapitaal en investeringen, met name met betrekking tot acties die een ondernemingscultuur en ‑klimaat stimuleren en de oprichting en groei van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen bevorderen;

(b)  het verstrekken van risicokapitaal van de aanloop- tot de uitbreidingsfase met het oog op het verwerven van een leiderschapspositie op technologisch gebied in innovatieve en duurzame sectoren, inclusief het verbeteren van hun digitaliserings- en innovatiecapaciteit en het waarborgen van hun mondiale concurrentievermogen.

8.  Culturele en creatieve sectoren; media, audiovisuele sector en journalistiek, in het bijzonder, maar niet uitsluitend, door middel van:

(a)  nieuwe technologieën, zoals hulpverleningstechnologie, toegepast op culturele goederen en diensten;

(b)  gebruik van digitale technologieën voor het behoud en de restauratie van het Europese materiële en immateriële culturele erfgoed;

(c)  culturele en creatieve industrieën en sectoren – bijvoorbeeld augmented reality/virtual reality, onderdompelingsomgevingen, interfaces tussen mensen en computers, internetprotocollen en cloudinfrastructuren, 5G, nieuwe media;

(d)  technologisch beheer van intellectuele-eigendomsrechten.

9.  De toeristische sector.

10.  Duurzame landbouw, bosbouw, visserij, aquacultuur en andere onderdelen van de ruimere duurzame bio-economie.

11.  Sociale investeringen, met inbegrip van die ter ondersteuning van de verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten, in het bijzonder door middel van:

(a)  ethische en duurzame financiering, microfinanciering, financiering voor sociale ondernemingen en sociale economie;

(b)  vraag naar en aanbod van vaardigheden;

(c)  onderwijs, beroepsopleiding en aanverwante diensten;

(d)  sociale infrastructuur, met name

(i)  onderwijs en opleiding, inclusief vroegschoolsonderwijs en vroegschoolse opvang, onderwijsfaciliteiten, studentenwoningen en digitale uitrusting;

(ii)  sociale huisvesting;

(iii)  gezondheid en langetermijnzorg, met inbegrip van klinieken, ziekenhuizen, eerstelijnszorg, thuiszorg en gemeenschapszorg;

(e)  sociale innovatie, met inbegrip van innovatieve sociale oplossingen en regelingen om sociale effecten en resultaten op de in dit punt bedoelde gebieden te bevorderen;

(f)  culturele activiteiten met een maatschappelijk doel;

(f bis)  maatregelen ter bevordering van gendergelijkheid en actieve deelname van vrouwen;

(g)  integratie van kwetsbare personen, waaronder onderdanen van derde landen;

(h)  innovatieve gezondheidsoplossingen, waaronder e-gezondheid, gezondheidsdiensten en nieuwe zorgmodellen;

(i)  inclusie van en toegankelijkheid voor personen met een handicap.

12.  Ontwikkeling van de defensie-industrie, waardoor de strategische autonomie van de Unie wordt versterkt, in het bijzonder door middel van steun voor:

(a)  de toeleveringsketen van de defensie-industrie van de Unie, in het bijzonder door middel van financiële steun voor kmo's en midcaps;

(b)  ondernemingen die deelnemen aan disruptieve innovatieprojecten in de defensiesector en daarmee samenhangende technologieën voor tweeërlei gebruik;

(c)  de toeleveringsketen van de defensiesector bij samenwerkingsprojecten voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van defensie, met inbegrip van die welke door het Europees Defensiefonds worden gesteund;

(d)  infrastructuur voor onderzoek en opleiding op het gebied van defensie.

13.  Ruimte, in het bijzonder door middel van de ontwikkeling van de ruimtevaartsector volgens de doelstellingen van de ruimtestrategie voor Europa om:

(a)  de voordelen voor de samenleving en economie van de Unie zo groot mogelijk te maken;

(b)  het concurrentievermogen van ruimtevaartsystemen en -technologieën te bevorderen, in het bijzonder met het oog op de onafhankelijkheid van de toeleveringsketens ▌;

(c)  ondernemerschap op het gebied van ruimtevaart, met inbegrip van downstreamontwikkeling, te ondersteunen;

(d)  de autonomie van de Unie bevorderen door een veilige en beveiligde toegang tot de ruimte, zowel civiel als militair.

13 bis.  Zeeën en oceanen, door de ontwikkeling van een duurzame blauwe economie volgens de doelstellingen van het geïntegreerd maritiem beleid, met name door:

(a)  maritiem ondernemerschap;

(b)  een innovatieve en concurrerende maritieme industrie;

(c)  kennis over de oceanen en blauwe carrières;

(d)  tenuitvoerlegging van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, in het bijzonder SDG 14 (Leven onder water);

(e)  hernieuwbare mariene energie en de circulaire economie. [Ams 2 en 16/rev]

BIJLAGE III

Essentiële prestatie-indicatoren

1.  Volume van de InvestEU-financiering (uitgesplitst per punt en subpunt van de in bijlage II vastgestelde voor financierings- en investeringsverrichtingen in aanmerking komende gebieden)

1.1  Volume van de ondertekende verrichtingen

1.2  Gemobiliseerde investeringen

1.3  Gemobiliseerd bedrag aan particuliere financiering

1.4  Bereikte hefboom- en multiplicatoreffecten

1.4 bis  Synergieën met andere programma's van de Unie

2.  Geografische dekking van de InvestEU-financiering (uitgesplitst per punt en subpunt van de in bijlage II vastgestelde voor financierings- en investeringsverrichtingen in aanmerking komende gebieden)

2.1  Aantal landen met InvestEU-projecten

2.1 bis  Aantal regio's met InvestEU-projecten

2.1 ter  Aantal en volume van de verrichtingen per lidstaat en per regio

3.  Effect van de InvestEU-financiering

3.1  Aantal gecreëerde of ondersteunde banen

3.2  Investeringen ter ondersteuning van energie- en klimaatdoelstellingen, gedetailleerd per beleidsvenster en categorie, en aandeel klimaatrelevantie

3.3  Investeringen ter ondersteuning van digitalisering

3.3 bis  Investeringen ter ondersteuning van sociale doelstellingen

4.  Duurzame infrastructuur

4.1  Energie: Extra geïnstalleerde capaciteit voor de opwekking van hernieuwbare energie (MW) per bron

4.2  Energie: Aantal huishoudens, aantal openbare en commerciële gebouwen met een verbeterde energieverbruikclassificatie, met inbegrip van de mate van verbetering van de classificatie of gelijkwaardig cijfer, of aantal huishoudens dat is gerenoveerd tot NZEB en passiefhuisstandaard

4.3  Digitalisering: Extra huishoudens, openbare en commerciële gebouwen met een breedbandtoegang van ten minste 100 megabit per seconde die kan worden opgewaardeerd tot gigabitsnelheid, of aantal gecreëerde wifihotspots

4.4  Vervoer: Investeringen gemobiliseerd in TEN-T-projecten waarvan in: ▌

–  kernnetwerk en uitgebreid netwerk in de delen die zijn vastgesteld in de bijlage bij [Verordening nr. XXX, verwijzing invoegen naar de nieuwe Connecting Europe Facility];

–  multimodale infrastructuur;

–  innoverende oplossingen die bijdragen aan een evenwichtige mix van vervoerswijzen, inclusief voor binnenvaart en luchtvervoer;

–  aantal uitgerolde infrastructuurpunten voor alternatieve brandstoffen

4.5  Milieu: Investeringen die bijdragen aan de uitvoering van plannen en programma's die op grond van het acquis van de Unie op milieugebied met betrekking tot luchtkwaliteit, water, afval en natuur vereist zijn

4.5 bis  Aantal uitgerolde infrastructuurpunten voor alternatieve brandstoffen

4.6  Emissievermindering: hoeveelheid CO2 die minder is uitgestoten

5.  Onderzoek, innovatie en digitalisering

5.1  Bijdrage aan de doelstelling dat 3 % van het bbp van de Unie in onderzoek, ontwikkeling en innovatie wordt geïnvesteerd in het hele programma

5.2  Aantal ondersteunde ondernemingen in het hele programma die onderzoeks- en innovatieprojecten verrichten

5.2 bis  Aantal projecten dat voorheen steun ontving via het programma Horizon Europa en/of het programma Digitaal Europa

6.  Kmo's

6.1  Aantal ondersteunde ondernemingen per grootte (micro, klein, middelgroot en kleine midcaps)

6.2  Aantal ondersteunde ondernemingen per fase (start, groei/uitbreiding), in het bijzonder innovatieve kmo's

6.3  Aantal ondersteunde ondernemingen per sector

7.  Sociale investeringen en vaardigheden

7.1  Sociale infrastructuur: Capaciteit en bereik van de ondersteunde sociale infrastructuur per sector: huisvesting, onderwijs, gezondheid, andere

7.2  Microfinanciering en financiering voor sociale ondernemingen:  aantal ondersteunde ondernemingen uit de sociale economie

7.2 bis  Microfinanciering en financiering voor sociale ondernemingen: aantal opgerichte ondernemingen uit de sociale economie

7.2 ter  Microfinanciering en financiering voor sociale ondernemingen: aantal ondersteunde ondernemingen uit de sociale economie per fase (start, groei/uitbreiding)

7.5  Vaardigheden: Aantal personen dat nieuwe vaardigheden verwerft of vaardigheden laat valideren: formeel, informeel en niet-formeel onderwijs en opleidingskwalificatie

BIJLAGE IV

Het InvestEU-programma - Voorgaande instrumenten

A.  Eigenvermogensinstrumenten:

—  Europese Technologiefaciliteit (ETF98): Besluit 98/347/EG van de Raad van 19 mei 1998 betreffende maatregelen voor financiële bijstand aan innoverende en werkgelegenheid scheppende kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) - Het groei- en werkgelegenheidsinitiatief (PB L 155 van 29.5.1998, blz. 43).

—  TTP: Besluit van de Commissie tot vaststelling van een aanvullend financieringsbesluit betreffende de financiering van acties van de activiteit "Interne goederenmarkt en sectoraal beleid" van het directoraat-generaal Ondernemingen en Industrie voor 2007 en tot vaststelling van het kaderbesluit betreffende de financiering van de voorbereidende actie "De Europese Unie speelt zijn rol in een geglobaliseerde wereld" en van vier proefprojecten "Erasmus voor jonge ondernemers", "Maatregelen ter bevordering van samenwerking en partnerschappen tussen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen", "Technologie-overdracht" en "Europese topbestemmingen" van het directoraat-generaal Ondernemingen en Industrie voor 2007 (C(2007)531).

—  Europese Technologiefaciliteit (ETF01): Beschikking 2000/819/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 333 van 29.12.2000, blz. 84).

—  Faciliteit voor snelgroeiende, innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen (GIF): Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15).

—  Connecting Europe Facility (CEF): Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129), zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1).

—  Eigenvermogensfaciliteit voor groei van COSME (COSME-EFG): Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (COSME) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33).

—  InnovFin Equity:

–  Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104);

–  Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van "Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81);

–  Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van "Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965).

—  Programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) - Investeringen in capaciteitsopbouw: Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie ("EaSI") en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238).

B.  Garantie-instrumenten:

—  Garantiefaciliteit voor kmo's '98 (SMEG98): Besluit 98/347/EG van de Raad van 19 mei 1998 betreffende maatregelen voor financiële bijstand aan innoverende en werkgelegenheid scheppende kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) - Het groei- en werkgelegenheidsinitiatief (PB L 155 van 29.5.1998, blz. 43).

—  Garantiefaciliteit voor kmo's '01 (SMEG01): Beschikking 2000/819/EG van de Raad van 20 december 2000 betreffende een meerjarenprogramma voor ondernemingen en ondernemerschap, met name voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) (2001-2005) (PB L 333 van 29.12.2000, blz. 84).

—  Garantiefaciliteit voor kmo's '07 (SMEG07): Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013) (PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15).

—  Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit - Garantie (EPMF-G): Besluit nr. 283/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2010 tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 87 van 7.4.2010, blz. 1).

—  RSI (proefgarantiefaciliteit voor O&I-gestuurde kleine, en middelgrote bedrijven en kleine midcap-ondernemingen):

–  Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) Verklaringen van de Commissie (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1);

–  Beschikking 2006/971/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 86);

–  Beschikking 2006/974/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Capaciteiten tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (PB L 400 van 30.12.2006, blz. 299).

—  EaSI-garantie: Verordening (EU) nr. 1296/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende een programma van de Europese Unie voor werkgelegenheid en sociale innovatie ("EaSI") en tot wijziging van Besluit nr. 283/2010/EU tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 238).

—  Leninggarantiefaciliteit van COSME (COSME-LGF): Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (COSME) (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1639/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 33).

—  InnovFin Debt:

–  Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van "Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81);

–  Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104);

–  Besluit 2013/743/EU van de Raad van 3 december 2013 tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van "Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" en tot intrekking van de Besluiten 2006/971/EG, 2006/972/EG, 2006/973/EG, 2006/974/EG en 2006/975/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 965).

—  Garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sectoren (CCS GF): Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221).

—  Garantiefaciliteit voor studentenleningen (SLGF): Verordening (EU) nr. 1288/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van "Erasmus+": het programma van de Unie voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport en tot intrekking van Besluiten nr. 1719/2006/EG, nr. 1720/2006/EG en nr. 1298/2008/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 50).

—  Particuliere financiering van energie-efficiëntie (PF4EE): Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185).

C.  Instrumenten voor risicodeling:

—  Financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF): Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) Verklaringen van de Commissie (PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1).

—  InnovFin:

–  Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van "Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)" en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81);

–  Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104).

—  Schuldinstrument van de Connecting Europe Facility (CEF DI): Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129).

—  Faciliteit voor de financiering van natuurlijk kapitaal (NCFF): Verordening (EU) nr. 1293/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake de vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 614/2007 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 185).

D.  Specifieke investeringsinstrumenten:

—  Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit – Fonds commun de placements – Fonds d'investissements spécialisés (EPMF FCP-FIS): Besluit nr. 283/2010/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2010 tot instelling van een Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit voor werkgelegenheid en sociale insluiting (PB L 87 van 7.4.2010, blz. 1).

—  Marguerite:

–  Verordening (EG) nr. 680/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot vaststelling van de algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de Gemeenschap op het gebied van de trans-Europese netwerken voor vervoer en energie (PB L 162 van 22.6.2007, blz. 1);

–  Besluit van de Commissie van 25 februari 2010 over de deelname van de Europese Unie aan het Europees Fonds 2020 voor energie, klimaatverandering en infrastructuur (het Margueritefonds) (C(2010)0941).

—  Europees Fonds voor energie-efficiëntie (EEEF): Verordening (EU) nr. 1233/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 663/2009 tot vaststelling van een programma om het economische herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (PB L 346 van 30.12.2010, blz. 5).

(1) PB C […], […], blz. […].
(2) PB C […], […], blz. […].
(3) COM(2018)0097.
(4)1bis Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1).
(5) COM(2018)0353.
(6) Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1).
(7) COM(2017)0206.
(8) COM(2017)0250.
(9) Gepubliceerd als European Economy Discussion Paper 074 in januari 2018.
(10)
(11) De verwijzing moet nog worden geactualiseerd: PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. De overeenkomst is beschikbaar op: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.C_.2013.373.01.0001.01.ENG&toc=OJ:C:2013:373:TOC
(12)1bis Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 1).
(13)1ter Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6).
(14) Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).
(15) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(16) Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1).
(17) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraude en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(18) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(19) Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).
(20) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
(21)
(22)
(23)1bis Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).

Laatst bijgewerkt op: 12 november 2019Juridische mededeling