Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2019/2512(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B8-0053/2019

Debatten :

PV 17/01/2019 - 8.2
CRE 17/01/2019 - 8.2

Stemmingen :

PV 17/01/2019 - 10.2

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0034

Aangenomen teksten
PDF 180kWORD 54k
Donderdag 17 januari 2019 - Straatsburg Voorlopige uitgave
Sudan
P8_TA-PROV(2019)0034RC-B8-0053/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2019 over Sudan (2019/2512(RSP))

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Sudan, met name die van 31 mei 2018(1), 15 maart 2018(2), 16 november 2017(3) en 6 oktober 2016(4),

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, waarbij de Republiek Sudan partij is sinds 1986,

–  gezien de toekenning van zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken aan mensenrechtenactivist Salih Mahmoud Osman in 2007,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien de conclusies van de Raad van 19 november 2018 over Sudan,

–  gezien de Verklaring van de Trojka (Verenigde Staten, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk) en Canada van 8 januari 2019 over de reactie op de aanhoudende protesten in Sudan,

–  gezien de verklaringen van de woordvoerder voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 24 december 2018 en 11 januari 2019 over de aanhoudende protesten in Sudan,

–  gezien het Afrikaanse Handvest inzake de rechten van mensen en volkeren,

–  gezien de grondwet van Sudan van 2005,

–  gezien de overeenkomst van Cotonou die in 2005 is ondertekend door de regering van Sudan,

–  gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling,

–  gezien de interactieve dialogen over de situatie van de mensenrechten in Sudan die op 11 december 2018 gehouden zijn door de VN-mensenrechtenraad,

–  gezien artikel 135, lid 5, en artikel 123, lid 4, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de regering van Sudan medio december heeft aangekondigd de subsidiëring van basisproducten te beëindigen om de gierende inflatie tegen te gaan; overwegende dat de inflatie van 122 % het op een na hoogste inflatiecijfer ter wereld is(5);

B.  overwegende dat sinds 19 december 2018 demonstranten in heel Sudan de straat zijn op gegaan om te protesteren tegen de prijsverhogingen, verlagingen van de subsidies op basisproducten en brandstoftekorten; overwegende dat de protesten zich hebben uitgebreid van de steden en de dorpen naar de hoofdstad Khartoum;

C.  overwegende dat de demonstraties in omvang toenamen en dat tienduizenden andere mensen de straat op gingen, zodat een brede afspiegeling van de Sudanese samenleving zich verzet tegen het autoritaire regime en aandringt op het aftreden van president Omar al-Bashir die nu 29 jaar aan de macht is;

D.  overwegende dat 22 politieke partijen zich uit de regering hebben teruggetrokken uit solidariteit met de demonstranten; overwegende dat de demonstraties worden gesteund door enkele van de voormalige bondgenoten van de president en leden van zijn regeringspartij die worden beschouwd als een serieuze uitdaging voor president al-Bashir die tracht artikel 57 van de Grondwet te wijzigen om voor het leven te kunnen worden benoemd;

E.  overwegende dat op 1 januari 2019 22 oppositiepartijen en groeperingen hebben geëist dat president al-Bashir de macht overdraagt aan een "soevereine raad" en een overgangsregering die een "geschikte" datum zou moeten voor democratische verkiezingen; overwegende dat de volgende presidentsverkiezingen in Sudan in 2020 zullen plaatsvinden; overwegende dat volgens de grondwet van Sudan president al-Bashir zich niet opnieuw kandidaat mag stellen wanneer zijn huidige ambtstermijn verstrijkt; overwegende dat sommige wetgevers in Sudan hebben aangekondigd dat ze bereid zijn de grondwet te wijzigen om de ambtstermijn te verlengen zodat president Bashir in 2020 kan worden herkozen;

F.  overwegende dat de Sudanese autoriteiten nationale veiligheidstroepen, de politie, en paramilitaire eenheden hebben ingezet die buitenproportioneel geweld hebben gebruikt om ongewapende demonstranten te verspreiden met de wapenstok, met (rubber)kogels en traangas;

G.  overwegende dat president Bashir het enige zittende staatshoofd is tegen wie op 4 maart 2009 en 12 juli 2010 twee arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd door het Internationaal Strafhof (ICC) wegens misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en genocide tijdens de campagne van etnische zuiveringen in Darfur; overwegende dat hoewel Sudan niet is aangesloten bij het Statuut van Rome, resolutie 1593 (2005) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties vereist dat het land samenwerkt met het ICC; overwegende dat president al-Bashir, ondanks zijn arrestatiebevel, straffeloos bleef doorgaan met zijn misdaden, door de bombardementen te intensiveren en burgers ook buiten Darfur aan te vallen nl. in de Sudanese staten Blue Nile en Zuid-Kordofan;

H.  overwegende dat volgens mensenrechtenorganisaties het aantal doden op 1 januari 2019 was gestegen tot 45; overwegende dat de Sudanese regering slechts melding maakte van 24 doden; overwegende dat er nog drie demonstranten zijn vermoord op 9 januari 2019 tijdens een anti-regeringsdemonstratie in Sudan; overwegende dat op diezelfde dag voor de allereerste keer een demonstratie in Khartoum was gehouden om president al-Bashir te steunen;

I.  overwegende dat de politie volgens de Sudanese regering gedurende drie weken van demonstraties 816 mensen heeft gearresteerd, maar dat het aantal volgens maatschappelijke organisaties in werkelijkheid veel hoger is; overwegende dat verschillende faculteitsmedewerkers van Khartoum University zijn gearresteerd nadat zij zich hadden aangesloten bij de demonstraties; overwegende dat een aantal oppositieleiders, journalisten, mensenrechtenactivisten, professoren en studenten, onder wie ook enige ernstig gewonde, gevangen worden gehouden, zonder dat zij mogen worden bezocht door familieleden, advocaten of artsen;

J.  overwegende dat Salih Mahmoud Osman, een Sudanese mensenrechtenadvocaat en winnaar van de Sacharovprijs 2007, op 8 januari 2019 in zijn advocatenkantoor is gearresteerd; overwegende dat de autoriteiten hebben bevestigd dat hij gevangen wordt gehouden, maar dat niet bekend wordt gemaakt waar hij gevangen wordt gehouden; overwegende dat de familie van de heer Osman uitermate bezorgd is over zijn detentie omdat hij last heeft van hoge bloeddruk en diabetes, waarvoor hij medische verzorging nodig heeft;

K.  overwegende dat tijdens de arrestatiegolven veel mensenrechtenactivisten en een aantal oppositieleiders zijn opgepakt;

L.  overwegende dat voormalig vicepresident Ali Osman Taha op 8 januari 2019 tegenstanders van de regering heeft gewaarschuwd dat 'militiebrigades' het land zouden verdedigen;

M.  overwegende dat vrije, onafhankelijke en onpartijdige media tot de wezenlijke fundamenten van een democratische samenleving behoren; overwegende dat de regering de toegang tot sociale media-sites heeft afgesloten, en dat verschillende kranten niet meer zijn verschenen nadat de NISS restricties had afgekondigd met betrekking tot het publiceren van informatie over de demonstraties; overwegende dat het wijdverbreide gebruik van VPN’s de bevolking in staat gesteld heeft grafische afbeeldingen en video’s van gewonde of gedode demonstranten te delen; overwegende dat Sudan op de persvrijheidsindex 2018 van Verslaggevers zonder grenzen op de 174e plaats staat van in totaal 180 landen; overwegende dat de Vereniging van Sudanese beroepsbeoefenaren, waarbij onder andere artsen, professoren en ingenieurs zijn aangesloten, op 13 januari 2019 heeft opgeroepen om te gaan protesteren in de hoofdstad Khartoum en in andere steden zoals Madani (in het oosten), Kosti (in het zuiden) en Dongola (in het noorden) ter gelegenheid van 'de week van de opstand'; overwegende dat er ook voor de eerste keer een oproep is gedaan om te gaan demonstreren in Nyala en Al-Fasher, in het conflictgebied Darfur;

N.  overwegende dat volgens mensenrechtenactivisten met name mensen uit de regio Darfur in het gehele land zijn geïntimideerd en gearresteerd, zelfs als zij niet aan de demonstraties hadden deelgenomen;

O.  overwegende dat Sudan nog steeds belangrijke universele mensenrechtenverdragen moet ratificeren zoals het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen;

P.  overwegende dat de Trojka bestaande uit de Verenigde Staten, Noorwegen en het VK, gesteund door Canada, de wrede onderdrukking van de demonstraties in Sudan publiekelijk heeft veroordeeld;

Q.  overwegende dat de EU op hoog contact blijft onderhouden met de Sudanese regering, inclusief bezoeken van Commissarissen aan Sudan;

R.  overwegende dat Sudan wordt beschouwd als het op drie na slechtste land ter wereld om christen te zijn op de 2018 World Watch List die is opgesteld door Open Doors International; overwegende dat de situatie van andere religieuze minderheden of ongelovigen even ernstig is;

1.  veroordeelt het buitensporige gebruik van geweld door de Sudanese Nationale Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (NISS) tijdens de aanhoudende protesten ten zeerste, alsmede de voortdurende repressie door de autoriteiten van Sudan, die gericht is tegen mensenrechtenactivisten, advocaten, leraren, studenten en artsen;

2.  dringt er bij de Sudanese regering op aan een einde te maken aan het dodelijke gebruik van geweld, willekeurige arrestaties en detentie van vreedzame demonstranten en verder bloedvergieten en martelen te voorkomen; benadrukt dat alle wetshandhavings- en veiligheidsorganen onder haar directe controle moeten staan en moeten handelen in overeenstemming met de grondwettelijke en internationale verplichtingen van Sudan;

3.  betuigt zijn medeleven met de slachtoffers van het geweld dat begon met de demonstraties, en met hun nabestaanden;

4.  dringt aan op onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Salih Mahmoud Osman, winnaar van de Sacharovprijs, en dringt er bij de Sudanese autoriteiten op aan dat hij dringend medische verzorging krijgt en dat zijn advocaat en familieleden onbelemmerd toegang hebben tot hem;

5.  verzoekt de regering van Sudan het recht van de bevolking van Sudan te eerbiedigen uiting te geven aan haar bezorgdheid en mensenrechtenactivisten in staat te stellen hun legitieme werkzaamheden te verrichten ter verdediging van de mensenrechten zonder enige restrictie of represaille;

6.  is uitermate bezorgd over het lot van 32 studenten uit Darfur die op 23 december 2018 werden gearresteerd door de Sudanese autoriteiten die aan de media werden getoond en die er naar verluidt van werden beschuldigd dat zij in Israël waren getraind en die verantwoordelijk werden gesteld voor de aanhoudende protesten;

7.  eist dat de regering van Sudan alle mensenrechtenactivisten, journalisten, politieke oppositieleiders en andere demonstranten die momenteel zonder enige tenlastelegging of vorm van proces gevangen worden gehouden onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat en degenen tegen wie een proces wordt aangespannen volledig toegang te geven tot juridische ondersteuning; dringt er bij de regering van Sudan op aan informatie te verschaffen over hun verblijfplaats;

8.  dringt er bij de regering van Sudan op aan onmiddellijk een onderzoek in te stellen naar beschuldigingen van marteling, mishandeling, willekeurige detentie en buitensporig gebruik van geweld tegen mensen die gevangen worden gehouden door de politie en de NISS, en naar het ontzeggen van de nodige medische behandeling, en hen in een eerlijk proces ter verantwoording te roepen, en de resultaten openbaar te maken en de schuldigen in overeenstemming met de internationale normen voor de rechter te brengen;

9.  is van mening dat vrije, onafhankelijke en onpartijdige media tot de wezenlijke fundamenten van een democratische samenleving behoren, waarin open debatten een cruciale rol spelen; roept de EU op haar inspanningen ter bevordering van de vrijheid van meningsuiting te intensiveren via haar externe beleidsmaatregelen en -instrumenten, ook in Sudan;

10.  dringt erop aan dat er onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan de restricties op het gebruik van internet en het inperken van de vrijheid van meningsuiting door het censureren van kranten, en dringt er bij Sudan op aan hervormingen door te voeren om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen, in overeenstemming met zijn verplichtingen krachtens zijn grondwet en zijn internationale verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van Cotonou als voor de eerste keer gewijzigd in Luxemburg op 25 juni 2005;

11.  betreurt de door de Sudanese staat goedgekeurde vervolging van christenen en overige godsdiensten en ongelovigen, en het sluiten en slopen van kerken; onderstreept dat de vrijheid van godsdienst en overtuiging een universeel mensenrecht is dat overal en voor iedereen moet worden beschermd;

12.  benadrukt het belang van het eerbiedigen van de electorale kalender, maar merkt met bezorgdheid op dat het proces om de Sudanese grondwet te wijzigen zodat president al-Bashir zich opnieuw kandidaat kan stellen al is gestart;

13.  herhaalt zijn eis dat de president al-Bashir zich houdt aan het internationaal recht in overeenstemming met de verdragen waar zijn regering bij is aangesloten; steunt verder de rol van het ICC bij het vervolgen van de tenlastelegging van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide tegen hem;

14.  herinnert aan de verklaring van 31 mei 2018 van Commissaris Stylianides in het Europees Parlement, waar hij zei dat de EU gebruik zal blijven maken van de verschillende instrumenten die het tot zijn beschikking heeft om de rechten van meisjes en vrouwen in Sudan te beschermen, met name door meisjes en vrouwen toegang te bieden tot kwalitatief hoogwaardig onderwijs en gezondheidszorg, door het bewustzijn over de rechten van meisjes en vrouwen in de gemeenschappen te vergroten, met name om schadelijke praktijken zoals genitale verminking tegen te gaan;

15.  dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat 'migratiebeheer' of terreurbestrijdingsacties de ondersteuning van de mensenrechten niet ondermijnen; is bezorgd dat de samenwerking van de EU en afzonderlijke lidstaten met Sudan op het gebied van migratie door het regime van Sudan wordt gebruikt als een excuus waardoor het zijn bevolking nog sterker kan controleren en onderdrukken, bijvoorbeeld door de surveillancecapaciteit te vergroten, ook aan de grenzen, en door materiaal te verstrekken, zoals biometrisch materiaal; dringt er derhalve bij de EU en de lidstaten op aan te zorgen voor volledige transparantie met betrekking tot samenwerkingsprojecten met Sudan op veiligheidsgebied, inclusief alle geplande activiteiten en begunstigden van EU- en nationale subsidies;

16.  herhaalt zijn oproep tot een EU-breed verbod op de uitvoer, de verkoop, de actualisering en het onderhoud van elke vorm van veiligheidsapparatuur die kan worden of wordt gebruikt voor binnenlandse repressie, met inbegrip van internet-bewakingstechnologie, naar landen met een belabberde mensenrechtenstatus, zoals Sudan;

17.  neemt kennis van de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden over de aanhoudende protesten; dringt er bij de VV/HV op aan de alarmerende situatie in Sudan publiekelijk te veroordelen en alles in het werk te stellen om druk uit te oefenen op de Sudanese autoriteiten om een einde te maken aan het aanhoudende geweld en de repressie, massa-arrestaties en -moorden, en moedigt de autoriteiten aan hun verplichtingen uit hoofde van internationale normen en het internationaal recht na te komen;

18.  benadrukt dat de EU hecht aan het leveren van humanitaire hulp en aan het ondersteunen van de maatschappelijke organisaties in Sudan en moedigt de EU en haar lidstaten aan hun inspanningen op dit gebied voort te zetten; dringt er bij de Commissie op aan de financiële ondersteuning van de mensenrechtenactivisten en maatschappelijke organisaties in Sudan uit het Europees Ontwikkelingsfonds verder te verhogen;

19.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van Sudan, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de beide voorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement (PAP).

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0233.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0080.
(3) PB C 356 van 4.10.2018, blz. 50.
(4) PB C 215 van 19.6.2018, blz. 33.
(5) Berekeningen van Prof. Steve H. Hanke, Johns Hopkins University, https://allafrica.com/stories/201807230267.html

Laatst bijgewerkt op: 18 januari 2019Juridische mededeling