Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2017/2023(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0465/2018

Ingediende teksten :

A8-0465/2018

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/01/2019 - 10.5

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0037

Aangenomen teksten
PDF 140kWORD 59k
Donderdag 17 januari 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Grensoverschrijdende vorderingen tot restitutie van in oorlogen en gewapende conflicten buitgemaakte kunstwerken en cultuurgoederen
P8_TA(2019)0037A8-0465/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2019 over grensoverschrijdende vorderingen tot restitutie van in oorlogen en gewapende conflicten buitgemaakte kunstwerken en cultuurgoederen (2017/2023(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag van Den Haag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict en het tweede protocol daarbij van maart 1999,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 1995 over de restitutie van geplunderde bezittingen aan joodse gemeenschappen(1) en van 16 juli 1998 over de teruggave van de bezittingen van de slachtoffers van de holocaust(2),

–  gezien het in december 2016 aangenomen pakket maatregelen ter versterking van de capaciteit van de EU voor de bestrijding van de financiering van terrorisme en georganiseerde criminaliteit, ter nakoming van de in het actieplan tegen terrorismefinanciering van 2 februari 2016 (COM(2016)0050) gedane verbintenissen, en gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoer van cultuurgoederen van 13 juli 2017 (COM(2017)0375),

–  gezien zijn resolutie van 30 april 2015 – "De vernieling van cultuurgoederen door ISIS/Da'esh"(3),

–  gezien het Unidroit-verdrag van 24 juni 1995 inzake de internationale terugkeer van gestolen en onrechtmatig uitgevoerde cultuurgoederen,

–  gezien Richtlijn 2014/60/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht(4),

–  gezien artikel 1 van Protocol nr. 1 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

–  gezien artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EG) nr. 116/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen(5),

–  Gezien Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken(6), met name artikel 7, lid 4,

–  gezien zijn resolutie van 17 december 2003 over een juridisch kader voor het vrije verkeer binnen de interne markt van goederen waarvan het eigenaarschap waarschijnlijk wordt aangevochten(7),

–  gezien de studie uit 2016 van zijn directoraat-generaal Intern Beleid over grensoverschrijdende vorderingen tot restitutie van in gewapende conflicten en oorlogen buitgemaakte kunstwerken en alternatieven voor gerechtelijke procedures,

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene verordening gegevensbescherming)(8),

–  gezien het Unesco-verdrag van 14 november 1970 inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen,

–  gezien Resolutie 14232/12 van de Raad van 4 oktober 2012 over het opzetten van een informeel netwerk van wetshandhavingsautoriteiten en expertise op het gebied van cultuurgoederen (EU-Cultnet),

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie cultuur en onderwijs (A8‑0465/2018),

A.  overwegende dat, volgens Interpol, de zwarte markt voor kunstwerken even winstgevend aan het worden is als de zwarte markt voor drugs, wapens en namaakgoederen;

B.  overwegende dat, volgens de effectbeoordeling van het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende de invoer van cultuurgoederen, 80 tot 90 % van de wereldwijde handel in antiquiteiten goederen van illegale herkomst betreft;

C.  overwegende dat cultureel erfgoed een van de hoekstenen van de beschaving vormt, onder meer doordat het een grote symbolische waarde heeft, een cultureel geheugen voor de mensheid vormt en mensen verenigt; overwegende dat oorlogvoerende partijen en terroristische organisaties de afgelopen jaren overal ter wereld een reeks misdrijven tegen het werelderfgoed hebben gepleegd, en overwegende dat waardevolle kunstwerken, standbeelden en archeologische voorwerpen door bepaalde derde landen verkocht en in de EU ingevoerd worden, waarbij de winst mogelijk gebruikt wordt om terroristische activiteiten te financieren; overwegende dat een krachtig standpunt ingenomen moet worden tegen de illegale handel in cultuurgoederen, zoals kunstwerken die tijdens gewapende conflicten en oorlogen in Libië, Syrië en Irak buitgemaakt werden; overwegende dat cultuurgoederen van groot cultureel, artistiek, historisch en wetenschappelijk belang zijn en beschermd moeten worden tegen onrechtmatige toe-eigening en plundering;

D.  overwegende dat na afloop van de Tweede Wereldoorlog al snel stappen zijn ondernomen om de geroofde bezittingen op te sporen en terug te brengen naar het land van herkomst;

E.  overwegende dat de restitutie van op illegale wijze verhandelde, opgegraven of verkregen voorwerpen verzekerd moet worden, in overeenstemming met de toezeggingen van de EU op het gebied van een eerlijke rechtsgang en schadeloosstelling van slachtoffers, evenals het statuut van de Unesco en de verdragen inzake de bescherming van erfgoed;

F.  overwegende dat zowel in de beginselen van de Conferentie van Washington over door de nazi's geconfisqueerde kunst, in het forum van Vilnius als in de verklaring van Terezin over activa uit de holocaustperiode en aanverwante zaken, het belang van restitutie voor individueel onroerend goed wordt benadrukt; overwegende dat sinds de Conferentie van Washington naar schatting 1 000 tot 2 000 kunstwerken zijn gerestitueerd(9); overwegende dat er geen volledige lijst is van de kunstwerken die de afgelopen jaren zijn gerestitueerd;

G.  overwegende dat er nog steeds kunstwerken vermist zijn en nog niet teruggegeven zijn aan de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen; overwegende dat Jonathan Petropoulos op de conferentie van Washington in 1998 gesteld heeft dat er in heel Europa ongeveer 650 000 kunstwerken gestolen zijn en dat Ronald Lauder heeft verklaard dat 11 000 kunstwerken ter waarde van 10 tot 30 miljard dollar op dat moment (1998) nog steeds vermist waren; overwegende dat de Claims Conference-WJRO in het algemeen antwoordt dat er geen nauwkeurige schattingen zijn: er zijn ongeveer 650 000 kunstwerken gestolen, waarvan er wellicht 100 000 nog steeds vermist zijn;

H.  overwegende dat rechtzoekenden nog steeds juridische problemen ondervinden, enerzijds als gevolg van de vaak zeer specifieke aard van hun vorderingen en anderzijds wegens het aflopen van de naoorlogse restitutiewetgeving, de niet-terugwerkende kracht van conventionele normen, het feit dat er geen definitie bestaat voor "geroofde kunst", de verjaringsbepalingen inzake vorderingen en de bepalingen inzake bezittingen en goede trouw;

I.  overwegende dat de vorderingen tot restitutie van buitgemaakte kunstwerken en cultuurgoederen vooral ressorteren onder het internationaal publiekrecht; overwegende dat deze regels aangevuld moeten worden door sterkere regels in het internationaal privaatrecht;

J.  overwegende dat deze onvoldoende ontwikkelde dimensie van het privaatrecht, zowel op internationaal als op Europees niveau, bijdraagt tot de rechtsonzekerheid in grensoverschrijdende restitutiezaken van geroofde kunstwerken en cultuurgoederen, niet alleen met betrekking tot afgelopen transacties in verband met door de nazi's geroofde kunst, maar ook met betrekking tot toekomstige zaken;

K.  overwegende dat er geen EU-wetgeving bestaat die een uitdrukkelijke en uitvoerige regeling biedt voor vorderingen tot restitutie van kunstwerken en cultuurgoederen die in gewapende conflicten zijn buitgemaakt, door particulieren;

L.  overwegende dat de Unesco, samen met de grote veilinghuizen, musea en vooraanstaande verzamelaars in Europa, geavanceerd onderzoek verricht naar de herkomst van deze werken, teneinde ze aan hun eigenaars te kunnen teruggeven;

M.  overwegende dat de Internationale Museumraad, om de databank van Interpol over gestolen eigendommen aan te vullen, al meer dan tien jaar "rode lijsten" publiceert, met categorieën van voorwerpen die kwetsbaar zijn voor illegale handel;

1.  betreurt dat er tot op heden vrijwel geen gevolg is gegeven aan zijn resolutie over een juridisch kader voor het vrije verkeer binnen de interne markt van goederen waarvan het eigenaarschap waarschijnlijk wordt aangevochten, waarin het Parlement de Commissie heeft verzocht een studie uit te voeren naar een aantal aspecten in verband met civiel- en procesrechtelijke regels, herkomstonderzoek, catalogiseringssystemen, alternatieve geschillenbeslechtingsmechanismen en de waarde van de oprichting van een grensoverschrijdende coördinerende administratieve autoriteit; is van mening dat artikel 81, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als rechtsgrondslag kan dienen voor het verlenen van bevoegdheden aan de Unie om op dit gebied op te treden;

2.  benadrukt dat het plunderen van kunstwerken en andere cultuurgoederen in gewapende conflicten en oorlogen, evenals in vredestijd, een gemeenschappelijke bron van ernstige zorg is waar iets aan gedaan moet worden in termen van zowel preventie als restitutie van geplunderde culturele bezittingen om de integriteit van het cultureel erfgoed te beschermen en te waarborgen, alsmede de identiteit van samenlevingen, gemeenschappen, groepen en individuen;

3.  merkt op dat er op EU-niveau onvoldoende aandacht is besteed aan de restitutie van in gewapende conflicten buitgemaakte, gestolen of illegaal verkregen kunstwerken en cultuurgoederen, met name op het gebied van privaatrecht, internationaal privaatrecht en burgerlijke rechtsvordering; verzoekt de Commissie te zorgen voor bescherming, ondersteuning en aanmoediging van grensoverschrijdende vorderingen tot restitutie van cultuurgoederen die zijn ontheemd en verduisterd als gevolg van door de staat gesanctioneerde plunderingen en die zijn buitgemaakt tijdens gewapende conflicten; vraagt de Commissie en de lidstaten met aanbevelingen en richtsnoeren te komen om de behoefte aan ondersteuning van nationale instellingen in de lidstaten met betrekking tot vorderingen tot restitutie onder de aandacht te brengen;

4.  benadrukt dat instellingen zoals de Unesco en Interpol oproepen om de bescherming van cultureel erfgoed te verbeteren en staten de verantwoordelijkheid te geven om maatregelen in te voeren om restitutie te bevorderen;

5.  betreurt dat er geen betrouwbare statistieken voorhanden zijn over de precieze omvang van de plundering van en de illegale handel in cultuurgoederen; vraagt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor betrouwbare statistieken op dit gebied;

6.  spreekt zijn bezorgdheid uit over het feit dat de meeste van de huidige politieke en wetgevingsinitiatieven uitsluitend gericht zijn op administratief, publiek- en/of strafrecht; benadrukt dat meer aandacht nodig is voor het privaatrecht om een alomvattend regelgevingskader op te zetten; verzoekt de bevoegde autoriteiten hiertoe alle nodige maatregelen en initiatieven te nemen;

7.  is van oordeel dat meer onderzoek verricht moet worden naar de illegale handel in cultuurgoederen, die momenteel nog een blinde vlek is, teneinde meer informatie te verkrijgen over de schaal, de structuur en de dimensies ervan, naar het voorbeeld van, onder meer, het ILLICID-project dat momenteel in Duitsland loopt;

8.  verheugt zich erover dat een aantal lidstaten erkennen dat de unieke problemen in verband met de vorderingen tot restitutie van in oorlogen en gewapende conflicten buitgemaakte, gestolen of illegaal verkregen kunstwerken en cultuurgoederen, moeten worden aangepakt om te komen tot juridische oplossingen waardoor de eigendomsrechten van particulieren, nationale en lokale overheidsinstellingen en religieuze verenigingen die tijdens een gewapend oorlogsconflict ten onrechte van hun kunstwerken zijn beroofd, gewaarborgd worden;

9.  benadrukt dat het belangrijk is om een collectief bewustzijn te creëren om deze illegale praktijken aan de kaak te stellen, en herinnert eraan dat telkens wanneer een voorwerp van zijn eigenaar wordt weggenomen, er historische en wetenschappelijke waarde permanent verloren gaat;

10.  merkt op dat het stimuleren van de ontwikkeling van eerlijke praktijken in de kunsthandel en restitutie vanuit een transnationaal en mondiaal perspectief de meest efficiënte manier is om de illegale handel in cultuurgoederen en de ontwikkeling van een zwarte markt voor kunst tegen te gaan en restitutie te bevorderen, zowel wat hun beoogde preventieve werking als het gezochte bestraffings- of dwangeffect betreft;

11.  is van mening dat, om een aantal regels te hebben aan de hand waarvan de plundering en smokkel van kunstwerken en cultuurgoederen op effectieve wijze kunnen worden voorkomen, en om wereldwijd te zorgen voor een volledig transparante, verantwoorde en ethische kunstmarkt, de Commissie moet trachten samen te werken met derde landen om vruchtbare samenwerkingsverbanden aan te gaan, rekening houdend met de beginselen als vastgelegd in het Unidroit-verdrag van 1995 over gestolen of illegaal geëxporteerde culturele voorwerpen;

12.  is van mening dat EU-wetgevingsmaatregelen, met inbegrip van de dimensie van het internationaal privaatrecht, enkel voor toekomstige transacties geschikt zijn;

13.  is van mening dat het tijd is om een einde te maken aan het jarenlange argumenteren en nuanceren en dat er een verantwoordelijke en ethische Europese kunstmarkt tot stand moet worden gebracht; verzoekt de Commissie in dit verband maatregelen op het gebied van het burgerlijk recht vast te stellen om een oplossing te vinden voor de moeilijke problemen waarmee particuliere partijen worden geconfronteerd die de restitutie vragen van kunstwerken die werkelijk aan hen toebehoren; vraagt de Commissie tegelijkertijd een nieuw discussiekader te ontwikkelen voor de identificatie van beste praktijken en oplossingen, nu en in de toekomst;

14.  verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende de invoer van cultuurgoederen, alsook de door het Parlement aangenomen amendementen op het voorstel van 25 oktober 2018(10); herhaalt dat het, gezien de wereldwijde schaal van de kunstmarkt en het aantal kunstvoorwerpen dat in particulier bezit is, nodig is om meer te doen op het gebied van grensoverschrijdende restitutie van kunstwerken en cultuurgoederen die zijn geplunderd tijdens gewapende conflicten en oorlogen; benadrukt dat onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen en Europese samenwerking hun nut hebben bewezen voor de identificatie en daaropvolgende restitutie van buitgemaakte voorwerpen waardoor in sommige gevallen kon worden voorkomen dat terroristische groeperingen of oorlogen werden gefinancierd;

15.  betreurt dat, wegens het ontbreken van regels, laksheid of uiteenlopende regelgeving in de lidstaten op het gebied van onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen en naar de nodige zorgvuldigheid, veel grensoverschrijdende restitutieclaims niet op een effectieve en gecoördineerde wijze gestand kunnen worden gedaan, wat plundering en illegale handel kan stimuleren en smokkel kan aanmoedigen; stelt vast dat het, door het ontbreken van gemeenschappelijke normen voor alle betrokkenen, inclusief musea, kunsthandelaren, verzamelaars, toeristen en reizigers, vaak onduidelijk is welke procedure er gevolgd moet worden; vraagt de Commissie daarom de regels inzake onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen te harmoniseren en een aantal basisbeginselen van het Unidroit-verdrag van 1995 over gestolen of illegaal geëxporteerde culturele voorwerpen op te nemen;

16.  benadrukt dat dringend moet worden bevorderd dat er stelselmatig hoogwaardig en onafhankelijk onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen wordt gedaan om buitgemaakte kunstwerken te identificeren, de restitutie ervan aan de legitieme eigenaren te faciliteren, te zorgen voor een volledig transparante, verantwoorde en ethische kunstmarkt, en plundering van en handel in kunst en cultuurgoederen tijdens gewapende conflicten en oorlogen op effectieve wijze te voorkomen en ontmoedigen; wijst op de mogelijkheden die worden geboden door de Europese financiële instrumenten in deze richting; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan speciale onderwijsprogramma's inzake onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen aan te moedigen en te ondersteunen, zowel op nationaal als op Unieniveau, met name om degenen die betrokken zijn bij de bestrijding van de illegale handel in cultuurgoederen in staat te stellen hun expertise uit te breiden en te verbeteren, ook door middel van grensoverschrijdende projecten;

17.  is van oordeel dat onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen nauw verband houdt met de verplichting om de nodige zorgvuldigheid te betrachten bij de verwerving van kunstwerken en een bron van ernstige zorg vormt voor alle actoren op de kunstmarkt, aangezien het verwerven, bewust of door nalatigheid, van gestolen kunstwerken volgens bepaalde nationale wetten strafbaar is;

18.  is van mening dat er uiteraard moet worden gezorgd voor de opstelling van een uitvoerige lijst van alle cultuurgoederen, ook die in Joods bezit die door de nazi's en hun bondgenoten zijn geroofd, vanaf het moment van roof tot vandaag; dringt er bij de Commissie op aan steun te verlenen aan een catalogiseringssysteem, dat ook door openbare instanties en particuliere kunstcollecties moet worden gebruikt, om gegevens te verzamelen over de situatie van geroofde, gestolen of illegaal verkregen cultuurgoederen en de precieze status van bestaande claims; dringt er bij de Commissie op aan digitaliseringsprojecten te ondersteunen om digitale databanken op te zetten of bestaande databanken te verbinden, om de uitwisseling van dergelijke gegevens en onderzoek naar de herkomst te vergemakkelijken;

19.  is van mening dat er, om zorgvuldig onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen te kunnen doen, een transactieregister moet worden ingevoerd dat zo gedetailleerd mogelijk is; verzoekt de Commissie de opstelling van gemeenschappelijke richtsnoeren voor deze registers te ondersteunen en passende maatregelen vast te stellen om de lidstaten ertoe aan te moedigen een algemene verplichting in te voeren voor professionals op de kunstmarkt om zo'n transactieregister bij te houden, en meer in het algemeen, zich aan te sluiten bij het Unidroit-verdrag van 1995 over gestolen of illegaal geëxporteerde culturele voorwerpen;

20.  dringt er bij de Commissie op aan onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen in heel de Unie aan te moedigen en financieel te ondersteunen; stelt voor dat de Commissie een discussieforum organiseert om beste praktijken uit te wisselen en de beste oplossingen te vinden voor nu en in de toekomst;

21.  verzoekt de Commissie te overwegen een specifiek alternatief mechanisme voor de beslechting van geschillen op te zetten voor de behandeling van gevallen van geroofde kunstwerken en cultuurgoederen, teneinde bestaande juridische obstakels uit de weg te ruimen, bijvoorbeeld een hybride vorm van arbitrage en bemiddeling; benadrukt het belang van duidelijke normen en transparante en neutrale procedures;

22.  stelt vast dat verjaringstermijnen vaak problemen opleveren voor eisers in restitutiekwesties; verzoekt de Commissie deze kwestie te beoordelen en een juist evenwicht te vinden voor de verjaringstermijn die van toepassing is op vorderingen tot restitutie van geroofde kunst, met inbegrip van door de nazi's geroofde kunst, waarbij de bescherming van zowel de belangen van de slachtoffers van roof en diefstal als die van de markt in aanmerking moeten worden genomen; is van mening dat de Amerikaanse "Holocaust Expropriated Art Recovery Act" als voorbeeld kan dienen;

23.  verzoekt de Commissie te overwegen wetgevingsmaatregelen te nemen om het rechtsstelsel voor grensoverschrijdende vorderingen tot restitutie van in oorlogen en gewapende conflicten buitgemaakte kunstwerken en cultuurgoederen te versterken;

24.  verzoekt de bevoegde EU-instellingen de lidstaten aan te moedigen informatie over bestaande praktijken met betrekking tot het controleren van de herkomst van cultuurgoederen te delen en hun samenwerking te intensiveren teneinde de controlemaatregelen en de administratieve procedures die bedoeld zijn om de herkomst van cultuurgoederen te bepalen, te harmoniseren;

25.  wijst op het gebrek aan coördinatie op het niveau van de lidstaten wat de interpretatie van het begrip "de nodige zorgvuldigheid" betreft; verzoekt de Commissie het begrip "de nodige zorgvuldigheid" met betrekking tot goede trouw te verduidelijken; wijst bij wijze van voorbeeld op artikel 16 van de Zwitserse federale wet inzake de internationale overdracht van culturele goederen, dat kunsthandelaren en veilinghouders verbiedt een kunsttransactie aan te gaan als zij enige twijfel hebben over de herkomst van het object; merkt op dat volgens deze wet de bewijslast gedeeltelijk op de verkoper wordt overgedragen; de bezitter van een kunstwerk kan zich echter niet op het beginsel van goede trouw beroepen als hij/zij niet kan bewijzen dat hij/zij op het moment van aankoop voldoende aandachtig is geweest; dringt er bij de Commissie op aan maatregelen te nemen om de kunstmarkt en potentiële kopers bewust te maken van het belang van onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen, aangezien dat onderzoek nauw verband houdt met de verplichting om de nodige zorgvuldigheid te betrachten;

26.  verzoekt de Commissie gemeenschappelijke beginselen te ontwikkelen voor de toegang tot openbare of particuliere archieven die informatie bevatten over de identificatie en de locatie van goederen en dringt erop aan over te gaan tot een grondige inventarisatie van de bestaande databanken over cultuurgoederen en de oprichting te plannen van een centrale meta-databank waarin met de beschikbare informatie rekening wordt gehouden, die regelmatig wordt geactualiseerd en door alle relevante actoren kan worden geraadpleegd; is van oordeel dat op basis van deze centrale meta-databank een gemeenschappelijke catalogus moet worden ingevoerd, waarbij gebruik kan worden gemaakt van gestandaardiseerde identificatiecodes; verzoekt de Commissie derhalve de invoering aan te moedigen van de door de ICOM en andere organisaties ontwikkelde en bevorderde identificatiecodes als marktnorm binnen de gehele interne markt; wijst erop dat een dergelijke databank moet worden gekoppeld aan de Interpol-databank voor gestolen kunstwerken, en regelmatig moet worden bijgewerkt;

27.  is van mening dat met het oog op een grondiger en nauwkeuriger onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen, de oprichting van een documentaire databank of een transactieregister een verdere nuttige aanvulling op de hierboven genoemde databank kan zijn; verzoekt de Commissie passende maatregelen vast te stellen om de lidstaten ertoe aan te moedigen een algemene verplichting in te voeren voor actoren op de kunstmarkt om dergelijke documentaire databanken of transactieregisters bij te houden, en meer in het algemeen, zich aan te sluiten bij het Unidroit-verdrag van 1995 over gestolen of illegaal geëxporteerde culturele voorwerpen;

28.  is van oordeel dat de centrale databank moet functioneren aan de hand van een gemeenschappelijk catalogiseringssysteem waarbij voorwerpen op een gestandaardiseerde wijze worden geïdentificeerd (met inachtneming van kenmerken zoals materialen, technieken, afmetingen, opschriften, titel, onderwerp, datum of periode enz.);

29.  verzoekt de Commissie gemeenschappelijke beginselen vast te stellen voor de wijze waarop eigendom of titel wordt vastgesteld, alsmede regels inzake verjaring en bewijsstandaarden en het concept van kunstroof, met inachtneming van de in de lidstaten geldende regels;

30.  roept de lidstaten en kandidaat-lidstaten op al het nodige te doen om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat er mechanismen in het leven worden geroepen die de restitutie van de in deze resolutie genoemde eigendommen bevorderen, en er rekening mee te houden dat de restitutie van in het kader van misdaden tegen de menselijkheid buitgemaakte, gestolen of illegaal verkregen kunstwerken aan de rechtmatige eisers een zaak van algemeen belang is in de zin van artikel 1 van Protocol nr. 1 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens;

31.  onderstreept dat, om een aantal regels te hebben aan de hand waarvan de plundering en smokkel van kunstwerken en cultuurgoederen op effectieve wijze kunnen worden voorkomen, en om wereldwijd te zorgen voor een volledig transparante, verantwoorde, ethische en rekenschap afleggende kunstmarkt, de Commissie moet trachten samen te werken met derde landen om vruchtbare samenwerkingsverbanden aan te gaan, met het oog op de restitutie van in deze resolutie bedoelde eigendommen, rekening houdend met zowel de beginselen als vastgelegd in het Unidroit-verdrag van 1995 over gestolen of illegaal geëxporteerde culturele voorwerpen als artikel 1 van Protocol nr. 1 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens;

32.  herinnert eraan dat in het onderwijs wordt gestimuleerd dat kunstwerken en andere cultuurgoederen worden geëerbiedigd en gewaardeerd als symbolen van cultureel erfgoed en dat onderwijs daarom een belangrijke rol speelt om plundering van en illegale handel in cultuurgoederen te voorkomen en te ontmoedigen; dringt er derhalve bij de Commissie en de lidstaten op aan onderwijs- en bewustmakingsactiviteiten aan te moedigen en te ondersteunen, ook in een non-formele en informele context;

33.  dringt er bij de Commissie en alle relevante bevoegde autoriteiten op aan maatregelen te nemen om zowel de kunstmarkt als potentiële kopers bewust te maken van het belang van onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen, aangezien dat onderzoek nauw verband houdt met de verplichting om de nodige zorgvuldigheid te betrachten;

34.  herinnert eraan dat nauwe samenwerking tussen de politie- en douanediensten op Europees en internationaal niveau essentieel is om de illegale handel in cultureel erfgoed te bestrijden;

35.  steunt het idee dat de grensoverschrijdende restitutieprocedures betreffende geplunderde, gestolen of illegaal verkregen kunstwerken en cultuurgoederen, alsook de actieve bevordering van onderzoek naar de herkomst van cultuurgoederen moeten worden geagendeerd in de context van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed 2018 ("EYCH"); dringt er derhalve bij de Commissie en de werkgroep die zij heeft opgericht op aan dit onderwerp op te nemen in het EYCH-activiteitenprogramma voor 2018;

36.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1) PB C 17 van 22.1.1996, blz. 199.
(2) PB C 292 van 21.9.1998, blz. 166.
(3) PB C 346 van 21.9.2016, blz. 55.
(4) PB L 159 van 28.5.2014, blz. 1.
(5) PB L 39 van 10.2.2009, blz. 1.
(6) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(7) PB C 91E van 15.4.2004, blz. 500.
(8) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(9) Cijfers van de Claims Conference-WJRO Looted Art and Cultural Property Initiative.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0418.

Laatst bijgewerkt op: 12 november 2019Juridische mededeling