Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2161(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0415/2018

Ingediende teksten :

A8-0415/2018

Debatten :

PV 16/01/2019 - 26
CRE 16/01/2019 - 26

Stemmingen :

PV 17/01/2019 - 10.13

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0043

Aangenomen teksten
PDF 161kWORD 59k
Donderdag 17 januari 2019 - Straatsburg Definitieve uitgave
Jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank
P8_TA(2019)0043A8-0415/2018

Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2019 over het jaarverslag over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank (2018/2161(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien het activiteitenverslag 2017 van de Europese Investeringsbank (EIB) met als titel "Impact op de toekomst",

–  gezien het financieel verslag 2017 en het statistisch verslag 2017 van de EIB,

–  gezien het verslag van de EIB van 2018 met als titel "EIB operations inside the European Union 2017: Results and impact",

–  gezien het verslag van de EIB van 2018 met als titel "The EIB outside the EU – 2017: Financing with global impact",

–  gezien het duurzaamheidsverslag 2017 van de EIB-groep,

–  gezien de artikelen 15, 126, 175, 177, 208, 209, 271, 308 en 309 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het daaraan gehechte Protocol nr. 5 betreffende de statuten van de EIB,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 26 november 2014 getiteld "Een investeringsplan voor Europa" (COM(2014)0903),

–  gezien het EIB-beleid ten aanzien van zwak gereguleerde, niet-transparante en niet-coöperatieve rechtsgebieden (NCJ-beleid) van 15 december 2010 en het addendum van 8 april 2014 bij het NCJ-beleid,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie internationale handel (A8-0415/2018),

A.  overwegende dat het hoofddoel van de EIB erin bestaat langetermijnfinanciering en deskundigheid voor projecten te verstrekken en extra investeringen aan te trekken om de doelstellingen van de EU te helpen verwezenlijken;

B.  overwegende dat de EIB de enige bank is die eigendom is van de lidstaten van de EU en die hun belangen vertegenwoordigt;

C.  overwegende dat de EIB wordt beschouwd als de financiële tak van de EU en de belangrijkste instelling voor de ondersteuning van openbare en particuliere investeringen in de hele EU, en dat ruim 90 % van haar leningen binnen de Unie worden verstrekt;

D.  overwegende dat de door de EIB verstrekte leningen hoofdzakelijk worden gefinancierd via obligatie-uitgifte op de internationale kapitaalmarkten;

E.  overwegende dat het jaarlijkse financieringsprogramma van de EIB ongeveer 60 miljard EUR bedraagt;

F.  overwegende dat in 2017 33 % en in 2016 37 % van de EIB-obligaties zijn uitgegeven in USD;

G.  overwegende dat EIB-obligaties van de hoogste kredietkwaliteit zijn en dat de EIB de AAA-rating heeft van de drie belangrijkste ratingbureaus, onder meer vanwege het eigendom van de lidstaten en het conservatieve risicobeheer, resulterend in een solide leningenportefeuille, met slechts 0,3 % niet-presterende leningen;

H.  overwegende dat financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties de impact van de EU-begroting zouden kunnen versterken;

I.  overwegende dat de EIB de natuurlijke partner is voor de EU voor de uitvoering van financieringsinstrumenten, in nauwe samenwerking met nationale, regionale of multilaterale financiële instellingen;

J.  overwegende dat de EIB ook buiten de EU een belangrijke rol speelt door haar externe leenactiviteiten als grootste multilaterale lener en kredietverstrekker ter wereld;

K.  overwegende dat de EIB de Europese integratie blijft versterken en dat haar rol sinds het begin van de financiële crisis in 2008 nog belangrijker is gebleken;

L.  overwegende dat de prioriteiten van de EIB, zoals uiteengezet in het activiteitenplan (COP) voor 2017-2019, gericht zijn op de Europa 2020-doelstellingen voor slimme, duurzame en inclusieve groei op het gebied van energie, vervoer en mobiliteit, gezondheid, ontwikkeling van de plattelandsinfrastructuur en ondersteuning van het bedrijfsleven in de landbouw, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) en midcaps, milieu en innovatie;

M.  overwegende dat de EIB-groep een hoge kredietwaardigheid moet behouden als fundamentele troef van haar bedrijfsmodel, evenals een kwalitatief hoogwaardige, solide activaportefeuille met degelijke investeringsprojecten in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en alle financieringsinstrumenten in haar portefeuille;

Verwezenlijkingen van de EIB in de afgelopen 60 jaar

1.  feliciteert de EIB met 60 jaar succesvolle verrichtingen, waarbij zij als grootste multilaterale lener en kredietverstrekker ter wereld 1,1 biljoen EUR heeft geïnvesteerd en 11 800 projecten in 160 landen heeft gefinancierd;

2.  neemt kennis van het feit dat de leningen van de EIB-groep binnen de EU die in de periode 2015-2016 zijn goedgekeurd, tegen 2020 544 miljard EUR aan investeringen zullen ondersteunen, het bbp met 2,3 % zullen doen toenemen en 2,25 miljoen banen zullen scheppen; dringt er bij de EIB op aan haar activiteiten verder te versterken bij het bijdragen aan duurzame en langetermijngroei;

3.  benadrukt de mogelijkheden voor de EIB om markten vorm te geven in overeenstemming met de EU-beleidsdoelstellingen; erkent het vermogen van de EIB om anticyclisch te investeren om de onderontwikkeling en recessie aan te pakken die het gevolg zijn van de financiële crisis en problemen bij de toegang tot financiering voor kmo's en innovatieve projecten;

4.  onderstreept de belangrijke rol die de EIB speelt als de bank van de EU, de enige internationale financiële instelling die volledig eigendom is van de EU-lidstaten en volledig wordt geleid door EU-beleid en -normen;

5.  pleit ervoor dat de adviesactiviteiten van de EIB worden versterkt en dat zij, samen met de Commissie, de lidstaten en de nationale officiële financiële stimuleringsinstellingen, de systematische tekortkomingen aanpakt die bepaalde regio's of landen beletten de financiële activiteiten van de EIB ten volle te benutten;

6.  benadrukt dat 700 000 kmo's zullen profiteren van een betere toegang tot financiering, en merkt op dat de EFSI-activiteiten volgens ramingen van de afdeling Economie van de EIB en het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie al ruim 750 000 banen hebben ondersteund, een cijfer dat in 2020 tot 1,4 miljoen zal stijgen, en dat het plan-Juncker het bbp van de EU al met 0,6 % heeft doen toenemen en tegen 2020 met nog eens 1,3 % zal doen toenemen;

7.  is ingenomen met de oprichting van het initiatief voor economische veerkracht door de EIB, dat tot doel heeft de landen van de Westelijke Balkan en het Zuidelijk Nabuurschap van de EU te helpen de uitdagingen van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding aan te pakken; vraagt om meer financiële middelen voor dit initiatief en een grotere betrokkenheid van de EIB in deze regio's ter ondersteuning van humanitaire acties, het scheppen van banen, economische groei en verbetering van de infrastructuur; is in dit verband verheugd over de goedkeuring van de eerste projecten van het Europees plan voor externe investeringen (EEIP) in Afrika en ziet uit naar een grotere rol voor de EIB;

8.  wijst erop dat alleen al in 2017 een recordaantal van 901 projecten is goedgekeurd, waaronder meer dan 78 miljard EUR voor innovatie, milieu, infrastructuur en kmo's;

9.  onderstreept de activiteiten van de EIB ter ondersteuning van de economische en sociale cohesie, die de financiering voor regio's van meer dan 200 miljard EUR in de afgelopen tien jaar met zich meebrachten;

Algemene opmerkingen

10.  is verheugd over de stappen die de EIB heeft genomen om de impact van haar investeringen beter te meten en niet alleen gegevens te verstrekken over de kwantitatieve omvang van de financiering;

11.  herinnert eraan dat de EIB op de crisis heeft gereageerd door haar activiteiten aanzienlijk uit te breiden; is van mening dat de zij een positieve rol heeft gespeeld in het verkleinen van de negatieve investeringskloof; dringt er bij de EIB op aan extra aandacht te besteden aan het risico van verdringing van particuliere investeringen nu de economische omstandigheden normaliseren;

12.  benadrukt dat de activiteiten van de EIB van cruciaal belang waren om het herstel en de investeringsniveaus na de crisis aan te pakken, die nog steeds ongelijk zijn tussen lidstaten en regio's, evenals tussen sectoren; verzoekt de EIB verder te investeren in de lidstaten om bij te dragen tot hun economisch herstel; benadrukt dat speciale aandacht moet worden besteed aan financiering in de sectoren innovatie en infrastructuur, waar de investeringskloof bijzonder ernstig is;

13.  merkt op dat bijna een derde van de EIB-financiering in dollar luidt, waardoor de bank wordt blootgesteld aan mogelijke Amerikaanse sancties; verzoekt de EIB geleidelijk haar financiering in dollars te verminderen;

14.  merkt op dat de EIB jaarlijks wordt gecontroleerd door de Europese Rekenkamer; neemt kennis van het debat over de mogelijkheid om haar leningen onder toezicht te stellen van de ECB; waarschuwt dat dit van grote invloed zou kunnen zijn op de aard, de werking en het bestuur van de EIB;

Innovatie en vaardigheden

15.  stelt vast dat de EIB prioriteit geeft aan innovatie en vaardigheden om de groei te stimuleren en het concurrentievermogen van Europa op lange termijn te waarborgen, met leningen ter waarde van 13,9 miljard EUR in 2017, onder meer voor 7,4 miljoen snelle digitale verbindingen en de installatie van 36,8 miljoen slimme meters;

Milieu en duurzaamheid

16.  is verheugd over het feit dat de EIB in 2017 16,6 miljard EUR aan leningen heeft verstrekt voor projecten ter ondersteuning van haar milieubeleidsdoelstellingen, ter financiering van projecten op het gebied van milieubescherming, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, biodiversiteit, schone lucht, schoon water, water- en afvalbeheer en duurzaam vervoer, en meer dan 25 % van de totale kredietverlening op al haar beleidsterreinen aan klimaatleningen heeft toegezegd, waarmee zij haar aanvankelijke toezegging met 3,2 % overtreft;

17.  benadrukt de voorbeeldfunctie die de EU-instellingen moeten vervullen bij het duurzaam maken van financiering; erkent dat de EIB de grootste emittent van groene obligaties ter wereld is en dat haar klimaatobligaties beleggers een transparante link bieden met projecten op het gebied van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie die profiteren van de opbrengsten van de uitgifte van groene obligaties van de EIB, op basis van het rapportagesysteem van de EIB over de klimaatvoordelen van projecten, waaronder impactindicatoren zoals vermeden broeikasgasemissies, absolute emissieniveaus, bespaard energieverbruik en geïnstalleerde aanvullende elektriciteitsopwekking;

18.  is in dit verband verheugd over de eerste uitgifte door de EIB van duurzaamheidsobligaties, ter waarde van 500 miljoen EUR, die zullen worden besteed aan projecten met een grote impact ter ondersteuning van de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, terwijl het vertrouwen van sociaal verantwoordelijke investeerders wordt gewaarborgd door strikte transparantie en marktnormen;

19.  is ingenomen met het feit dat de EIB haar doelstelling heeft gehaald van 25 % klimaatgerelateerde financiering; stelt met bezorgdheid vast dat de Commissie daarentegen het streefcijfer van 20 % niet heeft gehaald;

20.  is verheugd over de totstandkoming van het initiatief "Slimme financiering voor slimme gebouwen", dat erop gericht is investeringen in energie-efficiënte projecten in woongebouwen aantrekkelijker te maken voor particuliere beleggers, door EU-subsidies intelligent als garantie te gebruiken; is ingenomen met het feit dat de EIB onlangs begonnen is met het investeren in sociale woningbouw;

21.  beveelt de EIB aan een energiestrategie goed te keuren die volledig verenigbaar is met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, rekening houdend met de onderzoeksresultaten en de aanbevelingen uit het verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) over het effect van de opwarming van de aarde met 1,5 °C boven het pre-industriële niveau en gerelateerde mondiale broeikasgasemissieroutes, in de context van versterking van de wereldwijde reactie op de dreiging van klimaatverandering, duurzame ontwikkeling en inspanningen om armoede uit te bannen;

22.  roept de EIB op om leningen te blijven verstrekken die de doelstellingen van het Europees energiebeleid ondersteunen;

23.  verzoekt de EIB om verder uitvoering te geven aan projecten in verband met klimaatverandering en milieubescherming, aangezien de EU een van de ondertekenaars is van de Overeenkomst van Parijs, en herinnert aan de toezegging van de EU om haar uitstoot tegen 2030 met ten minste 40 % te verminderen;

24.  benadrukt het belang van financiering door de EIB bij de ontwikkeling van hernieuwbare-energiecapaciteit en de verbetering van energie-efficiëntie in sectoren zoals industrie en vervoer;

25.  verzoekt de EIB samen te werken met kleine marktdeelnemers en gemeenschapscoöperaties om kleinschalige hernieuwbare-energieprojecten te bundelen zodat ze in aanmerking kunnen komen voor EIB-financiering;

Infrastructuur

26.  wijst erop dat de EIB steun verleent voor een veilige en efficiënte infrastructuur voor energievoorziening, vervoer en stedelijke gebieden, wat tot uitdrukking komt in het feit dat zij in 2017 leningen ten belope van 18 miljard EUR heeft ondertekend ter ondersteuning van de doelstelling van haar infrastructuurbeleid en ruim 22 miljard EUR aan leningen voor stadsontwikkeling heeft verstrekt;

27.  roept de EIB op om leningen te blijven verstrekken die de doelstellingen van het Europees energiebeleid ondersteunen;

Kmo's en midcaps

28.  is verheugd over de sterke steun van de EIB-groep voor kmo's en midcaps, met een totale investering van 29,6 miljard EUR, wat een positief effect heeft gehad op 287 000 bedrijven met 3,9 miljoen werknemers;

29.  herinnert eraan dat volgens de EIB grote bedrijven twee keer zoveel kans hebben om innovator te zijn dan kmo's, terwijl innovatieve jonge bedrijven 50 % meer kans hebben op kredietbeperkingen dan andere bedrijven; dringt er bij de EIB op aan kleinere ondernemingen met kleinere leningen te steunen om een grotere impact te hebben op een groter deel van de Europese economie;

30.  is van mening dat, gezien de belangrijke rol van kmo's, de kmo-strategie van de EIB moet bestaan in een versterking van haar administratieve en adviserende capaciteiten om kmo's informatie en technische ondersteuning te bieden met betrekking tot ontwikkeling en het aanvragen van financiering;

31.  is verheugd over de tien normen in het Handboek milieu- en sociale praktijken van de EIB, die een voorwaarde vormen voor participatie in leningen van de EIB, onder meer op het gebied van preventie en vermindering van verontreiniging, biodiversiteit en ecosystemen, klimaatgerelateerde normen, cultureel erfgoed, onvrijwillige hervestiging, rechten en belangen van kwetsbare groepen, arbeidsnormen, gezondheid op het werk en volksgezondheid, veiligheid en beveiliging, en betrokkenheid van belanghebbenden;

Verantwoordingsplicht, transparantie en communicatie

32.  dringt er bij de EIB en haar belanghebbenden op aan na te denken over hervormingen die nodig zijn om de democratisering van haar bestuur, meer transparantie en duurzaamheid van haar verrichtingen te waarborgen;

33.  verzoekt de EIB haar inspanningen op het gebied van communicatie op te voeren; is van mening dat het van essentieel belang is dat zij de band met EU-burgers versterkt om het doel van haar beleid beter uit te leggen; is in dit verband van mening dat moet worden nagedacht om de financieringscapaciteiten van de EIB te versterken, onder andere als middel om concreet de bijdrage van de EU aan het dagelijks leven van haar burgers te illustreren;

34.  neemt met bezorgdheid nota van de aanhoudende stijging van de algemene beheerskosten, voornamelijk als gevolg van de stijging van personeelskosten; waarschuwt voor het risico van een verdere verhoging van de exploitatiecoëfficiënt voor de kapitaalbasis van de EIB; verzoekt de EIB haar kosten te beheersen, haar managementstructuur beknopt en efficiënt te houden en de ontwikkeling van een topzware managementstructuur te voorkomen;

35.  neemt kennis van de recente verbeteringen door de EIB van de transparantie, zoals de publicatie van de notulen van de Raad van bewind en de publicatie van het scorebord van indicatoren voor projecten die worden gesteund door de EFSI-garantie, en de motivering van het onafhankelijk investeringscomité voor zijn besluit, in overeenstemming met de herziene EFSI-verordening; begrijpt dat een bank geen commercieel gevoelige informatie kan vrijgeven;

36.  herinnert eraan dat het transparantiebeleid van de EIB-groep is gebaseerd op een openbaarmakingspresumptie, waardoor iedereen toegang heeft tot documenten en informatie van de EIB-groep; verzoekt de EIB de transparantie verder te vergroten, bijvoorbeeld door uitvoerige notulen te publiceren en zowel intern, voor het Europees Parlement en de andere instellingen, als extern, voor de burgers, de toegang tot informatie te waarborgen, en dan met name informatie die betrekking heeft op het systeem van aanbesteding en onderaanbesteding, de resultaten van interne onderzoeken en de selectie, monitoring en evaluatie van activiteiten en programma's;

37.  is van oordeel dat onder de uitdagingen waarmee de EIB wordt geconfronteerd, passend toezicht noodzakelijk is; is van mening dat, gelet op de rol van en de institutionele structuur van de bank, een toezichtstructuur vereist is;

38.  neemt nota van de herziening van het beleid en de procedures voor de klachtenregeling van de EIB; herinnert aan zijn standpunt over het klachtenmechanisme van de EIB zoals tot uitdrukking gebracht in zijn resolutie van 3 mei 2018 over het jaarverslag inzake de controle van de financiële activiteiten van de EIB voor 2016(1); dringt er bij de EIB op aan de onafhankelijkheid en efficiëntie van haar klachtenmechanismebureau te verbeteren en verdere stappen te nemen om de bureaucratie terug te dringen, haar macro-economische analysecapaciteit te verbeteren en de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in leidende posities te verbeteren;

39.  is ingenomen dat de resultaatmetingsoverzichten voor investeringsprojecten die onder de EU-garantie vallen nu op verzoek aan het Parlement moeten worden verstrekt;

40.  benadrukt de noodzaak van een hoog niveau van transparantie van door de EIB gebruikte financiële intermediairs (met name commerciële banken, maar ook instellingen voor microfinanciering en coöperaties), om ervoor te zorgen dat intermediaire leningen aan dezelfde transparantievereisten voldoen als andere soorten leningen;

41.  is verheugd over het initiatief voor economische veerkracht (ERI) van de EIB, dat deel uitmaakt van de gezamenlijke reactie van de EU op de migratie- en vluchtelingencrisis, met de nadruk op het aanpakken van de onderliggende oorzaken van migratie; dringt aan op nauwe coördinatie en complementariteit met het plan voor externe investeringen van de EU; stelt vast dat de 26 ERI-projecten en de 2,8 miljard EUR aan investeringen tot dusver naar verwachting ten goede zullen komen aan meer dan 1 500 kleinere ondernemingen en midcaps en zullen helpen om meer dan 100 000 banen te behouden;

42.  verzoekt de EIB alle nodige maatregelen te nemen op basis van de lessen die uit de EFSI-ervaring zijn getrokken, en de resultaten van het aanstaande InvestEU-programma te maximaliseren, met bijzondere aandacht voor regionale en sociale ongelijkheden en de lidstaten die het zwaarst door de economische crisis zijn getroffen;

43.  is verheugd dat de ERI-financiering voor de landen van het Zuidelijk Nabuurschap en de westelijke Balkan over een periode van vijf jaar vanaf oktober 2016 met 6 miljard EUR is verhoogd, bovenop de reeds geplande 7,5 miljard EUR, en dat de nadruk op duurzame en essentiële infrastructuur ligt;

44.  benadrukt hoe belangrijk het is om de economische veerkracht in gast- en doorreislanden te ontwikkelen door steun te verlenen voor het scheppen van de nodige banen en de aanleg van de nodige infrastructuur voor de lokale bevolking en ontheemden; is verheugd dat vluchtelingengemeenschappen ook kunnen profiteren van mogelijkheden om zelfredzamer te worden en een waardig leven te leiden; onderstreept dat de investeringen in economische veerkracht de regio's moeten helpen beter opgewassen te zijn tegen toekomstige externe schokken, en moeten bijdragen tot meer stabiliteit in kwetsbare landen;

45.  neemt nota van het driejarig bestaan van het EFSI, erkent de resultaten die het heeft geboekt en is verheugd over de 335 miljard EUR aan investeringen die sinds de goedkeuring van de EFSI-verordening (Verordening (EU) 2015/1017)(2) door de medewetgevers in de hele Unie zijn gemobiliseerd, in het kader waarvan in de 28 lidstaten 898 verrichtingen zijn goedgekeurd, waarvan twee derde met particuliere middelen zijn gegenereerd, waarmee het oorspronkelijke in 2015 vastgestelde doel van 315 miljard EUR wordt overtroffen; vestigt de aandacht op het besluit van de Europese Raad en het Europees Parlement om tegen eind 2020 de duur en de capaciteit van het EFSI uit te breiden tot 500 miljard EUR;

46.  onderstreept de noodzaak om het werk aan de opbouw van een kapitaalmarktenunie te bespoedigen, zodat de EIB zich werkelijk kan richten op het opvullen van de hiaten in geval van marktfalen en om financiering te verstrekken voor zeer risicovolle projecten;

47.  herinnert aan zijn erkenning van de noodzaak om continuïteit te bieden bij de ondersteuning van vraaggestuurde mechanismen zoals het EFSI die langetermijninvesteringen in de reële economie ondersteunen, particuliere investeringen mobiliseren en een wezenlijke macro-economische impact en banen genereren in sectoren die van belang zijn voor de toekomst van de Unie voorbij het huidige MFK;

48.  steunt de tijdige totstandbrenging van een vervolginitiatief voor de periode na 2020 om de benodigde continuïteit te bieden, waarin de geleerde lessen van het EFSI zijn verwerkt, en essentiële succesfactoren zijn behouden;

49.  is van mening dat de EIB-groep de sleutel is geweest tot de successen van het EFSI als enige gesprekspartner voor begunstigden en intermediairs en de exclusieve uitvoeringspartner; is van mening dat de EIB, om dubbel werk te voorkomen, in elk toekomstig InvestEU-programma de natuurlijke partner van de EU is om banktaken uit te voeren (kasbeheer, activabeheer, risicobeoordeling) met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de financieringsinstrumenten;

50.  pleit ervoor dat de EIB-groep intensiever samenwerkt met nationale stimuleringsbanken en -instellingen (NPBI's) en vraagt de EIB haar samenwerking met NPBI's verder te versterken om contacten te leggen en adviesactiviteiten en technische bijstand verder te ontwikkelen teneinde een geografisch evenwicht op de lange termijn te bevorderen; wijst op het brede scala aan ervaringen met betrekking tot EFSI-projecten; steunt en stimuleert de verdere uitwisseling van beste praktijken tussen de EIB en de lidstaten om grotere economische efficiëntie te waarborgen;

Kredietverlening buiten de EU

51.  is verheugd over de belangrijke rol van de EIB bij de financiering buiten de EU via haar externe leenactiviteiten; benadrukt het efficiënte beheer door de EIB van het externe leningsmandaat, zoals bevestigd door een onafhankelijke evaluatie in juni 2018, waarin de relevantie en doeltreffendheid ervan wordt erkend bij het verstrekken van EU-financiering aan derde landen tegen minimale kosten voor de begroting van de Unie; vraagt de Europese Rekenkamer een speciaal verslag op te stellen over de prestaties van de externe leenactiviteiten van de EIB en de aansluiting ervan op het EU-beleid;

52.  is van mening dat de EIB een leidende rol moet blijven spelen bij het opzetten van toekomstige EU-financieringsmechanismen voor derde landen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de belangen van lokale ondernemers die lokale, vaak kleine en micro-ondernemingen willen oprichten, met als doel in de allereerste plaats bij te dragen aan de lokale economie, voorrang krijgen bij EIB-leningsbesluiten;

53.  is van mening dat de EIB haar huidige activiteiten op het gebied van buitenlands beleid moet voortzetten, onder meer aan de hand van instrumenten zoals het mandaat voor leningen aan derde landen; is verheugd over het beheer door de EIB van de ACS-investeringsfaciliteit, die hoofdzakelijk projecten ter bevordering van de ontwikkeling van de particuliere sector omvat; onderstreept in dit verband dat het van cruciaal belang is dat de centrale rol van de EIB, als de bilaterale financiële arm van de EU, duidelijk wordt weerspiegeld in de structuur van na 2020 voor financiering buiten de Unie;

54.  is van oordeel dat de activiteiten van de EIB volledige in samenhang met de andere beleidsmaatregelen en activiteiten van de EU moeten worden uitgevoerd, in overeenstemming met artikel 7 VWEU en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

55.  benadrukt dat het belangrijk is dat de EIB jaarlijks verslag uitbrengt over haar activiteiten buiten de Unie wat betreft de naleving van het beleidscoherentiebeginsel dat ten grondslag ligt aan het extern optreden van de Unie, de VN-Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en het klimaatakkoord van Parijs;

56.  herinnert de EIB eraan dat haar optreden in overeenstemming moet zijn met haar ontwikkelingsmandaat in het kader van het mandaat voor externe leningen om ervoor te zorgen dat investeringen in ontwikkelingslanden de nodige inkomsten genereren voor de plaatselijke belastingdiensten;

57.  neemt kennis van het feit dat de helft van alle in het kader van het mandaat voor externe leningen door de EIB verstrekte leningen naar plaatselijke financiële tussenpersonen gaat, met als doel microkredieten te bevorderen, en verzoekt de EIB meer omvattende en systematische informatie te verstrekken over de doorlening door haar financiële tussenpersonen;

58.  herinnert eraan dat de activiteiten van de EIB moeten aansluiten bij het interne en externe beleid van de Unie; benadrukt dat de kredietverleningsvoorwaarden van de EIB de verwezenlijking van de desbetreffende beleidsdoelstellingen en met name de ontwikkeling van de perifere regio's van de Unie moeten vergemakkelijken door groei en werkgelegenheid te bevorderen; vraagt de EIB de regelingen voor de verlening van technische bijstand en financiële deskundigheid aan lokale en regionale overheden in de fase voorafgaand aan de goedkeuring van projecten sterk uit te breiden, met het oog op betere toegankelijkheid en betrokkenheid van alle lidstaten, met name de lidstaten die lager scoren wat het aantal goedgekeurde projecten betreft;

59.  vraagt de EIB fors te investeren in de ecologische transitie in de landen van het Oostelijk Nabuurschap;

60.  verzoekt de EIB zich meer in te spannen om te zorgen voor een wereldwijde financiering van de diversifiëring van haar investeringen in energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en de circulaire economie, waarvoor een bredere aanpak vereist is dan op nationaal niveau mogelijk is, die zich uitstrekt over regio's, overheidsdiensten en kleine ondernemingen, en om middelen weg te halen bij projecten die ernstige risico's voor het milieu en de natuurlijk hulpbronnen inhouden;

61.  benadrukt het belang van de financieringsactiviteiten van de EIB in het Oostelijk Nabuurschap; verzoekt de EIB haar leningen aan het Oostelijke Nabuurschap te verhogen om investeringen te ondersteunen in landen die associatieovereenkomsten met de EU ten uitvoer leggen;

Belastingnaleving

62.  is verheugd over het door de EIB in januari 2018 goedgekeurde kader inzake de bestrijding van het witwassen van geld en van financiering van terrorisme (AML/CFT), waarin de belangrijkste beginselen zijn vastgelegd voor het reguleren van AML/CFT en gerelateerde integriteitsaspecten bij activiteiten van de EIB-groep;

63.  is verheugd over de vooruitgang die de EIB heeft geboekt bij het aannemen van de hoogste normen om belastingfraude, belastingontduiking, het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, evenals belastingontwijking en agressieve fiscale planning te voorkomen door EU-beleid en -normen volledig toe te passen, bijvoorbeeld de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden; vraagt de EIB in dit verband een eind te maken aan de samenwerking met intermediairs, landen en rechtsgebieden die op deze lijst staan; onderstreept de absolute noodzaak voor de EIB om voortdurend waakzaam te blijven en haar acties aan te passen aan de permanent veranderende realiteit met betrekking tot die praktijken;

64.  spoort de EIB aan door te gaan met uitgebreid zorgvuldig onderzoek bij elke verrichting met geïdentificeerde hogere risicofactoren, zoals een verband met een rechtsgebied dat zich niet aan de regels houdt ("non-compliant jurisdiction" - NCJ), indicatoren voor belastingrisico's en verrichtingen met complexe structuren die onder meerdere rechtsgebieden vallen, ongeacht het bestaan van verbanden met NCJ's;

65.  benadrukt dat het belangrijk is te zorgen voor hoogwaardige informatie over eindbegunstigden, en effectief transacties te voorkomen met financiële intermediairs zoals commerciële banken en beleggingsondernemingen die een ongunstige reputatie hebben op het gebied van transparantie, fraude, corruptie, georganiseerde misdaad en het witwassen van geld;

66.  is verheugd over het feit dat de EIB rekening houdt met de fiscale gevolgen in de landen waar geïnvesteerd wordt en de wijze waarop deze investeringen bijdragen tot economische ontwikkeling, het scheppen van banen en het verminderen van ongelijkheid;

67.  verzoekt de EIB haar inspanningen op het gebied van communicatie op te voeren; is van mening dat het van cruciaal belang is dat de zij de band met EU-burgers versterkt om het doel van haar beleid beter uit te leggen en zo concreet de bijdrage van de EU aan het dagelijks leven van haar burgers te illustreren;

68.  verwacht dat de EIB haar interne beleid zal aanpassen om het onlangs vastgestelde rechtskader te weerspiegelen, teneinde naast belastingontduiking ook belastingontwijking te bestrijden, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 21 maart 2018 over nieuwe voorschriften tegen belastingontwijking in de EU-wetgeving op het gebied van met name financierings- en investeringsverrichtingen (C(2018)1756);

69.  moedigt de samenwerking van de EIB met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de nationale autoriteiten aan om fraude en het witwassen van geld te voorkomen;

Brexit

70.  dringt er bij de brexitonderhandelaars op aan een overeenkomst te bereiken over het geleidelijk uitfaseren van het Verenigd Koninkrijk uit de EIB-portefeuille die met participatie van het VK is opgebouwd, de terugbetaling van het kapitaal dat het VK heeft gestort en de voortzetting van de aan de EIB en haar activa in het VK verleende bescherming; benadrukt dat de AAA-rating van de EIB door het uittreden van het VK uit de EU niet beïnvloed mag worden;

71.  dringt aan op een billijke oplossing voor het Britse personeel van de EIB;

72.  is verheugd over de ontwikkeling van regionale investeringsplatformen om de marktlacunes en landspecifieke behoeften aan te pakken;

73.  onderstreept andermaal de noodzaak de ongelijke geografische verdeling van de financiering door de EIB te verminderen, aangezien 70 % hiervan in 2017 aan zes lidstaten werd verleend, hoewel een van de doelstellingen van de EIB de economische en sociale cohesie in de Unie is; dringt in plaats daarvan aan op een dynamische, billijke en transparante geografische verdeling van projecten en investeringen tussen de lidstaten met speciale nadruk op de minder ontwikkelde regio's;

o
o   o

74.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0198.
(2) PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 13 december 2019Juridische mededeling