Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2018/2152(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0003/2019

Ingediende teksten :

A8-0003/2019

Debatten :

PV 30/01/2019 - 26
CRE 30/01/2019 - 26

Stemmingen :

PV 31/01/2019 - 9.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0054

Aangenomen teksten
PDF 175kWORD 66k
Donderdag 31 januari 2019 - Brussel Definitieve uitgave
Jaarverslag 2017 over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie – fraudebestrijding
P8_TA(2019)0054A8-0003/2019

Resolutie van het Europees Parlement van 31 januari 2019 over het jaarverslag 2017 over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie – fraudebestrijding (2018/2152(INI))

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 310, lid 6, en artikel 325, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien zijn resoluties over eerdere jaarverslagen van de Commissie en van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 3 september 2018 met als titel "29e jaarverslag over de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie – Fraudebestrijding – 2017" (COM(2018)0553) en de begeleidende werkdocumenten van de diensten van de Commissie (SWD(2018)0381, SWD(2018)0382, SWD(2018)0383, SWD(2018)0384, SWD(2018)0385) en SWD(2018)0386),

–  gezien het verslag 2017 van OLAF(1) en het activiteitenverslag 2017 van het Comité van toezicht van OLAF,

–   gezien advies nr. 8/2018 van de Europese Rekenkamer van 22 november 2018 over het voorstel van de Commissie van 23 mei 2018 tot wijziging van OLAF-verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de onderzoeken van OLAF,

–  gezien het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2017, vergezeld van de antwoorden van de instellingen,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)(2) en de tussentijdse evaluatie daarvan, die de Commissie op 2 oktober 2017 heeft gepubliceerd (COM(2017)0589),

–  gezien Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (de "PIF-richtlijn")(3),

–  gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM")(4),

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002(5),

–  gezien het in opdracht van de Commissie opgestelde verslag 2015 met als titel "Study to quantify and analyse the VAT Gap in the EU Member States" en de mededeling van de Commissie van 7 april 2016 met als titel "Naar een gemeenschappelijke btw-ruimte in de EU – Tijd om knopen door te hakken" (COM(2016)0148),

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-105/14(6), strafzaak tegen Ivo Taricco en anderen,

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-42/17(7), strafzaak tegen M.A.S. en M.B.,

–  gezien zijn resolutie van 14 februari 2017 over de rol van klokkenluiders bij de bescherming van de financiële belangen van de EU(8),

–  gezien het voortgangsverslag van 12 mei 2017 over de tenuitvoerlegging van de mededeling van de Commissie met als titel "Intensivering van de bestrijding van sigarettensmokkel en andere vormen van illegale handel in tabaksproducten – Een integrale EU-strategie (COM(2013)0324 van 6 juni 2013)" (COM(2017)0235),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 6 juni 2011 getiteld "Corruptiebestrijding in de EU" (COM(2011)0308),

–  gezien het door OLAF gecoördineerde verslag met als titel "Fraude bij de gunning van overheidsopdrachten – Een verzameling rode vlaggen en beste praktijken", gepubliceerd op 20 december 2017, en het OLAF-handboek van 2017 voor het melden van onregelmatigheden bij gedeeld beheer,

–   gezien Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG(9),

–   gezien zijn resolutie van 25 oktober 2018 over bescherming van de financiële belangen van de EU – Terugvordering van geld en activa van derde landen in fraudegevallen(10),

–   gezien het EU-corruptiebestrijdingsverslag van de Commissie van 3 februari 2014 (COM(2014)0038),

–  gezien Speciaal verslag nr. 19/2017 van de Europese Rekenkamer, getiteld "Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU",

–   gezien advies nr. 9/2018 van de Europese Rekenkamer over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het fraudebestrijdingsprogramma van de EU,

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's met als titel "Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt, en verdedigt. Het meerjarig financieel kader 2021-2027" (COM(2018)0321),

–   gezien zijn resolutie van 4 oktober 2018 over bestrijding van douanefraude en bescherming van de eigen middelen van de EU(11),

–   gezien Speciaal verslag nr. 26/2018 van de Europese Rekenkamer van 10 oktober 2018, getiteld "Een reeks vertragingen bij de IT-douanesystemen: wat ging er mis?",

–  gezien artikel 52 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A8-0003/2019),

A.  overwegende dat de lidstaten en de Commissie rechtens een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor de uitvoering van 74 % van de Uniebegroting voor 2017; overwegende dat de facto de lidstaten deze middelen besteden terwijl de Commissie verantwoordelijk is voor het toezicht daarop door middel van haar controlemechanismen;

B.  overwegende dat een deugdelijk uitgavenbeleid en de bescherming van de financiële belangen van de EU centraal moeten staan in het EU-beleid, teneinde het vertrouwen van de burgers te vergroten door ervoor te zorgen dat hun geld goed en doeltreffend wordt besteed;

C.  overwegende dat artikel 310, lid 6, VWEU, bepaalt: "De Unie en de lidstaten bestrijden overeenkomstig artikel 325 fraude en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad";

D.  overwegende dat het, om goede prestaties met vereenvoudigingsprocessen te behalen, nodig is de kosten, opbrengsten, uitkomsten/resultaten en effecten regelmatig onder de loep te nemen in het kader van doelmatigheidscontroles;

E.  overwegende dat de verscheidenheid van rechts- en bestuurssystemen in de lidstaten adequaat moet worden aangepakt om een einde te maken aan onregelmatigheden en fraude te bestrijden; overwegende dat de Commissie daarom meer inspanningen moet leveren om ervoor te zorgen dat de fraudebestrijding doeltreffend wordt uitgevoerd en de behaalde resultaten tastbaarder en bevredigender zijn;

F.  overwegende dat artikel 325, lid 2, VWEU, bepaalt: "De lidstaten nemen ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad";

G.  overwegende dat de EU beschikt over een algemeen recht om binnen de in het VWEU bepaalde grenzen op te treden op het gebied van corruptiebestrijdingsbeleid; overwegende dat in artikel 67 VWEU is bepaald dat de Unie een hoog niveau van veiligheid moet waarborgen, onder meer door middel van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit en de onderlinge aanpassing van de strafwetgevingen; overwegende dat corruptie in artikel 83 VWEU wordt vermeld als een vorm van bijzonder zware criminaliteit met een grensoverschrijdende dimensie;

H.  overwegende dat artikel 325, lid 3, VWEU, bepaalt dat: "de lidstaten hun optreden om de financiële belangen van de Unie tegen fraude te beschermen [coördineren]" en "[...] daartoe samen met de Commissie een nauwe en geregelde samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten [organiseren]";

I.  overwegende dat corruptie in alle lidstaten een wijdverspreid fenomeen is en een ernstige bedreiging vormt voor de financiële belangen van de Unie, en dat dit weer een bedreiging vormt voor het vertrouwen in de overheid;

J.  overwegende dat btw een belangrijke inkomstenbron is voor de nationale begrotingen en dat de eigen middelen afkomstig uit de btw in 2017 12,1 % van de totale financiering voor de EU-begroting uitmaakten;

K.  overwegende dat de Commissie in resolutie nr. 6902/05 van de Raad van 14 april 2005 betreffende een algemeen EU-beleid ter bestrijding van corruptie werd gevraagd alle realistische opties te overwegen, zoals deelname aan Greco of een mechanisme voor de evaluatie van en het toezicht op de toepassing van de EU-instrumenten die verband houden met de ontwikkeling van een mechanisme van wederzijdse evaluatie en controle;

L.  overwegende dat stelselmatige en geïnstitutionaliseerde gevallen van corruptie in bepaalde lidstaten de financiële belangen van de Unie ernstig schaden en eveneens een bedreiging vormen voor de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten;

M.  overwegende dat uit het speciale Eurobarometer-verslag 470 over corruptie, dat in december 2017 is gepubliceerd, blijkt dat de perceptie van en houding tegenover corruptie over het algemeen stabiel is gebleven in vergelijking met 2013, wat aangeeft dat het vertrouwen van de EU-burgers in hun instellingen niet is toegenomen en dat er op dit vlak geen concrete resultaten zijn geboekt;

Opsporing en melding van onregelmatigheden

1.  merkt met tevredenheid op dat het totale aantal frauduleuze en niet-frauduleuze onregelmatigheden dat in 2017 is gemeld (15 213 gevallen) met 20,8 % is afgenomen ten opzichte van 2016 (19 080 gevallen) en dat de waarde ervan is afgenomen met 13 % (van 2,97 miljard EUR in 2016 tot 2,58 miljard EUR in 2017);

2.  herinnert eraan dat niet alle onregelmatigheden frauduleus zijn en dat de gemaakte fouten duidelijk moeten worden onderscheiden;

3.  stelt vast dat het aantal als fraude gemelde onregelmatigheden sterk is gedaald (-19,3 %) ten opzichte van het voorgaande jaar, waarmee de in 2014 begonnen neerwaartse trend zich heeft voortgezet; hoopt dat de daling het gevolg is van een echte vermindering van de fraude en niet van tekortkomingen bij de opsporing;

4.  is van mening dat de lidstaten wat betreft het uitwisselen van informatie nauwer moeten samenwerken, om zo het verzamelen van gegevens te verbeteren en de doeltreffendheid van de controles te versterken;

5.  betreurt het dat meer dan de helft van de lidstaten geen nationale fraudebestrijdingsstrategie (NAFS) heeft vastgesteld; verzoekt de Commissie de resterende lidstaten aan te moedigen om werk te maken van de vaststelling van een NAFS;

6.  verzoekt de Commissie nogmaals een uniform systeem in het leven te roepen voor het verzamelen van vergelijkbare gegevens over onregelmatigheden en fraudegevallen in de lidstaten, teneinde het meldingsproces te standaardiseren en de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de verstrekte gegevens te waarborgen;

7.  herinnert eraan dat veel lidstaten niet beschikken over specifieke wetgeving tegen georganiseerde criminaliteit, die steeds vaker grensoverschrijdend van aard is en aanwezig is in sectoren die de financiële belangen van de Unie treffen, zoals smokkel en valsmunterij;

8.  maakt zich zorgen over de controles met betrekking tot door tussenpersonen beheerde financieringsinstrumenten en over de aangetoonde zwakke punten in de controles in de statutaire zetels van de begunstigden; benadrukt dat de verstrekking van directe en indirecte leningen afhankelijk moet worden gemaakt van publicatie van de belasting- en boekhoudkundige gegevens per land en openbaarmaking van informatie over de feitelijke eigendom door de begunstigden en de financiële tussenpersonen die bij de financieringsverrichtingen betrokken zijn;

Ontvangsten – eigen middelen

9.  is bezorgd over het feit dat de btw-kloof volgens de statistieken van de Commissie in 2016 147 miljard EUR bedroeg, d.w.z. meer dan 12 % van de totale verwachte btw-inkomsten, en dat de Commissie schat dat intracommunautaire btw-fraudegevallen de Unie jaarlijks ongeveer 50 miljard EUR kosten;

10.  is ingenomen met het btw-actieplan van de Commissie van 7 april 2016 voor de hervorming van het btw-kader en de 13 wetgevingsvoorstellen die de Commissie sinds december 2016 heeft goedgekeurd met betrekking tot de overgang naar een definitief btw-stelsel, het wegnemen van btw-belemmeringen voor e-commerce, de herziening van het btw-stelsel voor het mkb, de modernisering van het btw-tarievenbeleid en de btw-belastingkloof; merkt op dat het voorstel voor het "definitieve stelsel" een einde zou kunnen maken aan intracommunautaire ploffraude, maar dat het niet vóór 2022 in werking zou treden; dringt er bij de lidstaten op aan de hervorming van het btw-stelsel spoedig door te voeren en sneller maatregelen te nemen om intussen de schade te beperken, onder meer in het kader van Eurofisc, OLAF, Europol en het toekomstige EOM;

11.  is ingenomen met het arrest van het Hof van Justitie in de zaak M.A.S. (C-42/17), waarin is bepaald dat de lidstaten, overeenkomstig hun verplichtingen krachtens artikel 325, leden 1 en 2, VWEU, doeltreffende en afschrikkende strafrechtelijke sancties moeten opleggen in gevallen van ernstige fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad met betrekking tot btw;

12.  betreurt dat er bij een onderzoek van OLAF uit 2017 naar douanefraude in het Verenigd Koninkrijk aanzienlijke btw-ontduiking aan het licht is gebracht in verband met invoer in het VK waarbij misbruik is gemaakt van de opschorting van betaling van btw, de zogeheten douaneregeling 42 (CP42); is tevreden dat de Commissie in mei 2018 een pre-inbreukprocedure tegen het VK heeft ingeleid; herinnert eraan dat door dit soort fraude in de periode 2013-2016 naar schatting in totaal ongeveer 3,2 miljard EUR verloren is gegaan en dat dit eveneens een verlies voor de EU-begroting betekent; vreest dat de onlangs aangenomen wijzigingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde(12) betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde wellicht niet toereikend zijn om fraude met CP42 te verijdelen; vraagt de Commissie nieuwe strategieën te overwegen om aan CP42 onderworpen goederen binnen de EU te traceren;

13.  is ingenomen met de op 2 oktober 2018 goedgekeurde wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad , en hoopt dat meer samenwerking ervoor zal zorgen dat de belangrijkste aspecten van grensoverschrijdende fraude in de interne markt, zoals intracommunautaire ploffraude, doeltreffend kunnen worden aangepakt;

14.  is ingenomen met de vaststelling van de richtlijn betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Unie, waarin wordt verduidelijkt welke problemen gemoeid zijn met de grensoverschrijdende samenwerking en wederzijdse rechtshulp tussen de lidstaten, Eurojust, het EOM en de Commissie bij de bestrijding van btw-fraude;

15.  benadrukt in dit verband de ernst van de huidige situatie met betrekking tot fraude waarbij geen btw wordt afgedragen, in het bijzonder zogenoemde carrouselfraude; vraagt alle lidstaten deel te nemen aan alle terreinen waarop Eurofisc actief is om de uitwisseling van bruikbare informatie voor fraudebestrijding te bevorderen;

16.  brengt in herinnering dat het Hof van Justitie meermaals heeft bevestigd dat de btw een financieel belang van de Unie vormt, zoals meest recentelijk in de zaak-Taricco (C‑105/14); merkt echter op dat OLAF wegens een gebrek aan instrumenten slechts zeer zelden onderzoeken uitvoert naar onregelmatigheden met betrekking tot btw; vraagt de lidstaten hun goedkeuring te hechten aan het voorstel van de Commissie om OLAF van nieuwe instrumenten te voorzien om btw-kwesties aan te pakken, zoals toegang tot Eurofisc, VIES of gegevens over bankrekeningen;

17.  wijst op de stabiele trend in het gemelde aantal frauduleuze en niet-frauduleuze gevallen in verband met traditionele eigen middelen (TEM) (4 647 in 2016, 4 636 in 2017), alsook in de betreffende bedragen (537 miljoen EUR in 2016, 502 miljoen EUR in 2017); wijst echter op de ongelijke verdeling van de onregelmatigheden onder de lidstaten, waarbij Griekenland (7,17 %), Spanje (4,31 %) en Hongarije (3,35 %) duidelijk boven het EU-gemiddelde van 1,96 % niet-geïnde TEM liggen;

18.  merkt met grote bezorgdheid op dat de laatste jaren meer tabak naar de Europese Unie is gesmokkeld en dat dit naar raming jaarlijks een verlies van 10 miljard EUR aan overheidsinkomsten voor de begroting van de Unie en de lidstaten betekent en tegelijkertijd een belangrijke bron is van georganiseerde misdaad, waaronder terrorisme; acht het noodzakelijk dat de lidstaten zich meer inzetten om deze illegale activiteiten te bestrijden, onder meer door de procedures voor samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten te verbeteren;

19.  is van mening dat een combinatie van verschillende opsporingsmethoden (vrijgavecontroles, controles na vrijgave, inspecties door fraudebestrijdingsdiensten en andere) het meest doeltreffend is om fraude op te sporen en dat de doeltreffendheid van elke methode afhangt van de lidstaat in kwestie, van de mate waarin zijn administratie op efficiënte wijze is gecoördineerd en van de mate waarin de bevoegde diensten van de lidstaten met elkaar kunnen communiceren;

20.  vindt het zorgwekkend dat sommige lidstaten geregeld geen enkel geval van fraude melden; verzoekt de Commissie de situatie te onderzoeken, omdat het het weinig waarschijnlijk acht dat deze lidstaten fraudevrije paradijzen zijn; verzoekt de Commissie in deze landen steekproeven ter plaatse te verrichten;

21.  stelt met verbijstering vast dat het gemiddelde terugvorderingspercentage voor gevallen die in de periode 1989-2017 als frauduleus zijn gemeld, slechts 37 % bedroeg; vraagt de Commissie oplossingen te zoeken om deze ontstellende situatie te verhelpen;

22.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om jaarlijks verslag uit te brengen over het bedrag aan eigen middelen van de Unie dat naar aanleiding van de aanbevelingen van OLAF is teruggevorderd, en de nog terug te vorderen bedragen mee te delen;

Fraudebestrijdingsprogramma van de EU

23.  is verheugd over de vaststelling van het fraudebestrijdingsprogramma van de EU, dat door OLAF zal worden uitgevoerd onder direct beheer (COM(2018)0386), en dringt erop aan dat de subsidies vanaf juni 2019 elektronisch worden beheerd met het eGrants-beheerssysteem van de Commissie;

Het EOM en de toekomstige relatie daarvan met OLAF

24.  is ingenomen met het besluit van 22 lidstaten om in het kader van nauwere samenwerking over te gaan tot de instelling van het EOM; verzoekt de Commissie de lidstaten die tot nog toe niet aan het EOM hebben willen deelnemen, daartoe aan te moedigen;

25.  brengt in herinnering dat in de samenwerkingsovereenkomsten tussen OLAF en het EOM een duidelijke bevoegdheidsverdeling moet worden gewaarborgd, teneinde dubbele structuren, conflicterende bevoegdheden en mazen in de wetgeving als gevolg van een gebrek aan bevoegdheden te vermijden;

26.  is verheugd over het feit dat de ontwerpbegroting van de EU voor 2019 voor het eerst kredieten voor het EOM (4,9 miljoen EUR) bevat, en benadrukt het belang van een passend personeelsbestand en budget voor het EOM; stelt vast dat er slechts 37 posten zijn gepland, wat betekent dat na aftrek van de posten van 23 Europese openbaar aanklagers slechts in 14 posten is voorzien voor administratieve taken; acht dit niet realistisch, met name omdat onlangs twee extra lidstaten hebben besloten aan het EOM deel te nemen; vraagt daarom dat de extra posten die voor 2020 zijn gepland, versneld ter beschikking worden gesteld om het EOM te helpen eind 2020 volledig operationeel te zijn, zoals in de verordening is gepland;

27.  is ingenomen met het gerichte voorstel van de Commissie voor een herziening van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013, voornamelijk naar aanleiding van de oprichting van het EOM; benadrukt dat de toekomstige samenwerking tussen OLAF en het EOM gebaseerd moet zijn op nauwe samenwerking, doeltreffende uitwisseling van informatie en complementariteit, terwijl tegelijkertijd doublures of conflicterende bevoegdheden moeten worden vermeden;

Corruptiebestrijding

28.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten; benadrukt dat de Commissie regelmatig een op een reeks indicatoren en onafhankelijke verslagen gebaseerde beoordeling van de bedreigingen voor de rechtstaat in elke lidstaat, inclusief het gevaar van stelselmatige corruptie, moet publiceren, zodat er een objectieve en systematische beoordeling plaatsvindt;

29.  benadrukt dat OLAF in de lidstaten die hebben besloten zich niet bij het EOM aan te sluiten, na de oprichting van het EOM nog steeds het enige orgaan zal zijn dat belast is met de bescherming van de financiële belangen van de EU; benadrukt dat het voorstel van de Commissie tot wijziging van de OLAF-verordening volgens advies nr. 8/2018 van de Europese Rekenkamer geen oplossing biedt voor de geringe doeltreffendheid van de administratieve onderzoeken van OLAF; onderstreept hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat OLAF een sterke en goed functionerende partner van het EOM blijft;

30.   betreurt dat de Commissie het niet langer nodig vindt het corruptiebestrijdingsverslag te publiceren; betreurt dat de Commissie heeft besloten het toezicht op corruptiebestrijding op te nemen in het Europees semester voor economisch bestuur; is van mening dat dit ertoe heeft geleid dat het toezicht door de Commissie verder is afgenomen, aangezien er slechts voor een paar landen gegevens beschikbaar zijn; betreurt voorts dat deze nieuwe benadering vooral gericht is op de economische gevolgen van corruptie en dat de andere gevolgen van corruptie, zoals het effect op het vertrouwen van de burger in de overheidsinstanties en zelfs in het democratische bestel van de lidstaten, hierbij bijna volledig over het hoofd worden gezien; dringt er daarom bij de Commissie op aan haar corruptiebestrijdingsverslagen te publiceren; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om een breder en coherenter corruptiebestrijdingsbeleid op EU-niveau te voeren, met inbegrip van een grondige evaluatie van het corruptiebestrijdingsbeleid in elke lidstaat;

31.  herhaalt dat het draaideureffect schadelijk kan zijn voor betrekkingen tussen de instellingen en belangenvertegenwoordigers; vraagt de EU-instellingen een systematische en evenredige aanpak van dit probleem te ontwikkelen;

32.   betreurt dat de Commissie de deelname van de EU aan de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) van de Raad van Europa niet heeft aangemoedigd; vraagt de Commissie de onderhandelingen met de Greco zo snel mogelijk te hervatten om haar naleving van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (UNCAC) tijdig te beoordelen en een intern evaluatiemechanisme voor de EU-instellingen op te zetten;

33.  herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om, op basis van de in het programma van Stockholm vermelde vereisten, een systeem van strikte indicatoren en gemakkelijk toepasbare, uniforme criteria te ontwikkelen aan de hand waarvan de mate van corruptie in de lidstaten kan worden gemeten en hun corruptiebestrijdingsbeleid kan worden beoordeeld; verzoekt de Commissie een corruptie-index op te stellen om de lidstaten op een ranglijst te plaatsen; is van mening dat een corruptie-index een stevige basis kan vormen voor het landspecifieke controlemechanisme van de Commissie bij de controle op de besteding van EU-middelen;

34.  herinnert eraan dat de Commissie geen toegang heeft tot de informatie die tussen de lidstaten wordt uitgewisseld ter voorkoming en bestrijding van intracommunautaire ploffraude, ook wel carrouselfraude genoemd; is van mening dat de Commissie toegang moet krijgen tot Eurofisc om de gegevensuitwisseling tussen de lidstaten beter te kunnen controleren, beoordelen en verbeteren; vraagt alle lidstaten deel te nemen aan alle terreinen waarop Eurofisc actief is om de uitwisseling van informatie met gerechtelijke en rechtshandhavingsautoriteiten zoals Europol en OLAF te vergemakkelijken en sneller te laten verlopen, zoals de Europese Rekenkamer heeft aanbevolen; vraagt de lidstaten en de Raad om de Commissie toegang te verlenen tot deze gegevens teneinde de samenwerking te bevorderen, de betrouwbaarheid van de gegevens te vergroten en grensoverschrijdende misdaad te bestrijden;

Openbare aanbestedingen

Digitalisering

35.  merkt op dat een aanzienlijk deel van de overheidsinvesteringen gebeurt via openbare aanbestedingen (2 biljoen EUR per jaar); wijst op de voordelen van elektronische aanbestedingen voor fraudebestrijding, zoals besparingen voor alle partijen, meer transparantie en vereenvoudigde en kortere procedures;

36.  verzoekt de Commissie een door alle lidstaten toe te passen kader voor de digitalisering van alle uitvoeringsprocessen met betrekking tot EU-beleid vast te stellen (oproepen tot het indienen van voorstellen, toepassing, evaluatie, tenuitvoerlegging, betalingen);

37.  betreurt dat slechts een paar lidstaten nieuwe technologieën gebruiken voor alle belangrijke stappen van het aanbestedingsproces (elektronische kennisgeving, elektronische toegang tot aanbestedingsdocumenten, elektronische indiening, elektronische evaluatie, elektronische gunning, elektronische bestelling, elektronische facturering en elektronische betaling); vraagt de lidstaten alle formulieren van het openbare-aanbestedingsproces, alsook openbaar toegankelijke aanbestedingsregisters, tegen juli 2019 online beschikbaar te stellen in een machinaal leesbaar formaat;

38.  vraagt de Commissie stimulansen te ontwikkelen om een elektronisch profiel van aanbestedende diensten op te stellen voor de lidstaten waar dergelijke profielen niet beschikbaar zijn;

39.  is verheugd over het tijdschema van de Commissie voor de invoering van elektronische aanbestedingen in de EU en vraagt de Commissie daar verder werk van te maken;

Preventie en eerste fasen van de aanbestedingsprocedure

40.  is van mening dat preventieactiviteiten zeer belangrijk zijn om de omvang van de fraude bij de besteding van EU-middelen te verminderen, en dat de overschakeling op elektronische aanbestedingen een belangrijke stap is in de richting van fraudepreventie en bevordering van integriteit en transparantie;

41.  is ingenomen met de invoering van het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES) en is van mening dat een combinatie van verschillende detectiemethoden (controles) in de eerste fasen van de aanbesteding van projecten het meest efficiënt is om fraude te voorkomen, aangezien middelen zo kunnen worden herbestemd voor andere projecten;

42.  is ingenomen met de door het Raadgevend Comité coördinatie fraudebestrijding (Cocolaf) geformuleerde richtsnoeren inzake rode vlaggen en best practices op het gebied van overheidsopdrachten en de melding van onregelmatigheden;

43.  is verheugd over de vereenvoudiging van de financiële regels die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie, en is van mening dat verdere vereenvoudiging de efficiëntie verhoogt; hoopt dat andere ontvangers van middelen van de Unie meer zullen profiteren van vereenvoudigde kostenopties;

Invoerprocedures

44.  merkt op dat douanerechten 14 % van de EU-begroting uitmaken en is van mening dat de ondoeltreffende toepassing ervan en het ontbreken van geharmoniseerde regels de financiële belangen van de EU negatief beïnvloeden;

45.  neemt er nota van dat de douanediensten van verscheidene lidstaten informatie over vermoedelijke fraude uitwisselen om ervoor te zorgen dat de douanewetgeving wordt nageleefd (wederzijdse bijstand); is van mening dat dergelijke communicatie gemakkelijker is als de vermelding van de afzender in de douaneaangifte ten invoer verplicht is, en verzoekt de Commissie deze vermelding tegen juli 2019 in alle lidstaten verplicht te stellen;

46.  uit zijn bezorgdheid over de douanecontroles en de daarmee samenhangende inning van douanerechten, die een deel van de eigen middelen van de Uniebegroting uitmaken; brengt in herinnering dat de douaneautoriteiten van de lidstaten controles verrichten om na te gaan of importeurs de regels inzake tarieven en invoer naleven; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat deze controles aan de grenzen van de EU op passende en gestroomlijnde wijze verlopen, zodat de veiligheid van de Unie en de bescherming van haar economische belangen worden gewaarborgd, en zich in te zetten voor de bestrijding van handel in illegale producten en met name namaak;

47.  betreurt dat de invoering van nieuwe IT-systemen voor de douane-unie vertraging heeft opgelopen en dat sommige belangrijke systemen pas na 2020 beschikbaar zullen zijn, wat betekent dat de in het douanewetboek van de Unie vastgestelde deadlines niet zullen worden gehaald; benadrukt dat een snelle overgang naar een elektronische douaneadministratie essentieel is om ervoor te zorgen dat de douaneautoriteiten als één geheel kunnen opereren; vraagt de Commissie en de lidstaten bij te dragen aan de voltooiing en de financiële houdbaarheid van de douane-informatiesystemen van de EU;

48.  is ingenomen met de elf gezamenlijke douaneoperaties van OLAF, waarbij verschillende dreigingen zoals inkomstenfraude, illegale geldstromen, namaakproducten, sigarettensmokkel en verdovende middelen met succes zijn aangepakt; is bovendien verheugd dat er dankzij door OLAF verstuurde kennisgevingen over wederzijdse bijstand onregelmatigheden aan het licht zijn gekomen, met name met betrekking tot fraude met zonnepanelen;

49.  benadrukt dat geharmoniseerde en gestandaardiseerde douanecontroles op alle plaatsen van binnenkomst nodig zijn omdat onevenwichtigheid bij de verrichting van douanecontroles door de lidstaten de goede werking van de douane-unie belemmert;

Uitgaven

50.  is verheugd over de aanzienlijke daling van het aantal gemelde fraudegevallen (van 272 in 2016 tot 133 in 2017) op het gebied van plattelandsontwikkeling en de daaruit voortvloeiende daling van de waarde van de fraude van 47 miljoen EUR tot 20 miljoen EUR: stelt echter vast dat er een omgekeerde trend te zien is bij de rechtstreekse landbouwsteun, waar de waarde van de als fraude gemelde onregelmatigheden sterk is gestegen van 11 miljoen EUR tot 39 miljoen EUR en de gemiddelde financiële waarde die met elk geval gemoeid was, met 227 % is gestegen; hoopt dat dit geen negatieve trend is;

51.  verwacht dat dankzij de vereenvoudiging van de administratieve regels, die in de gemeenschappelijke bepalingen voor de periode 2014-2020 wordt verlangd, het aantal niet-frauduleuze onregelmatigheden kan worden teruggedrongen, frauduleuze gevallen kunnen worden opgespoord en de toegang van begunstigden tot de fondsen van de Unie kan worden verbeterd;

52.  verzoekt de Commissie verdere inspanningen te leveren om de nomenclatuur van fouten in verband met de uitgaven te standaardiseren, aangezien uit de gegevens blijkt dat verschillende lidstaten dezelfde fouten in verschillende categorieën melden (SWD(2018)0386);

53.  onderstreept dat de opsporingscapaciteit een centraal element is in de fraudebestrijdingscyclus en bijdraagt aan de effectiviteit en efficiëntie van het systeem ter bescherming van de EU-begroting; is dan ook verheugd dat Polen, Roemenië, Hongarije, Italië en Bulgarije, die in de periode 2013-2017 samen 73 % van de als fraude gemelde onregelmatigheden in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor hun rekening namen, de meest actieve lidstaten waren bij het opsporen en melden van mogelijk frauduleuze onregelmatigheden; benadrukt in dit verband dat een louter cijfermatige beoordeling van de gedane meldingen een verkeerd beeld kan geven van de doeltreffendheid van de controles; verzoekt de Commissie daarom de lidstaten te blijven ondersteunen zodat zowel de kwaliteit als de kwantiteit van de controles wordt verbeterd, en best practices in het kader van fraudebestrijding te verspreiden;

54.  merkt op dat het aantal niet als fraude gemelde onregelmatigheden in het kader van het cohesie- en visserijbeleid (5 129 gevallen in 2017) na een piek van twee jaar weer tot het niveau van 2013 en 2014 (respectievelijk 4 695 en 4 825 gevallen) is gedaald;

55.  wijst erop dat volledige transparantie bij de verantwoording van uitgaven essentieel is, in het bijzonder bij infrastructuurwerken die rechtstreeks via fondsen of financieringsinstrumenten van de EU worden gefinancierd; verzoekt de Commissie de EU-burgers volledige inzage te geven in de informatie over medegefinancierde projecten;

56.  neemt er nota van dat het aantal gemelde onregelmatigheden in het kader van pretoetredingssteun in 2017 verder is gedaald en dat met de uitfasering van de pretoetredingsprogramma's het aantal als fraude gemelde onregelmatigheden tot vrijwel nul is gedaald;

Vastgestelde problemen en vereiste maatregelen

Betere inspecties

57.  steunt het programma Hercules III, dat een goed voorbeeld is van de benadering "optimale besteding van elke euro"; verwacht dat de opvolger daarvan na 2020 nog efficiënter zal zijn;

58.  hoopt dat de geplande nieuwe verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur in het kader van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer de coördinatie verder zal verbeteren en de samenwerking tussen douaneautoriteiten en andere rechtshandhavingsautoriteiten zal versterken door een beter partnerschap op EU-niveau;

Grensoverschrijdende fraude

59.  benadrukt dat een systeem voor informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten een kruiscontrole van de boekhoudkundige gegevens over transacties tussen twee of meer lidstaten mogelijk zou maken teneinde transnationale fraude in het kader van de structuur- en investeringsfondsen te voorkomen en zo te zorgen voor een horizontale en volledige aanpak van de bescherming van de financiële belangen van de lidstaten; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om een wetgevingsvoorstel in te dienen inzake wederzijdse administratieve bijstand in de uitgavensectoren van de EU-fondsen waar daar nog niet in is voorzien;

60.  maakt zich zorgen over de toenemende dreiging en het toenemende aantal gevallen van grensoverschrijdende fraude die door OLAF aan het licht worden gebracht; is verheugd over de aanneming van het verslag van het Parlement van 25 oktober 2018 over bescherming van de financiële belangen van de EU – Terugvordering van geld en activa van derde landen in fraudegevallen, en over de in de vrijhandelsovereenkomst met Japan opgenomen fraudebestrijdingsclausule; verzoekt de Commissie de praktijk om fraudebestrijdingsclausules toe te voegen aan overeenkomsten tussen de EU en derde landen te veralgemenen;

Klokkenluiders

61.  is ingenomen met het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (COM(2018)0218); hoopt dat het de veiligheid van klokkenluiders in de Unie aanzienlijk zal verbeteren, wat zal leiden tot een aanzienlijke verbetering van de financiële bescherming van de EU en de rechtsstaat; hoopt dat deze richtlijn zeer spoedig in werking zal treden; roept alle EU-instellingen op om de in de richtlijn opgenomen normen zo snel mogelijk in hun interne beleid ten uitvoer te leggen zodat de financiële belangen van de Unie zo goed mogelijk worden beschermd; moedigt de lidstaten aan om deze richtlijn met een zo ruim mogelijke werkingssfeer om te zetten in hun nationale rechtsstelsel;

62.  benadrukt de belangrijke rol van klokkenluiders bij de preventie, opsporing en melding van fraude, evenals het belang van maatregelen om hen te beschermen;

Onderzoeksjournalistiek

63.  is van mening dat onderzoeksjournalistiek een essentiële rol speelt in het verbeteren van de vereiste mate van transparantie in de Unie en de lidstaten en dat deze zowel door de lidstaten als door de Unie moet worden aangemoedigd en ondersteund;

Tabak

64.  stelt met bezorgdheid vast dat de illegale handel in sigaretten volgens schattingen van OLAF jaarlijks meer dan 10 miljard EUR aan financiële verliezen voor de begrotingen van de Unie en de lidstaten veroorzaakt;

65.  is verheugd dat het Protocol van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten op 25 september 2018 in werking is getreden na de 41e ratificatie ervan op 27 juni 2018; is verheugd dat de eerste bijeenkomst van de partijen bij het protocol van 8 tot 10 oktober 2018 heeft plaatsgevonden; dringt er echter bij de lidstaten die het protocol nog niet hebben geratificeerd, op aan dit zo spoedig mogelijk te doen; vraagt de Commissie een actieve rol te spelen met het oog op het uitbrengen van een omvattend verslag over good practices en ervaringen met de uitvoering van volg- en traceersystemen van de staten die partij zijn; vraagt de lidstaten die het protocol hebben ondertekend maar het nog niet hebben geratificeerd, het te ratificeren;

66.  herinnert eraan dat de Commissie heeft besloten de tabaksovereenkomst (PMI-overeenkomst), die op 9 juli 2016 is afgelopen, niet te verlengen; herinnert eraan dat het Parlement de Commissie op 9 maart 2016 heeft gevraagd deze overeenkomst na de vervaldatum niet te verlengen, uit te breiden noch er opnieuw over te onderhandelen; is van mening dat de drie andere overeenkomsten met tabaksbedrijven (BAT, JTI en ITL) niet mogen worden vernieuwd, verlengd of herzien; verzoekt de Commissie uiterlijk eind 2018 een verslag in te dienen over de haalbaarheid van de beëindiging van de drie overgebleven overeenkomsten;

67.  vraagt de Commissie het nieuwe actieplan en de alomvattende EU-strategie om illegale tabaksproducten te bestrijden, die voor het einde van de zomer in 2018 gepland was, spoedig te presenteren;

68.  vraagt de Commissie erop toe te zien dat het traceersysteem en de veiligheidskenmerken waarin de lidstaten uiterlijk 20 mei 2019 voor sigaretten en shagtabak en uiterlijk 20 mei 2024 voor alle andere tabaksproducten (zoals sigaren, cigarillo's en rookloze tabaksproducten) moeten voorzien, in overeenstemming zijn met de richtsnoeren inzake onafhankelijkheid van het Protocol van de WHO tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten dat de EU op 24 juni 2016 heeft geratificeerd;

69.  vraagt de Commissie te anticiperen op de risico's van heimelijke namaak van de afzonderlijke merktekens door de tabaksindustrie met het oog op bevoorrading van de parallelle markt;

70.  merkt bezorgd op dat in de lidstaten slechts in beperkte mate gevolg is gegeven aan de justitiële aanbevelingen van OLAF; vindt dit onaanvaardbaar en vraagt de Commissie de lidstaten ertoe aan te sporen de aanbevelingen van OLAF volledig uit te voeren en regels op te stellen om de ontvankelijkheid van door OLAF aangedragen bewijs te faciliteren;

Onderzoeken en de rol van OLAF

71.  is ingenomen met het voorstel van de Commissie om OLAF de bevoegdheid te geven btw-kwesties te onderzoeken; verzoekt de Commissie nadat alle Europese en nationale procedures afgesloten zijn, voor een zekere mate van transparantie rond de verslagen en aanbevelingen van OLAF te zorgen; is van mening dat de Commissie nadat de nodige wijzigingen in de OLAF-verordening naar aanleiding van de oprichting van het EOM zijn vastgesteld, een grondigere en ruimere modernisering van het OLAF-kader moet voorbereiden;

72.  betreurt dat de terminologie in de verslagen van OLAF niet consistent is en dat onderzoeken bijvoorbeeld soms als "closed" (gesloten) en soms als "concluded" (afgerond) worden bestempeld; verzoekt de Commissie en OLAF consistente terminologie te gebruiken zodat de vergelijkbaarheid van de verslaglegging en de behandeling van fraudezaken door de jaren heen wordt gewaarborgd;

73.  neemt nota van de aanhoudende problemen met de nieuwe contentmanagementdatabase (OCM) van OLAF; betreurt met name dat er zaken zijn zoekgeraakt in deze nieuwe database; is verheugd dat dit probleem topprioriteit krijgt; verzoekt de Commissie het Parlement een grondige beoordeling van het OCM-IT-project voor te leggen, in het bijzonder met betrekking tot het projectontwerp, de volledige kosten, de tenuitvoerlegging en de gebruikerservaring, met een lijst van de problemen die zich hebben voorgedaan, zoals het Comité van toezicht van OLAF heeft aanbevolen(13);

74.  vraagt de Commissie en de lidstaten er samen voor te zorgen dat de onderzoeken van OLAF en die van de lidstaten elkaar aanvullen, dat OLAF in alle lidstaten dezelfde onderzoeksbevoegdheden krijgt, inclusief toegang tot informatie over bankrekeningen, en dat bewijs dat door OLAF wordt verzameld, door de rechtbanken van alle lidstaten ontvankelijk wordt geacht bij strafzaken, aangezien dit essentieel is om ervoor te zorgen dat de OLAF-onderzoeken effectief follow-up krijgen;

o
o   o

75.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Rekenkamer, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Comité van toezicht van OLAF.

(1) OLAF, "Achttiende verslag van het Europees Bureau voor fraudebestrijding", 1 januari-31 december 2017", 5.10.2018.
(2) PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1.
(3) PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29.
(4) PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.
(5) PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.
(6) Arrest van het Hof (grote kamer) van 8 september 2015, strafzaak tegen Ivo Taricco en anderen, 105/14, ECLI:EU:C:2015:555.
(7) Arrest van het Hof (grote kamer) van 5 december 2017, strafzaak tegen M.A.S. en M.B., 42/17, ECLI:EU:C:2017:936.
(8) PB C 252 van 18.7.2018, blz. 56.
(9) PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65.
(10) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0419.
(11) Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0384.
(12) PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1.
(13) Advies nr. 1/2018 van het Comité van toezicht van OLAF over het voorontwerp van begroting 2019 van OLAF.

Laatst bijgewerkt op: 12 november 2019Juridische mededeling